• Gezocht: A. Alberts-lezers (vijftig plus)

    Gezocht: A. Alberts-lezers (vijftig plus)

    Onlangs verscheen bij Das Mag De bomen van A. Alberts (1911-1995). Op de website van de uitgeverij is te lezen waarom zij de debuutroman van deze Nederlandse schrijver opnieuw uitgeven. Zij schrijven o.a.: ‘Het heeft een raadselachtige schoonheid waar we als een blok voor vielen, vooral door de eenvoudige, opvallend tijdloze maar vervreemdende stijl. Het is een schrijver die niet te vergelijken is met anderen en die je gewoon moet lezen om te begrijpen waarom — om vervolgens betoverd te raken.’

    Das Mag hoopt op een nieuw lezerspubliek. Om deze nieuwe lezers te bereiken, hebben ze een plan gemaakt waarin o.a. ‘old skool Alberts-fans’ opgeroepen worden om jonge lezers te overtuigen. Ze zijn daarom op zoek naar Alberts-fans die een exemplaar willen uitdelen aan een jonge lezer, geboren ná 1955 (sterfjaar van A. Alberts) aan wie De bomen goed besteed zal zijn. In De Groene Amsterdammer stond de volgende oproep van uitgeverij Das Mag:

    Voelt u zich aangesproken, mail dan naar hotline@dasmag.nl.

     

  • Vorm en vent

    Vorm en vent

    Ik ben een verzameling aan het aanleggen van secundaire literatuur. Geen romans, verhalen of poëzie komen op een steeds hoger wordende stapel terecht, maar voornamelijk essaybundels of verzamelde stukken over literatuur, over kunst, over schrijven, over  kijken naar kunst, over de stand van de cultuur, enzovoort. Mij heeft dat altijd gefascineerd: vorm en vent tegelijk. Een secundaire bibliotheek dus. Ik broedde er al een tijdje op, al jaren eigenlijk zonder echt de daad bij de gedachte te voegen. Ik weet ook nog niet of het commercieel interessant zou moeten zijn. Ik vind het vooral prettig om labyrintisch bezig te zijn. Ooit toen ik samen met mijn voormalig zakenpartner JOOT begon, dachten we eerst aan de naam Labyrinth voor ons antiquariaat. We hadden zelfs een kleine verzameling boeken aangelegd die onder de noemer ‘labyrinth’ vielen. Die dus op de een of andere wijze – iconografisch, historisch, literair – met het onderwerp labyrinth te maken had.

    Het is een genre dat vooral ook de aandacht had van Joost Zwagerman, die een bloemlezing samenstelde van essays in de Nederlandse literatuur, naast verhalen een ondergeschoven genre in Nederland. Doordat ik begin dit jaar een groot deel van zijn boekenverzameling kocht, gingen er de afgelopen maanden veel essaybundels en secundaire literatuur door mijn handen. In zijn veelzijdige oeuvre heeft hij ook geregeld geschreven over voornamelijk Engelstalige essayisten, columnisten of journalisten zoals Cyril Connolly, Susan Sontag, John Updike en Gore Vidal. In het Nederlandse taalgebied zie je zijn grote interesse voor een schrijver als Gerrit Komrij in het aantal boeken dat Zwagerman van hem bezat en ook las. Bij sommige lezers zie je soms een streepje of aantekening in het eerste of tweede hoofdstuk. Maar Zwagerman las de boeken helemaal uit, gezien het aantal ezelsoortjes aan het einde van het boek.

    Fijn zijn de stukken van schrijvers die ook wetenschapper zijn, of kunstenaar, zoals bijvoorbeeld gedragsbioloog Tijs Goldschmidt. Ze schrijven niet als kenner alleen over hun eigen vakgebied, maar ze zijn juist panoramische kijkers die met verwonderende ogen kijken naar een wereld die vaak minder eenduidig is dan meestal gedacht wordt. Ze laten kruisbestuivingen l plaatsvinden tussen bijvoorbeeld biologie en filosofie, of poëzie en fotografie. Als ik enige consistentie in mijn denken en doen weet te betrachten, dan kom ik nog op mijn secundaire bieb terug.

