• Verhalen zijn representaties van de wereld waarin we leven

     

    De in Buenos Aires geboren schrijver Hernan Diaz (1973) groeide op in Zweden en woont al geruime tijd in de Verenigde Staten waar hij werkt aan de Universiteit van Columbia. Op zijn twaalfde ontdekte hij de Argentijnse schrijver Julio Cortázar. ‘Ik vond het zo geweldig wat hij schreef, dat ik dacht: dat wil ik ook. Nadat ik zijn verhalen las, wilde ik jazz luisteren, roken.’ Later werd hij een groot liefhebber van de Amerikaanse literatuur uit de negentiende eeuw. In 2017 verscheen zijn debuut In de verte, een historische roman over een jongen, gevlucht uit Zweden en op zoek naar zijn broer ten tijde van de ‘goldrush’ in Amerika. 

    Zijn tweede boek, Vermogen, is eveneens een historische roman, geschreven door vier verschillende (fictieve) auteurs en speelt in de ‘roaring twenties’ van de vorige eeuw. Het eerste deel is de roman ‘Effecten’, zogenaamd geschreven door Harold Vanner. Het is gebaseerd op het leven van de legendarische Wall Street magnaat Benjamin Rask en zijn vrouw Helen Brevoort. Het tweede deel is het onaffe manuscript ‘Mijn leven’ van Andrew Bevel, die in ‘Effecten’ model stond voor Benjamin Rask. Bevel schrijft een autobiografie waarin hij zichzelf nogal op de borst klopt. Het derde deel, van deze vierdelige roman is ‘Een gedenkschrift, herinnerd’ van Ida Partenza, dochter van Italiaanse immigranten en secretaresse van Andrew Bevel. Daar begint de roman te kantelen; het blijkt dat Partenza de memoires van Andrew Bevel schreef. De roman die vooral over mannen ging, wordt vanaf hier een boek over vrouwen. Het laatste deel ‘Opties’, bevat dagboekaantekeningen van Mildred, de vrouw van Bevel, die in zijn gedicteerde autobiografie nauwelijks voorkomt. Wie dit boek tot de laatste bladzijde leest, blijft in verbijstering achter, niets blijkt wat het leek te zijn. Dat Diaz in Amerika wordt gezien als een van de origineelste en ambitieuze schrijvers van zijn tijd, is dan ook niet moeilijk te geloven.

    Op uitnodiging van het literair festival Crossing Border, was Diaz in november vorig jaar enkele dagen in Nederland. In de Cobra Lounge van het Ambassade hotel in Amsterdam vertelt Diaz, met een twinkeling in zijn ogen, hoe deze roman over de financiële wereld in Amerika zijn vorm vond. Hoe hij als schrijver in de voetsporen treedt van de traditionele roman, maar er tegelijkertijd een loopje mee neemt, er steekjes uit lostrekt, andere patronen maakt. 

    Nog voor we hebben plaatsgenomen, noemt Diaz de naam van Nabokov, daarbij kijkend naar de systeemkaarten met aantekeningen die ik uit mijn tas haalde. Diaz heeft een voorliefde voor ‘index cards’. En of ik weet dat Nabokov hele romans op deze ‘index cards’ schreef? Bij toeval weet ik dat, een jaar geleden vond ik in de opruiming het postuum uitgegeven Het origineel van Laura van Nabokov. Met op elke pagina een foto van de originele systeemkaarten waarop Nabokovs handgeschreven versie van het verhaal staat, daaronder de gedrukte tekst.


    Over moneymakers

    Vermogen gaat over geldstromen en over mannen die van geld altijd meer geld weten te maken. Tijdens de voorbereidingen voor zijn roman vond Diaz weinig boeken over moneymakers. ‘Dat is opmerkelijk want geld is waar het in de Amerikaanse samenleving om draait.’ En in wat hij daarover las, kwamen geen vrouwen voor. ‘In het begin zag ik een lineaire roman voor me, maar toen ik ontdekte dat vrouwen geen stem hadden in het narratief rondom kapitaal, bedacht ik hoe het zou zijn als de autobiografie van Bevel, geschreven bleek door een vrouw. Het zou oneerlijk zijn als we niets te weten zouden komen over hun rol in het leven van rijke en machtige mannen. In de literatuur hebben deze vrouwen geen substantie, ze zeggen niets, ze doen niets. Het laatste deel van het boek heb ik gebruikt om Mildred neer te zetten als een belangrijke vrouw met originele ideeën.’


    Authentieke vrouwenstemmen 

    De vrouwelijke vertellers, zoals Ida en Mildred klinken zeer authentiek, zeer vrouwelijk. Diaz las hiervoor alle dagboeken en manuscripten van vrouwelijke schrijvers die hij kon vinden. ‘Omdat ik als man een vrouwenstem wilde laten klinken, voelde het als een plicht dit goed te doen. Als hun stemmen niet vrouwelijk hadden geklonken, zoals jij zegt, dan zou het hele boek niet gewerkt hebben.’

    Diaz speelt met de lezer die de te verwachte loop van het verhaal steeds moet bijstellen. Bevel zegt aan het begin van zijn memoires: ‘Ik ben geen historicus, en het was niet mijn bedoeling om een geleerd overzicht te bieden van de ontwikkeling van de financiële sector van Amerika.’ Waarmee Diaz de lezer attendeert op wat het boek niet is. ‘Ik kom uit een humane wereld. Ik studeerde literatuur en wist niets van de financiële wereld. Ik realiseerde me dat het ook niet de bedoeling is dat wij, gewone mensen, begrijpen hoe de financiële wereld in elkaar zit. Het is zo complex. Daardoor kunnen deze mannen verkeerde dingen doen zonder zich zorgen te hoeven maken over wat er gezegd wordt.’


    Maakbaarheid van de wereld

    Van alle memoires die Diaz gelezen heeft, is hij overtuigd dat er in een paar de waarheid geweld wordt aangedaan. ‘Ik ben er vrij zeker van dat deze mannen publieke aangelegenheden hebben verbogen naar een versie die hen beter past. Niet allemaal, maar van een paar van hen ben ik zeker dat ze dat gedaan hebben. Het is interessant hoe iemand met macht de realiteit naar zijn hand kan zetten. Dat is ook de kern van het boek. Hoe het mogelijk is om waarheid zo te verbuigen en daarmee fictie te creëren die een stempel drukt op de werkelijkheid zelf.’

    Het verbuigen van de werkelijkheid gaat in het boek behoorlijk ver. De roman ‘Effecten’, waarover Bevel niet te spreken was, werden door hem allemaal opgekocht en vernietigd. Ook liet hij alle exemplaren uit de bibliotheken verwijderen. ‘De initialen van Howard Vanner zijn enkel te vinden in het dagboek van Mildred. Ik weet niet hoe dit vertaald is in de Nederlandse versie, maar er is een zin die Vanner gebruikt in de roman, die ook in het dagboek staat. Die zin heeft hij gestolen uit een brief van Mildred aan hem.’

    Als Ida tijdens het dicteren Bevel op een leugen betrapt en die wil corrigeren, zegt Bevel dat het zijn taak is altijd gelijk te hebben, altijd. ‘Hij zegt dat hij alles in het werk zal stellen om de fouten die hij maakt te verdoezelen. Dat hij het er zo uit zal laten zien dat het geen fout was. Maar verhalen zijn representaties van de wereld waarin we leven. Ze verdienen het naar waarheid verteld te worden want ze vormen de manier hoe we de realiteit accepteren.’


