• De Noord-Zuid-lijn en Vergeten straat

    Vrijwel dagelijks staan de kranten anno 2009 vol met nieuws over de problemen rondom de aanleg van de Noord-Zuid-lijn in Amsterdam. Deze maand verscheen bij de Arbeiderspers Vergeten straat, van Louis Paul Boon. Een roman uit 1946. Onderwerp: De Noord-Zuid-lijn.

    De volgende fragmenten komen uit Vergeten straat, maar zouden zo geplukt kunnen zijn uit Het Parool van de afgelopen maanden…

    * De laatsten tijd hoort ge ook het vaag gerommel, het verre kappen en breken voor de Noord-Zuid-verbinding. En soms, heel dof: boem.

    * Koelie […] leest de gazet. Het is over de Noord-Zuid. Dat het lang genoeg geduurd heeft eer het Noord-station met het Zuid-station verbonden kon worden. Dat het een grootsch werk is.

    * …. Honderden krotwoningen gaan er door verdwijnen; aan duizenden werklozen, die nu in bandeloosheid en misplaatsten wrok leven, zullen arbeid en brood verschaft worden.

    * …. Die Noord-Zuid-verbinding is een lap op een versleten broek.

    * Ze stapt een eind met Koelie mee en spreekt over de Noord-Zuid. Iedereen spreekt daar over.

    * Iedereen peinst dat het ongeveer zal uitkomen aan het café van Louisken.

    * Het bonzen van haar hart overstemt het trillen van het pakhuis, het naderend gerommel voor de Noord-Zuid. Het ‘boem’ is niet meer enkele straten af, het is midden in haar hart.

    * Straks komen de mannen van de Noord-Zuid hier toe, en ze zullen bij mij het stof en de kalk uit hun keel komen spoelen, zegt ze.

    * Dat de mannen, die aan de Noord-Zuid werken en bij mij moesten frit met mosselen eten, nu bij u hun laatsten cent zullen verdrinken.

    * De mannen die aan de Noord-Zuid werken komen toe in de morgen, smijten hun kabas tegen den muur, spuwen in de handen en herbeginnen. De ploegbaas kijkt hun op de vingers. Hij kijkt naar de lucht of het vandaag niet regenen zal, naar het halve huis van Louisken, en naar den overkant waar ze weer al een door moeten.

    * Ik wenschte dat de Noord-Zuid hen naar de hel voerde, dat ieder die er een cent aan verdient vandaag nog dood viel.

    * We moeten een petitie indienen bij de regeering, bij de meesters van de Noord-Zuid.

    De roman Vergeten straat is grotendeels geschreven tijdens de bezetting in Brussel. Het uitgangspunt van dit derde werk van Boon is eenvoudig: een doodlopende straat in een naamloze grote stad wordt tijdens de aanleg van de Noord-Zuid-lijn helemaal van de buitenwereld afgesneden. Vervolgens wordt er op initiatief van ene Koelie een commune uit de grond gestampt. Om de kansen op welslagen van die Nieuwe Gemeenschap te kunnen beoordelen, heeft de schrijver een Brusselse impasse waar hij wel eens was geweest, bevolkt met mensen die hij kende uit zijn eigen omgeving. Het sociaal experiment van Koelie mislukt jammerlijk, het nieuwe gemeenschapsleven implodeert. Maar Boons literaire experiment fascineert tot op de dag van vandaag. Dat is mede te danken aan het beklijvende portret van Koelies dochter Roza, die onder Boons pen is uitgegroeid tot één van de meest destructieve kindvrouwtjes uit de moderne literatuur. Vanwege onvergetelijke figuren als Roza, haar vader Koelie en de bedelaar Vieze, maar ook Hermine, Peu, Gaston, Alfred, Marie en dikke Wis, Louisken en haar kinderen is Vergeten straat een feest om te lezen.

    Louis Paul Boon, Vergeten straat. De Arbeiderspers, paperback, 296 p., € 22,95

  • Hier is het geen voorwinter

    De titel doet denken aan het duistere tijdperk van de hindoeïstische demon Kali, waarin de mens alleen fysiek bestaat en niet geestelijk. Hoewel Handke daar niet expliciet naar verwijst, speelt het verhaal zich af in een vergelijkbare wereld, waarin de mens zelf tot een probleem geworden is. Maar misschien betekent Kali gewoon zout en gaat het over een kalimijn, die volgens Google ook in Oostenrijk te vinden is. Zonder dat de locatie met naam genoemd wordt, moet die ergens in het midden van het Verenigd Europa liggen.

