• Nobelprijs Literatuur voor Amerikaanse dichteres Louise Glück

    De verbazing was groot bij het horen van de naam Louise Glück als winnaar van de Nobelprijs Literatuur 2020. Wat in andere jaren altijd voor een stroom aan reacties zorgde bij het bekend maken van de winnaar van deze prijs der prijzen, bleef het nu opvallend rustig. Niet velen kenden haar werk, geen uitgever kon pronken met een uitgave van een vertaalde bundel van Glück. Al vertaalde Erik Menkveld in 2004 haar bundel The Wild Iris (1992), die in zijn geheel werd geplaatst in Raster#107, 2004, literair tijdschrift en voorganger van Terras.

    Dichteres en essayist Louise Glück (1943) schrijft over persoonlijke zaken, is niet politiek geëngageerd. De beweegredenen achter de keuze van de Zweedse Academie is omgeven met raadselen, gedoodverfde winnaars worden genegeerd, wat niet gezien wordt, onbekend is, werd naar voren gehaald. ‘Maar wie weet’, schreef journalist bij De Morgen Dirk Leyman op zijn tijdlijn, ‘wordt ze wel even populair als die andere, toen vrij onbekende Poolse dichteres Wislawa Szymborska, die in 1996 de Nobelprijs kreeg?’ Szymborska brak wereldwijd door nadat zij de Nobelprijs kreeg.

    Toch is Glück niet zo onbekend als wel lijkt. Eerder dit jaar kreeg ze bijvoorbeeld de Zweedse Tranströmerprijs voor haar oeuvre, enin 2003 – 2004 was ze Poet Laureate van de Verenigde Staten.

    Direct na de bekendmaking interviewde Adam Smith van Nobelpize Media de overrompelde laureaat. Glück toont zich bewust van haar onbekendheid voor velen en gaf een leestip. 

    “AS: (…) For those who are unfamiliar with your work …
    LG: Many!
    AS: …would you recommend a place for them to start, something that’s most characteristic perhaps?
    LG: There isn’t, because the books are very different, one from another. I would suggest that they not read my first book unless         they want to feel contempt, but everything after that I think [is of some] interest. I like my recent work. I would say ‘Averno’   would be a place to start, or my last book ‘Faithful and Virtuous Night’.”

     

    Dagblad Trouw citeerde een beroemde regel uit Glücks gedicht ‘Nostos’:

    “We look at the world once, in childhood.
    The rest is memory.”

     

     

    Beeld: © Nobel Media. Ill. Niklas Elmehed

     

     

  • Dissonanten

    Dissonanten

    In de rubriek ‘Mijn favoriet’ (NRC) las ik over iemand die een kunstwerk van Hugo Tieleman kocht. Bij zijn aankopen let hij er altijd op, scheef hij, of het werk harmonie heeft, ‘zoals muziek geen dissonanten mag hebben.’ Oké, dat is zijn opvatting. Maar net zomin als het leven altijd harmonieus verloopt, net zo goed mag – of misschien moet – muziek op z’n tijd dissonanten hebben om dit te kunnen uitdrukken.

    Deze opvatting speelde door m’n hoofd. Eerst bij een grote boekwinkel in de stad, waar tussen de ramsj een piano stond, met een zitje ernaast – om wat te lezen, te mijmeren of naar de piano te luisteren. Een sjofel uitziende, oudere heer in regenjas, stijl Carmiggelt, nam achter de piano plaats en probeerde wat toetsen in allerlei registers uit. Over de hele omvang van het klavier: ping, ping, ping. Als een atonale melodie.

    Het schijnt dat Beethoven altijd ritueel met zijn handpalmen over de toetsen wreef voor hij begon,
    en daar is wel wat voor te zeggen. (Christiaan Weijts)

    En toen, opeens, toen ik de hoop al een beetje had opgegeven, speelde hij vloeiend achter elkaar enkele jazznummers. Bijna was hij uit het dagelijks leven gevallen, maar hij hernam zich, zonder acht te slaan op de mensen om hem heen.

    Ik ben niet mooi meer,
    ik heb in het gesticht gezeten,
    mijn vingers staan stijf van de medicijnen,
    en toch ga ik een blues spelen op de piano
    (Rogi Wieg)

    Ik verliet de boekwinkel en liep naar het theater waar studenten van de Theatervooropleiding Amsterdam een stuk van Shakespeare zouden spelen: Troilus en Cressida. Eén van de studenten zat in een ochtendjas met tijgerprint achter een piano en speelde erop, tussen de bedrijven van zijn rol als Hector door; zoals we van oorlogsmisdadigers weten dat ze graag piano speelden. Tegen het einde van het toneelstuk zegt hij dat zijn dagtaak erop zit, de avond goed doet: Zwaard, rust, je bent verzaad van dood en bloed.

    Met een klappertjespistool wordt Hector gedood. Hij valt van de pianokruk, random wat toetsen aanrakend. Wanneer hij uit de tijd valt, de eeuwigheid in, klinkt weer een atonale melodie. Ping, ping, ping.

    de rest zijn
    afgevallen noten
    die aan het

    behang zijn
    blijven plakken
    (Henk Knibbeler)

    Dissonanten. Zoals het leven op z’n tijd zelf. Het bestaat wel, een geluidloos, teder akkoord / dat alle dissonanten samenvoegt
    (Peter Handke)

    Dat is een moment van stilte in verbondenheid. De mooiste muziek die er is, alles is op zijn plaats, in voorbeeldige harmonie
    (Wisława Szymborska)

     

     

  • De laatste gedichten en nagelaten kladjes van Wislawa Szymborska

    De laatste gedichten en nagelaten kladjes van Wislawa Szymborska

    ‘De eerste zin van een toespraak schijnt altijd de moeilijkste te zijn’, begon de Poolse dichteres Wilsawa Szymborska (1923-2012) destijds haar toespraak bij de uitreiking van de Nobelprijs 1996. Om die zin te laten volgen door: ‘Die heb ik dan in elk geval achter de rug…’ Het tekent haar bravoure en het daarvoor benodigde laconieke soort van optimisme. Het verklaart bovendien waarom zo’n geest niet te knakken was in een maatschappij waar de menselijke waardigheid gedurende het grootste gedeelte van haar leven lichtvaardig werd geschonden. De Nobelprijs maakte haar, zeer tegen haar zin overigens, op slag wereldberoemd. De Nederlandse lezer werd ondertussen goed bedeeld met vertalingen van haar werk. De bloemlezing Uitzicht met zandkorrel van de hand van wijlen Gerard Rasch beleefde vele herdrukken. Hier bleek een dichteres aan het woord die er een uitdaging in zag om van elke beantwoorde vraag een nieuwe vraag te maken, die de speelsheid had om van elk opgelost probleem een nieuw probleem te maken. Met minder zou haar intelligente, zoekende geest zich te kort hebben gedaan. Niets werd door haar als vanzelfsprekend aangenomen. Szymborska, die een broertje dood had aan praten over haar poëzie en hoogdraverij meed als de pest, situeerde ‘inspiratie’ in nieuwsgierigheid, verwondering, een bestendige toestand van ‘ik weet het niet’. Zij stond zich dan ook met reden toe zichzelf te blijven verbazen. Van grote zaken maakte zij kleine, van kleine grote. Een gedicht over zwarte gaten kon probleemloos naast een gedicht over een kiezelsteentje staan. Weldra bracht de verzamelbundel Begin en einde een bijna integrale vertaling van haar oeuvre tot dan toe. Ook de latere bundels Het moment, Dubbele punt en Hier waarin wederom Szymborska’s lichtvoetigheid, trefzekere nuchterheid, discretie, ironie en charmante scepsis op vaak verrassende wijze samenspanden, deden het goed bij het Nederlandse lezerspubliek.

    Het wekte dan ook geen verwondering dat haar volgende bundel eveneens een Nederlandse vertaling ging beleven. De titel Zo is het genoeg had Szymborska vooraf bij haar Poolse uitgeverij gedeponeerd. Spijtig genoeg heeft de dichteres de bundel echter niet mogen voltooien. Al won de titel door haar voortijdig overlijden aan kracht. Besloten werd om aan de 13 voltooide gedichten de in haar nalatenschap aangetroffen kladversies van gedichten en notities toe te voegen. Alles respectvol ontcijferd en van editietechnisch commentaar voorzien. Zodoende groeide de uitgave uit tot een pagina of 60. Echte pareltjes worden hiermee niet ontsloten, maar een en ander biedt een aardig kijkje in de keuken van de Nobelprijslaureate. Ondanks het geringe aantal voltooide gedichten zit er poëzie tussen die om een andere reden dan dat het haar laatste verzen betreft meer dan de moeite waard is:

    Er zijn van die mensen die

    Er zijn van die mensen die bedrevener zijn in leven.
    In en om hen heen heerst orde.
    Voor alles hebben zij een manier en het juiste antwoord.

