Als Daniel Dravot tot Koning van Kafiristan is gekroond, gaat hij op zoek naar een vrouw. Ik wil een Koningin voor de wintermaanden, zegt hij tegen zijn strijdmakker Peachey Carnehan. Die wil er niet van weten: de Bijbel zegt dat Koningen hun krachten niet mogen verspillen aan vrouwen, vooral niet als ze een nieuw Koninkrijk op poten moeten zetten. Dravot drijft zijn zin toch door. Als hij de gedoodverfde Koningin op de huwelijksdag ontmoet, is hij tevreden–ze kan ermee door, zegt hij. Hij wenkt haar naderbij: je hoeft niet bang te zijn, Moppie, kom hier en geef me een pakkerd. Hij slaat zijn arm om haar heen, zij verber
Het tafereel komt uit The Man Who Would Be King, een van de Indian Tales van Rudyard Kipling, voor het eerste verschenen in de verhalenbundel The Phantom Rickshaw and Other Tales, 1888. Het verhaal werd verfilmd door de Amerikaanse regisseur John Huston in 1975–genomineerd voor Oscars, Golden Globes en door BAFTA en de Writers’ Guild–met Michael 
Dravot en Carnehan zijn, naar eigen zeggen, alles geweest: soldaat, zeeman, zetter, fotograaf, eindredacteur, straatpredikant en correspondent van de Backwoodsman als we dachten dat de krant er een kon gebruiken. We hebben heel India doorkruist, meestal te voet. We waren gasfitters, machinisten, aannemers, wat al niet, en we hebben besloten dat India te klein is voor mensen zoals wij. Zo stellen ze zich voor aan de verteller-journalist. Ze komen bij hem informeren naar hun bestemming, Kafiristan, en vragen hem als getuige van het contrack dat ze voor elkaar hebben opgesteld. This Contract between me and you persuing witnesseth in the name of God–Amen and so forth. That me and you will settle this matter together: i.e. to be the Kings of Kafiristan. Ze zullen geen drank of vrouwen aanraken, zich waardig gedragen en voor elkaar opkomen. Hun plan voor de verovering van Kafiristan is simpel maar doeltreffend. In het land is nog nooit iemand geweest, er zou flink gevochten worden. Wie weet hoe hij soldaten moet africhten, kan daar zomaar koning worden. We shall go to those parts and say to any King we find–‘D’you want to vanquish your foes?’ and we will show him how to drill men. Then we will subvert that King and seize his Throne and establish a Dynasty.

Dravot en Carnehan weten binnen de kortste keren heer en meester te worden van het woeste land ten noorden van Afghanistan, maar ze komen van een koude kermis thuis. Zodra voor de inboorlingen duidelijk is dat hun nieuwe Koningen gewone stervelingen zijn, zoals iedereen, wordt de rekening gepresenteerd: Dravot wordt in een ravijn gesmeten en Carnehan gekruisigd–als hij na een etmaal nog leeft, laten Kafiristanen hem gaan. Met zijn allerlaatste krachten weet hij de journalist-verteller te bereiken om hem over het dwaze avontuur te verhalen. Een paar dagen later is hij dood.
In The Man Who Would Be King is geen koude imperialist aan het woord, maar een geestige, romantische jonge schrijver die 
Het door Dravot en Carnehan veroverde gebied heeft vooral een symbolische betekenis. Kafiristan betekent het ‘land van de ongelovigen’ of het ‘land van de schurken’. De beide vrijbuiters hadden zich voorgenomen om dat land te veroveren en te beschaven, maar de missie werd hun ondergang. Misschien is het tijd om het vroege werk van Kipling, met name zijn Indiase verhalen, nog eens te herlezen.








