• Oogst van week 37

    Door Ingrid van der Graaf

    Van dichter Tsjead Bruinja (1973) verscheen de bundel Binnenwereld, buitenwijk waarin hij zich vele vragen stelt. De binnenwereld is het onuitputtelijke universum van onze wensen, dromen en twijfels, van obsessies en ons verlangen naar geluk. Maar hoe reageert dit universum, hart en ziel, verstand en onverstand, op de buitenwijk, de wereld om ons heen? Bruinja’s gedichten brengen op speelse wijze in beeld wat in het ik-tijdperk uit het zicht is geraakt: de complexe en gelaagde verhouding tussen binnen en buiten, tussen individu en maatschappij, of – zoals Bach het genoemd zou hebben – tussen wereld en mens. De buitenwereld schept altijd een binnenwijk; het zijn communicerende vaten. Denken, doen en dromen met de wereld erbij, nooit zonder. 64 blz., Uitgeverij Cossee, € 16,95.

     

    9200000030480711 De Franse filosoof Jacques Derrida (1930-2004) hield in 1984 de voordracht Sibbolet, waarin hij door filosofeert op enkele frases uit het werk van Paul Celan (1920-1970). Hij leest het werk van de Duitstalige joodse dichter Celan vanuit de verwondering over het woord dat steeds opnieuw terugkomt en niettemin altijd weer enkelvoudig is. En over de gebeurtenis van de Holocaust, het niet-aflatende thema van de poëzie van Celan. In zijn eerbiedige en aandachtige lezing vraagt Derrida Celans de moeilijk te doorgronden gedichten naar de betekenis van hun data, hun plaatsnamen, hun chiffres en codewoorden. Waarin bestaat iemands identiteit, die zich hecht aan een eenmalige handeling als de besnijdenis? Waarin bestaat een volk, dat opstaat vanuit de grimmigste poging tot genocide die de geschiedenis heeft gekend? Vertaald door Ger Groot, 128 blz., € 16,95.

     

    9200000040900125Na twee hedendaagse romans komt Arthur Japin met een historische roman over de pionier in de vliegkunst, Alberto Santos-Dumont. Santos-Dumont groeit op in de afgelegen binnenlanden van Brazilië. Hij droomt ervan te kunnen vliegen zoals de helden in de boeken van Jules Verne. Als hij ontdekt dat hun avonturen niet echt zijn, legt hij zich daar niet bij neer. Hij vertrekt naar Parijs, zet de werkelijkheid naar zijn hand, en wordt de eerste mens die door de wolken navigeert. De ware geschiedenis van deze vergeten pionier en zijn gestolen hart voert van Zuid-Amerika naar de Parijse belle époque. 320 blz., uitgeverij De Arbeiderspers, € 21,99.

     

    Valeria-Luiselli-Geschiedenis-tanden-voorplatMet een aanstekelijk vertelplezier neemt Valeria Luiselli ons mee op een eigenzinnige en hilarische reis over de creatie van kunstwerken, hun waarde en de manier waarop ze in de markt worden gezet. Gustavo Sánchez Sánchez, alias ‘Snelweg’, is niet alleen een paperclipverzamelaar en een charlatan, hij is ook een man met een missie: hij is van plan zijn afzichtelijke gebit tot de laatste kies te vervangen. Als zijn eigenaardige vaardigheden (hij is, na twee glazen rum, in staat om Janis Joplin te imiteren) hem daar niet voldoende bij kunnen helpen, zit er maar één ding op: hij moet en zal ’s werelds beste veilingmeester worden – hoewel misschien niet iedereen dat zal beseffen, want Snelweg is van nature nogal verlegen. 208 blz. Uitgeverij Karaat, vertaling P. Menard, € 19,50.

     

  • Oogst week 36

    door Carolien Lohmeijer

    Jammer! De vakanties zijn voorbij en lezen doen we er nu weer ‘naast’. Het goede nieuws is dat het nieuwe boekenseizoen voor de deur staat en Literair Nederland gewoon doorgaat met het bespreken en aankondigen van nieuwe, mooie en/of bijzondere boeken.

    Zoals bijvoorbeeld Een vrouw van staal van Corine Nijenhuis. Nijenhuis kocht in 2007 een varende klipper. Het bleek een boot met zo’n enorme staat van dienst dat Nijenhuis er een boek over schreef.
    Een vrouw van staal
    is de geschiedenis van dit meer dan 100 jaar oude schip, dat twee wereldoorlogen overleefde, door de Duitsers werd gebruikt als patrouilleboot, ingezet werd bij de werkzaamheden bij de aanleg van de afsluitdijk, het deltaplan en de bietencampagne. Tegelijkertijd is het het verhaal van alle schippers van dat schip en geeft het een beeld van de geschiedenis van de Nederlandse binnenvaart vanaf het begin van de vorige eeuw.
    Een vrouw van staal, Corine Nijenhuis, Uitgeverij Brandt, 368, € 20,- |

