• Leestips voor de decembermaand – Hella Kuipers

    Kom hier dat ik u kus van Griet op de Beeck
    Het heerlijkste Nederlandstalige boek dat ik dit jaar las. Een schrijfster met een geweldig inlevingsvermogen en een verrukkelijk taalgebruik.

     

     

     

     

     

     

    Het boek der gelijkenissenHet Boek der Gelijkenissen– Per Olov Enquist
    Een boek dat die belangrijkste aller spieren: de verbeeldingskracht, aan het werk laat zien. ‘Tijdens het lezen stijgt de bewondering, het is een boek dat herlezing verlangt.’

     

    De wand van Marlen HaushoferWand
    Een wonder hoe iemand met zulke kale woorden een aangrijpend verslag kan schrijven van die grootste aller angsten: alleen op aarde achter te blijven.

     

    Het hart is een eenzame jagerHet hart is een eenzame jager van Carson McCullers
    Wat een mededogen, wat een observatievermogen. Hoe zo’n jonge schrijfster zo de menselijke conditie kan doorgronden is een wonder. Helaas moeilijk verkrijgbaar.

     

    WWat me lief wasat me lief was van Siri Hustvedt
    Een diepgravend en meanderend boek over de geschiedenis van twee bevriende gezinnen, hun werk, kunstenaarschap, relaties, kinderen. Kunst, liefde, dood, opvoeding, psyche – en mensen die je aan het hart gaan.

     

    TijdmetersTijdmeters van David Mitchell
    Een kaleidoscopische achtbaan van een boek waarin de strijd tussen goed en kwaad beslist over het lot van de hele mensheid. En dat van een paar geweldige personages. Verschijnt in december 2014 bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam

    Een verhaal van liefde en duisternisEen verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz
    Wonderbaarlijk mooi boek over het leven van Amos Oz ten tijde van de stichting van de staat Israel, en over zijn wording als schrijver.

     

     

    En dan nog een aantal niet vertaalde boeken:

    The lieThe Lie van Helen Dunmore
    Het poten-in-de-modder verhaal van Daniel, een slachtoffer van de Grote Oorlog. Die van gedichten hield.

     

     

    Zen in the art of writing

    Zen in the Art of Writing van Ray Bradbury
    Een van de allerbeste boeken over creatief schrijven. Bizar dat het niet vertaald is!

     

     

    149182Growing Pains: The Autobiography of Emily Carr
    Levensbeschrijving van de Canadese schilderes Emily Carr, haar kracht en enthousiasme spatten van iedere bladzij, wat een strijd heeft die vrouw geleverd en wat is ze trouw gebleven aan haar kunst.

     

  • Leestips voor de decembermaand – Menno Hartman

    Lijstjesgeluk

    Lijstjes suggereren dat geluk bereikbaar is. ‘10 dingen die ik nog doen wil voor ik dood ga’,  ‘5 platen uit de sixties die onvervangbaar zijn’, de 7 mooiste dierentuinen ter wereld’, ‘5 dichters die je gelezen moet hebben’.

    Als je ze afwerkt is geluk bereikbaar. Ben je klaar dan ben je gelukkig en/of bijna dood. Maar het geluk is altijd onder handbereik. Want vorig jaar waren er ook lijstjes. En je koopt je boeken en platen op al die goede suggesties en nu liggen de stapels op het boekencarroussel in de zuid-west vleugel van je huis. De stapel die daar ligt, is ook een lijstje: ’14 Boeken die ik dit jaar verzamelde omdat ze me aangeraden werden maar ik had de gelegenheid nog niet. FullSizeRender(1)

    Dit jaar vond ik de volgende boeken heel goed:

    Hella S. Haase – Zelfportret als legkaart.
    Een heel vroeg en heel vreemd boek van Haasse, filosofisch en praktisch: hoe te leven, maar niet simpel van geest worden, persoonlijke geschiedenis, abstracte denkbeelden, luiers, alles in een. Moet opnieuw uitgegeven zou ik zeggen. (lees verder)

    Patrick Leigh Fermor – Broken Road
    Fermor liep rond 1930 van Hoek van Holland naar Constantinopel en publiceerde bij leven twee titels over die reis: deze is postuum. Schitterende reis, door groot schrijver neergeschreven. (lees verder)

    Jenny Offil – Dept. of Speculation Een verliefdheid, een relatie een huwelijk en hoe die misloopt en het leven doorgaat. Zonder enige uitleg in korte impressies, helder, grappig, intelligent.

    Martin Amis – Times’ Arrow
    Het verhaal van een man terugverteld: Begint bij zijn dood en eindigt bij zijn geboorte. Een knap staaltje vertelkunst en ook huiveringwekkend. (lees verder)

    Ian McEwan – Children’s Act
    Hoe doet hij het toch: steeds die maatschappelijke relevantie zo knap zijn boeken binnen halen. Kinderrechter beslist over lot van doodzieke jongen en geeft hem weer hoop, maar ontneemt hem die vervolgens ook weer. Intussen zit zij zelf in een klassieke relatiecrisis. Die zo klassiek is dat ze hem alleen dáarom al vermoeiend vindt.

    En hier, om het maar eens transparant te maken, de lijstjes waaruit ik moest kiezen:FullSizeRenderFullSizeRender kopie

    Het jaar heeft nog een paar weken te gaan. Voor mijn persoonlijke lijstje: ‘3 ideeën om leuk de decembermaand door te komen’, mail me.

     

  • Leestips voor de decembermaand – Huub Bartman

    Favoriete boeken van de afgelopen tijd

    1. Land, land! ……, door Sandor Márai, uitgeverij Wereldbibliotheek
    2. 
    De gouden vlieger en Anna, door Dezsö Kosztolányi, uitgeverij Van Gennep

    Onlangs heb ik een bezoek gebracht aan Boedapest, een parel aan de Donau waar ik nog nooit geweest was. Om een beetje in de sfeer te komen heb ik, op advies van een goede vriend, het boek van Sándor Márai gelezen, Land, land!….. Het is een autobiografisch werk waarin hij een beeld geeft van de lotgevallen van de stad en haar bewoners gedurende de laatste vier jaar van zijn leven in Hongarije. Daarna vertrekt hij naar Amerika, met bloedend hart. Hij beschrijft de intocht van de Duitsers in 1944, de bevrijding door de Russen en de eerste paar jaar van het communistische bewind. Michaël Zeeman schrijft over hem op 22 december 2000 in de Volkskrant: ‘Sándor Márai heeft geprobeerd op de puinhopen van dat oude leven een nieuw leven te stichten – en juist dat maakt hem interessant.’

    Over dit boek valt dan ook veel meer te zeggen dan mij in dit korte bestek is toegestaan. Márai was voor mij vooral een perfecte gids om me te verdiepen in de geschiedenis van Boedapest door het bezoeken van de plekken waarover hij schrijft, de literaire cafés en salons, de pleinen en straten. Maar wat mij het meeste getroffen heeft tijdens het lezen van zijn boek is het gevoel dat ik even werkelijk contact had met Márai. Dit kwam door de grote en bijna tedere aandacht die hij geeft aan het leven en werk van een andere Hongaarse schrijver, Dezsö Kosztolányi van wie ik toevallig kort tevoren een tweetal boeken had gelezen, namelijk De gouden vlieger en Anna. De gouden vliegerAnna
    Daarover was ik zo enthousiast dat ik onmiddelijk twee andere boeken van hem heb aangeschaft. Kosztolányi, ‘de elegantste van de Hongaarse schrijvers, de meester ook van Márai’ zoals de moderne Hongaarse schrijver Peter Esterhazy hem typeert. Hoewel zij elkaar niet veel spraken, woonden Márai en Kosztolanyi in hetzelfde huis. Met de conciërge en diens vrouw bouwde Kosztolanyi een speciale band op. Zij stond model voor zijn romanfiguur ‘Anna’. Márai schrijft: ‘Het gebeurde bijna nooit dat Kosztolanyi ons huis passeerde zonder even bij de congiërge naar binnen te gaan. Ze zaten daar met z’n drieën, ze aten niet en dronken niet, zaten alleen te praten. Wat voor eenzaamheid, welke innerlijke ballingschap ontvluchtte hij door naar de congiërgewoning te gaan? Hij was een schrijver, een ‘stilist’; later werd de schrijver-die-uitsluitend-schrijver-was een ‘formalist’ genoemd. In die tijd begon men minachting te krijgen voor stijl. [….] Ze eisten dat hij stelling nam. Kosztolanyi haalde zijn schouders op want hij wist …. […] Zou hij dáárover hebben gesproken in de conciërgewoning, met de huismeester en zijn vrouw, het model van Anna Édes? De gesprekken werden later tot een roman – de enige Hongaarse maatschappelijke roman die de klassestrijd liet zien zoals het zou moeten: zonder ‘socialistisch realisme’, in zijn fatale, menselijke realiteit.’ Prachtig!!!!

    De officier3. De officier, door Robert Harris, uitgeverij Cargo
    Tenslotte wil ik nog even wijzen op een ander mooi boek, van een heel ander gehalte weliswaar, maar ook heel mooi, namelijk De officier van Robert Harris. Het is een historische roman, uitstekend gedocumenteerd, over de Dreyfusaffaire, die zich eind 19e eeuw afspeelde in Frankrijk en waardoor op pijnlijke wijze het virulente antisemitisme aan de kaak gesteld werd in de hoogste kringen van het Franse leger en de politiek. Het boek is heel spannend en eigenlijk lees je het in één adem uit. Prachtig ook!!!!

     

  • Vakantierubriek – een persoonlijke top 3

    door Anky Mulders

    Een top drie uit de wereldliteratuur over: Huwelijksleed

    1. Anna Karenina – Leo Tolstoi (1877) De gebeurtenissen in deze klassieke roman over de onmogelijke liefde tussen de getrouwde Anna Karenina en de vrijgezel Graaf Vronski zijn na meer dan honderddertig jaar nog steeds invoelbaar. Aldoor opnieuw uitgegeven en herhaaldelijk verfilmd zijn kijkers en lezers getuige van liefde, hartstocht, hypocrisie, sociaal gedrag en modeverschijnselen in het Rusland van het einde van de negentiende eeuw, waarin de liefde uiteindelijk het onderspit delft.

    2. Dagboeken – Frida Vogels (vanaf 2005) Met pijnlijke precisie beschrijft Vogels haar innerlijke conflicten waarvan de uitkomst eigenlijk een echtscheiding zou moeten zijn. Zij voelt zich onbegrepen door haar man en is niet in staat iets aan haar seksueel onvermogen te veranderen. Anderzijds hebben zij en haar man elkaar intellectueel veel te bieden. Als twee individuen blijven zij zoeken naar mogelijkheden om hun samenzijn behalve draaglijk ook nog een beetje aangenaam te maken.

    3. Stoner – John Williams (2012) Waar bij Tolstoi en Vogels geworsteld wordt met de bindende banden van het huwelijk, laat Williams zijn Stoner het huwelijksleven gelaten ondergaan. Min of meer gelukkig in zijn werk – hij doceert Engels aan een Amerikaanse universiteit – komt Stoner zelden in opstand tegen zijn vrouws regime en neemt hij niet alleen voor lief dat zij hun dochter van hem vervreemdt maar ook dat hij zowel uit de slaapkamer als van zijn werkkamer verdreven wordt.

  • Tweedehands boeken

    Een reactie op het artikel Tweedehands boekwinkels – Een top 10 van Machiel Jansen. 

