• Diepzinnigheid in weerbarstige verhalen

    Diepzinnigheid in weerbarstige verhalen

    Maxim Osipov (Moskou, 1963) is een Russische schrijver en cardioloog. De inval van Rusland in Oekraïne was in maart 2022 voor hem aanleiding om via Armenië naar Duitsland te vertrekken. In het najaar van 2022 werd hij voor een jaar als gastschrijver aangesteld aan de universiteit van Leiden waar hij onder meer een cursus Russische literatuur geeft. In Rusland publiceerde hij sinds 2007 fictie en non-fictie. Zijn werk is in achttien talen vertaald. In 2021 verscheen in Nederland de succesvolle verhalenbundel De wereld is niet stuk te krijgen. Eind 2022 verscheen Kilometer 101.

    Kilometer 101 begint met het verhaal Sventa, een plaats in Litouwen waar de verteller van het verhaal vroeger vaak met zijn ouders naar toe ging. Hij is inmiddels over de vijftig en merkt op dat de zorgen die hij nu heeft dezelfde zijn als die hij zo’n dertig jaar geleden had: ‘1) geen vuile handen maken, geen morele concessies doen, 2) de gevangenis ontlopen, en 3) niet het moment voorbij laten schieten waarop je voorgoed je biezen moet pakken.’ Met deze opsomming is de toon voor de verhalenbundel gezet.

    Sventa is een soort inleiding want het boek bevat vervolgens twee uit verschillende verhalen bestaande delen. Het deel Luxemburg is genoemd naar een stadje in de buurt van Moskou dat vernoemd is naar Rosa Luxemburg, Duits politiek denker en revolutionair socialiste. Het bevat inclusief de novelle Luxemburg zeven verhalen. Het tweede deel van het boek heet Kilometer 101 en bestaat uit drie verhalen, die autobiografischer van aard lijken te zijn dan de verhalen in het eerste deel. Indrukwekkend zijn de ruim tien bladzijden tellende aantekeningen aan het eind van het boek met uitleg over de talrijke verwijzingen in de verhalen. In zo’n aantekening wordt bijvoorbeeld uitgelegd dat de uitdrukking ‘De honderdeerste kilometer’ in het Russisch de term is ‘die de beperkingen aangeeft in de vrijheid voor burgers om zich te vestigen waar ze willen. Tijdens de Sovjetperiode mochten criminelen en andere “ongewenste individuen”, onder wie ook de uit de goelagkampen teruggekeerde politieke gevangenen werden gerekend, zich niet vestigen in grote steden; ze mochten niet dichter dan op 101 kilometer van die steden gaan wonen.’

    Weerbarstig

    Het eerste deel van het boek is wat weerbarstiger dan het tweede, de keuze om met dit deel te beginnen is daarom opmerkelijk. Het is vooral even wennen aan de manier van vertellen van Osipov en aan de Russische cultuur, waarmee het hele boek doordrenkt is. Vertalers Yolanda Bloemen en Seijo Epema hebben er desalniettemin knap voor gezorgd dat de in het Nederlands stug aandoende Russische manier van vertellen in goed lopende Nederlandse zinnen zijn omgezet. Daarnaast hebben ze ervoor gezorgd dat bij de honderden aantekeningen aan het eind van het boek ook bijvoorbeeld zaken als Russische achternamen of bepaalde typisch Russische gebruiken die een Nederlandse lezer waarschijnlijk weinig zeggen, worden uitgelegd.

    Bij het eerste verhaal (Matthew Ivanov, Engelse opening) duurt het lang voor de hoofdrolspeler, een nieuwkomer die een schaaktoernooi heeft gewonnen, geïntroduceerd wordt en ontstaat er voor de lezer een spanningsveld tussen willen weten welke kant het verhaal op gaat of het boek teleurgesteld aan de kant leggen. Volhouden is echter het devies, want eenmaal gewend aan de wat ongebruikelijke manier van vertellen zijn er mooie verhalen te ontdekken. Cape Cod is een voorbeeld van een boeiende vertelling over het echtpaar Sjoera en Aljosja en hun zoon Leo. Ze zijn naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Aljosja is zeer succesvol: hij heeft een eigen bedrijf en een tweede huis, maar Leo maakt een keuze die zijn Sovjetouders absoluut niet kunnen begrijpen, maar die wel aangeeft dat Leo op en top geïntegreerd blijkt te zijn in zijn nieuwe vaderland.

