Tijdens de Spaanse Burgeroorlog organiseerde de republiek in 1937 een congres waar schrijvers hun steun konden betuigen aan de goede zaak en in ruil gefêteerd werden op copieuze maaltijden en uitjes naar het front.
Recensies
No guts, no glory
Met Gekkenwerk schrijft Minca Nijhuis een persoonlijke getuigenis van haar werk als oorlogscorrespondent. Om niet te vervallen in een droog, gefragmenteerd verslag van haar belevenissen van de afgelopen 25 jaar heeft zij ervoor gekozen deze te gieten in de vorm van een roman.
Grimlachend op weg naar het einde
Jannetje Koelewijn is schrijfster, maar in de eerste plaats journaliste. En zo schrijft ze ook in haar nieuwe boek Fresia’s voor mevrouw Brak: als objectieve buitenstaander neemt ze waar, stelt vragen maar spreekt niet tegen, geeft geen sturing, uitleg of commentaar, benoemt hoogstens en registreert vooral.
Raadselachtige modernismen
Eerder publiceerde literatuurwetenschapper, docent literatuurgeschiedenis en columnist Liesje Schreuders twee romans. Aan de wilde kant (1996) en De zondagsleraar (2001) waren zeer bescheiden succesjes. Meer aanzien kreeg haar vertaling van de dichtbundel Finisterre van Eugenio Montale in 2017.
De noodzaak om het waas van leugens te verjagen
De Franse toneelschrijver Jacques Copeau zei over André Gide dat het hem ontbrak aan ‘een onmisbare gave voor echte romanschrijvers: hij is niet in staat zich te vervelen’. Daarom waren zijn boeken zo kort van stof.
Fraai beschreven schoolgeluk
Jan Siebelink heeft het gedaan, evenals Ferdinand Bordewijk en Theo Thijssen: schrijven over onderwijs. Daarmee hebben ze talloze lezers weten te boeien, niet alleen omdat iedereen die leest onderwijs genoten heeft en er sprake kan zijn van enige herkenning, maar ook omdat hun boeken natuurlijk prachtig geschreven klassiekers zijn.
Verlangen naar verandering
De Vlaamse Tom Van de Voorde (1974) is dichter, essayist en vertaler van voornamelijk Amerikaanse poëzie. Zijn eerste bundel Vliesgevels filter (2008) werd genomineerd voor de C.Buddingh’-prijs, de tweede, Liefde en aarde, voor de Herman de Coninckprijs.
De vreemdeling in huis
Het is een curieus verschijnsel van de laatste decennia dat in de Nederlandse literatuur verhalenbundels steeds minder populair zijn bij lezers, maar dikke romanpillen het juist goed doen. Het omgekeerde zou je verwachten in een tijd waarin alles sneller moet en ook sneller gaat dan vroeger.
Uitzicht op een huis met tuin
Van oude Japanse literatuur, zoals Kenko’s De kunst van het nietsdoen, naar de heruitgave van Het eigen lot van Kenzaburo Oe, een klassieker, of de hedendaagse bestseller van Toshikazu Kawaguchi, Voordat de koffie koud wordt: de Japanse literatuur lijkt in Nederlandse boekhandels nog nooit zo ruim aanwezig te zijn geweest.
Zelfspot in menselijk onvermogen
De Noorse schrijfster Kjersti A. Skomsvold heeft in haar debuutroman Hoe harder ik loop, hoe kleiner ik ben de juiste balans gevonden tussen zwarte humor en grote thema’s als dood en eenzaamheid.
De Jules Deelder van het proza
‘Oh wat fijn, oh wat fijn, om een bille-balle-bakker te zijn!’ aldus een iconisch filmduo dat onder de rook van Rotterdam het levenslicht zag. In Bassie & Adriaan en de Plaaggeest zijn de clown en acrobaat hun circus kwijt en moeten ze allerlei baantjes uitproberen om toch de kost te verdienen.
Het verloren paradijs van een romanticus
In Vlaanderen komt elke jongere voor het eerst in contact met Luuk Gruwez aan het eind van het middelbaar onderwijs, waar zijn (vroege) gedichten gelezen worden als de voorbeelden bij uitstek van de neo-romantiek.
Recent
19 januari 2016
Schuld en boete
Er zijn musicologen die zeggen dat componisten door de bank genomen pas met hun derde symfonie op hun best zijn. Ze hebben het genre dan afgetast en weten wat ze kunnen doen en laten. Iets soortgelijks lijkt op te gaan voor Iraida van Dijks debuut;
