• Lezen over Oekraïne

     

     

     

    Grensland. Een geschiedenis van Oekraïne

    De oorlog in Oekraïne vraagt om meer kennis en inzicht om de huidige situatie te kunnen duiden.

    In het voorjaar van 2018 verscheen op deze website een verslag in drie delen van een bezoek aan Kiev dat recensent Huub Bartman een jaar daarvoor bracht aan deze nu zo onfortuinlijke stad. Bartman gaat daarin onder meer in op de geschiedenis van Oekraïne en geeft daarbij een aantal leessuggesties.

    Hieronder hebben wij er daarvan een paar voor u op een rijtje gezet. Maar lees vooral ook alle drie de artikelen, dat biedt meer samenhang. De link naar het eerste deel vind u hier. Vandaar uit kunt u door naar de delen twee en drie.
    Niet alle boeken zijn op dit moment nog verkrijgbaar, maar tweedehands of als e-boek kunt u ze waarschijnlijk nog wel vinden.

    Bij uitgeverij Van Oorschot is indertijd Grensland verschenen door hoogleraar Marc Jansen, met als ondertitel ‘Een geschiedenis van Oekraïne’, hier op Literair Nederland besproken door Adri Altink

    Lees hier de recensie van Adri Altink over Grensland.

    Een van de alinea’s luidt: ‘Oekraïne komt uit de Tweede Wereldoorlog te voorschijn als een Sovjetrepubliek, die door ‘de uitroeiing van de Joden, de deportatie van de Polen en de uittocht van de Duitsers’, zoals Jansen schrijft, ‘etnisch homogener (was) dan ooit. Maar dit ging wel gepaard met een aanzienlijke toestroom van Russen en druk op Oekraïners om zich meer aan de Russische omgeving aan te passen’. Als teken van de vriendschap met Rusland kreeg Oekraïne in 1954 de Krim ten geschenke – de donatie die in het conflict dat we in 2014 dagelijks krijgen voorgeschoteld, door Rusland als een historische vergissing wordt beschouwd. Wat in die naoorlogse jaren volgt is een nieuwe russificatie, waarin de terminologie verandert: Rusland heeft het niet meer over ‘inlijving’, maar over ‘hereniging’. Alsof slechts de geschiedenis recht wordt gedaan. Het lijkt in het vocabulaire van Poetin eveneens vetgedrukt te staan.’

    […]
    ‘Hij heeft een helder verhaal geschreven dat het inzicht vergroot in de achtergronden van het huidige conflict en het DNA van een nog zo kort als zelfstandige natie bestaande entiteit. Dat doet hij op voorbeeldige wijze. Het verdient alleen al bewondering hoe hij de lezer in alle chaotische verwikkelingen met vaak duistere motieven mee weet te nemen door nergens de grote lijn uit het oog te verliezen. Hij schrijft beeldend, laat literaire getuigen als Babel en Paustovski aan het woord, verheldert kernachtig begrippen, vermeldt betekenisvolle details en gebruikt smeuige citaten (‘Gratis kaas vind je alleen in een muizenval’). Bovendien is Jansen niet te beroerd om iets heel beknopt nog eens uit te leggen als het bij de lezer weggezakt mocht zijn’.

     

    Grensland. Een geschiedenis van Oekraïne
    Auteur: Marc Jansen
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Oorlog en kermis

    Olaf Koens was jarenlang verslaggever in Rusland en de voormalige Sovjet-Unie voor de Volkskrant en RTL Nieuws. Zijn boek Oorlog en kermis begint met de verdrijving van de Oekraïense president Viktor Janoekovitsj en de daarop volgende annexatie van het schiereiland de Krim door Rusland in de winter van 2014.

    In verslagvorm schrijft hij in het eerste helft van zijn boek over de annexatie van de Krim en de daarop volgende pro-Russische separatistische burgeroorlog in het oosten van Oekraïne.
    De tweede helft van het boek gaat over Rusland. Daarin trekt hij langs de randen van dit onmetelijke land.

    Huub Bartman schrijft: ‘Een goed beeld biedt het prachtige boek Oorlog en kermis van Olaf Koens. Koens besteedt daarin veel aandacht aan het conflict in het oosten van Oekraïne. De titel duidt op de bizarre, krankzinnige realiteit waarin veel mensen in Rusland en Oekraïne leven.’

    Oorlog en kermis
    Auteur: Olaf Koens
    Uitgeverij: Prometheus

    Rode hongersnood

    Rode hongersnood vertelt over de hongersnood die ontstond als gevolg van het beleid dat Stalin initieerde, waarbij hij de Sovjetboeren dwong hun land en bedrijf op te geven voor nieuwe collectieve boerderijen. Daardoor ontstond een enorm gebrek aan voedsel dat tussen 1931 en 1933 de oorzaak was van vijf miljoen doden, de ‘Holodomor’.
    Uit de flaptekst: ‘Anne Applebaum onthult in dit boek dat drie miljoen van deze doden, in de Oekraïne, niet slechts slachtoffer waren van een ongelukkig beleid, maar eerder van een doelbewust plan om een groot deel van de Oekraïense bevolking te vervangen door Russischsprekende boeren. Oekraïne moest, naast de graanschuur voor de Sovjetsteden, een buffer worden tussen de Sovjet-Unie en Europa. Toen de provincie in opstand kwam, sloot Stalin de grenzen en stopte hij de toevoer van voedsel. Een ongekende en catastrofale hongersnood was het gevolg.’

    Rode hongersnood
    Auteur: Anne Applebaum
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Nestorkroniek

    Nestorkroniek gaat heel ver terug in de geschiedenis. Op de flaptekst staat: ‘De Nestorkroniek is de oudste Oost-Slavische bron voor de geschiedenis van het Kievse Rijk, dat door Russen, Oekraïners en Wit-Russen als hun bakermat wordt beschouwd. De kroniek is in het begin van de twaalfde eeuw geschreven door monniken van het Kievse Holenklooster. Zij schetsen een levendig beeld van de geschiedenis, cultuur en samenleving van het rijk, hier ‘Roes’ geheten, vanaf het midden van de negende eeuw tot het tweede decennium van de twaalfde eeuw.’

    Huub Bartman over Nestorkroniek: ‘In Nestorkroniek, in Nederlandse vertaling van Hans Thuis verschenen bij uitgeverij VanTilt, wordt gesproken over het goudkoepelige Kiev, verwijzend naar de honderden Grieks-orthodoxe kerken in de stad. Daarvan is het huidige Kiev slechts een flauwe afspiegeling, al zijn de vele kerken nog steeds karakteristiek voor de stad. Het gerenoveerde Holenklooster stamt nog uit de tijd van Kiev-Roes.’

    Nestorkroniek
    Uitgeverij: Van Tilt

    Aleksandra

    Niet opgenomen in het verslag van Bartman, want heel recent, is de vorig jaar verschenen roman Aleksandra van Lisa Weeda. Aleksandra is gebaseerd is op de geschiedenis van haar Oekraïense familie.

    Op verzoek van haar grootmoeder (1924) is Lisa Weeda in deze geschiedenis gedoken.
    Haar grootmoeder werd op 18-jarige leeftijd door de Duitsers gedeporteerd vanuit het oosten van de Oekraïne om te gaan werken in de Duitse oorlogsindustrie. Zij kwam na veel omzwervingen in Nederland terecht. Weeda reisde de deportatieroute van haar grootmoeder achterstevoren na en verwerkte haar ervaringen in haar debuut.

    Lisa Weeda werd eind vorig jaar in de Volkskrant uitgeroepen tot literair talent van het jaar 2022.