    Door Bas Holzhaus

    Ook ik heb in mijn studietijd in Amsterdam (1979-1988) veelvuldig antiquariaten bezocht. The Book Exchange was een favoriet adres evenals De Slegte en de stallen in de Oudemanhuispoort, en zeker ook Kok in de Hoogstraat. Daar keek ik vooral in de (inmiddels al lang gesloten) kelder, waar al het ‘onverkoopbare materiaal’ op een grote tafel en in houten stellingen te vinden was. Je kon er heerlijk grasduinen en leuke/gekke/mooie boekjes, brochures en geschriften vinden voor een of twee gulden per stuk.

    Ik deel dus zeker het gevoel van Machiel Jansen, als hij schrijft ‘Misschien heeft het ook wel iets met de geur van oude bladzijden en stoffig licht te maken, of met het zoeken van schatten en het vinden van verrassingen.’

    Toch verkies ik de kringloopwinkel boven het antiquariaat. Goed beschouwd zijn ze denk ik allebei even muf. Maar als alleslezer (en lichte bibliomaan) kom ik in de kringloopwinkel meer verrassingen tegen dan bij een antiquariaat. Het is ook een financieel verhaal. De literair antiquair heeft al z’n boeken zorgvuldig uitgezocht en er (meestal) een marktconforme prijs aan gegeven. De ‘kringloper’ zet alles op een plank, met een eenheidsprijs.
    Zoek je meer specifiek (een genre, een auteur) dan ben je uiteraard beter af in een zaak waar e.e.a. al aardig gerangschikt is en je minder hoeft te zoeken. En daar betaal je dan ook iets meer voor.

    Leuke bijkomstigheid: mijn leesgedrag wordt voor een deel bepaald door wat anderen wegdoen – de een omdat hij een boek gewoon niet leuk vindt of al ’tig’ keer gelezen heeft, de ander omdat hij bij opa op zolder nog een doosje boeken vond. Het maakt mij niet uit, laat maar komen. Ik loop af en toe langs (kringloopwinkels maar ook boeken- en rommelmarkten) en ga soms met 10 boeken de deur uit, voor minder dan 10 euro. Dat ligt me meer dan één boek van 10 euro uit het antiquariaat.

     

  • Tweedehands boekwinkels – Een top 10

    door Machiel Jansen

    Zoals bomen en gras uit tuinen zijn verdwenen zo verdwijnen boekwinkels uit het stadsbeeld. In de meeste tuinen liggen nu tegels en grind, en boekhandels maken plaats voor supermarkten, kledingzaken of Thaise massagesalons. Boeken, echte boeken, verworden langzaam maar zeker tot oud papier. Steeds meer mensen brengen hun oude boeken naar de kringloop alsof het om oude lompen gaat die niemand hebben wil. De hoop er iets mee te kunnen verdienen is al lang vervlogen. Zelfs nieuwe boeken verkopen moeizaam. Ze worden wel goed verkocht nadat ze gehypt zijn, in DWDD zijn aanbevolen of met de voorkant naar boven in de winkel zijn tentoongesteld.

    Over een boek moet veel gepraat worden wil het verkocht worden en over het merendeel van de boeken wordt doorgaans niet zoveel gezegd. De boeken die buiten de grote schijnwerpers van de aandacht vallen, vind je bijna niet meer in de boekhandel. Je treft ze aan in het antiquariaat, de tweedehands boekhandel.

    Is het nostalgie, zwakte, één van de eerste tekenen van seniliteit dat ik het jammer vind dat de tweedehands boekwinkel, het antiquariaat steeds meer aan het verdwijnen is? Ik durf te beweren van niet. Toen ik student in Amsterdam was kreeg ik al last van weemoed wanneer een antiquariaat zijn deuren sloot. Ik heb het altijd al erg gevonden als een winkel vol boeken verdwijnt en dat is met de jaren niet erger maar ook niet minder geworden.

    Het antiquariaat heeft op mij een veel grotere aantrekkingskracht dan de gewone boekhandel. De gewone boekhandel verkoopt boeken maar het betere antiquariaat biedt behalve oudere boeken ook iets meer. Het is moeilijk om te zeggen waar dat ‘meer’ nu precies uit bestaat. Het heeft iets met het verleden te maken. Iets met romantiek en ik geloof ook iets met nostalgie naar een tijd die ik nooit gekend heb en die waarschijnlijk nooit bestaan heeft. Misschien heeft het ook wel iets met de geur van oude  bladzijden en stoffig licht te maken, of met het zoeken van schatten en het vinden van verrassingen.

    Wie graag een goed boek leest voor weinig geld kan het beste een tweedehands boek kopen. De reguliere boekhandel verkoopt vooral dat wat pas geschreven of uitgegeven is. Het merendeel van de boeken die in de loop der eeuwen zijn verschenen, zijn er niet te vinden. Boeken als Madame Bovary, The catcher in the rye en Infinite jest vind je misschien nog wel in een gewone boekhandel maar zijn goedkoper tweedehands. De brieven van Kafka, Hermans Mandarijnen op zwavelzuur en menig Privédomein deeltje kun je niet eens bestellen en zijn alleen nog tweedehands te krijgen. Tegenwoordig is alleen het onbetaald downloaden goedkoper. Dat is illegaal waar het om boeken als The catcher in de rye en Infinite Jest gaat, maar dat terzijde.

    Het betere antiquariaat ligt mooi en is bij voorkeur gevestigd in een oud pand, aan een gracht in het oude centrum van een stad. In een achterafstraatje mag ook en een antiquariaat in een klein dorp is alleen maar leuk. Over het algemeen geldt dat een hoog Anton Pieck gehalte de winkel goed doet, – als het om de buitenkant gaat wel te verstaan.