    Absurdistische scène

    In de novelle Luxemburg gaat het over Sasja, die de as van zijn moeder in het stadje Luxemburg wil gaan begraven. Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van een vriend van Sasja, een psychiater, waardoor het verhaal, zoals wel vaker bij Osipov, een wat beschouwend karakter krijgt: ‘Haar dood maakte alleen indruk in die zin dat ik helemaal niet wist dat ze nog leefde. De kwaliteit van een geleefd leven wordt vooral bepaald door het aantal mensen dat afscheid van je komt nemen (vrijwillig dan, niet door je chef gestuurd), […].’ Omdat de naam op het graf joods lijkt (maar niet is), wordt het graf van Sasja’s moeder geschonden door neonazi’s, die eerst de door hem geplante roos stelen en een paar dagen later het graf onteren met ontlasting en hakenkruizen. Sasja besluit tegen beter weten in aangifte te doen. De gesprekken hierover op het politiebureau zijn een prachtig voorbeeld van Russische bureaucratie, maar wonderlijk genoeg lukt het de autoriteiten toch om de daders op te pakken. Sasja vervoegt zich wederom op het politiebureau en belandt in een haast absurdistische scène. De trotse politieagent biedt Sasja namelijk aan dat hij de arrestanten mag slaan, zonder dat de politie tussenbeide komt. Op dat moment beseft Sasja dat hij eigenlijk spijt heeft van zijn aangifte, omdat hij nu niet meer kan voorkomen dat de daders langdurig naar de gevangenis zullen moeten.

    Diepzinnig

    De drie verhalen in het tweede deel zijn zoals gezegd wat toegankelijker en lijken meer autobiografisch van aard. Zo is Bij ons in N. geschreven vanuit het ik-perspectief van een arts. De volksaard van de Russen komt zo mogelijk nog duidelijker naar voren dan in het eerste deel. De verhalen gaan over angst voor de dood die hand in hand gaat met afkeer van het leven, over alcoholisme en het geweld dat daardoor bestaat binnen gezinnen, over corruptie en smeergeld en over het gebrek aan coördinatie in de zorg. Toch zijn ze nergens zwaarmoedig of negatief. Osipov beschrijft het leven zoals het is en lardeert de verhalen zelfs met hilarische anekdotes uit zijn praktijk als arts. Een patiënt die succesvol twee nieuwe hartkleppen heeft gekregen, biedt hem bijvoorbeeld als dank daarvoor aan om iemand voor hem in elkaar te slaan of om eventueel in zijn plaats naar de gevangenis te gaan. De meest diepzinnige zinnen zijn aan het einde van de verhalen te vinden: ‘De recente gebeurtenissen schuiven over elkaar heen, stapelen zich op, wat gebeurd is vermengt zich met wat nooit gebeurde, maar wat ver in het verleden ligt […] voelt als nabij en vol geluk – nog meer dan toen, oneindig veel meer […].’

    Kilometer 101 is een boek om af en toe even weg te leggen om het gelezene te laten bezinken. Wellicht is het zelfs een goed idee om te beginnen met de verhalen uit het tweede deel van het boek. Wanneer je eenmaal gewend bent aan de stijl valt er namelijk genoeg te ontdekken, te verwonderen en te genieten, onder meer van de bijzondere personages, waarvan sommige niet zouden misstaan in een complete roman. Hopelijk vormen de successen die de verhalenbundels zijn geworden een aanleiding voor Osipov om zijn oeuvre daarmee uit te breiden.

     

  • Fotosynthese 25 – Gulag

    Fotosynthese 25 – Gulag

     

    Een klik op de foto toont de (actuele) achtergrond in zijn geheel.


    De documentaire die ik zat te kijken was bijna afgelopen toen er werd aangebeld. Ik zette de TV op de pauzestand. Even later was het alsof het (onbelangrijke) gesprekje aan de deur mijn aandacht had vrijgemaakt voor nieuwe interpretaties: toen ik in de kamer terugkeerde riep het stilstaande beeld ineens een ander bij me op, dat ik ooit had gezien op de expositie Meer licht in De Fundatie in Zwolle. Daar hing de foto van kalme golven bij Zeebrugge, gemaakt door Gert Jan Kocken. Het bijschrift maakte dat je ineens ontregeld werd: ‘On March 6th 1987 the Herald of Free Enterprise capsizes just outside the harbour of Zeebrugge killing 192 people’.

