• Nationalistische humbug

    Nationalistische humbug

    Laatst wandelde ik met twee vrienden bij camping Het Zinkviooltje in Epen, vlakbij de Geulrivier. Zinkviooltje? Een van de vrienden wist te vertellen dat het een geel bloempje is dat zich in de loop van de tijd heeft aangepast aan de enorme hoeveelheden zink die in dit gebied door de rivier zijn meegenomen. Het zink werd gewonnen in een mijn vlak over de grens in het nu Belgische Kelmis. We reden ernaartoe. De mijn ligt in een gebied dat na de Franse Tijd betwist werd tussen het Duitse Rijk (Pruisen) en het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. En dat allemaal vanwege een zinkmijn die veel geld zou kunnen opleveren. En niemand wilde toegeven. Daardoor werd het een compromis: een neutraal staatje, genaamd Neutraal Moresnet, een taartpuntje van 3,44 vierkante kilometer ten zuiden van Vaals. Een vrijstaat zonder munt, zonder schoolplicht, zonder belastingen en zonder gerechtshof. Er werd alcohol gestookt, gesmokkeld en veel gedronken. Iedereen die iets op zijn kerfstok had vluchtte erheen. Het werd een paradijs voor dienstweigeraars. Op 4 augustus 1914 was het afgelopen met de neutraliteit toen Duitse troepen het gebied binnentrokken.

    Jozef Rixen woonde in dit gebied. Ik kwam hem op het spoor door het boekenweekessay Zink van David van Reybrouck. Hij gebruikt diens leven ter illustratie van de gebeurtenissen in dit gebied tussen 1915 en 1950. Jozef was het buitenechtelijk kind van een Duits dienstmeisje en een fabrikant in Krefeld. In haar eentje verhuisde ze van Duitsland naar het taartpuntje onder Vaals, waar Jozef in 1903 werd geboren. Toen de Duitsers in 1914 deze vrijstaat hadden veroverd, woonde hij opeens in het Duitse keizerrijk en was Berlijn zijn hoofdstad geworden. Toen de Duitsers in 1918 vertrokken hoorde het gebied bij België en werd Brussel zijn hoofdstad. Als jonge Belg vervulde hij in 1923 zijn dienstplicht in het Belgische leger. Drie jaar was hij gelegerd in Krefeld in het Ruhrgebied. Hij vormde een onderdeel van de troepenmacht die de Duitsers moesten dwingen de opgelegde herstelbetalingen te voldoen. In die tijd bezocht Jozef zijn biologische vader, maar die wilde niets van hem weten. ‘Er schmiss ihn raus, weil er die Belgische Militäruniform trug,’ zo sprak een familielid.

    Toen Jozef terugkeerde uit Duitsland werd hij bakker en stichtte hij een gezin. Hij kreeg elf kinderen. In die jaren probeerde de regering van België de Duitstalige gebieden in het Oosten aan Duitsland te verkopen. Daarmee wilde ze de wederopbouw van het eigen land financieren. Bewoners aan de oostgrens wisten inmiddels niet meer goed ‘van welk hout pijlen te maken,’ zoals Van Reybrouck het prachtig uitdrukt. Waren ze nu Duits of Belgisch? Waar lag hun loyaliteit nu ze handelswaar bleken tussen België en Duitsland? Die loyaliteit werd in mei 1940 maar al te duidelijk, toen Hitler ‘zonder veel omhaal’ het voormalige Neutraal Moresnet en de Oostkantons annexeerde. De inwoners kregen de Duitse nationaliteit en ontvingen een oproep voor de Wehrmacht.

    Zelfs bakker Jozef moest eraan geloven. Hij werd eerst ingezet als bewaker van Russische krijgsgevangenen en in september 1944 naar het front gestuurd om de Amerikaanse opmars in de Ardennen te stuiten. Voor het eerst van zijn leven stelde hij zich weerbaar op: hij deserteerde. Maar ook dat liep verkeerd af. Hij slaagde er nog wel in thuis te komen. Het gebied was inmiddels door de Amerikanen veroverd, maar Jozef werd bij thuiskomst gearresteerd door de Belgische ondergrondse omdat hij bij de Wehrmacht had gediend. Het verzet droeg hem over aan de Amerikanen die hem transporteerden naar Cherbourg. Daar verbleef hij zeven maanden als een van de miljoen Duitse krijgsgevangenen onder erbarmelijke omstandigheden. Na die tijd werkte Jozef nog een paar jaar, maar als vijftigjarige was hij totaal versleten. Hij bracht de rest van zijn leven achter de geraniums door. Van Reybrouck schrijft heel treffend: ‘Er zijn mensen in wier lichamen de geschiedenis zoveel lijnen trekt, krast en kerft, dat stilzitten, zodra het kan, nog de enige optie is.’

    Het leven van Jozef Rixen toont glashelder hoe de gewone burger een speelbal kan worden van de machthebbers. Jozef was verre van een nationalist, maar werd toch als soldaat voor het karretje gespannen van regeringsleiders die gebiedsaanspraken maakten. Het is van alle tijden. De machthebbers, of ze nu keizer Wilhelm II, Adolf Hitler of Vladimir Poetin heetten, veroveren, gerechtvaardigd door nationalistische leuzen, alle gebieden waar ze recht op denken te hebben. Wantrouwen tegenover deze nationalistische humbug blijft geboden. Want Jozef de bakker is het slachtoffer.

     

     


    Michiel van Diggelen, schrijver van een  Ab Visser – Biografie (2013) en van de historische romans over Hendrik Peter Scholte (Uitgeverij IJzer). Met Richard Tanke schrijft hij aan een biografie van verzetsman Arnold Douwes.