    Het verhaal opent met een dreigende toon, die meteen al intrigeert. ‘Ook mij heeft ze bang gemaakt, maakt ze bang. Maar ik wil de confrontatie met haar aangaan.’

    De vrouw om wie het gaat is een vreemde zangeres die na haar optreden door de verteller wordt gevolgd door een stad vol zwijgende mensen. Ze vindt in de schouwburg een ring en meent dat alles wat ze uitspreekt ook moet gebeuren. De vrouw blijkt een doodaanzegster, die op weg is naar het eiland Dode Hoek waar in een zoutmijn veel emigranten werken en waar ook haar slachtoffer, de zoutbaas, woont.

    Alles speelt zich af in een ijltoestand: de ruimte is niet constant maar dijt zoals in een droom uit, stroken nacht trekken door het daglicht, zoals ’s nachts omgekeerd. Ook in letterlijke zin zijn er veel spiegelingen in de ruiten; een helikopter werpt een zoeklicht op de grond en wijst de vrouw in het donker de weg. Net als in een nachtmerrie komen er opsporingsteams voor, verschijnen er oorlogsvliegtuigen in de lucht, worden er mensen en kinderen vermist.

    Als de winter inzet en de sneeuw valt, zal het leven verstarren, maar zover komt het niet. Het is wellicht het kerstkind dat met zijn intrede nieuwe hoop biedt; zo zit het verhaal vol met verwijzingen en dat maakt deze tekst zeer boeiend.

    Handke kiest een origineel filmisch standpunt en gebruikt een prachtige poëtische taal met daarin nieuwe woorden als ‘orenopenspringing’. Af en toe geeft de verteller commentaar op zijn waarnemingen. ‘Hoezo, een kreet van een valk in de voorwinter? Die heb ik hier gehoord. En bovendien is het bij mij hier geen voorwinter.’
    De strakke lijn houdt de lezer scherp. Handke waarschuwt, maar biedt tegelijk hoop aan een verscheurde wereld waarin mensen vreemden voor elkaar dreigen te worden.

     

     

     

  • Recensie 'Wij' – Elvis Peeters

    ‘De buitenwereld leek grauw als het leven van mijn vader.’

    Door Patrick Bassant

    Ik herinner me de eerste stickertjes met ‘WARNING EXPLICIT LYRICS’ op cd’s. Tipper Gore, de vrouw van toenmalig vice-president Al, had ‘family values’, ? Christelijke wel te verstaan ? hoog in het vaandel staan en probeerde de Amerikaanse jeugd te beschermen tegen de geile en boze negers die in gangster-style rapten over geweld en gratuite seks, tegen de langharige blanke griezels die volstrekt onverstaanbare dingen brulden over Satan in combinatie met willekeurige slierten darm. Het lijkt wel een eeuwigheid geleden dat wij ons daar druk om maakten. ‘Wij’ was in dezen Ice T vanuit een of andere ghetto in LA en ik op een keurige middelbare school nabij Amsterdam.

    Deze recensie begint al met ‘ik herinner me.’ Ik ben gewoon op basis van mijn leeftijd (31 jaar) niet in staat mij te identificeren met de pubers die de hoofdrol spelen in het nieuwe boek van Elvis Peeters. Op de kaft zit een stickertje ‘WAARSCHUWING EXPLICIETE ROMAN’ waardoor ik moest grinniken en dacht aan 1992, toen ikzelf ongeveer de leeftijd had van de personages in dit boek. Dat komt dan goed uit, zou je denken, dan zit het met die identificatie wel snor. Alleen, Wij is geen normale Bildungsroman over de verwarrende en onzekere puberteit.

    Wij is een snoeiharde, meedogenloze motherfucker van een boek. Acht jongeren zetten zich af tegen de volwassen wereld waar ze nog geen deel van mogen uitmaken, ontdekken hun seksualiteit en vervelen zich te pletter. Tot dusver niets bijzonders. Maar deze jongeren zetten zich af, ontdekken en vervelen zich met een intensiteit die zo ver gaat dat de rillingen over je rug lopen. Peeters heeft de sadistische wreedheid en het nihilisme van de jeugd uitvergroot tot angstaanjagende proporties. En tegelijkertijd hóóp je dat hij het opgeblazen heeft, dat het fictie is, dat Peeters’ fantasie met hem op de loop is gegaan. Want ergens spoken de krantenberichten door je hoofd waarin soortgelijke gebeurtenissen worden vermeld.

