• Uit de nalatenschap – nieuw hoofdstuk Chr. J. van Geel

    door Ingrid van der Graaf

    Elly de Waard plaatst alle gedichten van Chr. J. van Geel, die eerder posthuum verschenen zijn, op haar website. Op het speciaal daarvoor geopende deel over leven en werk van kunstenaar en dichter Chr. J. van Geel.

    Geplaatst onder de titel Uit de nalatenschap is een nieuw hoofdstuk geopend over het werk van Chr. J. van Geel (1917-1974) door dichteres Elly de Waard. De gedichten zijn eerder posthuum, dus niet geautoriseerd, in de bundels Vluchtige Verhuizing en Dierenalfabet verschenen, meestal onder redactie van Tom dan Deel en De Waard. Deze gedichten zijn niet in de Verzamelde Gedichten – omdat ze ongeautoriseerd zijn – opgenomen en de hierboven genoemde bundels zijn niet meer verkrijgbaar. Daarom is het dat De Waard de gedichten online zet zodat – voor wie de gedichten van Van Geel liefheeft – ze daar kan vinden. Op dit moment zijn er 28 gedichten geplaatst en er volgen er nog vele. Hieronder een voorproefje met het openingsgedicht uit het nieuwe hoofdstuk over Chr. J. van Geel op de site.

    Zwanenpaar

    Zij die bij dag niet witter zijn, zij slapen
    nooit in het licht hun droom van witte pauw
    maar in het donker als hun hals zich vouwt
    in veren, als zij niet op vleugels gaan.

    Zij werpen lussen schaduw op elkaar,
    halsdun in hun aanhankelijk beschrijven,
    in hun voor elke tijd bestemd vertoon
    van drijvend boven overleven staan.

    Uit: Vluchtige verhuizing

    Hierna gaat De Waard over tot het plaatsen van werk uit de nalatenschap dat tot nog toe volkomen onbekend is. Als voorproefje daarvan staat er – als een soort motto – een regel van Chr. J. van Geel aan het begin van het onlangs geopende hoofdstuk: ‘Poëzie is een antwoord zoals een maaltijd van meer dan een rauwe wortel een antwoord is op honger.’

    Bezoek de website: www.ellydewaard.nl

    Verzamelde gedichten van Chr. van Geel is te verkrijgen bij uitgeverij Van Oorschot.
    Blz: 1084
    Gebonden € 45,00 .
    Bestellen kan hier.

    De Parelduiker, waarvan hierboven de afbeelding met Chr. J. van Geel en geheel aan hem gewijd, kwam uit in 2009 en is nog te verkrijgen bij www.lubberhuizen.nl/detail.php?id=424.

     
  • Mijn naam is Legioen – Menno Wigman

    Gesignaleerd door de redactie:

    Mijn naam is Legioen is Menno Wigmans eerste dichtbundel sinds zes jaar. ‘Ik leefde snel en telde af, dat was toen mode’, dicht Wigman in zijn nieuwe bundel. De dandy van de desillusie, zoals een criticus hem ooit noemde, kijkt terug op de eerste tien jaar van de eenentwintigste eeuw en doet dat in vastberaden, aangrijpende en soms ronduit pijnlijke gedichten.

    Of Wigman nu over chatrooms, porno, tuincentra, massavaccinaties of jeugdvandalisme schrijft, steeds is zijn toon die van een klassieke dichter en maken zijn gedichten de indruk er altijd al te zijn geweest. Zoals Guus Middag in nrc Handelsblad schreef: ‘Wigman wil als een van de weinigen niet behagen. Hij gaat zijn eigen gang. (…) Hij spreekt voor zichzelf, maar ook meteen voor iedereen – dat is het bijzondere.’

    Menno Wigman (1966) is dichter, vertaler en essayist. Voor hij in 1997 met ‘s Zomers stinken alle steden debuteerde, gaf hij in 1984 zijn eerste bundel Zaad en as in eigen
    beheer uit. Zijn dichtwerk wordt gewaardeerd om het muzikale ritme en schijnbare eenvoud waarmee ze geschreven zijn. Voor zijn tweede bundel Zwart als kaviaar (2001) ontving hij in 2002 de Jan Campert-prijs. Naast dichter is Wigman vertaler (van o.a. Baudelaire’s  De bloemen van het kwaad) en redacteur van het poëzietijdschrift Awater en Meulenhoffs dagkalender van de poëzie. Hieronder een gedicht uit de bundel De droefenis van copyrettes. Een keuze uit eigen werk (2009) van Menno Wigman.

    Levensloop
    Voor bijna alles heb ik mij geschaamd.
    Mijn nek, mijn haar, mijn handschrift en mijn naam,

    de schooltas die ik van mijn moeder kreeg,
    mijn vader die zich in een blazer hees,

    het huis waar ik voor vriendschap heb bedankt.
    Maar nu mijn vader aan vijf slangen hangt,

    zijn mond steeds heser over afscheid spreekt,
    nu hurkt mijn schaamte in een hoek. Hij stierf

    zoals hij in zijn Opel reed: beheerst,
    correct, zijn ogen dapper op de weg.

    Geen zin in dom geworstel met de dood.
    Hoe alles wat ik nog te zeggen had

    onder de wielen van de tijd wegstoof.

     

    Op 26 januari 2012 draagt Menno Wigman zijn gedichten voor in het Huis van Poëzie. En op wo. 11 januari  sprak Jeroen van Kan met Menno Wigman over zijn nieuwe bundel. programma.vpro.nl/deavonden/Dossiers/Boeken.html?

     

     

  • Snijderseiland – Juliën Holtrigter

    door Ingrid van der Graaf

    Winnaar van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2011, Juliën Holtrigter komt begin februari met een nieuwe gedichtenbundel, getiteld Snijderseiland. De Turingprijs won hij voor zijn gedicht Onder de sterren, dat u hieronder kunt lezen.

    ‘Onder de sterren
    Onder de sterren geslapen. Lang in de tijd
    liggen kijken, in de ijlende, krijsende ruimte.
    De vreemde vreugde die dat ondenkbare schept.

    Ik zag een foto die iemand vanuit een kuil had genomen.
    Uitzicht vanuit een graf, stond eronder. Je zag
    een stuk van de hemel en de dunne kruinen van bomen.

    Ik denk aan mijn vader, heel ver van huis, niet meer
    bij machte terug te keren.
    En aan mijn ex die ik plots bij mijn tandarts aantrof
    boven mijn wijdopen mond, mooier en harder dan ooit,
    met een slang in haar hand om het gruis en het vocht
    weg te zuigen. Daar lag ik.

    Ik zou zo graag licht willen reizen, met in mijn rugzak
    niet meer dan wat kleren, een veldfles, een pen
    en papier.’

    Juliën Holtrigter (pseudoniem Henk van Loenen) publiceerde onder meer in Maatstaf, Tirade, Hollands Maandblad en Poëziekrant. Hij debuteerde in 2001 met de bundel Omwegen bij uitgeverij Mozaiek. Gevolgd door: Het verlangen te verdwalen (2004), Het stilteregister (2006) en Het feest van de schemer ( 2009), bij uitgeverij De Harmonie waar ook zijn  vijfde bundel Snijderseiland verschijnt. De gedichten van Holtrigter verbeelden een rusteloos zoeken waarbij alledaagsheid verwordt tot geheimzinnige onwerkelijkheid.
    Holtrigter over zijn werk: ‘Wat ik opschrijf lijkt bij nader inzien het verslag van een reis. Het blijkt een zoeken te zijn naar wat zich achter de zichtbare werkelijkheid bevindt. Het is ook een relaas over pogingen tot onthechting en overgave.’ Steeds dringt zich een werkelijkheid op die groter is dan de waarneembare, maar die toch met handen en voeten aan die waarneembare werkelijkheid vastzit. Het is juist het aardse besef dat het besef van het bovenaardse oproept. Naast dichter is Holtrigter onder zijn eigen naam Henk van Loenen ook beeldend kunstenaar. Zijn beeldend werk bestaat hoofdzakelijk uit tekeningen en schilderijen in acryl op linnen en papier. Ook schildert hij in olieverf op linnen. Zijn werk is kenmerkend om zijn abstracte en tevens herkenbare vormen waarbinnen de menselijke figuur een belangrijk thema/motief is.

    Uit zijn binnenkort te verschijnen bundel Snijderseiland is het volgende gedicht:

    ‘Het licht
    Wakker geworden.
    De blinden zijn dicht maar het licht,
    soeverein,
    glipt door de kieren naar binnen.

    Ik stap naar buiten.
    Ik ruik het, ga liggen.

    Springlevend word ik gebalsemd,
    gewiegd als een prehistorische koning,
    geaaid als een veulen, ik adem.’

    Holtrigter won in 2003 de VU-Podium Poëzieprijs voor Dichter en onlangs de Concept Poezieprijs 2011 het gedicht Het laatste huis.

    De pers over Het feest van de schemer: ‘De smaak van deze gedichten is wonderlijk, soms een beetje bureaucratisch en stijf maar dan weer met een gekke, hier en daar haast surrealistische afdronk (….). Ik ken eerlijk gezegd geen dichter in Nederland met zulke visioenen.’ Rob Schouten in Awater, november 2009

    Ter attentie: het hierbovengeplaatste cover betreft niet de aangekondigde bundel Snijderseiland maar is de cover van Holtrigters laatste bundel uit 2009, Het feest van de schemer.

    Snijderseiland
    Juliën Holtrigter
    Blz: 48
    Prijs: 14,90
    Verschijnt begin februari bij: De Harmonie

    Voor meer inormatie bezoek de site van www.deharmonie.nl en www.henkvanloenen.nl

  • Alleen in mijn gedichten kan ik wonen – Menno Wigman en Rob Schouten

    Gesignaleerd door de redactie:

    Evergreens in de poëzie blijken niet van alle tijden te zijn. De jongste generatie dichters leveren werk dat bijblijft en van de vorige generatie dichters blijkt dat gedichten hun werk gedaan hebben. Wat doe je daar mee?

    In dit beweeglijke landschap van de poëzie hebben Menno Wigman en Rob Schouten de canon opnieuw tegen het licht gehouden, met oog voor traditie, maar vooral met oog voor het nieuwe. En zo komt men in Alleen in mijn gedichten kan ik wonen het repertoire tegen van Marsmans ‘Herinnering aan Holland’ en J.C. Bloems ‘De Dapperstraat’, maar ook de meest gelezen en geciteerde verzen van relatief nieuwe dichters als K. Michel, Tonnus Oosterhoff en Esther Jansma, die hier hun eerste sporen in de canon van onze tijd nalaten.
    Alleen in mijn gedichten kan ik wonen is een overzicht van het mooiste wat de Nederlandse poëzie te bieden heeft, zowel voor poëziekenners als voor hen die nog nooit eerder een gedicht lazen.

