Door Ingrid van der Graaf
De Kroatische (experimentele) schrijfster, essayiste en letterkundige Dubravka Ugrešić woont al jaren in Amsterdam. Ze schrijft in het Kroatisch maar haar werk, waarvoor ze verschillende literaire prijzen ontving, is in vele talen vertaald.
In de essaybundel Europa in sepia dwaalt Ugrešic van de Amerikaanse Midwest tot Zuccotti Park, en van de Ierse Aran-eilanden tot Jeruzalems Mea Shearim, van de tristesse van de Nederlandse Vinex-wijken tot de rellen in Zuid-Londen. Ondertussen stipt ze tal van kwesties aan, van de lusteloosheid in Centraal-Europa tot de verveling in de Lage Landen. Met een vinger aan de pols van een uitgeput Europa en een andere aan die van postindustrieel Amerika, onderzoekt Ugrešic de fall-out van politiek falen en de vuilnisbelt van de populaire cultuur. Ugrešic’ schrijft met een lichte toon en dat, samen met haar gevoel voor het absurde, maakt Europa is sepia tot een bundel betoverende wanhoop. Uitgegeven bij Singeluitgevers, 376 blz, € 24,95.

Een roman waarin wraak een hoofdrol speelt. In een afgelegen dal hoog in de bergen, ingeklemd tussen machtige bergtoppen, ligt een dorp. Op een dag arriveert een vreemdeling om er de winter te verblijven. Om te schilderen. Zeer onwillig wordt hem onderdak toegewezen in het huis van weduwe Gader. Het dorp raakt ingesneeuwd en het leven komt tot stilstand. Dan verongelukt de jongste zoon van een familie uit het dorp. Een tweede zoon wordt teruggevonden in een beek. In Het duistere dal wordt het verleden tot het heden gebracht. Uitgegeven bij Meridiaan, 304 blz, € 19,99.


C. (Kees) Buddingh’ (1918-1985) mag gerekend worden tot de populairste schrijvers van zijn generatie. Met zijn Gorgelrijmen verwierf hij al in de jaren veertig en vijftig zijn eerste bekendheid: ‘De blauwbilgorgel’ is zelfs klassiek geworden. Dankzij zijn droge humor en karakteristieke stemgeluid was hij een opvallende verschijning tijdens Nederlands eerste grote dichtersmanifestatie Poëzie in Carré (1966). Uitgegeven bij Nijgh & Van Ditmar, 410 blz, € 34,99.

Het nieuwe boek van Mike Boddé is er één voor de liefhebber. Het is voor Boddé zelf een reactie op zijn vorige boek Pil waarin hij schreef over de zwarte periode in zijn leven waarin hij depressief was. Zupheul, Febbo en de kleine Grakjesbembaaf, kortweg Jan heeft hij geschreven om zichzelf aan het lachen te maken. Of zoals hij het zelf schrijft: ‘Hij werd lijfsgewijs omvangrijk, huwde een rondborstige joopdraagster, plantte zich genoegzaamlijk voort, en tekende een kroniek op met betrekking tot zijn zwartgalligheid: Pil. Dit foliant ging vijftigduizend malen over de kooptoog.

In de autobiografische beeldroman De Arabier van de toekomst schrijft en tekent Riad Sattouf over zijn vroegste jeugdjaren (1978 tot 1984) die hij voornamelijk doorbracht in het Libië van Khadaffi en het Syrië van Assad. Hij is de zoon van een Franse moeder en een Syrische vader en valt door zijn blonde haren altijd op tussen de donkere Arabische kinderen.
Dan is bij ons binnengekomen Dit is geen theater meer, de nieuwe dichtbundel van Annemarie Estor. Zij ontving in 2013 de Herman de Coninckprijs voor de beste bundel De oksels van de bok. Hoewel, bundel kan je het niet noemen: het boek bevat één lang gedicht.



















