• In memoriam K. Schippers 1936-2021

    Op 12 augustus is schrijver, dichter, essayist K. Schippers na een korte periode van ziek zijn overleden. Hij werd vierentachtig jaar. Schippers, die ook wel de ‘beeldend kunstenaar onder de schrijvers’ werd genoemd, was in juni van dit jaar een van de gasten in de laatste uitzending van het boekenprogramma van de VPRO Brommer op zee, waar hij vanaf zijn huis in de Concertgebouw buurt, naartoe was gewandeld om daar verslag te doen van wat hem onderweg zo was opgevallen. Wie de uitzending terugkijkt, ziet dat de presentatoren die hem interviewden over zijn laatste boek Nu je het zegt, gretig aan zijn lippen hingen, een verwachtingsvolle lach om de lippen, verlangend naar een typisch schipperiaanse observatie. Die dan niet kwam. 

    K. Schippers werd op 6 november 1936 als Gerard Stigter in Amsterdam geboren en schreef een uitzonderlijk oeuvre van verhalen en beschouwingen, gedichten, romans, essays en readymades. Hij was een creatieve kijker, alledaagse dingen werden door zijn waarneming van hun gewoonheid ontdaan. Samen met J. Bernlef en G. Brants richtte hij het tijdschrift Barbarber (1958-1972) op dat in eigen beheer werd uitgegeven. In 1963 debuteerde Schippers met de dichtbundel De waarheid als De koe. Hij schreef in totaal ruim veertig romans, poëziebundels en bundels verhalen & beschouwingen. Op zijn eigen typische wijze vermengde hij in alle genres fictie, documentaire en autobiografie.

    Zijn romans hebben vaak een gedachte-experiment als uitgangspunt, zoals de gedachte over het toe-eigenen van taal in de roman Zilah (2003). Hij schreef over kunst in het documentaire boek Holland Dada (1974/2000) en voor zijn beschouwende bijdragen voor NRC Handelsblad, kreeg hij in 1996 de P.C. Hooftprijs. Het jaar daarop ontving hij voor zijn kunstkritieken de Pierre Bayle-prijs. Twee van zijn romans werden bekroond, in 1983 de Multatuliprijs voor Beweegredenen en in 2006 de Libris Literatuur Prijs voor Waar was je nou, de roman die uitgroeide tot een bestseller. 

    K. Schippers trad geregeld op tijdens de Nacht van de Poëzie, de laatste keer was in 2015 waar hij door Ester Naomi Perquin werd aangekondigd met een anekdote. Perquin vertelde dat zij eens met een bijna tachtig jaar oude dichter een museum bezocht. Dat zij die dichter onderweg kwijtraakte en na tientallen minuten zoeken, waarbij ze de suppoost inschakelde en bang werd bij elke toiletdeur die zij opentrok de dichter ineengezakt op de vloer zou aantreffen. Tot ze de dichter buiten in de zon zag zitten, een sigaret rokend. Zij vertelde hem hoe ze hem had gezocht, (Waar was je nou) haar groeiende angst hem op de vloer van een toilet te vinden. Hoe de dichter, na aandachtig luisteren, vroeg: ‘En, lag hij daar?’
    Waarna K. Schippers met verende tred het podium betrad en vanaf de katheter voorlas: ‘Iemand elke dag zien/iemand toevallig zien/iemand af en toe zien/ iemand per vergissing zien/(…)/iemand nooit meer zien’ uit zijn bundel Fijn dat u luistert.

    Het is verwonderlijk hoe Schippers zijn verrassende standpunten en visies kwijt kon in de romanvorm.  Zijn romans zijn geen ‘pageturners’, ze behoren langzaam gelezen te worden, als was het poëzie, en dan komt het genieten. In 2014 schreef hij ter ere van de Poëzieweek het Poëziegeschenk. Het thema ‘Verwondering’, kon niet toepasselijker, Schippers keek enkel met verwondering naar de dingen om hem heen. Een van zijn meest geliefde en geciteerde gedichten is ‘De ontdekking’:   

    Als je goed om
    je heen kijkt
    zie je dat alles
    gekleurd is

    Waarna je geïnfecteerd lijkt met zijn woorden en niets zich nog kleurloos aan je voordoet.

    Gerard Stigter was getrouwd met Erica Hoornik, samen hadden ze twee dochters, Diana en Bianca. K. Schippers publiceerde bij Uitgeverij Querido waaraan hij meer dan zestig jaar verbonden is geweest.