    Arbeidersklasse en middenklasse

    De financiële wereld was een echte mannenwereld, voor vrouwen was er geen plaats, er werd in die tijd sowieso niet gedacht dat vrouwen zakelijk konden zijn. ‘Het was voor het eerst dat vrouwen van die wereld deel uit gingen maken als secretaresses, wat een heel nieuwe functie was. Daarvoor waren er geen secretaressen in die zin van het woord. Interessant daarbij is, dat secretaresses een soort geheimhouder van hun baas werden. Dat vond ik fascinerend. Deze vrouwen kwamen uit de arbeidersklasse, werden opgeleid tot typiste en stenograaf en werden tegelijk de geheimhouders van hun welgestelde bazen.’ 

    Ida, die met haar vader in een klein appartement woont, is een verbindende factor tussen de arbeidersklasse en de middenklasse. ‘Wat deze twee werelden met elkaar gemeen hebben is het machismo want ook de arbeidersklasse onderdrukte hun vrouwen en dat trok mijn aandacht. Ik laat Ida vertrekken uit het huis van haar vader, dat was heel ongewoon in die tijd. Ze huurt een kamertje voor zichzelf, gaat schrijven.’ Zonder dat het benoemd wordt, komt hier A Room of One’s Own van Virginia Woolf bovendrijven. In het vierde deel leest Mildred Flush, van Woolf. Er komen meer vrouwelijke schrijvers in de roman voor, al zijn er enkele fictief. ‘De meeste schrijvers waarnaar ik verwijs, hebben echt bestaan, sommige heb ik verzonnen. Zo schreef ik zelf de gedichten die in het boek staan en verzon de auteursnamen.’


    De mannelijke weergave van intellect bij vrouwen

    In ‘Effecten’ is Helen Brevoort, een intelligente vrouw die zich, onder toezicht van haar man, bezighoudt met liefdadigheidswerk voor de literatuur en muziek. Zij zakt uiteindelijk weg in een stille vorm van gekte. Een klassieke weg voor vrouwen wiens talenten in die tijd miskent werden. Het was normaal dat vrouwen hysterisch werden. ‘Er werd niet gekeken naar de talenten van vrouwen, naar de waarde daarvan. Als Mildred in een andere tijd was geboren, was ze kunstenaar geworden. In haar tijd was het niet de bedoeling dat vrouwen iets werden, zeker geen kunstenaar. Het leven als bohemien werd bij vrouwen afgekeurd als iets minderwaardigs. Ik vond het schokkend in Edith Wharton’s memoires te lezen dat het haar als meisje verboden werd te schrijven, het werd haar niet toegestaan. Maar het is niet zo dat alle slimme vrouwen gek worden. Het is de mannelijke weergave van intellect bij vrouwen waardoor ze als gek gezien worden.’

    Toen het boek in Engeland werd uitgegeven, ontving Diaz een brief van zijn Engelse uitgever en allerlei mensen daaromheen die het boek hadden gelezen. Iedereen schreef wat ze van het boek vonden. ‘Er was een vrouw die toen ze las dat Helen werd opgesloten in een kliniek en daar sterft, zo kwaad werd dat ze het boek in een hoek wilde gooien. Ze was kwaad op mij omdat ik dat had laten gebeuren. Dus eerlijk gezegd, ben ik altijd een beetje bang als vrouwelijke lezers bij die passage van het boek komen.’

    Min of meer vermoordt hij haar

    Het is inderdaad schrikken dat Helen op deze wijze eindigt. Mildred, die model stond voor Helen wordt niet gek, maar wordt met kanker opgenomen in een kliniek in Zwitserland. Hier zegt Diaz, met die twinkeling in zijn ogen: Het is goed te onderschrijven dat ze niet gek is, het is een verhaal. Het is de mannelijke romanschrijver Vanner, die dit verzonnen heeft in zijn roman over Bevel.’ Daarmee negerend dat het hele boek ontsproten is aan de fantasie van Diaz zelf. 

    In ‘Effecten’ financiert Rask het onderzoek naar elektroshocks dat in die tijd in de kinderschoenen staat. Er wordt mee geëxperimenteerd op zijn vrouw Helen, waardoor ze sterft. In het laatste deel wordt Mildred met kanker opgenomen. Bevel trekt zijn aandelen terug uit een farmaceutisch bedrijf dat de medicijnen voor zijn vrouw produceert. Daardoor ontbeert Mildred de juiste behandeling en overlijdt ze. Bevel is daar schuldig aan. ‘Ja, knikt Diaz stellig, ‘Min of meer vermoordt hij haar.’

    Diaz speelt met de verwachtingen van de lezer, hij tornt aan aannames waarmee we allemaal behept zijn. Wie dit boek leest, kan rekenen op een geweldige leeservaring. ‘Ik heb wel geprobeerd de lezer steeds een hint te geven. Ik wilde niet dat het aan het eind tot een grote ontknoping zou komen.’ Waarvan gezegd kan worden dat Diaz in die opzet meer dan geslaagd is.

     

     

    Foto: Pascal Perich


     

     

     

     

     

     

     

    Vermogen / Hernan Diaz / vertaling Harm Damsma en Niek Miedema / 436 p. / Uitgeverij Atlas Contact

     

  • Kan Icarus zijn val voorkomen?

     

    De laatste klanken van Icarus, verschenen bij Uitgeverij kleine Uil, is de tweede roman van Arjen van Meijgaard. Het is de nostalgische weerslag van de tijd waarin hij na zijn eindexamen in Parijs woonde, een tijd die hij inmiddels koestert. Hij is van Parijs gaan houden en komt er nog vaak. ‘Parijs is echt mijn tweede stad geworden. Het is heerlijk om een andere, buitenlandse stad als je eigen te ervaren. Daarom was het schrijven van deze roman zo leuk, want dan zat ik daar weer.’


    Waar gaat het boek over?

    ‘Het is een herinnering van een Nederlandse man die na zijn eindexamen een jaar in Parijs woont en daar op straat viool speelt. Hij denkt met weemoed terug aan die periode en maakt zijn herinneringen groter en mooier, en buit ze uit. Iedereen gaat daarin mee. Hijzelf uiteindelijk ook. Tot er een kaart uit Parijs in de bus valt. Die kaart komt van Julie, zijn Parijse geliefde uit die tijd. Zij kondigt haar bezoek aan. Hij schrikt ervan, zijn herinneringen beginnen te wankelen en hij vraagt zich af: Klopt het eigenlijk wel wat ik verteld heb? Wat klopt er van mijn verhalen?

    Fantaseren kan lang goed gaan, tot er iets gebeurt en iemand je wijst op inconsistenties. Hij besluit halsoverkop om terug te gaan naar Parijs. Achter zijn herinneringen aan en op zoek naar Julie.’


    Het boek heeft een bijzondere constructie. Daar kan je eigenlijk nauwelijks iets over vertellen omdat dat te veel zou weggeven, maar zeker is dat de lezer vaak op het verkeerde been wordt gezet. Waarom heb je dat gedaan?

