• Oorlog in gecamoufleerde taalexplosie

    Oorlog in gecamoufleerde taalexplosie

    Bij de toekenning van de P.C Hooft-prijs 2024 aan Astrid Lampe schrijft de jury in het juryrapport: ‘Lampe dicht met een diabolische intensiteit over het moderne leven, in zinnelijke en ontembare taal’. Rake woorden die juist van toepassing zijn op de bundel ‘Zachte landing op leeuwenpootjes’: een verzameling verzen die de lezer op indringende wijze laat voelen hoe de wereld van vandaag in elkaar steekt.

    En die wereld blijkt kwetsbaarder dan ooit. Grenzen worden opgetrokken, prioriteiten gesteld en dreigementen geuit. In de overtreffende trap is er zelfs het allesoverheersende gewapende conflict. Is het een wereld ‘die je wist dat zou komen’ of zijn we overvallen in onze argeloosheid? Lampe zet haar gedachten hierover om in beeldende poëzie en probeert zo de dreiging te benoemen en vast te pakken. En daarmee te neutraliseren.

    in een spleet van het bergmassief
    troepen trollen samen
    onze wapensystemen
    praten met elkaar
    het voorjaar
    is door een storm tegen de grond gewerkt
    d
    e rekenkracht die het kost
    je bloei een jaar uit te stellen
    de gedachte aan veiligheid voedsel
    goede voortplanting die gedachte

    af te maken per strekkende meter mijnenveld
    breng ik het noppenfolie
    gecontroleerd tot ontploffing

    ‘Zachte landing op leeuwenpootjes’ is doordesemd van oorlog en strijd. In vrijwel alle gedichten verwijst de dichter naar het militaire domein door begrippen te plaatsen als commandostructuur, scherfvest, troepensamentrekking, schootsveld, enzovoorts. De verweving van dit jargon met de haast achteloze beschrijving van situaties en momenten maakt dat de impact van het geheel extra wordt benadrukt.

    Dat Lampe een specifieke strijd op het oog heeft, laat ze hier en daar ook door de tekst schemeren. Met kleine druppels injecteert ze de actualiteit in de schijnbare alledaagsheid en opeens stuit het oog van de lezer op ‘de Russische ziel’, ‘het datsjadorp’ of ‘de woede uit Moskou’. Net voldoende om een onbehaaglijk gevoel te introduceren: deze poëzie staat met de voeten in de klei van het hier en nu.

    Samenstellingen

    Ook zonder oorlogsdreiging vormen de verzen een ware ontdekkingstocht door het hoofd van de dichter. Lampe is een liefhebber van samenstellingen die een zweem van vervreemding oproepen: een luchtbed met een diepzeevenster/ drijft op het karma van de opblaasadem/ aan de rand van het privézwembad/ recupereert het meesterbrein. Het veelvuldig gebruik van combinatiewoorden bepaalt zowel het ritme als de richting van het gedicht.

    Verhalend over de overweldigende natuur, de kwetsbaarheid van het leven of simpelweg de verbintenis tussen mensen, iedere situatie wordt geschetst in een ‘ontembare’ taal die de lezer meeneemt en vooral de ruimte geeft om tot een eigen interpretatie te komen.

    de geliefde
    gered door de kleine salamanderkachel
    fysiek en nabij nu de markt zo nerveus

    de mok zonder oor over zeven levens heen getild
    een van de knoppen waaraan je kan draaien

    macht

    geprojecteerd op het kasjmier vloerkleed

    stug tegen de vleug in vegen
    wekt de slapende cel

    het bloemmotief
    als kleinste terreureenheid in onze natuur ingeweven
    glanst tot op de draad

    Geen interpunctie

    Lampe weet als geen ander in een salvo van korte zinnetjes zowel een gevoelige als een dreigende ondertoon over te brengen. Zonder beginkapitalen en geheel zonder interpunctie blijven de regels stromen. Het gebruik van enjambement verrast en zet meestal aan tot opnieuw lezen, omdat de verschillende overgangen ook een nieuwe betekenis kunnen opwerpen. Hier en daar een fraaie alliteratie, zowel in vorm als in klank, maken deze bundel tot een verzameling wonderlijke, intense en tegelijk innemende gedichten.

    In het slotgedicht keert de dichter terug in zichzelf, als een ‘zachte landing op leeuwenpootjes’:

    je vouwt me uit als een zeldzame-grondstoffenkaart
    tot de abc-moertjes uit het woord oorlog lostrillen
    in de flat zonder ramen
    staat het graan nu kniehoog

    een geharnast lichaam

    de volle korenaar
    die langs een rug opkruipt
    voorkookt of ik wel of niet geboren ga worden