Er zijn van die zomers dat ik niet op vakantie ga. Geen lijstje van boeken die betrekking hebben op mijn bestemming daarom, maar wel een over gebieden waar ik nooit zal komen: verre eilanden met een bijna mythische klank. Voor de thuisblijver met een onvervulbare insulafilie.
Misschien is de aantrekkingskracht van verre eilanden op mij wel ontstaan door de TV-programma’s van Boudewijn Büch die er gek op was. Zijn beschrijvingen zijn in diverse bundels verschenen, maar ik vind ze vaak wat te encyclopedisch. Ze hebben de diepgang van een anekdotentrommel.
In omvang nog beperkter dan bij Büch, maar levendiger, zijn de beschrijvingen die Judith Schalansky wijdt aan verre oorden in haar Atlas van afgelegen eilanden. Vijftig eilanden waar ik nooit ben geweest en ook nooit zal komen. Ze besteedt aan elk eiland één pagina tekst met daarnaast steeds fraaie, door haar zelf getekende kaarten. Zij streeft niet naar encyclopedische beknoptheid, maar geeft impressies die iets te raden overlaten. Op haar fantasiereis doet ze natuurlijk ook St. Helena en Tristan da Cunha aan.





1 reactie
Ook mooi voor eilandliefhebbers is ‘De zwarte rug van de tijd’ van de Spaanse schrijver Javier Marías, een boek waarin hij aandacht besteedt aan het piepkleine eiland Redonda, bij Antigua en Barbuda. Leuk is dat hij voor de grap de troon van het eiland heeft opgeëist (het ‘koningschap’ van Redonda is een running gag geworden).