    ‘Op basis van mijn eigen herinneringen was het boek oorspronkelijk een rechttoe-rechtaan verhaal, maar ik vind het zelf leuk als je als lezer op het verkeerde been wordt gezet. En was het niet Hermans die beweerde dat alleen een interessant leven niet genoeg is als basis voor een goede roman; dat daar altijd nog iets bij moet?
    Wat er in De laatste klanken van Icarus bijkomt is de vraag waarin de herinnering verschilt van de verbeelding? Wat is er nog waar van de verhalen die je vertelt over je ervaringen? Waarin verschillen jouw herinneringen met die van anderen die hetzelfde hebben meegemaakt? Het fijne van schrijven is dat je alles kunt vertellen zoals jij dat wilt.’

    Van Meijgaard weet zelf ook niet meer precies wat hij wel en niet beleefd heeft. ‘Ik weet niet meer hoe ik daar gekomen ben. Die villa van het au pair-gezin bijvoorbeeld, waar ik in het begin au pair was en woonde klopt wel, tenminste dat denk ik, maar hoe ik daar gekomen ben…? Ik weet het niet meer.
    Het geheugen, dat vind ik interessant. Waarom je sommige dingen nog wel en andere niet meer weet. Zelf vertel ik het verhaal ook al dertig jaar. Kloppen mijn herinneringen nog?
    De plaatsen waar ik viool gespeeld heb weet ik nog wel zeker, maar dat is dankzij een plattegrondje waarop ik die heb aangekruist.’


    Denk je dat mensen vaak de neiging hebben om de dingen mooier voor te stellen dan ze zijn?

    ‘Ja, als je dingen hebt meegemaakt die niet zo leuk waren, bijvoorbeeld zo’n au pair-ervaring waarover je klasgenoten zeggen: “Wow, die zit lekker in Parijs.” Terwijl het in werkelijkheid enorm tegenviel, dan maak je dat soms mooier. Je wilt je eigen leven betekenis geven en wel zodanig dat je er zelf in gaat geloven. Uiteindelijk gaat zoiets een eigen leven leiden. Hoe langer geleden, hoe meer je vasthoudt aan de hoogtepunten. En dan kunnen details hoogtepunten worden. Op den duur weet je niet meer wat waarheid, herinnering of inbeelding is.’


    Viel het tegen?

    ‘Ja. Het begon al anders dan ik had gewild. Ik wilde na mijn eindexamen naar Bordeaux maar daar wilde niemand een jongen als au pair. Het werd daarom Parijs. Ik nam mijn viool mee, maar niet met de opzet om ermee op straat te gaan spelen.
    Het was vreselijk in het begin, daar in mijn eentje. Ik ging wel op Franse les, leerde daar mensen kennen, maar uiteindelijk ben ik van pure ellende op straat gaan spelen. Ik raakte uiteindelijk min of meer verslaafd aan het zoeken naar goede plekken om te spelen. Het boek Le solitaire van Ionesco dat de hoofdpersoon van zijn Franse docent krijgt met de mededeling “Lees dit maar, het kan altijd eenzamer, houd je daar maar aan vast” was heel toepasselijk.’


    Kon je zo goed viool spelen?

    ‘Ik was daar in ieder geval goed genoeg voor, ik had jarenlang in een jeugdorkest gespeeld en speelde mee tijdens concerten. Voor die optredens was ik altijd heel zenuwachtig, maar daar in Parijs op straat niet. Daar verwacht niemand iets van je en valt het altijd mee. Al snel kreeg ik complimenten en verdiende ik goed.’


    Op straat ontmoet de hoofdpersoon Milan, een fagottist, hij is de koning van de straatmuzikanten. Hij speelt een belangrijke rol in het boek.

    ‘Milan is de man met de regie over vrijwel alle straatmuzikanten. Hij bepaalt wie wanneer waar mag optreden. Hij heeft contacten bij de parkwachters die hij inzet als hij dat nodig vindt, bijvoorbeeld als de bedelaars de inkomsten van de artiesten inpikken door te doen alsof ze bij elkaar horen. Dat is gebaseerd op iets wat ik zelf heb meegemaakt. Ik had mijn plekje drie uur voor de openingstijd bij het Grand Palais ingenomen, er stond een lange rij en ik had mijn plekje tactisch gekozen. Die profiteurs posteerden zich ruimschoots later ook bij die rij en wel zodanig dat het leek alsof ze bij mij hoorden. Daardoor ontvingen zij soms mijn verdiensten. Toeristen zijn gul, maar ze geven maar één keer.’

    Milan – in werkelijkheid heette hij anders en speelde hij klarinet – had door dat ik goed kon spelen en gaf me een kans. Ik heb veel van hem geleerd. Hij eiste wel van me dat ik nooit zou praten over alle trucjes – de tien gouden regels van Milan – die hij met me deelde. Met de publicatie van De klanken van Icarus klap ik dus eigenlijk uit de school.
    Zelf kon hij leven van het spelen op straat. Zijn vrouw had een ‘baantje’ zodat ze verzekerd waren. Tegelijkertijd waren ze ook bezig met de bouw van hun tweede huis.
    Hij adviseerde me overigens om niet in zijn voetsporen te treden: “Ga studeren, anders sta je op je 40e nog op straat.”’

    Dat advies heeft Van Meijgaard ter harte genomen. Hij is Nederlands gaan studeren en geeft nu onder andere les op het conservatorium in Den Haag.
    ‘Dat ene jaar in Parijs, waarin alles anders liep dan verwacht heeft me zoveel gebracht. Zo’n jaar, de dingen die je rond die leeftijd meemaakt, de mensen die je ontmoet, maken veel indruk. Wat ik toen gedaan heb had ik nooit van mezelf verwacht, maar iets wat je niet plant brengt vaak meer dan een uitgestippeld pad. Maar ik ben een nostalgisch mens. Misschien is mijn boek wel een uitnodiging aan de jongeren van die leeftijd om te gaan reizen en bijzondere dingen mee te maken.’

    Icarus komt in het boek niet voor. Hij was hoogmoedig en kwam ten val. De muzikant uitDe laatste klanken van Icarusis misschien bij tijd en wijle wel ijdel, maar is vooral op zijn hoede voor wat de komst van Julie, vijfentwintig jaar na dato, teweeg zal brengen. Maar waarom eigenlijk? Waarom wil hij Julie kost wat kost terugvinden voordat zij naar Nederland komt? Dat is waar het in dit boek om draait en wat niet vooraf onthuld moet worden.

     


     

     

  • Benoeming nieuwe Dichter des Vaderlands uitgesteld

    Door persoonlijke omstandigheden zal de benoeming van de nieuwe Dichter des Vaderlands op woensdag 25 januari niet doorgaan. De geplande installatie van een nieuw gekozen Dichter des Vaderlands, die tevens het afscheidsevenement van scheidend Dichter des Vaderlands Lieke Marsman zou zijn, wordt tot een nader te bepalen moment uitgesteld.

    De Stichting Dichter des Vaderlands verspreidde vanmiddag een persbericht waarin staat dat zij de situatie betreuren en er naar streven ‘spoedig alsnog met een benoeming te komen’. Het comité van poëziekenners dat de afgelopen maanden een nieuwe Dichter des Vaderlands uitkoos, zal in de komende tijd opnieuw bijeenkomen om tot een nieuwe voordracht te komen. Met een passend mandaat zal een nieuwe Dichter des Vaderlands aangezocht worden voor de duur van twee jaar. De Dichter des Vaderlands is een ambassadeur voor de poëzie en reflecteert met een gedicht op het nieuws van dichtbij of van ver en ons allen treft. Het ambt werd in 2000 ingesteld op initiatief van NRC Handelsblad, Poëzieclub en Poetry International.

    Gerrit Komrij was de eerste Dichter des Vaderlands, toen nog een vierjarig termijn, gevolgd door Simon Vinkenoog , Driek van Wissen, Ramsey Nasr, Anne Vegter, Ester Naomi Perquin, Tsead Bruinja en Lieke Marsman.

     

     

  • Literair Nederland 20 jaar, een leven lang liefde voor lezen

    Op zoek naar waarheid en onafhankelijkheid is de titel van een recensie die onlangs, enige dagen voor de 20ste verjaardag van Literair Nederland op 15 december 2022, op de site verschijnt. Het zou evengoed de leidraad voor deze site kunnen vormen. Ik zou daaraan willen toevoegen: op zoek naar goede literatuur, zonder sensatiezucht of relletjes. Literair Nederland ontstond in een heel ander tijdperk van het internet, in internettermen is de website werkelijk oeroud. Bij het eerste decennium schreven we daar iets over: Literair Nederland 10 jaar oud; hoe het begon.

    Er is veel minder veranderd in het tweede decennium dan in het eerste: een gestage stroom van aandachtig en met liefde geschreven en soms sprankelende beschouwingen over interessante boeken, geredigeerd door een redactie die een standaard hanteert van hoe een goede recensie eruit zou moeten zien.

    Het hart van de site wordt uiteindelijk toch gevormd door de recensenten, een wisselend corps van niet-professionele maar zeer goede en ervaren lezers, die afgewogen formuleren waarom een boek wel of niet de moeite waard is, die de tijd hebben, en de ruimte. We kiezen daarbij breed: zorgen dat mannelijke en vrouwelijke auteurs evenals mannelijke en vrouwelijke recensenten gelijkelijk bediend worden. En boeken van veel verschillende uitgevers! En afkomstig uit verschillende landen. Ook in de genres trachten we een goede verdeling te maken: voldoende poëzie, essay, oorspronkelijke en vertaalde boeken van minder bekende auteurs. Het archief toont in één oogopslag hoe divers dat uitpakt. Bestsellers komen er bij ons wellicht  bekaaid af: daarvoor is immers al aandacht genoeg.

    Een leven lang liefde voor lezen, dat is toch wel het uitgangspunt. Een uitgangspunt dat letterlijk tot verrassende uitbreiding heeft geleid. Twee redacteurs, Carolien Lohmeijer en Mohana van den Kroonenberg hebben zich sterk gemaakt voor een belangrijke uitbreiding van onze website. Vanaf 15 december is Jong Literair Nederland online, onder dat motto: ‘Een leven lang liefde voor lezen’. Want voor wie leest is er geen helder onderscheid tussen de kinder-, jeugd, young adult en zogenaamde volwassenenliteratuur. De meeste lezers doorlopen alle stadia, en niet noodzakelijk lineair. Op borrels van Literair Nederland merkten we — toen we een aantal recensenten om een causerie vroegen— hoe verknocht ze waren aan bepaalde jeugdboeken. Waarom die geforceerde scheiding in stand houden?

    Het derde decennium van Literair Nederland wordt er dus een waarbij we twee sites runnen, maar de stukken zijn deels door dezelfde mensen geschreven. Als de sites elkaar aanvullen lukt het lezers misschien ook geïnteresseerd te raken in boeken die op het oog net een andere generatie aanspreken. Want goede literatuur doorbreekt grenzen, ook leeftijdsgrenzen.

    Een feestelijker begin van de toekomst konden we ons niet wensen. Op Literair Nederland en op Jong Literair Nederland kunt u altijd terecht voor de beste suggesties voor wat te lezen. Graag bedank ik wie dit alles mogelijk maken: de redactie van Ingrid van der Graaf, Mohana van den Kroonenberg, Anky Mulders, Daan Lameijer, Carolien Lohmeijer,  en voor de techniek Samuel groot Wassink.

    Wilt u ook meewerken aan een van deze boeiende sites? Mail ons dan: redactie@literairnederland.nl. Wilt u financieel bijdragen, immer noodzakelijk, dat kan ook. Dank!



  • Rotterdamse schrijver Raoul de Jong ontving Anna Blaman Prijs 2022

    Op vrijdag 2 december ontving  schrijver Raoul de Jong de Anna Blaman Prijs uit handen van locoburgemeester Faouzi Achbar als bekroning voor zijn auteurschap in Rotterdam. De prijs wordt driejaarlijks uitgereikt aan een schrijver die met zijn of haar oeuvre heeft bijgedragen aan de kwaliteit van het literaire klimaat in de regio Rotterdam. Volgens de jury maakt Raoul de Jong zich, ‘Net als Anna Blaman in haar tijd, […] op vele fronten cultureel-maatschappelijk en journalistiek verdienstelijk’. De uitreiking vond plaats in de Burgerzaal van het stadhuis van Rotterdam in het gezelschap van genodigden en een aantal Rotterdamse scholieren en docenten. Aan de prijs is een bokaal en een geldprijs van € 15.000 verbonden.

    De Jong (1984) publiceerde acht boeken. In 2005 debuteerde hij met Het leven is verschrikkulluk!  In 2006 verscheen Stinknegers, waarvoor hij de Dick Scherpenzeelprijs, een prijs voor grensverleggende buitenlandjournalistiek, ontving. De grootsheid van het Al werd onderscheiden met ‘Het Beste Rotterdamse Boek’ en stond op de shortlist voor de Bob den Uyl Prijs. Zijn boek Jaguarman (2020), werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs, de European Union Prize for Literature, de Boekenbon Literatuurprijs en de Boon. Daarnaast schrijft De Jong voor theater en toneel en publiceert hij in Vrij Nederland, Het Parool en NRC Handelsblad.

    In zijn dankwoord zei De Jong: ‘Ik doe het niet om deze prijs te winnen, maar voor die achttienjarige jongen op de fiets die ik toen was en anderen die nu op hem lijken. Tegen hen wil ik zeggen: je bent niet gek, het is de wereld die anders moet – je kunt er zelf een mooi verhaal van maken, dat heeft wel degelijk zin.’ 

     

  • Fotosynthese 29 – Studeren in gevangenschap

    Het zou een moment op een feestelijke bijeenkomst kunnen zijn, maar dat is het niet. Op de foto staan mannen in een vrijetijds-outfit van lichte overhemden en korte broeken. Er staan twee glazen op tafel en liefst twee obers zijn onderweg naar ze toe. Ze zijn, gezien hun kleding, deel van de groep. De mannen achter de bar staan in gelid voor de fotograaf. Aan tafel kijkt één man in de lens; de twee anderen staren naar iets onbestemds. Het is stil. Er wordt gezwegen tot het fototoestel heeft geklikt. De foto is duidelijk in scène gezet. 

    Ik stuitte er op toen ik op zoek ging naar de achtergronden van The Spark Papers, een keurig verzorgd boekje – hardcover, stofomslag – van nog geen veertig pagina’s, dat ik lang geleden op een boekenmarkt vond. Het bevat onder andere drie spreekbeurten van Nederlandse geleerden tijdens de Willem Spark-herdenking op 24 juni 1943. De teksten gaan over William Horace Lawrence Spark (1801-1843), een Nederlandse componist. De enigszins cabareteske formuleringen en de vermelding dat de Amsterdamse Willemsparkstraat naar hem is genoemd, maken duidelijk dat het om een grap gaat.