    Iets dergelijks gebeurde er toen ik de still zag op mijn scherm waarop ik de documentaire Gulag, a Life under the Sovjet System van Michaël Prazan had bekeken. De filmer volgt daarin de reis van de kleindochter van een man die onder Stalin naar de goelags was verbannen. In het stilstaande beeld zag ik ineens de schoonheid van een sneeuwlandschap zoals dat waar ik wel eens met een kinderlijk plezier door heen had gewandeld na een nacht waarin een dik pak was gevallen. De hoeveelheid sporen erin wekken de suggestie dat anderen iets dergelijks deden op weg naar een oneindige verte. Maar de romantiek van het beeld verdween meteen, net als bij de foto van Kocken, toen ik me realiseerde dat het de still was in een film vol gruwelijkheden die ik had bekeken tot de deurbel ging.

    De strafkampen van Stalin zijn in het Westen het meest bekend geworden door De Goelag Archipel van Aleksandr Solzjenitsyn, dat in de jaren ’70 van de vorige eeuw in het westen verscheen. Goelag was een Russisch acroniem voor een stelsel van straf- en werkkampen in Siberië. In de 19de eeuw stuurden de tsaren er (in hun ogen) criminelen naar toe. Vooral onder Stalin kon je er voor het stelen van een brood al naar toe worden verbannen, maar vooral als je als ‘vijand van het volk’ werd gezien. In toenemende mate werden de kampen ingezet voor de winning van goud, tin, hout en steenkool en werden de ‘ongewenste elementen’ daar afgebeuld. Het grootste gebied met dergelijke werkkampen was de Kolyma, genoemd naar de rivier die er doorheen loopt.

    Ik leerde zelf het onderscheid tussen Kolyma en de rest van Siberië pas maken toen ik kennis maakte met Berichten uit Kolyma van Varlam Sjalamov. Kolyma was het meest barre deel van Siberië en geen man schetste dat beter dan hij. Solzjenitsyn (die elders in Siberië gezeten had) schreef over Sjalamov ‘dat hij en niet ik de bodem heeft bereikt van de verdierlijking en de wanhoop waar het kampbestaan ons naartoe trok’. Sjalamov zat tweeëntwintig jaar vast, vijf jaar in de Oeral en zeventien in Kolyma. Hij werd voor het eerst gearresteerd toen hij 22 was en herkreeg pas definitief zijn vrijheid op zijn 47ste (hij overleed in 1982). Zijn Berichten bestaat uit fictieve verhalen over het leven in Kolyma.

    Onder de ballingen in de verschillende kampen bevonden zich veel kunstenaars. Die hadden geen enkele vrijheid  om te schrijven, te componeren of te tekenen. Toch zijn er opzienbarende scheppingen ontstaan. In het gruwelijke Kolyma was dat vrijwel niet mogelijk . Heel bijzonder vind ik daarom wat Vsevolod Zaderatsky in Kolyma presteerde. Van hem zijn de 24 Preludes en fuga’s voor piano overgeleverd, die hij had gecomponeerd op stukjes papier die hij vond of telegramvellen die hij af en toe van een bewaker lospeuterde, zonder dat hij een muziekinstrument, laat staan een piano, bij de hand had.

    Sjalamov schreef aan het eind van zijn ballingschap al wel gedichten, maar zijn verhalen zette hij pas op papier toen hij weer was vrijgelaten. Uit één daarvan, Grafrede, weten we dat er minimaal één Nederlander in Kolyma zat. In dat verhaal beschrijft Sjalamov een aantal doden. Veel alinea’s beginnen hetzelfde: ‘[Naam] is dood’. Tussen al die namen: ‘Frits David is dood. Hij was een Hollandse communist (…) Hij had mooi krulhaar, blauwe ogen en een kinderlijke mond (…) Frits David was de eerste van ons transport die een pakket ontving. Zijn vrouw had het uit Moskou gestuurd. In het pakket zat een fluwelen kostuum, een nacht hemd en een grote foto van een knappe vrouw (…) Frits David is gek geworden en ze hebben hem ergens heen gebracht. Zijn nachthemd en de foto werden meteen de eerste nacht al gestolen (…) waarom, wat had iemand aan een foto van een onbekende?(…) “Dat is niet zo moeilijk te raden” [zei een pientere gespreksgenoot]. Die foto hebben de criminelen gestolen voor een seance, zoals ze dat zelf noemen. Voor zelfbevrediging, mijn naïeve vriend”…’ (vertaling: Marja Wiebes en Yolanda Bloemen).

    Af en toe lees ik nog altijd een paar verhalen in Berichten uit Kolyma. Er komt dan een moment dat ik het boek weer dicht vouw en op Spotify de 24 Preludes en fuga’s beluister. Met gesloten ogen zie ik de sneeuwvlakte.

     

    Fotograaf: Gert Jan Kocken


    Fotosynthese is een door Rudy Kousbroek geïnitieerd genre waarbij beeld en tekst een verbinding aangaan.

     

  • Bats, en klaar is Kees

    Bats, en klaar is Kees

    Steen, schaar, papier is een spelletje met de handen, een nulsomspel, een soort kop of munt, elk kind kent het. Een van de verhalen van Maxim Osipov heet, ‘Steen, schaar, papier’. Waarin een oudere vrouw Ksenia Nikolajevna Knysj, de schoolmeester Sergej Sergejevitsj en Roxana, een zwijgzame jonge vrouw, de rol van een van deze handgebaren vertegenwoordigen. Onder het communisme deed Ksenia ‘haar plicht op de grens van geloof en ongeloof, net als iedereen.’ Na het communisme bekeert ze zich tot het christendom. Haar dochter verwijdert zich van haar, sterft jong. Dat is de schuld van de intellectuelen, van de schoolmeester. Hij heeft de geest van haar dochter met literatuur vergiftigd. Literatuur maakt de wereld groter en laat angstige moeders achter. Angst is als een knijper op je neus, je stikt langzaam.

    Ksenia bezit een restaurant, laat veel mensen voor zich werken die nooit worden uitbetaald. Ksenia draait met alle winden mee. Zij is de steen, niets beklijft. Roxana is bij haar in dienst. Dan belandt Roxana in de gevangenis. De man die haar belaagde stak ze dood. Ksenia bezoekt haar, neemt worst mee, wat Roxana niet belieft. Ze wordt daarom door Ksenia bewonderd, want heeft een vrouw in zo’n situatie iets te willen? ‘Ze wil op Roxana lijken, op haar niveau staan. Gaat dat lukken? Ksenia voelt zich dom en oud naast dit plotseling volwassen geworden kind: haar daad heeft haar tot onbereikbare hoogten opgetild, tot dicht bij het mysterie! Ksenia heeft zich heel haar leven in allerlei bochten gewrongen, altijd maar in de weer, gissend, stapje voor stapje vooruit schuifelend, onderhandelend met al die… en bij Roxana, bats, en klaar is Kees. Helemaal zelf! Ze heeft haar eigen lot in handen genomen, de rechtbank, de straf!’ Ja, bats, door roeien en ruiten om de wereld open te breken.

    Osipov schrijft dicht op de huid van de menselijke verhoudingen, forceert een denktrant, negeert aannames. Een nieuw pad dat gegaan moet worden, ja, ja. Stilzwijgend (als houd ik de adem in) lees ik door. Hoe Roxana de Islam aanhangt. Ksenia dat ook wil. ‘Ksenia heeft nog nooit iemand zo geloofd als haar nu.’ Waarom de USSR uiteen is gevallen, dat weet Roxana, ‘Ze hebben teveel naar het Westen gekeken. Naar het duivelse Westen. Ze werden ontrouw aan hun voorbestemming.’

    En dan de schoolmeester, man van het papier, hij heeft het laatste woord: ‘En tenslotte, ik ben vrij.”Verheug je in de eenvoud van je hart, verheug je vol vertrouwen en wijsheid,” zeg ik tegen de kinderen en mezelf. Ik heb dat niet zelf bedacht, maar wel zo vaak herhaald, dat het ook van mij is. Het hoort net zo bij mij als slaperige kinderen in de klas, Russische literatuur en heel Gods mooie schepping.’ Na deze laatste regels sluit ik het boek, staar voor me uit. Om een verhaal van schuld en boete zo te eindigen is haast als een verlossing. In Osipovs verhalen is de wereld hoe dan ook niet stuk te krijgen. Overrompelende verhalen, geweldig boek.

     

    De wereld is niet stuk te krijgen / Maxim Osipov/ 380 pag. / Vertaling: Yolanda Bloemen en Seijo Epema / Van Oorschot


    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met het OV.

     

     

  • ‘We zitten niet in een roman van Dostojewski.’