    Natuurlijk doet de binnenkant van de winkel er ook toe. Er moet veel te zien zijn, veel boeken. Boekenkasten mogen niet leeg of half gevuld zijn en er mogen best boeken op de grond of op een trap staan. Veel is over het algemeen goed, zo lang het maar geen troep is. Sommige boeken moet de ervaren lezer herkennen, sommige juist niet. Er moet wat te ontdekken zijn en er moeten boeken zijn die je wilt lezen, ook al heb je er voorlopig de tijd niet voor.

    Hieronder mijn lijst van tien winkels waar ik graag kwam of kom. Het is een beperkte en zeer persoonlijke lijst. Ik heb geen enkele poging gedaan om volledig te zijn en onderzoek heb ik niet gedaan. De lijst is het resultaat van mijn natuurlijke zoekgedrag dat voornamelijk plaats vond rond de plaatsen waar ik woonde of op vakantie was. Ik hoor graag van anderen over mooie, bestaande winkels waarvan ik het bestaan niet weet of die ik te laag heb ingeschat.

     

    1 The book exchange
    Kloveniersburgwal 58 Amsterdam

    The Book exchange is voor mij al jaren de belangrijkste boekhandel al kom ik er de laatste jaren te weinig. Het merendeel van mijn Engelse en Amerikaanse boeken komt hier vandaan.
    In Seattle, Londen, Oxford en Cambridge heb ik geen betere gesorteerd antiquariaat gevonden dan The book exchange. Sterker nog, in Engeland hadden ze vaak minder dan hier in Amsterdam.
    De kast met Nederlandse boeken is voor zo ver ik weet zo goed als verdwenen. Maar hier moet je zijn voor het betere Engelse boek voor weinig geld. De winkel ligt aan een gracht in het centrum, dichtbij de Oudemanshuis poort, maar verwacht geen luxe maar wel een goede zaak.
    The Book exchange moet zo’n beetje de enige boekhandel in Nederland zijn die de collectie niet op Internet aanbiedt. (Een niet ongevaarlijke daad van verzet.) Je moet er langs om te weten wat ze hebben. En dat is bepaald geen straf.

    2 Hinderickx & Winderickx
    Oude gracht 234 Utrecht

    Deze zaak is gevestigd in een mooi pand aan de Oude Gracht. Ze draaien er regelmatig stemmige, klassieke muziek wat ik zowel aangenaam als onnodig vindt. De winkel is klein maar mooi verzorgd en vooral de Nederlandse literatuur is met zorg uitgekozen.

    3 Aleph Books
    Vismarkt 9 Utrecht

    Alpeh is misschien wel de gezelligste winkel in Utrecht die ik ken. Ook hier kun je regelmatig naar Bach luisteren tijdens het rondneuzen. Ik kom er graag al is de keuze wat literaruur betreft wat beperkt. Aleph heeft vooral veel kunstboeken, overigens van hoge kwaliteit, maar af en toe kom je hier toch leuke literaire verrassingen tegen voor weinig geld.

    4 Zolderman
     Havenstraat 2 HouwerZijl

    Vorig jaar september was ik in Houwerzijl in Groningen, een piepklein dorp met niet veel meer dan een theemuseum en een plaatje van een antiquariaat. De winkel is klein maar prachtig, net als de omgeving. Toen wij er waren hebben we de winkel gekozen als startpunt van een prachtige, kleine wandeling die de eigenares ons meegaf. Het is jammer dat het voor mij zo ver weg is want ik zou graag elke dag naar deze winkel lopen alsof het een bakker is.

    5 Straat antiquaren
    Rosmarijnsteeg 8 Amsterdam

    Ik ben hier vaak geweest toen ik in Amsterdam woonde en heb er toen veel te weinig gekocht. Veel te weinig. Ik moet toegeven dat ik er al een tijd niet meer ben geweest. Dat is jammer. Ik hoop dat er niets veranderd is. Ik heb de onredelijke hoop dat er niets veranderen zal. De kat liep rond en een oude hond lag onder het bureau bij de uitgang waar je af kon rekenen. Er stonden behalve in de kasten, overal boeken. Op de grond in dozen, in rijen en in stapels. De houten trap kraakte en boven werd een fraaie selectie klassieke oudheid op peil gehouden. Het is een mooi straatje de Rosmarijnsteeg en ook bij de buren verkopen ze boeken, maar het is daar in alle opzichten veel minder.

    6 Das gutte ist immer da!
    Kleine Overstraat 133 Deventer

    Deze prachtige winkel bevindt zich in de stad die zich nog boekenstad durft te noemen en waar de tweedehands markt zich heeft georganiseerd alsof het een gilde is. Er zijn meer behoorlijke antiquariaten in Deventer maar deze vond ik toch de mooiste.
    De eigenaar is zo moedig om zich te verzetten tegen de zogenaamde display methode waarbij winkels en tegenwoordig ook bibliotheken boeken neerleggen, in plaats van ze met de ruggen tegen elkaar in de kast te zetten. Onwetenschappelijk onderzoek toont aan dat wie boeken ‘displayt’ ze makkelijker verkoopt dan iemand die dat niet doet. Maar de eigenaar van Das gutte is immer da! heeft een tegengestelde methode ontwikkeld. Hij heeft een flink aantal boeken in dichte dozen gestopt die behoorlijk hoog in de kast staan. Er staan ook wel boeken in de kast, maar een niet klein deel is op opvallende wijze opgeborgen. Het openen van een doos is een hele belevenis. Zo opent de eigenaar moeiteloos een doosje Nederlands naturalisme voor je als je daar eens zin in hebt.

    7 Stille Libraire Antiquariaat
    Rechtstraat 85 Maastricht

    Een kleine winkel in één van de leukste straatjes van Maastricht. Eigenlijk hoef je niet veel meer te weten dan dit. Het is een kleine, sfeervolle, mooie winkel in een eeuwenoud pand. Er is een redelijk, tot goede collectie Nederlandse literatuur.