    Sinds 17 februari 2022 houdt zij een dagboek bij in de NRC. Dat begint als volgt: ‘In de middag bereikt het nieuws mij en mijn familie in Nederland. Mijn oudtante Nina zit samen met nicht Ira en haar dochter Olja in een schuilkelder in Stanitsa Loeganskaja, aan de frontlinie van het oorlogsgebied in Oost-Oekraïne. Er wordt al een paar uur gebombardeerd. Net als acht jaar geleden zitten ze onder de grond, op provisorische bedden, tussen bij elkaar geraapte meubels, met wat eten en drinken dat ze in alle haast hebben meegenomen, te wachten tot het schieten voorbij is.’

     

    Aleksandra
    Auteur: Lisa Weeda
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Oogst week 8 – 2022

    De ploegscharen van Deik

    De ploegscharen van Deik is de nagelaten debuutroman van Scotty Gravenberch (1970-2020). Gravenberch was op de eerste plaats schrijver, meldt zijn broer in de Volkskrant van 9 september 2020 na Gravenberchs overlijden. Hij schreef gedichten, raps en verhalen. Geboren in Den Bosch uit een Nederlandse vader en Surinaamse moeder ging hij na de middelbare school in militaire dienst, waarna hij besloot filosofie te gaan studeren en had vervolgens allerlei banen om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij werkte bij verschillende culturele instellingen, was onder meer redacteur bij het televisieprogramma Het Blauwe Licht en daarna presentator van het programma Propaganda.
    In 1998 publiceerde hij Sinterklaasje kom maar binnen zonder knecht samen met activiste Lulu Helder en stond daarmee aan de wieg van de huidige zwartepietendiscussie.

    In 2018 verscheen een voorstudie van De ploegscharen van Deik in de Revisor. Nu heeft uitgeverij Jurgen Maas de roman uitgegeven. De hoofdpersoon is een televisiepresentator van het ochtendjournaal. Zich bewust van zijn eigen paranoïde trekjes begrijpt hij nauwelijks dat mensen alles geloven wat hij als journalist voorleest. Als hij dronken fulmineert tegen doofpotten, complottheorieën, politiegeweld en opgejaagde journalisten en uiteraard de zwartenpietendiscussie gaat deze opname viral en wordt Deik het middelpunt van maatschappelijke polarisatie. Hij vlucht weg van de wereld en wil zich bevrijden van hypocrisie en leugens. Vanuit een kelder schrijft hij over uitsluiting en verzet. ‘De geschiedenis mept ons allemaal in het rond, sommigen harder dan anderen,’ zegt Gravenberch bij monde van Deik.

    De ploegscharen van Deik
    Auteur: Scotty Gravenberch
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Geluksvogels

    In 1922 stelde Luigi Pirandello zich ten taak één verhaal voor elke dag van het jaar te schrijven. De eerste novelle ging terug tot 1894, het jaar waarin hij trouwde. Toen hij stierf in 1936 had hij voor dit project 246 verhalen geschreven. In Geluksvogels is een aantal van deze novellen samengebracht.

    Pirandello had een groot psychologisch inzicht. Dat, gepaard aan – soms donkere – humor en mededogen met de mens, maakt hem tot een veelzijdige schrijver. Die veelzijdigheid is terug te vinden in Geluksvogels. De verhalen zijn onder te verdelen in surrealistisch, Romeins en Siciliaans. Zo laat hij een geëxalteerde actrice het tegen een vleermuis opnemen, toont hij Romeinse saaiheid en  kleinburgerlijkheid en maakt hij van Siciliaanse boeren groteske personages die tegen de kerk strijden. Zijn beschrijvingen van het landschap grenzen soms aan het hallucinerende.

    Pirandello schreef toneel, poëzie, romans en verhalen. Hij is vooral bekend om zijn roman Iemand, niemand en honderdduizend, een ironisch maar ook humoristisch boek. In 1934 ontving hij de Nobelprijs voor literatuur. Hij is nog steeds actueel. Onderzoek naar Pirandello en zijn werk wordt onder meer gedaan door Studio di Luigi Pirandello in Rome en de Luigi Pirandello Stichting aan de KU Leuven.

     

    Geluksvogels
    Auteur: Luigi Pirandello
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Jouw afwezigheid is duisternis

    De IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson wordt een unieke vertelstem toegedicht, een die zweeft tussen poëzie en proza. Maar hij is meer dan dat, de stem getuigt ook van groot realisme, met details die de gebeurtenissen zich voor je ogen doen afspelen. En hij beschikt over een laconiek gevoel voor humor:
    Als de hoofdpersoon van Jouw afwezigheid is duisternis in een plattelandskerk naast een kleine fjord in IJsland wakker wordt, kan hij zich niets van zichzelf herinneren en weet hij niet wie hij is. Omkijkend ontdekt hij achter zich een man, aan wie hij vraagt: ‘Bent u soms de predikant van deze kerk?’ waarop de man antwoordt: ‘Alleen maar dat ik hier zit, maakt dat mij tot predikant? Ben je dan een bisschop omdat je dicht bij het altaarstuk zit? Ben ik een buschauffeur als ik naast de bus sta, een dokter als deze kerk een ziekenhuis zou zijn, een misdadiger of een bankdirecteur als we elkaar in een bank waren tegengekomen? En als ik dit allemaal zou zijn, hoelang ben je wat je bent, want verandert het leven niet constant wat je bent, dat wil zeggen, als je redelijk in leven bent – wanneer hou je op predikant of misdadiger te zijn en word je iets totaal anders? […] Wanneer heet iemand Dingdong of Snuffel en wat is een betere naam?’ Daarna gaat hij nog even filosofisch door.

    Even later wordt deze man de gids van de hoofdpersoon met wie hij op zoek gaat naar diens verleden. Tijdens de reis ontvouwt zich de wonderbaarlijke wereld van een fjord in IJsland. Onderweg ontmoeten ze opmerkelijke personages. Een kapitein is gefascineerd door Kierkegaard en weet alles over de filosoof, een dominee correspondeert met een Duitse dichter die allang is overleden en een vrouw op het platteland schrijft een artikel over regenwormen. Bij Stefánsson zijn gewone mensen veel interessanter en ook complexer dan ze op het eerste gezicht lijken.

     

    Jouw afwezigheid is duisternis
    Auteur: Jón Kalman Stefánsson
    Uitgeverij: Ambo Anthos
  • Oogst week 7 – 2022

    Vergeten reis

    De Argentijnse Silvina Ocampo (1903-1993) stamde uit een zeer bemiddeld bourgeoisgezin, waarin ze zich niet thuis voelde. Ze schopte nog al eens tegen zere benen, voelde zich het zwarte schaap, had liefdesaffaires met mannen en vrouwen, ging schilderkunst studeren bij de surrealist De Chirico en mocht, toen ze eenmaal schreef, Borges tot haar vrienden rekenen. Ze heeft tal van werken op haar naam staan, gedichten, kinderboeken en romans en korte verhalen.

    De eerste bundel met 28 sprookjesachtige vertellingen, Viaje Olvidado, verscheen in 1937 en is er nu in Nederlandse vertaling: Vergeten reis. Geen zoetsappige kost. Er staan nog al wat verhalen in over kinderen die, net als Ocampo zelf, het gevoel hebben er niet bij te horen en niet begrepen worden. Vaak zijn ze het slachtoffer van geweld door volwassenen uit hun eigen kring. In het eerste verhaal bijvoorbeeld, ‘Glazen zoldering’, levert dat zinnen vol angst op als een kind op bezoek is bij een oudtante: ‘Er was die dag niemand in de bovenwoning, behalve de lichte snikken van een meisje (dat ze net welterusten had gekust, maar dat niet wilde slapen) en de schim van een rok vermomd als tante, als een zwarte duivel met voeten verpakt in de bottines van een verdorven gouvernante’. Het schilderij van Munch op het omslag, The Gothic Girl, is dan ook treffend.  Annelies Verbeke verzorgde een nawoord.