     

    Foto: Bianca Sisterman

     

  • De zomerboeken van Lydia Fris

    Medewerkers van Literair Nederland met hun boeken die meegaan op vakantie of deze zomer in eigen tuin gelezen worden.

    Lydia Fris kijkt ernaar uit in de zomer veel te lezen en noemt hier vijf titels die niet zullen ontbreken in haar vakantietas:

    Ik ben er niet – Lize Spit
    Ik ga leven – Lale Gül
    Een modern verlangen – Hanna Bervoets
    Het kattentheater – Mensje van Keulen, en
    Hoe ik talent voor het leven kreeg – Rodaan Al Galidi.

    Ten eerste Ik ben er niet van Lize Spit, waar ze al lang naar uitkijkt! Ze is nieuwsgierig naar de manier waarop Spit zo’n ingewikkelde ziekte als een psychose in een roman verwerkt. Het tweede boek is Ik ga leven van Lale Gül, omdat dit boek thema’s raakt die Lydia ook tijdens haar master exploreert: uitdrukking geven aan geloofsverlies in Nederlandse literatuur. Het derde boek is de (gesigneerde) verhalenbundel van Hanna Bervoets: Een modern verlangen. Afgelopen Boekenweek mocht ze een inspirerend gesprek met Bervoets voeren. Haar boeken hebben Lydia nog nooit teleurgesteld. Het vierde boek is Het kattentheater van Mensje van Keulen, die ze moet recenseren voor de krant en tot slot Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi, die al geruime tijd op haar lijstje stond en haar door vele vrienden is aangeraden.

     

    Lees hier meer van en over Lydia Fris.

  • De zomerboeken van Els van Swol

    Medewerkers van Literair Nederland en hun boeken die meegaan op vakantie of tijdens zomerse dagen in eigen tuin gelezen worden.

    Els van Swol gaat tijdens de zomer  de volgende boeken lezen: 

    Willem Jan Otten – De Om
    Damon Galgut – De belofte
    Sasja Janssen – Virgula
    Philo van Alexandrië – De schepping van de wereld

     ‘De Om ga ik lezen omdat ik tijdens de pandemie verslingerd ben geraakt aan niet alleen wandelen, maar ook aan de serie ‘Terloops’ van Van Oorschot. Als het even kan loop ik de routes in Nederland na. De route van Willem Jan Otten in De Om gaat rond de Sloterplas in Amsterdam-Osdorp. De belofte van Damon Galgut kreeg ik van Literair Nederland ter recensie. Het boek speelt in Zuid-Afrika, en dat sluit prachtig aan bij een ander uitstapje: naar de expositie met werk van de Zuid-Afrikaanse schilder Deborah Poynton in het Drents Museum.  Op reis gaat ook altijd een dichtbundel mee. Dit keer Virgula (komma) van Sasja Janssen. Ik las er een lovende recensie over van Alfred Schaffer en besloot de bundel meteen te kopen; zo kunnen recensies dus uitwerken. Nog een boek van een uitgever wiens uitgaven ik volg: De schepping van de wereld van Philo van Alexandrië in een vertaling van Albert-Kees Geljon. Deze ga ik lezen ter voorbereiding van een cursus in het najaar.’

     

    Lees hier meer over Els van Swol

     

  • De zomerboeken van Ingrid van der Graaf

    Medewerkers van Literair Nederland en hun boeken die meegaan op vakantie of deze zomer in eigen tuin gelezen worden.

    Ingrid van der Graaf neemt de volgende boeken mee:

    Merijn de Boer, De saamhorigheidsgroep
    Maxim Osipov, De wereld is niet stuk te krijgen
    Patrick Modiano, Een jeugd
    Walter J.C. Murray, Copsford
    Jente Posthuma, Waar ik liever niet aan denk
     

    Vanaf zijn verhalenbundel Nestvlieders heb ik alles van Merijn de Boer gelezen, alleen aan zijn vierde, zijn meest omvangrijke De saamhorigheidsgroep was ik nog niet toegekomen. De Boer hanteert een humor in zijn boeken die je niet vaak tegenkomt. Maxim Osipov wordt wel vergeleken met Tsjechov en Boelgakov, ook hij is arts en schrijft. Dertien verhalen met van die heerlijke Russische onderwerpen; ziekte, dood, verraad. Een jeugd van Patrick Modiano had ik al langer liggen, elke zin van deze schrijver is een verhaal op zich, dat wordt mooie zinnen lezen. Van Walter J.C. Murray had ik nog nooit gehoord, tot ik in het tweede boek van Raynor Winn las waarin veel natuurbeschrijvingen voorkomen, vermengd met de strijd om te overleven, dat zij gevraagd was een voorwoord bij een herdruk van Copsford (1948) te schrijven. Ook Winn trok zich terug op het platteland met haar man in een vervallen boerderij, net als Murray. Waar ik liever niet aan denk van Jente Posthuma gaat over een broer, zus relatie, de broer sterft. Dat interesseert mij bovenmate, broer, zus relaties in de literatuur.