    Menno Wigman (1966) is dichter, vertaler en essayist. Rob Schouten (1954) is dichter, literatuurcriticus en columnist van o.a. Dagblad Trouw. Eerder stelden ze de veelgelezen bloemlezingen A Thing of Beauty en Tell Me the Truth about Love samen.

     

    Allen in mijn gedichten kan ik wonen

    Menno Wigman en Rob Schouten
    Blz: 312
    Prijs: € 15.00
    Uitgeverij Prometheus

  • Slibreeks: een wandeling, honderd jaar – Marinus van Dijke

    Beeldend kunstenaar Marinus van Dijke verdiept zich sinds 1996 in één bepaalde duinvallei op Schouwen-Duiveland. Vanwege de voortdurende verandering die hij daar waarneemt, raakte hij geïnteresseerd in de ontwikkelingen van het gebied, zowel in verleden als toekomst.

     

    Geïnspireerd door een artikel van F. Bins (gepubliceerd in het tijdschrift Buiten in 1911) over een wandeling die hij in 1910 dwars door het duingebied van Schouwen-Duiveland maakte, heeft Marinus van Dijke  (1952) deze honderd jaar later opnieuw gelopen. In dit deel van de Slibreeks gaat hij in op de beleving van de duinen aan de hand van de historische voettocht, de reconstructie daarvan in 2010 en de eeuw die daar tussen ligt. De resultaten zullen tevens te zien zijn in de Kabinetten van de Vleeshal in Middelburg.
    Marinus van Dijke woont en werkt op het eiland Schouwen-Duiveland. Sinds 1996 verdiept hij zich in één duinvallei omdat deze zo onderhevig is aan verandering werd hij ook benieuwd naar de geschiedenis en toekomst, de mogelijke ontwikkelingen. Al jaren worden deze bezoeken en onderzoeken door middel van verschillende beelddragers weergegeven.
    ‘Vanuit een gevoel van verbondenheid met het landschap orden ik mijn ervaringen die ik daar op doe (…). Als kind speelde ik al in de duinen van Schouwen-Duiveland. Als kunstenaar zet ik dat spel voort om een beeld te geven van die natuur en van mijn relatie met dat landschap.’

    De Slibreeks is een serie kleine boekjes, die lezers met literaire belangstelling de kans wil geven om gemakkelijk en tegen een aantrekkelijke prijs kennis te maken met het werk van bekende en onbekende auteurs. Alle boekjes in de Slibreeks zijn bijzondere uitgaven: het is een eerste vertaling of een opvallend debuut, maar belangrijk is dat de teksten nog niet eerder in Nederland zijn gepubliceerd.
    Werk van de volgende auteurs verschenen in de Slibreeks; Wim Hofman, Hester Knibbe, Astrid Lampe, Toon Tellegen, Erik Bindervoet & Robert-Jan Henkes, Ben Zwaal, Arjen Duinker, Rutger Kopland & Driek van Wissen, George Perec, Piet Meeuse, Hans Verhagen en F. van Dixhoorn.
     

    een wandeling, honderd jaar, een reconstructie
    Marinus van Dijke

     

    De Slibreeks is te bestellen via boekhandel of rechtstreeks via CBK Zeeland.
    Prijs 9,- per deel of 24,- voor een jaarabonnement (4 delen).

    Kijk hier voor een overzicht van alle reeds verschenen boekjes en online bestellen.
    Tel. 0118-611443 of een bericht sturen.

     

  • Een zorgvuldige choreografie van woorden

    Recensie door Sheila van Rheenen

    Drie weken verbleef de dichter Peter van Lier in het kunstenaarscomplex de Willem 3 te Vlissingen ter voorbereiding van een reeks gedichten in de Slibreeks – een ludieke naam voor een initiatief van het Centrum voor Beeldende Kunst Zeeland. In samenwerking met de kunstenaar Machteld van Buren ontstond Wisseling van de wacht, nummer 134 uit de serie met gelauwerde voorgangers als Kopland, Eijkelboom en Bernlef. Tot mijn verrassing bleek de Willem 3 geen boot maar een voormalige artilleriekazerne. Het statige gebouw dateert van 1850 en was tot 1922 in gebruik bij het Departement van Oorlog. Dat verklaart de titel Wisseling van de Wacht, ook al slaat die waarschijnlijk ook op de kunstenaars en schrijvers die Van Lier in het kunstenaarscomplex voorgingen en degenen die nog na hem zullen komen.

    De uitgave ziet er op het eerste gezicht aantrekkelijk uit. Van Buren maakte collages van oud beeldmateriaal met als achtergrond vaak een lief behangetje. Naast tekeningen en sober gebruik van grafische elementen duiken hier en daar wat lichaamsdelen op. Een rare landtong die een lap huid met een donkere tepel blijkt en diezelfde tepel als een enorme alarmknop op het borstbeen van een man getransplanteerd deden denken aan verschoten kiekjes uit een rariteitenkabinet.

    De rijkdom aan beelden is nogal overweldigend op de kleine bladzijdes. Bovendien moet de ruimte ook nog eens worden gedeeld met de gedichten. Die schommelen in miniscule letters over de bladspiegel en dat maakt letterlijk zeeziek.