    Vergeten reis
    Auteur: Silvina Ocampo
    Uitgeverij: Orlando

    Over de bouwkunst

    In de Middeleeuwen bestonden er geen architecten die als zodanig benoemd werden. De ontwerper en bouwkundige begeleider van een gebouw kon iedereen zijn: de toekomstige eigenaar, de handwerksman of iemand anders die verstand had van materialen en constructies. De Romeinen kenden nog wel een beroep als architect – zie de beroemde Vitruvius die al vóór Chr. over bouwen als kunst schreef – maar die leek voor de Middeleeuwers wel vergeten.

    Dat veranderde in de Renaissance toen Vitruvius werd herontdekt en in zijn spoor het beroep van architect een eigen status kreeg. Eén van de beroemdste Italianen die daarvoor opkwam was Leon Battista Alberti (1404-1472). Vanaf dan kennen we de architect als iemand die speciaal is opgeleid voor het ontwerpen van gebouwen in al zijn aspecten. Zijn beroemde traktaat De Re Aedificatoria verscheen in 2010 in het Nederlands als Over de bouwkunst. Uitgeverij Boom geeft er nu een nieuwe druk van uit onder dezelfde titel.

    Over de bouwkunst
    Auteur: Leon Battista Alberti
    Uitgeverij: Boom

    Hubertina

    De vrouw uit de titel van de nieuwste roman van Kristien Hemmerechts, Hubertina, werd geboren als Anna Hubertina Aretz (1893-1973). De schrijfster hoorde over haar via een archivaris van het Rode Kruis. Hubertina was een raadselachtige vrouw. In de Tweede Wereldoorlog hielp ze Joden in de onderduik, ze belandde ervoor in Ravensbrück en kwam zeer vermagerd terug. En dan zet ze zich een paar jaar later ineens in voor de Vlaamse Beweging waarin veel voormalige collaborateurs zaten. Die wending is nog maar één van de raadsel waar Hemmerechts tegenaan liep. Ze ontdekte dat er veel meer was in haar leven waarbij vraagtekens te zetten waren. Om die te beantwoorden dook de schrijfster de archieven in en las getuigenissen uit Hubertina’s leven. Onwrikbare verklaringen vond ze niet, zodat de romanvorm nodig was om inzicht te krijgen in wat er gebeurd kon zijn.

    Hubertina
    Auteur: Kristien Hemmerechts
    Uitgeverij: De Geus
  • Oogst week 6 – 2022

    Water scheppen met een lepeltje

    Wiebe Brouwer publiceerde verhalen en essays in literaire tijdschriften als De Gids en Hollands Maandblad. Onlangs debuteerde hij bij Van Gennep met Water scheppen met een lepeltje, het verslag van de laatste levensmomenten van zijn demente moeder. Welke keuzes maak je, wat is goed als het erop aan komt keuzes te maken voor iemand die dat zelf niet meer kan? Het is schier onmogelijk, toch moeten het gedaan worden. Met de laatste dagen van zijn vader in gedachten, die met alzheimer op een gesloten afdeling van een verpleeghuis wegkwijnde, wil hij dit zijn moeder niet aandoen. Zij blijft thuis, met een heel team aan thuiszorgers zal zij tot het einde in haar vertrouwde omgeving blijven. Schrijnend is dan te ontdekken dat moeder haar eigen (vertrouwde) omgeving niet meer herkend. Ze heeft het idee dat ze in een pension zit, wil naar huis.

    Tot hoever moet er nog medische zorg verleend worden, antibiotica bij een longontsteking of niet? Het laatste jaar met zijn moeder wordt bijgehouden in een logboek door het team aan verzorgsters, briefwisselingen met de zus, een vriendin van vroeger, afgewisseld met telefoongesprekken tussen moeder en zoon vanuit haar huis gevoerd.

    ‘Ben jij dat? Hoor ik jouw stem? Wat een geluk dat je me trof. Zeg eens, hoe zijn je kinderen? En hoe is je vrouw? Ik kwam hier toevallig voor een bezoek aan je vader. Maar hij is er niet. Waarschijnlijk is hij vertrokken naar een ander adres omdat het hem hier niet beviel. (…) Ik trof hier een aardige mevrouw die gewoonlijk voor hem zorgt en die kookt nu vanavond voor mij.’

    Sterk en aangrijpend proza van een zoon die zijn moeder ziet verdwijnen.

    Water scheppen met een lepeltje
    Auteur: Wiebe Brouwer
    Uitgeverij: Van Gennep

    Wachten

    Wachten is een fotoreportage van vluchtelingen die wachten in azc’s verspreid door Nederland op de behandeling van hun asielaanvraag. Mona van den Berg documenteert al twintig jaar het onrecht dat zich in de azc’s afspeelt. Op haar vraag waarom mensen zolang moeten wachten op de behandeling van hun asielaanvraag, werd ze overspoelt met cijfers, percentages en bureaucratie. Dit fotoboek is een reactie daarop. Foto’s van mensen die in de azc’s van Emmen, Schalkhaar, Almere, Harderwijk, Amsterdam, Den Helder, Hardenberg, Utrecht, Delfzijl, Luttelgeest, Sint Annaparochie, Heemserveen, hun leven voorbij zien gaan. De vele steden waar vluchtelingen worden ondergebracht is op zich al schokkend.

    Naast de foto’s in Wachten, zijn er gedichten en treffende passages uit de romans van Rodaan Al Galidi in opgenomen.
    In een nawoord schrijft Van den Berg: ‘Tijdens mijn rit naar azc Harderwijk mijmer ik. Het is onbegrijpelijk voor mensen in azc’s. Velen hebben hun familie al jaren niet gezien. Dit zijn mensen wier dromen en ambities verloren zijn gegaan.’

    Mona van den Berg is freelance fotograaf voor The Guardian, Vrij Nederland en Het Parool en hoofdredacteur van een serie bijlagen voor Trouw en de Volkskrant.

    Wachten
    Auteur: Mona van den Berg
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Oeverloos

    Nisrine Mbarki is dichteres, columnist, Arabisch vertaler en programmamaker voor Winternachten. Poëzie, theaterteksten en korte verhalen, van haar hand verschijnene regelmatig in literair tijdschriften als De Gids, Poëziekrant, De Revisor, Tirade en Het Liegend Konijn.

    Onlangs verscheen haar debuutbundel Oeverloos, poëzie die zich afspeelt op de rand van verschillende talen, en de gelaagdheid van het leven aanspreekt. In haar gedichten pelt ze als een archeoloog laagje voor laagje van die gelaagdheid af waardoor het aardse en mystieke, stad en natuur, reizen en stilstaan zichtbaar worden. Het is alsof ze de wereldkaart opnieuw tekent, grenzen verkent van de vrouw in haar rollen van moeder, dochter, echtgenote en schrijfster.

    Haar taal werkt even verstikkend als bevrijdend. Een debuut waarin oude verhalen van generaties terug en nieuwe verhalen samenkomen. Poëzie met een autonoom geluid.

    Oeverloos
    Auteur: Nisrine Mbarki
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Oogst week 5 – 2022

    Oreo

    Vrijwel elke liefhebber van de Amerikaanse literatuur kent Huckleberry Finn, de deugniet van Mark Twain. De machtige Mississippi trotserend probeert deze ietwat naïeve jongeman slaaf Jim naar het slavernijvrije deel van de Verenigde Staten te verschepen. Deze ‘Great American Novel’ biedt een voor zijn tijd kritische reflectie op rassendiscriminatie in de VS. Ongeveer een eeuw later, in 1974, schenkt Fran Ross een nieuwe heldin het levenslicht: Oreo, dochter van een joodse man en een Afro-Amerikaanse vrouw. Volgens uitgeverij Cossee hebben we hier te maken met een geestverwant van Pippi Langkous: wie Oreo lastigvalt, ligt even later kreunend in een hoekje.

