Boeiende verwerking van de nazi-tijd aan de hand van het tragische leven van een van de eerste Duitse vliegeniersters
Marga Von Etzdorf was ten tijde van de opkomst van de nazi’s in Duitsland een van de eerste vliegeniersters.
Boeiende verwerking van de nazi-tijd aan de hand van het tragische leven van een van de eerste Duitse vliegeniersters
Marga Von Etzdorf was ten tijde van de opkomst van de nazi’s in Duitsland een van de eerste vliegeniersters.
Miguel Syjuco’s eerste roman won de Man Asian Literary prize terwijl het nog maar een manuscript was. Dat komt zelden voor. William Faulkner lukte dat lang geleden.
Het waait veel in de nieuwe dichtbundel Kanttekeningen van Bernlef.
De wind trekt ergens doorheen, slaat een huisdeur dicht of heeft alle tijd van de wereld.
In het eerste gedicht De Eeuwigheid tekent Bernlef met een mooie paradox de vergankelijkheid van een beschaving door de niet aflatende krachten van de wind: ‘De huidige vloer van ingedikte schapenstront / wacht op de volgende ronde van de wind / die geen rustplaats vindt maar doorknaagt tot ook /de laatste steen met de grond gelijkgemaakt zal zijn.’
De dichter wijdt 52 gedichten aan uiteenlopende begrippen als godsdienst, blues, schuld, droom, of abstracter: het toeval en de werkelijkheid en voorziet ze van commentaar.
In deze boeiende historie laat de intieme ontmoeting tussen een oudere Amsterdamse schilder en de Deense Else lang op zich wachten. Eerst heeft De Moor nog het nodige te vertellen over het leven van de hoofdpersonen in de zeventiende eeuw.
Een Tsunami was het niet, maar onrustig was het wel in de zestiende eeuw aan de oostelijke grenzen van Europa. De Turk, de moslim, stond voor de poort, sneed het koninkrijk Hongarije in stukken, belegerde Wenen en zou volgens velen Europa onder de voet lopen.
Recensie door Rein Swart
Het is 1985. Lieve Joris neemt de lezer mee naar de binnenlanden van Congo, waar haar heeroom, pater Houben, in eerdere decennia zijn levenswerk verrichtte en daarover voor de achterblijvers in de Gerardusbode berichtte.
Recensie door Ingrid van der Graaf
Het romandebuut van Boudewijn Smid is een familiegeschiedenis die zich afwisselend afspeelt in de polder en in Amsterdam, en loopt van 1970 tot 2003.
Welgedaan in de verbeelding, afgedaan in de werkelijkheid
Op de achterflap van de zesde roman van Thomése staat het heel simpel: ‘Man redt meisje van de dood en besluit haar voor zichzelf te houden.
‘Wie niets gevonden heeft, heeft slecht gezocht!’
Bezielende natuurbeschouwingen van een Vlaamse Jan Wolkers.
In de laatste, wat langere beschouwing trekt Achilles Cools met zijn vrouw Brénine het natuurreservaat de Liereman in.
In dit rijke verslag, dat net zoveel kanten bezit als een flonkerende diamant, knoopt Westerman geologische, godsdienstige, politieke en persoonlijke onderwerpen op een vloeiende manier aan elkaar, waarbij de herijking van zijn hervormde geloof voorop staat.
Jongens waren het de Titaantjes van Nescio. Aardige jongens ook nog eens. Aan het begin van de twintigste eeuw stonden ze aan de rand van het Amsterdamse Oosterpark te dromen van een leven dat ze ver verheven achtten boven het saaie burgerleven dat anderen leiden.
Het is moeilijk om uit te maken waar Bart van Loo het meest van onder de indruk is, van de zwartharige schoonheid Coraline, van de schitterende oude gebouwen van Antwerpen of van het Verzameld werk van Willem Elsschot.
Tja, P.G. ‘Plum’ Wodehouse (1881-1975), wat moet je daar nou mee? Zit er nog iemand, behalve de trouwe leden van de P.G. Wodehouse Society, op een vertaling van diens werk te wachten? Uitgeverij IJzer denkt in ieder geval van wel.