Dit voorjaar werd Paul Demets gelauwerd met de Grote Poëzieprijs voor zijn bundel De schaamsoort, Briefgedichten aan Guido Gezelle. Hij had niet verwacht dat deze bundel, omdat het toch wel een echt Vlaamse bundel was geworden, in Nederland zou opvallen. ‘Toen hij de longlist bereikte dacht ik, wauw, ze hebben hem gezien. En dan komt de shortlist, en je denkt, geweldig. Ja, en dan viel ik echt van mijn stoel.’
Paul Demets (1966) debuteerde in 1999 met de bundel De papegaaienziekte, maar zijn eigenlijke debuut, Het web van omtrek, waar hij aan schreef tussen 1988 en 1993, verscheen in 2021. Uitgangspunt van deze bundel was het werk van kunstenaar Roger Raveel (1921– 2013). Als ongepubliceerd werk kreeg het in 1993 een eervolle vermelding van de Prijs voor Letterkunde van Oost-Vlaanderen. Dat er wel meer werk in de la blijft liggen leek voor lange tijd een gewoonte van de dichter. Wel publiceerde hij geregeld in literaire bladen zoals Het Liegend Konijn, maar van een bundel samenstellen kwam het vaak niet.
Op donderdag 2 juli, een van de warmste dagen van deze zomer, bezocht ik dichter Paul Demets in het monumentale pand waarin de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) gevestigd is en waar hij lector is.
Het KASK-café, waar we hadden afgesproken, is vanwege vakantie gesloten. We zullen uitwijken naar zijn werkkamer, maar eerst een ijsje. Kom, zegt Demets, dan trakteer ik op ijs. We gaan naar de achterzijde van de academie waar buiten een ijscowagen staat om kandidaat-studenten die deze dagen toelatingsgesprekken hebben, enige verkoeling te bieden. We passeren collega’s die hij enthousiast kond doet van de uit Nederland gekomen interviewer voor Literair Nederland. Als we door de monumentale gangen naar zijn werkkamer lopen, onze voetstappen ruisend over de oude vloeren, onderbroken door het openduwen van klapdeuren, vertelt Demets, vaderlijk glunderend, dat zijn jongste dochter net aan deze academie haar master grafisch ontwerp-illustratie heeft behaald.
In zijn werkkamer op de eerste verdieping nemen we plaats aan een tafel. Stapels papieren waar je kijkt, twee computerschermen, posters aan de muur, (waaronder een van filmmaker Chantal Akerman, waarover later meer), volgepakte boekenplanken, waartussen, zo wijst Demets me, het volledige werk van de Vlaamse dichter Guido Gezelle staat.
We spreken over het ontstaan van De schaamsoort, over de cesuur in zijn leven en over het benaderen van de werkelijkheid via de kunst of via de werkelijkheid zelf. En dan zijn er nog al die bundels die uit een la komen, of er in blijven liggen, het maken van poëziefilms en dat de politiek er tussendoor schemert.
Hoe was het om deze prijs te winnen?
Lachend: ‘Gelukkig had ik die dag daarop al terug les, ik had niet veel tijd om naast mijn schoenen te lopen. Dat zit misschien ook niet zo in mijn aard.’ Dan, ernstiger, ‘Het geeft wel een diep gevoel van geluk en vooral een soort vertrouwen om door te gaan.’
Op het moment dat Demets de prijs ontving, had hij ongeveer op de dag af tien jaar geleden een hartstilstand gekregen. Die ochtend was Demets benauwd op de borst en had pijn in zijn arm en bij zijn hals. In plaats van naar de KASK te gaan, reed hij naar het ziekenhuis waar hij met spoed geholpen werd. ’Die prijs had voor mij dus ook iets heel symbolisch. ’ Zijn oudste dochter werd geboren met een hartafwijking en onderging open hartoperaties. In bedekte termen schreef hij daarover in zijn bundel De landsheer van de Lethe
De woorden van Remco Campert, ‘Poëzie is een daad van bevestiging, de bevestiging dat ik leef’ krijgen hier hun eigen betekenis?
‘Absoluut, en ook dat ik niet alleen leef. Die twee aspecten zijn heel belangrijk. Dat ik niet alleen leef, was in mijn dagelijkse bezigheden al belangrijk voor mij. Ik heb altijd lesgegeven, dan leef je niet alleen, dan geef je dingen door, probeer je te enthousiasmeren, te ondersteunen. Na mijn hartoperatie is dat nog belangrijker voor me geworden.’
Is er daarna ook iets veranderd in je poëzie, in hoe je schrijft?
‘De poëzie die ik tot dan toe schreef en publiceerde, kwam vooral uit het hoofd. Maar het lichamelijke aspect is voor mij veel belangrijker geworden. En ook de maatschappelijke betrokkenheid.’
Hoe bedoel je dat precies?
