• La vita è bella in een Poolse kelder

    La vita è bella in een Poolse kelder

    Op 1 september 1939 viel Hitler Polen binnen. Kort ervoor was tussen Duitsland en de Sovjet-Unie het Molotov-Ribbentroppact gesloten, waarbij de twee landen in het geheim Polen onder elkaar hadden verdeeld. Tegen deze achtergrond speelt het leven zich af in de onlangs vertaalde roman Een zomer in Venetië van de Poolse schrijver Włodzimierz Odojewski (1930-2016). De roman verscheen in 2000 in Polen en is het eerste in het Nederlands vertaalde werk van de hier onbekende Odojewski.

    We zien door de ogen van de tienjarige argeloze Marek hoe de oorlog een kinderwereld binnendringt. Er zijn gebeurtenissen die naar de Duitse inval vooruitwijzen, tekens die wij als lezer direct herkennen, maar die de jonge Marek niet weet te duiden. Ze roepen alleen vragen en onzekerheden bij hem op.

    Excentrieke tante
    We maken kennis met Marek als hij klaar is om voor het eerst naar Venetië op vakantie te gaan. Hij verlangt erg naar die stad waar hij, bijna als enige van zijn familie, nog nooit is geweest en die hij romantiseert door het vele dat hij er over heeft gelezen, daartoe aangezet door zijn liefste tante, Barbara.
    De teleurstelling is groot voor Marek als die vakantie niet doorgaat; zijn vader vertrekt en zijn moeder heeft geen tijd meer. De ouders bereiden zich voor op de komende Duitse invasie, maar dat ontgaat de kleine jongen volkomen. Als alternatief voor de reis naar Italië wordt hij met enkele andere kinderen ondergebracht in het dorp P op het landgoed van tante Weronika. Daar valt hem op dat er vooral vrouwen zijn; de mannen zijn gemobiliseerd. Hij verwacht niet veel van die tante, zij staat als excentriek bekend: ze rent elke morgen, naar de adviezen van dokter Kneipp, naakt door bedauwd gras, wandelt bij maanlicht, verzamelt kruiden en hangt de leer van de 16de-eeuwse arts en astroloog Paracelsus aan.

    Ooit heeft Weronika een kuuroord willen maken van haar landhuis, maar zover is het nooit gekomen. De eenzaamheid en teleurstelling van Marek worden geleidelijk aan draaglijker als hij meisjes van zijn leeftijd treft en zijn liefste nichtje en later zelfs tante Barbara naar het landgoed komen. Toch loopt de jongen hier opnieuw tegen de tekenen van een oorlog op, zoals wanneer zijn oudere broer Wiktor met verhalen terug komt van een kamp en enkele dagen later zijn vader met piepende banden het erf op komt rijden, maar ook meteen weer verdwijnt. In P ziet Marek soms drommen vluchtelingen langs trekken, de ene keer op de vlucht voor de Duitsers en de andere keer voor de bolsjewieken.

    Pingpongtafel
    Het verhaal neemt een wending als Marek, een van de katten van tante Weronika achterna rennend, in de grote kelder onder het huis terecht komt en daar water ziet opborrelen. Hij roept naar de anderen dat hij een bron heeft ontdekt. De erop volgende dagen wordt de plas water in de kelder alsmaar hoger en hoger tot tante Barbara roept: ‘Morgen gaan we naar Venetië’. Er groeit dan een fantasie die in de verte doet denken aan de film La vita è bella van van Roberto Benigni uit 1997 waarin een vader zijn zoontje voor de verschrikkingen van een concentratiekamp probeert te beschermen door te doen alsof alles een spel is. Iedereen gaat mee in de fantasie van een Venetië in de kelder. Er worden planken neergelegd op het water, bruggen gemaakt van stoelen, de pingpongtafel wordt het San Marcoplein en er worden lampions opgehangen. Er wordt zelfs muziek gemaakt door het jongetje Naumek, die iedereen betovert.

    Ook tante Weronika speelt het spel mee. Ze vertelt over haar geloof in de theorieën van Paracelsus naar aanleiding van een droom die ze had. Daarin werd ze uit een storm gered door muziek. Op de vraag van Marek hoe muziek je kan redden, zegt ze: ‘Muziek, beste jongen, is in dit geval onze verbeelding. Het had ook poëzie kunnen zijn. Of de sterren, de zonsonder- en zonsopgangen die elkaar opvolgen, zonder dat we daar invloed op hebben’. Het meisje Zuzia begrijpt haar: ‘Het is oorlog. We zouden eigenlijk moeten huilen. Maar wij bezoeken Venetië.’ Marek is daarmee ook overtuigd en besluit zich te verdiepen in de leer van Paracelsus van wie Weronika haar wijsheid heeft. En passant stelt hij zijn mening over die excentrieke tante bij: iemand die zulke wijze dingen leest kan niet gek zijn.

    Een zomer in Venetië is een vertederend boekje over de argeloosheid van een kind in een wereld vol dreiging en de redding die de verbeelding biedt. Het is mooi dat het negentien jaar na de verschijning in Polen nu in het Nederlands te lezen is.

     

  • Oogst week 16

    Een zomer in Venetië

    In de oogst van deze week een kleine roman van de Poolse schrijver Włodzimierz Odojewski, evenals van de Duits/Franse schrijfster Cécile Wajsbrot, nagelaten werk en brieven van Franz Kafka en het laatste deel uit de Cazelets-reeks.

