• Oogst week 42 -2022

    Last

    Het belangrijkste thema uit het werk van de Nederlandse, van oorsprong Surinaamse schrijfster Ellen Ombre (1948) is de mens die tussen twee totaal verschillende culturen terecht komt. Dat wordt vooral duidelijk in haar roman uit 2004 Negerjood in moederland.
    Ombre werd in 1948 in Suriname geboren en verhuisde in 1961 naar Nederland. Zij zocht jarenlang – veelal tevergeefs – naar nieuwe feiten over het vroege Surinaamse Jodendom omdat zij waarschijnlijk net als haar hoofdpersoon Lot uit haar nieuwe roman Last een nazaat is van de zogenoemde Negerjoden. Dit waren afstammelingen van de plantagehouders, veelal Sefardische Joden, en hun tot slaaf gemaakten die woonden in een zeventiende-eeuwse landbouwkolonie, Jodensavanne.

    Lot raakt in Last geïnteresseerd in deze bevolkingsgroep en de geschiedenis van Jodensavanne en zet, in navolging van haar overleden vader diens onderzoek naar het begin van het Surinaamse Jodendom voort. In de persoon van ene Erwin Nassy, de laatste rasechte Sefard in Paramaribo, stuit ze juist op het einde ervan.

     

    Last
    Auteur: Ellen Ombre
    Uitgeverij: Nijgh & van Ditmar (2022)

    Witte schuld

    Toen de Britse schrijver Thomas Harding (1968) erachter kwam dat zijn voorouders  geprofiteerd hadden van de slavernij, wilde hij daar meer over weten. Wat begon met het stellen van wat vragen binnen de familie, werd al snel een breder onderzoek naar de rol van Groot-Brittannië in de geschiedenis van de slavernij. Harding ontdekte tot zijn schaamte dat die rol heel anders was dan hij altijd op school had geleerd. Hij wist niet beter dan dat Groot-Brittannië tot de tegenstanders van de slavernij behoorde en dat het land zich juist vooral had ingezet voor het afschaffen daarvan. In zijn gesprekken met afstammelingen van de tot slaaf gemaakten bleek dat zij de echte rol wel goed kenden.

    Zijn ontdekking en zijn onderzoek waren voor Harding de aanleiding om Witte schuld te schrijven. Daarin vertelt hij het verhaal van een slavenopstand in 1823 in een voormalige Britse kolonie, het huidige Guyana. De opstand begon op een kleine suikerplantage en groeide uit tot het begin van de afschaffing van de slavernij in het Britse rijk.
    Harding vertelt het verhaal vanuit het perspectief van vier personages: de tot slaaf gemaakte Jack Gladstone, de missionaris John Smith, de kolonist John Cheveley en de politicus en slavenhouder John Gladstone, vanaf de aanloop naar de opstand tot aan het rechtbankdrama dat erop volgde.

    Witte schuld
    Auteur: Thomas Harding
    Uitgeverij: De Arbeiderspers (2022)

    De singulariteit

    Dichter en vertaler Hans Kloos (1960) was zo enthousiast over het Zweedse origineel van De singulariteit van Balsam Karam (1983) dat hij maar meteen begon met het vertalen van drie fragmenten waarmee hij de boer opging. Hij wist uitgeverij Kievenaar te overtuigen van de kwaliteit van dit boek en inmiddels is De singulariteit daar verschenen.
    De wellicht onbekende Uitgeverij Kievenaar schrijft op hun website over de uitgeefplannen:  ‘Reken de komende jaren op veel proza en iets minder poëzie, op werk van voornamelijk buitenlandse schrijvers uit heden en verleden, wit, zwart, halfbloed, en vertrouw erop dat we […] er niet voor zullen terugdeinzen een bij tijd en wijle vertwijfeling en verwarring zaaiend mensbeeld te presenteren.’

    De singulariteit (een singulariteit is volgens Wikipedia ‘in het algemeen een ongewoonheid, iets waar de normale regels of wetten niet meer geldig zijn of niet meer toegepast kunnen worden.) bestaat uit drie verschillende delen. In alle delen gaat het om vrouwen die een groot verlies geleden hebben. De vrouwen hebben allemaal met elkaar te maken, maar wat, dat wordt pas duidelijk in de loop van de roman.

    Kloos noemt De singulariteit ‘een wonderlijk, prachtig boek’. De van oorsprong Iraans Koerdische Karam woont sinds haar zevende in Zweden en schrijft in het Zweeds. Op de site van literair tijdschrift Terras staan drie fragmenten, elk uit een ander deel die een indruk geven van de inhoud van het boek en de stijl van de auteur. Ook op de website van Hans Kloos is meer informatie te vinden.

