December-boekentips associeer ik met dikke boeken die je leest in een lekkere stoel voor de verwarming. Boeken die je opslokken en meenemen naar een andere wereld.
Op de kaart van Simon Garfield is zo’n boek.
Ik recenseerde het voor Literair Nederland in 2013, maar het is nog steeds één van mijn favorieten. Toegegeven, aanvankelijk had ik zo mijn twijfels: moet ik echt bijna 500 pagina’s over landkaarten lezen? Maar het bleek een geweldig boek: de geschiedenis van de mens aan de hand van kaarten. Op de kaart geeft niet alleen een historisch overzicht, de lezer wordt ook meegenomen op zeereizen naar onbekende oorden, naar landen met draken en naar bergketens die niet bestaan. Een ontdekkingsreis vanuit je comfortabele stoel.
Een andere aanrader neemt je mee terug in de tijd, naar de Eerste Wereldoorlog. Godenslaap van Edwin Mortier is een meesterwerk. De Grote Oorlog wordt verteld aan de hand van het leven van een stervende oude vrouw. Mortier gebruikt sterke beelden: zoals hij een verwoest dorp beschrijft maakt dat je het dorp voor je ziet en de smeulende puinhopen ruikt. Zijn trage manier van vertellen is even wennen, maar prima geschikt voor lange decemberavonden.
Mary McCarthy voert haar lezers in De groep terug naar het New York in de jaren dertig van de vorige eeuw. Negen jonge vrouwen zijn net afgestudeerd. Vol idealen en hoop beginnen ze aan hun leven. Ze vinden zich zelf ontzettend progressief, maar ze kunnen zich maar moeilijk van hun elitaire achtergrond los maken. Een inkijkje in ‘the American way of life‘. De groep is een portret van een generatie en vreemd genoeg is het boek nog steeds actueel.
In 2012 won Hilary Mantel met Het boek Henry de Booker Prize. Na Wolf Hall is het het tweede deel in haar Tudortrilogie. Hoofdpersoon is de bekende en beruchte Hendrik VIII, die van al die vrouwen. In dit deel staat de val van Anna Boleyn, zijn tweede vrouw, centraal. Natuurlijk is het lot van Anna Boleyn, de moeder van de latere koningin Elisabeth I bekend, maar de opmaat naar haar onthoofding is intens beschreven. Het boek Henry geeft een prachtig inkijkje in de machtsstrijd aan het Tudorhof met de oppermachtige Oliver Cromwell, die zich terdege realiseert hoe afhankelijk zijn macht is van de grillen van Koning Henry VIII.
Wat je ook wel eens hoort, zo rond de feestdagen: ‘Ik wil een boek wat echt gebeurd is, weet je, dat ergens over gaat.’ Dat kan, hoewel een boek dat nergens over gaat een verademing zou zijn, maar veel interessanter zijn de boeken die gaan over dingen voordat die dingen er zijn. Nature imitates art (Oscar Wilde).
Bericht op Nu.nl: het leger van Irak telt 50.000 spooksoldaten, deels omgekomen militairen, deels deserteurs, deels verzonnen namen. Daarmee blijkt het lastig strijden tegen IS. De soldij van de fictieve militairen wordt wél echt uitbetaald, maar dan aan de corrupte ambtenaren die dit hebben verzonnen. Ze hebben het idee gestolen uit de roman Dode zielen van de Oekraïner Gogol. Een meesterwerk in nieuwe prachtvertaling van Aai Prins. Over een negentiende-eeuwse slimmerik die de papieren van overleden lijfeigenen opkoopt om daar een imaginair megalandgoed mee te bevolken – en daar dan een fijne hypotheek op af te sluiten. ‘Ruim 400 bladzijden glanzend en tintelend proza, doorschoten met verrassende beelden die soms een eigen leven gaan leiden: Krimchampagne voor de ziel.’
