• Oogst week 45 – 2022

    Lof der zotheid

    Wie de biografie Erasmus. Dwarsdenker van Sandra Langereis las, weet dat diens Lof der zotheid, zoals wij die kennen de laatste versie is van een hele reeks herzieningen door Erasmus zelf. De ‘oerversie’ uit 1511 is nu bezorgd door de biografe in de vorm van een lees- en luisterboek. In haar inleiding schrijft Langereis dat Lof der zotheid ‘een denkbeeldige theatervoorstelling [is]. Van een als vrouw verklede man met een dubbeltalent voor ernst en humor, die de mensheid de ongemakkelijke waarheid vertelt met een goeie grap. De tekst is geboren uit boosheid en frustratie – zoals alle satire die ertoe doet’.
    De acteur maakte in zijn vrouwenkleding grapjes: ‘Grapjes die deze opvallend goedgebekte Vrouw dwaasheid zélf meteen weer listig ondermijnde, met sarcastische spotternijen aan het adres van de domme heren godgeleerden: och, had ze maar kunnen opkomen in de rol van Heer wijsheid oftewel Heer theologicus, verzucht Vrouw dwaasheid vilein, dan namen al die hooggeleerde heertjes in haar publiek haar onconventionele bijbelcitaten vanzelf serieus’. Langereis verzorgde voor dit boek een moderne hervertelling die ze zelf inleidt. De tekst wordt voorgedragen door Jorgen Heijdenrijk.

    Lof der zotheid
    Auteur: Erasmus
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Bevrijdingsdag

    Het titelverhaal uit Bevrijdingsdag van George Saunders begint zo:
    ‘Het is dag drie van Interim.
    Een tamelijk lang Interim, voor ons.
    Heel de dag vragen wij ons af: Wanneer komt meneer U. terug? Naar Podium? Zijn de Untermeyers (meneer U., mevrouw U., volwassen zoon Mike) tevreden? Indien ja, waarom? Indien nee, waarom niet? Wanneer wordt ons volgende keer gevraagd te Spreken? Over wat, in welke smaak?’
    Waar moet dat heen? Saunders schrijft bizarre verhalen rond buitennissige personages. Iedereen lijkt vast te zitten in zelf gecreëerde gevangenissen, vaak zonder dat ze dat door hebben.
    Saunders’ roman Lincoln in the bardo werd bekroond met de Man Booker Prize van 2017 en kreeg ook in Nederland fans van zijn geestige en bizarre verhaalwendingen. Voor wie zelf wil leren schrijven is zijn vorig jaar verschenen essayistische Een duik in de vijver in de regen verplichte kost. Aan de hand van korte stukken van Russische grootmeesters legt hij daarin zijn lezers uit hoe je een verhaal opzet en hoe je het vervolmaakt door te schrappen.

    Bevrijdingsdag
    Auteur: George Saunders
    Uitgeverij: De Geus

    Lot

    De verzameling verhalen met de titel Lot is het debuut van Bryan Washington (geboren in 1993 en nu wonend in Houston) uit 2019. Een jaar later werd zijn eerste roman gepubliceerd, die vorig jaar al in Nederlandse vertaling verscheen als Aandenken. De nu ook vertaalde bundel Lot bevat korte verhalen die een onderlinge relatie hebben via de naamloze Latijns-Amerikaanse hoofdpersoon die in veel gevallen de verteller is. Maar ook andere leden van het gezin waarvan hij deel uitmaakt duiken in de verschillende verhalen op. De verhalen schetsen een beeld van de melting pot die Houston is en van de coming out van de verteller in een milieu waarin homofilie op zijn minst wordt verdoezeld. Broer Javi is zelfs uitgesproken homofoob. Vanuit het perspectief van de verteller worden we meegetrokken in de levens van mensen die door een gesloten gemeenschap naar de marge worden gedrongen.
    Aan het project werkten dertien vertalers mee in samenwerking van het Expertisecentrum Literair Vertalen, het Vertalershuis Amsterdam en de uitgeverij.

    Lot
    Auteur: Bryan Washington
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
  • Oogst week 44 – 2022

    Sprookjesboek

    Godfried Bomans schreef meer dan zestig boeken, waaronder vele kinderboeken, en werd vooral bekend met Erik of het klein insectenboek en De avonturen van Pa Pinkelman, een absurdistische strip. Hij was een kenner van Charles Dickens en vertaalde de Pickwick Papers. Hij schreef humoristisch en ironisch, een stijl die weerklank vindt bij illustrator Thé Tjong-Khing.

    Deze veelgeprezen illustrator heeft sinds 1956 ontelbare boeken en verhalen geïllustreerd en strips getekend. Thé begon als tekenaar bij de Toonder Studio’s en werkte vanaf 1971 als freelance illustrator. De meeste illustraties zijn voor kinderboeken, waarvan alleen al zeven voor de Vos en haas boeken, een reeks van Sylvia Vanden Heede. Hij won met zijn werk vele prijzen, waaronder de Woutertje Pieterse-prijs en Gouden en Zilveren Penselen. In 2010 kreeg hij voor zijn hele oeuvre de Max Velthuijs-prijs.

    Uitgeverij Sunny Home verzocht Thé uit de sprookjes die Godfried Bomans schreef het Sprookjesboek samen te stellen en het te illustreren. Thé deed dat eerder met Bomans’ De gierige koning. Hij vindt het een eer en groot plezier om tekeningen te maken bij de sprookjes, omdat hij erg houdt van de ‘ietwat ironische, quasi-ernstige toon en verhalen met een donker randje’, zoals hij zegt.
    Thé heeft altijd affiniteit met de tekst. Zijn detaillistische stijl met pen en fijn penseel is magisch en tegelijkertijd realistisch. Gevoelens van personages worden door hem uitmuntend weergegeven en ook humor is in zijn tekeningen te vinden.

    Sprookjesboek
    Auteur: Godfried Bomans
    Uitgeverij: Uitg. Sunny Home

    Waarom een schilderij werkt

    Jurriaan Benschop is curator, kunstcriticus en schrijver en woont in Berlijn. Hij publiceerde boeken over Berlijn als kunststad, over Cezanne, over de drijfveren en opvattingen van hedendaagse Europese artiesten en over tentoonstellingen van toonaangevende Europese kunstenaars. Voor het magazine Artforum recenseerde hij meer dan zeventig exposities. Hij publiceerde interviews met kunstenaars en schreef essays en artikelen over kunst en aanverwante zaken in tijdschriften en tentoonstellingscatalogi. Ook houdt hij lezingen en is hij gastdocent bij kunstacademies in Europa en de VS, waar hij ook schrijfworkshops geeft.