    8 Frans Melk
    Vaartweg 13 Hilversum

    Melk is een zaak waar ik te weinig kom. Als het er van komt dan is het op doorreis want Hilversum hoort niet bij de steden die ik graag bezoek. De weinige concurrentie die er was in de stad is inmiddels verdwenen of, zoals Polare (ik bedoel De Slegte), zo erg afgeslankt dat het armoedig aandoet. Melk is nu de enige, voor zover ik weet, en heeft een goede winkel in het centrum van de stad. De winkel ligt niet aan een gracht en het pand is niet oud. Maar het is een prima antiquariaat.

    9 JOOT
    Hartenstraat 15 Amsterdam

    In één van de negen straatjes tussen de hippe winkels en restaurants zit ook nog een antiquariaat.
    Voor de literatuur moet je er helaas ondergronds maar dat mag de pret toch niet drukken. Boven staan de kunstboeken en wordt de display methode gehanteerd. Boeken zonder plaatjes verkopen nu eenmaal minder dan fraai geïllustreerde kunstboeken.
    Je zou JOOT kunnen vergelijken met Aleph uit Utrecht, maar de kelder is bij JOOT groter en heeft meer literatuur. Een korte tijd zat JOOT wegens verbouwing van de winkel op de Keizersgracht. Een sjiek herenhuis stond vol met tweedehands boeken en een bezoek aan de winkel leverde een prachtige, vervreemdende ervaring op. Maar ook de Hartenstraat is een prachtige locatie voor een antiquariaat.

    10 Antiquariaat A. Kok & Zn.
    Oude Hoogstraat 14-18 Amsterdam

    Ik had het nooit zo op Kok. De winkel was te groot, te duur en de straat te druk. Bovendien hadden ze zelden wat ik zocht. Ik heb Boudewijn Büch hier eens hele plastic tassen vol zien wegdragen maar zelf heb ik er in vele jaren nauwelijks iets gekocht. Het is nooit een favoriete winkel van me geweest, maar ik bedacht mij laatst dat ik Kok toch niet graag missen zou. Niet zo heel lang geleden verkochten ze hier nog stapels Duitse filosofie, gedrukt in gotisch lettertype en stonden er op de grond stapels boeken die toen al niemand ooit zou willen lezen. Nu zijn dat bijna daden van ondergronds verzet geworden. Alleen daarom al, en om de houten kastjes waar je je tas in moet doen als je naar de eerste verdieping gaat, kan ik Kok toch niet missen.

     

    En verder, voorbij de lijst van 10…

    Ik kijk de laatste jaren veel vaker bij De Slegte om telkens weer vast te stellen dat hun aanbod verder verschraalt en afneemt. En ja, ook ik kijk bij de kringloopwinkel (in Baarn) waar de kwaliteit van de aangeboden titels verrassend hoog en de prijs belachelijk laag is. Toch bevalt het me niet bij een kringloop goede boeken te zien en te kopen. Er gaat iets mufs van uit.

    Niet muf maar ook niet uiterst fris zijn de epubs. ‘ePub is porno’ las ik al ergens en misschien verklaart dat het geurtje dat er aan e-books kleeft. Met weinig moeite bedelf je jezelf met een binaire boekenstapel die je nooit helemaal gaat lezen. De overdaad bedwelmt en verstikt je tegelijkertijd. Ondanks de aanwezigheid van al die mooie, elektronische boeken, die je stil zittend bij elkaar geklikt en gesleept hebt, ontbreekt er iets. De kale tekst die na een paar klikken op een scherm verschijnt, ervaar je anders dan dezelfde tekst in een oud boek dat je in een antiquariaat bent gaan halen. Wie dat verschil belangrijk vindt moet niet downloaden maar de deur uit, de winkels langs.

     

     

  • Bijzondere boeken van 2012

    Door Carolien van Welij

    Valse papieren van Valeria Luiselli. Deze jonge Mexicaanse schrijfster slentert rond in steden, de literatuur en de filosofie. Het resultaat is een essay, reisverhaal en autobiografische roman in één. Lees hier de recensie.

    Stoner van John Williams. Vergeten meesterwerk uit 1965. In Amerika een paar jaar geleden herontdekt. In Nederland afgelopen najaar in de belangstelling dankzij de Nederlandse vertaling. Een klassieke roman waarop de uitspraak van Julian Barnes van toepassing is: ‘Fictie maakt personages die nooit hebben bestaan net zo echt als je vrienden en dode schrijvers net zo springlevend als een nieuwslezer op tv.’ (Uit het raam, p. 10).

    Spinder van Simon van der Geest. Het jeugdboek van 2012: een boek waarbij je kunt lachen, moet huilen en dat je niet weg kunt leggen voordat je het geheim van de broers hebt ontraadseld. Van der Geest won vorig jaar een Gouden Griffel voor zijn roman Dissus.

    De lengte van het leven van Seneca. Mooi uitgegeven geschrift van de Romeinse filosoof, waarin hij kritiek levert op de mensen die het leven te kort noemen: ‘Onze tijd is helemaal niet kort! Het leven is lang genoeg, we krijgen royaal de ruimte om de werkelijk grote dingen af te maken, als we al die tijd maar goed besteden.’ Weer uit de kast gehaald dankzij het boek Filosofie voor het leven en andere gevaarlijke situaties van Jules Evans.

    Brandnetels & verkeersborden. Verzameling zeer korte verhalen van A.L. Snijders. Twee zkv-en bestaan uit een interview met de schrijver. A.L. Snijders licht toe waarom het interview hier een plek heeft gekregen: ‘Een tijdje geleden ben ik geïnterviewd voor het optimistische, zingevende blad Happinez. Thema: Geloof, hoop, liefde. Gisteren hoorde ik dat het interview is geweigerd vanwege mijn ironie. Een goede reden. Beter dan belediging, ongeduld, afgunst, jaloezie.’

     

  • Zomerrubriek 2012 – Menno Hartman

    Laat u inspireren door de recensenten en redacteuren van Literair Nederland.