    ‘We zitten niet in een roman van Dostojewski.’

    De Russische mens stuntelt door het leven vol leugens, bedrog, corruptie en gemarchandeer. Hij aanvaardt uiteindelijk wat er aan ellende op zijn pad komt, want het kan altijd erger. Dat is de toon van de verhalen in het pas verschenen De wereld is niet stuk te krijgen van Maxim Osipov. Het is een bundeling van dertien verhalen (het Voorwoord, dat eigenlijk ook een verhaal is meegerekend) van de in 1963 in Rusland geboren en deels in Amerika opgeleide cardioloog en muziekkenner. Een mooi voorbeeld van die omgang van de Rus met zijn dagelijkse omstandigheden vinden we in het verhaal De zigeunerin. Daarin vertelt een arts die zijn werk best interessant vindt, maar er nauwelijks aan verdient, hoe hij zijn inkomsten aanvult door patiënten naar Amerika te brengen. Daar kunnen ze een betere behandeling krijgen en bovendien levert het hemzelf zeshonderd dollar op.

    Met de zigeunerin uit de titel vliegt hij naar Portland en vertelt in een bijna kolderiek verslag hoe die reis aanvankelijk naar het verkeerde Portland (er ligt een stad van die naam in Oregon en in Maine) voert en gepaard gaat met gehannes op luchthavens en met douanepersoneel, ongemakken in het vliegtuig en karikaturale verschillen tussen Rusland en Amerika. En als klap op de vuurpijl rijdt de arts, weer terug in Rusland, met zijn auto tegen een muur waardoor zijn zeshonderd dollar opgaat aan reparaties. En toch: wachtend tot de auto gemaakt zal zijn en op de koptelefoon luisterend naar Mendelssohn, realiseert hij zich dat hij gelukkig is.

    In bijna alle overige verhalen blijken de personages die weldadige berusting in hun lot te voelen terwijl de macht van de boven hen gestelden zich tegen hen keert en, hoewel iedereen voor de wet gelijk is, sommigen – om met Orwell’s Animal Farm te spreken – méér gelijk zijn dan anderen: ‘Om het even of het nou in Moskou, Petersburg of de provincie is, het leven is angstaanjagend. Laat ik zeggen, óók angstaanjagend. In het leven komen dingen voor waar je onmogelijk over kunt schrijven (…) Maar daarna wordt het dag, en verschijnen de vogels weer. De vogelen des hemels, de tamme en de wilde vogels, vogels van allerlei pluimage. De wereld is niet stuk te krijgen, wat er ook gebeurt. Zo zit hij in elkaar’.

    De wereld is niet stuk te krijgen zit vol zelfspot en ironie over de lotgevallen van de mens. En uiteindelijk concluderen de personages van Osipov dat ze eigenlijk gelukkig zijn.

    Kraaien

    Veel van de vertellingen, vooral de langere, hebben een absurdistische inslag en een springerige cadans: de verhaallijnen volgen zelden een lineair verloop. De lezer krijgt de gebeurtenissen voorgeschoteld vanuit de steeds afwisselende gedachtenwerelden van de personages en niet altijd in chronologische volgorde. Daardoor weet hij soms niet meteen vanuit wiens perspectief iets wordt opgemerkt. Dat perspectief kan zelfs binnen korte alinea’s ineens wisselen. Daar komt bij dat de verhalen vol speelse verwijzingen zitten naar merendeels Russische literatuur en muziek die Nederlandse lezers niet meteen herkennen. Gelukkig geven de vertalers daar verklarende noten bij.

    De perspectiefwisselingen zijn bijvoorbeeld sterk in het verhaal Een renaissanceman over een ‘boss’, een rijke zakenman van het bedrijf Trinity. We horen via een pas aangenomen assistent hoe een muziekleraar en een historicus (de een geeft hem pianoles, de ander Bijbelleer) over hun opdrachtgever denken, afgewisseld met de gedachten van die assistent en de baas zelf. De boss zelf doet maar wat; hij kan nauwelijks piano spelen en steekt van de Bijbel weinig geschiedenisbesef op. Hij houdt zich liever bezig met kraaien uit de lucht schieten en achter de vrouwen aan zitten. Het levert prachtige passages op, bijvoorbeeld over de verwikkelingen nadat hij één van die liefdes, Lora, La voix humaine van Poulenc (gebaseerd op het beroemde stuk van Cocteau) heeft horen zingen. De gedachtenwisselingen tussen Lora en hem verlopen deels in de vorm van citaten uit de tekst van Cocteau/Poulenc. Dat doet meteen denken aan hoe Osipov in een interview in de Los Angeles Review of Books ooit over zijn verhalen zei: ‘Net als een sonate moet een kort fictiewerk veel elementen comprimeren en worden opgebouwd uit veranderingen in ritme, tonaliteit, enz. Dat zijn de aspecten die het verhaal drijven – niet het onderwerp’.

