• De schaduw van woorden

    De schaduw van woorden

    Wat gaat er door een moeder heen als haar zoon een einde aan zijn leven maakt? Vincent, de zestienjarige zoon van de Amerikaans-Chinese auteur Yiyun Li (1972), pleegde in 2017 zelfmoord, slechts enkele maanden nadat zijn moeder een boek publiceerde over haar eigen pogingen om uit het leven te stappen. Li droeg haar nieuwste roman Waar geen reden is aan hem op. Het gehele verhaal is een dialoog tussen een moeder en haar overleden zoon Nikolai.

    Hoewel er nadrukkelijk ‘roman’ op de voorkant van het boek staat, vertonen de personages veel gelijkenissen met de auteur en haar zoon: de moeder in het verhaal is ook schrijver en de zoon die een einde aan zijn leven heeft gemaakt is ook zestien jaar oud geworden. Hier speelt Li mee wanneer de moeder in het verhaal vertelt dat ze een boek schrijft over een vrouw die op haar vierenveertigste (zo oud zijn Li en dit personage ook) een kind verliest aan zelfdoding:
    ‘Ai, nu gaan mensen mij de schuld geven, zei Nikolai. Als je dat boek publiceert, zullen de mensen denken dat je die vrouw dat verhaal hebt gegeven vanwege mij.
    De mensen mogen denken wat ze willen, zei ik.
    Misschien was je die roman aan het schrijven om jezelf voor te bereiden, zei hij.
    Ik heb mijn hele carrière lang geschreven om mezelf voor te bereiden, dacht ik.’

    Roman
    Bij een boek met zo’n intiem thema in een dialoogvorm waarin het leven van de auteur zo verworven lijkt met de gebeurtenissen in het verhaal dreigt een dagboekeffect: is dit niet té intiem, is dit wel bedoeld voor vreemde ogen? De dubbele laag in het bovenstaande citaat is een herinnering dat er een schrijver aan het werk is, dat dit verhaal juist is bedoeld voor vreemde ogen. Het wordt nergens sentimenteel. Daarnaast spreken de moeder en Nikolai niet alleen over zijn zelfgekozen dood. Ze spreken over taal, proza en poëzie, bijvoorbeeld in dit citaat:
    ‘Ja, zei ik, maar gedichten en verhalen proberen te zeggen wat niet kan worden gezegd.
    Jij zegt altijd dat woorden tekortschieten, zei hij.
    Woorden schieten tekort, ja, maar soms kan hun schaduw wel het onzegbare bereiken.’

    En dat is precies wat er gebeurt in Waar geen reden is. Dit boek is een gesprek, maar het belangrijkste kan niet worden uitgesproken. Dat is het onzegbare wat een moeder voelt wanneer haar kind een einde aan zijn leven maakt. In deze lange dialoog is het in iedere zin voelbaar, zelfs wanneer de personages discussiëren over taalkwesties. Zo legt de moeder uit dat ze een hekel heeft aan bijvoeglijke naamwoorden, omdat die altijd oordelend zijn. In dit verhaal is geen oordeel aanwezig, ook niet wanneer de moeder haar zoon vertelt over zijn uitvaart.

    Door de dialoogvorm en door het gebrek aan een plot is Waar geen reden is bij vlagen vermoeiend. Gelukkig zijn de hoofdstukken relatief kort, waardoor er tijd is om even te pauzeren en na te denken over de veelgebruikte ’tegel’wijsheden (‘je kunt niets begrijpen van poëzie als je niet kunt kijken’). In ieder ander boek zou dit te veel zijn geweest, maar in dit verhaal werkt het. Misschien omdat de moeder en de zoon in een wereld zonder regels met elkaar praten. Er is geen tijd, er zijn geen dagen, niemand heeft de regie. Of misschien omdat de oneliners een houvast bieden dat de personages lijken te zoeken.

    Eerbetoon
    Het belangrijkste is dat Yiyan Li erin is geslaagd een monument te maken voor haar overleden zoon. Niet alleen voor hem, maar voor alle ouders die ooit een kind hebben verloren. Ook laat dit verhaal de waarde zien van een eerlijk, moedig gesprek waarbij er niets meer op het spel staat en tegelijk alles op het spel staat. Li is er met verve in geslaagd iets over te brengen wat we niet kunnen benoemen, waar we (nog) geen woorden voor hebben. Hiermee laat ze niet alleen haar eigen kracht zien, maar ook de kracht van verhalen.

  • Wie dolt hier met de dood?

    Wie dolt hier met de dood?

    Er zullen weinig boeken zijn die de lezer zo gepreoccupeerd openslaat als Zelfmoord van Édouard Levé. Kort nadat de auteur het manuscript van deze persoonlijke reflectie op de suïcide van een vriend aan zijn uitgever had gestuurd, hing hij zichzelf op. Met die wetenschap, die in flapteksten bij het origineel en in vertalingen wordt vermeld, ontkomt de lezer er niet aan het verhaal te willen interpreteren in het licht van die daad van de schrijver zelf. Was het boek een bewuste voorbereiding op zijn eigen zelfmoord? Ontstond zijn doodswens pas door wat hij opschreef? Of kwam die pas op toen hij de pen had neergelegd?
    Zelfmoord kent tal van passages die het verleidelijk maken er antwoorden in te lezen. Maar ook wie probeert dat niet te doen heeft een intrigerend boek in handen.