    Nacht is de dagDeze zomer ontving literair vertaler Gerrit Bussink de Straelener Übersetzerpreis 2015 van de Kunststiftung Nordrhein-Westfalen. Een toonaangevende prijs. Bussink kreeg de prijs voor zijn vertaling van Vogelweide van Uwe Timm, maar werd hiermee ook beloond voor zijn gehele vertaaloeuvre dat auteurs bevat als Martin Walser, Thomas Bernhard, Friedrich Dürrenmatt, Christa Wolf, Siegfried Lenz en Peter Handke.
    Bussink vertaalde ook Nacht is de dag, over een succesvolle vrouw wier toekomst er in één keer heel anders uitziet na een ongeluk waarbij zij gewond raakt en haar vriend verongelukt.
    Nacht is de dag, Peter Stamm, vertaling Gerrit Bussink, De Arbeiderspers, 176 pagina’s, € 19,99

    Place LamartineHolland Park Press Ltd is een in Londen gevestigde uitgeverij van fictie en poëzie. Zij geven o.a. werk uit van (jonge) Nederlandse schrijvers en brengen dat op de Engelstalige markt onder de aandacht.
    Een van die nieuwe romans is de debuutroman van Jeroen Blokhuis Place Lamartine. Blokhuis vertelt vanuit het perspectief van Van Gogh over diens jaren in Arles tussen augustus 1888 en december 1889 toen hij veel van zijn meesterwerken schilderde.
    Place Lamartine, Jeroen Blokhuis, Holland Park Press, € 16,40

     

    Als de winter voorbij isNieuwsgierig maakt ook het nieuwe boek van Thomas Verbogt, Als de winter voorbij is. ‘Het kunnen maar een paar seconden zijn die je leven uiteindelijk bepalen. Iemand aankijken of juist niet. Ineens gekust worden op een zomerse dag. Meer hoeft het niet te zijn. Zo vergaat het de hoofdpersoon van deze roman, die jaren leeft met de herinnering aan zo’n moment.’
    Als de winter voorbij is, Thomas Verbogt, Nw A’dam, 224 pagina’s,  € 19,99

     

    Zeg maar dat we niet thuis zijn
    Tot slot kort aandacht voor de nieuwe roman van Rashid Novaire. ‘Novaire is een rasverteller’ schrijft Martin Lok over de auteur van Hoogmoed in april 2013. Zijn nieuwe roman, Zeg maar dat we niet thuis zijn gaat over een medewerker van een begrafenisonderneming die in de laatste week dat hij daar werkt, allerlei onverklaarbare gebeurtenissen meemaakt.
    Rashid Novaire – Zeg maar dat we niet thuis zijn. Ambo Anthos, Amsterdam, 224 blz. € 18,98.

  • Zomerrubriek 2015 – De grote, witte monstervis

    door Lodewijk Brunt

    De afgelopen paar jaar heb ik gelukkig af en toe tijd kunnen besteden aan het (her-)lezen van grote auteurs en gevestigde literatuur. Meestal vrijblijvend, gewoon omdat ik er zin in had, soms in het kader van de leesclub waar ik lid van ben; die is uit zichzelf gericht op de ‘klassieken’.  Philip Roth zweeft door mijn geest, William Faulkner (As I Lay Dying), Thomas Mann (Toverberg), Anita Desai, Alfred Döblin, Alice Munro, Salman Rushdie, George Eliot, Anthony Trollope, Daphne Du Maurier, James Salter – in volstrekt willekeurige volgorde. Soms dacht ik: ‘dit is het allerbeste wat ik ooit gelezen heb’, maar dat herhaalde zich vaak. Toen ik een poosje geleden aan Herman Melville’s Moby-Dick begonnen was, dacht ik het opnieuw. Ik zei het tegen een vriendin. Ze herinnerde zich dat ik het tijdens het allereerste gesprek dat we voerden – ruim dertig jaar geleden – dat boek ook al had aangeprezen. Maar mijn liefde voor Melville dateert al van eerder: mijn middelbare schooldagen en studententijd. Ik heb Melville van kaft tot kaft herlezen – in plaats van fragmenten, wat verleidelijk is. Het boek bestaat uit veel korte hoofdstukken – honderdvijfendertig om precies te zijn, verdeeld over bijna zeshonderd bladzijden – met intrigerende, aantrekkelijke titels: Ahab, The Pipe, The Specksynder, The Quarter-Deck, Stubb’s Supper, The Hyena, The Great Heidelburgh Tun, The Pequod Meets The Delight. Voor de zoveelste keer viel ik voor de onnavolgbare vertelkunst van Melville, zijn vlijmscherpe stijl en de hartstochtelijke betrokkenheid bij zijn onderwerp: de Amerikaanse walvisvaart uit de eerste helft van de negentiende eeuw, gesitueerd in Nantucket, voor de Noordoostelijke kust van de Verenigde Staten, vlakbij Martha’s Vineyard – onder Cape Cod. Tegenwoordig beter bekend als luxe oord voor de rijken en machtigen der aarde.