    Dood en moord

    Die verwantschap met muziek valt ook op in de tempi van sommige verhalen. Zo wisselen in Steen, papier, schaar langzame delen en snelle passages elkaar af. In dit verhaal dat zich afspeelt op Internationale Vrouwendag (een soort Moederdag in Rusland),  lopen diverse verhaallijnen door elkaar. Ze wervelen echter allemaal op één of andere manier rond de omgang tussen mannen en vrouwen. Centraal staat de gescheiden Ksenia. Ze bezit een huis annex restaurant en heeft als buurman een leraar Russische taal- en letterkunde, die Ksenia’s dochter Vera les heeft gegeven. Vera is enkele jaren daarvoor overleden en dat belast zowel de moeder als de leraar met een schuldgevoel. Verder is er Roxana, een vrouw uit Tadzjikistan, die bij Ksenia in dienst is en op zeker moment de burgemeester heeft vermoord toen die haar wilde verkrachten. Ksenia en Roxana groeien naar elkaar toe. Het verhaal voert de lezer langs de Russische rechtspraak (‘De rechtbank is meer voor plezier dan voor zaken’) en tekent een bijzonder intelligente Roxana. Als ze dreigt te worden uitgezet naar haar geboorteland neemt Ksenia het voor haar op. Steen, papier, schaar is (naast De mijnstad Eeuwigheid) het verhaal dat de meeste toespelingen op de Russische literatuur bevat. Niet alleen omdat de buurman het vak doceert, maar ook omdat Roxana veel gelezen blijkt te hebben. Het leidt tot komische taferelen, bijvoorbeeld als Ksenia tijdens een bezoek aan Roxana in de gevangenis voor haar op de knieën valt en van haar als reactie krijgt: ‘We zitten niet in een roman van Dostojewski, sta nou op. Kom overeind, heeft u gedronken of zo?’

    Oidipus

    De mijnstad Eeuwigheid is net als Steen, papier, schaar, een raamvertelling. Hoofdpersonage Alexander Ilvjev is dramaturg. Hij heeft van zijn arts te horen gekregen dat hij nog maar kort te leven heeft. Die arts hoort niets meer van zijn patiënt die wel van de aardbodem verdwenen lijkt, maar hij ontdekt wel een schrift dat deze Alexander waarschijnlijk bewust heeft laten liggen. Daarin heeft hij zijn wederwaardigheden in het stadje Eeuwigheid beschreven. Mocht de lezer zich afvragen of het een verzonnen naam is: ‘plaatsen met de naam Eeuwigheid kun je op de kaart vinden. En niet alleen Eeuwigheid, ook Geluk, Trouw, Moed’.
    Alexander – troetelnaam Sasja – is in het mijnstadje een theater gestart dat allerlei klassieken als Hamlet en Oidipus speelt in de hoop dat de communistische inspecteurs het gezelschap daarvoor niet zullen bestraffen. Er komt een eind aan als het stadje wordt opgeheven. De officiële verklaring is dat de mijnen te weinig opbrengen. Pas veel later hoort Alexander de echte reden. Eeuwigheid wordt gebruikt voor rakettesten. De politiek heeft zich opnieuw weinig aan burgers gelegen laten liggen. ‘Maar de oorlog is toch voorbij’, denkt Alexander. ‘Voor sommigen wel’, hoort hij anderen verzuchten.

    Hulde tenslotte aan de vertalers. Je zou als lezer die geen Russisch kent misschien graag willen weten wat er in het origineel staat bij teksten als ‘lul-de-behanger’, ‘van de pot gerukt’, ‘vooruit met de geit’ en ‘genoeg geouwehoerd’ of in het geval van taalgrapjes als ‘Sasja was sowieso in zijn sas, ja’. Maar het taalgebruik is zo soepel en passend in de context dat je geen moment het gevoel krijgt dat de vertalers van De wereld is niet stuk te krijgen niet trouw zouden zijn gebleven aan Maxim Osipov.