Piet Gerbrandy is dichter, classicus, docent en essayist. In zijn boek Het woord en de wereld laat hij in ruim twintig essays zien hoe deze vier domeinen van zijn werkterrein samenkomen, sterker nog, noodzakelijk zijn in hun samenhang. De essays zijn geschreven tussen 2018 en 2024 en bestrijken diverse terreinen: van religie tot de klassieke oudheid, van filosofie, Griekse en Latijnse schrijvers tot aan moderne poëzie. Vanuit verschillende invalshoeken en wetenschappen hebben mensen volgens Gerbrandy geprobeerd antwoord te geven op de eeuwige vragen: ‘Wie zijn wij? Hoe staan we in de wereld? Wat is schoonheid? Hoe moeten we handelen?’
Ook Gerbrandy zelf buigt zich over deze vragen, waarbij zijn dichterschap leidend is in zijn zoektocht naar antwoorden, zoals de ondertitel van dit boek al aangeeft: Duidingen van een dichter. Maar je zou deze ondertitel ook anders kunnen lezen: er staat immers niet: duidingen door een dichter. Je zou je ook kunnen afvragen welke dichter er geduid wordt. Want dit boek gaat over veel dichters, die allen zoeken naar wat zij ‘aan de wereld kunnen toevoegen.’
Poëzie als middel tot begrijpen
Alles wat mensen naar elkaar willen overbrengen, geschiedt door middel van taal die ‘zowel verheldert als vertroebelt.’ In den beginne was het woord en dan met name beeldspraak en metafoor, zegt Gerbrandy. ‘Het is het enige gereedschap dat ons […] ten dienste staat om greep te krijgen op het geheel waarvan we zelf deel uitmaken.’ Poëzie zou daarbij het middel bij uitstek zijn om te begrijpen ‘wie, wat en waar we zijn’ omdat zij zich het meeste bedient van beeldspraak. Hij haalt daarom ook Aristoteles aan: ‘Poëzie onderzoekt wat het is te zijn’.
Verrassend genoeg begint Gerbrandy zijn zoektocht naar samenhang en betekenis niet bij de hem zo vertrouwde klassieke oudheid, maar bij de dichter Lucebert (1924-1994) en het geheim dat hij zijn hele leven bij zich droeg. Namelijk dat hij nazistische en antisemitische opvatting zou hebben gekoesterd terwijl hij zich eerst keerde tegen oorlogsgeweld en onderdrukking. Gerbrandy onderzoekt of er in Luceberts poëzie sporen zijn aan te wijzen die duiden op sympathie voor het gedachtegoed van de nazi’s. Een gedegen analyse waarbij Gerbrandy diep ingaat op enkele gedichten van Lucebert en tot verrassende conclusies komt, maar nergens een oordeel velt.
Heldere taal
Andere dichters wier werk zorgvuldig en indringend wordt onderzocht zijn onder anderen Gorter, Sasja Janssen, H.C. ten Berge, Hans Faverey en Annemarie Estor. Het betoog van Gerbrandy over het werk van deze dichters is scherpzinnig en verrassend en biedt verschillende nieuwe inzichten in de analyse van poëzie. Belangrijk is dat hij zich in deze analyses niet verliest in vage bespiegelingen. Dat maakt zijn essays buitengewoon leesbaar, ook al zou je nog nooit iets hebben gelezen over de onderwerpen die Gerbrandy tegen het licht houdt. Niet iedere lezer beheerst de kennis van Grieks of Latijn, maar dat hoeft geen belemmering te zijn om deze essays te lezen; Gerbrandy neemt je mee naar de klassieke oudheid, waar hij je rondleidt en je nieuwsgierig en enthousiast maakt over alles wat hij erbij vertelt.
Zoals bijvoorbeeld de essays over de Romeinse dichter Ovidius en zijn Metamorfosen, de Griekse Pindarus of de verteller Claudius Claudianus, over wie Hella S. Haasse Een nieuwer testament schreef. Het is Gerbrandy’s grote kracht dat hij het gedachtegoed van deze mensen naar onze tijd kan halen door te laten zien dat hun verhalen en mythen van alle tijden zijn:
‘Er is geen definitieve interpretatie, en iedere versie heeft evenveel bestaansrecht. het lichaam van de mythe trekt bij elke herneming een ander kleed aan, een weefsel van woorden die ertoe uitnodigen betekenis toe te kennen aan wat zich mogelijk onder de taal bevindt.’
Nieuw licht op de bijbel
Van de Klassieke Oudheid en haar goden is het een kleine stap naar een hoofdstuk over het ontstaan van offeren en dan vooral de overgang van mensenoffers naar het doden van dieren vanuit een religieuze overtuiging. Gerbrandy geeft een verklaring die aannemelijk is: ‘In eerste instantie is het waarschijnlijk een sociaal automatisme geweest: ik neem iets, dus ik moet iets geven. Het omgekeerde geldt eveneens: ik geef iets, dus mag ik verwachten iets te krijgen.’ Later wordt het offer getransformeerd tot een zoenoffer voor eerwraak tussen twee strijdende partijen om verder bloedvergieten te voorkomen.
Ook het Christendom kent mensenoffers: de kruisiging van Christus, die Gerbrandy een ‘Unschuldskomödie’ noemt, ‘een vorm van ritueel gesjoemel’, omdat ‘zowel offeraar als slachtoffer wist dat de laatste na zijn dood opnieuw zijn comfortabele positie naast zijn vader zou kunnen innemen.’
Gerbrandy noemt zichzelf een ‘ex-gereformeerde classicus’ en werpt vanuit die positie een geheel nieuw licht op de Bijbel en verschillende verhalen daaruit. Vooral zijn verhandelingen over het Hooglied en het verhaal over Job zijn verrassend en de bevindingen van Gerbrandy zijn goed onderbouwd. Hij komt tot de volgende conclusie: ‘het is in de eerste plaats de literaire kwaliteit van Job die me omverblaast, maar de strekking als zou de mens niets vermogen ten overstaan van hogere krachten, of je die nu God, het Lot, het Toeval of de Natuur noemt, blijft onverminderd actueel.’
Het belang van kennis vergaren
De enige manier om je staande te houden in een verwarrende wereld is volgens Gerbrandy in zijn essay De vorstin der dingen, het vergaren van kennis over die wereld. Niet per se via het onderwijs, al kan dat wel een helpende hand reiken, maar vooral door verhalen en door poëzie, omdat de literaire traditie universele waarheden bevat die via symbool en metafoor worden overgeleverd. Waarheid en werkelijkheid worden duidelijk door ze in taal te vatten. Taal en teksten geven inzicht in ons bestaan. Een brede intellectuele ontwikkeling is noodzakelijk om je te kunnen weren in het maatschappelijke leven. ‘Eruditie is niet ouderwets. Eruditie zou de 21st century skill bij uitstek kunnen zijn.’ Gerbrandy pleit voor een samengaan van traditie en experiment bij het verwerven van kennis.
Een voorbeeld daarvan geeft hij als hij in de Metamorfosen van Ovidius en het Symposium van Plato verbinding legt met de hedendaagse maatschappij: de verkrachting van vele vrouwen door Zeus. de oppergod van het Griekse godendom, de huidige Me too– beweging en de Epstein files hebben te veel overeenkomsten om te negeren als het gaat om man-vrouw-verhoudingen en de moderne opvattingen daarover. De bruggen over de kloof tussen vroeger en nu kunnen alleen geslagen worden door een grondige verdieping in de materie die te vinden is in de literatuur, de dichters en de taal. Lees Gerbrandy en word wijzer.
Titel
auteur