    Levé valt in Zelfmoord met de deur in huis: ‘Op een zaterdag in augustus kom je in tennistenue met je vrouw het huis uit. Halverwege de tuin geef je te kennen dat je je racket bent vergeten. Je gaat het halen, maar in plaats van naar de wandkast in de hal, loop je naar de kelder. Je vrouw merkt er niets van, het is mooi weer, ze geniet van de zon. Een paar tellen later hoort ze een schot’. De vroegere vriend heeft zich twintig jaar geleden doodgeschoten. Hij was 25 jaar.
    Drie dagen nadat Levé het manuscript op 5 oktober 2007 had ingeleverd belde de uitgever om een afspraak te maken voor de 18de. Drie dagen vóór die datum hing de auteur zich op. Hij was 42 jaar.

    Knikkers

    Toen de vrouw van de protagonist van Zelfmoord hem vond lag een stripboek geopend op tafel. Ze stootte het per ongeluk dicht, zodat het een raadsel bleef of dat open boek misschien als een laatste boodschap was bedoeld.
    Levé richt zich tot zijn vriend in de tweede persoon: ‘Je weet nu meer over de dood dan ik’. Hij doet dat in één lange, heen en weer springende, terugblik op diens omgang met het leven en de dood: ‘In mijn hoofd kom je tot leven in toevallige details, als knikkers die we uit een zak graaien’. Zo kunnen we al lezend geleidelijk een portret van de man krijgen: hij hield zich altijd afzijdig, was afstandelijk, somber, traag, immobiel, slim, kunstzinnig, lichtvoetig. De afstandelijkheid blijkt bijvoorbeeld uit hoe Levé over de entourage van zijn vriend schrijft. De enige namen die in het boek worden genoemd zijn die van een lid van een vroegere schoolband en van een kennis die een barbecue geeft. Hoe de vriend zelf heet komen we niet te weten. Zijn ouders, broer en zus, zijn vrouw en andere intimi krijgen geen naam en blijven daarmee anonieme figuren.

    Omgekeerd lijken zijn naasten evenmin goed te weten hoe ze met zijn dood moesten omgaan. Tijdens de begrafenis krijgt zijn broer een zenuwtoeval en valt zijn zus flauw: ‘Twee verwilderde dieren in het verdriet van je uitvaart’. De moeder kan niet ophouden met huilen en de vader, door wie de vriend zich vernederd voelde, vlucht in schuldgevoel: hij prent maniakaal de hele tekst van het stripboek in zijn hoofd op zoek naar de geheime boodschap die er wellicht in lag.

    Verzamelingen

    Levé tekent zijn vriend aan de hand van korte scènes uit de tijd dat hij hem gekend heeft. Ze vertonen enkele steeds terugkerende trekken. Liever dan over zichzelf te vertellen is hij toehoorder: ‘de vragen die je stelde, dienden om je achter het luisteren te verschuilen’. Er zijn diverse toespelingen op de omgang van de vriend met verleden, heden en toekomst: ‘het heden was je tot last’. Veelvuldig is er het gedrag waarmee hij grip wil krijgen op wat er gebeurt en op de werking van het geheugen. De vriend verzamelde achternamen, bewaarde al zijn agenda’s en herlas die, in een boekje hield hij bij wat hij allemaal had kunnen doen (wie iets meer van Levé weet moet onmiddellijk denken aan zijn Oeuvres, waarin hij ideeën voor meer dan vijfhonderd werken opsomt die nooit zijn gerealiseerd) en zelfs had hij een agenda waarin hij de dagen tot zijn dood alvast invulde. En vooral zijn er de verwijzingen naar zelfmoord. Hij bezocht een concert waarin de zanger zijn polsen doorsneed, hij kocht tweedehands schoenen die van een zelfmoordenaar blijken te zijn geweest, en hij ontwierp zijn eigen grafzerk die hij voorzag van een sterfdatum als een bizar spel met degene die de zerk zou zien: ‘Niemand anders dan jij haalde het in zijn hoofd om te dollen met de dood’, schrijft Levé.

    Alter ego?

    Wat de vertelstijl betreft valt op hoe veel Levé van Georges Perec heeft opgestoken. De keuze voor de tweede persoon (‘je’) en de willekeurige wandelingen door de stad doen erg sterk denken aan Perecs Een man die slaapt; de behoefte om verzamelingen en inventarissen aan te leggen zou zo in diens Ik ben geboren kunnen staan. En Levé gebruikt voor verlaten, vervallen plekken zelfs letterlijk de term non-lieu (door Vandenberghe enigszins hybride vertaald met ‘non-plaats’) die Perec bezigde voor de restanten van de immigratiegebouwen op Ellis Island.

    Zoals in het begin al opgemerkt is het lastig Zelfmoord te lezen zonder er verwijzingen in te willen zien naar Levé’s eigen einde. Daarover is in de kritiek veel gespeculeerd. Een interessante gedachte – maar ook niet meer dan een idee – is die dat allerminst zeker is dat de vriend echt geleefd heeft; hij zou een fictief personage kunnen zijn, een alter ego van Levé (onder andere in de op internet beschikbare studie Une analyse des jeux narratologiques dans l’œuvre troublante d’Édouard Levé). In dit verband is opvallend dat Levé, die fotograaf was, zichzelf ooit portretteerde als tweeling.

    Ook zonder het beslissende antwoord is Zelfmoord een boeiende vertelling waarin menige verwijzing naar Levé’s eigen leven en werk zijn te vinden. Het begint al op de omslag van het boek: een door hemzelf gemaakt pointillistisch portret. Zelfmoord maakt nieuwsgierig naar meer van hem, zoals zijn Homonymes waarin hij gewone mensen portretteert die dezelfde naam hebben als een beroemdheid, of zijn Pornographie waarin hij mensen fotografeert in scènes uit pornografische films met dien verstande dat ze hun dagelijkse werkkleding dragen. Op Google zijn diverse afbeeldingen te vinden.

     


    Als u behoefte heeft om te praten over zelfdoding kunt u bellen met de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0800-0113 of kijk op www.113.nl.

     

  • Oogst week 41 – 2021

    Het Martyrium

    Het Martyrium van Elias Canetti is sinds de eerste Nederlandse vertaling uit 1967 altijd wel verkrijgbaar geweest. Dat gold tot kort geleden alleen nog voor de uitgave in de stijlvolle Perpetuareeks. Voor wie de prijs daarvan een bezwaar was is er nu van dezelfde uitgever een zeer betaalbare achtste druk, net als alle vorige vertaald door Jacques Hamelink. Canetti schreef de roman met de Duitse titel Die Blendung (Verblinding) volgens eigen zeggen in één jaar in 1930. Het werk verkocht pas goed sinds de jaren zestig.

    Het Martyrium is een allegorie over het verzet van de mens tegen de macht van het Kwaad. De wereldvreemde sinoloog Peter Kien, die volledig opgaat in zijn boeken, trouwt met zijn lelijke huishoudster Therese Krumbholz. Zij stort hem, louter belust op zijn geld, in het ongeluk. Het leidt er zelfs toe dat hij zijn huis wordt uitgezet. Zijn leven blijft zich echter rond boeken en bedrog afspelen en culmineert in de beroemde scène waarin hij zijn eigen bibliotheek en uiteindelijk zichzelf in brand steekt. Een nog altijd beklemmend en aansprekend boek.

    Het Martyrium
    Auteur: Elias Canetti
    Uitgeverij: Athenaeum

    Zelfmoord

    De Franse schilder, fotograaf en schrijver Edouard Levé verhing zichzelf op 15 oktober 2007 in zijn appartement. Hij was 42. Tien dagen ervoor had hij het manuscript van zijn roman Suicide ingeleverd bij zijn uitgever.

    De nu in het Nederlands als Zelfmoord vertaalde roman (novelle) vertelt het verhaal van een 25-jarige man, waarschijnlijk een vroegere vriend van de schrijver hoewel hij in de roman naamloos is, die met zijn vrouw wil gaan tennissen. Plotseling zegt hij haar dat hij thuis iets vergeten is. Zodra hij weer binnen is hoort ze een knal. Hij heeft zichzelf door het hoofd geschoten. Er wordt betwijfeld of hij met Zelfmoord een signaal afgaf voor zijn eigen plannen om een eind aan zijn leven te maken. De coïncidentie tussen de roman en de dood van de auteur is niettemin op zijn minst intrigerend.

    Zelfmoord
    Auteur: Edouard Levé
    Uitgeverij: Koppernik

    De hooier

    ‘Timo stapte uit bed, misschien voor de laatste keer als scholier’. Het is de eerste zin van de derde roman van Ricus van de Coevering, die in 2007 veelbelovend debuteerde met Sneeuweieren. Zeven jaar later volgde Noordgeest en nu, weer zeven jaar later, is er De hooier.
    Timo zit die laatste keer te wachten op de uitslag van zijn vwo-examen en besteedt de tijd tot het verlossende telefoontje aan een terugblik op zijn leven. Daarin deed zich het ongeluk voor van Ruben, zijn broer met een verstandelijke beperking. Diens dood greep in de verhoudingen binnen het gezin diep in.

    Op een dag sloeg boer Horssen met de hooier achter zijn Fordson Dexta Ruben een blauw oog in plaats van hem te betalen voor een klusje. Timo was weggerend. ‘Ruben had wraak willen nemen, Ruben wel, hij had het nog gedurfd ook als hij de kans gekregen had, maar het ongeluk was kort daarna’.

    De hooier
    Auteur: Ricus van de Coevering
    Uitgeverij: Atlas Contact