    Vier jongens, vier meisjes vormen een geheim clubje, compleet met verlaten schuur waar nooit pottenkijkers komen. Ze gebruiken deze schuur aanvankelijk als plek om zich af te sluiten van de wereld. Later beginnen ze elkaars lichamen te ontdekken en is de schuur hun experimenteerplek. Daarna is de schuur de uitvalsbasis voor hun gewelddadige penetratie van de buitenwereld. Ze beginnen met spelletjes als ‘raad eens wat ik in een van je holtes stop’, en het ontspoort richting sadisme, prostitutie en vermoorden-zonder-een-moordenaar-te-zijn.

    Er lijkt in dit boek geen sprake te zijn van geweld als gevolg van zwarte macabere romantiek ? het geweld van jonge terroristen dat we nog kunnen begrijpen of af kunnen doen als godsdienstwaan. Ook niet als groots en meeslepend gebaar om zich af te zetten tegen de volwassen wereld. De jongeren verantwoorden zich op niet andere wijze dan met ontdekkingslust. Vanuit de verveling, het in warme zomers lamlendig in de schuur bedenken wat ze nu eens uit kunnen proberen, verleggen ze grenzen. ‘Wij houden van de spelletjes die we doen, waarom doen we ze anders?’ (p. 49) Je zou het nihilistisch kunnen noemen, maar de jongeren zelf zullen daar geen genoegen mee nemen. Zij wijzen dit soort etiketten af, zij hebben de zuivere rede van Kant opzijgezet voor de zuivere riedel van de glibberige hiphopper Kanye West. ‘Wij waren jong, niet pervers.’ (p.19)

    Deze door bloed en zaad verbonden groepsleden ‘genoten ervan te zijn wie wij waren, onervaren en onverantwoord’ (p. 24) en nemen wraak op de volwassen wereld die ze niet toelaat omdat ze te jong zouden zijn. Ze bewijzen echter dat ze voor veel volwassen acties helemaal niet te jong zijn ? seks, voortplanting, prostitutie, zwendel en diefstal: ‘We bewogen ons als roofvissen in het water der volwassenen, ze hadden niets door.’ (p. 78)
    Het boek is op z’n best in de onderlinge confrontaties binnen de groep van acht. Als later in het boek een van de jongens zich meer en meer begint te ontpoppen tot loverboy en klein crimineeltje wordt de beslotenheid van de groep opengebroken en wordt het verhaal door de vermenging met de wereld van de volwassen criminelen minder intens en wat ongeloofwaardig. Niet dat de geloofwaardigheid van belang is. Als één van de meisjes sterft na een experiment met een ijspegel, zien de achterblijvers dat als verraad van het meisje, en de schuldvraag (een woord dat niet in hun woordenboek voor zal komen) wordt afgedaan met ‘er viel niets aan te doen, we zouden haar missen’ (p. 85). Zeven jongeren die na de dood van een vriendin besluiten dat er niemand iets te verwijten viel, de schouders ophalen en doorgaan is in elk werkelijk geval ongeloofwaardig, maar binnen dit boek klopt het geheel. Je kan ze cynisch noemen, of autistisch, of psychopathisch, maar eigenlijk gaan ze consequent door waar ze mee bezig waren: ‘Wij deden maar wat, alles waar leven ons toe uitnodigde. … Grote woorden, ik weet het, maar zo voelde het. Niemand van ons had het idee dat hij overdreef.’ (p. 113)

    Het boek eindigt met een scène waarin een hond niet afgemaakt wordt, een ochtend in de schuur waarop men te verveeld was om te neuken en de afsluiter ‘de wereld ligt aan onze voeten.’ Ik weet het niet helemaal zeker, maar misschien is dit een glorieus einde, de afsluiting van twee of drie intensieve puberjaren als rite de passage naar de volwassenheid. Het is mooi geweest, nu gaan we verder.