    Włodzimierz Odojewski (1930-2016) schreef vele romans, verhalen, theaterstukken en gedichten. Zijn werk werd onder meer in Frankrijk, Duitsland en Spanje vertaald. Een zomer in Venetië is het eerste boek van Odojewski dat in het Nederlands vertaald is.

    Een zomer in Venetië gaat over het negenjarige jongetje Marek dat op vakantie gaat naar Venetië. Hoewel hij pas negen is, weet hij alles over de stad. Maar de zomer van 1939 heeft andere verrassingen voor hem in petto. Vanwege de dreigende oorlog moet hij in Polen blijven en wordt hij naar zijn tante Weronika op het platteland gestuurd. In haar landhuis ontdekt hij op een dag een plas water in de kelder, die snel groter wordt. Een heilzame bron!

    Zijn lievelingstante Barbara gaat meteen met dit idee aan de slag. Stoelen worden bruggen, de pingpongtafel wordt het San Marcoplein. En terwijl buiten uit de blauwe lucht de eerste bommen vallen, beleeft Marek onder de lampionnen in de verduisterde kelder een reis die het echte Venetië ver overtreft.

    Een zomer in Venetië
    Auteur: Wlodzimierz Odojewski
    Uitgeverij: Querido

    Caspar David Friedrichstrasse

    Tijdens de oorlog waren de ouders van Cécile Wajsbrot naar Frankrijk gevlucht waar zij in 1954 als dochter van Poolse joden in Parijs geboren werd. Tegenwoordig leeft ze afwisselend in Parijs en Berlijn.

    Caspar David Friedrichstrasse is een bitter relaas van een leven voor en na de muur in Berlijn. Over levens die verscheurd werden. De Duitse kunstenaar Caspar David Friedrich (1774-1840) was een schilder uit de romantische periode. In het Berlijn van na de muur wordt een straat naar de kunstenaar vernoemt.

    Een dichter wordt gevraagd te spreken op de openingsceremonie van de straat, hij laat zich meeslepen door herinneringen aan een geliefde aan de andere kant van de muur. Midden in zijn  gepassioneerde lezing over het werk van de romantische schilder, verbindt hij heden met verleden. Dan verandert zijn toespraak in een bekentenis over een leven dat even verscheurd is als de geschiedenis van zijn land.

    Caspar David Friedrichstrasse
    Auteur: Cécile Wasjbrot
    Uitgeverij: Vleugels

    Veranderingen

    Voor de trouwe  Cazalets lezers is er goed nieuws (of niet). Het vijfde en laatste deel van de Cazalets-serie van Elizabeth Jane Howard (1923-2014) is verschenen. Op zesendertigjarige leeftijd debuteerde Howard met The Beautiful Visit. Na een aantal mislukte huwelijken maar wel succesvol als schrijfster, werd ze de tweede vrouw van Kingsley Amis. Het was op aanraden van haar stiefzoon, de schrijver Martin Amis dat Howard in 1982 begon aan de romanreeks geënt op haar eigen familiegeschiedenis, de Cazalets.

    In het vijfde en laatste deel Veranderingen is het halverwege de jaren vijftig. De baronie is overleden, en met haar is een heel tijdperk voorgoed verdwenen. Hoewel de oorlog al tien jaar voorbij is, voelen de Cazelets kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen nog steeds de naschokken ervan. Veel staat er op het spel, het voortbestaan van hun geliefde Home Place, het familiebedrijf, familierelaties en huwelijken. En de nichtjes Polly en Clary proberen het huwelijk en moederschap te combineren met professionele ambities.

    Veranderingen
    Auteur: Elizabeth Jane Howard
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Brief aan mijn vader en ander proza uit de nalatenschap

    Franz Kafka (1883 – 1924) schreef voornamelijk proza, waarvan zijn romans Het proces (1925), Het slot (1926) en Amerika (1927) de bekendste zijn. Later vonden ook enkele prozavertellingen hun weg naar het grote publiek. Pas in de jaren dertig van de negentiende eeuw groeide de belangstelling voor zijn werk, dat mede dankzij zijn vriend Max Brod postuum verscheen.

    ‘Mijn schrijven ging over jou,’ luidt Kafka’s oordeel over zijn eigen literaire werk in Brief aan mijn vader. Veel van de teksten in deze verzameling alsook veel van de ‘Aforismen’ gaan over de verhouding van het individu tot de ander, de samenleving, de macht.

    Brief aan mijn vader en ander proza uit de nalatenschap bevat een keuze uit nagelaten verhalen en fragmenten. Kafka schreef de Brief vijf jaar voor zijn dood, in 1919. Opmerkelijk is dat hij de brief typte, waaruit kenners opmaken dat hij met deze brief niet enkel privé bedoeling had. Toch was de brief wel degelijk voor zijn vader bedoeld, al durfde Kafka hem niet zelf op te sturen. Hij vroeg zijn moeder de brief door te geven, maar zij weigerde. Het is een uiterst persoonlijk, pijnlijk en aangrijpend document waarin de vaderfiguur bijna mythische vormen aanneemt.

     

    Brief aan mijn vader en ander proza uit de nalatenschap
    Auteur: Franz Kafka
    Uitgeverij: Athenaeum