    Ook in zijn voorlaatste bundel Hoor uit 2010 zwemt Peter van Lier typografisch gezien graag van de kant maar door hun witte achtergrond vormen zijn gedichten daar een minder grote belasting voor het evenwichtsorgaan. Een goede reden om zijn slibreeksgedichten nader te bestuderen op een wit vlak:

     

    ‘Met

    een kijker permanent

    paraat-

    oudjes aan
    zee.

    Gebroken bij
    windstilte?

     Geliefden die
    als

    schepen-

    kapseizen? Hier?’

     

    Die zorgvuldige choreografie van woorden biedt vooral optisch een ritmisch kader, want eenmaal hardop uitgesproken, worden de stiltes die Van Lier typografisch voorschrijft ongemakkelijk. Ze verstoren eerder dan dat ze ophelderen of aanvullen. De dichter waagt zich zelf ook niet aan het voorlezen van die stiltes, zoals blijkt uit een kort filmpje op www.lezen.tv waar hij een gedicht uit Hoor voordraagt, getiteld Smakelijk eten. In dat gedicht staat tussen de twee- en drieregelige strofes vier keer een zeer kort woord geïsoleerd op het spiegelblad, namelijk:

    ‘na’, ‘en’, ‘de’, ‘die’.

    In zijn voordracht spreekt hij de ruimte en nadruk die hij deze woorden op papier geeft niet uit, sterker nog: hij leest zijn gedicht zonder noemenswaardige pauzes, als een stukje proza. Bij Van Lier zijn de geïsoleerde woorden als het ware kilometerpaaltjes waar de stille lezer even kan verpozen om de omgeving wat nauwkeuriger in zich op te nemen. Ik begrijp hoe dat zou kunnen werken maar in Wisseling van de wacht is het geheel vaak niet meer dan de som van de afgezonderde woorden:

    ‘Maar/ geen/ kwaad woord over de/ bewoners; Willem/ bakt/ zijn/ worstjes/ gewoon goed als straks/ de pleuris uitbreekt weten ze hier wel/ wat/ te doen’,  schrijft hij in het tiende gedicht na wat historische context en gemopper op de stadsinrichting (van Vlissingen, neem ik aan) .

    Deze regels hebben wel erg weinig om het lijf en daar verandert het achteroverleunen bij woorden als ‘bakt’, ‘zijn’ of ‘worstjes’ weinig aan.

    Wisseling van de Wacht bestaat uit twee delen, getiteld I en II.
    Qua thematiek cirkelt Van Lier rond verleden en heden van een havenstad.  De twintig korte  gedichten beginnen steeds met een dik gedrukt woord en bevatten opvallend veel vraagtekens.  ‘Ook/ een bunker in je/ achtertuin?/ Dat/ een zeearm/ het/ land in/ trekt/ om eens flink/ te treiteren?/ treft niemand persoonlijk.’

    Dat beeld van een bunker als schaduwganger van een golfbreker is mooi gevonden maar door de aanpalende vragen vestigt de dichter de aandacht te nadrukkelijk op zichzelf. Met een beetje goede wil zijn deze regels ook te lezen als een parodie op reclametaal. ‘- de plaatselijke/ krant/ biedt recreatiemogelijkheden aan tegen / gereduceerd tarief als/ spasme?/, schrijft hij in een eerder gedicht. Dat is wel geestig maar toch staat Van Lier iets te pontificaal voor de ingang van zijn gedicht.

    Het Vlissingen in Wisseling van de Wacht is geen plek om lang te blijven. Tenzij je lelijkheid omarmt als een vorm van schoonheid.  ‘Ontluistering ligt op de loer, altijd en overal’, staat er op het achterblad van Hoor. Heel af en toe is Van Liers blik de dingen welgevalliger. ‘Het uitzicht hult zich tevergeefs in deining’ en ‘Lichamen ploffen neer maar gedijen wel’, zijn voorbeelden van observaties die scherp maar onnadrukkelijk zijn geformuleerd.

    In zijn licht hermetische gedichten lijkt hij zelf het meest op zijn gemak, zoals in onderstaand gedicht waar vaag de contouren van een brakende baggermachine zichtbaar worden:

    Hier,/ op het havenhoofd, toont zich/ terdege-/ ik zeg: ‘Stoom’, hij, vanachter zijn rug:/ ‘Bagger’./ Maar twijfel niet, indien nodig/ ben ik eerste hulp,/ zijn hoofd takelt nu al/ af/ van in de verte/ immens doorgaande activiteiten/ te billijken.

    ‘Ik doe echt pogingen om mijn eigen poëzie niet te kennen’, zegt Van Lier op de vraag of hij zijn werk uit het hoofd voordraagt, ‘Ik probeer mijn gedichten altijd zo snel mogelijk weer te vergeten.’ Je eigen gedichten van de gevoelige plaat bikken, dat lijkt mij geen eenvoudige excercitie. Ik vraag me af of ik de gedichten van Wisseling van de wacht ook kan vergeten, of wellicht kan proberen ze niet te meer te kennen. Onmogelijk. Of ik wil of niet, de bundel heeft voorgoed een plek in de ‘immens doorgaande activiteiten’ van mijn brein. Ik heb dat maar te billijken.