    Gegijzelden met veel vrijheid

    Het is mogelijk, zelfs waarschijnlijk, dat sommigen op de foto toehoorders waren van die spreekbeurten. Ze waren gijzelaars in seminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel. De Duitse bezetter hield er vanaf 1942 prominente Nederlanders gevangen die het gevaar liepen te worden geëxecuteerd als elders in het land verzetsacties zouden worden gepleegd waarvan geen daders konden worden gevonden. Onder de prominenten waren hoogleraren, directeuren van bedrijven, Kamerleden enzovoort, zoals Simon Vestdijk, Anton van Duinkerken, Johan Huizinga, Frits Philips, Jan De Quay en Wim Schermerhorn. Ze hadden ongewoon veel vrijheid zolang ze maar geen Duitsvijandige acties ondernamen.

    Er werd muziek gemaakt, film gekeken, geschilderd en gediscussieerd in de bar ‘De dorstige gijzelaar’ waar de foto is gemaakt. Maar vooral: er was door de gegijzelden een druk programma opgezet met tal van cursussen en lezingen, gegeven door deskundigen in hun vakgebied. Er was zelfs sprake van bijzondere tolerantie van de Duitsers. De filmcommissie mocht rolprenten laten zien die door de censuur kwamen, maar omgekeerd kwamen er geen represailles toen die commissie weigerde de Duitse aanbeveling op te volgen om Olympia van Leni van Riefensthal te programmeren.

    Er bestaan tal van voorbeelden van boeken die zijn geschreven in gevangenschap: Mein Kampf van Hitler, Pilgrim’s Progress van John Bunyan, Don Quichot van Cervantes en De Profundis van Oscar Wilde, De 120 dagen van Sodom van De Sade en vele meer. Hoe streng het regime ook kon zijn, er was ruimte om aan schrijfgerei te komen en er was vaak bezoek mogelijk. Geen van deze genoemde boeken zijn ontstaan in situaties waarin zoveel geesteskracht moest worden aangesproken als in krijgsgevangenschap, in een concentratiekamp of in Siberië. 

    Beekvliet was een behoorlijk humaan kamp. De gegijzelden beschikten over boeken en andere media, kregen pakketten toegestuurd en hadden erg veel bewegingsvrijheid binnen het terrein. Hitlers Herrengefängnis noemde de latere diplomaat Max Kohnstamm Beekvliet in het gelijknamige brievenboek over zijn verblijf daar. Toch was er de angst: zeven gijzelaars werden daadwerkelijk afgevoerd en geëxecuteerd.

    Activiteiten in communistisch gevangenschap

    Ik was echter verbaasd over de voorbeelden die ik uit mijn leesmemorie kon opgraven over studieactiviteiten in veel rigidere kampen. Mira Feticu bijvoorbeeld schrijft in haar Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal: ‘In de Roemeense politieke gevangenissen zaten veel schrijvers die het niet eens waren met de lijn van de enige Partij. Schrijvers, theologen, filosofen, hoogleraren. Er werden daar, in de communistische hel waar je zero vrijheid, zero eten, zero van alles had, taalcolleges gegeven. Gedetineerden onder elkaar, tussen de martelingen door onderwezen ze elkaar, er werden gedichten in hun geheugen geschreven, conferenties gehouden van een niveau dat de ‘“vrije” communistische academische wereld in Roemenië niet kende’.

    Vertaler (onder andere van Berlin Alexanderplatz) en verzetsman Nico Rost, die in Dachau terecht kwam wist daar een clandestiene leesclub te organiseren. Hij kon door zijn baantje in de ziekenbarak bij  de vele boeken, Duitse en Franse literatuur, die hij verslond en met anderen besprak. Wat hij daar las is allemaal te lezen in zijn Goethe in Dachau. Dagboek 1944-1945.
    De Franse filosoof Paul Ricoeur werd in 1939 opgroepen voor het Franse leger, maar zat al vanaf het begin van de oorlog als krijgsgevangene in Offlag II-D in Pommeren. Met enkele andere intellectuelen in dat kamp slaagde hij er in daar lezingen te organiseren en lessen te verzorgen. Hij begon er bovendien aan een vertaling van Ideeën van zijn Duitse vakgenoot Edmund Husserl.

    En dan vind ik in De verdwenen piano’s van Siberië van Sophy Roberts nog dit over de dekabristen, de opstandelingen tegen de autocratie van de tsaar in Rusland in 1825, waarvan de leiders werden opgehangen of naar Siberië verbannen: ze ‘stichtten gezamenlijk een kleine academie in ballingschap. Ze richtten werkplaatsen op om te timmeren, te smeden en boeken te binden. Ze gaven colleges (…). Ze begonnen een bibliotheek, die ze vulden met duizenden boeken die hun verwanten stuurden (…) De gevangen verzonnen verhalen over denkbeeldige landen en verre zeereizen’. In al die gevallen werd de dorst gelest door een bijna niet te vatten geesteskracht.

     

     


    Fotosynthese is een door Rudy Kousbroek geïnitieerd genre waarbij beeld en tekst een verbinding aangaan.

     

  • In memoriam Hannemieke Stamperius, alias Hannes Meinkema 1944 – 2022

    Zonder dat er veel ruchtbaarheid aan werd gegeven is Hannemieke Stamperius, vooral bekend onder haar pseudoniem Hannes Meinkema, op 22 november in haar slaap overleden in haar woning te Amsterdam. Ze werd 79 jaar.

    In de zeventiger jaren was dat wel anders. Stamperius debuteerde in 1974 met De maaneter, een roman over de ondergang van een vrouw die zich bovenmatig betrokken voelt bij alles wat er om haar heen gebeurt. Ze koos ervoor te publiceren onder de mannennaam Hannes Meinkema om zogezegd de te verwachten achterstand die vrouwelijke schrijvers in die tijd hadden, hiermee te slechten. Onder dit pseudoniem  verschenen acht verhalenbundels, elf romans en een gedichtenbundel. Met En dan is er koffie (1976)door sommige critici als ’triviaal’ gekarakteriseerd, verwierf ze grote bekendheid onder jonge vrouwen die zich in haar boeken (soms op hilarische wijze) herkenden.

    In 1977 promoveerde Stamperius cum laude met het proefschrift Marsmans Verzen. Toetsing van een ergocentrisch interpretatiemodel aan de Universiteit in Utrecht. In 1978 richtte zij samen met Ethel Portnoy het op vrouwen gerichte tijdschrijft Chrysalis op, waarin publicaties van vrouwen voorrang hadden en dat een korte duur van bestaan had. In 1980 verscheen haar eerste poeziebundel, Het persoonlijke is poëzie. Ook publiceerde ze artikelen en verhalen in onder andere Opzij. In 1989 ontving ze de Annie Romeinprijs voor haar hele oeuvre.

    Stamperius publiceerde meer dan dertig boeken. Onder haar eigen naam schreef ze kinderboeken, over literatuurtheorie, religie, adoptie en was samensteller van prozabundels van vrouwelijke schrijvers. Later schreef ze onder het pseudoniem Justa Abbing nog een viertal detectives.

    Een leven in autarkie

    Stamperius schreef in haar romans en verhalen over de worsteling van de vrouw zichzelf te mogen zijn. Haar vrouwen zijn slachtoffer van de heersende moraal in de jaren zestig en zeventig, en van een meisjesopvoeding die zich richtte op dienstbaarheid. Haar vrouwelijke personages onttrekken zich daaraan en willen macht over hun eigen leven. Stamperius wilde ‘autarkie’ voor de vrouw, zoals in haar laatst verschenen roman De heiligwording van Berthe Ploos (2007). Waarin Berthe als reactie op haar onvervulde verlangens naar liefde, veiligheid en erkenning, kiest voor een leven in het ‘kale land van de autarkie’. In deze roman is een kaasschaaf burgerlijk. En burgerlijkheid was de vijand van de vrouw. 

    In 1987 adopteerde Stamperius een Braziliaans meisje. Als alleenstaand ouder begon ze in 1995 – omdat adoptie in Nederland niet mogelijk was voor alleenstaanden – een proefproces om haar dochter, die ze vernoemde naar Vita Sackville West, legaal te kunnen adopteren. Sindsdien is adoptie voor alleenstaanden mogelijk volgens de Nederlandse wet. Over de adoptieproblematiek schreef ze Moeders kindje. Het moederschap inspireerde haar om het uitzinnige geluk alsook de alledaagse frustraties in haar boeken te verwerken. Stamperius verdiepte zich de laatste jaren steeds meer in religie, getuige ook haar laatste hierboven genoemde roman. In 2011 verschijnt nog het non-fictie boek God en de verlichting, over religiefilosofie.

    Sinds 1997 leed Stamperius aan een botziekte die een voortdurende pijn veroorzaakte. Ze schreef nog steeds maar er was geen uitgever die in haar werk geïnteresseerd was. Te hopen is dat haar boeken een nieuw leven beschoren krijgen, een schrijfster van haar kaliber verdient het niet in de vergetelheid te verdwijnen.

     

     

    Foto: achterflap Meinkema’s laatste roman 

  • Schrijven is een manier van denken, een manier van leven

     

    De Italiaanse schrijver en journalist Andrea Bajani (1975) is in eigen land een gelauwerd schrijver. Over zijn debuutroman, Cordiali saluti, (2005), schreef de schrijver Antonio Tabucchi (1943-2012) dat hij dit boek gelezen had ‘met een opwinding die ik in tijden niet meer heb gevoeld in de Italiaanse literatuur’. Het boek won vier prijzen. Zijn tweede boek, Ogni promess, verscheen in Nederland als De belofte. In 2014 verscheen een bundel ultra korte verhalen in de trant van Italo Svevo, Het leven is niet alfabetisch. Beide boeken vielen in de prijzen. Zijn roman Un bene al mondo (2016) Het hoogste goed (deze romans werden vertaald door Yond Boeke en Patty Krone) werd onlangs verfilmd. Vanaf 2017 publiceerde Bajani verschillende poëziebundels, ook schrijft hij essays voor de krant La Repubblica.

    Het boek van de huizen is een fascinerende vertelling over de ontwikkeling van een kind tot jongeman, student, echtgenoot, schrijver en de verschillende huizen waar het personage Ik, heeft gewoond. Het is geen chronologisch vertelling, de schrijver springt door de tijd. Er zijn plattegronden van de verschillende huizen in afgedrukt en zonder een toekomstroman te willen zijn, is er een hoofdstuk gesitueerd in 2048, waarmee het idee een traditionele roman in handen te hebben, geheel verworpen wordt. 

    Sinds enkele jaren woont Andrea Bajani in Houston, Amerika waar hij Creative Writing geeft aan de universiteit. Een groot deel van Het boek van de huizen schreef Bajani in Rome, de uiteindelijke vorm van het boek kwam in Houston tot stand. Rond de verschijning van de Nederlandse vertaling verbleef Bajani enkele dagen in Amsterdam. Voor het interview ontmoetten we elkaar in de Cobra Lounge van het Ambassade Hotel aan de Herengracht.


    Wat betekent een huis voor u?

    ‘In Italië is ieder huis een herinnering die behouden blijft voor de familie. Daar is het normaal dat mensen in oude, beschadigde huizen wonen. In Texas, waar ik op dit moment woon, kopen ze alleen het stuk land, vernietigen het huis dat erop staat en bouwen iets nieuws omdat het voordeliger is. Dat is in Italië ondenkbaar.

    Ik ben een nomade, maar in mijn manier van rondtrekken zit altijd de behoefte het perfecte huis te vinden. Als ik het zou vinden betekent dat het einde van mijn zoektocht. Ik pleit er dan ook voor dat geluk een streven blijft, niet een bestemming die je bereiken moet. Mijn culturele achtergrond zegt me dat een huis een plaats voor altijd betekent, meer algemeen denk ik dat een huis een goed narratief is voor een betekenisvol leven. Huizen zijn een soort van fictie. Als schrijver is dat interessant voor mij.’

    Naast dat het een boek over huizen is, gaat het ook, in haast onopvallende noteringen ook over klassenverschillen, zoals, ‘Bij de uitgang van de supermarkt valt het muntje dat ze als wisselgeld bij het bonnetje hebben gekregen vaak in de hand van de derde wereld die tegen de muur zit.’  


    Wat wilt u hiermee aantonen?

    ‘Tegenwoordig hebben we enkel een middenklasse, met daarbinnen de hogere- en lagere middenklasse. De arbeidersklasse wordt niet meer genoemd, alsof men zich daarvoor schaamt. Iedereen kan nu bereiken wat hij wil. En als je dan zelf iets bereikt hebt, wil je wel een aalmoes aan daklozen geven. Ik wil laten zien hoe we onszelf voor de gek houden, zo snel vergeten waar we vandaan komen.’ 

    Het boek van de huizen is fragmentarisch en zonder uitgesproken emoties geschreven. Toch spreekt er een verlangen van Ik naar geborgenheid, naar liefde uit. Er is sprake van geweld en verwaarlozing in de jeugd van Ik, iets dat gaandeweg duidelijk wordt.


    Waar vond dit boek zijn oorsprong?

    ‘In 2015 werkte ik voor een fellowship op de Amerikaanse Academie in Rome. Een paar blokken van de de academie was het huis waar  ik ben geboren. In het boek is dat het ‘Huis onder de Grond’. Toen ik drie was verhuisden mijn ouders met mij en mijn zus naar een ander huis. Mijn oma bleef daar achter. Tot 2001 kwamen we met kerst en pasen nog bij haar op bezoek. Daarna ben ik er niet meer geweest. Het was beangstigend dat dit  huis zo dicht bij de academie lag, beangstigend omdat mijn familieverhaal een verhaal vol pijn is.
    Eerst observeerde ik het huis een paar dagen van een afstand. Toen heb ik aangebeld. Het was een klein huis, ik heb op het buitenplaatsje gestaan waar ik als kind speelde. Toen ik daarna terugliep naar de academie, had ik de structuur van dit boek en de eerste zin: “Ik gaat wandelen.” Ik had de visie van het hoofdkarakter en alle huizen waar Ik gewoond heeft voor ogen. Ik wist dat dit een puzzel van huizen zou worden. Terug in mijn appartement ging ik strijken, dat is voor mij de enige manier om me te kunnen focussen op een idee. En ik wist, dit boek moet ik schrijven. Ik heb er vijf jaar over gedaan.’


    Waarom moest het hoofdpersonage ‘Ik’ genoemd worden?