    Tot slot wil ik nog even kwijt dat ik, ook weer zo’n uitgesteld en nu ingelost verlangen, ben begonnen aan de schrijver A. Alberts. Wat een prachtige stilist. Kraakhelder, maar met oog voor het mysterieuze in het leven. Lezen die man, bijvoorbeeld zijn verhalen in Eilanden (Van Oorschot).

     

     

  • De Parelduiker eert de schrijver

    De Parelduiker eert de schrijver

    In deze tweede editie van De Parelduiker van dit jaar aandacht voor de vrouwen rond Multatuli door Gaia van Bruggen. Dingen over Gerard Reve die we niet wisten maar door de berichten daarover in de media nu natuurlijk wel en voor wie de media niet volgt en wil weten wat er over Reve is losgekomen, gelieve zich deze Parelduiker aan te schaffen.

    Er is de rubriek Schoon & Haaks waarin Jan Paul Hinrichs publicaties bespreekt van privédrukkers en marginale uitgevers. Waaronder ook de uitgave bij de Statenhofpers van Brieven aan Nanne Tepper  van Geerten Meijsing valt dat ten tijde van het Brievenboek van Nanne Tepper zelf uitkwam. Een marginale rubriek over interessante uitgaven. In de rubriek De laatste pagina aandacht voor de onlangs overleden vertaalster Térese Cornips en als hoofd’stuk’ een mooie bijdrage van Graa Boomsma over de schrijver A. Alberts.

    Boomsma werkt aan een biografie van A. Alberts en schreef over de moeilijke gang van het ontstaan van het ruim veertig bladzijden tellende verhaal De vergaderzaal en de afronding daarvan. Boomsma, schrijver en criticus, belicht de verhouding van Alberts tot het schrijven en tot zijn uitgever, Geert van Oorschot. Aan De vergaderzaal, heeft Alberts, ongelofelijk maar waar, twintig jaar gewerkt voor Geert van Oorschot het eindelijk kon uitgeven. Dat zegt ook iets over Van Oorschot als uitgever, die wist gewoon dat hij goud had met Alberts. De vergaderzaal is dan ook een fantastisch, dicht op de huid geschreven verhaal (geen roman) van ruim 40 bladzijden. Maar ozo fantastisch geschreven en je geniet ervan na als las je een roman. Lees dan ook nog eens De koning is dood, Haast hebben in september en De honden jagen niet meer, van Alberts.

    Eens zat deze schrijver klaar voor een signeersessie bij een boekhandel in een middelgrote stad. De schrijver een oude man met een sympathiek, wat boers aandoend gelaat. Boekpresentaties werden nog niet zo gretig bezocht als tegenwoordig. Het zou ten tijde van het verschijnen van zijn roman  Een venster op het buitenhof (1987) geweest kunnen zijn. Er kwam geen mens opdagen. De boekhandelaar zei dat dat wel eens voorkwam en het misschien aan het weer lag. Alberts scheen er niet mee te zitten.

    Het was ook voordat A. Alberts (1911-1995) in 1995 de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre ontving. In 2005 werd er nog een verzamelbundel van zijn verhalen en romans door Van Oorschot uitgegeven. Maar bracht geen grote vervoering voor zijn werk teweeg. Terwijl het dat wel verdient.

    ‘De verborgen schatten uit boek en literatuur weer in beeld brengen’, dat is waar De Parelduiker voor staat. Vergeten literatuur wordt dichterbij gebracht. Onderschat de invloed van De Parelduiker dan ook niet. Want elke schrijver waarop dit literaire blad zijn licht laat schijnen, wordt weer tot leven gewekt. Reden om De vergaderzaal weer eens open te slaan. De biografie van Aberts zal eind dit jaar verschijnen bij Van Oorschot. Daar wordt naar uitgekeken.