     

    Wisseling van de Wacht

    Auteur: Peter van Lier
    i.s.m. kunstenaar Machteld van Buren
    nr. 134 in de Slibreeks van CBK Zeeland, 2011
    Prijs: € 9,00

  • Einde en begin. Verzamelde gedichten – Wisława Szymborska

    Wisława Szymborska is een van de meest gelezen én meest gelauwerde dichters van deze tijd. Einde en begin. Verzamelde gedichten omvat de vertaling van vrijwel alle gedichten die ze sinds 1957 heeft gepubliceerd. Szymborska slaagt er telkens in zich over het meest alledaagse te verwonderen en daarin een nieuw perspectief te openen: nuchter, helder, direct en vaak met humor. In een interview met NRC Handelsblad zei ze hierover: ‘De verbazing, de verwondering mag je niet verliezen. Bij alle desillusie moeten die overeind blijven. De verwondering is de belangrijkste missie van de dichter… het is het hoofdthema van de poëzie.’
    Einde en begin is aangevuld met de bundel Het moment. De gedichten zijn vertaald door Gerard Rasch, die voor zijn vertalingen uit het Pools de Martinus Nijhoffprijs voor Vertalingen 1997 ontving.

     

    De bescheiden Poolse dichteres Wisława Szymborska (Bnin Kórnik 1923) won de Nobelprijs voor de Literatuur in 1996. Haar werk kenmerkt zich door een tedere kijk op alledaagse dingen. De gedichten van Szymborska worden vaak omschreven met termen als ‘speels’, ‘ironisch’ en ‘verrassend’. Voor haar bundel Dwukropek kreeg ze in 2006 de publieksversie van de Poolse Nike-literatuurprijs. Na de toekenning van de Nobelprijs werd ze door journalisten bestormd, deze kregen te horen dat de laureate niet graag antwoord geeft op vragen over haar leven. Bij verschillende gelegenheden zei ze: ‘Het in het openbaar spreken over zichzelf verarmt inwendig.’

    John Albert Jansen maakte een documentaire over Szymborska voor de uitzending van Het uur van de wolf van 14 juni 2011.

     

    Einde en begin. Verzamelde gedichten

    Wisława Szymborska
    Vertaling: Gerard Rasch
    Blz.: 368
    Prijs: 17,50
    Uitgeverij J.M. Meulenhoff

     

  • Ademruis – Mark van Tongele

    Mark Van Tongele (1956) geldt als een geheimtip van de Nederlandstalige poëzie uit Vlaanderen. Hij is de ‘componist met het ruimste klankregister onder de Vlaamse dichters’ (Paul Demets), een dichter die liefde voor de taal koppelt aan die voor het leven. Van Tongele is bovenal een oeuvrebouwer, een opusdichter, en de ‘ontwerper van een inmiddels imposant taallichaam dat de afgelopen jaren in een serieel verband is gepresenteerd’.

    Marc van Tongele studeerde geneeskunde maar brak deze af na een ernstig ongeluk, waarna hij tijdelijk in coma lag. Hij is hierna gaan schrijven  voor zowel de geschreven als de gesproken pers. Ook schreef hij scenario’s en teksten voor diverse video- en multimediaprojecten In 1994 debuteerde hij als dichter met de bundel Zij gedichten. Daarna verschenen Vaderlatingen (1997), Lopend licht (2001), Ochtendrood en co (2002), Taalwaterval (2003) en Luchthonger (2004). In 2005 werd al zijn poetische werk gebundeld in Gedichten, waarmee de cyclus waaraan hij zo’n twintig jaar had gewerkt werd voltooid. In 2007 verscheen de bundel Met de plezierboot mee. En dan nu de bundel Ademruis. Hieruit het volgende gedicht ter illustratie van de taalkunst van Van Tongele.

    Ademteken

    Woordzeesnaaraangedreven tongvaren,
    mijn bedremmelde stemmingswolken-

    spiegelkreeftengang emmerloos tegen-
    spreken lichtfibrillerig zwirrelend over-

    trillend van de zeik in de sterrentinteldrop,
    onvervalst de inspraak van het bloed volgen:

    parelzaad, azuren trans, kwastjes zilverdraad,
    zinnepluisfluweel, oogjesgoed, gloriazijde.

    Zoals gezegd is Mark van Tongele ook een taalkunstenaar. Door de taal te ontregelen laat hij mogelijke betekenissen alle ruimte, door woorden te deformeren laadt hij ze op met nieuwe betekenissen. En in zijn spel met interpunctie, woordafbrekingen, neologismen en andere verrassende taalvondsten, zegt hij meer dan gewone woorden vermogen.

    ‘Ademruis is een ode aan het leven, de wereld, de natuur, de geliefden. Bij het lezen van Mark Van Tongele kan een mens niet anders dan de hele tijd denken: wat een gedegen dichter, wat een innemende man.’
    Philip Hoorne in Knack

     

    Ademruis

    Mark van Tongele
    Blz.: 64
    Prijs: € 19.95
    Verschenen bij Uitgeverij Atlas

     

     

     

  • Wisseling van de wacht – Peter van Lier en Machteld van Buren

    De Slibreeks is een serie kleine boekjes die de lezer – met  belangstelling voor literatuur – de kans biedt om voor een aantrekkelijke prijs, kennis te maken met het werk van bekende en onbekende auteurs. Centrum Beeldende Kunst Zeeland (CBKZ) geeft vier maal per jaar een boekje uit. Dit kan zijn een vertaling of een opvallend literair debuut. Voorop staat dat de teksten nog niet eerder in Nederland zijn gepubliceerd.

    Bekende auteurs die reeds zijn verschenen in de Slibreeks: Wim Hofman, Hester Knibbe, Astrid Lampe, Toon Tellegen, Erik Bindervoet & Robert-Jan Henkes, Ben Zwaal, Arjen Duinker, Rutger Kopland & Driek van Wissen, George Perec, Piet Meeuse, Hans Verhagen en F. van Dixhoorn.