    ‘Die eerste zin “Ik gaat wandelen.”, had een bedoeling. Die zin kwam niet voor niets bij me op. Ik vertrouw de woorden die in me opkomen, en ik weet dat ik ze moet volgen. Het hele punt van schrijven is dat je begint te schrijven en gaandeweg pas ontdekt wat de bedoeling is. Toen ik bij mijn geboortehuis aanbelde, wilde ik op dat moment terug naar het kind dat ik toen was. Toen ik binnenkwam wist ik dat dat niet kon. Hoe moet ik het zeggen, ik was toen een kind, nu ben ik een ander persoon.
    Daarom geloof ik niet in memoires. Alles wat je hebt gedaan in je leven, wordt in een memoir verklaard. Het boek van de huizen is voor mij precies het tegenovergestelde. Wat ik met dit boek wilde, was ervoor te zorgen dat elke ik die ik geweest ben, de driejarige, de zestien- en vierentwintigjarige gerespecteerd werden om wie ze toen waren, hun handelen wilde ik niet verklaren.’


    Zijn huizen herinnering bewaarders? 

    ‘De enige manier om te herinneren is het verleden te bezoeken. In de huizen van vroeger vind je jezelf uit het verleden weer terug. In een andere gedaante, maar jij was het wel. Herinneringen zijn een verzameling momenten in de tegenwoordige tijd. 


    De hoofdstukken ‘Huis van de Dode Dichter’ en ‘Huis van Gevangene’, gaan over schrijver en filmmaker Pier Paolo Pasolini die in 1975 werd vermoord en de ontvoering en moord op politicus Aldo Moro in 1978. Waarom noemt u ze niet bij hun naam?

    ‘Ik besloot hun namen niet te noemen, te weten wie het zijn is een extra laag aanbrengen die ik niet wilde. Je hoeft ook niet per se te weten dat Ik, Bajani is.  Ik ben geboren in augustus 1975, de Ik uit het boek is wat later geboren.
    Bij  Aldo Moro was ik drie jaar, de tv beelden waren gewelddadig. In het huis waar ik als driejarige woonde stond de tv altijd aan. Ik herinner me de beelden niet, maar ze zijn toch ergens opgeborgen in mijn geheugen. Een belangrijk gereedschap voor een schrijver is zijn geheugen. Tijdens het schrijven kwamen deze twee personen naar boven. Ik had niet gepland over hen te schrijven. Het kwam mee met de beschrijving van het huis waar ik geboren ben.
    Het schrijven aan dit boek was het willen vinden van een huis waar geen pijn bestaat, een huis waar liefde kan bestaan. Daar slaagt de Ik niet in. Uiteindelijk voelt de Ik zich thuis als hij schrijft op zijn laptop. Woorden geven hem het gevoel van veiligheid. Hij voelt het belang van woorden, hoe ze gebruikt worden.’ 

    De eenzaamheid van Ik doet denken aan het jongetje in Bajani’s boek Het hoogste goed, dat geen ander gezelschap heeft dan zijn verdriet. Als een trouwe hond blijft het bij hem, ligt aan zijn voeten als hij aan tafel zit.


    Gaat het in beide boeken over dezelfde jongen, over hetzelfde verdriet?

    ‘Zonder het te willen hebben over een trilogie is Het hoogste goed het eerste deel. Dit boek is het tweede deel en in mijn computer zit het derde boek, net zo’n kleine roman als de eerste. Alle drie zijn ze compleet verschillend maar komen uit dezelfde bron. In het Het hoogste goed gaat het over verdriet. Daarin werd de pijn uitgewerkt, ik huilde elke regel die ik schreef. Dit boek, het tweede, kon ik met meer afstand schrijven en gaat over vergiffenis. Het derde boek, dat ik schreef tussen 2020 – 2022, is confronterender.’ 


    Er is een zus die Ik probeert  te bereiken, maar het zijn vruchteloze pogingen. Het maakt verdrietig over deze pogingen te lezen. Wat is er met de zus?

    ‘Je bent de eerste die me hier naar vraagt. Soms blijven mensen achter, komen ze niet mee in het leven dat je gekozen hebt. Ik verstoot zijn ouders, hij ziet ze nooit meer, wat begrijpelijk is. Maar hij laat ook zijn zus achter. Zij is eigenlijk het echte slachtoffer, de geofferde. Zij kon haar ouders niet verlaten, Ik liet haar daar achter. Meer dan alle andere dingen in het boek laat dit de eenzaamheid van Ik zien. Zijn zus was de enige die hij kon vertrouwen, waarmee hij zich wilde verbinden, en dat is niet gelukt.’ 


    Voorin het boek is een citaat van Milan Kundera opgenomen. Wat betekent deze schrijver voor u?

    ‘Ik ben schatplichtig aan Milan Kundera. Hij is de schrijver die me initieerde tot een vorm van fragmentarisch schrijven. Het heeft jaren geduurd voor ik zo kon schrijven. Kundera stopt politiek, engelen (er komen twee engelen in Bajani’s boek voor I v/d G) en seks in zijn boeken. Zo te schrijven als hij schreef, was een manier om hem te eren, mijn dankbaarheid aan hem te tonen.
    Ik was zeventien toen ik hem voor het eerst las. Zijn boeken waren metafysisch, in eerst instantie begreep ik niet alles. Ik kon hem in zijn schrijven niet opvolgen. Ik vind ook dat je als beginnend schrijver eerst op de traditionele manier moet leren schrijven. Pas na vijftien jaar werd Kundera’s manier van schrijven een keerpunt in mijn leven. Je moet eerst sterk in schrijven worden om een puzzel te kunnen schrijven. Kundera is nu vergeten. Toen hij in het Frans ging schrijven, verloor hij iets.’


    Heeft u er wel eens over gedacht uw boeken in het Engels te schrijven?

    ‘Ik geef les in het Engels, mijn leven is in het Engels, tachtig procent van de boeken die ik lees zijn in het Engels. Deze taal heeft een grote invloed  op mijn Italiaans. Taal is ook een houding, door het Engels ben ik veel directer geworden. Maar ik zou niet in het Engels kunnen schrijven. Ik ben verweven met mijn taal, mijn herinneringen zijn in het Italiaans. Ik zou iets verliezen als ik in het Engels zou schrijven.’ 


    Wordt met het verschijnen van het derde boek dat nu nog in uw computer zit, een periode afgesloten?

    ‘Elk boek dat ik schrijf voelt als het laatste, maar het is belachelijk als schrijver te denken dat je je laatste boek hebt geschreven. Met Het boek van de huizen dacht ik alles gezegd te hebben. Maar schrijven is een manier van denken, een manier van leven. Een schrijver zoekt naar de zin van het leven en als je die gevonden denkt te hebben, dan is dat je laatste boek. Maar gelukkig komt er steeds opnieuw iets dat onderzocht moet worden, en dat wordt dan weer een idee voor een boek dat geschreven moet worden.’

     

     

    Foto: Emiliano Ponzi


     

     

     

     

     

     

     

    Het boek van de huizen / Andrea Bajani / vertaald door Manon Smits / Uitgeverij Van Oorschot

     

     

  • Joost Zwagerman Essayprijs 2022 voor Falun Ellie Koos

    Op 18 november, de 59ste geboortedag van schrijver Joost Zwagerman, maakte de jury van de Joost Zwagerman Essayprijs bekend dat Falun Ellie Kroos  van de vijf genomineerden de winnaar is met het essay Bruiklener. Een essay over klassenverschillen, hoe je je verhoudt tot de elite, maar ook tot het gewone leven als het je niet allemaal is komen aanwaaien en je – middels een studie – een weg naar boven werkt.