Ook actueel: soldateske barbarij, inclusief warlords en groot-russische visioenen op de Krim, in de Oekraïne. Al bijna een eeuw geleden onuitwisbaar in verhalen vertaald door Isaak Babel in zijn Rode ruiterij en alle andere verhalen. Prachtvertaling. Zo kernachtig en lichtvoetig, dat je steeds weer terugbladert om te zien welke mokerslag je nu weer heeft getroffen. Een voortzetting van Gogols nietsontziende blik en stilistische brille met andere middelen, in een andere tijd, maar even tijdloos. ‘De verhalen ademen, ondanks of dankzij hun romantisch-expressionistische stilering van de natuur, de sfeer van een nachtmerrie. ‘Een oranje zon rolt langs de hemel als een afgeslagen hoofd.’ ‘De dreiging kiert door de zinnen heen”, schreef Literair Nederland erover.
Ander bericht op Nu.nl. Onlangs nam het Europees parlement een motie aan om Google op te splitsen: de zoekmachine losweken van de overige Google-activiteiten met brillen, auto’s en wat dies meer zij. Doel: privacybescherming en het bestrijden van de alwetendheid van Google. ‘Zal in de praktijk weinig effect hebben’, aldus deskundigen. Een jaar daarvoor verscheen De Cirkel van Dave Eggers over ‘de toenemende privacyloosheid door het internet.’ Op p. 161 dient een Amerikaanse senator een motie in om… ‘De Cirkel’ (het Eggeriaanse Google) op te splitsen, langs diezelfde lijn en om dezelfde redenen als het Europarlement. Eigentijds leesvoer waar je van opkijkt.
Herdenken was onlangs ook actueel, en dan vooral de Eerste Wereldoorlog. Stefan Hertmans won de AKO-literatuurprijs met Oorlog en terpentijn, gebaseerd op grootvaders dagboeken van voor, tijdens en na die oorlog. Zegt hij, maar ik ben niet helemaal overtuigd. Desondanks door de kritiek gelabeld als een ‘meesterproef, die nu al de status van een klassieker heeft.’
Zeker zo goed vond ik Gissingen, gebeurtenissenvan Hans Tentije. Prachtpoëzie vol onsentimentele nostalgie. Er wordt veel opgeroepen en weinig gemijmerd. ‘Nog geen pc of tv in zicht, maar wel archiefkasten, uitgelopen inkt, kleiputten, tichelovens, bediendenknoppen, rijstvloei, fondantkleurige neonreclame en een penetrante melange van Oost-Europese tabak en dieselolie. […] Fonkelende taal die de wonderbare sensatie oproept van een actueel gemaakt verleden.’ Wie verlangt daar nou niet naar?
1. Een Siciliaanse lekkernij (2014) is een bundeling van de tien beste verhalen van Rascha Peper (1949-2013). Het is een keuze uit verhalen die werden gepubliceerd tussen 1990 en 2009. Een Siciliaanse lekkernij is een gevarieerde bundel met verhalen uit verschillende tijden. Rascha Peper neemt je mee naar een twaalfde eeuws liefdesverhaal, naar de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw of naar een ‘fantastisch’ verhaal met een onverwachte afloop.
Van Rascha Peper is bekend dat zij zich uitgebreid documenteerde voor haar verhalen. Zo lees je veel over de passie van verzamelen en over het verblijf in een tbc-kliniek.
‘Een Siciliaanse lekkernij is een prachtig monument voor Rascha Peper.’
2. In De laatste oplossing van Michael Chabon zijn de hoofdrollen weggelegd voor een papegaai en een jongen die, getekend door zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog niet kan of wil praten. Papegaai Bruno geeft met zijn zang en uitspraken een stem aan zijn verleden.
Het verhaal heeft de kenmerken van een detective. Het is onder andere de zoektocht naar de vraag waarom de jongen niet spreekt.
‘Michael Chabon heeft een prachtig en indringend boek geschreven.’
3. Anne-Marieke Samson maakte met De val van Jakob Duikelman een mooi debuut. Jakob Duikelman heeft zijn leven op orde. ‘Ik ben Jakob, ik hou van bier en vrouwen,’ zegt hij ’s ochtends tegen zijn spiegelbeeld. ‘Ik heb geen hobby’s en geen principes. Ik heb een mooie vrouw, beter kan ik niet krijgen. /…/ Ik heb een fijne baan met een keurig salaris, waarvoor ik maar weinig hoef te doen. Ik heb een mooie, slimme dochter, die het goed kan vinden met mijn nieuwe vrouw.’ Wat kan een mens zich nog wensen?
