Wedstrijdje stoepschrobben

Op een vroege morgen in Pella (Iowa), werd ik gewekt door een tweestemmig gezongen ‘Lang zal ze leven’, dat door de muren heen klonk. Twee vrouwen zongen via de smartphone een jarig familielid toe. Ze zetten daarmee op moderne wijze een traditie voort, die ze van huis uit meekregen. De vrouwen spraken thuis met hun ouders nooit Nederlands, maar Nederlandse liedjes werden er wel gezongen, met name op feestdagen. Ze herinneren zich ook allerlei aan het Nederlands ontleende uitdrukkingen die thuis gebruikelijk waren, zoals ‘Mondje boven’, waarmee hun grootmoeder aangaf dat ze recht aan tafel moesten zitten en niet mochten onderuithangen als een bos wortels.  

Maar dat is heel wat anders dan met elkaar Nederlands spreken, zoals auteur Philipp Dröge, overigens zonder bewijsvoering, schrijft in zijn veelgeprezen boek De Tawl, waarin hij sporen van het Nederlands in Amerika onderzoekt. Volgens hem komt dat omdat Pella geïsoleerd is gebleven. Ik vraag me af waarop hij dit baseert. Er zijn Nederlandse emigranten die uit louter nieuwsgierigheid het Nederlands onder de knie willen krijgen. Er zijn ook mensen die nog niet zo lang geleden uit Nederland emigreerden en met hun kinderen Nederlands bleven spreken. De meesten beperken zich echter, evenals bovengenoemde vrouwen, tot enkele eindeloos herhaalde uitdrukkingen. In een 13 jaar oude video op Youtube citeert een stokoude inwoner van Pella, een beetje giechelend, een familiegezegde: ‘Het is altijd wat, als je neus niet kriebelt, dan kriebelt wel je gat.’

Standaard Nederlands is er in Pella nooit gesproken. De landverhuizers kwamen uit plattelandsgebieden en spraken allerlei dialecten. Gemengd met het standaard Nederlands van de elite van het dorp en met het Amerikaanse Engels groeide dit uit tot een eigen dialect, het ‘Pella Nederlands’. 

Toen dominee Hendrik Peter Scholte in 1847 met een grote groep gelovigen naar Amerika vertrok, wilde hij dat de landverhuizers meteen na aankomst zo snel mogelijk de taal leerden om Amerikaan te worden. Zo zouden ze meer kans maken deel te worden van hun nieuwe wereld. Al na een maand zwoeren de gearriveerde kolonisten in een emotionele bijeenkomst trouw aan de Amerikaanse grondwet. Scholte was een grote aanjager van de integratie. Zelf preekte hij al snel in het Engels en gaf een Engels weekblad uit. Hij wilde van Pella het centrum van Iowa maken dat verbonden zou zijn met alle markten. Velen van zijn medekolonisten waren het niet met hem eens en verbroken hun banden met hun charismatische leider. Ze wilden dat er in het Nederlands gepreekt werd en dat hij zich met binnendorpse zaken bezighield en niet met de nationale politiek.

Nederlandse liedjes, aan het Nederlands ontleende uitdrukkingen en gezegden, klompendansen, traditionele gebruiken en Hollandse recepten, zijn een laatste strohalm met een traditie. En die strohalm grijpen velen graag vast. Het beeld van Nederland is door de inwoners van Pella op een bizarre wijze vertekend. Er is een Molengracht waarin blauw aandoend water stroomt. Daarachter is in Nederlandse stijl Hotel Amsterdam gebouwd. Met het festival Tulip Time wordt een wedstrijdje stoepschrobben gedaan, wat de meeste inwoners van het huidige Nederland al lang niet meer doen. Mijn vrouw werd gevraagd of zij iedere week nog de ramen lapt, want dat doen ze toch in Nederland? 

Emigranten en hun nakomelingen bevinden zich tussen twee wallen, die van hun oude en het nieuwe vaderland. Ze zijn blij met ieder contact van overzee. En niet alleen Nederlanders. Overal in het land werden we aangesproken door mensen van velerlei Europese nationaliteiten die blij waren iemand uit Europa te ontmoeten. Ze zijn bang dat die band door de recente politieke ontwikkelingen in hun land verhinderd zal worden. Bij de geisers in Yellowstonepark werd ik aangesproken door een man die Brower (voorheen Brouwer) heette. Hij wil in juni Amsterdam bezoeken en vroeg zich af of hij er als Amerikaan niet met de nek zou worden aangekeken. De Nederlanders in Pella zagen in mij een ’trait d’union’ tussen hun bestaan in Amerika en hun vaderland. Ze koesteren hun Nederlandse contacten. ‘So, we’re having friends in Europe now!’

 

 

 



Michiel van Diggelen, reisde vier weken door de VS om de vertaling van zijn twee historische romans (uitg. IJzer), over  Predikant Hendrik Peter Scholte (1805-1868) te promoten in het afzetgebied Michigan en Iowa. Dit is het laatste verslag van deze reis.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Michiel van Diggelen: