Voor zijn nieuwste boek neemt Alexandre Seurat u mee naar Frankrijk. Nee, niet naar dat alleraardigste huisje in de Provence waar u afgelopen zomer zo hebt genoten van het uitzicht op de lavendelvelden, maar naar dat andere Frankrijk: de banlieues en oude industriegebieden, waar werkloosheid, armoede en huiselijk geweld welig tieren en het Front National van de uitzichtloosheid profiteert om electorale successen te boeken.
Recensies
Logboek van een ziener
‘Waarom woon ik in Nederland?’, staat te lezen op de achterflap van een studie naar Noord-Europeanen die zich in Zuid-Europa vestigen. De tekst vervolgt: ‘Waarom niet op een boederijtje in Frankrijk, in een Spaanse molen, of op een Portugese quinta?
Een disharmonisch tegengeluid
Ali Bader is columnist en (oorlogs-)verslaggever voor Arabischtalige nieuwsmedia en heeft een tiental fictiewerken geschreven met Papa Sartre (2001) en The Tobacco Keeper (2008) als bekendste titels.
Een lekker tussendoortje
Jean Echenoz is een Franse auteur die in 1999 voor zijn roman Ik ben weg de Prix Goncourt won. Geen kleine jongen dus. Hij waagde zich eerder, naast romans, verhalenbundels en novellen, aan boeken over bijzondere personen (Maurice Ravel, Emile Zatopek, Nikola Teska).
Een mens van vlees en bloed
Het is niet vreemd dat juist nu een vertaling wordt uitgebracht van Chelsea Girls uit 1994 van de Amerikaanse dichter en schrijfster Eileen Myles. Het boek landt te midden van andere levensportretten, variërend van Midden in een jazztijd (1931) van Knud Sønderby tot Roaring nineties (2016) van Jannah Loontjens en Moskouse nachten (2017) van Nigel Cliff.
Stinkende lijven en slapeloze nachten
Dit jaar is het een eeuw geleden dat de Russische Revolutie plaatsvond. Die speelde zich af in etappes, met als hoogtepunten de maanden februari en oktober. De Amerikaan John Reed was er in oktober 1917 bij in de toenmalige hoofdstad van het tsarenrijk, Petrograd (Sint Petersburg), dat na 1924 zou worden omgedoopt tot Leningrad.
De lezer blijft peinzend en knikkend achter
Ilse Starkenburg is geen dichteres van de complexe, moeilijk te ontwaren metaforen – zoals veel, met name jonge puzzelpoeëten dat tegenwoordig vaak wel zijn. Toch kan Starkenburg met haar relatief eenvoudige en vaak spaarzame taalgebruik in een schijnbaar simpele vergelijking hele universa oproepen.
Anekdotes en essays
Of het niet wat pretentieus is, je debuut Vroege werken noemen, is de vraag op de achterflap. Behalve van ironie, getuigt het ook van lef, wat eigenlijk wel past als het gaat om een essaybundel – niet bepaald het populairste genre in de letteren.
Couperus op pad
Er zijn maar weinig Nederlandse schrijvers van het begin van de 20ste eeuw of langer geleden die nog gelezen worden door het hedendaagse literaire publiek. En nog minder schrijvers hebben een Genootschap dat hun werk onder de aandacht probeert te brengen.
De caleidoscoop van Anna
Betoverend mooi vonden we het als kind, zo’n bedrieglijk eenvoudige kijkbuis (waarvan de naam al net zo betoverend bleek te zijn) waarin aan het uiteinde gekleurde splintertjes zaten die, als je de kijker ronddraaide, steeds andere kleurige vormen aannamen – iedere keer weer anders maar telkens één symmetrisch geheel.
‘Onkreukbaar, rechtschapen, moedig en integer’
Advocate Britta Böhler, bijzonder hoogleraar Advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam, heeft een idool: Atticus Finch. Hij is de hoofdpersoon in To Kill a Mockingbird, de klassieke coming of age-roman van Harper Lee.
Recent
25 januari 2016
Concept als excuus
Het gelukkige schrijven is een bundel van 35 essays. In deze bundel probeert Kees ’t Hart zijn vinger te leggen op wat nu precies ‘het gelukkige schrijven’ is. Hij pretendeert niet het gelukkige schrijven ooit zelf bereikt te hebben.
