• Kennismaking met eenendertig Portugese dichteressen

    Kennismaking met eenendertig Portugese dichteressen

    In de tweetalige bundel Ik heb de tijd op je naam laten vallen, hebben de samenstellers en vertalers, Harrie Lemmens en Marilyn Suy, gedichten bijeengebracht van eenendertig Portugese vrouwelijke dichters, vanaf de zestiende eeuw tot heden. De eerste van hen werd geboren in 1520, de laatste in 1982. Uit de 21e eeuw zijn geen gedichten opgenomen, omdat deze eeuw volgens de samenstellers ‘nog wat moet rijpen.’

    Harrie Lemmens vertaalde meer dan honderd boeken van het Portugees naar het Nederlands, waaronder werk van Fernando Pessoa en José Saramago, die ook in Nederland grote bekendheid genieten. Hij tekende voor het leeuwendeel van de vertalingen, Suy vertaalde vier hedendaagse gedichten. De zwart-wit foto’s die de gedichten illustreren en de lay-out zijn van de hand van fotograaf Ana Carvalho. Haar sfeervolle foto’s staan steeds op de rechterpagina met op de linkerpagina een korte biografie van de dichter, waarna het betreffende gedicht in cursief op de volgende pagina staat met de vertaling in romein er tegenover. Het is een mooie en verzorgde bundel geworden.

    Poëzie ter kennismaking

    Van elke dichter is er slechts één gedicht opgenomen, ter kennismaking, want de meeste mensen zullen nooit eerder werk van deze Portugese vrouwen gelezen hebben. Het gedicht beslaat, op een enkele uitzondering na, ook één pagina. Het oudste gedicht is van Joana da Gama die leefde van 1520 tot 1586, het jongste van Ana Pessoa die in 1982 werd geboren. Veel vrouwen uit vroegere eeuwen sleten hun leven of een gedeelte ervan in een klooster, bijvoorbeeld als ze weduwe waren geworden, niet wensten te huwen met de voor hen gekozen kandidaat, of door onbetamelijk gedrag. In het klooster kregen ze de kans om te leren lezen en schrijven als ze dat nog niet konden, of om talen te leren zoals Grieks en Latijn. Ook werden er devote gedichten geschreven tot meerdere eer en glorie van God, maar met een ondertoon van verlangen naar andere liefde dan de goddelijke. 

    Of het met opzet de keuze van de samenstellers is geweest, of het is een kenmerk van de Portugese vrouwelijke poëzie: wat opvalt is dat alle gedichten van hartstocht spreken, van verzet tegen het lot, van de bewustheid van de eigen identiteit en het zelfbeeld. Er zijn weinig liefdesgedichten bij zoals we die kennen uit de traditionele poëzie. Ook valt op dat de dichters niet de minsten waren op intellectueel en cultureel gebied: de meesten hadden gestudeerd en bekleedden een hoge functie in het klooster of in de wereld daarbuiten. Onder hen bevindt zich een markiezin, een pedagoge, een hoogleraar, een filosoof, een journaliste, een militante feministe; en dan hebben we het echt niet alleen over de 20e eeuw. 

    Een voorbeeld is het volgende gedicht van Maria Teresa Horta (1937), journaliste en militant voorvechtster van vrouwenrechten.

    Ongehoorzaamheid

    Ik ben onontwarbaar
    mezelf
    dwars en eigengereid
    Ik ben degene die nee zei tegen
    dat
    wat de anderen wilden
    Ik zei nee tegen het lot
    dat voor mij was weggelegd
    Ik weigerde de onuitgesproken bevelen
    ik verkoos de vrijheid
    en leef zoals ik zelf wil

    Oorspronkelijke rijmschema

    De gedichten mogen dan wat inhoud betreft veel gemeenschappelijks hebben, hun vorm daarentegen is zeer verschillend. Vormvaste gedichten met eindrijm, waaronder sonnetten, komen vooral in de jongste eeuwen voor, vrije verzen en prozagedichten zijn meer van de 20e eeuw. De vertalers zijn met respect te werk gegaan, voor zover iemand die de Portugese taal niet kent dat kan beoordelen: rijmklanken zijn zo veel mogelijk omgezet in Nederlandse equivalenten, het oorspronkelijke rijmschema is aangehouden en ook wat het metrum betreft is er een poging gewaagd om dit over te zetten. 

    Veel gedichten in deze bundel gaan niet alleen over het eigen leven, maar ook de vraag wat poëzie is en wat de taak van de dichter is, heeft diverse dichters in deze bundel beziggehouden. Het gedicht van Mila Vidal Paletti (1950) , een dichter die sinds 1970 in Nederland woont, laat dat zien:

    Het bedrogen woord

    Letter voor letter verscheen het op het papier.
    Ik verhief het zo hoog in zijn verlangen
    (het was een ambitieus woord)
    dat het de rand van het blad bereikte
    en ik wachtte…Het woord ook.
    het overwoog een vlucht maat zat
    met een draad vast aan mijn opdringerige blik.
    Ik deed alsof ik nadacht: het hele gedicht trilde.
    Ik probeerde het te verlossen: tevergeefs.
    Een licht in mijn ziel was uitgegaan en
    het oude vuur aan mijn vingers was gedoofd.
    Ten slotte voelde ik mijn weerzin, onzekerheid
    de weg naar de dood. Toen het wegsprong, zuchtte het
    en hield het kort: het wilde geen afscheid
    en geen bezoek in de afgrond
    van de bedrogen woorden.
    Ik keek hoe het van de bladzij verdween
    in een stoet van losse letters.
    Een enkele keer zoek ik het nog eens
    stiekem op. Het heeft mij nooit vergeven.

    Verstoring van de balans

    Op de valreep zijn van de jongste dichter, Ana Pessoa (1982), een kort fragment uit een nog ongepubliceerd gedicht, een poëtische prozatekst en een Facebookbericht in de vorm van een essay opgenomen in de vertaling van Suy waarin de dichter – vooral bekend om haar young adult boeken – probeert te verduidelijken waaruit het verschil tussen poëzie en proza voor haar persoonlijk bestaat. Dat zij er niet geheel in slaagt om de lezer daarvan te overtuigen, is haar vergeven, maar haar essay verstoort de balans in de bundel als geheel. Het had voor de hand gelegen om ook van haar slechts één gedicht op te nemen; nu lijkt het alsof haar meer gewicht toebedeeld wordt dan de andere dichters. Voor lezers die niet bekend zijn met Portugese poëzie, werkt dit verwarrend. Het doet afbreuk aan de bundel waarin verder alles klopt: vorm, uiterlijk, lay-out en inhoud: het is een prachtig eerbetoon aan de eenendertig dichteressen. Dat er van elke dichteres (op de eerder genoemde Pessoa na) slechts één gedicht is opgenomen, waardoor het niet goed mogelijk is om een mening te vormen over haar dichterschap, is vast en zeker met opzet bedacht om de lezer te prikkelen en nieuwsgierig te maken naar het overige werk. Bij Uitgeverij Koppernik, waar deze bundel verscheen, zal er wellicht nog meer van verschijnen.

     

  • Oogst week 47 – 2021

    De kleuren van Anna

    Sander Kollaard won met zijn roman Uit het leven van een hond de Libris Literatuurprijs 2020. Dit onderstreept maar weer eens hoezeer de band tussen mens en hond waardering en ontroering oogst. In Kollaards recent verschenen De kleuren van Anna ontmoet een naamloze ik-figuur in Zweden de intrigerende Anna tijdens, hoe kan het anders, het uitlaten van de honden. Het boek is een mengeling van essayistiek, literatuur, een dagboek en ogenschijnlijk losse aantekeningen. Kleuren krijgen bovendien, als we de tot nu toe verschenen recensies mogen geloven, een on-Nederlands rijke dimensie.

    Het leeuwendeel van de inkt reserveert Kollaard voor de gesprekken die de ik-persoon met Anna voert. De onderwerpen met deze rode (activistische) dame variëren rijkelijk: Zweedse natuur, Engelse dichtkunst, de verrechtsing in de VS én de psychische invloed van kleur op de mens. Telkens toont zij zich de meest nuchtere van de twee, waar de ik-persoon nogal eens zwelgt in de Weltschmerz die we van Kollaards oeuvre kennen. De kleuren van Anna is een ideeënrijk tegengif tegen de winterse duisternis.