    In Waarom een schilderij werkt laat Benschop de lezer kennismaken met tientallen hedendaagse schilders. Hij onderzoekt hun werk, hun thema’s en motieven, de manier van schilderen en de culturele achtergrond van de schilder. Daarmee probeert hij antwoord te geven op de vragen die hij zich voortdurend stelt: Waarom werkt dit schilderij, welke betekenis heeft het, kan het overtuigen? Eveneens behandelt hij kwesties als hoe we, behalve ernaar kijken, over kunst kunnen spreken en schrijven, en het doorgronden van een kunstwerk. De verhouding tussen concept en schilderkunst komt aan de orde, evenals bijvoorbeeld de vraag wanneer een schilder een colorist wordt genoemd. Verder verklaart Benschop waarom het bezoeken van een museum of een atelier zo veel voldoening kan geven.

    Het boek bevat kleurenreproducties van Nikos Aslanidis, Paula Rego, Rezi van Lankveld, Lara de Moor, Martha Jungwirth, Marc Mulders, Matthias Weischer, Daniel Richter, Louise Bonnet, David Benforado, Andreas Ragnar Kassapis, en van vele anderen.

    Waarom een schilderij werkt
    Auteur: Jurriaan Benschop
    Uitgeverij: Uitg. Van Oorschot

    Autobiografie tot op de dag van vandaag

    In Autobiografie tot op de dag van vandaag van Arjen Duinker staat het leven van de dichter zelf centraal. In Delft wel te verstaan, waar hij al vrijwel zijn gehele leven woont.

    Duinker debuteerde in 1980 met gedichten in Hollands Maandblad, maakte met K. Michel het gestencilde en handgeschreven tijdschrift AapNootMies (1982-1985) en publiceerde later zestien dichtbundels en een roman. Met zijn gedichten won hij belangrijke prijzen, waaronder de Jan Campertprijs en tweemaal de VSB-poëzieprijs. Hij werkt ook samen met internationale kunstenaars.

    Duinker doet niet mee aan de hedendaagse poëzietrend waarin het navelstaren veelal de regels vult en iedere minimale ervaring van de dichter breed wordt uitgemeten. Bij Duinker gaat het om de schoonheid, de verwondering van wat hij concreet aanschouwt, de absurditeit van het bestaan. Hij is wars van abstracties en metaforen. Zijn dichtregels bestaan uit klanken, ritmes, herhaling in heldere, korte regels.

    De Delftse binnenstad is in Autobiografie tot op de dag van vandaag een grote rol toebedeeld. Het boek is één lang gedicht, bestaande uit straten en straathoeken, winkels, cafés, meubilair en bloemen. ‘Ik ben ver weg geweest. Ik heb mijn ogen de kost gegeven. Ik ben in Delft geweest.’ Het meest houdt hij van de Baljuwsteeg, vertelt hij in een interview in Trouw, ‘omdat die nergens heen lijkt te gaan. Maar als je eruit komt, sta je opeens in een andere wereld, de grachtenwereld, met mooie panden, licht, water, intimiteit.’ En in de Autobiografie schrijft hij: ‘Ik loop door de Baljuwsteeg en ga de hoek om Naar de Voorstraat! Wat een hoek!’

    Vertalingen van Duinkers werk verschenen in Italië, Engeland, Frankrijk, Portugal, Australië, Iran, Finland en Rusland.

     

    Autobiografie tot op de dag van vandaag
    Auteur: Arjen Duinker
    Uitgeverij: Uitg. Querido
  • Oogst week 43 – 2022

    Dromen van de Karoo

    De stof voor Dromen van de Karoo van Julia Blackburn diende zich aan in de jaren 70 van de vorige eeuw, al zou het nog jaren duren voor ze een vorm vond om er een boek over te schrijven. Blackburn werkte destijds aan haar boek The White Man, dat in een aantal verhalen vertelde hoe gekoloniseerde volkeren de westerse beschaving zagen. Ze stuitte toen in de Openbare Bibliotheek van Londen min of meer bij toeval op een dikke pil, getiteld Specimens of Bushman Folklore van Wilhelm Bleek en Lucy Lloyd uit 1911: ‘Toen ik het opensloeg, zag ik een raadselachtige taal die wemelde van de uitroeptekens, streepjes en markeringstekens, vergezeld door vreemde, haperende vertalingen van verhalen en observaties, liedjes en herinneringen. Vrijwel meteen had ik het gevoel een wereld te worden binnengezogen die in niets leek op wat ik kende’.
    Die wereld was die van de /Xam, het volk dat ten zuiden van de Oranjerivier in de Karoo woonde en in de 19de eeuw bruut door kolonisten was verdreven. Het volk is inmiddels geheel uitgestorven, maar met het bibliotheekboek uit 1911 bleek hun taal te zijn gered. Blackburn besloot in 2020 naar de Karoo af te reizen, maar ondervond daarbij al snel de beperkingen van de corona-epidemie. Min of meer gedwongen verdiepte ze zich in de verhalen van de /Xam, het volk dat zich niet boven de natuur stelde, maar zich zag als een klein onderdeel daarvan. Dromen van de Karoo is rijk geïllustreerd met afbeeldingen uit het boek van Bleek en Lloyd.

    Dromen van de Karoo
    Auteur: Julia Blackburn
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    De kleine deugden

    De Italiaanse schrijfster Natalia Ginzburg, die ook acteerde in Het evangelie volgens Mattheus van Pasolini en een aantal jaren voor de Communistische Partij in het Parlement zat, schreef in 1960 al een essay dat De kleine deugden heet en gaat over de opvoeding van haar kinderen. Het is samen met tien andere opgenomen in een verzameling met dezelfde titel die in Italië al verscheen in 1972 en herhaaldelijk herdrukt werd. Nu is er een Nederlandse vertaling van. De elf essays zijn geschreven tussen 1944 en 1960. Ze hebben een autobiografische inslag maar hebben een bredere, universele draagwijdte. De schrijfstijl is zeer toegankelijk en beeldend. Zo begint het eerste essay, Winter in de Abruzzen, aldus: ‘In de Abruzzen zijn maar twee seizoenen: de zomer en de winter. De lente is sneeuwerig en winderig als de winter, en de herfst is heet en helder als de zomer. De zomer begint in juni en eindigt in november. De lange zonnige dagen op de lage, droge heuvels, het gele stof op de weg en de buikloop van de kinderen eindigen en de winter begint. Men leeft dan niet meer buiten: de kinderen op blote voeten verdwijnen van de kerktrappen’.

    De kleine deugden
    Auteur: Natalia Ginzburg
    Uitgeverij: Nijgh en Van Ditmar

    De fantasten

    In De fantasten schrijft journalist Ian Buruma over drie levens die je op het eerste oog niet meteen met elkaar zou verbinden.  Het eerste is dat van Felix Kersten de weldoorvoede masseur van Himmler die hem zijn ‘wonder-boeddha’ noemde. De tweede hoofdpersoon is Kawashima Yoshiko, een prinses van de Mantsjoes die zich graag als man verkleedde en in China voor de Japanse geheime dienst spioneerde. Tenslotte is er de in ons land zeer bekende Friedrich Weinreb, een chassidisch Joodse immigrant die geld van andere Joden aannam en beloofde dat hij hen van deportatie naar Polen zou redden, maar een aantal van deze mensen uiteindelijk verraadde aan de Duitse politie – zijn figuur leidde in Nederland vanaf 1970 tot een heftige polemiek tussen pleiters voor en tegen hem. ‘Ze waren’, zo schrijft Buruma in zijn Proloog, ‘alle drie Hochstapler. Deze term verwees oorspronkelijk naar een bedelaar die zich de manieren van iemand uit de hogere stand aanmeet wanneer hij in het nauw wordt gebracht. In het Nederlands wordt het woord meestal vertaald als oplichter, zwendelaar of opschepper en heel soms zelfs als hoogstapelaar (…) Weinreb, Kawashima en Kersten konden zo goed verhalen vertellen dat er lang na de oorlog nog steeds geloof werd gehecht aan een aantal van hun wildste verzinsels, in het geval van Kersten zelfs door vooraanstaande historici’. Volgens Buruma is zijn beschrijving hoogst actueel: ‘De drie hoofdpersonen komen akelig eigentijds over in een tijd waarin een Hochstapler uit reality-tv-programma’s president van de Verenigde Staten kan worden, waarin essentiële informatie als “nepnieuws” wordt afgedaan en waarin veel mensen geloof hechten aan de complot- en samenzweringstheorieën die opborrelen uit de collectieve verbeelding van het internet. Weinreb, Kersten en Kawashima verzonnen hun verhalen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, maar deze fantasten zouden zo uit de wereld van de sociale media kunnen komen. Er is, met andere woorden, geen essentieel verschil tussen de situatie tijdens de oorlog en de omstandigheden waarin we nu leven’.

    De fantasten
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 42 -2022

    Last

    Het belangrijkste thema uit het werk van de Nederlandse, van oorsprong Surinaamse schrijfster Ellen Ombre (1948) is de mens die tussen twee totaal verschillende culturen terecht komt. Dat wordt vooral duidelijk in haar roman uit 2004 Negerjood in moederland.
    Ombre werd in 1948 in Suriname geboren en verhuisde in 1961 naar Nederland. Zij zocht jarenlang – veelal tevergeefs – naar nieuwe feiten over het vroege Surinaamse Jodendom omdat zij waarschijnlijk net als haar hoofdpersoon Lot uit haar nieuwe roman Last een nazaat is van de zogenoemde Negerjoden. Dit waren afstammelingen van de plantagehouders, veelal Sefardische Joden, en hun tot slaaf gemaakten die woonden in een zeventiende-eeuwse landbouwkolonie, Jodensavanne.

    Lot raakt in Last geïnteresseerd in deze bevolkingsgroep en de geschiedenis van Jodensavanne en zet, in navolging van haar overleden vader diens onderzoek naar het begin van het Surinaamse Jodendom voort. In de persoon van ene Erwin Nassy, de laatste rasechte Sefard in Paramaribo, stuit ze juist op het einde ervan.

     

    Last
    Auteur: Ellen Ombre
    Uitgeverij: Nijgh & van Ditmar (2022)

    Witte schuld

    Toen de Britse schrijver Thomas Harding (1968) erachter kwam dat zijn voorouders  geprofiteerd hadden van de slavernij, wilde hij daar meer over weten. Wat begon met het stellen van wat vragen binnen de familie, werd al snel een breder onderzoek naar de rol van Groot-Brittannië in de geschiedenis van de slavernij. Harding ontdekte tot zijn schaamte dat die rol heel anders was dan hij altijd op school had geleerd. Hij wist niet beter dan dat Groot-Brittannië tot de tegenstanders van de slavernij behoorde en dat het land zich juist vooral had ingezet voor het afschaffen daarvan. In zijn gesprekken met afstammelingen van de tot slaaf gemaakten bleek dat zij de echte rol wel goed kenden.

    Zijn ontdekking en zijn onderzoek waren voor Harding de aanleiding om Witte schuld te schrijven. Daarin vertelt hij het verhaal van een slavenopstand in 1823 in een voormalige Britse kolonie, het huidige Guyana. De opstand begon op een kleine suikerplantage en groeide uit tot het begin van de afschaffing van de slavernij in het Britse rijk.
    Harding vertelt het verhaal vanuit het perspectief van vier personages: de tot slaaf gemaakte Jack Gladstone, de missionaris John Smith, de kolonist John Cheveley en de politicus en slavenhouder John Gladstone, vanaf de aanloop naar de opstand tot aan het rechtbankdrama dat erop volgde.

    Witte schuld
    Auteur: Thomas Harding
    Uitgeverij: De Arbeiderspers (2022)

    De singulariteit

    Dichter en vertaler Hans Kloos (1960) was zo enthousiast over het Zweedse origineel van De singulariteit van Balsam Karam (1983) dat hij maar meteen begon met het vertalen van drie fragmenten waarmee hij de boer opging. Hij wist uitgeverij Kievenaar te overtuigen van de kwaliteit van dit boek en inmiddels is De singulariteit daar verschenen.
    De wellicht onbekende Uitgeverij Kievenaar schrijft op hun website over de uitgeefplannen:  ‘Reken de komende jaren op veel proza en iets minder poëzie, op werk van voornamelijk buitenlandse schrijvers uit heden en verleden, wit, zwart, halfbloed, en vertrouw erop dat we […] er niet voor zullen terugdeinzen een bij tijd en wijle vertwijfeling en verwarring zaaiend mensbeeld te presenteren.’