Maar wat gebeurt er met Jakob als er van alles misgaat met hem en zijn gezin?
In een soepele stijl beschrijft Samson hoe stap voor stap de zekerheden onder het bestaan van een ambtenaar wegvallen. ‘Niet diepgravend allemaal, eerder vermakelijk en onderhoudend. Het boek heeft een lichte toon, met kenmerken van een sprookje. Een mooi debuut.’ Heel benieuwd naar haar volgende boek.
De ontheemden van Amin Maalouf
Ondanks het feit dat Libanon niet wordt genoemd in De ontheemdenvan de van oorsprong Libanese schrijver Amin Maalouf, is het ongetwijfeld de plek waar het verhaal zich afspeelt. Het boek is gebaseerd op de werkelijkheid; de thematiek is van alle tijden: wat doe je als je omgeving zodanig verandert dat je voor existentiële keuzes wordt gesteld?
De hoofdpersoon maakt deel uit van een hechte vriendenclub. Dat de leden daarvan zowel een christelijke, islamitische als joodse achtergrond hebben, is voor hen geen issue. Oorlog, politieke en religieuze conflicten zorgen er echter voor dat de vriendenclub uiteenvalt. Ieder kiest vervolgens zijn eigen weg. Maalouf schetst een warm beeld van deze verloren vriendschap en de levensgeschiedenis van de betrokkenen, en biedt inzicht in de worstelingen die een ieder heeft om te komen tot de keuzes die ze maken.
De laatkomer van Dimitri Verhulst
In De laatkomer neemt een man op een ultieme manier wraak op zijn echtgenote. Hij wendt dementie voor en vanaf dat moment leidt hij haar en iedereen in zijn omgeving om de tuin. Het is nogal een beslissing die hij hiermee neemt want het heeft voor hemzelf ook verstrekkende gevolgen. Verhulst heeft een boek geschreven dat op punten triest, maar vooral ook heel geestig is.
De vlucht van Jesús Carrasco De vlucht is een rauw boek over de vriendschap van een jongen met een oude man. Noodgedwongen worden zij reisgenoten op een tocht door een onherbergzame, droge en verzengend hete omgeving. Beiden zijn op de vlucht voor dezelfde gewelddadige man. Het deed me denken aan De geverfde vogel van Jerzy Kosinski.
Anna. Ode aan een kattenstaart van Ru de Groen
Met grote nieuwsgierigheid heb ik lang op dit debuut gewacht. Het moest wel goed zijn, dat kon niet anders …. Maar zeker wist ik dat niet. Ik heb het vlak na verschijnen in één ruk uitgelezen. Ik was meer dan gerustgesteld. Het was goed. Anna is toegankelijk, herkenbaar, geestig, warm en ontroerend. Ik durf het nu volmondig aan te raden. Helemaal objectief ben ik misschien niet. Ru de Groen is mijn broer. Maar een mooi boek blijft het!
Pier en oceaan van Oek de Jong Pier en oceaan tot slot,boeit me grenzeloos. Langzaam lezen, genieten van de manier waarop De Jong de tijd en de sfeer in Friesland en Zeeland van vlak na de oorlog tot in de jaren 70 schetst, dat is wat ik doe. Ik heb het nog niet uit, soms kan ik doorlezen, soms niet. Maar dat maakt niet uit, het is elke keer weer een genot om verder te kunnen gaan.
Of het de beste boeken zijn die ik in 2014 las, weet ik niet; het waren in elk geval verrassende.
AllereerstEen makelaar in Pruisen van Nicole Montagne. De schrijfster is grafica en daarom is het niet verwonderlijk dat de meeste van haar essays in deze bundel te maken hebben met kunst. Vooral het kijken naar kunst. Het meest kritische stuk in de bundel is dat over de manier waarop Joost Zwagerman naar foto’s van Leibovitz kijkt. Montagne schrijft ook nog eens bijzonder helder en mooi.