    De kleuren van Anna
    Auteur: Sander Kollaard
    Uitgeverij: G.A. Van Oorschot

    Ik heb de tijd op je naam laten vallen – Poëzie uit Portugal

    Vele culturen hebben zo hun eigen onvertaalbare concepten waar ze trots op zijn. Nederlanders zijn ‘gezellig’, Denen veraangenamen hun leven met ‘hygge’ en Zweden bewonderen de maanreflectie in het water met ‘mångata’. Portugal kent een begrip dat niets minder dan de hartslag van zijn geliefde fado is: ‘saudade’. Dit betekent zoveel als genietend rouwen om het verloren gegane of nooit verkregene. Deze weemoed kan zich richten op geliefden, landen, geuren, maaltijden of een gevoel. Een uitermate geschikt thema voor de poëzie. Maar deze keer geen uitgave over het driekoppige vlaggenschip van de Portugese literatuur: Luís do Camoes, Fernando Pessoa en José Saramago.

    Uitgeverij Koppernik brengt een Portugees-Nederlandse dichtcompilatie uit, samengesteld door  Harrie Lemmens en getiteld Ik heb de tijd op je naam laten vallen – vrouwenstemmen uit vijf eeuwen. In deze tweetalige uitgave verschijnen alle gedichten titelloos, De boektitel is ontleend aan een gedicht van Maria do Rosário Pedreira: naast dichteres een bekende kinderboeken- en liedtekstschrijfster. In hun vertaling zijn Lemmens en Suy dicht bij de brontekst gebleven van de eenendertig dichteressen, maar weten zij de zinnelijkheid en de ‘saudade’ te behouden in het Nederlands. Deze bundel is een eerbetoon aan de onderbelichte vrouwenstemmen in de Portugese literatuur, en opent een nieuw stukje van de Portugese literatuur voor de Nederlandse lezer.

    Ik heb de tijd op je naam laten vallen - Poëzie uit Portugal
    Auteur: Vrouwenstemmen uit vijf eeuwen
    Uitgeverij: Koppernik

    Arsène Lupin – Gentleman Inbreker

    De populaire beeldcultuur beïnvloedt al jaren ons leesgedrag. Dit jaar wint Lale Gül voor haar debuut Ik ga leven de NS Publieksprijs. Michel van Egmond flikte dit kunstje zelfs twee keer: eerst met Gijp, daarna met Kieft. Hiermee lieten zij mastodonten als Tommy Wieringa, Arthur Japin en Nelleke Noordervliet moeiteloos achter zich. Hoe? Televisiebekendheid. Eenzelfde lot lijkt Martien Meiland en zijn ex-vrouw Erica beschoren, alle xenofobie in hun memoires ten spijt. Onder jeugdige lezers is de grootste stuurder van leesgedrag Netflix. Laat dat medium nu nét de avonturen van Maurice Leblanc reanimeren met een hoofdrol voor de goedlachse Omar Sy als Arsène Lupin. Gentleman, Inbreker.

    Het motief van de goede dief die steelt van de rijken, Robin Hood, doet het altijd goed bij het grote publiek. Uitgeverij Davidsfonds, gesitueerd in het Belgische Leuven, geldt als ’s lands grootste cultuurfonds en begrijpt bovendien dat dit verhaal zich uitstekend leent voor een stripuitgave. Zij is rijkelijk geïllustreerd en brontekstgetrouw vertaald. Daarbij kan de hoofdpersoon wat sluwheid betreft, wedijveren met de prehistorische Galliër uit het dorp dat wij zo goed kennen. Altijd weer tovert de gentleman een truc uit zijn hoge, zwarte hoed. Laat u zich betoveren?

    Arsène Lupin - Gentleman Inbreker
    Auteur: Maurice Leblanc
    Uitgeverij: Davidsfonds – infodok
  • Een rijkdom

    Een rijkdom

    De eerste zeven jaar van dit millennium woonden we in midden-Portugal. Voor we de stap zetten, las ik alles wat ik kon vinden (wat niet zoveel was) over dat land waarvan ik enkel wist dat het zo onversneden was, de mensen, het landschap, de cultuur.  Portugal, van J. Rentes de Carvalho, was een dankbare leidraad. Het eerste wat ik erin opzocht was iets over de Portugese taal. Hij schrijft dat die verre van makkelijk is om te leren (dat dacht ik al). Rentes raadt de reiziger aan bij gebrek aan kennis van de taal, hoffelijk te zijn, vooral te glimlachen (waar we goed in waren). Over ‘Armoede’ schreef hij, ‘Doe zoals alle goedhartige Portugezen en zorg ervoor dat u altijd wat los kleingeld op zak heeft. Geef telkens één muntstuk. …al is de persoon achter de uitgestrekte hand blind, zie hem altijd recht in de ogen, kijk niet langs hem heen of op hem neer. Met die blik en niet met het geld doet u de ware liefdadigheid voelen.’ 