     

    Lees hier meer van en over Ingrid van der Graaf

     

  • De zomerboeken van Mathijs van den Berg

    Medewerkers van Literair Nederland en hun boeken die meegaan op vakantie of tijdens zomerse dagen in eigen tuin gelezen worden.

    Mathijs van den Berg leest deze zomer:

    Charles Baudelaire – Mijn hoofd is een zieke vulkaan
    Ted Hughes – Kraai
    Lucebert – Vaarwel achtergelaten gedichten
    Lieneke Frerichs – Nescio, Leven en werk van J.H.F. Grönloh
    Matthijs van Boxsel – De topografie van de Domheid

     

    ‘Baudelaire is het prototype van de gekwelde dichter. Zijn brieven zullen hierover hopelijk meer inzicht verschaffen. Verder vind ik Kiki Coumans een geweldige vertaler. Dichter Ted Hughes is als persoon omstreden en daarom extra interessant. In deze bundel opent hij de krochten van zijn ziel. De vondst vorig jaar van vroege gedichten van Lucebert was een sensatie. Ik ben benieuwd of ze dezelfde kwaliteit hebben als zijn hoofdwerk. Nescio is een van mijn lievelingsschrijvers. Ik verheug me op onbekende anekdotes en uitspraken. Door zijn unieke invalshoek biedt  ‘domgeer’ Matthijs van Boxsel in zijn werk een verrassende kijk op mens en maatschappij en prikkelt daarmee de geest.’

     

    Lees meer over Mathijs van den Berg

  • De zomerboeken van Ben Koops

    Medewerkers van Literair Nederland en hun boeken die meegaan op vakantie of tijdens zomerse dagen in eigen tuin gelezen worden.

    Ben Koops gaat op vakantie en neemt mee:

    Han Kang – De vegetariër
    J.K. Huysmans – Tegen de keer
    Annie Ernaux – De jaren
    Clarice Lispector – De passie volgens G.H.
    Yusuf Atilgan – De lanterfanter
    Ocean Vuong – Op aarde schitteren we even

    ‘Han Kang staat op de lijst omdat ik ooit een kort stukje uit zijn boek Wit heb gelezen wat mij nieuwsgierig maakte naar deze auteur. Tegen de keer maakt deel uit van mijn zoektocht naar decadente schrijvers. Ik heb recent Kubin en Mirbeau gelezen dus nu is de beurt aan Huysmans. Huysmans is pessimistisch maar net als Thomas Bernhard goed gezelschap.
    De jaren lijkt mij een fijn boek om bij weg te dromen. De passie volgens G.H. is iets wat al langer op mijn lijstje staat; nadat ik Het uur van de ster van Lispector heb gelezen volgt nu deze bevreemdende absurdistische roman. Over De lanterfanter heb ik gehoord via een podcast, en ik verheug me nu al op het boek met de fantastische titel. En als laatste Ocean Vuong, waar ik vooral door de titel op af kwam, maar ook omdat ik las dat de auteur een dichter is.’

    Lees meer over Ben Koops
  • De zomerboeken van Stefanie Katzenbauer

    Medewerkers van Literair Nederland en hun boeken die meegaan op vakantie of tijdens zomerse dagen in eigen tuin gelezen worden. 

    Stefanie Katzenbauer gaat op vakantie en neemt mee:

    Elizabeth Kostova – Zwanenroof
    Stephen Fry – Mythos
    Hendrik Groen – Zolang er leven is
    Charlotte Mutsaers – Harnas van hansaplast

    In de zomer lees ik graag lichte boeken met een spannend verhaal, luchtige anekdotes of relatief dunne boeken omdat ik tijdens de zomervakantie ook een soort ‘leesvakantie’ heb: ik lees alleen dat waar ik niet te veel moeite voor hoef te doen.