Een ontdekking voor mij was ook De duimsprong van Miek Zwamborn. Ook zij is kunstenares en schrijfster. In deze roman volgt ze het leven van de Zwitserse geoloog Albert Heim, ingebed in de zoektocht naar een bevriende klimmer die is vermist. Het verhaal is een boeiende mix van fictie en werkelijkheid, even gelaagd als de aardbodem voor de geoloog.
Een bijzondere historicus is Simon Winder. Hij beschrijft in Danubia de geschiedenis van de Europese landen en streken die ooit deel hebben uitgemaakt van het Habsburgse Rijk, van het eind van de Middeleeuwen tot 1918. Dat doet hij op een humoristische manier aan de hand van eigenzinnige keuzes: hij vertelt alleen wat hem interesseert. In het boek passeert een bonte stoet van vorsten, die duidelijk maakt dat het een mirakel is dat het Rijk, zowel politiek als qua inteelt, zo lang kon blijven bestaan. Allervermakelijkste geschiedschrijving.
Onwetendheid van Milan Kundera
Deze in 2002 verschenen 132 pagina’s tellende roman verdient het om herlezen te worden. Met de val van het communisme was daar ineens de mogelijkheid voor Oosteuropese emigranten om terug te keren naar hun geboortegrond. Wat betekent dat?
Een meesterlijke verhaal over verandering, heimwee, terugkeer. Over de onmiskenbare invloed van geschiedenis op de levensloop. ‘De dag werd verlicht door de schoonheid van het land, dat ze had verlaten, de nacht door het schrikbeeld van de terugkeer. De dag toonde het paradijs dat ze had verloren, de nacht de hel die ze was ontvlucht.’
Het hout van Jeroen Brouwers
Nu al vrees ik de dag dat hij niet meer zal schrijven: Brouwers mijn literaire held met zijn vileine, genadeloze pen. In Het hout rekent hij meedogenloos af met de misstanden in de katholieke kerk. Beklemmende literatuur doordrenkt van alleszeggende beelden ‘Zijn haar was toen nog minder wit, van boven schemerde wel al de glimmende waarheid.’
Waarachtig hij bestaat – de hemelse vader. God onder de schrijvers. Schepper van ongeëvenaarde literatuur: Jeroen Brouwers.!
Geen zin in dit blasfemisch geraas? Laat je dan overweldigen door De zondvloed. Brouwers’ meest indrukwekkende werk.
Zeer helder licht van Wessel te Gussinklo
Niet eerder had ik van deze 71-jarige schrijver gehoord toen ik het recensie-exemplaar van Zeer helder licht in de brievenbus aantrof. Wat een bijzondere leeservaring – terecht genomineerd voor de AKO literatuurprijs. Behoefte aan een allesomvattende innerlijke afdaling?
Te Gussinklo dwingt je mee te spartelen in gepijnigde zielekrochten, megalomane opvlammingen, tedere droomgedachten, hysterische razernij, obsessief verlangen en uitvergrote schrikgezichten. Soms – hoe aangenaam – mag je ook even deinen op het gladde oppervlak maar ja, je zou als schrijver geen Te Gussinklo heten als je uiteindelijk niet toch weer kopje onder gaat. Of erger nog, door koude golven genadeloos wordt uitgespuwd. Spartel mee, besta!
Anna – Ode aan een kattenstaart van Ru de Groen
Twee verliefde pubers, ieder kwetsbaar op hun eigen manier. Wat doet het met je identiteit als je door je vriendje publiekelijk wordt vernederd tot op het bot? Wat is hierop jouw antwoord – nu en in de toekomst? Een indrukwekkende liefdesgeschiedenis die tot nadenken stemt. Wie is er eigenlijk nog zichzelf? Hoe kwetsbaar mogen we werkelijk zijn?
De lichte toon, het spel dat De Groen speelt met woorden en de blik die ons wordt gegund in de zieleroerselen van het gekwetste brein maakt dat Anna een groot genot is om te lezen.