    Menno Hartman beantwoordt de volgende vragen:

    Heb je literaire vakantieplannen?

    De behoefte aan lezen en reizen komen bij mij uit eenzelfde bron. Ik reis om de wereld te leren kennen, zoals ik lees om de wereld te leren kennen. Deze zomer ga ik naar Indonesië en daar komt dan een derde aspect bij: dat van de geschiedenis. Waar ik ook ooit die fascinatie heb opgedaan; als ik in gebieden ben waar Nederland een koloniaal verleden heeft, dan verdubbelt de wereld daar naar een huidige en een verleden wereld. En ik wandel door beide tegelijkertijd. En je schippert heen en weer tussen de ene en de andere terwijl je leest. Toen ik bijvoorbeeld eens op Sulawesi was, heb ik op een boot  middenin de golf van Tomini de eerste oude man gesproken die graag een paar woorden Nederlands met mij wilde wisselen, (‘hallo graag even voorrrstellen, mijn naam is Alexxx’) omdat hij nog herinneringen had uit de tijd dat Nederlands algemener was in Indië. Op dat moment leef ik in mijn heden, daar op die boot, en in zijn verleden. Die verdubbeling is wat ook aan lezen zo prachtig is. Dus: ik ga naar Indonesië en lees over het droevig verleden van dat eilandenrijk, en heb gelijkertijd de mogelijkheid naar het heden te kijken. Ik neem Vincent Mahieu mee, A. Alberts en R. Nieuwenhuys. Suggesties zijn welkom.

    Welke roman heeft je het afgelopen half jaar het meeste geboeid? 

    In de roman Mother’s Milk van Edward St Aubyn (vertaald als Moedermelk, uitgegeven door Meulenhoff, vertaald door Nicolette Hoekmeijer) volgen we Patrick Melrose in een aantal opeenvolgende zomervakanties. Hij heeft een vrouw en twee jonge zoontjes. Zijn moeder laat hun Franse vakantiehuis niet aan hem na, maar aan een zweverige stichting. Patrick heeft een probleem met zijn moeder, zijn vrouw wil niet meer met hem naar bed en hij heeft een drankprobleem. In hoofdstuk 9 volgen we hem een ochtend lang waarop hij bellen cognac drinkt en espresso’s op een Frans terras en er niets gebeurt dan dat de lezer zijn furieuze dronkenschap zich ziet ontwikkelen. Hilarisch, scherp, meeslepend, een absolute aanrader dit boek, nu lees ik het vervolg At Last. De vertaling daarvan verschijnt volgens de vertaalster op 16 juli.

    Bezoek je in het buitenland wel eens literaire plekken? 

    Zo min mogelijk, zoals ik ook literaire evenementen tracht te vermijden. Vorig jaar liep ik opeens tegen de ‘Popping Stone’ aan, een groep stenen in Noord Engeland waar Sir Walter Scott zijn aanstaande zijn huwelijksaanzoek deed. ‘The question just popped’ een moderne mythe die lokaal zoveel navolging heeft gehad dat er vele heren en dames heen gaan om hun verhoopte aanstaande tot de vraag te verleiden. In zijn soort een prachtig voorbeeld van een literaire plek: lichtjes truttig en weinig met literatuur uitstaande hebbend.

    Van welke hoofdpersoon ben je nog steeds onder de indruk? 

    Herzog uit de gelijknamige roman van Saul Bellow. De mooiste naamgever van een roman die ik ken, een compleet mens, niet samen te vatten in minder dan 500 pagina’s. Ik ben op zoek naar een lijst met boeken die als titel de naam van hun hoofdpersoon hebben, ik noem maar eens, alle indrukwekkend: Babbitt van Siclair Lewis, Ravelstein van Herzog, Werther Nieland van Reve, Henri Brulard van Stendhal, gaarne aanvullen…

    Menno Hartman (1971) is oprichter van Literair Nederland en redacteur bij Uitgeverij Van Oorschot en van het literaire tijdschrift Tirade. Recensies van Menno Hartman.

    Wilt u ook een bijdrage leveren aan deze Zomerrubriek klik dan hier.

    Klik hier voor de bijdrage van Karel Wasch
    Klik hier voor de bijdrage van Albert Hogeweij

  • Overwegingen halverwege een boek – Italië

    door Menno Hartman

    In de rechterbalk staat een vakje ‘Bij de buren’. Vroeger stonden daar slechts bijdragen van NRC-Handelsblad, nu zijn daar een aantal buitenlandse kranten aan toegevoegd. Het is tenslotte goed te weten wat men elders denkt en doet, speciaal in een tijdsgewricht waarin men tracht vaderlandse liederen op radio 2 aan een hoger percentage te krijgen, waarin wat van elders komt dus verdacht is. Toch is dat laatste een zeer internationaal gezichtspunt. Kijk maar bij deze link, die je ook in de rubliek ‘Bij de buren’ aantreft.

    The New York Times biedt de lezer zijn lijstje van tien beste boeken, en er is er niet een vertaald. Toch kan het zeer bevrijdend werken vooral veel vertaald werk te lezen, er is zo vreselijk veel goeds. Het kan ook zeer bevrijdend werken soms eens een buitenlandse krant in te zien, je ziet dan andere koppen en deskundigen. Ik liep anderhalve week terug met een rugzak langs Hadrian’s Wall, opgetrokken om vreemde elementen buiten het Romeinse rijk te houden. Daarom was ik van plan Hadrianus Gedenkschriften van Marguerite Yourcenar te herlezen. Maar ik ben geen herlezer. Ik had goddank meer in mijn rugzak: Laurent Binet’s HhhH, waar Machiel Jansen al een stuk over schreef en het nieuwe boek van Sandro Veronesi XY, vertaald door Rob Gerritsen. Twee van de vorige boeken van Veronesi hadden mij redelijk van mijn sokkel geblazen: Kalme chaos en In de ban van mijn vader.