    Moby-Dick is een ‘mannenboek’, dat realiseerde Melville zich maar al te goed toen hij het geschreven had, hij ontmoedigde de vrouwen uit zijn omgeving ten sterkste om het te lezen: ‘Niets voor jou’. Het boek kwam uit in 1851. De Amerikaanse samenleving veranderde snel, de frontier society van de eerste generaties kolonisten, vrijbuiters en pelsjagers schoof steeds verder op naar het Westen en maakte plaats voor een gevestigd bestaan. Na de avonturiers kwamen de onderwijzeressen en predikanten als de voorhoede van een beschavingsproces. Op grote schaal werden boeken verspreid met stichtelijke en zoetelijke lectuur, geschreven door vrouwen, gelezen door vrouwen. Boeken die tegenwoordig niemand meer kent, niemand meer wil lezen. Mannen lazen helemaal niet, hooguit misschien de Bijbel — er is wat dit betreft sindsdien nog niet veel veranderd. Het ging in de vrouwenliteratuur om de propaganda van huiselijke waarden: orde, vlijt, zedelijkheid, vroomheid. Sommige historici spreken van een sentimentele revolutie. Tegenover de onherbergzaamheid van de openbare sfeer – het buitenleven, de straat, de fabriek, de politiek – kwam de geborgenheid van huis en haard te staan.

    Melville’s boek moet een schok hebben veroorzaakt, liever gezegd: een schokje, want het werd nauwelijks opgemerkt, besproken of verkocht, laat staan gelezen. In Moby-Dick komen geen vrouwen voor, hooguit in de marge, als een soort behang – zoals in de korte beschrijving van de kerkdienst die scheepsmaat Ishmael en harpoenier Queequeg in New Bedford bijwonen voordat ze zich aanmonsteren. De muren van het kerkje zijn beslagen met gedenkplaten voor verdronken zeelieden, in de banken zitten (onbestorven) weduwen en kinderen. The women of New Bedford, peinst Ishmael, they bloom like their own red roses. But red roses only bloom in summer

    Van stichtelijkheid of zoetigheid is geen spoor te ontdekken in Moby-Dick. Melville beschrijft tot in de details hoe de walvisvaart is georganiseerd en manifesteert zich als de documentalist van de kleur wit en de Linnaeus van de cetologie. De lezer wordt met zijn neus gedrukt op het echte, rauwe leven: in deze meedogenloze wereld moet het dagelijkse brood worden verdiend. Karig, de beloning is minimaal – slavenwerk. De hele bemanning op een kluitje, drie tot vier jaar onderweg, zwervend over de wereldzeeën, bitter koud of juist verstikkend heet, regen en wind. Op jacht naar reusachtige walvissen in kleine sloepjes, met harpoeniers die hun speren van korte afstand raak moeten zien te gooien. Overal hongerige haaien. De walvisvaart trekt goddeloos uitschot, gelukzoekers en desperado’s aan. Melville zelf deserteerde op zijn eerste tocht en bleef maandenlang hangen op een eilandje in de Zuidzee. Het schip waar Ishmael op vaart, de Pequod, heeft een kannibaal, een zwarte Afrikaan, een Indiaan en een Parsi als harpoeniers en onder de rest van de bemanning vind je hindoestanen, mohammedanen, animisten, godloochenaars en een enkele christen – uit alle delen van de wereld. Chinezen, Europeanen, Indiërs, Indonesiërs. Harpoenier Queequeg is van top tot teen getatoeëerd en heeft op zijn kale schedel alleen een staartje, hij verdient wat extra geld door de verkoop van eigenhandig gesnelde koppen. Als hij aanmonstert, zou hij zich eigenlijk moeten laten bekeren. Nee, zegt een van de reders beslist, niet doen; als je van een kannibaal een vrome zeeman maakt, verliest hij zijn ziel: … it takes the shark out of him. In dit bonte gezelschap bevinden zich ook de specialisten, die door Melville zorgvuldig voor het voetlicht worden gehaald: de scheepstimmerman, de smid, de kok. Je weet hoe de betalingen tot stand komen, ieder krijgt een deel van de netto opbrengst aan walvistraan, Ishmael één/zeventigste, de harpoeniers wat meer. En allemaal varen ze onder het schrikbewind van kapitein Ahab, een gevaarlijke gek die alles en iedereen opoffert aan zijn obsessie – de fanatieke jacht op een witte potvis die hem ooit een been zou hebben afgebeten.

    Het hoeft niet te verbazen dat Melville ambivalent stond tegenover de literatuur van zijn dagen: je moest de werkelijkheid laten zien zoals deze was, vond hij. De maatschappij is verankerd in een harde strijd om het bestaan; in de gangbare ‘vrouwenliteratuur’ werd dat verdoezeld. Vrouwen weten niets van de economie, het interesseert ze niet, hun motto is ‘geld maakt niet gelukkig’. Maar uit sprookjes en kinderversjes word je niets wijzer over de werkelijkheid, het is letterlijk en figuurlijk…  fictie. De fictieve elementen van Moby-Dick dienen om het documentaire karakter extra reliëf te bieden: de werkelijkheid staat niet in dienst van de fictie, maar de fictie staat in dienst van de werkelijkheid. Ruim honderd jaar later – in de jaren 1960 – stond er opnieuw een Amerikaanse auteur op die deze gedachte als grondslag voor zijn schrijverschap koos: Truman Capote. In zijn In Cold Blood gebruikte hij literaire middelen om een gruwelijke roofmoord levensecht te reconstrueren. Overigens is het verhaal van Moby-Dick magistraal. De sfeer van dreiging, de Bijbelse beelden, de profetische tekens en gesprekken, de beschrijvingen van de zee. Adembenemend, spannend tot aan de laatste zin. Huiveringwekkend ook. Pas bij de eerste jacht op een walvis blijkt dat kapitein Ahab een groepje verstekelingen aan boord heeft gesmokkeld. Als de sloep van de kapitein wordt neergelaten, ziet de bemanning verbijsterd toe dat hij zijn eigen harpoenier heeft meegenomen, de mysterieuze Parsi Fedallah, een vuuraanbidder, en zijn louche crew. De mottige profeet Elijah had er al voor gewaarschuwd op de kade van Nantucket…