‘Voor mij is het heel gewoon om te kijken naar de werkelijkheid via kunst. De kunst als een soort vlies dat tussen mij en de werkelijkheid staat. Ook via film bijvoorbeeld. Dat speelt nog altijd een rol, maar in sommige bundels kijk ik niet meer via kunst, maar rechtstreeks naar de werkelijkheid. En dat is een nieuw aspect.’
Enkele maanden na zijn operatie, werd Demets door het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen gevraagd als plattelandsdichter. Aanvankelijk voelde hij zich er niet klaar voor om in opdracht te gaan schrijven, maar toen bleek dat hij de vrije hand kreeg in de invulling daarvan, stemde hij toe. ‘Dat vond ik eigenlijk wel fijn. Want om terug te keren naar het citaat van Remco Campert, dat ik niet alleen leef, dat was voor mij ook een heel belangrijk aspect om het te accepteren.’
‘Ik dacht dat dit nu misschien wel de gelegenheid was om even letterlijk uit te zwermen over het platteland. Om te praten over wat de mensen op het platteland bezighoudt, wat hen drijft en ontgoochelt. Aan verkiezingsresultaten in heel Europa is te zien dat er veel breuklijnen in de samenleving komen bloot te liggen, één van die breuklijnen is tussen stad en platteland. Het klimaat gaat mij al ruim twintig jaar ter harte en ik zat dan ook met die achtergrond aan de keukentafel bij landbouwers. Sommige gezinnen zitten al jaren in de problemen. Dan heeft zo’n veevoederbedrijf gezegd, weet je, we sluiten een deal. Wij bouwen twee stallen voor je. Stop met gemengde landbouw, alleen nog varkens. En in plaats van 30 varkens, 300 of meer. Plots blijken die landbouwers werknemers van het veevoederbedrijf op hun eigen boerderij te zijn. Ze zeiden mij ook wel dat ik anders denk dan zij. En dat is natuurlijk ook zo.’
Wat kan de betekenis van kunst en poëzie in deze tijd zijn?
‘Kunst en poëzie zullen de wereld niet kunnen redden vrees ik, maar bieden wel andere perspectieven vanuit de meerduidigheid. Dat is iets waar ik zelf van hou in literatuur, poëzie en kunst. Dat het mij aan het denken zet en zich niet in zijn onmiddellijkheid aan me meedeelt. Ik heb graag dat ik uitgedaagd word. Dus dat vind ik wel belangrijk voor mijn eigen werk, dat iemand ernaar teruggrijpt en nog eens leest en misschien andere dingen ziet. Die openheid van interpretatie vind ik wel belangrijk.’
Wat betekent Gezelle voor jou?
‘Hij heeft mij gevormd en heeft grote indruk op mij gemaakt. Want zijn stem is zo uniek dat je dat onmogelijk kunt proberen na te bootsen.’
‘In 2010 vroeg Gwy Mandelinck ((1937-2024), oprichter poëziefestival Watou Iv/dG ) aan dichters, onder wie aan mij, om een gedicht te schrijven gebaseerd op het leven en werk van Gezelle. Ik vond het een boeiende uitdaging want ik kende het werk van Gezelle, waarmee ik niet durf te beweren dat ik het toen al volledig gelezen had. Zijn poëzie kende ik, maar die andere kant, de bijna krijgshaftige voor het katholicisme strijdende polemist Gezelle kende ik niet. Dat was wel interessant. Maar ook zijn ecologisch bewustzijn, al was dat bij hem ook ideologisch gekleurd. Zijn allereerste gedicht ‘De Mandelbeke’, daar zit iets heel kritisch in over de oprukkende industrialisering. Dat, en zijn bekommernis om de natuur hebben mij opnieuw voor zijn werk gewonnen en zorgde veertien jaar geleden voor het begin van De schaamsoort.’
Heb je je weleens een voorstelling gemaakt hoe Gezelle zou kunnen reageren?
‘Ja, absoluut. Ik heb hem, een man uit de negentiende eeuw, zeker niet willen bekritiseren want dat zou wel heel oneerlijk zijn. Maar ik had hem weleens willen horen over bijvoorbeeld de educatieve context. Die had hij in Roeselare, in zijn school waar hij lesgaf. Dat blijkt uit de briefwisseling. Hij verzamelde een groepje jongeren rond zich en zette die aan om poëzie te schrijven. Wat ik ook doe, maar bij hem had dat een ideologische reden. Want hij schreef letterlijk in een brief: gebruik Vlaamse woorden, want dat is belangrijk. We moeten het Vlaams emanciperen. Dat soort emancipatie is mij totaal vreemd. Ik geef geen les om op ideologisch vlak invloed uit te oefenen en al zeker niet om Vlaanderen groter te maken. Dat zou niet werken, want mijn studenten komen uit alle windstreken. En dat vind ik alleen maar fijn.’
