• Deze zeereis is niet zomaar een reisverhaal

    Deze zeereis is niet zomaar een reisverhaal

    L.H. Wiener (1945) mag gerust tot de eminence grises van de Nederlandse literatuur worden gerekend. Wiener debuteerde in 1966 met verhalen in het literaire tijdschrift Tirade en heeft daarna decennialang zijn oeuvre gestaag uitgebreid. Aanvankelijk schreef hij onder de naam Lodewijk Henri Wiener, maar sinds 1980 publiceert hij onder de naam L.H. Wiener. In 1967 verscheen zijn eerste verhalenbundel Seizoenarbeid. Hoewel Wiener in de jaren daarna bleef werken aan zijn verhalen oeuvre en een groeiende groep bewonderaars opbouwde, kreeg hij lange tijd weinig aandacht van de pers. Het duurde meer dan drie decennia voordat hem erkenning ten deel viel. Voor zijn tweede roman Nestor (2002) werd hij in 2003 bekroond met de F. Bordewijk-prijs. Niet lang daarna verschenen zijn verhalen in twee gebundelde delen die door de pers gunstig werden besproken. 

    In Zeeangst vertelt L.H. Wiener over zijn zeiltocht vanuit Nederland naar de zuidkust van Engeland, die hij samen met zijn levensgezellin Ant en poes Loes onderneemt. Zijn doel is om langs de Belgische en Noord-Franse kust af te zakken richting Duinkerken om van daaruit het Kanaal over te steken. Het is echter zeker niet zomaar het zoveelste reisverhaal. Wiener is van kinds af aan een groot zeilenthousiast en vertelt daar in Zeeangst met bijzonder veel enthousiasme over. Hij gebruikt daarbij veel nautische terminologie die voor echte landrotten misschien moeilijk zijn te volgen, maar gelukkig is er een uitgebreide en verklarende woordenlijst achterin het boek opgenomen.

    Relatie tot de zee

    Zeeangst is een autobiografisch geschrift. Zelf noemt hij het deels een nautisch logboek waarin hij zijn verhouding tot de zee, de literatuur en het leven uiteenzet. Het logboek-karakter is overal aanwezig in het boek. Wat daarbij opvalt is het regelmatige gebruik van steekzinnen. Als hij en Ant aankomen in de haven van Calais noteert hij het volgende: Het Bassin de Plaisance de Calais. Klinkt mooi, is niets. Hadden niet naar binnen moeten gaan. De metalen steigers piepen door de beweging van het water, zodat je geen oog doet, dat is trouwens ook zo in Boulogne-sur-Mer, maar minder. ’ 

    Wiener beschrijft op een fascinerende manier zijn relatie tot de zee, die hem zowel afschrikt als aantrekt. Hij leidt aan zeeangst dat hij als volgt onder woorden brengt: Voor mij geldt geen liefde voor de zee, wel ontzag in een altijd sluimerende angst. En in dat ontzag en in die onderdrukte vrees begeef ik me op zee, om haar tegemoet te treden, om haar te tonen dat ik haar macht niet willoos zal ondergaan, maar die als zeiler juist naar mijn hand zal trachten te zetten, in de overtuiging dat de zee zelf willoos onderhevig is aan de oerkrachten van tij en wind, krachten die ik beide, anders dan de zee, in mijn voordeel kan aanwenden, of mijden.’ 

    Vriend en vijand

    Wiener ontkracht tegelijkertijd vele mythes over de zee alsof het een kwaadaardig schepsel zou zijn dat er op uit is om schepen schipbreuk te laten leiden. De zee is geen vijand, maar slechts een neutrale macht. Een macht die echter in staat is te vermorzelen als de mens niet goed voorbereid het ruime sop kiest. De zee blijft daarom zowel vriend als vijand voor Wiener. Een vriend die je waardeert en een vijand die je respecteert. 

    Zijn relatie met Engeland is eveneens op zijn minst ambivalent te noemen. Een echte Anglofiel is hij zeker niet. Wiener schrijft weliswaar met liefde, maar ook met kritische spot over Engeland. Wiener is op zulke momenten lekker op dreef. Hij is hoogst in zijn wiek geschoten als blijkt dat poes Loes alleen met de juiste formulieren Engeland in kan, en die zijn niet volledig. Zo krijgt Wiener opeens met de Engelse bureaucratie te maken, hetgeen een grote ergernis bij hem opwekt. ‘Regels zijn regels, de Duitsers hebben de naam, maar de Engelsen zijn erger, aangezien ze er een forse dosis hypocrisie aan toevoegen. Ik moest denken aan de vernedering van Oscar Wilde die op 20 november 1895, in gestreepte gevangeniskleding en met handboeien om, tentoongesteld werd aan het spugende publiek op het perron van Clapham Junction, in afwachting van zijn transport naar Reading Goal, hoewel in Londen avond aan avond, in twee theaters tegelijk, zijn geestige toneelstukken voor volle zalen werden opgevoerd, waarbij zijn naam als auteur op de affiches was zwartgemaakt.’ 