    De singulariteit (een singulariteit is volgens Wikipedia ‘in het algemeen een ongewoonheid, iets waar de normale regels of wetten niet meer geldig zijn of niet meer toegepast kunnen worden.) bestaat uit drie verschillende delen. In alle delen gaat het om vrouwen die een groot verlies geleden hebben. De vrouwen hebben allemaal met elkaar te maken, maar wat, dat wordt pas duidelijk in de loop van de roman.

    Kloos noemt De singulariteit ‘een wonderlijk, prachtig boek’. De van oorsprong Iraans Koerdische Karam woont sinds haar zevende in Zweden en schrijft in het Zweeds. Op de site van literair tijdschrift Terras staan drie fragmenten, elk uit een ander deel die een indruk geven van de inhoud van het boek en de stijl van de auteur. Ook op de website van Hans Kloos is meer informatie te vinden.

    De singulariteit
    Auteur: Balsam Karam
    Uitgeverij: Uitgeverij Kievenaar (2022)
  • Oogst week 41 – 2022

    Wat zou Simone de Beauvoir doen? – Gids voor een authentiek leven

    Skye Cleary, filosoof, schrijver en spreker, heeft haar leven gewijd aan het populariseren van het werk van Simone de Beauvoir, een van de belangrijkste filosofen uit de twintigste eeuw en nog steeds populair. Uitgeverij Ten Have heeft nu Cleary’s eerste in het Nederlands vertaalde boek uitgegeven: Wat zou Simone de Beauvoir doen? – Gids voor een authentiek leven.

    Cleary roept op om in de geest van De Beauvoir authentiek te leven en schrijft: ‘De Franse existentiefilosoof Simone de Beauvoir zag authenticiteit als een fundamenteel aspect van de zin van het leven. Maar ze bedoelde er iets heel anders mee dan de bekende parade van gemeenplaatsen over trouw zijn aan een zuivere vorm van jezelf. (…) Voor De Beauvoir gaat “existentie vooraf aan essentie”, wat betekent dat ons bestaan (onze existentie) er eerst is en dat we de rest van ons leven bezig zijn met het vormgeven van wie we zijn (onze essentie). (…) In haar hele oeuvre (…) schetst ze de mogelijkheid van een authentiek leven waarin herkend wordt dat we altijd in relatie staan tot anderen.’

    De Beauvoir had ook moeite met het vinden van zichzelf en haar weg, net als veel mensen heden ten dage. Cleary maakt authenticiteit inzichtelijk met thema’s als romantiek, liefde en vriendschap, huwelijk en kinderen en de dood, en laat zien dat de lessen van De Beauvoir nog steeds geldig zijn.

    Wat zou Simone de Beauvoir doen? - Gids voor een authentiek leven
    Auteur: Skye C. Cleary
    Uitgeverij: Ten Have

    Flessenhart

    Flessenhart wordt door schrijver Robert Schuit van het boek als korteverhalenroman (kvr.) betiteld. Hij noemt het een nieuw literair genre dat hij uitvond toen hij onder de naam Joubert Pignon drie eerdere boeken schreef.

    In Flessenhart heet zijn grote liefde rosé, zonder hoofdletter, en zij wordt vergezeld door defaitisme en sigaret. De schrijver wil graag een beter mens worden en boven zijn verlangens en angsten uit komen. Uiteindelijk lijkt dat te lukken – hij beleeft een verrassend happy end – maar voor het zover is gaat Schuit gebukt onder verlangen naar liefde en vrouwen en verdriet om verloren liefdes. Bovendien beheerst de angst dat zijn zieke vader zal overlijden hem.

    Hij verlaat zijn lege huis, zwerft langs kringloopwinkels, door lege stations en door Brussel. Voor hij zijn nieuwe leven vindt, wordt hij zowel geholpen als tegengewerkt door oude vrienden, vrouwen, een dominee en zijn vader. Schuit beschrijft het allemaal absurdistisch en realistisch tegelijk.
    Robert Schuit is behalve schrijver ook tekenaar van cartoons.

    Flessenhart
    Auteur: Robert Schuit
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    De omwenteling – of de eeuw van de vrouw

    Suzanna Jansen werd vooral bekend met haar bestseller Het pauperparadijs, handelend over haar familiegeschiedenis in Veenhuizen, waar eind negentiende eeuw een kolonie voor de opvang en heropvoeding van wezen, armen en landlopers gevestigd was en die later een penitentiaire inrichting werd. In De omwentelingof de eeuw van de vrouw vertelt Jansen verder over Betsy, haar moeder, geboren in 1922, het jaar waarin vrouwen bij wet nog steeds als handelingsonbekwaam werden beschouwd.

    Jansen vertelt via het perspectief van haar moeder, haar oudere zus en van zichzelf over de maatschappelijke ontwikkeling en de vrouwenemancipatie. Ook in de voorbije eeuw werden vrouwen nog geacht ondergeschikt en dienstbaar te zijn en genoegen te nemen met minder loon dan mannen ontvingen, al of niet voor hetzelfde werk. Blijven werken na het huwelijk werd voor vrouwen veelal onmogelijk en als ongewenst beschouwd.

    Het kostte vrouwen veel strijd en tijd zich daaraan te ontworstelen. Toch was ‘de omwenteling’ niet te stuiten. Honderd jaar na Betsy’s geboortejaar hebben vrouwen meer rechten en is hun wereld niet meer beperkt tot keuken en huiskamer. Jansen toont aan dat de omwenteling traag tot stand is gekomen en dat de huidige genderverhoudingen in de emancipatie hun wortels hebben.

     

    De omwenteling - of de eeuw van de vrouw
    Auteur: Suzanna Jansen
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • Oogst week 40 – 2022

    Kroniek in steen

    Ismail Kadare (1936) is Albanië’s meest beroemde schrijver. In 1963 kreeg hij internationale bekendheid met zijn roman De generaal van het dode leger waarin een Italiaanse generaal twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog opdracht krijgt om in Albanië de stoffelijke resten van Italiaanse militairen op te sporen die daar omgekomen zijn bij gevechten met Albanese partizanen, Grieken en Duitsers. Kadare schreef daarna nog tientallen andere verhalen en romans, waarvan uitgeverij Atheneum nu Kroniek in steen uitgeeft in een vertaling van Hans de Bruijn. Kadare schreef het in 1971 en onder de titel Kroniek van de stenen stad verscheen het tweemaal eerder in het Nederlands.

    Het werk van Kadare heeft vaak een historische context, waarbij wraak, geruchten, afgunst en een koude omgeving met sneeuw, regen en kilte de belangrijkste ingrediënten zijn. In Kroniek in steen vertelt een jongetje van rond de tien jaar de lotgevallen van een niet bij naam genoemde oude stad in Albanië. Hij zwerft rond door stenen straten, markten en pleinen met waterputten. Hij komt in abattoirs en bezoekt salons waar oude vrouwen de toekomst voorspellen. De magie van het alom tegenwoordige bijgeloof wordt ruw verstoord door de Tweede Wereldoorlog en de werkelijkheid wordt afwisselend bepaald door Italiaanse, Griekse en Duitsers bezetters. Met een onbevangen kinderblik vertelt het jongetje wat hij waarneemt van communisten, fascisten, zigeuners, een vluchtende bevolking en uiteindelijk de partizanen, wier komst een nieuw begin inluiden. Ondertussen heeft hij een van zijn grootvader gekregen boek gelezen waardoor hij de betoverende kracht van taal heeft leren kennen.

    Kroniek in steen
    Auteur: Ismail Kadare
    Uitgeverij: Atheneum 2022

    In het labyrint – Nagelaten verhalen

    De literaire aantrekkingskracht van Franz Kafka (1883-1924) behoeft geen betoog. Zijn wereldberoemde Het proces heeft talloze lezers bekoord en weinig schrijvers kunnen erop bogen dat hun naam een bijvoeglijk naamwoord is geworden. “Kafkaësk” is zo ingeburgerd geraakt dat menigeen zich er wel een situatie bij kan voorstellen.
    De meester van de vervreemding, het beklemmende en het absurde heeft veel ongepubliceerde teksten nagelaten. Deze zijn allemaal verzameld in de Nachgelassene Schriften und Fragmente, waaruit In het labyrint – Nagelaten verhalen is samengesteld.

    De Franse literatuurcriticus Roland Barthes maakt een onderscheid tussen ‘leesbare’ en ‘schrijfbare’ teksten. De leesbare teksten zijn duidelijk, de lezer hoeft niet te gissen naar de betekenis van de woorden en zinnen. Bij de schrijfbare teksten is de betekenis multi-interpretabel waardoor er weinig zinnigs over gezegd kan worden. De teksten in In het labyrint zijn volgens de uitgever leesbare stukken. Het boek bevat een vrijwel afgerond verhaal plus andere, onaffe verhalen, maar ook losse uitgewerkte scènes en afzonderlijke zinnen waarmee Kafka een idee opschreef. Hoe kort of lang ook, de beelden die Kafka met zijn woorden oproept tonen altijd weer zijn fantastische, absurde en toch herkenbare wereldbeeld, waarin de humor niet ontbreekt.

    In het labyrint - Nagelaten verhalen
    Auteur: Franz Kafka
    Uitgeverij: Koppernik 2022

    Boekhandel in de bergen

    De Italiaanse Alba Donati (1961) maakte naam als dichter en literair criticus. Met haar werk won ze verschillende Italiaanse poëzieprijzen. Ze werkte voor tv en radio, vertaalde poëzie en had poëziecolumns in diverse kranten. Het Regionaal Orkest van Toscane zette haar gedicht Het lied voor de vernietiging van Beslan op muziek.

    Woonachtig in Florence neemt Donati het besluit om een nieuw project te starten. In haar geboortedorp Lucignana, waar 170 mensen wonen, opent ze een boekhandel. In Boekhandel in de bergen, het dagboek waarin ze haar werk in de boekhandel en het leven in Lucignana beschrijft, tekent ze op: ‘Het idee van de boekhandel kwam op een nacht kant-en-klaar, ingepakt en wel, bij me aankloppen. Het was 30 maart 2019. (…) Ik had weinig geld: ik moest iets verzinnen.’

    Na een paar weken al breekt er brand uit in Donati’s boekhandel, maar met hulp van haar dorpsgenoten en jeugdvrienden komt ze er bovenop. ’s Nachts leest ze, overdag runt ze de winkel. ‘De pakketjes voor de vrouw in Salerno en haar twee dochters zijn bijna klaar. Dit is hoe ik op het idee ben gekomen om een boekhandel te beginnen in een dorpje in de Toscaanse bergen tussen de Prato Fiorito en de Apuaanse Alpen. Ik ben erop gekomen zodat een moeder in Salerno haar dochters twee dozen vol Emily Dickinson kan geven,’ schrijft ze in het dagboek. Haar Libreria Sopra la Penna wordt een toevluchtsoord voor gelijkgestemden. In beeldrijke taal noteert Donati haar gedachten over de beste boeken, bezielde auteurs en memorabele personages, gelardeerd met dorpsverhalen en beschrijvingen van de Toscaanse natuur.

    Boekhandel in de bergen
    Auteur: Alba Donati
    Uitgeverij: Cossee 2022
  • Oogst week 39 -2022

    Ieder voor zich en God tegen allen

    Wie ooit de film Fitzcarraldo met Klaus Kinski in de titelrol zag, zal vast nog het beeld voor zich hebben van de doorgedraaide fanaticus die zijn stoomboot de Molly Aida over modderige hellingen van de ene rivier in Peru naar de andere laat slepen. Ook in Aguirre worden we meegesleept in de bizarre gekte van een conquistador in Peru.
    Uit 1974 stamt zijn film Jeder für sich und Gott gegen alle waarin een bijzonder leven centraal staat, dat van Kaspar Hauser, de raadselachtige 16-jarige jongen die op Pinkstermaandag 1828 werd aangetroffen in Neurenberg en de bron van allerlei speculaties werd. Ieder voor zich en God tegen allen is nu ook de titel van de herinneringen van een van de belangrijkste Duitse cineasten, Werner Herzog, die de genoemde titels op zijn naam heeft staan. De in 1942 in München geboren regisseur haalt daarin herinneringen op aan de productie van zijn films, maar ook aan zijn eigen jeugd, zijn tijd in Engeland en Amerika en zijn befaamde wandeltocht van München naar Parijs, die hij beschreef in Over een voettocht door de kou.

    Ieder voor zich en God tegen allen
    Auteur: Werner Herzog
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    De man uit de toekomst

    De man uit de toekomst. Het visionaire leven van John von Neumann van Ananyo Bhattacharya is een wetenschapsbiografie over de man die wel eens wordt vergeleken met Einstein maar nooit diens bekendheid kreeg. Von Neumann (1903-1957)was van oorsprong wiskundige die eens het ‘fonkelende intellect’ van de 20ste eeuw werd genoemd. Hij was een van de belangrijkste betrokkenen bij het Manhattan Project dat de atoombom ontwikkelde. Als kind al gaf hij blijk van een fabelachtig geheugen. Ananyo Bhattacharya, die onder andere voor wetenschappelijke bladen als Nature schrijft gaat in deze biografie meer in op de wetenschappelijke verdiensten van Neumann dan op strikt persoonlijke geschiedenissen. Toch vermeldt hij wel wat anekdotische details zoals het gegeven dat hij zo vaak zakte voor zijn rijbewijs dat hij het papiertje pas kreeg door de examinator om te kopen. Ook mét zijn rijbewijs bleef hij een gevaar op de weg.