    Fedallah is de Duivel, dat lijdt geen twijfel; in de relatie tussen Ahab en Fedallah wordt de mythe van Dr. Faust belichaamd. Een duister, luguber verbond om Moby Dick te pakken te krijgen. Drie dagen duurt de jacht op Moby Dick als Ahab hem eindelijk heeft opgespoord. De potvis gaat zelf het gevecht niet aan, integendeel: Ahab is de agressor. Fedallah is het eerste slachtoffer, hij wordt door de grote vis mee de diepte ingetrokken, hopeloos verward in de touwen van zijn eigen harpoen. Uiteindelijk blijft alleen Ishmael over, drijvend op de doodskist van zijn vriend Queequeg en opgepikt door het walvisschip Rachel – de enige ‘vrouw’ die in het verhaal een rol speelt. De kapitein van Rachel is op zoek naar zijn zoons die op zee vermist zijn. Inderdaad… niets word je bespaard door Melville. Eén vraag blijft branden, ook nadat ik het boek nu voor de zoveelste keer gelezen heb: waar staat de grote witte potvis voor? Waarvan is hij het symbool? God? Natuur? Succes? Eer? Eeuwige roem? Verlossing? Er zit denk ik niets anders op: opnieuw herlezen!

    noot:
    Melville’s boek heeft als titel Moby-Dick, mét een verbindingsstreepje, terwijl de hoofdpersoon – de witte potvis – Moby Dick heet, zónder verbindingsstreepje. Ik heb dit gebruik gevolgd in mijn stuk. In het recente Between You and Me. Confessions of a Comma Queen, zet Mary Norris, copy editor van The New Yorker, uiteen wat de achtergrond van dit raadsel is (Chapter 6: Who Put the Hyphen in Moby-Dick?).

  • In memoriam Pam Emmerik (1964 -2015)

    Schrijver en beeldend kunstenaar Pam Emmerik is op 5 juli j.l. op 51 jarige leeftijd plotseling overleden. Zij schreef romans, verhalen, toneelstukken en graphic novels en stond nog volop in het leven. Zo had zij bijvoorbeeld plannen voor onder meer het schrijven van een nieuwe roman en het maken van een graphic kunstcatalogus.

    In 2013 maakte ze samen met haar leermeester in de kunsten, René Daniëls de muurschildering Ook Duende in de espressobar van Museum Boijmans Van Beuningen. Waarover Emmerik zei: ‘Voor mij beelden de schilderingen vooral uit dat het leven vaak niet gemakkelijk is, maar wel kleurrijk, en tevens vreemde bochten kan maken, zodat je heel goed moet sturen, anders knal je tegen de muur op!’

    Emmerik had dan ook geen makkelijk leven gehad. Toen ze in 2006 aan haar laatste boek, Wie het paradijs verdragen kan werkte en het voor driekwart af had, werd ze getroffen door een zware hersenbloeding. Ze kwam daardoor lelijk ten val en liep een schedelbasisfractuur op. Als gevolg hiervan lag ze een maand in coma, waarbij voor haar leven werd gevreesd.

    Voor haar val in 2006 was Emmerik meer schrijver dan beeldend kunstenaar. Voor NRC Handelsblad en De Groene schreef ze jarenlang essays over kunst. Een keuze uit deze stukken werden gebundeld in Het wonder werkt, waarmee ze in 2004 op de shortlist van de AKO literatuurprijs stond en in 2006 de J. Greshoff-prijs won. Na haar val moest ze haar leven, van spraak tot schrijven en tekenen, weer opnieuw ontdekken en leren toepassen. Het revalideren kostte haar anderhalf jaar. Ze keerde zich af van de literatuur omdat ze niet geloofde nog iets te kunnen schrijven dat het publiceren waard zou zijn, en wierp zich op haar kunstenaarschap. In 2012, na het overlijden van haar man, de omgevingskunstenaar en beeldhouwer Pjotr van Oorschot, keerde ze weer terug naar haar onvoltooide roman, Wie het paradijs verdragen kan. Door te werken aan dit boek, wapende zij zich tegen haar verdriet om het overlijden van haar man, zei ze in een interview bij radio kunststof in maart 2014.

    Werk van Pam Emmerik:
    Soms feest (1997) (verhalenbundel)
    Het bottenpaleis (2000) (roman)
    Het wonder werkt (2004) (Essays)
    Jummie (2010) (graphic novel)
    Voor wie het paradijs verdragen kan (2014) (roman)

    Toneelstukken:
    Het voorvocht van een beschermengel, dialoog (2003)
    I love you in de bosjes, monoloog (2003)
    Blij als een gebakken ei, monoloog (2010)

    Van Emmerik kan gezegd worden dat ze gezegend was met een ongetemde wilskracht het leven te nemen zoals het kwam, maar niet zonder het te vormen naar haar beeldend vermogen.