    In Licht op Lissabon schrijft Harrie Lemmens, ‘Zoals in alle grote steden kent ook Lissabon zijn wegwerpmensen, degenen die om wat voor reden dan ook zelf zijn afgehaakt of door de samenleving werden opgegeven.Overdag dolen ze rond (..) dirigeren auto’s naar vrije plaatsen, raffelen halfluid litanieën af, tikken blind met stokken, tonen stompjes en uitstulpingen (…). Op zoek naar een helpende hand, een opbeurend woord, wat geld of een shot.’

    In Portugal bewoonden we als gezin met twee kleine kinderen, drie kleine kamers. Het merendeel van onze  huisraad bleef in Nederland. Ik miste al snel mijn boeken en (vergeef me) de HEMA. Toen begon ik Portugese boeken te kopen, als we op onze vrije dagen in Lissabon waren. Het eerste boek was Exortação aos Crocodilos (Preek tot de krokodillen) van António Lobo Antunes. Elke zondagmorgen las ik het nauwgezet (als las ik de bijbel) aan de keukentafel, woordenboek ernaast. Het was of ik de raadselen des levens moest zien op te lossen, het was stuwend, krachtig proza. Twee jaar later lag het boek in de Nederlandse boekhandel. 

    Het lezen van de vertaling door Harrie Lemmens was net zo krachtig en stuwend als het origineel. Lemmens is een Lobo Antunes adept, zijn liefde voor hoe deze man schrijft, komt onverbloemd tot uiting in zijn Lissabonboek. Midden jaren tachtig, toen hij met zijn vrouw Ana Carvalho in Lissabon woonde, ontdekte hij António Lobo Antunes. ‘Uit een brief: “Ik besteed mijn tijd voor een groot deel aan het lezen van een schitterend boek van een even schitterende Portugese schrijver, een boek dat in een heleboel talen is vertaald maar nog niet in het Nederlands en – je snapt het natuurlijk al, dat hoop ik dus te doen. (…) een boek zo rijk (een rijkdom die ik niet volledig kan verslinden omdat ik een aantal woorden niet ken, maar waarvan ik de stroom niet wil tegenhouden door het openslaan van woordenboeken)’.
    Licht op Lissabon leest net zo fragmentarisch en boeiend als het Boek der rusteloosheid (Pessoa), een rijkdom aan culturele, literaire informatie, zo groot dat het onuitputtelijk lijkt. Daartussendoor die brieffragmenten, gericht aan vrienden. Die geven een intrigerend persoonlijke toon aan het boek. Zo’n boek had ik nu graag gelezen toen ik naar Portugal verhuisde.

     

     

    Licht op Lissabon / Harrie Lemmens / Geïllustreerd met foto’s van Ana Carvalho / 406 blz. / Uitgeverij De Arbeiderspers


    Inge Meijer is een pseudoniem, wordt vaak verliefd op een goed verhaal, een stijl, een woord (keukentafel), leest boeken helemaal uit.

     

  • Vierde editie Zuca-Magazine, een kennismaking met Braziliaanse literatuur

    Vierde editie Zuca-Magazine, een kennismaking met Braziliaanse literatuur

    Het online tijdschrift voor vertaalde Portugeestalige literatuur Zuca-Magazine publiceert jaarlijks een papieren themaversie, samengesteld uit artikelen die in het onlinemagazine zijn verschenen. Zo was er een special over José Saramago (1922-2010), een poeziënummer en eind vorig jaar verscheen de vierde editie met het thema, ‘Brazilië en de kunst van het vertalen’. 