    Volgens mij schuimt in elk puberlichaam de mogelijkheid ontzettend te ontsporen. Peeters zet acht pubers bij elkaar en laat ze op vreselijke wijze escaleren. Dit boek is zo goed omdat het in zijn overtrokkenheid juist zo realistisch is. Een puber zal altijd grenzen willen verschuiven, heeft een vooralsnog slecht ontwikkeld geweten, en als ze met z’n achten zijn, heb je een kruitvat van jewelste. Elke puber die zich beperkt tot gangbangen in een kelderbox, comazuipen of breezerseks is een lieverdje, als je bij Peeters huiverend leest wat hij of zij ook zou kunnen uitvreten.

    Elvis Peeters, Wij. Podium, 2009. € 16,50.

  • In memoriam Eugène Constantijn Donders Drenthe

    eugene_drentheVan Fred Fitz-James van de @nansi Networking Newsletter het bericht dat in Rotterdam op 30 maart j.l. Eugène Constantijn Donders Drenthe overleden. Als toneelschrijver, toneelregisseur en dichter heeft hij een brede bijdrage geleverd aan theater en andere vormen van de Surinaamse kunst en cultuur. Pa Drenthe, zoals hij werd genoemd is te plantage Laarwijk in Suriname geboren op 12 december 1925. Hij is de oprichter van de nog steeds actieve Afro Surinaamse Sociaal Culturele Organisatie NAKS (1947), voorafgegaan door de ook door hem opgericht organisatie TOP.

    Pa Drenthe stond bekend om zijn toneelschrijvers- en regisseurstalenten. Ruim 40 toneelstukken zijn door hem geschreven en geregisseerd. Kassuccessen waren ondermeer: Skuma/ Schuim (1982), Sroysi/ Sluis (1984), (1988), Sipi/ Schip (1991) Katibo bagasi (1998) en Bromtyi/ Bloemen (2000). Zijn kennis omtrent de Hindoestaanse taal en cultuur stelde hem in staat om ook toneelstukken als Eigen oogst/ Apna phal, te schrijven en te regisseren. Zijn zeer bewogen kunst- en culturele leven heeft zich zowel in Suriname als in Nederland afgespeeld.

    Diverse malen is Pa Drenthe gehuldigd. In 1972 werd hem de Orde van Oranje-Nassau verleend. Hij weigerde deze met de opmerking: “Ik heb niks bijzonders gedaan, het was mijn werk”. De Erasmusspeld kreeg hij in 2005 van de stad Rotterdam. Zijn verdiensten werden in 2007 tijdens het 60-jarige jubileum van NAKS door hen gewaardeerd met de NAKS-vlag.

    Op vrijdagavond 3 april (18.30 – 20.30 uur) en zaterdag 4 april (10.15 – 11.15 uur) is er gelegenheid tot het nemen van afscheid in het Uitvaartcentrum Goetze te Rotterdam aan de Boezemsingel 35. De crematie is zaterdag 4 april (12.00 uur – 13.00 uur) op de Crematorium Rotterdam Hofwijk in Overschie. Eugène Constantijn Donders Drenthe is 83 jaar geworden en vader van 10 kinderen.

    Voor meer informatie over de @nansi Networking Newsletter kijk op www.kotomisishop.eu

  • Voorlaatste nummer Bunker Hill

    Recent verscheen het voorlaatste nummer van het Literair tijdschrift Bunker Hill, nummer 42. Er verschijnt nog een dubbelnummer 43-44 en dat zal dan het einde zijn van het tijdschrift dat in 1996 een aanvang nam. In dit nummer een interview met F. Springer, ‘de schrijver die bekend staat om zijn fraaie stijl droge humor en prachtig verwoorde melancholie’.

    Verder verdienen de gedichten van de Hongaar Linda Maria Baros in dit nummer de aandacht, ze werden vertaald door Jan H. Mysjkin. Lezenswaard is ook: Jan van Mersbergen, Rhett Miller.

    Maar waarom moet dit mooie tijdschrift ophouden te bestaan?

  • Virtuele boekhandelaar vraag en antwoord

    vraag:

    Graag zou ik in het bezit komen van een exemplaar van het boek Alle mensen zijn sterfelijk van Simone de Beauvoir.
    Kan ik deze bij u bestellen?