    Van Elizabeth Kostova las ik eerder De Historicus waar ik enorm van genoten heb. Dit boek bracht me mijn ‘guilty pleasure’, namelijk historische avonturenboeken. Harnas van hansaplast kijkt me al lang verwijtend aan vanuit mijn boekenkast en deze zomer is de tijd gekomen om het boek te lezen waarover ik een paar jaar geleden een lezing van Charlotte Mutsaers bijwoonde.

    Mijn boekenkast is tot de nok gevuld, maar sinds kort heb ik ook een e-reader, iets wat onder sommige boekenliefhebbers een grote faux pas is. Hij is overigens ook een prachtige uitkomst voor hele dikke boeken, die soms zwaar of onhandig zijn om in handen te houden, zeker als je er een vakantie-ontbijtje bij neemt.

     

    Lees meer over Stefanie Katzenbauer

     

  • De zomerboeken van Helena van Dijk

    Medewerkers van Literair Nederland met hun boeken die meegaan op vakantie of deze zomer in eigen tuin gelezen worden.

    Helena van Dijk bewaart altijd boeken om in de zomervakantie te lezen. Dit is een deel van de stapel van dit jaar:  

    Nino Haratischwili – De kat en de generaal
    Gabriel García Márquez – Liefde in tijd van cholera
    Arno Geiger – Onder de drakenwand
    Margaret Atwood – De testamenten
    Jessica Durlacher – De stem

    Ik ben benieuwd naar alle boeken, maar het meest naar De kat en de generaal. Over Haratischwili’s Het achtste leven voor Brilka was ik lyrisch, dus de verwachtingen zijn hooggespannen…

    Ik wens allen een mooie zomer met veel leesplezier.

     

    Lees hier meer over Helena van Dijk

     

  • De zomerboeken van Eric de Rooij

    Medewerkers van Literair Nederland met hun boeken die meegaan op vakantie of deze zomer in eigen tuin gelezen worden.

    Eric de Rooij gaat op vakantie en neemt mee:

    Tom Sintobin en Koen Rymenants – Aan Dezelfde Zee. Oostende in de Nederlandse literatuur
    Tim Parks – In Extremis
    Inez van der Spek – Vertraagde wake. Dood en geboorte in fragmenten
    Luc Boudens – De oogappel
    Een toevallige vondst in het boekentorentje van het Amstelpark: Frederic Prokosch – De Aziaten

    ‘Het eerste boek verklapt een reisbestemming. De Belgische kust is mij nog onbekend, hoogste tijd die te ontdekken. De boeken van Parks en Boudens liggen al een poosje op een tafeltje naast mijn bureau. Ze jengelen om mijn aandacht en ik heb hun een dure belofte gedaan voor deze zomer. Van der Spek kreeg ik cadeau, Vertraagde wake: een persoonlijk essay over geboorte en dood. En ik neem een boek mee dat door toeval in mijn handen kwam. Geregeld wandel ik door het Amstelpark, langs de walibi kangoeroes, de lama’s en de nijlganzen, en dan sla ik een bezoek aan het houten boekentorentje met plastic lamellen nooit over. De ene keer heeft iemand zijn studieboeken achtergelaten, dan weer een verzameling esoterie of Konsalik. Er zijn afgeschreven bibliotheekboeken, nieuwe boeken, tot de draad versleten boeken. Soms vind je iets heel moois, zoals deze Prokosch, een klassieker zo blijkt.’

     

    Lees hier meer over en door Eric de Rooij

     

  • De zomerboeken van Huub Bartman

    Medewerkers van Literair Nederland en hun boeken die meegaan op vakantie of deze zomer in eigen tuin gelezen worden.

    Huub Bartman gaat op vakantie en neemt mee:
    Benny Lindelauf, Hoe Tortot zijn vissenhart verloor
    Jozef Wittlin, Het zout der aarde
    Caroline de Gruyter, Beter wordt het niet
     Antal Szerb, Reis bij maanlicht
    Slobodan Šnajder, De reparatie van de wereld.

     

    ‘Slobodan Snajder ga ik lezen omdat het boek mij een historisch, psychologisch raamwerk lijkt te kunnen bieden waarbinnen de individuele keuzes van mensen in oorlogssituaties zoals beschreven door Aharon Appelfeld begrijpelijker worden en dus aan dramatische kracht winnen. Ik ben heel benieuwd. Jozef Wittlin is een vriend van Joseph Roth. Daarmee is eigenlijk al genoeg gezegd, ware het niet dat ik Het zout der aarde al eerder in een vertaling uit de jaren dertig heb gelezen. Toen vond ik het een fantastisch boek. Ik  ben benieuwd wat Dirk Zijlstra ervan gemaakt heeft. In Beter wordt het niet zoekt Caroline de Gruyter naar parallellen tussen de geschiedenis van de Donaumonarchie en de toekomstperspectieven van de Europese Unie. Nou ja, actueler kan het niet. Het nieuwste boek van Benny Lindelauf, Hele verhalen voor een halve soldaat, heb ik verslonden. Wat mooi! Ik moet nu gewoon zijn eerder verschenen boek, Hoe Tortot zijn vissenhart verloor, ook lezen, omdat men zegt dat dit boek er eigenlijk aan voorafgaat. Antal Szerb heb ik al jaren in de kast staan. Na het lezen van recent verschenen boeken, kies ik altijd een ouder boek. Dat voelt als een adempauze in een voortjakkerend bestaan.’

     

    Lees hier meer over Huub Bartman

  • Je moet je eigen verhaal serieus nemen en jezelf niet

     

    In april van dit jaar debuteerde Vincent Merjenberg (1983) met de roman De grijzen, waarin hij op afgepaste toon het verhaal vertelt van onder de grond gevonden lichamen, graven die steeds maar weer opduiken. Er zijn de vluchtelingen die onderduiken of zich voortbewegen door een schimmige, mystiek aandoende stad, er is de jonge journaliste Lena die bij een krant wordt aangenomen om onderzoek te doen naar die gevonden lichamen. En er zit een boek in het boek, een soort sprookje van een fictieve schrijver die zich langs de randen van het verhaal begeeft. De grijzen is een knap geconstrueerde roman die de lezer uitdaagt verder te kijken dan wat er zo op het oog wordt aangenomen. 

    Op een zonnige dinsdagmiddag spreek ik Vincent Merjenberg bij hem thuis in de  Kinkerbuurt in Amsterdam over zijn boek. Hoe het is om te debuteren nadat je vier jaar aan een boek hebt gewerkt. Merjenberg studeerde Nederlands en werkte jaren bij een uitgeverij. Tot het begon te kriebelen, er moest iets anders gebeuren. Hij wilde schrijver worden, fulltime, en besloot er een jaar voor uit trekken om te kijken of het lukte. Hij begon met korte verhalen te schrijven, en een reeks columns voor Literair Nederland. Zijn eerste verhaal werd gelijk gepubliceerd in De Gids. 

     

    Had je voor je besloot te gaan schrijven al eens wat geschreven?

    ‘Nee, eigenlijk niet. Dus toen ik begon met schrijven, heb ik me een bereikbaar doel gesteld: een kort verhaal. Dat heb ik opgestuurd naar De Gids waarin het gepubliceerd werd. Toen dacht ik, als dit lukt ga ik verder. Toen heb ik nog wat verhalen geschreven, tot ik aan deze roman begon. Ik ben nogal fanatiek aangelegd, dus het is algauw alles of niets. Ik zag dan ook niet zo gauw hoe ik het schrijven naast een baan zou doen.’

    Om te schrijven wordt er tijd gereserveerd, in de ochtend moet er minstens vier uur achtereen gewerkt worden. Maar er is ook een kind, en een partner die onregelmatig werkt waardoor het schrijfschema nog wel eens afwijkt. 


    Heb je er al die vier jaar steeds aan door geschreven?

    ‘Toen mijn zoontje geboren werd, heeft het een maand of drie, vier stilgelegen.  De eerste twee jaar heb ik het hele verhaal  zo’n beetje lineair geschreven. De tweede helft van de tijd was ik vooral bezig met schrappen en herschrijven. Soms schreef ik een week niet, maar in mijn hoofd bleef ik er wel mee bezig’


    De roman begint met de vondsten van al die lichamen onder de grond, hoe kwam je op het idee?

    Een paar jaar geleden las ik een krantenartikel over een vrachtwagen op weg van Griekenland naar Duitsland. Die vrachtwagen werd langs de snelweg aangetroffen vol dode lichamen van mannen, vrouwen en kinderen. Later zijn er opnames gevonden van telefoongesprekken tussen de chauffeur en zijn opdrachtgever. Dat de mensen in de vrachtruimte aan het stikken waren. De chauffeur werd aangeraden de vrachtwagen achter te laten langs de weg. Het is een afschuwelijk verhaal, maar het intrigeerde me ontzettend.’