    De bekendste Portugeestalige schrijver is zonder twijfel Fernando Pessoa, gevolgd door de eerder genoemde (Nobelprijswinnaar 2010) José Saramago en – sinds Benjamin Moser haar biografie bezorgde – de Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector. Maar we willen meer schrijvers ontdekken. In deze editite aandacht voor vijf Braziliaanse schrijvers en hun vertalers onder het hoofdstuk ‘Over vertalen’. Adri Boon realiseerde zich tijdens het vertalen van Alle verhalen van Clarice Lispector hoe een omvangrijk werk dit is, zo anders dan een enkele roman te vertalen. Soms sloeg de wanhoop toe in zijn zoektocht naar een vertaling van iets dat in het origineel al vreemd klonk, om dat in het Nederlands ook nog vreemd te laten zijn, maar wel acceptabel. Vertaler Frans en Portugees, Maartje de Kort vertaalde de verhalen in De ziel in het bloed van Ana Paula Maia, over twee varkensslachters, ontleend is aan de werkelijkheid: ‘een fait divers uit 2009 over suïcidale koeien in Zwitserland’. Het was voor de vertaling belangrijk zich onder andere in het slachtersjargon te verdiepen, wat ze deed met het Handboek voor de slager uit 1955.

    Research bij vertalen

    Dat vertalers gelijk schrijvers research moeten verrichten om een vertaling waarachtig te laten klinken, beschrijft ook vertaler Kitty Pouwels. Zij vertaalde verhalen die ontstaan zijn in de krottenwijken van Rio de Janeiro, van de Braziliaan Geovani Martins. Zij kwam via songteksten van Braziliaanse rapnummers uit bij Nederlandse rapartiesten als Fresku en MocroManiac. Ook bezocht ze vele internetfora voor Nederlandse drugsgebruikers en graffiti-artiesten.
    Vertaler Piet Janssen mobiliseerde onder meer zijn kinderen om bij de vertaling Twintig over twaalf van Daniel Galera, een roman over een internetgeneratie, hem in de wereld van Whatsapp en games te introduceren. Janssen ging voor de vertaling van dit boek en op advies van zijn kinderen over tot de aanschaf van een iPhone, om zelf ervaring op te doen in het gebruik daarvan. Voor de wetenschappelijke biologische vertaalkwesties sprak hij met een bevriend arts, zocht in Braziliaanse online woordenboeken naar informeel taalgebruik, computerprogramma’s en games werden onderzocht, alvorens het vertalen te kunnen volbrengen. Janssen besluit met: ‘Het vertalen was een zware, (…) maar ook amusante klus’.

    Yves van Kempen, voormalig literatuurcriticus bij De Groene en redactielid van het teloorgegane literaire tijdschrift Bzzlletin, belicht de kunst van het vertalen aan de hand van het stuk ‘Schrijven is vertalen’ van José Saramago, in deze editie opgenomen. Saramago zag het schrijven in de eigen taal al als een vertaling; een vertaling van dat wat de schrijver ziet en voelt, omgezet naar een algemeen aanvaard ‘tekensysteem, het schrift’. Het werk van de vertaler bestaat aldus uit: ‘omzetting in een andere taal (in principe de eigen taal) van wat in de oorspronkelijke taal al een vertaling was. Kunstig, en zeer doordacht gegeven.

    Absurdisme en Pessoa hand in hand

    In de serie ‘Ofélia’, een samengaan van beeld en tekst, uit brieven aan een meisje dat Fernando Pessoa van kantoor kende. Hij schreef haar, maar het kwam nooit tot een werkelijke relatie. Drie fragmenten uit die brieven zijn geïllustreerd door Zuca Sardan, pseudoniem van Carlos Felipe Alves Saldanha (1933) en tekenaar van absurdistische beelden. Bij het eerste fragment gericht aan Ofélia: ‘Let maar niet op mijn handschrift. Ik weet dat dat een beetje raar is, maar dat heeft zijn redenen. Het eerste is dat dit papier (het enige dat ik vinden kon) erg glad is en de pen er zeer snel overheen schiet; de tweede is dat ik hier in huis voortreffelijke port gevonden heb, waarvan ik een fles heb opengemaakt, en die is al half leeg. De derde reden is dat er maar twee redenen zijn, en er dus helemaal geen derde reden is’, is het beeld een met potlood getekende Pessoa aan een tafeltje waarop een halflege fles waarin een vrouw op het punt staat te verdrinken, blaadjes schrijfpapier fladderen door de ruimte en een gekarakteriseerde Pessoa staart verwezen naar die fles. Uiteraard zijn dit beelden die zelf gezien moeten worden, om zijn goed getroffenheid als om zijn absurdistische humor die erin verscholen zit.