    Wat is XY voor een boek? In een klein bergdorp vindt een bizar incident plaats, waarbij tien mensen de dood vinden, die achteraf door totaal verschillende doodsoorzaken gestorven te zijn. Een is zelfs gebeten door een haai die al driehonderd jaar uitgestorven is. De besneeuwde boom waaronder men de lijken vond is rood van kleur en na onderzoek blijkt dat bloed te zijn dat dna vertoont van alle gestorven aanwezigen.

    De plaatselijke pastoor gaat samen met een vrouwelijke psychiater trachten de ontwortelde dorpsbewoners bij te staan. Veronesi komt niet met een oplossing voor het drama. Het boek lees je dus vooral om de hoofdfiguren, een zeventigjarige pater en een vrouwelijke psychiater van in de dertig, en om sommige zeer snedige Veronesi passages, steeds een heel verrassende mix van filosofische waarneming en alledaagsheid.  Ik moet denken aan de De naam van de roos van Umberto Eco, een intellectuele thriller, met een standvastige kloosterling als inspecteur. Maar je kunt ook denken – als je dit boek wilt flankeren met titels die er iets van weg hebben – aan de Italiaanse klassieker Die gore klerezooi in de Via Merulana van Carlo Emilio Gadda, een detective die geen detective is, waarin het gerechtelijk onderzoek op allerlei dwaalwegen belandt en de lezer steeds helderder voor ogen krijgt dat de diefstal en de moord uit dat boek slechts aanleiding zijn om het over iets heel anders te hebben. Een modernistische klassieker vermomt als detective. XY lijkt meer te gaan over het gegeven dat je altijd je leven weer in eigen hand kunt nemen en dat het verrijkend is de werkelijkheid soms eens vanuit een andere paradigma te bezien.

    Gadda, Veronesi, Eco, de top tien van de New York Times. In het café ontdekte ik dat ‘mijn overwegingen halverwege een boek’ een vermomming waren voor mijn top tien uit de Italiaanse literatuur. Ik vulde er voor een van de andere Literair Nederland redacteurs twee bierviltjes mee.

    Hij luidt tot nader orde zo:

    Giorgio Bassani – twee keer: De tuin van de Fitzi-Contini’s – De reiger

    Dino BuzzatiDe woestijn van de tartaren

    Italo Calvinotwee keer: Als op een winternacht een reiziger – Het pad van de spinnenesten

    Carlo Emilio GaddaDe gore klerezooi in de Via Merulana

    Primo Levidrie keer: Is dit een mens, Zo niet nu wanneer dan, Het periodiek systeem

    Curzio Malaparte – Kapputt

    Alberto Moravia – De voyeur

    Cesare Pavese – drie keer: Stilte in augustus – De duivel op de heuvel – De maan en het vuur

    Tomasi di Lampedusa – De tijgerkat

    Italo Svevo De bekentenissen van Zeno

    Sandro Veronesi -twee keer: In de ban van mijn vader – Kalme Chaos

     

    Ik zie dat het elf schrijvers zijn, geen tien en dat er geen vrouwelijke auteurs bij staan, dat verbaast me zeer, maar ik kan er niet veel noemen. Van Natalia Ginzburg las ik alleen een korte biografie over Tsjechov. Wie mis ik? Zie ook de wikipedialijst.

    Volgende keer bespreek ik hoe het voelt halverwege te zijn met  Tim Harfords‘ Adapt. Why success always starts with failure en tot welke boeken dat boek  zich verhoudt.

  • Lijstjes en De welwillenden

    door Menno Hartman

    Op zoek naar mijn agenda waarin ik schrijf wat ik lees, omdat ik een verschrikkelijk geheugen heb realiseer ik me dat ik geen flauw benul heb waar mijn oude agenda is, het is 2 januari 2009.
    Hoe maak ik nu lijstjes? Nu missen mijn lijstjes al een primair element van wat in de lijstjescultuur zo van belang is: de weerslag van wat er in een jaar gepubliceerd is. Maar wie leest nu alleen recent werk?  Goed, mijn recentste boek is toch in 2008 in vertaling verschenen en dat hoef ik in mijn agenda niet na te gaan, want ik heb het nog niet uit: Jonathan Littell De Welwillenden. Mijn lijstje wordt daarmee nogal kort: een half boek.
    Wat kan je zeggen over een half boek? Een klein voordeel van mijn warrige lectuur, waarin voortdurend boeken door elkaar heen gelezen worden, is dat men niet snel om andermans woorden verlegen zit: ‘Van het uitvinden van buskruit tot aan het splitsen van atomen, van het schieten met kanonnen om de tegenstand van vijanden te breken naar het gooien van de atoombom op Hiroshima is maar een stap, zij het ook een reusachtige: men kan dat, met de dood in het hart, desnoods een logische ontwikkeling noemen. Ieder vernietigingswapen van vergelijkbare omvang zou vroeg of laat de onmogelijkheid van de oorlog aan de orde gesteld hebben, de noodzaak van verantwoordelijkheid en coëxistentie. Maar bij de gaskamers en slavenkampen ging het in wezen om iets heel anders: om het gewelddadig breken van het kristal om het verdelgen van de eeuwigheidsfactor x in het menselijk bewustzijn: daar werd door massale moord, los van oorlogvoering, maar met die oorlogvoering als dekmantel een precedent geschapen voor een onmenselijk gebruik van menselijke wezens, zicht geopend op een volstrekt andere inhumane wereld.’
    Hella S. Haasse schrijft dit in haar essay Sporen van geweld. Op zijn beurt een lijstje -hoe oneerbiedig dat ook klinkt- van verwerking van het thema oorlog in de Nederlandse literatuur van na WOII. Een sterk essay.