     

    Foto: Sander Marsman

     

     

  • ANV Debutantenprijs – de shortlist

    In september neemt een van de onderstaande debutanten de prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige fictiedebuut in ontvangst. Wie dat zal zijn, kan mede van u afhangen want lezers uit Nederland en Vlaanderen kunnen hun stem uitbrengen op het boek van hun keuze.

    Een vakjury koos uit de longlist 3 titels voor de shortlist:
    – We zullen niet te pletter slaan – Nina Polak
    – Birk – Jaap Robben
    – De consequenties – Niña Weijers

    Op zondag 20 september wordt de prijswinnaar bekend en zal de uitreiking plaatsvinden in Dordrecht. Kaarten daarvoor zijn te koop via de website. De winnaar ontvangt € 7.500,-. Beide andere auteurs ontvangen elk € 750,-

    Voorheen heette deze jaarlijkse prijs de Debutantenprijs, daarna de Academica Literatuurprijs. De nieuwe naam is de ANV Debutantenprijs. Deze prijs heeft sinds 2015 een nieuwe sponsor in de vorm van het Algemeen Nederlands Verbond. De ANV Debutantenprijs wordt georganiseerd door stichting DordtLiterair.

    Ga voor meer informatie naar de website.

  • Oogst week 26

    door Menno Hartman

    Het is een pil, deze ruime keuze uit de gedichten van Joseph Brodsky, en wat een rijk boek! Voor de liefhebbers van deze Nobelprijswinnaar van 1987 is het een intense ‘eindelijk!’ ervaring. Bij verschillende uitgevers, maar met name De Bezige Bij waren in de loop der jaren, vooral de 90-er jaren wel een aantal kleinere verzamelingen verschenen in vertalingen van verscheidene vertalers. Nu heeft Kees Verheul, vertaler, essayist, romanschrijver en gewezen vriend van Brodsky de redactie gevoerd over de grootste keuze. En daar mogen we blij mee zijn: meticuleus geannoteerd, en wellicht zijn de vertalingen her en der ook wat rechtgetrokken door een centraal redactie-oog. Hulde voor Verheul.

    Schrijver dezes heeft zich bijvoorbeeld al geheel verloren in een paginalang gedicht getiteld De Vlieg:

    ‘Terwijl je zong, is ’t najaar aangebroken
    Een spaander heeft de kachel aangestoken.
    Terwijl je zong en vloog en snorde,is ’t koud geworden.

    En langzaam kruip je nu langs het vervuild
    geraakte kookfornuis. Je blik vermijdt
    de plek waar je vandaan kwam in april.
    Nu kan of wil

    je niet bewegen. Jou te doden kost me dus
    geen moeite. Maar, als een historicus
    die lijden mooier vindt dan dood of leven,
    wacht ik nog even.’

    Van klein naar groot: een exercitie die bij Brodsky in goede handen is, dit gedicht over een vlieg, gaat over heel veel meer.Dit is een prachtig boek! Omslagontwerp Brigitte Slangen. Bezige Bij , € 59,90.

    indexTim Parks legt ons uit waarom hij leest. Alleen het register op het boek is al een heel fraaie combinatie van schitterende bekende namen en namen die onbekend zijn en een blijde verwachting wekken. De Italië specialist Parks noemt gelukkig net genoeg Italianen, onder wie Veronesi en Svevo, Gadda. Maar mist er ook een paar, onder wie Fenoglio en Satta en Pirandello. Desalniettemin een fijn vakantieboek dat zich al door het register tegen het e-book keert: dit is een boek om te bladeren. Omslag Jan van Zomeren. Arbeiderspers, € 17,99.

    9200000040900085Houdt hem in de gaten deze man, alles kan hij, dichten, romans schrijven, en… fotograferen. Het omslag is van Steven van der Gaauw maar met foto van Schiferli, waarin, van nabij gezien in het wat vage mistige landschap de minuscule wasknijpers elk  gekleurd zijn, op zich een zeer geslaagd beeld van wat Schiferli in zijn gedichten vermag.

    Arbeiderspers met € 18,99 wel een wonderlijk hoopgeprijsd boek.

  • Oogst week 25

    Door Ingrid van der Graaf

    Philibert Schogt (1960) debuteerde in 1998 bij De Arbeiderspers met De wilde getallen, wat internationaal een succes werd. End of Story – Einde verhaal, is zijn vijfde roman. Het is een tweetalige roman die als twee op zichzelf staande verhalen gelezen kan worden, het ene in het Nederlands, het andere in het Engels. Schogt heeft de verhalen zo gecomponeerd, dat ze tezamen een groter geheel vormen. End of story gaat over een literair vertaler in ruste die zijn memoires gaat schrijven, met zijn tweetalige achtergrond als rode draad. Van jongs af aan heeft hij het gevoel twee verschillende persoonlijkheden in zich te bergen, een Engelstalige en een Nederlandstalige. De ene persoonlijkheid neemt het op tegen de andere. Een boeiend gegeven van een auteur die zelf opgroeide in de VS en Canada en tegenwoordig in Amsterdam woont. Uitgegeven bij De Arbeiderspers, prijs € 19,99, 344 pagina’s.