    Bladeren en scrollen

    Verder zijn er enkele gedichten van Marco Lucchesi, Ana C., Pessoa en Zuca Sardan in opgenomen, alsook twee columns onder het motto, ‘Zon & Zeer’ van Harrie Lemmens, en citaten uit het werk van António Lobo Antunes, ‘ De afstand tussen mijn hoofd en mijn stem is zo groot.’ (uit: Voor wie in het donker op mij wacht) in samenspraak met foto’s van Ana Carvalho.

    Portugees is een van de tien meest gesproken talen ter wereld en Zuca-magazine is een goede handreiking voor wie zijn leesgebied van Portugeestalige schrijvers wil verbreden. Sommige bijdragen in de papieren editie overlappen elkaar, zoals een citaat van Saramago dat door Yves van Kempen wordt aangehaald, ook in een van de columns die erin opgenomen zijn, wordt gebruikt. Online valt zoiets niet echt op, maar in een papieren versie leest het wat dubbel. Neemt niet weg dat het zeer prettig is om onlineteksten zo nu en dan op papier in handen te hebben; bladeren door een tijdschrift is gewoon anders dan scrollen op een website. Voor wie dit begeert, het tijdschrift is te koop bij de boekhandel of bij uitgeverij Koppernik. En bezoek ook Zuca online en laat je rondleiden, je komt er beslist verder mee.

     

  • Het is mooi als het nog een kant op kan

    De Portugese fotografe Ana Carvalho (1952, Porto) is van oorsprong vertaler. Ze vertrok halverwege de jaren zeventig naar Berlijn waar ze Thomas Mann en Ernst Jünger in het Portugees vertaalde. Later, toen ze in Nederland woonde, vertaalde ze Adriaan van Dis, Hugo Claus en Judith Herzberg. Sinds tien jaar is ze fotografe en sinds twee jaar vormgeefster bij Zuca-magazine, een online tijdschrift voor vertaalde Portugeestalige literatuur waar ze samen met haar man, vertaler Harrie Lemmens, invulling aan geeft. Op 13 juni, de dag dat Fernando Pessoa 130 geleden in Lissabon geboren werd, verschijnt het fotoboek Het uurwerk van de ziel van Ana Carvalho.

    Het uurwerk van de ziel is een keuze uit de gedurende twee jaar wekelijks gepubliceerde korte citaten uit het Boek der rusteloosheid door Fernando Pessoa in vertaling van Harrie Lemmens, begeleid met een foto van Ana Carvalho op Zuca-magazine.

    ‘Een dialoog’ merkt Ana Carvalho op als we in Utrecht tegenover elkaar aan tafel zitten bij restaurant De Rechtbank. ‘Mijn foto’s zijn geen illustraties maar gaan een dialoog aan met literaire teksten.’

    Literair Nederland ging met haar in gesprek over Portugese literatuur, foto’s voor boekomslagen en waar haar inspiratie vandaan komt.

     

    Zijn de foto’s er eerst en wordt daarbij een tekst gezocht of is een tekst het uitgangspunt?

    ‘De foto’s maak ik veelal zonder opdracht. Ik ben doorlopend aan het fotograferen. In Portugal heb ik een paar jaar geleden een catalogus van mijn werk gemaakt met teksten van Antonio Lobo Antunes, een hommage aan de schrijver. De teksten zijn er al en vormen het uitgangspunt. Mijn laatste fotoboek was wel een opdracht, van de stad Póvoa de Varzim bij Porto. In dat boek heb ik een beeld van de stad geschetst in verbintenis met de zee met de titel MarTerraMar (ZeeLandZee). Omdat de zee belangrijk is voor de economie en cultuur van de stad. De citaten van Pessoa voor Zuca-magazine waren er natuurlijk al en daar zocht ik een foto bij. Bij zijn zinnen pasten mijn meer abstracte foto’s.’

     

    Hoe ontstaat een beeld zoals deze verfspuwende kraters?