    De man uit de toekomst
    Auteur: Ananyo Bhattacharya
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Strengel

    Jona Oberski (geboren in 1938) heeft veel gepubliceerd, maar dan als kernfysicus. Buiten de wetenschap is hij vooral bekend door de novelle Kinderjaren uit 1978, waarin de lezer door de ogen van een kind naar de Tweede Wereldoorlog kijkt. Zijn literaire oeuvre is beperkt tot drie romans/novellen. Daaraan wordt nu, vijfentwintig jaar na zijn laatste, een vierde toegevoegd: Strengel. Daarin probeert een man in brieven aan Liz vat te krijgen op de doorwerking van het verleden in zijn heden.
    In de tweede brief aan Liz reageert hij op haar vraag of hij misschien ergens bang voor is: ‘En of. Ik geloof er steeds meer in dat ik al zo lang als ik mij kan herinneren bang was, en ook op enkele uitzonderlijke ogenblikken na, voortdurend. Niet speciaal voor iets, of voor iemand, al herinner ik mij wel aangstaanjagende situaties en personen, maar eigenlijk voor alles en iedereen altijd, alsof het nergens speciaal op sloeg, maar algemener was, dus geen moment zonder angst’.

    Strengel
    Auteur: Jona Oberski
    Uitgeverij: Ambo/Anthos
  • Oogst week 38 – 2022

    Weerspiegeld in een waterglas

    Onlangs is bij uitgeverij Athenaeum een lijvige biografie verschenen over Maurice Gilliams (1900 – 1982) geschreven door Annette Portegies. Tegelijkertijd verscheen daar Een binnenplaats met gras, een bloemlezing uit Gilliams verhalend proza, poëzie en essays, samengesteld door schrijfster Leen Huet.

    Hoewel de Vlaamse Gilliams in 1969 de Constantijn Huygensprijs en in 1980 de Prijs der Nederlandse Letteren ontving, en zijn roman Elias of het gevecht met de nachtegalen is opgenomen in de Vlaamse Canon van de Nederlandstalige Literatuur, is hij, in ieder geval bij de Nederlandse lezers, nog vrij onbekend.

    Daar komt met deze beide uitgaven, en een podcast in oktober van de VRT misschien verandering in.
    Er bestaat zelfs een website over Maurice Gilliams. Daar kan je lezen dat schrijver en biograaf Pierre H. Dubois  in 1983 in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde het volgende schrijft: ‘Gilliams is een complexe figuur geweest. Wie het voorrecht had hem te kennen weet dat hij onder bepaalde omstandigheden zeer sociabel kon zijn, lachen kon als geen ander, verhalen vertellen, parodiëren, vlijmscherp uit de hoek komen en van een haast dodelijke ironie zijn. Er was een andere Gilliams, maar dezelfde, die mateloos melancholiek, zonder illusies, de vergeefsheid van alles en de opgeblazen ijdelheid van velen met spottende minachting doorzag. Er was een Gilliams die plotseling, door onrecht geprikkeld, een strijdbaarheid toonde, wonderlijk contrasterend met de stilte waarvan zijn werk getuigt. Er was, achter al deze verschijningsvormen, een raadselachtige Gilliams, de dichter, de denker, de mijmeraar die zich niet anders blootgaf dan in het spaarzame dat hij aan zijn handen, aan zijn hoofd, aan zijn hart, liet ontsnappen.’

    De podcast ‘Maurice Gilliams. Het wonderlijke leven van een schrijver uit Antwerpen’ gemaakt door Gudrun De Geyter, is vanaf 3 oktober op VRT Max te beluisteren.

    Weerspiegeld in een waterglas
    Auteur: Annette Portegies
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum (2022)

    Uit Berlijn Machthebbers Krijgsgewoel

    In de jaren 80 van de vorige eeuw schreef beeldend kunstenaar, dichter, schrijver en acteur Armando (1929 – 2018) vooral vanuit Berlijn een wekelijks verslag voor de literatuurbijlage van NRC Handelsblad.
    In Uit Berlijn | Machthebbers | Krijgsgewoel zijn al deze columns gebundeld, aangevuld met twee langere verslagen uit China, inclusief bijbehorende illustraties.
    Het vormt het 20e deel in de serie Kritische Klassieken van uitgeverij Schokland.
    Armando’s leven en werk werden voor een groot deel bepaald door de Tweede Wereldoorlog en Kamp Amersfoort. In zijn columns heeft hij het over de vele vormen en nuances die goed en kwaad kunnen aannemen. Soms blijft hij als commentator op de achtergrond, laat hij alleen de mensen aan het woord in de hoofdstukken ‘Flarden’.

    Het nawoord is geschreven door J. Heymans die in 1999 De boom, Over Armando uitbracht, een essay over het werk van de Nederlandse kunstenaar in de verschillende artistieke disciplines (de schilder, de schrijver, de beschouwer, de dichter, de beeldhouwer e.a.) en de onderlinge samenhang daarin.

    Uit Berlijn Machthebbers Krijgsgewoel
    Auteur: Armando
    Uitgeverij: Uitgeverij Schokland (2022)

    Neubach

    Erik Voermans is muzikant, componist, docent, columnist en schrijver.
    Jarenlang schreef hij – soms zeer kritische – columns over klassieke muziek voor het Parool. Deze zomer stopte hij daarmee.
    Van hem verschenen eerder Van Andriessen tot Zappa, een bundeling van interviews met componisten & andere verhalen, en Eerste Hulp Bij Klassieke Muziek, waarin hij voor mensen die kennis willen maken met klassieke muziek, maar niet weten waar te beginnen, als ‘reisleider’ fungeert.

    En nu is daar zijn eerste roman. Over een Russische componist, Vladimir Neubach, die in 1953 van Moskou via Berlijn naar Amsterdam vlucht. Daar groeit hij uit tot de succesvolste componist van zijn generatie. Op het hoogtepunt van zijn roem, als hij in opdracht van het Concertgebouworkest werkt aan een requiem en als de vrouwen in zijn leven zich van hem afkeren, gaat hij zijn onontkoombare ondergang tegemoet, geplaagd door schimmen uit het verleden.