In zijn bundel is er volgens Demets één facet van Gezelle onbelicht gebleven, ook omdat in een bundel nu eenmaal niet alles past, en dat is de openheid van geest die Gezelle ook had. Daarom maakte hij samen met oud-filmstudent Hooman Jeddy de poëziefilm Zie, zie, zie. Het werd een hommage aan Gezelle, aan wie hij was en hoe hij schreef.
‘Daarin hebben we een ontmoeting tussen de westerse katholieke cultuur en de oosterse Perzische cultuur filmisch gerealiseerd. Gezelle kende de Perzische poëzie die hij via een bisschop leerde kennen in een Engelse vertaling. Dat wijst op zijn intellectuele nieuwsgierigheid.’
De bundel bestaat uit zeven afdelingen met elk als titel een van de zeven hoofdzonden. In de afdeling Gula (woede) schrijf je over de fatale ontgroening van Sanda Dia in 2016.
‘Ja, dat heeft mij heel erg beziggehouden. En die studentenclub Reuzegom uit Leuven, waar ik zelf gestudeerd heb. In het begin van de cyclus schets ik mijzelf en het studentenleven. Omdat ik mij niet superieur wilde opstellen, zo van: wat hebben die jongens toch gedaan en ik was beter en anders.’
‘Het is een verhaal waarin alleen maar verliezers zijn. Op de eerste plaats omdat die jongen er niet meer is. Maar ook die jongens die erbij betrokken zijn in de vorm van ongeremd groepsgedrag. Hoe ze verder en verder zijn gegaan tot het fout moest lopen. Ik heb het proces intens gevolgd en heb ook de verslagen gelezen. Wat heel dubbelzinnig is zoals je het ervaart. Ik bekijk het ook van twee kanten. Het zal je zoon maar zijn die daarbij betrokken was geraakt. En anderzijds de ouders van die jongen en dan het hele advocatengedoe natuurlijk. Hoe ze zoveel mogelijk die jongens die erbij betrokken waren, probeerden te beschermen.’
‘Wat mij ook wel raakte, is de juridische taal die gebruikt wordt en die bijna ontmenselijkt. Ik denk dat juristen zullen zeggen, dat is nu eenmaal eigen aan juridische taal, maar dat heb ik toch ook wel een plaats willen geven in die cyclus gedichten. Ik wou laten zien hoe identitair denken tot tribalisme kan leiden.’
Ben je al met iets nieuws bezig?
‘Ja, en dat heeft ook met dat catharsismoment uit 2015 te maken. De jaren daaraan voorafgaand was ik niet zo bezig met publiceren in bundelvorm. Ik publiceerde zo nu en dan in tijdschriften zoals Het Liegend Konijn. Verder recenseerde ik vooral poëzie, theater en beeldende kunst, wat ik nog altijd graag doe. Mathematisch gezien zijn er vanaf het begin in 1989, toen ik echt aan een bundel begon te werken, ruim 23 jaar waarin ik niets gepubliceerd heb, maar wel in stilte verder heb geschreven.’
‘Na mijn operaties waren er gesprekken met een psychologe. Ze vroeg wat ik tot nu toe in mijn leven had gedaan en wat ik anders zou willen doen. Er waren oudere patiënten die met werken wilden stoppen of een grote reis wilden maken. Maar ik dacht, ik ga gewoon verder met waar ik mee bezig ben: lesgeven, schrijven en recenseren. Op één kwam nog meer aandacht aan mijn gezin besteden. En als tweede dacht ik dat ik misschien wel iets meer wilde nalaten dan hier en daar wat verspreide gedichten.’
Sindsdien is Demets werk uit de lade aan het halen. Er zijn al meerdere bundels verschenen, al is het niet zo dat die afgewerkt klaar lagen.
‘Dat zou wel heel erg romantisch zijn, dat ik maar een lade open hoef te trekken en er rolt een bundel uit. Niet alles blijkt bij hernieuwde kennismaking geschikt om mee verder te gaan. Ik moet mij kunnen terugvinden in wat ik eerder geschreven heb, of ik laat het voorgoed in de lade.’
‘Mijn nieuwe bundel, Moederkoren die in oktober zal verschijnen, zit wat in de lijn van via kunst naar de wereld kijken. Ik ben er jaren mee bezig geweest. Maar hij is tegelijk ook heel lichamelijk en persoonlijk. Deze bundel is uit het werk van Chantal Akerman ontstaan. Ik gebruik haar werk als een soort canvas waarop ik dan mijn eigen wereld projecteer.’
Paul Demets is op 31 oktober een van de eregasten tijdens het Nederlands Poëziefilm Festival 2025 te Zutphen. Tijdens het festival zal er een ruime selectie van films, gebaseerd op zijn gedichten, vertoond worden.
De schaamsoort / Paul Demets / 88 blz. / Poeziecentrum Vzw (2024)
Foto: Hilde Lauwers