    ‘Ik ensceneer nooit voor een foto. Deze foto maakte ik op een bouwplaats. Ik fotografeer graag op plaatsen waar gewerkt wordt. Ook op scheepswerven. Dit is nadat er een kwast is uitgeschud tegen de muur. Wat ik erin zag is een soort vallen, vallende druppels maar dan zonder beweging.’


    Wat is de aantrekkingskracht van een bouwplaats?

    ‘Bouwvakkers hebben een bepaalde structuur van werken. Ik heb er verschillende stillevens gemaakt. Dan staat er een emmer, de kwasten, een potje. Alles zetten ze klaar voor ze aan het werk gaan. Dat heeft mijn interesse en dat fotografeer ik. Ik fotografeerde in Portugal eens een muur op een bouwplaats. Tegen de schilder zei ik, “Dat is kunst wat je daar maakt.” Toen zei hij: “U moet straks nog eens komen, dan is het nog veel mooier.” Maar ik vind het mooi als een werk nog niet af is, zodat het nog alle kanten op kan. Een strak geschilderde muur heeft niets meer te vertellen. Wat ik doe met fotografie is de werkelijkheid in fictieve beelden vangen. Als ik een deur zie, zie ik geen deur maar de vorm van een deur. Composities van vorm, ruimte en kleur.

     

    Hoe kom je tot deze vorm van beelden maken, was er een eerste keer?

    ‘Ik maak zintuiglijke foto’s. Ik fotografeerde altijd al veel, maar niet zozeer de gewone foto’s die je in een album plakt. Wat ik zoek zijn de sporen van de tijd, de vergankelijkheid van de dingen. Ik voel me aangetrokken tot beelden die iets anders laten zien dan wat het in werkelijkheid is. Ik was een keer in een kelder waar een trap op een onmogelijke plek zat, de traptreden en de geometrie van dit alles trok me aan. Dat werd mijn eerste abstracte foto. Ik werk veel met diagonalen, contrast, licht en schaduw en dat met de sporen van de tijd. De tijd vind je in verschillende lagen terug in een beeld. Dat kan een deur zijn met afgebladderde verf, een affiche aan de muur dat er al jaren hangt, roestige schepen. Imperfectie is wat ik interessant vind en fotografeer. Het zijn sporen die spontaan ontstaan zijn, dat breng ik in beeld.’

     

    Is er wel eens een moment geweest dat je op zoek ging naar een bepaald beeld?

    ‘Toeval is een belangrijk aspect in mijn werk. Ik ga niet op zoek, ik loop rond en dan treft me iets. Net als Picasso zei: “Ik zoek niet, ik vind.” Dat is zoals ik werk, ik kom het tegen, ik zoek het niet op. Ik zie bijvoorbeeld sporen van slijtage op een muur en maak er een foto van. Maar dan zie ik daarnaast iets dat veel interessanter is. De beste foto zat waar ik niet zocht. Ik fotografeer geen composities, ook mensen fotografeer ik als objecten van een compositie, als personages in een verhaal. Het is dat wat ik zie en fotografeer wat het wordt. Ik hoef het niet in te kaderen of te bewerken, het enige wat ik soms doe is kleur toevoegen.’

     

    Zoals een schrijver notities maakt, maakt Ana Carvalho doorlopend aantekeningen met haar fototoestel. Net als de notities van een schrijver, is niet alles bruikbaar. ‘Ik kies uit wat er het beste in past, in dialoog met een tekst.’

    De laatste jaren leverde ze de afbeeldingen voor verschillende boekomslagen, zoals voor de in het Nederlands verschenen romans van Eduardo José Agualusa, Raduan Nassar en Dulce Maria Cardoso.

     

    Is het anders om een foto bij een boek te zoeken dan bij een enkel citaat?

    ‘Meer dan dat ik foto’s maak, maak ik afbeeldingen. Een fotograaf maakt de keuze van portret- of documentaire fotografie. Bij mij gaat het om het detail, om kleur en de vorm. Ik heb een eigen stijl ontwikkeld. In Het uurwerk van de ziel is uitgegaan van een enkele zin en daar heb ik een beeld bij gezocht. Voor een boekcover is dat anders, dan zoek ik een beeld dat een reactie is op het hele boek, dat het verhaal moet weergeven. Voor de hommage aan Lobo Antunes heb ik voor een heel oeuvre beelden gezocht. Dat is duidelijk moeilijker. Ik heb dat toen in drie hoofdstukken ingedeeld: personages, scenario’s en geheugen.’