    Waarom raakt je dat?

    ‘Ik denk dat ik wil begrijpen hoe mensen ertoe in staat zijn hun moraal opzij te zetten en op zo’n kwaadaardige manier misbruik maken van de wanhoop van anderen. Wat beweegt hen daartoe? Daar gaat mijn boek over. Ik merk dat mijn aandacht bij gruwelen, zoals misdaden in de Tweede Wereldoorlog, uitgaat naar de daders. Hoe komen mensen tot zulke dingen. Ik geloof niet dat het allemaal psychopaten zijn. Het zijn mannen zoals ik. Ik geloof en ben bang dat iedereen onder bepaalde omstandigheden overal toe in staat is. Wat mij interesseerde was dat deze mensen zoveel moeite doen om hun smokkelwaar naar de overkant te brengen. Want je loopt een enorm risico door met zo’n vrachtwagen met mensen door Europa te rijden. Smokkelaars zijn natuurlijk volkomen verknipt, maar toch komen ze hun afspraken na. Daarnaast ben ik ook nieuwsgierig waarom dit me boeit, waarom ik me in daders kan en wil verplaatsen.’


    Heb je dit in je boek gebruikt, ben je in de rol van een dader gekropen?

    Dat is eigenlijk wat mijn hoofdpersoon, de journaliste Lena doet. Het onderzoek dat zij doet, is ook wel de zoektocht die ik zelf heb gehad bij het schrijven. De zoektocht naar wat ik nou eigenlijk wil vertellen, wat is eigenlijk de waarheid?’

    De roman is in korte korte stukken geschreven, er zijn verschillende verhaallijnen die hier en daar in elkaar overlopen, en dan zit er ook dat boek in, van de schrijver Onalov. Die schrijver krijgen we niet echt te zien, daar wordt alleen door anderen over gesproken. Als lezer ga je laag voor laag door het verhaal heen, ontdekt betekenissen die er ingenieus in verwerkt zijn.


    Hoe heb je dit er allemaal in aangebracht. Is dat organisch gegaan of werkte je met een schema?

    ‘Aan het begin had ik wel een plan, ik wist een paar dingen waarmee het begon, een symbolische stad waar vluchtelingen aankomen en weer verder trekken. Een oude man die zich dingen herinnert en een jonge,ambitieuze vrouw die dingen wil weten. En een fictief verhaal waar de waarheid in zit, en dan die lichamen die onder grond zitten. Het zijn dingen die als inspiratie opkomen en daar moet ik het dan mee doen, daar hou ik aan vast.’


    Er is weinig decor aangebracht in de roman, was dit opzet?

    ‘Ik ben er niet aan ontkomen, en eigenlijk ben ik daarmee een beetje overstag gegaan, om mijn personages toch wat karakter mee te geven, wat achtergrond, en aan het einde van het boek de boel weer bij elkaar te trekken. Ik had het misschien nog liever helemaal open gelaten. Het had nog extremer gekund.’

    Wie les krijgt in schrijven leert dat je personages kenmerken moet meegeven, iets herkenbaars zodat de lezer zich ermee vereenzelvigen kan. Merjenberg kiest hier duidelijk niet voor, hij laat zijn personages zonder veel omlijning zijn roman binnen. 


    Waarom die keuze om veel weg te laten?

    ‘Denk aan Paul Auster, aan zijn wat meer schematische romans, de New York trilogie bijvoorbeeld. Of hoe hij schrijft over een man op een bed in een kamer. Auster schrijft filosofisch-symbolische romans. Ik wil mezelf niet met hem vergelijken, maar De grijzen is ook vooral een symbolische roman.’ 


    Was je eigenlijk tevreden met het eindresultaat van het boek?

    ‘Nee, helemaal niet. Ik weet wel dat ik dit boek niet beter had kunnen schrijven dan hoe het nu is. In die zin is het perfect. Dit is het en ik sta er helemaal achter. Het is het soort boek dat ik wilde schrijven. In die zin ben ik er wel blij mee. Maar je bent zo lang met zo’n boek bezig, en als ik dan sommige zinnen teruglees! Als ik nu ga bladeren kom ik zo tien dingen tegen waarbij ik denk: “Oh, dat had anders gemoeten”.’


    Is het moeilijk afstand te nemen van je eigen werk?