    Bij voorbaat dank en met vriendelijke groet,

    antwoord:

    Beste Jacques,

    We zouden je er graag aan helpen, maar het boek is verramsjt, ligt dus waarschijnlijk bij De Slegte, als er een filiaal bij je in de buurt is zou ik daar een kijkje nemen.

    Met hartelijke groet, uw virtuele boekhandelaar Daphne de Heer

    Graag zou ik in het bezit komen van een exemplaar van het boek “Alle mensen zijn sterfelijk” van Simone de Beauvoir.
    Kan ik deze bij u bestellen?

    Bij voorbaat dank en met vriendelijke groet,

  • Reynaert de Vos

    illustraties Mance Post
    Illustratie Mance Post

    De nieuwe vertaling van Reynaert de Vos door Ard Posthuma is allereerst bijzonder mooi uitgegeven, door Athenaeum Polak & Van Gennep. Het omslag is ontworpen door Anneke Germers, de mooie illustraties zijn van Mance Post. De meeste mensen kennen middeleeuwse boeken als de Beatrijs of de Reynaert slechts van naargeestige schooledities van een hooggeleerde heer, met een notenapparaat onder elke pagina.

    Wat een opluchting is zo’n boek als dit dan, tweetalig en op deze wijze verlucht!

    Posthuma verklaart in zijn betrekkelijk uitgebreide voorwoord geschiedenis en achtegronden  van de Reynaert en geeft een kleine vertaalgeschiedenis, waarbij hij vooral waardering uitspreekt voor de Ernst van Altena vertaling.

    Kijk voor achtergrond informatie over het Reynaert verhaal vooral hier.

    En hier voor een interpretatie.

  • Rascha Peper leest voor uit Verfhuid

    Rascha Peper leest op 26 november voor uit Verfhuid

    Naar aanleiding van de Caspar David Fiedrich-tentoonstelling in de Hermitage Amsterdam organiseert het Goethe-instituut op 26 november een avond rond de schrijfster Rascha Peper. Verfhuid is een novelle van Rascha Peper, waarin een kunstverzamelaar ten onder gaat aan de liefde voor een schilderij.
    Al jaren krijgt kunsthandelaar Arnold Kee een verzamelaar van Duitse romantische schilders over de vloer zonder dat er tussen hen veel vertrouwelijkheid is gegroeid. Deze verzamelaar, Terwindus, is ontoegankelijk en eigenwijs, en over verkoop van overtollige stukken valt met hem niet te praten. Toch wordt de kunsthandelaar onverwacht door de verzamelaar uitgenodigd bij hem thuis te komen. Daar maakt hij kennis met de fabelachtige collectie-Terwindus. Sinds die dag raakt Arnold Kee in de ban van zijn stugge klant en als hij aanwijzingen heeft dat deze in geldnood zit, probeert hij door te dringen in diens kluizenaarsbestaan. Eigenbelang en compassie met de gedreven verzamelaar, die alles wat zijn teruggetrokken persoon aan liefde kan opbrengen aan zijn schilderijen schenkt, raken met elkaar verstrengeld en brengen Kee in vertwijfeling. Heeft hij schuld aan de ondergang van Terwindus? En is zijn eigen liefdesleven wel zoveel rijker en dieper dan dat van de wereldvreemde schlemiel die meer van zijn Caspar David Friedrich houdt dan van zichzelf?

    woensdag 26 november 2008 – 20.00 uur
    Goethe-Institut Amsterdam, Herengracht 470, Amsterdam
    Toegang: € 5,00 / met korting: € 3,00

  • Nieuwe Revisor

    is de superheld nog van deze tijd vraagt de redactie van Revisor zich af: ‘Een karikatuur zonder vrees of blaam en vooral zonder twijfel lijkt niet geschikt als literair personage. Zou dat de reden zijn dat de superheld het beter doet in films en in strips of zijn er nog andere verklaringen?’ Lees het in de bijdragen van;

    Allard Schröder, Over superhelden
    Kees ’t Hart, Lord Sisters dood
    Sjoerd de Jong, Een actieheld van de jaren tachtig
    Arjen Duinker, Henry Calvin
    Jacob Groot, Kid Colt (zoals het een man betaamt)
    Tsead Bruinja, Gekrenkt
    Bas Blokker, Superhelden zijn lokale folklore
    Han van der Vegt, De engelbewaarders
    Auke Hulst, Nineteenth Century Man versus Irony Man
    Lucas Hüsgen, Lady Penelope in gevaar!
    Onno Kosters, Zij (Hagenheld)
    Saskia de Coster, Noone lives here anymore
    Toef Jaeger, Wat te doen met de tegenheld van de superheld?
    Albert Bobeldijk, Je zei dat ik leep was