    Fran Ross werkte kort voor de bekende komiek Richard Pryor, en diens invloed mist zijn effect niet. Oreo barst van de humor en parodieert het verhaal van Theseus. In de Angelsaksische wereld geldt het tegelijk als klassieker, wat racisme en gender betreft. Centraal staat de queeste van Oreo naar haar joodse vader, Sam Schwartz, die na Oreo’s geboorte richting New York gevlucht is. Ze verlaat haar zwarte milieu op het platteland en ervaart het stadse leven ten volle, met slechts haar vechtlust op zak. Deze Oreo is weliswaar geen koek om op te eten, maar wel een boek om van te smullen.

    Oreo
    Auteur: Fran Ross
    Uitgeverij: Cossee

    Komijnsplitsers

    Het Nederlandse literaire veld kan niet om Marieke Lucas Rijneveld heen. In 2020 wint hij de International Booker Prize met De avond is ongemak en ook Mijn lieve gunsteling oogst alom lof. De eer om The Hill We Climb van Amanda Gorman te vertalen ging uiteindelijk naar spoken word artist Zaïre Krieger, maar hierover wond met name conservatief Nederland zich op. Rijneveld bekeek het ontketende debat schouderophalend en ging door met doen waar hij goed in is. Zijn nieuwe dichtbundel Komijnsplitsers is het resultaat.

    Komijnsplitsers onderzoekt en herdefinieert het begrip ‘wonen’. Dit doet Rijneveld in acht verschillende onderdelen, nu eens redenerend vanuit een ruimte als wezen, dan weer vanuit een mens van vlees en bloed die tevergeefs zoekt naar persoonlijke groei en belonging. Rijneveld, zelf non-binair, weet als geen ander hoe het is te leven zonder breeduit vertegenwoordigde rolmodellen en zonder standaard groep waartoe hij al dan niet wordt gerekend. Daarbij bevraagt hij het autobiografische motto ‘Dichtbij jezelf blijven’. Want hoe kun je dichtbij jezelf blijven als je ‘Zelf’ steeds op weg is naar elders en uit zo veel ruimtes en personen bestaat? Zo frustreert Rijneveld een te autobiografische lezing en dat komt de bundel ten goede.

    Komijnsplitsers
    Auteur: Marieke Lucas Rijneveld
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Mijn broer

    Wederom is er een veelbesproken roman geboren uit het huwelijk tussen Scandinavië en literatuur. De Zweedse Karin Smirnoff geeft een eerste aanzet tot haar drieluik over Jana Kippo: Mijn broer. Smirnoffs literaire debuut maakt indruk: het werk is genomineerd voor de Augustpriset, de Zweedse Prix Goncourt. In Mijn broer bezoekt Jana haar aan alcohol verslaafde broer Broer, die nog altijd in het vervallen huis van hun jeugd woont, of wat voor wonen moet doorgaan. Ze delen een geheim over hun vader.

    Deze plot mag dan herkenbaar en weinig origineel lijken, alle recensenten zijn niettemin unaniem lovend in hun oordeel: Smirnoff kan en doet veel meer en vooral veel beter. Ze durft haar zinnen te beëindigen met louter punten, zonder komma’s, vraag-, aanhalings- of uitroeptekens. En ondanks de motieven die met familiedrama’s vergroeid zijn – seksueel misbruik, een nalatige moeder, religieuze indoctrinatie, een zwijgzame gemeenschap, verdwijningen en angstaanjagend natuurschoon – houdt Smirnoff de aandacht vast. Via de Oudtestamentische wraak en de Nieuwtestamentische vergeving neemt Mijn broer misschien zelfs even Bijbelse proporties aan.

     

    Mijn broer
    Auteur: Karin Smirnoff
    Uitgeverij: Querido
  • Oogst week 4 – 2022

    Het voorval

    Het eigen leven tot onderwerp van haar boeken maken. Dat deed de Franse schrijfster Annie Ernaux al vanaf het eerste boek dat ze in 1974 schreef, over haar kindertijd. Daarna volgden romans over haar adolescentie, haar huwelijk. Ook haar ouders waren met hun individuele wedervaren onderwerp van Ernaux’ literaire aspiraties, zoals de maatschappelijke ontwikkeling van haar vader en de ziekte van alzheimer bij haar moeder. In haar eigen leven waren afzonderlijke gebeurtenissen aanleiding voor een boek. Zo was daar L’Événement (2000), dat in 2004 onder de titel Het voorval werd uitgegeven door Singeluitgeverijen.

    Na het succes van De jaren (2020), een vermenging van autobiografische fictie en sociologie, is er nu een derde druk van Het voorval, eveneens in de vertaling van Irene Beckers. Tijdens een heel korte zomerrelatie raakt Annie zwanger. Al snel is ze ervan overtuigd dat ‘dat’ weg moet en ze besluit tot abortus. Een riskante onderneming, want abortussen geschieden dan nog clandestien. De zwangerschap dwingt haar ook na te denken over de relatie met haar moeder en over het feit dat zijzelf leven door kan geven. Neutraal, eerlijk en authentiek beschrijft Ernaux de feiten, zoals ze in al haar negentien boeken doet. Van Het voorval is een film gemaakt die in 2021 in première ging.

    Het voorval
    Auteur: Annie Ernaux
    Uitgeverij: Arbeiderspers 2021

    Een winter in Parijs

    Het driejarige racepaard Peres duwt per ongeluk tegen de deur van haar stal op het Franse platteland en als de deur opengaat stapt ze naar buiten, ziet iets liggen wat ze kent. ‘Ze bracht haar neus ernaartoe, snuffelde er wat aan en ontdekte het hengsel. Ze pakte de tas op en draafde van het stallenterrein af, de renbaan op. Serieus, dacht ze, voor een paard dat net een lange race met veertien hindernissen achter de rug had, barstte ze eigenlijk nog van de energie. Ze maakte een uitgelaten bokkensprong en brieste.’ Dan gaat het paard op weg, wat het begin is van een avontuur over vriendschap. Jane Smiley schreef met Een winter in Parijs een boek vol vriendelijkheid, troost en hoop, in de trant van Charlie Mackesy’s bestseller De jongen, de mol, de vos en het paard.

    In Parijs komt Peres hond Frida tegen, later komen er twee eenden bij en een raaf. Samen scharrelen ze in de winterse kou hun kostje bij elkaar. Als Peres de achtjarige Étienne ontmoet, ontstaat er vriendschap tussen de jongen en het dierengroepje. Étienne smokkelt de dieren die dat willen naar binnen en ook een rat sluit zich aan. De dieren praten samen, zorgen voor elkaar, hebben ieder een eigen taak en ergeren zich soms aan elkaar. Ze hebben alle eigenschappen en gedragingen die mensen ook hebben. Smiley vertelt het verhaal vanuit de verschillende perspectieven van de dieren en de jongen met ieder hun eigen, unieke persoonlijkheid. Het is een lief boek geworden.

    Een winter in Parijs
    Auteur: Jane Smiley
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam 2021

    De expeditie

    Het boek De expeditie schreef Wessel te Gussinklo op verbeten toon al in 1963, in drie maanden tijd. Hij was toen tweeëntwintig jaar. Uitgeverij Koppernik laat het nu voor het eerst in druk verschijnen. Hoofdfiguur Ronald spiegelt zichzelf een helder beeld voor van de volmaakte vrouw. Hij legt het zijn geliefde, Mirjam, dwingend op en verwacht dat zij eraan voldoet. Hij verlangt naar een symbiose, naar een compleet samenvallen met de ander. Maar Mirjam weigert aan dat beeld te voldoen en volgt haar eigen belangen.
    In De Groene Amsterdammer zegt Te Gussinklo in januari 2021 over De expeditie: ‘Helemaal per ongeluk, toen ik net tweeëntwintig was, begin ik een verhaaltje te schrijven. Plotseling, zomaar, schoot het uit mij voort. Mijn schrijverschap ontwaakte toen. Ik wist opeens: verdomd, dit is het, dit wil ik met mijn leven.’