    De redactie streeft ernaar om per jaar 2 à 3 poëzie-uitgaven te maken, een verhaal, een essay en een boekje verzorgd door een beeldend kunstenaar. De boekjes verschijnen in een oplage van 500 stuks en het uiterlijk van de deeltjes wordt steeds gekenmerkt door de medewerking van kunstenaars wat de serie zijn bijzonder karakter geeft. De afgelopen jaren zijn de boekjes vormgegeven door de Stichting Zout.

    Wisseling van de wacht is zojuist verschenen als nummer 134 van deze Slibreeks. Het is een bijzondere dichtbundel geworden met dichter Peter van Lier en beeldend kunstenaar Machteld van Buren in de rol van wachter op een precaire plaats aan het water. In deze bundel lost beeldend werk van Van Buren telkens de teksten van Van Lier af. ‘Poëzie waarin tekst en beeld elkaar nodig hebben en wezenlijk met elkaar verbonden zijn, dat is waar we naar zochten,’ aldus de dichter.

    Peter van Lier debuteerde met het filosofische essay Van absurdisme tot mystiek (1994). Daarna publiceerde hij vijf poëziebundels waarvan de laatste in 2010 verscheen onder de titel Hoor. Van Lier is als dichter spaarzaam met woorden en maakt kleine, voornamelijk  observatieve notities.

    Werk van Machteld van Buren bevindt zich o.a. in de collecties van het Stedelijk Museum in Amsterdam, het Centraal Museum in Utrecht en het Fries Museum in Leeuwarden. Zij maakte tekeningen, schilderijen, installaties en voor Wisseling van de wacht, ook collages. Voor dit werk lieten beide kunstenaars zich nadrukkelijk inspireren door Vlissingen.
    De collages maakte Van Buren voornamelijk van oude foto’s en tekeningen met telkens een andere grafische achtergrond. Geen pagina is vergelijkbaar met een andere.

    Oordeelt u zelf. Deeltje 134 in de Slibreeks is er om uw verbeelding te kleuren, te prikkelen, te vormen of te bevrijden.

     

    Wisseling van de wacht

    Peter van Lier/Machteld van Buren
    Slibreeks nr. 134, CBK Zeeland,
    Blz.: 44
    Prijs: € 9,-

    Verkrijgbaar via de uitgever: CBK Zeeland, Balans 17, 4331 BL, Middelburg en bij de betere boekhandel.

  • Vital Vitalski over Jotie T’ Hooft

    Over de Vlaamse dichter Jotie T’ Hooft (1956 – 1977)

    , ,
  • Aandacht voor leven en werk van Chr. J. van Geel op website van Elly de Waard

    Dichteres Elly de Waard, die van 1962 tot 1974 samenleefde met Chris van Geel (1917-1974), richtte in 1974 de Chr. J. van Geel Stichting  op. Sinds mei 2011 beheert zij een website waar  ruim aandacht wordt geschonken aan leven en werk van Van Geel.

    Het is een mooi vorm gegeven site met veel informatie over het werk van de beeldend kunstenaar en dichter Chris van Geel. De site bevat biografische gegevens en er is onder meer een hoofdstuk over Van Geel en het surrealisme met veel bijzonder veelzeggende en onbekende tekeningen; er zijn biografische gegevens met foto’s en schilderijen te bekijken; er is een overzicht van de diverse stadia van zijn beeldende werk. En er worden dwarsverbindingen getrokken tussen de gedichten en de tekeningen.

    Aan Chris Van Geel zijn op dit moment zeven pagina’s gewijd, waarop informatie over onder andere zijn nalatenschap, de plannen daarmee en over de activiteiten van de Stichting Chr. J. van Geel.

     

    Het volgende gedicht staat op de site en is geplaatst bij een schilderij van zijn moeder.

    ZOON, BIJ DE DOOD VAN ZIJN MOEDER

    Het dood gezicht achter het glas:
    het eerste schooluur in de klas,
    de glazen deur waardoor ik tuur
    naar wie mij bracht en zag hoe het mij
    verging. – Ik houd mij strak en koel
    als zij, zo strak als toen, ik voel
    opnieuw, dit is van langer duur
    dan voor zes jaar. – En weer die schrik
    dat zij bemoedigend naar mij knikt.

     

    Tevens op haar site aandacht voor J.A Emmens, (vriend van Chris Van Geel) en de Amerikaanse dichteres Amy Clampitt.

     

    Bezoek de website van Elly de Waard op www.ellydewaard.nl

  • Recensie door: Albert HogeweijEenzaamheid voor dubbelgangers

    Recensie door: Albert Hogeweij

    Eenzaamheid voor dubbelgangers

    Toon Tellegen zal wel nooit meer los komen van het predicaat ‘schrijver van filosofische dierenverhalen’, maar intussen heeft hij ook al heel wat diervrije poëzie op zijn naam gezet. Aan deze gedichten, hoewel gespeend van de dierverhalende context, ligt wel degelijk een zelfde soort speels filosofische inzet ten grondslag. Gedachtenrijke poëzie, die de grote woorden allerminst uit de weg gaat, maar waar de ernst geen vat op krijgt, en waarbij de lucide toon de abstract filosofische begrippen vaak voldoende concretiseert om het resultaat voor spielerei te kunnen behoeden. Voor zijn gehele oeuvre kreeg hij in 2006 de Hendrik de Vriesprijs en het jaar daarop de Constantijn Huygensprijs. Zijn productiviteit is er niet minder om geworden.

    Onlangs verscheen zijn nieuwste dichtbundel Schrijver en lezer, met tekeningen van zijn zoon, beeldend kunstenaar Boris Tellegen. De tekeningen, die het midden houden tussen figuratief en abstract, doen in de verte denken aan getekende driedimensionale constructies van de Rubiks kubus, maar zonder kleuren. Deze tekeningen zijn gedrukt in witte inkt. In de tekeningen valt het onderscheid tussen schrijver en lezer niet te maken. Ze zijn wel figuratief genoeg om er een in zichzelf gekeerd wezen in te zien dat aan een tafel geketend lijkt, waarop meestal een leeg papier voor hem ligt. Of het lege vel hem kwelt dan wel verrukt, is de vraag. Waren de tekeningen slechts illustraties bij de gedichten geweest, dan hadden ze echter wel degelijk woorden moeten bevatten, want hét kenmerk van deze nieuwe gedichten van Tellegen is dat de woorden zelfstandige objecten zijn geworden, die hun eigen gang lijken te gaan. De problematische omgang van de schrijver met zijn woorden is dan ook een van terugkerende motieven. ‘De schrijver stuurt zijn woorden de wereld in’, is bijvoorbeeld een gedicht getiteld waarin de woorden als een soort geheim legertje voor de schrijver op pad zijn geweest:
    ’s avonds keren ze terug naar de schrijver –
    hij zit voor het raam,
    hij heeft de hele dag naar ze uitgekeken

    ze hebben het koud:
    ziekelijkheid, pijnlijkheid, dodelijkheid
    en nu

    en de schrijver begint te schrijven.’

    Stonden de woorden de schrijver hier nog ten dienst, elders lezen we:
    ‘De schrijver bedenkt woorden
    die hij niet kan schrijven –
    ze zijn te licht, ze lossen op, ze vliegen telkens weg’

    Ze te verzwaren of vast te binden, helpt niet.

    ‘en de woorden beginnen te scheuren,
    ze verspreiden een vreemde geur,
    ze kunnen hun betekenis niet aan

    de schrijver probeert ze te vergeten,
    maar de woorden vergeten hem niet,
    klampen zich aan hem vast,
    leiden hem in verzoeking

    waar de lezer op hem wacht.’

    Maar het kan nog dreigender:
    ‘De schrijver vecht met woorden
    en de woorden overmeesteren hem,
    sluiten hem op in zijn kamer,
    nemen de sleutel mee

    op gezette tijden schreeuwt de schrijver om hulp’

    Woorden als het monster van Frankenstein? Zo ver gaat het niet, bovendien ontspint zich ook geen echt verhaal in deze bundel, maar worden gedachten geconcretiseerd. En hoe concretiseer je de gedachte dat woorden objecten zijn beter dan door de woorden letterlijk te nemen?
    ‘De schrijver is hongerig
    eet jou en mij en de hele tegenwoordige tijd
    in één hap op

    wat nu? denkt hij
    en hij eet nu op en wat
    en alle vraagtekens die hij ooit heeft gedacht’

    Deze letterlijke inzet verhinderd dat de gedichten in abstracties blijven steken. Heeft de schrijver niet altijd de woorden in bedwang, niet minder heeft hij te stellen met de lezer. Soms ontpopt die laatste zich als een ware fan, die de schrijver niet alleen ‘zijn sloffen aan[reikt]’ maar zich ook over hem ontfermt. Als de schrijver verkondigt, ‘ik ben de enige hier die van geen enkel belang is’ en dreigt om te vallen, lezen we dat hij nog net:
    ‘door een lezer wordt opgevangen
    en in een verloren hoekje wordt weggezet

    het leven is een feest en moet verder
    en iedereen fluistert in het oor 
    van iemand in zijn armen

    ‘o waren wij ook maar van geen enkel belang, jij en ik…’

    Met dit soort naïeve logica, die vooral in de verhalen van Tellegen de toon zet, weet hij de ontroering binnen te halen. Want deze gedichten kenmerken zich ook door romantische passages:
    ‘de lezer is een jongen in een jongenskamer
    er komt een meisje binnen,
    zo onverwacht, zo mooi en zo lichtzinnig

    en daarna nooit meer.’

    Maar zo vermurwbaar betoont de lezer zich niet al de tijd:
    ‘ik ben een lezer, zegt zijn vijand
    en legt de schrijver het zwijgen op.’

    Verderop ontplooit de lezer nog meer initiatieven:
    ‘De lezer ziet zijn kans schoon,
    kruipt onder de huid van de schrijver
    en denkt:
    nu weet hij nooit meer waar ik ben…’

    Dit dubbelgangerspel eindigt ermee dat het laatste gedicht zich aldus laat citeren:
    ‘De lezer wordt schrijver
    trekt de kleren van de schrijver aan,
    eet zijn brood,
    zit aan zijn bureau,
    buigt zich over zijn papier –
    verwondert zich over de immense, tot voorbij de horizon zich
    uitsytrekkende, oogverblindende wirheid ervan –

    neemt zijn pen in de hand
    denkt wat de schrijver denkt,

    voelt wat de schrijver voelt (onder andere: pijn)
    en wacht
    tot iemand hem stoort

    maar niemand stoort hem,
    hij wacht tevergeefs.’