Ik kom terug van Adriaan van Dis
Schrijnende kost over Van Dis’ complexe zoektocht naar zijn moeder die tegelijk een afscheid is. ‘Prik prik. Je laat mij toe, ik laat jou toe. Langzaam breken we uit onze kluis en we knipperen met onze ogen.’ Eerlijk proza tot op het bot waarin Van Dis zowel zichzelf als zijn mammie niet ontziet.
‘Ze keek naar me op met waterige bruine ogen, trok het kussen naar zich toe, hield het met twee handen voor haar mond en vroeg me het op haar gezicht te duwen. ‘Nee, ben je gek,’ riep ik. Ze keek me smekend aan, ik ging op mijn knieën voor haar zitten en we streelden samen het kussen. De lavendel geurde onder onze warme handen. ‘Zo gaat het niet,’ fluisterde ik, ‘zo kan het niet.’ Ze rukte aan de leuning van haar stoel en stampte boos op de grond.’ Pagina na pagina ervaar je hoe beider onmacht de relatie regeert.
Het Rosie project van Graeme Simsion
Zo knap verbeeld, zo geestig beschreven. Maak kennis met Dons onhandige geworstel in de liefde, zijn eigenaardige autistische brein. Lachwekkend relaas om bij uit te buiken.
Bevalt het? Dan mag je je gelukkig prijzen met het onlangs verschenen vervolg: Het Rosie effect.
Het einde van het jaar komt eraan en voor het poëzie tijdschrift Awater mocht ik al mijn top 3 van beste gedichtenbundels 2014 opstellen. Dat is een moeilijke keuze geworden, want het was een fantastisch poëziejaar.
Onderstaande bundels hebben die top 3 helaas niet gehaald, maar verdienen evenwel een vermelding, want ze zijn stuk voor stuk de moeite van het lezen waard. De mooist vertaalde gedichtenbundel van het jaar isde Nederlandse uitgave van TheLast Night On Earth Poems (1992) De laatste nacht van de aarde, de laatste, bij leven verschenen bundel van de Amerikaanse dichter en prozaïst Charles Bukowski. Bukowski’s stijl is tegelijkertijd sterk en zwak, zijn enjambementen zijn soms heel lelijk, maar de voorstelling is altijd ijzersterk neergezet. Grootste verrassing: Bukowski’s stijl past niet alleen bij kroeg-, goot- en andere zelfkant taferelen, maar ook bij gedichten over zijn vrouw en zijn vader. Dat maakt van Laatste nacht van de aarde een bij vlagen ontroerende bundel.
Wim Brands – ’s Middags zwem ik in de Noordzee Ik heb op Literair Nederland al eerder over ’s Middags zwem ik in de Noordzee geschreven, maar de bundel nog een keer tippen kan geen kwaad. Nu ik er zo over nadenk ligt Brands’ poëzie niet eens zo ver van die van Bukowski vandaan: schijnbaar prozaïsch, maar de voorstellingen zijn scherp neergezet. Surreëlere taferelen zijn ingeruild voor een persoonlijkere inhoud, met mooie gedichten over vrouw en vader; inderdaad, een beetje zoals bij Bukowski.
Thomas Blondeau debuteerde postuum als dichter met Mijn beste gedicht dat u nooit zult lezen. In de helaas erg dunne bundel staan sterke gedichten die rauw en abstract overkomen. Tonnus Oosterhoff is nooit echt ver weg, maar van epigonisme is geen sprake. Net als bij Martijn Teerlinck is het erg jammer dat het bij dit postume poëziedebuut zal blijven.
Nog een debuut: Regen kosmos kamerplant moet wel het begin zijn van een mooie poëziecarrière voor Anne Broeksma, of door een wonder moet ze haar talent opeens kwijtraken. Het eerste scenario lijkt me aanzienlijk aannemelijker. Broeksma zet een intrigerende, licht-surreële wereld neer, steeds met een verontrustend randje. Zou ze stiekem de reïncarnatie van Hendrik de Vries zijn?