    Eveneens is in deze uitgave van Koppernik Het meesterwerk opgenomen, een autobiografisch en soms hilarisch verslag over de moeilijkheden en mislukkingen die Te Gussinklo ondervond bij het schrijven, vanaf het voltooien van De expeditie tot aan de publicatie van De verboden tuin. Voor deze tweede roman kon hij tien jaar lang geen uitgever vinden.

    Te Gussinklo, bewonderaar van Dostojewski en Sartre, vindt zichzelf meer een schrijver van inzichten dan van verhalen. Zijn thema’s zijn veelal de strijd met het dagelijks bestaan, macht, ideologieën, tirannen, beelden en visioenen. In 2021 won hij de Boekenbon Literatuurprijs voor Op weg naar De Hartz, het vierde deel van de romancyclus over zijn alter ego Ewout Meyster.

     

    De expeditie
    Auteur: Wessel te Gussinklo
    Uitgeverij: Koppernik 2021
  • Oogst week 3 -2022

    Het woord voor rood

    Het woord voor rood van Jon McGregor is misschien wel het best te typeren als een roman over communicatie op allerlei niveaus. De roman, bestaand uit drie delen, begint met een expeditie op Antartica die mislukt. De groep van drie leden raakt elkaar kwijt tijdens een storm. Ze hebben geen contact meer. De expeditieleider Robert Wright (‘Doc’) weet het verblijf met de zendinstallatie terug te vinden, maar raakt buiten bewustzijn. Hij blijkt daarna door een beroerte  zijn spraakvermogen kwijt te zijn. Daardoor kan hij – in het tweede deel – eenmaal thuis ook met zijn vrouw Anna niet meer communiceren.

    Het derde deel beschrijft Roberts therapie die er toe moet leiden voldoende taal te hervinden om zijn verhaal te kunnen doen. Wat is er aan communicatie mogelijk als iemand afasie heeft?

    De roman kreeg in eigen land zeer lovende kritieken en Nederlandse lezers kunnen de auteur kennen van Zelfs de honden (2021) en Reservoir 13 (2018).

     

     

    Het woord voor rood
    Auteur: Jon McGregor
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Het huis aan het einde

    Naar koude streken, bovendien naar het noorden trok Irwan Droog vorig jaar met zijn vriendin Kim en hond Zorro. Hij verhuisde naar Selvær, een klein eilandje in de poolcirkel, terwijl in Nederland de eerste vaccinaties tegen covid-19 werden uitgedeeld: ‘ik werkte al vanuit huis, en de eerste lockdown hield me alleen maar meer binnen dan ik normaal gesproken al was. Toen de kans zich voordeed om me niet langer op te sluiten in mijn huurappartementje in Amsterdam-Noord maar te vertrekken naar een vrijstaand huis op het puntje van een verafgelegen eiland in de Noorse Zee, hoefde ik daar dan ook niet lang over na te denken. Ik loop al bijna twintig jaar rond met de wens langere tijd in Noorwegen door te brengen, sinds ik er op mijn achttiende voor het eerst een zomervakantie doorbracht. En sinds mijn reis naar Spitsbergen in 2018 werd die wens nog specifieker: een eiland, een Noors eiland, een mooiere plek kon ik me eigenlijk niet voorstellen’.

    Selvær is zo klein dat je het in een halfuurtje helemaal rond kunt lopen: ‘Zal dat echt voelen als een bevrijding, of zitten we daar net zo opgesloten als in mijn woonkamer thuis?’
    Het verblijf levert bijzondere ontmoetingen op waarvan Droog verslag doet in Het huis aan het einde, zijn debuut.

     

    Het huis aan het einde
    Auteur: Irwan Droog
    Uitgeverij: Thomas Rap

    Profane verlichting

    Wat opvalt aan het omslag van Profane verlichting van Johannes van der Sluis is de kleurstelling. Die doet meteen denken aan zijn vorige bundel gedichten Ik ben de Verlosser niet uit 2020. Daarin vroeg de dichter zich via zijn woonbuurt in Rotterdam, een kuuroord in Italië en een psychiatrische kliniek in Poortugaal af wat hij nog te zoeken had in een leven zonder baan en liefde.
    Profane verlichting is in zekere zin een vervolg. De liefde komt weer om de hoek kijken. Ze heet M. is de titel van het tweede gedicht, dat begint met de regels:

    Afgelopen keer
    in café De S.
    maanden geleden
    was het barmeisje
    met een lamp
    op weg naar het terras
    ik ging naar huis
    en zei tegen haar
    dat ik haar zou volgen
    ja volg mij
    ik verlicht het pad
    zei ze lachend
    (…)


    Profane verlichting
    Auteur: Johannes van der Sluis
    Uitgeverij: Lebowski
  • Oogst week 2 – 2022

    Sloop

    Anna Enquist (1945) is het pseudoniem van Christa Widlund-Broer. In 1991 debuteerde ze met de dichtbundel Soldatenliederen, waarmee ze de C. Buddingh’-prijs won, en inmiddels heeft ze een veelomvattend oeuvre met romans, novelles, korte verhalen, monologen en poëzie op haar naam staan. In 2014 en 2015 was ze stadsdichter van Amsterdam. Enquist volgde een conservatoriumopleiding. Muzikaliteit komt terug in een groot deel van haar werk, zo ook in haar nieuwste roman Sloop. Hoofdpersoon Alice is een componist met een grote toekomst die de belangrijke opdracht krijgt een jubileumstuk te componeren voor het Koninklijk Symfonie Orkest. Ondertussen houdt ze geheim dat ze om geld te verdienen onder een schuilnaam geluiden voor reclames schrijft. Verder wil ze, ondanks haar eigen moeilijke jeugd, niets liever dan een kind. Deze roman gaat over maken, scheppen, creëren, en vooral over het leven zelf.

    Sloop
    Auteur: Anna Enquist
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Wij kunnen dit

    Nelleke Noordervliet (1945) heeft niet alleen hetzelfde geboortejaar als Anna Enquist, maar al net zo’n uitgebreid oeuvre. Ze debuteerde in 1987 met Tine of de dalen waar het leven woont, een historische roman over Tine van Wijnbergen, de vrouw van auteur Multatuli. Hierna volgenden verhalenbundels, toneelteksten, poëzie, columns en romans. In 1994 won ze de Multatuliprijs voor een andere roman, De naam van de vader. In 2018 kreeg ze de prestigieuze Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. Noordervliets nieuwste roman, Wij kunnen dit, gaat over de liefde tijdens het coronatijdperk. Helen en Leo zijn allebei de veertig gepasseerd. Zij is een boekhandelaar die probeert het hoofd boven water te houden, hij een succesvolle ondernemer die een doel in zijn leven zoekt. Behalve Noordervliets liefde voor details bevat dit verhaal ook veel humor.

    Wij kunnen dit
    Auteur: Nelleke Noordervliet
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Ik zing in een andere taal

    Jila Mossaed (1948) is een auteur uit Iran die sinds 1986 in Zweden woont en ook pas vanaf dat moment Zweeds leerde, een taal die ze ‘de taal van ijs’ noemt. Ze bekleedt een positie als een van de achttien leden van de Zweedse Academie, een eeuwenoud instituut dat de kwaliteit van de Zweedse taal bevordert.  De Academie heeft ook de verantwoordelijkheid om de winnaar van de Nobelprijs van de Literatuur te benoemen. Soms schrijft Mossaed ook in het Perzisch. Ik zing in een andere taal is een poëziebundel met gedichten die geschreven zijn tussen 1997 en 2018 én de eerste vertaling van Mossaeds werk naar het Nederlands. Sjoerd-Jeroen Moenandar vertaalde deze poëzie niet alleen, maar schreef ook een nawoord.  In deze gedichten roept Mossaed beelden op die vertellen hoe het is om onderdrukt te worden, te vluchten en een nieuw thuis in een ander land te vinden.