    ‘Toen het verscheen was het al een hele tijd af, omdat het vanwege Corona wat was uitgesteld. Toen heb ik het nog eens helemaal gelezen en lukte het me aardig het met wat afstand te bekijken. Toch blijf ik het spannend vinden wat anderen ervan vinden. Nu nog, voordat je binnenkwam overvalt het me, denk ik, ‘Oh, ze heeft het gelezen, wat vindt ze ervan?’ Toch een soort schaamte.’

    ‘Maar die schaamte is eerlijk gezegd een beetje dubbel. Want die mening van buitenaf heb ik wel nodig. Want zelf kan ik niet beoordelen of het wat is. En tegelijkertijd is er, als het verschijnt, een klein stemmetje dat fluistert, “stel je toch eens voor dat het een succes wordt?” Naast de schaamte is er dus ook een soort zelfvertrouwen. De allereerste reactie op het boek was een bespreking van Jan van Mersbergen. Hoe mooi hij het vond. Dan gaat er toch even door me heen, “Stel dat iedereen het zo goed vindt!” In die zin zijn alle reacties, zelfs de positieve, best vermoeiend (lachend).’


    D
    at het nog aan je blijft trekken?

    ‘Ja, dat. Over het geheel ben ik trots dat het boek er is. En dan gaat het vooral over het afmaken van een boek. Uiteindelijk is het heel onbevredigend als een boek af is. Er zijn weinig mensen waarmee ik over het boek praat zoals wij dat nu doen. Het is fijn als iemand het boek goed gelezen heeft. Zelfs als iemand niet enthousiast is, zoals in een recensie in Trouw. De recensent noemde het een deels geslaagde “ontheemde, non descripte roman”. Hoewel ik natuurlijk, (lachend) liever had gehad dat daar stond, “Ren nu naar de boekhandel”, was ik er in die zin wel blij mee dat hij op hetzelfde spoor zat als hoe wij het er nu over hebben.’


    Heb je er dan wel eens aan getwijfeld of het boek af zou komen?

    ‘Ja, voortdurend! De eerste twee jaar werd het alleen maar steeds langer en steeds slechter vond ik. Op een gegeven moment ligt er iets voor je, heb je al die ballen in de lucht. Veel dingen hadden nog niet zoveel met elkaar te maken maar je weet gevoelsmatig dat het er allemaal in moet. Dat je dat bij elkaar moet krijgen. Dan denk je opeens, waar ben je nou mee bezig? Dan ga ik aan mezelf twijfelen. Terwijl dat tegelijk een stuwende kracht werd, dat  je je eigen inspiratie serieus moet nemen. Want zo begon het, er komen een paar dingen in me op en daar moet je mee aan het werk. En dan komen die momenten dat je je afvraagt: waarom hou ik daaraan vast? Waarom wil ik Überhaupt een boek schrijven? Zodra dat gebeurt wordt schrijven moeilijk. Dus je moet je eigen verhaal serieus nemen en jezelf niet.’


    Werd je geïnspireerd door andere schrijvers om te gaan schrijven, of wilde je gewoon schrijven?

    ‘Dat laatste eigenlijk. Mijn leven stond heel lang in het teken van boeken. Bij de uitgeverij en ook tijdens mijn studie Nederlands, was het ook wel intimiderend zoveel schrijvers om je heen, zoveel goeie schrijvers. Ik heb nooit genoeg zelfvertrouwen gehad om gewoon te gaan schrijven. Wel gedacht, als ik het ga doen, ga ik het ook helemaal doen, niet zomaar erbij. Ik denk dat ik daarom ook pas relatief laat ben gaan schrijven. Pas een paar jaar geleden had ik er vertrouwen in een boek te kunnen schrijven.’


    Hoe begon je aan je eerste verhaal dat werd opgenomen in De Gids?

    ‘Dat was “Het verhaal”, over een redacteur bij een uitgeverij die een verhaal toegestuurd krijgt dat over hem gaat. Dan heb ik één zin, één gegeven, en dan begint het: Waarom dan, wat voor man is dat dan? Hieruit moet ik een verhaal bij elkaar verzinnen. Als ik het op die manier benader, kom ik er wel uit. Tot nu toe hou ik altijd vast aan dat allereerste gegeven: ik word er nieuwsgierig van, en het beperkt me op de juiste manier. 


    Is er een maatschappelijk thema dat je aanzet tot een verhaal?