    De jury van de C. Buddingh’-prijs 2014 noemde hem ‘Een uiterst beweeglijk en vindingrijk dichter.’ Maarten van der Graaff  (1987) debuteerde in 2013 met de bundel Vluchtautogedichten die werd bekroond met bovengenoemde prijs.

    Dood werk/Maarten van der graaff
    Dood werk/Maarten van der graaff

    Dood werk is zijn tweede bundel die Van der Graaff als volgt samenvat: Nederland, ik schrijf dit niet zomaar, / ik zoek naar je dood en gemeenschap. / Ik zoek naar je waarheid en haat. / Ik schrijf gedichten. / Ik ben in de war. / Ik zoek naar je lichaam. Ik ben oppervlakkig.
    Een oproep om grondig te lezen, deze bundel. Dood werk blijkt naast tegenstrijdigheden, vooral vol leven te zitten. Uitgegeven bij Atlas/Contact, Prijs € 19,99.

     

    9200000043452647A.L. Snijders (1937) maakt mee wat iedereen meemaakt maar in tegenstelling tot velen, schrijft hij het op. Op een schetsmatige wijze beschrijft hij wat hij ziet/hoort/leest. De libelleman is een bundeling verhalen. Het titelverhaal gaat over een man die libellen fotografeert. Hij staat een halve nacht tot zijn nek in een inktzwarte bosvijver met de camera in zijn ene hand en een felle lamp in zijn andere. Die man zou Snijders kunnen zijn: een waarnemer en ooggetuige zonder oordeel. ‘De libelleman vertelde me dat hij ooit als goudsmid voor een weddenschap een zeer klein doosje met een scharnierende deksel had gemaakt, een kubus van een millimeter. Ik kon mijn oren niet geloven, maar ik had het goed verstaan, hij zou het bij zijn volgende bezoek meenemen.’
    De illustraties in dit boek zijn gekozen door Y. Sweering. Het is materiaal uit haar eigen verzameling werk: beelden die zij vond passen bij het werk van haar man. Prijs € 34,50, pagina’s 324, bij AFdH Uitgevers.

     

     

  • Ter Braak & Du Perron in Salon Saffier

    Agenda / vrijdag 19 juni / 20.15 uur / Utrecht

    Dit jaar is het 75 jaar geleden dat Menno ter Braak en Eddy du Perron op 14 mei 1940 overleden. Ter Braak maakte op de dag van de capitulatie van Nederland een eind aan zijn leven, Du Perron overleed aan een hartaanval.

    Menno ter Braak en Eddy du Perron staan te boek als schrijvers en critici die een stempel drukten op de Nederlandse cultuurgeschiedenis van de jaren dertig. Zij trokken ten strijde tegen allerlei opvattingen in het toenmalige literaire en politieke leven. Hun samenwerking bereikte een hoogtepunt ten tijde van het tijdschrift Forum, het tijdschrift dat eigenzinnige standpunten uitdroeg, waaronder m.n.: de persoonlijkheid van de schrijver is belangrijker dan de vormgeving. De roemruchte literaire ‘vorm-vent discussie’ was geboren. Ook in hun waardering voor Multatuli vonden ze elkaar. In de tien jaar van hun vriendschap (1930-1940) wisselden Menno ter Braak en Eddy du Perron meer dan twaalfhonderd brieven met elkaar uit.

    In Salon Saffier schetsen hun biografen Léon Hanssen en Kees Snoek een portret van deze geestverwanten in het Interbellum. Na de pauze spreekt literatuurcriticus Arjan Peters met hen onder andere over de literaire, kunstzinnige en maatschappelijke betekenis van de schrijvers – toen en nu.

    Locatie: Wijde Doelen 8A, Utrecht
    Toegang: € 17,00
    In verband met beperkte ruimte: reserveer voor deze voorstelling

  • Oogst week 24

    Door Menno Hartman

    Swanns kant op heet het eerste deel van de roman Op zoek naar de verloren tijd nu. ‘Was een nieuwe Proust-vertaling nodig?’ vroeg Michael Bellon aan Eric de Kuyper, Proust kenner en liefhebber.
    De Kuyper: ‘Toch wel. Omdat de vorige Nederlandse vertalingen toch altijd wat stroef waren. Je voelde heel goed dat de vertalers moeilijkheden hadden en dat vergemakkelijkt de lectuur natuurlijk niet. Wat in het Frans vlot leest, wordt in het Nederlands snel stijf en droog. Proust heeft ook veel humor en zelfspot die in de Nederlandse vertaling vaak verdwenen. Deze nieuwe poging vertrekt ook vanuit het standpunt dat de tekst makkelijk leesbaar moet zijn. De vertalers permitteren zich bijvoorbeeld om de lange zinnen soms door te knippen en een punt te zetten waar Proust een kommapunt gebruikte. Dat had Proust in het Frans zelf ook gekund, want hij overdrijft soms met zijn kommapunt. Proust schreef trouwens ook veel directe dialogen die altijd puntig en vlot zijn en helemaal niet retorisch. Ik merk dat de vertalers dat goed hebben overgenomen. Ze hanteren normale spreektaal.’