    In deze bundel wordt niemand gelukkig en blijft iedereen eenzaam achter.
    De thematiek van schrijver en lezer die in hun nadering elkaar uitsluiten (‘de schrijver droomt van een wereld zonder woorden’ afgezet tegen de regel in hetzelfde gedicht ‘de lezer droomt van woorden zonder wereld’), terwijl ze elkaar nodig hebben en daarom voortdurend in een wisselend rollenspel tot elkaar veroordeeld blijven (‘de schrijver is een slang,/ verjaagd uit het paradijs’ en ‘de lezer is God’) zou de bundel een wrange ondertoon hebben moeten geven. Welke in de tekeningen adequaat getroffen is. De schrijver is een gevangene van zijn taal.
    ‘hij droomt van een lezer die met zijn sleutels rammelt,
    droog brood naar binnen schuift.’

    Maar de onmiskenbare speelsheid, het plezier ook om de woorden hun eigen logica te gunnen, beletten de gedichten een tragische landing in het hoofd van de lezer te maken. Het begrippenpaar- schrijver en lezer – lijkt eerder als sparring-partner te dienen voor Tellegens poëtische aandrift, die zich graag in de dialoogvorm uitleeft.

    Deze bundel verwonderde mij omdat ik niet wist waarom ik het goed vond, maar wel wist dat het niet slecht was. Misschien wringt het een beetje dat deze gedichten die over een soort beklemming gaan, de lezer toch niet met een beklemmend gevoel achterlaten. Net als een acteur die om z’n komische rollen bekend staat, in een tragedie z’n tragiek maar moeilijk voor het voetlicht weet te brengen, omdat het publiek in hem de komediant blijft zien. Aan de andere kant is Tellegen een meester van het gevoelige taalgebruik. De zinnen boren zich met hun bedrieglijke eenvoud en achteloze toon, die zo uit de mouw geschud lijkt, in de diepere lagen door, zonder dat ze aan helderheid inboeten. En de absurditeit zet maar al te graag de logica buitenspel:
    ‘aan het graf van de schrijver zegt de lezer,
    in zijn misplaatste jasje:
    ‘woorden schieten tekort’

    er ontstaat vechtpartijen,
    voor- en tegenstanders van onsterfelijkheid gooien met modder
    naar elkaar

    het regent
    en een verschrikkelijke begeerte maakt zich van iedereen meester

    en daar blijft het niet bij.’

    Een ander gedicht sluit af met:

    ‘de lezer maakt op grond van zijn radeloosheid een gebaar
    waarvan hij vermoedt dat het van berusting getuigt
    en denkt:
    weten schrijvers soms niet dat lezers ook wel eens niet hadden willen worden geboren? ‘

    De taal zelf lijkt er ondertussen weinig door aangeslagen dat in deze bundel behoorlijk zware begrippen als god – ontoereikendheid – liefde – vijandschap tegen elkaar worden uitgespeeld. Naar mijn smaak soms iets te weinig. Maar ja, als je dan leest:
    ‘De schrijver maakt een raam
    en kijkt nauwgezet naar buiten

    de lezer ziet hem staan
    en denkt:
    hij ziet met zijn scherpe oog voor onvolkomenheid
    de schepen die achter mij branden

    dan maakt de schrijver snel invallende duisternis en bloemetjesbehang

    en kijkt weer naar binnen, ‘

    dan weet je eigenlijk niet meer wat hiertegen in te brengen valt…

    Tellegens poëzie laat zich moeilijk met andere poëzie vergelijken. De bundel heeft een taliger
    stoffering dan zijn vorige bundels. En er komen veel mooie gedichten langs:
    ‘De schrijver schudt aan de boom van ontzetting
    en vraagt zich af hoe het met hem zal aflopen:
    zal ik doodgaan,
    zal ik écht doodgaan?
    of zal mij iets overkomen wat ik nog onder woorden moet brengen?

    hij schrijft en schrijft,
    daarna gaat hij slapen
    of een eindje fietsen

    kleine wormstekige voorbeeldfuncties liggen in het gras

    het is warm
    de schrijver woelt in zijn slaap
    of stapt van zijn fiets, wist het zweet van zijn voorhoofd

    of beide.’

    En:
    ‘De schrijver koestert schoonheid,
    oud zeer
    en al het ongenoegen van de wereld

    zijn zintuigen slingeren rond als ondergoed, kranten, Schöner Wohnen

    soms, als hij schrijft, staat zijn moeder achter hem,
    schudt haar hoofd over hem,
    zegt dat hij rechtop moet gaan zitten, nóg rechter, fierder

    bezorgdheid is alles wat er van haar rest

    zij neemt zijn pen uit zijn hand en opent zijn raam
    en de schrijver herinnert zich weer de schoonheid van genade
    en van niet schrijven, niet denken en niet zijn,
    gonst als een hommel tussen de vitrages en verdwijnt
    in het grote, blauwe niets.’

    Prachtig gedicht, al had ‘de schoonheid van genade’ geen verdere toelichting nodig gehad.

    Wie zich over het vooroordeel, dat wat zwaar is niet mag drijven, weet heen te zetten, treft in Schrijver en lezer een verrassend sterke bundel, die van een grote lenigheid van taal en thematiek getuigt. Aan prachtige zinnen geen gebrek en je blijft je verbazen over dat unieke, geheimzinnige talent van Tellegen.


    Schrijver en lezer
    Auteur: Toon Tellegen
    Verschenen: Uitgeverij Querido (2011)
    Blz.: 96 
    Prijs: € 18,95