    Ik zing in een andere taal
    Auteur: Jila Mossaed
    Uitgeverij: Wilde Aardbeien
  • Socialere context in autobiografische novellen

    De kelder

    Alle boeken van Thomas Bernhard (1931-1989) lijken op elkaar, alleen is het ene nog beter dan het andere. De autobiografische reeks van vijf novellen over de eerste twintig jaar van zijn leven waaraan Bernhard midden in zijn schrijverscarrière begon te schrijven, heeft binnen zijn oeuvre een speciale status verworven. De auteur doorbrak met deze novellen de lijn van een reeks romans en verhalen met geïsoleerd levende zonderlingen als hoofdpersoon. Alsof hij zich wilde verantwoorden waarom hij tot dusver altijd voor zonderlingen als personages had gekozen. Maar wellicht was er ook de drang om een gevoel van vernedering, van schaamte van zich af te schrijven. Want afgezien van de crisisjaren en de oorlog verliepen de vroege levensjaren van de als ongewenst geboren en door zijn moeder verstoten jonge Thomas Bernhard niet eenvoudig.

    Resoluut rechtsomkeer

    Met de verhaallijn van zijn eigen leven ontstond vanzelfsprekend een socialere context in plaats van de eendimensionaal uitgetekende figuren die tegen een geabstraheerd decor in een nagenoeg plotloos proza verzinken in hun eigen gedachtenspinsels. Deze novellen over zijn jeugd – alle vijf verschenen bij uitgeverij Vleugels – kunnen tot zijn meest toegankelijke werk gerekend worden. De sociale betrokkenheid die er bij tijd en wijle doorheen schemert, is uitzonderlijk in Bernhards oeuvre. De novellen De Kelder (1981) en De Kou (1978) gaan over de sociale misère en grauwheid die het naoorlogse Salzburg in zijn greep hield. Er wordt de existentiële kern van leven en dood in aangeboord. De ontgoocheling en nooddruft in het naoorlogse, verscheurde Oostenrijk gaven daartoe aanleiding. Daarbij heeft Bernard zijn talent voor zwarte humor niet onbenut gelaten.

    De kelder (1976) gaat over Bernhards ervaringen in een kruidenierszaak waar hij in 1947 als zestienjarige ex-gymnasiast belandde. Op de eerste pagina maakt de ik-verteller op weg naar school, resoluut rechtsomkeert om in ‘tegengestelde richting’ naar het arbeidsbureau te gaan. Daar kiest hij voor een – niet voor de hand liggende – betrekking bij de levensmiddelenwinkel van buitenstaander Karl Podlaha, gelegen in de Salzburger achterstandswijk Scherzhauserfeld, die in Bernhards hyperbolische vocabulaire als ‘wanhoopsgetto’ en ‘voorhel’ wordt aangeduid. Deze abrupt genomen beslissing om zijn gehate school te verlaten voor een simpel baantje, loopt als een terugkerend Leitmotiv door deze novelle. ‘Twee mogelijkheden heb ik gehad, dat besef ik ook nu nog, de ene was zelfmoord, waarvoor me de moed ontbrak, en/of het gymnasium verlaten, van het ene moment op het andere, ik had geen zelfmoord gepleegd en was leerjongen geworden.’ 

    Afwijken van het aanvaardbare

    De ondertitel van De kelder luidt: een onttrekking. Een onttrekking aan de stroming, aan het algemeen aanvaardbare, op basis van een intuïtief genomen besluit blijkt uiteindelijk levensreddend en typeert de naamloze ik-persoon. De alwetende verteller permitteert zich hier en daar af te wijken van de werkelijke levensloop van Bernhard en stuit de lezer op verschillende passages waarin de taal wordt beschouwd als een ontoereikend instrument om de waarheid te dienen. De tekening van het verhaal is realistischer dan we van hem gewend zijn, maar de focus ligt op de uitvergroting van de geestelijke processen van de ik-persoon die een zelfbewuste groei in autarkische richting doormaakt.

    Diens daad om het gymnasium te verlaten en een burgerlijke carrière inruilt voor een betrekking in de armoedigste buurt van Salzburg wordt uitzonderlijk belicht. Het verhoudt zich onweerlegbaar tot de tegendraadse geesteshouding van de controversiële schrijver zelf. Om de uittekening van zulke geestelijke processen ruimte te geven, neemt het verhaal groteske vormen aan en wordt de omgang van de ik-persoon met de buiten de sociale orde geplaatste outcasts sterk geïdealiseerd. Dat hij na een jaar het baantje even makkelijk vaarwel zegt om zijn roeping in de muziek te volgen, is verhaaltechnisch wat minder geloofwaardig. Maar toont des te meer de geestelijke ontwikkelingslijn in zijn levensverhaal. Het levensreddende, het ontkomen aan de dood, is in feite één lange aanzet tot creativiteit, zijn rijping tot kunstenaar. 

     

    Bestel hier het boek.

     

    De kelder
    Auteur: Thomas Bernard
    Uitgeverij: Vleugels

    De kou

    De novelle De kou; een isolement (1981) begint met de verpleging van de ik-persoon als gevolg van een aan het einde van De Kelder opgelopen kou. Opgenomen in het sanatorium valt hij buiten de groep omdat hij de enige blijkt zonder open tuberculose. Hij moet zijn uitzonderingspositie, tegen de stroom in, bevechten. In een grimmige, sarcastische toon tekent Bernard het verblijf in het sanatorium onder de hoede van een regime van nationaal-socialistische geneesheren. Het is een vijandige omgeving, waar iedereen is gekomen om te sterven. Maar de ik-persoon wil genezen in plaats van sterven. Maar voor zijn eigen bestwil moet hij die wens geheim houden en zijn omgeving, met name de artsen, misleiden. Voor de schijn doet hij mee met de zieken. 

    Voortjagende stijl

    In deze tijd komt hij voor het eerst in aanraking met een boek dat hem raakt: Demonen van Dostojevski. Dat Bernard is beïnvloed door Dostojevskis stijl blijkt zonder meer uit de meeslepende, bijna koortsachtig voortjagende stijl, de drang te overleven in deze wereld, dit waanzinnig doolhof. De ik-persoon neemt zich voor belangrijke zaken te noteren op kaartjes, om ze niet te vergeten: ‘Ik dacht dat ik alles van de vergetelheid moest redden, uit mijn hersenen op de kaartjes, wat er ten slotte honderden waren, want ik vertrouwde mijn hersenen niet, ik was het vertrouwen in mijn hersenen kwijtgeraakt, (…).’ Meer dan in zijn andere boeken wordt met de herhaling van bepaalde sleutelwoorden – zeer typisch voor Bernhard – een existentiële noodzaak blootgelegd. 

    Temidden van al zijn potentiële tegenstanders is er één rots in de branding: ‘mijn grootvader, mijn privéfilosoof’. De ik-persoon – in wie toch echt niemand anders dan de jonge Thomas Bernhard kan worden gezien – schrijft zich hier duidelijk in de voetsporen van zijn grootvader die eveneens auteur was, ‘Tegen de zinloosheid in opstand komen en beginnen, werken, denken in louter zinloosheid.’ 

    Enkel leven voor de kunsten

    De appel valt niet ver van de boom. ‘Mijn grootvader had mij de waarheid verteld, niet slechts zijn waarheid, ook mijn waarheid, de waarheid überhaupt, en daarbij ook meteen de totale vergissing van die waarheden (…) Mijn grootvader heeft altijd de waarheid gezegd en zich volkomen vergist, net zoals ik, net zoals iedereen. We zitten in de vergissing als we denken in de waarheid te zitten, en omgekeerd. Absurditeit is de enige mogelijke uitweg. Ik kende die weg, de weg waarlangs je verder komt.’ De weg die hem tegen de gangbare richting in stuurt. Alleen daar zijn antwoorden te vinden op vragen als: ‘waar kom ik vandaan, waar ben ik thuis?’ 