    Uit Neubach:
    ‘Toen was het de beurt aan Neubachs Angels. Al bij de eerste episode met raadselachtig doorzichtige koperakkoorden, waarin de spanning tussen consonantie en dissonantie heel precies was afgewogen, ging er een golf van ontroering door de zaal. Toen het stuk na vijftien minuten was afgelopen, bleef het minstens tien seconden doodstil. Niemand durfde te applaudisseren. Een vrouw verbrak die stilte door luid ‘bis!’ te roepen, een verzoek dat als een veenbrand door de zaal ging, gevolgd door donderend geraas van klappende handen en stampende voeten.’

    Neubach
    Auteur: Erik Voermans
    Uitgeverij: AFdH
  • Oogst week 37 – 2022

    Waar de wolf loert

    Hoe is het om je niet thuis te voelen op de plek waar je woont? Dit is het thema in Waar de wolf loert van Ayelet Gundar-Goshen. Een serieus thema en Gundar-Goshen heeft er een geraffineerd verhaal over geschreven.

    Op een dag zakt een islamitische klasgenoot Adam op een feestje dood in elkaar. Zijn moeder ruikt gevaar, maar weet niet van welke kant het komt. En dan is het er weer, het gevoel een buitenstaander te zijn. Hoe meer ze over de dood van de klasgenoot te weten komt, des te groter wordt haar ongemak. Adam blijft opvallend zwijgzaam en blijkt meer te weten dan hij toegeeft.

    Over haar boek Leugenaar schreef Marjolijn van de Gender op Literair Nederland: ‘Door de perfecte balans in de verteltoon en de goed uitgewerkte, meeslepende personages is het onmogelijk dit boek weg te leggen.’

    Ayelet Gundar-Goshen (Tel Aviv, 1982) is psychologe en scriptschrijver. Zij ontving voor haar boek Eén nacht, Markovitsj de Sapirprijs voor het beste Israëlische romandebuut. Ook haar tweede boek Leeuwen wekken (2018) was een (internationaal) succes.

    Op 1 oktober gaat Inge Schilperoord bij ILFU Exploring Stories met Gundar-Goshen in gesprek in TivoliVredenburg, Utrecht.

    Waar de wolf loert
    Auteur: Ayelet Gundar-Goshen
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee (2022)

    De laatste witte man

    ‘Toen Anders, een witte man, op een ochtend ontwaakte, ontdekte hij dat zijn kleur was veranderd in een donker en onmisbaar bruin.’

    Dit is de eerste, intrigerende zin van De laatste witte man van Mohsin Hamid.
    Het blijkt dat er elders in het land meer mensen zijn die verkleuren. Schaamte, ongeloof, angst en woede. Emoties die Anders zelf ervaart of waar hij mee geconfronteerd wordt nu hij in zijn nieuwe vel zit.
    Hij voelt zich nog dezelfde man als eerst, maar anderen zien hem niet meer zo. Wat ervaar je dan?

    Op de flaptekst staat: ‘In De laatste witte man zet Mohsin Hamid al onze obsessies en halve waarheden op hun kop om een beeld te schetsen van een toekomst waarin we meer met elkaar gemeen hebben dan we nu denken.’

    Mohsin Hamid is een van oorsprong Pakistaanse schrijver die in de Verenigde Staten studeerde. Hij kreeg o.a. les van Toni Morrison. In 2001 debuteerde hij succesvol met Moth Smoke (finalist voor de PEN / Hemingway Award), dat (nog) niet in het Nederlands werd vertaald. Andere boeken van hem zijn wel in het Nederlands verschenen, bijvoorbeeld De val van een fundamentalist (shortlist Man Booker Prize) en Hoe word je stinkend rijk in het nieuwe Azië. Hamid zou het idee voor De laatste witte man hebben opgedaan na 9/11 toen hij merkte dat zijn medemensen hem anders bekeken en behandelden.

    Mohsin Hamid schrijft, woont en werkt in Londen.

    De laatste witte man
    Auteur: Mohsin Hamid
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2022)

    Recitatief

    Kleur is ook het thema in Recitatief, want veranderen mensen in De laatste witte man van kleur, in dit korte verhaal van Toni Morrison gaat het om twee meisjes die bevriend raken als ze acht jaar zijn en tijdelijk in een opvang voor daklozen wonen. De een is zwart, de ander wit. Ze wonen er maar kort en verliezen elkaar weer uit het oog, maar komen elkaar in het verhaal nog wel een paar keer tegen. Tot zo ver vrij gewoon. Het bijzondere zit hem in de vraag wèlk meisje zwart en wèlk meisje wit is, want dat blijft voor de lezer onduidelijk!

    In haar voorwoord schrijft Zadie Smith dat Morrison Recitatief zelf bedoeld had als ‘een experiment met het weglaten van alle raciale codes in een verhaal over twee personages van verschillend ras, voor wie raciale identiteit van cruciaal belang is.’
    Zadie Smith zegt daarover: ‘Dit verhaal is eerst een puzzel en dan een spel. Morrison noemde Recitatief een “experiment”, en dat is het. Maar het onderwerp van het experiment is de lezer zelf.’

    Het lijkt een fascinerend en zinvol ‘experiment’. Oordeel zelf!

     

     

    Recitatief
    Auteur: Toni Morrisson
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2022)
  • Oogst week 36 – 2022

    Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes.

    Filosoof Eva Meijer heeft zich verdiept in de rol van stilte in de politieke samenleving en daarover het essay Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes geschreven.
    De veelzijdige filosoof Meijer is op velerlei gebiedt creatief. Ze maakt tekeningen, kunstprojecten, schrijft liedjes, treedt op, fotografeert, schrijft essays, verhalen, romans en artikelen. Dieren staan in haar werk centraal plus de vraag wat het is om mededier – mens – te zijn. Taal is daarbij een instrument dat niet alleen door mensen wordt gebruikt, zo betoogt Meijer. Ze liet dat onder meer zien in haar boek Dierentalen (2016).

    Het politieke discours lijkt in toenemende mate afhankelijk van het taalgebruik. Wie het meest ad rem is wint het publieke debat en luide stemmen krijgen vaak de meeste aandacht. Wat er gezegd wordt is dan van ondergeschikt belang, net als op sociale media waar iedereen bijna alles kan roepen wat hij wil. Er is ook stilte, zegt Meijer. Die kan onderdrukken, maar kan ook stil verzet zijn, of deelname aan een gesprek via luisteren. In Verwar het niet met afwezigheid onderzoekt Meijer verschillende soorten politieke stiltes en schetst ze contouren voor nieuwe politieke omgangsvormen en de rol van morele dilemma’s.

    Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes.
    Auteur: Eva Meijer
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De fiscalist

    De fiscalist beschrijft een man, de fiscalist Anton, die in zijn verbleekte leven op zoek gaat naar echt contact. Zijn huwelijk stelt weinig meer voor en zijn werk is meer een dagelijkse sleur dan dat hij het succesvol kan noemen. Hij beseft dat hij eigenlijk hulp nodig heeft, maar in plaats van een psycholoog te bezoeken of zelfhulpboeken of -websites te raadplegen zoekt hij het in contacten via zijn telefoon. Hij merkt al snel dat het hem weinig oplevert.

    Dan richt hij zijn aandacht op Mila Kaufman, de dochter van een van zijn klanten. Deze Kaufman bezit talloze panden in Amsterdam en Anton is voor hem en de familie behalve belastingadviseur ook een vertrouwenspersoon. Mila weet niets van Antons adoratie. Hij laat zich steeds verder gaan en ziet in haar de vrouw die hij zich zou wensen maar die zij niet is. Ze wordt een obsessie. Om zijn rusteloosheid onder controle te krijgen spreekt hij voor zichzelf voicemails in. Gaat dit Anton helpen zijn leven te herscheppen of raakt hij verder verwijderd van de realiteit?
    De fiscalist is gebaseerd op een waargebeurd verhaal waarin Ariëlla Kornmehl zelf de hoofdrol speelde.

    De fiscalist
    Auteur: Ariëlla Kornmehl
    Uitgeverij: Uitgeverij Ambo Anthos

    Rombo

    Het is 1976. In het noordoosten van Italië vindt tweemaal, in mei en in september, een hevige aardbeving plaats. De aardverschuivingen zijn enorm. Bijna duizend mensen vinden de dood onder de puinhopen, tienduizenden mensen worden dakloos en velen verlaten voor altijd hun vertrouwde omgeving. Er ontstaat een nieuw landschap waarin de kracht van het natuurgeweld zichtbaar is. Minder zichtbaar is het menselijk trauma, de taal ervoor is niet zo gemakkelijk te vinden. Maar in Rombo, de nieuwe roman van Esther Kinsky, komen zeven mensen aan het woord over de gebeurtenissen van toen.

    Ze wonen in een afgelegen bergdorp waar de aardbeving behalve in het landschap ook in de geesten van de mensen littekens heeft achtergelaten. Langzaam leren deze mannen en vrouwen woorden te geven aan de gevoelens die hun toen verpletterde levens zijn gaan beheersen. Verlies en angst kennen allen, maar de individuele herinneringen brengen ook diepere en oudere pijnen boven. Kinsky maakte er ontroerende en beklijvende verhalen van.

    Rombo
    Auteur: Esther Kinsky
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Hoop op vertaling: Berliner, Amsterdamer und ach – Jude auch

    Berliner, Amsterdamer und ach – Jude auch

    Hopelijk wordt er een Nederlandse vertaling gemaakt van het boek Berliner, Amsterdamer und ach – Jude auch, van de schrijver Konrad Merz (1908-1999), die eigenlijk Kurt Lehmann heette. Hij was een van de eerste schrijvers die Hitler-Duitsland ontvluchtten en van wie werk in het Nederlands verscheen. Merz’ boek Ein Mensch fällt aus Deutschland, uit 1936, kwam een jaar later in het Nederlands uit, onder de titel Duitscher aangespoeld (vertaling: Nico Rost).
    Menno ter Braak liet zich er lovend over uit.

    Later publiceerde Merz nog enkele andere boeken, die ook in het Nederlands zijn vertaald. Merz’ ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de jodenvervolging hebben zijn leven getekend. Hij bleef zijn leven lang in Nederland en werkte als masseur. Frappant in Merz’ werk is zijn humor, die cynisch is en vaak mild tegelijk. Zijn werk is geschreven in een eigenzinnige stijl, waarin de auteur vaak verrassende gedachtensprongen maakt. Berliner, Amsterdamer und ach – Jude auch uit 1998 is een autobiografisch boek en bevat blijkens de ondertitel herinneringen uit negentig jaren; toch is het ‘maar’ 192 pagina’s dik. Het lijkt me bij uitstek een boek dat ook in het Nederlands de aandacht zal kunnen trekken die deze schrijver ten volle verdient.

     

    Zie ook: Wikipedia Kurt Lehmann 


    Gedurende de zomer van 2022 schrijven verschillende recensenten van Literair Nederland speciale bijdragen over boeken die in hun ogen een herdruk of vertaling verdienen.

    Berliner, Amsterdamer und ach - Jude auch
    Auteur: Konrad Merz
  • Hoop op vertaling: Brieven van Markies De Sade over de Lage Landen

    Voyage de Hollande en forme de lettres

    Een aantal boeken met een uitgesproken immoreel en zeer scabreus karakter vestigde voor altijd de reputatie en de naam van Markies De Sade (1740-1814). Meer dan anderhalve eeuw na zijn dood bleek dat hij ook onschuldiger kost had geschreven. In 1967 werd voor het eerst Voyage de Hollande en forme de lettres gepubliceerd: een bescheiden geschrift – ruim twintig pagina’s druk – waarin De Sade verslag doet van zijn bezoek aan de Lage Landen tussen 25 september en 23 oktober 1769. De notoire markies reisde via Brussel, Antwerpen en Mordeque [sic] naar Rotterdam. Ook Delft en Den Haag werden bezocht. De Scheveningseweg vond De Sade de mooiste wandelpromenade die hij ooit in zijn leven had aanschouwd. Vervolgens werden ook Leiden, Haarlem, Amsterdam en Utrecht aangedaan.

    Alleen al om het feit dat het de befaamde De Sade was die de brieven schreef verdienen ze een Nederlandse vertaling (er is wel een versie in het Italiaans), ook al noemde de tekstbezorger ze in 1967 teleurstellend en ‘slechts een curiositeit voor de sadisten’ – waarmee niet gedoeld werd op wie doorgaans met dat woord worden aangeduid, maar op hen die geïnteresseerd zijn in leven en werk van Markies de Sade.


    Dit is een bijdrage in de rubriek Hoop op vertaling waarin de recensenten van Literair Nederland pleiten voor een vertaling van een buitenlandse uitgave.

    Auteur: Markies De Sade