    Het gaat mij echt om het vertaal, en om de manier waarop een verhaal verteld kan worden. Het is meer een zin, een gegeven dat me aanzet tot schrijven, de thema’s uit de echte wereld komen er vanzelf wel bij. Zoals in de vorm van een krantenartikel zoals over die vrachtwagen met vluchtelingen langs de snelweg. Mijn meningen over dit soort dingen komen dan ook weer in het boek. Ik hou van boeken met een gebruiksaanwijzing, niet met een boodschap.’


    Het gaat dus niet over vluchtelingenproblematiek?

    ‘Omdat ik vluchtelingen een rol geef in mijn boek, wordt al gauw gedacht dat het daarover gaat. Maar het gaat mij om het verhaal waar een twist in zit. Ik hou van onbetrouwbare vertellers: wat hebben ze te verbergen? Op een bepaalde manier is het gewone leven een aanzet tot de dingen waarover ik schrijf, maar het is niet een vooropgezet plan.’


    In je verhalen en ook in je debuutroman zit een ontregelende ondertoon. In een column (voor LN) schreef je over je zoontje, een baby nog die, als de vader op de crèche komt, was meegenomen door een ander. Dat je die gedachte als jonge vader durft toe te laten?

    ‘Om een verhaal te schrijven over hoe mooi het vaderschap is, vind ik het interessanter een verhaal te vertellen die de donkere kanten van het ouderschap belichten. Dat ik er wel eens over fantaseer vrouw en zoon achter te laten en heroïneverslaafde te worden in een buitenwijk van Hanoi is inspirerender dan schrijven over hoe schattig mijn zoontje Roodkapje zingt.


    Zijn er schrijvers die je tijdens het schrijven inspireren?

    ‘Alle schrijvers die ik lees, ten goede en ten slechte, zijn waardevol voor me. Tijdens het schrijven lees ik veel. Patrick Modiano bijvoorbeeld, wat hij schrijft lijkt op geen enkele manier op wat ik doe, behalve dat hij ook iets probeert. In zijn boeken gebeurt helemaal niets. Alles wordt met een zwaar melancholische toon vertelt, eigenlijk zijn al zijn boeken een beetje hetzelfde. Een man vindt in een oude jas een adres en gaat daar naartoe en daar herinnert hij zich dat ie daar dertig jaar geleden ook was, dat hij daar een meisje leerde kennen die Debbie heette. Dan gaat hij Debbie zoeken, maar die leeft niet meer, dan is het boek afgelopen. Er gebeurt helemaal niets maar tegelijkertijd zit daar zo’n essentieel levensgevoel in. Je verleden willen vasthouden, alsnog dingen willen begrijpen. Melancholie met een hoofdletter M.
    Modiano is een schrijver dat als ik daar een alinea van lees denk: Man, als ik toch ooit eens zo’n volstrekt originele toon zou kunnen vinden!’ 

     

     

    Foto: Fjodor Buis


     

     

     

     

     

     

     

    Vincent Merjenberg / De grijzen / 332 blz. / Atlas Contact

  • De zomerboeken van Hettie Marzak

    Medewerkers van Literair Nederland met hun boeken die meegaan op vakantie of deze zomer in eigen tuin gelezen worden.

    Hettie Marzak  leest deze zomer:
    David Leeming, James Baldwin
    Irene Vallejo, Papyrus
    Heather Clarke, Rode komeet
    Bettine Vriesekoop, Het China-gevoel van Pearl S. Buck
    Carl Friedman, Verzameld werk

     

    ‘In de biografie van James Baldwin door David Leeming ben ik al begonnen, omdat Baldwin als geen ander uit ervaring kon
    schrijven over de achterstelling van zwarte mensen, iets dat nog steeds actueel is.
     Papyrus van Irene Vallejo heb ik voor mijn verjaardag gekregen van mijn kinderen, die weten dat ze hun moeder blij kunnen
    maken met ‘het ritselen van papier’.
    De biografie van Sylvia Plath, Rode Komeet, door Heather Clarke, wil ik gaan lezen omdat ik weliswaar heel veel gelezen heb over
    en van Ted Hughes, maar van Plath nog veel te weinig.
    En Het China-gevoel van Pearl S. Buck van Bettine Vriesekoop moet alle vragen beantwoorden die ik me al zo lang gesteld heb
    sinds ik lang geleden voor het eerst Oostenwind Westenwind van Buck las.
    Carl Friedman, Verzameld werk, omdat ik heel benieuwd ben naar wat ze nog meer geschreven heeft dan alleen Tralievader, De
    grauwe minnaar
    en Twee koffers vol, die ik al gelezen heb.’

    Lees hier meer over Hettie Marzak