Tot slot nog één debuut: Bodemdrangvan Laura van der Haar. Haar collages van observaties, waarbij een ‘ik’ geregeld wegvalt, laten de pracht zien van de chaotische, soms viezige wereld om ons heen. In Awater omschreef ik de bundel als: ‘Geluk vinden in kleine dingen, versie 2.0’. Net zoals Bernke Klein Zandvoort vorig jaar, weet ze een wat temerige Nederlandse poëzietraditie op fraaie wijze te revitaliseren. Laten we afspreken dat er in 2015 geen gedichten meer geschreven worden over een o zo mooie boswandeling, of wat de (klein)kinderen nu weer voor leuks hebben gezegd, maar over wat je allemaal voor wonderlijks aantreft als je de goot leegschept.
Dan nog een shout out aan Hélène Gelèns, Peter Verhelst, Marjolijn van Heemstra en Lieke Marsman. Had ik eigenlijk al gezegd dat 2014 een fantastisch poëziejaar was? Naar het schijnt volgt er op december een gloednieuw jaar, en mocht dat als poëziejaar tegenvallen, heeft u nog tijd genoeg om alles in te halen dat u in 2014 heeft gemist.
De volgende boeken hebben mij op een of andere wijze zeer geraakt. De titels staan in willekeurige volgorde.
Anna. Ode aan een kattenstaart door Ru de Groen
Deze prachtige debuutroman verhaalt van een allesbepalende eerste, grote liefde. Adri Altink: ‘Een genot vormt de soepelheid van taal die Ru de Groen gebruikt. De soepele stijl is doorspekt met humor en woordspelletjes. (…) een duidelijk met plezier geschreven verhaal over de ontwikkeling van twee pubers die verliefdheid en de valkuilen daarvan ervaren, op weg naar zelfkennis.’
Kom hier dat ik u kus door Griet op de Beeck
De Vlaamse schrijfster heeft een betoverend, maar ook schrijnend verhaal geschreven over Mona.
Achterflap: ‘Een verhaal over waarom we worden wie we zijn, geschreven met humor, scherpte en veel schaamteloze eerlijkheid. Over ouders en kinderen. Over kapotte mensen en hoe zij ongewild anderen ook kapotmaken. (…) Over de gevaren van sterk zijn. Over vergeten en niet kunnen vergeten. Over jezelf durven redden. En natuurlijk ook nog over de liefde. Omdat dat alles is wat we hebben, of toch bijna.’
Wacht op mij! door Michele Serra Roman over een vader die de generatie van zijn puberzoon probeert te begrijpen.
Dit boek ademt uit al zijn poriën de liefdevolle toewijding van een vader én de niet aflatende ergernis over de schijnbare onverschilligheid van de puberzoon. Met veel humor, tederheid en ironie geschreven.
De vlucht door Jesús Carrasco
Dit boek heeft enorme indruk op mij gemaakt. Een jongen, een kind nog, is op de vlucht. Pas tegen het einde van de roman wordt duidelijk waarom de jongen op de vlucht is, waardoor grote spanning gecreëerd wordt. Daarnaast worden de ontberingen en gruwelijke omstandigheden bijna tastbaar beschreven. In mooi proza geschreven.
1. De kinderwet – Ian McEwan Prachtig verhaal over een zeer professionele en zeer gewaardeerde kinderrechter die te maken krijgt met een zaak die haar persoonlijk uit balans brengt op het moment dat haar huwelijk in crisis raakt. In de mooie en bondige stijl die we van McEwan gewend zijn wordt de lezer deelgenoot gemaakt van de onzekerheden, overwegingen en overpeinzingen van de rechter.
2. Het hout – Jeroen Brouwers
Mooi geschreven agressieve aanklacht tegen de misstanden en het seksuele misbruik in de roomse kerk. Het verhaal speelt zich af in een gesloten jongenspensionaat en wordt verteld door een leraar die min of meer per ongeluk is toegetreden tot de Orde der Franciscanen. Een parel in het oeuvre van Jeroen Brouwers.
3. Roth, een schrijver en zijn boeken – Claudia Roth Pierpont
Bondig geschreven biografie over het werk en de persoon van Philip Roth. Door een verband te leggen tussen zijn belangrijkste boeken en zijn persoonlijk leven ontstaat een helder en origineel beeld van de schrijver en zijn werk.