     

    Er komen weinig mensen op je foto’s voor, waarom is dat?

    ‘De foto’s die ik maak zijn fictie, net als literatuur. Ook mensen zie ik als fictieve personages. Laatst maakte ik een foto van een vrouw die haar hand naar het achterhoofd van een man beweegt. Ze zaten op een bank, ik zag ze van achteren. De zon scheen en ik fotografeerde hen op het moment net voor haar hand op zijn hoofd neerkwam. Dat is het dus, een hand die in de lucht blijft, dat is een verhaal. Je weet niet of zij überhaupt haar hand op zijn hoofd legt of weer terugneemt. En dat is fictie. Zo’n foto maak ik zo snel dat ik niet aan alles denk wat ik er in eerste instantie in zie. Als in een flits zie ik de huizen op de achtergrond, de brug en de twee personages op de bank. In basis is alles daar, de kijker kan er een verhaal van maken. Als ik iets zie, moet ik het direct kunnen fotograferen. Maar zelfs een foto die onscherp is, kan goed zijn. Kan ik gebruiken voor een tekst.’

     

     


    Past het bij deze tijd deze snelle manier van fotograferen?

    ‘Vroeger was er niet veel keus in het maken van foto’s. Je moest werken met de apparatuur die er voorhanden was. Met een digitale camera werkt het sneller, en dat past heel goed bij mij, hoe ik de werkelijkheid in fictieve beelden zie. Snel kunnen reageren is belangrijk voor mijn werk.’

     

    Welke kunstenaars hebben je geïnspireerd?

    ‘Het begon met het constructivisme in de schilderkunst. Ik herinner me dat ik in het Van Abbemuseum was en daar werk zag van de Russische kunstenaar El Lissitzky. De kleuren en de vormen, het was een openbaring voor me. Een ander moment was in een kerk in Rome waar een schilderij van Caravaggio hing. Het was er donker, ik kon het werk niet goed zien. Toen deed een bezoeker een munt in een apparaat en scheen er opeens licht. Het rood uit het schilderij sprong op me af. Ik heb het schilderij niet kunnen zien, alleen dat rood. Het was overweldigend en had een grote impact op me. Het enige dat echt indruk op me maakte van dat hele schilderij. Rood is zo rood bij Caravaggio, zo fel. Toen werd rood mijn kleur, wilde ik het gebruiken. Ook film noir is voor mij belangrijk geweest. De foto met de twee personages en de hand bijvoorbeeld is voor mij als een still uit een film, een fragment. En natuurlijk de fotograaf Cartier-Bresson, die werkte veel met schaduwen, lege plekken in het beeld.’

     

    Welke Portugese schrijver heeft veel voor je betekend?

    ‘Lobo Antunes was toentertijd voor mij echt een ontdekking, zoals voor veel Portugezen. Hij heeft de werkelijkheid zo goed beschreven, de koloniale oorlog, de revolutie. Bijvoorbeeld in De pracht en praal van Portugal, een heel sterk boek, en Fado alexandrino. Zijn stijl spreekt me erg aan. En ook José Saramago, hoewel niet alles van hem me aanspreekt, maar Memoriaal van het Klooster, heeft sterke beelden.’

     

    De titel van het boek ‘Het uurwerk van de ziel’ doet denken aan een citaat van Pessoa.

    ‘Nee, het is geen citaat van Pessoa. Ik was wel aan het werk voor een expositie van Pessoa over Rusteloosheid, toen het beeld daarvoor ontstond. Ik zette zinnen van Pessoa op papier en knipte die uit. Ik had ze op de tafel uitgespreid. De uitgeknipte woorden lagen over elkaar heen en het woord alma (ziel) was zichtbaar en daarnaast mijn horloge. Dan zie ik de grafische vorm erin en maak een foto. Daarna heb ik er kleur in aangebracht en dat werd de cover. In het Portugees is het ‘O Relógio da Alma’.

     

     


     

     

     

     

     

     

     

     

    Het uurwerk van de ziel (uitgeverij Koppernik).
    Deze link verwijst naar de site van Ana Carvalho.