Een jaar aan boeken zit er bijna weer op, en net als voorgaande jaren is het weer een uitstekend jaar aan boeken geweest. Het blijft lastig om uit zoveel moois een selectie uit te maken, maar het is gelukt. Ik presenteer u een gloednieuw poëziedebuut, een wat ouder maar onderbelicht gebleven debuut, een mooie vertaalde poëzieuitgave, een prettig losse verzameling bespiegelingen van een beroemde muzikant, en een fraai leesboek over kunst.
Op moment van schrijven is Jonathan Griffioens debuutbundel Wijk nog geen maand uit, en hopelijk krijgt die bundel de komende tijd de aandacht die hij verdient. Ik ken Jonathan en zijn gedichten al geruime tijd, heb meegelezen met een paar eerdere versies van zijn bundel en afzonderlijke gedichten, en keer op keer lukte het hem om me met Wijk te verbazen door slimme vondsten, rake formuleringen en opvallende beelden als de ‘zondvloed-gelekt-uit-een-kraan’, en bovendien dit is voor zover ik weet de enige gedichtenbundel met een Man Bijt Hond-verwijzing.

Raymond Carver is in ons taalgebied bekender van zijn korte verhalen dan van zijn gedichten, maar Waar water samenvloeit met ander water laat zien dat ook zijn poëzie van hoog niveau is. Daarin durft Carver lyrischer te zijn, zoals in het titelgedicht, maar hij schrijft ook vaak anekdotisch of zelfs verhalend. De thematiek wordt grotendeels beheerst door een uitzichtloos arbeidersbestaan waarin de hechte gemeenschap zowel een fijn vangnet is als een beklemming is. De tweetalige bloemlezing is wel wat aan de dunne kant, maar met de kwaliteit van de afzonderlijke gedichten zit het meer dan goed.

In ogenschouw van Julian Barnes. Wederom non-fictie, deze laatste tip, maar een essaybundel over kunst. Julian Barnes, vooral bekend als romancier, schrijft stukken over kunst die bijna verraderlijk goed zijn: ze lijken heel degelijk, weinig spectaculair, en tegelijkertijd zitten ze op onopvallende wijze heel sterk in elkaar. Barnes heeft veel aandacht voor het levensverhaal van kunstenaars, de geschiedkundige inbedding, én voor ouderwets kijkwerk naar details. De selectie is niet bijzonder breed: vooral (Franse en een paar Britse) figuratieve schilders; de met popart geassocieerde beeldhouwer Claes Oldenburg is echt een vreemde eend in de bijt. Maar Barnes’ enthousiasme over en oog voor het werk van bijvoorbeeld Bonnard, Vuillard en Bracques is aanstekelijk, en dat levert uitstekende stukken op.