    Symbolisch voor het geestelijke groeiproces in De kou is dat de ik-persoon eerder opkeek naar een kunstzinnige en eigenzinnige kapelmeester,maar aan het eind de rollen zijn omgedraaid: de ik-persoon is opgeklommen tot voorbeeld voor de kapelmeester. Het ‘ja’ zeggen tegen het leven en het kiezen voor het kunstenaarschap blijken twee loten aan dezelfde stam. De kunstenaar immers, is ‘de van het leven bezetene, de kunstenaar, de verder willende’. Aan het slot is de ik-persoon tot inzicht gekomen dat hij zichzelf beter geneest door weg te blijven van de artsen en dat slechts kunst, met name muziek, hem ware genezing kan bieden.

    Levenslessen

    Nadat Bernhard met deze autobiografische verhalen zijn levensweg had uitgetekend en zijn uitzonderingspositie rechtvaardigde, sneed hij in de daaropvolgende boeken een luchtiger soort nihilisme aan met meer ruimte voor het impliciet komische in de clash tussen waan en werkelijkheid. Meer speelruimte voor de lachfilosoof en de levenskunstenaar. Hoofdpersonen uit zijn latere werk blijken een stuk levensvatbaarder. Ze hebben zich bevrijd uit hun zelfbedrog en lopen zich niet langer te pletter in blinde wanen. Alsof ze zich hebben laten inspireren door de levenslessen uit de autobiografie van Thomas Bernard, hun geestelijke vader. 

     

    Bestel hier het boek.

    De kou
    Auteur: Thomas Bernard
    Uitgeverij: Vleugels (2021)
  • Oogst week 51 – 2021

    Het spettert geluk

    De erelijst van schrijver Tomas Lieske is ontzagwekkend: de VSB Poëzieprijs, de Libris Literatuurprijs, de Inktaap en de Littéraire Witte Prijs staan reeds op zijn palmares. Na boeken als Dünya, Honderd hoge dagen en Gran café boulevard vervaardigde Lieske een in Parijs spelende poëziebundel, genaamd Het spettert geluk. Normaliter ontleent een dichtwerk zijn kracht niet per se aan een plot, maar daarop vormt Lieskes recentste uitgave een uitzondering. Lieske (pseudoniem van Antonius Theodorus van Drunen) vertelt hier het verhaal van maatschappelijk verstoten zwervers in de Franse hoofdstad: een perfect decor voor de donkere dagen rond Kerst.

    Zonder hier al te veel over de inhoud prijs te geven zal de literatuurliefhebber zijn geluk op kunnen wat intertekstualiteit betreft: de Klassieke Oudheid, de Bijbel, de Verlichting: ze zijn volop aanwezig. Het spettert geluk doet denken aan Iason en de Argonauten, de Ark van Noach en Les Misérables. Bovendien wordt één van Lieskes eerdere bundels, Keto Stiefcommando, nieuw leven ingeblazen. De gelijknamige Afrikaanse banlieu-bewoner brengt de verstotenen namelijk onder in een boot, die tijdens een reis over én door de Seine op allerlei opmerkelijke overblijfselen van oude en moderne culturen stuit. Van scooters tot sarcofagen…

    Het spettert geluk
    Auteur: Tomas Lieske
    Uitgeverij: Querido

    Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden

    Soms komen talige vondsten uit onverwachte hoek. Radio 538 had jarenlang de rubriek ‘Een woord dat je niet zo vaak hoort’. En oké, het jolige gedoe en harde gelach nam je dan op de koop toe. Ook politici kunnen er wat van. Zo voelt Baudet zich geregeld ‘Spengleriaans angehaucht’ en noemt hij menslievende landgenoten ‘oikofoob’. Evers en Baudet bedrijven echter kinderspel vergeleken bij NRC-columnist Guus Middag, die onlangs het Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden uitbracht. Van 2012 tot 2020 verzorgde Middag bovendien voor Onze Taal de rubriek ‘Raarwoord’: een uitvoerige behandeling neologismen die andermaal bewijzen hoe leuk taal kan zijn.

    De schrijver van onder meer De wereld is weer plat, ja en De eerste keer heeft de afgelopen jaren niet bepaald stilgezeten met zijn compilatie. Hij vult immers 192 pagina’s met nieuwvormingen. Een losse greep uit Middags woordenboekje, waar uitgeverij Van Oorschot overigens ook een opsomming van geeft, zegt al genoeg: ‘beatlehaar’, ‘honduree’, ‘behangenees’, ‘allesdier’, ‘zwouten’. Een bijkomend aardigheidje van het verklarende zakwoordenboek is dat Middag elk exemplaar persoonlijk heeft ondertekend met een unieke opdracht. Met nóg meer nieuwe vondsten, misschien? Vooruit, nog ééntje dan: ‘matchboxrupsbandafdruk’.

    Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden
    Auteur: Guus Middag
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Minjan – mijn orthodox-Joodse ontmoetingen na mazzel tov

    De non-fictieroman Mazzel tov betekende de definitieve doorbraak voor de Vlaamse Margot Vanderstraeten. De Standaard en het NRC prezen haar om haar integriteit en medemenselijkheid in dit boek over de Joods-orthodoxe gemeenschap. Ze won er zelfs de E. du Perronprijs mee. Nu schrijft Vanderstraeten hierop een vervolg, waarin ze het gesprek aangaat met allerlei vertegenwoordigers van de Chassidische cultuur. Niet iedereen was namelijk even tevreden met Mazzel tov… De titel Minjan betekent ‘een groep van minimaal tien volwassen mannen waarmee een joodse gebedsdienst kan plaatsvinden’. Hiermee stipt zij subtiel de rechtlijnigheid aan die zij kritisch en respectvol bevraagt.

    Strikt genomen is Minjan een reportage die de lezer langs de Chassidische kring in Antwerpen voert. Vanderstraeten levert kritiek, zij het niet onder de vlag van ‘satire’, de vrijbrief om zo kwetsend mogelijk uit de hoek te komen. Wel betoont ze zich een onbevangen, seculier en onafhankelijk denker. Respect is voor haar niet ‘leven en laten leven’, maar ‘er hard tegenin gaan’. Bovendien biedt zij een inkijkje in haar privéleven; haar vriend is ernstig ziek. Via een keur van interessante personen komt ze erachter dat behoren tot een groep naast nadelen ook voordelen biedt. En zoals het een reportage betaamt, voegen de foto’s couleur locale toe.

    Minjan - mijn orthodox-Joodse ontmoetingen na mazzel tov
    Auteur: Margot Vanderstraeten
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 50 – 2021

    Twaalf keizers – De verbeelding van de macht van de antieke wereld tot nu

    De Britse classica en hoogleraar Mary Beard schrijft over de oudheid, geldt als de bekendste classicus ter wereld en heeft al vele boeken gepubliceerd. Ze treedt regelmatig op in de media en maakt daarmee de oudheid bekend bij een breed publiek. Nu is er haar boek Twaalf keizers – De verbeelding van de macht van de antieke wereld tot nu. Het is een verrassend verhaal over tweeduizend jaar kunst- en cultuurgeschiedenis dat laat zien hoe macht eruitziet, wie er in de kunst worden herdacht en waarom.

    Volgens Beard hebben Romeinse heersers als de meedogenloze Julius Ceasar en de driftige Domitianus tweeduizend jaar model gestaan voor de beeldvorming van de machtigen en de rijken.

    In hoofdstuk 2 vertelt Beard dat in 2007 een ploeg Franse archeologen uit de Rhônebedding een marmeren buste opdregde waarvan ze aannamen dat het Caesar was. ‘Sindsdien is de kop onderwerp geweest van tientallen krantenartikelen en minstens twee tv-documentaires,’ schrijft Beard. ‘Over het belang van de vondst en over de vraag of het beeld inderdaad is wat wordt beweerd zijn archeologen en historici het nog steeds niet eens. De sceptici wijzen erop dat de kop uit de Rhône er toch echt heel anders uitziet dan de Caesar op de munten uit zijn tijd […] De voorstanders van de theorie leggen juist de nadruk op bepaalde overeenkomsten tussen de kop en kenmerkende trekken op de muntportretten…’.

    Twaalf keizers - De verbeelding van de macht van de antieke wereld tot nu
    Auteur: Mary Beard
    Uitgeverij: Atheneum

    De lunchroom

    In De lunchroom van Hans Muiderman probeert een man aan een tafeltje in een lunchroom een memorie te schrijven over zijn grootvader. Nadat hij jeugdherinneringen heeft laten passeren dwaalt hij in gedachten rond in zijn grootvaders lege huis en constateert dat de herinneringen onvolledig en vervormd zijn. Wat hij niet meer weet verzint hij erbij.

    Hans Muiderman is sinds 2010 full time schrijver. Begonnen als docent film aan de Theaterschool in Utrecht met lessen scenarioschrijven en filmanalyse schreef en redigeerde hij publicaties over media, kunst en cultuuronderwijs. Eerder publiceerde hij gedichten, schreef liedteksten, regisseerde cabaret en stond zelf op het podium. Hij is medeoprichter van Elders Literair, een platform voor literatuur, beeldende kunst, fotografie, film en architectuur. En hij is columnist bij Literair Nederland.

    Muiderman schrijft romans, korte verhalen en reisverhalen waarin herinneringen het steeds terugkerende thema vormen. Zijn hoofdpersonen hebben vaak een leegte in zich die zij proberen op te vullen met herinneringen, niet zelden aangevuld met fantasie. Want volgens Muiderman zijn herinneringen vals en vervormd en altijd een constructie van de verbeelding.

    De lunchroom
    Auteur: Hans Muiderman
    Uitgeverij: In de Knipscheer

    Verzamelde verhalen

    De Oostenrijkse schrijfster Ingeborg Bachmann (1926-1973) was een van de belangrijkste Duitstalige schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Ze studeerde filosofie, debuteerde met gedichten en schreef ook verhalen. Van de romantrilogie Doodsoorzaken voltooide ze alleen het eerste deel, Malina. Voor ze de andere delen kon afmaken overleed ze ten gevolge van een brand in haar appartement. Er zijn alleen fragmenten van deel III gepubliceerd.

    Uitgeverij Koppernik brengt de Verzamelde verhalen uit, met daarin dag- en weekbladpublicaties en ongepubliceerde verhalen die voor het eerst in het Nederlands zijn vertaald. Het boek bevat eveneens Bachmanns eerste verhalenbundel Het dertigste jaar waarin de nadruk op het intellect ligt. Ook de bundel Simultaan is opgenomen, waarin een aantal personages uit de romancyclus Doodsoorzaken voorkomt. In deze verhalen is er een grotere rol weggelegd voor liefde en gevoel.

    In Bachmanns werk gaat het vaak over destructieve krachten, en vrouwen komen er bij haar doorgaans slecht af. Niet zelden gaan ze ten onder in fysiek of emotioneel geweld. Bachmanns literatuur is droefgeestig. De dood ziet zij als ‘het enige toevluchtsoord voor de ontzettende krenking die het leven is.’ Deze scherpzinnige schrijfster paart diepe psychologische inzichten aan onverschrokken taalgebruik dat haar een eigenzinnige stem geeft.

    Verzamelde verhalen
    Auteur: Ingeborg Bachmann
    Uitgeverij: Koppernik
  • Oogst week 49 – 2021

    Een geest in de keel

    Caoineadh Airt O Laoghaire is een gedicht van de Ierse Eibhlín Dubh Ní Chonaill uit de 18de eeuw. Het is een ‘keen’, een traditionele klaagzang over de dood zoals die in de Schotse en Ierse orale literatuur bekend zijn. De ‘Airt O Laoghaire’ uit de titel is de man van de dichteres, die in 1773 werd doodgeschoten. De 21ste eeuwse Ierse Doireann Ní Ghríofa (1981) kende het als kind al van school.

    In haar debuutroman Een geest in de keel is ze een moeder van vier kinderen die tussen het stofzuigen en kolven door een verweerde kopie van de klaagzang terugvindt. Ze herleest en het gedicht gaat steeds meer spoken in haar keel. Ze zet zich aan een vertaling, maar verdiept zich ook in het leven van de dichteres en zet dat af tegen dat van haar zelf. Zo wordt Een geest in de keel een confrontatie tussen twee levens die in tijd twee eeuwen uit elkaar liggen en toch een verwantschap hebben. Het boek begint en eindigt met de diverse malen als een mantra herhaalde zin: ‘Dit is een vrouwelijke tekst’.

    Een geest in de keel
    Auteur: Doireann Ní Ghríofa
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Altijd weer opstaan

    Helga Schubert was tachtig jaar toen ze in 2020 de Ingeborg-Bachmann-Preis kreeg voor haar autobiografische verhalenbundel Vom Aufstehen. Ein Leben in Geschichten. Het opvallende was niet zozeer deze bekroning, want voor eerder werk sleepte ze ook al eens prijzen in de wacht, maar dat deze bundel het eerste boek van haar is dat na een stilte van achttien jaar weer eens verscheen. Ze noemde in een interview dat deze verhalen het beste waren dat ze geschreven heeft. Helga Schubert is het pseudoniem van Helga Helm.

    De verhalen in de bundel die nu in het Nederlands zijn vertaald als Altijd weer opstaan (ook de titel van het laatste verhaal) bestrijken een periode van ongeveer haar hele leven. Ze beschrijven in de ik-vorm haar tijd in de DDR en na de Wende in het nieuwe Duitsland en geven daarmee ook een persoonlijke schets van acht decennia Duitse geschiedenis. Sommige (jeugd)verhalen zijn verschrikkelijk (over haar liefdeloze moeder en over de controle door de Stasi bijvoorbeeld), andere juist poëtisch en begripvol. 

     

    Altijd weer opstaan
    Auteur: Helga Schubert
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    Om het hart terug te brengen. Liefde en geweld in Zuid-Afrika

    In Om het hart terug te brengen gaat de sinds 2004 in Nederland wonende Annemarié van Niekerk terug naar haar geboorteland Zuid-Afrika. Ze heeft op 15 augustus 2015 bericht gekregen dat haar vriend Ruben Gouws en diens moeder Tannie Hermien zijn vermoord. De twee moordenaars, twintigers, waren bekenden van Ruben. De reis terug is er niet alleen één in geografische zin, maar ook naar de tijd van haar jeugd.

    Het eerste deel van deze ‘memoir’ zet de schijnwerpers, onder de titel Die dag, op de dag van de moord in het onooglijke boerengehucht Ida in de Oostelijke Kaapprovincie. Op die 15de augustus wordt er op de deur geklopt van de woning bij het winkeltje van de moeder. Schoolhoofd Ruben woont bij haar in huis: ‘”Wie in vredesnaam kan dat zijn op de late zaterdagmiddag?” hoort Ruben zijn moeder roepen. “Dat komt wel heel erg ongelegen”. Nu is het hún tijd samen en die laat ze zich niet zomaar afpakken.
    “Blijf maar, Mammie, ik ga wel even kijken.” Als hij langs het keukenraam loopt ziet hij ze staan, Lucy en Matoni. Een paar jaar geleden had hij ze nog in de klas.’

     

    Om het hart terug te brengen. Liefde en geweld in Zuid-Afrika
    Auteur: Annemarié van Niekerk
    Uitgeverij: Atlas Contact