4. Oorlog en terpentijn – Stefan Hertmans
Mooi verhaal in prachtige taal over de grootvader van de schrijver, die in de Eerste Wereldoorlog militair was geworden maar dat niet had willen zijn, en na de oorlog schilder had willen zijn maar dat door die oorlog niet is kunnen worden. Gebaseerd op de dagboeken van de grootvader, die de schrijver tien jaar lang niet durfde inkijken.
5. Schitterende ruïnes – Jess Walter
Heerlijk humoristisch en hilarisch verhaal over o.a. de filmindustrie van Hollywood. In Rome wordt een film over het leven van Cleopatra opgenomen (met Liz Taylor en Richard Burton) terwijl een B-star en liefje van de regisseur door hem in een hotel in het romantische Cinque Terre in Italië wordt ondergebracht. De ietwat onnozele hoteleigenaar Pasquale wordt op haar verliefd.
Alhoewel er heden ten dage ook prachtige boeken worden geschreven is er weinig zo jammer als ongelezen klassiekers. Vandaar dat ik daar graag op teruggrijp. Ook in het afgelopen jaar. Soms las ik ze in vertaling en soms in de oorspronkelijke taal. Terugblikkend zijn het steeds de klassiekers die ik het hoogst waardeerde. Stuk voor stuk echte aanraders!
Het oudste boek dat ik afgelopen jaar las dateert uit 1850: David Copperfield van Charles Dickens. Een boek zoals ze tegenwoordig niet veel meer geschreven worden, over een coming of age die hopelijk ook niet meer van deze tijd is. Een onwaarschijnlijke geschiedenis die desalniettemin niet ver van de realiteit van 1850 af lag: het boek is deels autobiografisch.
Tien jaar later schreef Victor Hugo De lachende man (1860). Een onwaarschijnlijk mooie liefdesgeschiedenis, avonturenroman en dramatische aanklacht ineen. Victor Hugo betovert je met zijn wonderlijke figuren wier levenspaden hij op onnavolgbare wijze verzint en vervlecht. Het levensverhaal van de hoofdpersoon Gwynplaine – de lachende man – ontstijgt iedere verbeelding en is juist daardoor zo aangrijpend en reëel. Zijn liefde voor Dea een godsgeschenk en toevalligheid ineen. Een liefde die uiteindelijk even innig als ongrijpbaar blijkt.
Nog een Frans meesterwerk: De Thibaults (deel 1) van Roger Martin du Gard verscheen in 1922. Een prachtig boek over twee broers, hun vader en verdere familie en vrienden. Geweldig traag, in de goede zin van het woord. Het boek slurpt je op en dompelt je onder in la Douce France van de eeuwwisseling 100 jaar geleden en boeit van voor tot achter. Het boek heeft eigenlijk maar één nadeel: je moet nog tot 2015 wachten voor deel 2 gelezen kan worden.
Ik verliet overigens in literair opzicht het oude continent een paar keer. Bijvoorbeeld om The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald te lezen (1925). Ik had de film nog niet gezien en het boek niet gelezen. Inmiddels het boek gelezen. Ik heb volop genoten van deze literaire parel van de roaring twenties. Compact geschreven en vol schitterende observaties: ‘In his blue gardens men and girls came and went like moths among the whisperings and the champagne and the stars.’
Het boek dat het verst terugging in de tijd was Augustus (1972) van John William. Een prachtig boek over Octavius Caesar, beter bekend als Augustus en de eerste keizer van het Romeinse rijk. Hij komt tot leven in talrijke verzonnen brieven, dagboekfragmenten, memoires en andere teksten.
Boeken over de Eerste Wereldoorlog konden dit jaar niet ontbreken. Ik las er verschillende, maar de meeste indruk maakte de Regeneration trilogy van Pat Barker (verschenen vanaf 1991 – 1995). Barker beschrijft de Eerste Wereldoorlog met een verrassende aanvliegroute, variërend van de psychische aandoeningen die het gevolg waren van deze loopgravenoorlog, tot de rol van de vrouw in de oorlog of de positie van homoseksuelen.