    Een woord een woord:
    Evelien Chayes, Het vunzige van de roman

  • Surinaamse literatuur op Hyves

    Ook op Hyves is er nu een pagina over de Surinaamse literatuur te vinden. Anouska Kock, een schrijfster van Surinaams-Nederlandse origine, woonachtig op Aruba, nam het initiatief. Neem een kijkje op http://boekensuriname.hyves.net en sluit je aan. Het is een Hyves-pagina voor mensen die graag lezen over Suriname en Surinaamse zaken. Niet alleen verhalende literatuur, maar ook non-fictie. De leden attenderen elkaar op nieuwe uitgaven, literaire activiteiten, en daarnaast kan een ieder die dat wil, op deze hyve boekenrecensies plaatsen. Het is belangrijk omdat veel uitgaven in Suriname in eigen beheer geschieden. Vaak zijn de publicaties alleszins de moeite waard maar bereiken ze maar een kleine groep lezers.

  • Het Toneel Speelt doet Heijermans

    Kniertje woont in een vissersdorpje aan de Noordzee. Ze heeft haar man en twee zonen verloren aan het water. Ze is arm en moet werken als poetsvrouw bij dezelfde reder Bos, bij wie haar drie mannen voeren. Zo nu en dan krijgt ze een pannetje soep en dan is zij dankbaar. Als het stuk begint heeft ze nog twee zoons over. Geert komt net terug uit de gevangenis, hij is een visser in hart en nieren, maar heeft een opstandig karakter. Barend is de jongste en doodsbenauwd voor de zee. Bos wil ze allebei meenemen op zijn schip Op Hoop van Zegen. Je zou zeggen: drie mannen verliezen is genoeg voor een moeder. Maar ze kan geen kant uit. Het wordt nog dramatischer als het gerucht gaat dat de Hoop een ‘drijvende doodskist’ is. Barendje wil niet, huilt en schreeuwt, maar Kniertje dwingt hem te gaan. ‘Toe nou jongen – Toe nou ? God zal je niet verlate…’ Het schip vaart uit om nooit meer terug te keren.

    Heijermans is de beroemdste toneelschrijver van Nederland. Met Op Hoop van Zegen (1900), dat van Moskou tot New York de wereld overging en gaat, begint Het Toneel Speelt met het regelmatig spelen van zijn bekende en minder bekende toneelstukken.

    Voor meer informatie: Het Toneel Speelt

    première Stadsschouwburg Amsterdam, woensdag 14 januari 2009

    speelperiode tot en met 2 april 2009
    OP HOOP VAN ZEGEN
    van Herman Heijermans
    Marisa van Eyle speelt Kniertje verder spelen mee Saskia Temmink, Petra Laseur, Fockeline Ouwerkerk, Guy Clemens,René van Zinnicq Bergmann, Bart Klever, Maarten Heijmans, Lieke van den Broek en David Lucieer.
    Regie Jaap Spijkers

  • Paul Claes, Lyriek van de lage landen

    De canon in tachtig gedichten

    Zoals een mens niet kan leven zonder herinnering, kan een cultuur niet bestaan zonder traditie. Om de lyrische traditie van Nederland en Vlaanderen levend te houden heeft Paul Claes in dit boek tachtig klassieke gedichten uit onze literatuur verzameld en deskundig toegelicht. Hij geeft verhelderend technisch en thematisch commentaar, portretteert de makers en toont hun nawerking tot in deze tijd.
    De ‘canon van Claes’: een rijk geïlustreerd standaardwerk voor iedere in poëzie geïnteresseerde lezer.

    Verrassend in deze bloemlezing is opname van het gedicht ‘Ne roibaard ip ’n wisse’ ‘Een roodborstje op een twijg’ van de West-Vlaamse dichter Omer Karel de Laey, die in nog niet menog canon-bloemlezing verscheen.

    ISBN: 978 90 234 3288 3
    Omvang: 304 bladzijden
    Uitvoering: Gebonden
    Prijs: € 24.90