    Veel discussie over de titel al, en veel discussie over de vertaling. De vertalers Rokus Hofstede en Martin de Haan geven zelf antwoord.

    Binnenkort op Literair Nederland.

     

  • Oogst week 23

    Wat kwam er binnen op de redactie van Literair Nederland? In de Oogst elke week een kort overzicht.

    Door Carolien Lohmeijer

    Els Launspach geeft les aan de Theaterschool in Amsterdam. Tekstanalyse, dramatische structuur, opbouw van de personages, dieptewerking en historische achtergronden. Ook schrijft zij (jeugd)romans en essays. Jonker gaat over de succesvolle architect Jonker Duivendal die plots merkt dat belangrijke opdrachtgevers zijn eigenzinnige aanpak niet langer waarderen en zijn familie hem laat vallen. Gealarmeerd gaat hij op onderzoek uit. Hij begint brieven te lezen die zijn moeder Beth heeft bewaard, in de hoop iets te vinden waardoor hij de situatie gaat begrijpen. Langzaam wordt hem duidelijk dat het familieconflict een gevolg is van de politionele acties in Indonesië. Hij kan die ontdekking echter niet met zichzelf verbinden.
    Jonker, Els Launspach, Uitgeverij In de Knipscheer, 336 pagina’s, € 19,50

     

    Viva l'ItaliaIn zijn inleiding van Viva l’Italia schrijft Italiëliefhebber Johannes van der Sluis over de grote aantrekkingskracht van Italië op toeristen. Maar: ‘Dat de realiteit soms de fantasie logenstraft, wordt vooral door buitenlanders voor lief genomen of genegeerd, het is immers Italië. De corruptie, de georganiseerde misdaad – geromantiseerd in films –, de xenofobie, de vervuiling, de kitsch van de Italiaanse televisieprogramma’s, de schaamteloze lelijkheid en letterlijke en figuurlijke duisternis van de stedelijke periferie; de charme wint het van de schaduwzijden.’

    Verderop vertelt hij: ‘In korte misdaadverhalen in Viva l’Italia, waarbij ‘misdaad’ ruim moet worden opgevat, en die zich afspelen in de twintig regio’s van het land, komen bekende facetten van Italië voorbij, maar het is vooral een onderzoek naar het eigene van de verschillende regio’s, het onbekende, het perifere en soms duistere. De schaduw in plaats van de zon dus.’
    Viva l’Italia, Johannes van der Sluis, Uitgeverij Kleine Uil, € 15,-

     

    Een volstrekt nutteloos mensOok in de verhalenbundel van Jori Stam zijn ogenschijnlijk onschuldige situaties niet altijd wat ze lijken: van absurde taferelen in polderdorpen tot misantropie en waanzin in de stad.

    Jori Stam (1987) schreef met Een volstrekt nutteloos mens zijn debuut. Eerder publiceerde hij verhalen in verschillende literaire tijdschriften. Hij groeide op in de polder en studeerde Nederlandse taal en cultuur in Amsterdam. Zijn verhalen verschenen in verschillende literaire tijdschriften.
    Een volstrekt nutteloos mens, Jori Stam, Uitgeverij Atlas Contact, €19,99

  • Oogst week 22

    Door Ingrid van der Graaf

    De Kroatische (experimentele) schrijfster, essayiste en letterkundige Dubravka Ugrešić woont al jaren in Amsterdam. Ze schrijft in het Kroatisch maar haar werk, waarvoor ze verschillende literaire prijzen ontving, is in vele talen vertaald.
    In de essaybundel Europa in sepia dwaalt Ugrešic van de Amerikaanse Midwest tot Zuccotti Park, en van de Ierse Aran-eilanden tot Jeruzalems Mea Shearim, van de tristesse van de Nederlandse Vinex-wijken tot de rellen in Zuid-Londen. Ondertussen stipt ze tal van kwesties aan, van de lusteloosheid in Centraal-Europa tot de verveling in de Lage Landen. Met een vinger aan de pols van een uitgeput Europa en een andere aan die van postindustrieel Amerika, onderzoekt Ugrešic de fall-out van politiek falen en de vuilnisbelt van de populaire cultuur. Ugrešic’ schrijft met een lichte toon en dat, samen met haar gevoel voor het absurde, maakt Europa is sepia tot een bundel betoverende wanhoop. Uitgegeven bij Singeluitgevers, 376 blz, € 24,95.

    9789048824076Schrijver en vertaler Thomas Willmann (1969 München) studeerde muziekwetenschap en was cultureel verslaggever en gastpresentator bij een klassieke radiozender voor hij in 2014 debuteerde met Het duistere dal.
    Een roman waarin wraak een hoofdrol speelt. In een afgelegen dal hoog in de bergen, ingeklemd tussen machtige bergtoppen, ligt een dorp. Op een dag arriveert een vreemdeling om er de winter  te verblijven. Om te schilderen. Zeer onwillig wordt hem onderdak toegewezen in het huis van weduwe Gader. Het dorp raakt ingesneeuwd en het leven komt tot stilstand. Dan verongelukt de jongste zoon van een familie uit het dorp. Een tweede zoon wordt teruggevonden in een beek. In Het duistere dal wordt het verleden tot het heden gebracht. Uitgegeven bij Meridiaan, 304 blz, € 19,99.