Het jongste boek dat ik las, was Donna Tartt’s The Goldfinch (2013) en ik was overdonderd. Tart schreef een geweldig boek over noodlot, verlies en alle donkere zijdes van het leven. En dat alles vermengd met kunst en schoonheid, het mooiste belichaamd in Het Puttertje, dat prachtige kleinood van Fabritius in het Mauritshuis en misschien wel de eerste hoofdpersoon van het boek.
East of Eden – John Steinbeck
Dit in 1952 gepubliceerd boek, is zeker geen nieuwkomer, maar met zijn gedetailleerde omschrijvingen, boeiende personages en (nog steeds) actuele thema’s, blijft East of Eden ook dit jaar weer een aanrader. De roman gaat over de families Trask en Hamilton. De aparte verhalen van de families komen elkaar later in het boek tegen in de Salinas Valley.
Gisèle – Susan Smit
Een mooie, op ware feiten gebaseerde historische roman. Het is een boek over de oorlog, maar nog belangrijker een boek over hoe kunst en liefde in de oorlog ontstaan en blijven voortbestaan. Een hoofdpersonage in het boek is dichter Adriaan Roland Holst. De rollen van de twee andere hoofdpersonages zijn toebedeeld aan twee belangrijke vrouwen in zijn leven: glazenierster Gisèle en actrice Mies Peters. In het boek wordt er per hoofdstuk gewisseld van perspectief.
De geur van vrijheid – Giuseppe Catozzella
Een prachtig boek over de trieste realiteit van mensen in een oorloggebied. Het gaat over de jonge Samia die als droom heeft op een dag de Olympische Spelen te winnen. Maar haar omgeving en de omstandigheden waarin ze verkeert, zorgen voor de nodige obstakels. Ze voelt zich gedwongen te vluchten uit het land waar ze is opgegroeid om haar geluk te zoeken in Europa. Maar voor ze de oversteek van Somalië naar Europa kan maken, staan haar nog de nodige moeilijkheden te wachten.
Wacht tot het voorjaar Bandini van John Fante is een van mijn favorieten. Eind jaren tachtig voor het eerst gelezen en werd vorig jaar opnieuw uitgegeven bij Meulenhoff. Fante (1909-1983), zoon van Italiaanse immigranten, beschrijft Dickensiaanse taferelen op zijn Amerikaans. Het leven van Arturo Bandini kent een stuntelend verloop in zijn pogen er iets van te maken. Met dit boek voor de kachel en een goed glas wijn binnen hand bereik. Dan kom je de grijze winterdagen op gepaste wijze door en prijs je jezelf gelukkig.
Kroniek van Perdepoort(1975) van de Zuid-Afrikaanse schrijfster Anna Louw (1913-2003) is een bijzonder rauw boek over het leven van blanke boeren in Zuid Afrika, na de afschaffing van de apartheid in de vorige eeuw. Om de geschiedenis en vooral om zinnen als: ‘Hij was er zo een die nooit genoeg begreep om ergens betrokken bij te raken.’ Wie van het werk van Coetzee houdt, leze Kroniek van Perdepoort.
Met tussenpozen heb ik vanaf 1989 verschillende jaren Een braaf meisje (1971) van Philip Roth rond Kerst gelezen. Ook al zo’n verhaal waarin de hoofdpersoon, Lucy ten onder gaat aan haar eigen goede bedoelingen. Daar heb ik schijnbaar iets mee. Maar het is vooral de sfeer die Roth als geen ander weet te scheppen die me er toe doet besluiten het dit jaar weer eens te lezen. Goed voor een herdruk.
De nachtvan Merijn de Boer als het meest vernieuwende Nederlandstalige boek van 2014? Dat durf ik wel te zeggen. Het boek speelt nog steeds door mijn hoofd om zijn absurdistische ontwikkelingen en wie deze schrijver wil volgen doet er goed aan deze roman te lezen of cadeau te doen.
Een flinke poëzie bloemlezing met niet eerder gepubliceerde gedichten behoort ook tot mijn lijstje van aanbeveling. Het liegend konijn is een tweejaarlijks verschijnend, mooi uitgegeven boekwerk onder de bezielende redactie van Jozef Deleu. Met werk van gearriveerde dichters én van debutanten. Verrassend, steeds weer.