    In het winnende essay vertelt Falun Ellie Koos over hun (Koos is non-binair), ervaring als postbode, student en schrijver. In een goed geschreven stuk maakt hen invoelbaar hoe maatschappelijke stijgers hun leven in sociale schizofrenie door kunnen brengen: ‘Na het stijgen groeit het besef dat wat je achterlaat niet “normaal” is. Je ontdekt je eigen afwijkingen en voelt hoe je niet in de nieuwe wereld past’. Als je in je opvoeding niet had geleerd vragen te stellen, tekent dit je houding voor je verdere leven: ‘Ik had nooit nieuwsgierig leren zijn. Ik was gewend om alleen de hoognodige informatie te vergaren, dat wat nodig is om je te redden. Daar zit een deur, daar een raam. Dat is de vluchtroute.’

    Uit het juryrapport: ‘Een essay dat over een maatschappelijke kwestie gaat en tegelijk een persoonlijk verhaal vertelt, dat ontroerend, aangrijpend, grappig en ernstig is, en heel goed geschreven.’

    De prijs, een initiatief van de Van Bijleveltstichting en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, is bedoeld voor beginnende essayisten en werd uitgereikt in Theater de Vest in Alkmaar. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van € 7.500 en publicatie in verschillende media. De overige genomineerden wacht een publicatie in de Nederlandse Boekengids.

    De jury bestond uit: Barber van de Pol, Manon Uphoff, Merlijn Olnon en Aleid Truijens (voorzitter).

    Het winnende essay en de andere vier genomineerde essays zijn hieronder te lezen.

    Falun Ellie Koos – Bruiklener
    Mira Aluç – Het warenparadijs 
    Revka Bijl – Tussen waan en woorden
    Roelof ten Napel – Holografie. Over het heden
    Barbara Zwirs – Misdaad en beloning 

     

     

    Foto: Jan Jong Fotografie

     

  • Marion Bloem krijgt de Constantijn Huygensprijs toegekend

    In het radioprogramma Kunststof werd gisteravond bekendgemaakt dat Marion Bloem de Constantijn Huygens-prijs 2022 krijgt toegekend. Op twitter liet Bloem weten dat ze ‘beduusd maar blij is’ en verwijst naar haar ‘voorouder’ J. C. Bloem, die in 1949 dezelfde prijs ontving. Ook noemde ze haar man, Ivan Wolffers die in oktober overleden is, ‘Ik mis mijn grootste fan natuurlijk, maar weet dat hij ergens meegeniet.’ Hij leed sinds 2002 aan prostaatkanker.

    Marion Bloem (1952) ontvangt de Constantijn Huygens-prijs 2022 voor haar meer dan achtendertig boeken waaronder romans, verhalenbundles en gedichten. Haar internationaal gelauwerde debuut Geen gewoon Indisch meisje uit 1983, wordt door meerdere generaties lezers gekoesterd. Bloems productiviteit, niet alleen als schrijver, maar ook al kunstenares en documentaire maker, is overweldigend. Bloem schrijft vanuit een grote maatschappelijke betrokkenheid, zoals het onlangs verschenen Indo. Vanaf haar eerste boek geldt dit voor haar gehele oeuvre. In januari 2023 zal haar nieuwe roman Meisjes uit het dorp verschijnen, dat met Geen Gewoon Indisch meisje en Een meisje van honderd een drieluik vormt.

    De jury bestond uit: Aad Meinderts (voorzitter), Jeroen Dera, Rashif El Kaoui, Sanne Parlevliet, Jan de Roder, Mathijs Sanders, Jeannette Smit en Sarah Vankersschaever.

    De prijzen zijn toegekend door de Jan Campert-Stichting, opgericht op 18 augustus 1947 en vernoemd naar de dichter Jan Campert die lang in Den Haag woonde en het beroemde verzetsgedicht schreef, ‘De achttien dooden’. Door de jaarlijkse toekenning van de Haagse literatuurprijzen draagt de stichting bij aan publieke erkenning en een grotere bekendheid van belangrijk geacht literair werk of oeuvre.

    Aan de prijs is een bedrag van 12.000 euro verbonden. De uitreiking van de Constantijn Huygens-prijs 2022 vindt plaats tijdens het internationaal literatuurfestival Writers Unlimited / Winternachten op zondagmiddag 12 februari 2023 in theater aan het Spui in Den Haag.

     

     

    Foto: Ivan Wolffers (rechtenvrij)

     

  • Oproep: recensenten gezocht voor Jong Literair Nederland

    Ook voor non-fictie kinderboeken

    Eind dit jaar gaan we van start met Jong Literair Nederland. Onze oproep heeft al een aantal goede recensenten opgeleverd, maar we zijn nog steeds op zoek. Ben jij bekend in de kinderboekenwereld? Lees je kinderboeken? Zou je zelf kinderboeken willen recenseren? Neem dan contact met ons op. Vooral als je (ook) non-fictie of fantasy zou willen bespreken.

    Wij horen graag van je!

    Mail ons: mohana@literairnederland.nl of carolien@jong.literairnederland.nl

    Met vriendelijke groet,

    Mohana van den Kroonenberg, (kinderboeken)schrijver en boekverkoper
    Carolien Lohmeijer, redacteur Literair Nederland

  • René van Stipriaan wint Libris Geschiedenis Prijs 2022

    Tijdens een speciale live-uitzending van radioprogramma OVT op de zondagochtend, maakte juryvoorzitter Thom de Graaf bekend dat René van Stipriaan met zijn boek, De Zwijger: Het leven van Willem van Oranje de Libris Geschiedenis Prijs krijgt. De jury noemde De zwijger een boek dat ‘de komende dertig jaar een standaardwerk zal zijn. Een compleet boek over een onderwerp waar maar weinig historici zich aan zouden wagen. (…) Zijn biografie van de Zwijger is gebalanceerd en plaatst de hoofdpersoon in de context van zijn tijd en milieu. Een zeldzaam grondig en prettig geschreven boek, dat alle eerdere biografieën over Willem van Oranje overtreft.’

    De Libris Geschiedenis Prijs bekroont historische boeken die een algemeen publiek aanspreken. De criteria zijn dat het boek een oorspronkelijk onderwerp heeft, prettig leesbaar is en op gedegen historisch onderzoek stoelt. Aan de prijs is een bedrag van € 20.000 euro verbonden.

    De jury bestond dit jaar uit: Karin van den Born, eindredacteur NTR-televisie; George Harinck, hoogleraar geschiedenis van het neocalvinisme in Kampen; Manon van der Heijden, hoogleraar Comparative Urban History aan de Universiteit Leiden; Maria Holtrop, conservator Geschiedenis bij het Rijksmuseum; Bas Kromhout, hoofdredacteur van Historisch Nieuwsblad; Nelleke Noordervliet, schrijfster, verbonden aan Trouw; Hubert Slings, wetenschappelijk medewerker bij het Nederlands Openluchtmuseum.

    De overige genomineerden:
    Bart van der Boom met De politiek van het kleinste kwaad. Een geschiedenis van de Joodse Raad voor Amsterdam, 1941-1943
    Patrick Dassen met De Weimarrepubliek. Over de kwetsbaarheid van de democratie
    Anne-Lot Hoek met De strijd om Bali. Imperialisme, verzet en onafhankelijkheid 1846-1950
    Luc Panhuysen met Het monsterschip. Maarten Tromp en de armada van 1639
    Ontvangen een bedrag van € 1.500 euro als waardering voor hun prestatie.

     

     


    Foto: Sander Heezen
    (met toestemming van ‘Maand van de geschiedenis’)