    Erudiete passages

    Deze passage is L.H. Wiener ten voeten uit. Hij rijgt op bijna achteloze wijze allerlei anekdotes die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben op een bijna vanzelfsprekende manier aan elkaar. Zo wemelt het in Zeeangst van de literaire terzijdes. Vooral Malcolm Lowry die Under the volcano schreef, blijkt een belangrijke invloed op L.H. Wiener te hebben. Ook veel andere schrijvers komen voorbij, waaronder Frans Kellendonk. Zeeangst werkt vooral erg goed doordat de schrijver allerlei erudiete passages over literatuur, geschiedenis en cultuur afwisselt met de nodige zelfspot en zijn oog voor het vrouwelijke schoon dat hij tijdens deze reis tegenkomt. Het maakt het lezen van Zeeangst tot een bijzonder aangenaam tijdverdrijf, waarbij de lezer veel te weten komt over zeilreizen, literatuur en de rare gewoontes van de Britten.

     

     

  • Oogst week 27 – 2020

    De hel en andere bestemmingen

    Madeleine Albright (1937) werd in 1997 de eerste vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken onder Bill Clinton. Ze was lid van de Nationale Veiligheidsraad en ambassadeur voor de VS bij de Verenigde Naties. De hel en andere bestemmingen zijn haar memoires van 2001-2019.

    Toen Albright in 2001 terugtrad als minister van Buitenlandse Zaken, werd haar gevraagd hoe zij herinnerd wilde worden. Haar antwoord: ‘Ik wil niet herinnerd worden, ik ben er nog steeds en ik wil dat elke fase van mijn leven spannender is dan de voorgaande.’

    Sinds die tijd houdt ze zich bezig met schrijven, lesgeven, reizen, lezingen geven, strijden voor democratie, opkomen voor vrouwen, campagne voeren voor politieke kandidaten en haar kleinkinderen. Ze is een strijder pur sang en met haar schrijven geeft ze een stem aan miljoenen mensen die respect verdienen, ongeacht hun gender, achtergrond of leeftijd.

    Volgens de uitgever is Madeleine Albright op haar best in dit boek: ‘openhartig, grappig, persoonlijk en serieus’.

    De hel en andere bestemmingen
    Auteur: Madeleine Albright
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    De dagen

    Willem van Toorn (1935) heeft een lange staat van dienst als roman- en verhalenschrijver, dichter en essayist. Daarnaast schreef hij de biografie van Emanuel Querido, de grondlegger van Uitgeverij Querido. 

    Onlangs verscheen van hem de dichtbundel De dagen bij uitgeverij Querido. Een bundel met heldere gedichten die hun oorsprong vinden in alledaagse ervaringen en waarnemingen. Van Toorn woont een groot deel van het jaar in Midden-Frankrijk, de dagelijkse werkzaamheden daar – zoals houthakken voor de winter, omgang met eeuwenoud gereedschap, het overtrekken van kraanvogels, krijgen soms een plaats in zijn poëzie. Weer andere gedichten ontstaan uit confrontaties met de dood, zo is daar de aanwezigheid van een overleden vader, de herinneringen van Dora Diamant aan Franz Kafka, en het delven van een graf voor een kleine hond.

    Voor zijn poëzie ontving Willem van Toorn de Jan Campertprijs, de Herman Gorterprijs en de A. Roland Holst-penning 2000.

    In het juryrapport van die laatste prijs: ‘Willem van Toorn ergert zich aan het feit dat mensen betrekkelijk machteloos staan tegenover een voortdurend veranderende samenleving, die helaas ook steeds onpersoonlijker wordt, die ons haar regels oplegt en ons een bestaan laat leiden dat we niet zelf hebben gekozen. […] Dit is wat Van Toorn bezighoudt. De melancholie om het verval, de liefde voor het landschap, het ironisch geamuseerd zijn, het meegevoel, het verlangen om iets vast te houden in taal […] De taal overleeft.’ 

    De dagen
    Auteur: Willem van Toorn
    Uitgeverij: Querido

    Zeeangst

    Als jongetje van dertien was schrijver L.H. Wiener bijna verdronken, of zoals hij het zelf zegt, had hij, ‘het verdrinkingsproces zo goed als geheel ondergaan.’ Deze gebeurtenis heeft de zee tot zijn vijand gemaakt, die aldus bestreden moet worden. In zijn logboek Zeeangst doet Wiener daar verslag van. Wiener maakte als schipper met zijn vriendin en hun poes een zeiltocht langs de Engelse zuidkust en het eiland Wight.

    Naast een logboek is het ook een scheepsjournaal van een schrijver die een glas whisky brengt naar het graf van Malcolm Lowry, een saluut brengt aan Virginia Woolf. Inzake de poes die meevaart, spreekt de schrijver ook Paul Leéautaud nog aan.

    Achterin is een mooie lijst met zeilbegrippen opgenomen, zoals: ‘zeemijl – nautische afstandsaanduiding: 1.852 meter’. Dat maakt het meevaren als lezer inzichtelijker.

    Zeeangst
    Auteur: L.H. Wiener
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim