Recensie door Mireille Pinas
Een verhalenbundel van de Surinaamse dichter, schrijver R. Dobru, pseudoniem van Robin Ewald Raveles (1935-1983). Tekst is in het Nederlands. Op de achterdflap een gedicht in het Surinaams van Michel Slory.
Recensie door Mireille Pinas
Een verhalenbundel van de Surinaamse dichter, schrijver R. Dobru, pseudoniem van Robin Ewald Raveles (1935-1983). Tekst is in het Nederlands. Op de achterdflap een gedicht in het Surinaams van Michel Slory.
Een westerse vrouw, met Nederlandse wortels, wordt opgenomen in een subgemeenschap in het Islamitische Jordanië. Een verhaal dat een deel van het Midden-Oosten belicht op een manier die zeer welkom is in Nederland op dit moment.
Vorig jaar verscheen van Thomas Vaessens een studie naar het poëtische klimaat van de meest recente periode, Ongerijmd succes. Poëzie in een onpoëtische tijd. Hoewel het in dat boek niet om de poëzie, maar om haar voorwaarden en omstandigheden ging, leek Vaessens het onpoëtische van onze tijd ook in de opzet van zijn boek uit te drukken door er maar één gedicht in op te nemen.
Owen is klein en heeft een bizarre, hoge stem. Zijn ouders zijn vreemde mensen. De moeder van Owen komt nooit buiten, zijn vader, een stugge man, bezit een steengroeve. Owen heeft een uitgesproken hekel aan katholieken want: “Zij hebben zijn ouders iets heel ergs aangedaan.”
John woont samen met zijn moeder en grootmoeder in een mooi, oud huis.
Recensie door Juliette van Wersch
Mattias is geboren in 1969, precies in de nacht dat Buzz Aldrin zijn eerste stap op de maan zette. Niet Neil Armstrong, maar Buzz Aldrin is Mattias’
Stel je een druilerig-grijze zondagochtend in het bonkige Noord-Hollandse polderlandschap voor, met de mistige sluier van uitzichtloosheid die onvermijdelijk alle toekomstverwachtingen in de kiem smoort en je bevindt je in een roman van Bernlef.
De debuutroman van Madeleine Thien is moeilijk onder een noemer te plaatsen. Ideeënroman. Familiesage. Een postmodern verhaal. Een mysterie. Zekerheid is van alles een beetje. Dat de centrale vraag uit het verhaal onbeantwoord blijft, maakt het er voor de lezer niet gemakkelijker op.
De waarheidsvinder is de eerste in het Nederlands vertaalde roman van de New Yorkse auteur Donald Antrim, die hiermee zijn derde roman aflevert. Op de achterflap wordt vermeld dat Antrim volgens het Amerikaanse magazine The New Yorker tot de 20 schrijvers van de 21 eeuw’ behoort.
Recensie door Bernadet
Personage A werkt in het Materiaalkundegebouw van onderzoeksinstituut Z, gevestigd in de duinen nabij het plaatsje Oessem. Ooit begon de 25-jarige A daar enthousiast zijn carrière als onderzoeker in het laboratorium, vol plannen zat hij toen nog.
Wie Pieter Boskma zegt, zegt Maximalen en wie Maximalen zegt, zegt Joost Zwagerman. Het is dan ook niet toevallig dat Zwagerman een bundel met gedichten van Boskma samenstelt en in een aanvullend essay als enthousiast pleitbezorger van diens poëzie optreedt.
Recensie door Juliette van Wersch
De titel van dit boek is perfect vertaald, want hij dekt volledig de lading van dit boek. De originele titel Banvard’s Folly, Thirteen Tales of Renowned Obscurity, Famous Anonymity, and Rotten Luck (onthoud dit, want u zult het nodig hebben), verwijst naar het eerste van de dertien verhalen.
Arthur Bronckhorst, groeit op met zijn broer Alexander. Beiden zijn zéér muzikaal en hebben een vader die op een veeleisende manier probeert het uiterste uit zijn zoons te halen. Hij zorgt ervoor dat de broers als het ware een concurrentieslag aangaan.
Tja, P.G. ‘Plum’ Wodehouse (1881-1975), wat moet je daar nou mee? Zit er nog iemand, behalve de trouwe leden van de P.G. Wodehouse Society, op een vertaling van diens werk te wachten? Uitgeverij IJzer denkt in ieder geval van wel.