    Juist om deze stap gaat het in De welwillenden. Het boek tracht inzicht te verschaffen in de denkwereld van de daders: de ss-officieren die bijdroegen aan de massale vernietiging van de joden. In de introductie van het verhaal geeft de hoofdpersoon de kille rekensom weer die ook de auteur waarschijnlijk regelmatig maakte en waaruit een verwondering ontstond die om uitleg smeekte. Dr. Aue rekent de lezer voor dat er in de beschreven periode elke 4,6 seconde iemand het leven liet van ’41 tot ’45 in Rusland. Wanneer dat uitgerekend is dringt de vraag zich op hoe dat kon, de vraag naar de praktische uitvoering. Die rekensom maken, op het idee komen om dit uit te rekenen is in wezen al een verplaatsing in de logistieke realiteit van de inhumane actie. Een onmenselijk gebruik van menselijk wezens. En ook en vooral: het gewelddadig breken van het kristal, die al te fijne en zeer breekbare coëxistentie van mensen, dat wat na de Holocaust alleen nog maar als kristal te beschouwen is.

    Dit voorwoord van Dr. Aue is een heel sterke opening, cynisch, ontdaan van sentimentaliteit. Mijn indruk van de helft van dit boek is een beetje gekleurd door de enorme goed ontvangst van het boek. Door zo’n ontvangst verwacht je veel.  De cynische denker in de proloog is niet representatief voor de officier in de rest van het boek. Wat ik jammer vind is dat deze Aue een intellectueel moet zijn. Een muziekliefhebber, iemand die prachtige gesprekken met een bevriende Dr. kan voeren over de aard en afkomst der Kaukasische talen.Het heeft iets teveel van de psychopaat in ‘The Silence of the Lambs’, enge mensen moeten altijd belezen, intelligent, muziekminnend en seksueel problematisch zijn. Dat maakt het boek inderdaad wel zo boeiend, maar moet iets afdoen van de claim dat men de gedachtewereld van de daders zou leren kennen.
    Dr. Aue is een antisemiet vanuit een theoretisch beginsel, niet diep doorvoeld maar gekneed in de leer. Soldaten en legerleider die hij leert kennen in de Oekraïne die een evident wreed genoegen in hun bezigheden scheppen veracht hij. Nog, misschien moet ik nog zeggen, want de systematiek van Auschwitz is halverwege het boek nog niet volledig doorgevoerd en wat die machinale verontmenselijking van slachtoffers zowel als daders zal bewerkstelligen, ligt voor deze lezer nog in de kruitdampen verscholen.  Er wordt met deze Aue tenminste wel enig zicht geopend op de volstrekt inhumane aspecten van de beschreven wereld.
    Dr. Voss, de gesprekspartner van Aue in een van de Russische oorden waar Aue verblijft is een linguïst die op zeker moment zeer treffend de wetenschappelijke waan van de rassentheorie onder woorden brengt, Aue voelt dit en kan niet direct antwoorden maar belooft er later op terug te komen. Voss bekoopt dit met zijn leven.  Niet Aue, of iemand in het boek die de vrijdenker hoorde redeneren heeft Voss om zeep geholpen maar de auteur, die zich gerealiseerd moet hebben dat een zo’n helder betoog over de waanzin van de grondbeginselen van deze historische moordpartij, op 1/3 van het boek het verhaal resoluut klem zou zetten als erop terug gekomen zou moeten worden met Voss.
    Zo is er heus het een ander op te merken. Maar wat een boek, schreef in Nederland maar eens iemand zo’n boek. Blijk gevend van een obsessieve feitenkennis en de moed een groot thema aan te snijden.
    Een half boek op deze lijst, tenzij ik ergens in januari mijn agenda nog vind.

     

  • Helpt een titel bij de verkoop?

    door Menno Hartman

    Dit weekend las ik Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor van Renate Dorrestein. Een titel van maar liefst 12 woorden. Ik krijg dan altijd de aandrang om te kijken of dit het boek is met de langste titel die ik ooit heb gelezen. Dat was niet zo. Marquez schreef immers De ongelooflijke maar droevige geschiedenis van de onschuldige Eréndira en haar harteloze grootmoeder, een titel van 13 woorden! Door uitgeverij Meulenhoff op de rug teruggebracht tot De onschuldige Eréndira.

    In de bundeling columns De paus? Daar krijg ik een kind van begint Nico Scheepmaker met een verhandeling over de titel. Gebleken was dat een lekkere titel goed scoorde in de voorverkoop aan boekhandelaren. Voor de grap had Thomas Rap eens het boek Het leuke van neuken aangemeld, waarop de Arbeiderspers met De paus? Daar krijg ik een kind van kwam. Wat bleek: meteen was er vraag naar. Omdat de titel vacant was, heeft Scheepmaker zijn boek zo dus maar genoemd. Hij geeft ook nog de waarschuwing mee dat de titel Rijstrecepten voor eenbenige r.k. bromfietsers onverstandig is omdat je de doelgroep zo beperkt.
    Omdat ik nu eenmaal op zoek was, besloot ik ook maar naar de kortste titel te gaan. Ik houd van korte duidelijke eenlettergrepige titels: Troost (Giphart), Naakt (Sedaris), Scoop (Waugh), Spijt (Appel), Oase (Van Weelden), Geld (Amis).
    Dat moest korter kunnen. Vox (Baker), Rio (Bloem), Utz (Chatwin), Foe (Coetzee), Tox (Mennes), Yak (Mik) . Dat moest nog korter kunnen. I.M. (Palmen, maar jammer van die puntjes). Zou het nog korter kunnen? Natuurlijk. In 2002 publiceerde Frank Noë: G. Volgens mij het boek in de Nederlandse literatuur met de kortste titel. Maar misschien vergis ik me. Of het een groot verkoopsucces is geweest. Ik vermoed van niet.

    Heb je langere of nog kortere titels? Laat het weten.