    De singulariteit
    Auteur: Balsam Karam
    Uitgeverij: Uitgeverij Kievenaar (2022)
  • Groepskenmerken houdt ongelijkheid in stand

    Groepskenmerken houdt ongelijkheid in stand

    Elma Drayer, oud-redacteur van Vrij Nederland en Trouw en huidig columnist bij de Volkskrant schreef een essaybundel onder de titel Witte schuld. De ondertitel luidt ‘Over identiteitspolitiek’ maar zou net zo goed hebben kunnen luiden:’tegen identiteitspolitiek’. Want daar gaat het in elk essay over. Drayer laat met talloze voorbeelden zien hoe het racisme-debat en andere identiteitskwesties (sexuele voorkeuren, man/vrouw-relatie) eerder leiden tot hokjesgeest en afkeer van ander-soortigen dan tot begrip en acceptatie. Ze belicht deze kwesties van alle kanten en laat duidelijk weten wat haar standpunt is: die van de redelijkheid.

    Wie hoort waar bij

    De vraag: hoe een essaybundel te bespreken waar je als blanke (correctie: witte ) man (dus vrouwonvriendelijk) telkens geneigd bent te denken: zeer juist – goed gezien – behartigenswaardig! Te vertrouwen is een wit en mannelijk recensenten-oordeel waarschijnlijk niet. Misschien helpt een citaat uit de bundel: ‘Identiteit, schreef de (..) Britse historicus Tony Judd in 2010 is een “gevaarlijk woord” zeker in de politiek. De term verwijst immers per definitie niet alleen naar wie jij zelf bent, ook naar wie daar níet bij hoort.’

    In elk essay laat Elma Drayer zien hoe slecht en zinloos het is als een groep mensen de wereld gaat onderverdelen in wij en zij (en niet behoren tot een ‘ons’). Tot welke merkwaardige taalconstructies het leidt als degenen die tot de zij-groep behoren, proberen in een goed blaadje bij de wij-groep te komen. Bijvoorbeeld door als beledigend ervaren benamingen te vervangen door andere, die vervolgens ook weer als beledigend ervaren worden omdat zij uiteindelijk – hoe je het ook draait of keert – hetzelfde benoemen.  Zo werd ‘blank’ vervangen door ‘wit’ en ‘neger’ door ‘zwarte’. Want ‘blank’ had positieve connotaties en ‘neger’ negatieve. Maar, redeneert Drayer, zo’n naamsverandering werkt alleen tijdelijk en is dus zinloos: ‘De verondersteld positieve connotatie van “blank” springt over naar wit. De veronderstelde negatieve van het n-woord naar “zwart’”.

    Daar is geen speld tussen te krijgen en te verwachten is dus dat ‘wit’ en ‘zwart’ als identiteitsbenaming hun langste tijd al hebben gehad. En, meldt Elma Drayer: ‘Onopgelost is ook nog de terminologie voor Nederlanders wier (voor)ouders kwamen uit landen als Marokko of Turkije. De handleiding Woorden doen er toe, in 2018 verschenen bij het Nationaal Museum van Wereldculturen (samenwerkingsverband Tropenmuseum, Afrika Museum, Rijksmuseum Volkenkunde en Wereldmuseum) opperde de intrigerende term “niet-zwarte mensen van kleur”. Die suggestie slaat voor zover ik kan overzien nog niet aan.’

    Toevoeging na toevoeging

    In het essay ‘Taalzuiveringen’ laat Drayer aan de hand van deze handleiding zien hoe een steeds verdere precisering en erkenning van seksuele identiteit tot onzinnige oplossingen leidt. ‘Nadat eerst “homofiel” en later “homoseksueel” uit de mode raakte, volstond aanvankelijk “lgb” – de beginletters van lesbisch, gay en biseksueel (…). Toen vroegen transpersonen om erkenning en werd het “lgbt”. Weer later wilden queers meedoen, ofwel “personen met seksuele interesses en identiteiten die maatschappelijke normen voor seksueel gedrag uitdagen”. Daarna “personen met een interseksconditie”. Zo werd het “lgbtqi”. Waarna de aseksuelen lobbyden voor toevoeging van de letter A. Laatste nieuws: ook “lgbtqia” krijgt kritiek “vanwege de westerse oriëntatie, en vanwege het gebruik van concepten die verbonden zijn aan de imperialistische en koloniale geschiedenis. Daarom moet “2S” erbij, afkorting van Two Spirit, de overkoepelende term voor “inheemse, seksuele tradities die lange tijd miskend waren binnen het antropologisch onderzoek”. Lgbtqia2s verdient volgens de handleiding de voorkeur.’

    Kleurenblindheid

    Wat wil Drayer zelf? ‘Kleurenblindheid (…) zou het streven moeten zijn. Precies de houding die antiracisme-ideologen van nu zo hartstochtelijk beschimpen. (…) Zo’n kleurenblinde samenleving komt er alleen als wij elkaar leren beoordelen op individuele talenten, kwaliteiten en verdiensten. Want het tamboereren op groepskenmerken houdt de ongelijkheid alleen maar in stand.’ Waarvan akte!