    21614987-Economie-is-geen-wetenschap-Bernard-MarisBernard Maris is een van de omgebrachte redacteuren van Charlie Hebdo. Economie is geen wetenschap is zijn laatste boek. Net als Thomas Piketty beweerde Maris dat hij meer geleerd heeft van grote literaire auteurs dan van bekende economen. Hij stond altijd vooraan wanneer het ging om het bekritiseren van economen en het bestaande economische systeem.  In dit boek leest hij de huidige tijd aan de hand van het werk van Michel Houellebecq en in het licht van veel geciteerde economen als Marx, Friedman en Keynes. Economie is geen wetenschap is scherp geschreven, ook bedoeld voor mensen die Houellebecq niet lezen. Uitgegeven bij De Geus, € 14,95.

     

    huijser-buddingh-2015-188x300De biografie, waar velen naar uitkeken, is nu verschenen. Vanaf 2003 is Wim Huijser de biograaf van de Dordtse schrijver, dichter, vertaler, essayist C. Buddingh’ (1918-1985). Sinds die tijd verschenen van hem meerdere publicaties over Buddingh’, waaronder in 2010 Buddingh’s verzamelde gedichten onder de titel Buddingh’ Gebundeld.
    C. (Kees) Buddingh’ (1918-1985) mag gerekend worden tot de populairste schrijvers van zijn generatie. Met zijn Gorgelrijmen verwierf hij al in de jaren veertig en vijftig zijn eerste bekendheid: ‘De blauwbilgorgel’ is zelfs klassiek geworden. Dankzij zijn droge humor en karakteristieke stemgeluid was hij een opvallende verschijning tijdens Nederlands eerste grote dichtersmanifestatie Poëzie in Carré (1966). Uitgegeven bij Nijgh & Van Ditmar, 410 blz, € 34,99.

     

  • Oogst week 21

    Door Carolien Lohmeijer

    … Het vliegtuig zat tjokvol, ze zaten op de vierde rij. De twee politiemannen brachten haar voor de tweede keer in drie maanden naar Roemenië. Misschien dat ze nu een spoor zouden vinden van de gestolen schilderijen. Tascha was hun enige hoop om de doeken terug te vinden, begreep ze inmiddels. Maar had ze de vorige keer niet al de plek laten zien waar ze samen met de moeder van haar vriendje de doeken had begraven?…’

    De roman Tascha gaat over ‘de kunstroof van de eeuw’, de diefstal van zeven topwerken uit de Rotterdamse Kunsthal in 2012, maar ook over Tascha, de vriendin van de hoofdverdachte, die in Nederland haar lichaam verkoopt.
    Schrijfster Mira Feticu, Roemeense van geboorte heeft voor het schrijven van Tascha een werkbeurs van het Nederlands Letterenfonds ontvangen.

    Tascha. De roof uit de Kunsthal, Mira Feticu, Uitgeverij Jurgen Maas, presentatie 26 mei 19.00 uur, Paagman, Frederik Hendriklaan 217, Den Haag, 192 pagina’s, € 17,95

     

    LizzyEen bijzondere samenwerking tussen regisseur, schrijver en vertaler Martin Michael Driessen en dichteres Liesbeth Lagemaat, beiden auteur bij uitgeverij Wereldbibliotheek. Onder het pseudoniem Eva Wanjek hebben zij samen een roman geschreven over een kunstenaar en zijn muze die zich afspeelt in het bruisende Londen van de 19de eeuw, met zijn culturele elite, zijn bohémiens en zijn zelfkant. Lizzie ‘biedt zowel kostuumdrama en ‘Gothic horror’ als erotische en indringende psychologische scènes.’

    Lizzie, Eva WanjekUitgeverij Wereldbibliotheek, 464 pagina’s, € 24,95

     

    ZupheulHet nieuwe boek van Mike Boddé is er één voor de liefhebber. Het is voor Boddé zelf een reactie op zijn vorige boek Pil waarin hij schreef over de zwarte periode in zijn leven waarin hij depressief was. Zupheul, Febbo en de kleine Grakjesbembaaf, kortweg Jan heeft hij geschreven om zichzelf aan het lachen te maken. Of zoals hij het zelf schrijft: ‘Hij werd lijfsgewijs omvangrijk, huwde een rondborstige joopdraagster, plantte zich genoegzaamlijk voort, en tekende een kroniek op met betrekking tot zijn zwartgalligheid: Pil. Dit foliant ging vijftigduizend malen over de kooptoog.
    Zupheul, Febbo en de kleine Grakjesbembaaf, kortweg Jan is het tweede gewrocht van zijn hand.’
    Lachen, gieren, brullen? Dat is aan u. In ieder geval een aanstekelijk omslag!

    Zupheul, Febbo en de kleine Grakjesbembaaf, kortweg Jan, Mike Boddé, Uitgeverij Brandt, 196 pagina’s, € 15,-