    Zij raden onmiddellijk wie wie, wie met wie,
    met welk doel, waarheen.

    Stempelen unieke waarheden af,
    gooien overbodige feiten in de versnipperaar,
    en stoppen onbekende personen
    in op voorhand voor hen bestemde ringbanden.

    Denken zo veel als de moeite waard is,
    en geen ogenblik langer,
    want achter dat ogenblik loert de twijfel.

    En als ze uit hun bestaan worden ontslagen,
    verlaten ze hun post
    door de aangegeven deur.

    Soms benijd ik hen
    – gelukkig gaat dat ook weer over.
    De Poolse redacteuren mogen zich ontfermd hebben over Szymborska’s gedichten in onvoltooide staat, zelf gunde ze de door haar ongeschreven verzen op subtiele wijze de nodige eer in Aan mijn eigen gedicht:

    In het beste geval
    word je, gedicht van me, aandachtig gelezen,
    becommentarieerd en onthouden.

    Tref je het minder,
    dan alleen gelezen.

    De derde mogelijkheid is dat
    je weliswaar wordt geschreven
    maar even later in de prullenbak gegooid.

    Je hebt nog een vierde uitweg tot je beschikking:
    je verdwijnt ongeschreven,
    tevreden mompelend in jezelf.
    Met recht kan men zeggen dat deze dichteres tot het laatst toe haar geestkracht en nieuwsgierigheid onverflauwd heeft weten te behouden. Deze uitgave kent als royale toegift de DVD Einde en Begin, een zeer onderhoudende documentaire van Nederlandse makelij gebaseerd op een van de zeldzame ontmoetingen met de aandachtschuwe Wislawa Szymborska, bij wie het schalkse en gedistingeerde voortdurend om voorrang strijden. Met deze finale krijgt Szymborska de eer die haar toekomt. Al laat de ernst waarmee de snippers van haar onvoltooide manuscripten worden ontcijferd, zich niet zo makkelijk rijmen met de lichtvoetige aanpak van de dichteres. Zich omdraaien in haar graf is niet naar haar aard. Eerder zou eventuele verontwaardiging haar weg vinden in een mild ironisch vers. Hoe hoog deze elfde bundel in het oeuvre van Szymborska ook te waarderen valt, er worden geen nieuwe wegen ingeslagen. Haar werk kent daarbij ook weinig ontwikkeling. Deze elfde bundel had even goed de tiende of de zesde kunnen zijn. Waarmee vooral ook gezegd wil zijn welk een rijpheid haar gehele oeuvre kenmerkt. De lezer kan dan ook na het dichtslaan van Zo is het genoeg tevreden verzuchten: zo is het mooi geweest.

     

    Zo is het genoeg

    Auteur: Wislawa Szymborska
    Vertaald door: Karol Lesman
    Verschenen bij: Uitgeverij De Geus
    Aantal pagina’s: 61
    Prijs: € 19,95 (incl. DVD)

  • Einde en begin. Verzamelde gedichten – Wisława Szymborska

    Wisława Szymborska is een van de meest gelezen én meest gelauwerde dichters van deze tijd. Einde en begin. Verzamelde gedichten omvat de vertaling van vrijwel alle gedichten die ze sinds 1957 heeft gepubliceerd. Szymborska slaagt er telkens in zich over het meest alledaagse te verwonderen en daarin een nieuw perspectief te openen: nuchter, helder, direct en vaak met humor. In een interview met NRC Handelsblad zei ze hierover: ‘De verbazing, de verwondering mag je niet verliezen. Bij alle desillusie moeten die overeind blijven. De verwondering is de belangrijkste missie van de dichter… het is het hoofdthema van de poëzie.’
    Einde en begin is aangevuld met de bundel Het moment. De gedichten zijn vertaald door Gerard Rasch, die voor zijn vertalingen uit het Pools de Martinus Nijhoffprijs voor Vertalingen 1997 ontving.

     

    De bescheiden Poolse dichteres Wisława Szymborska (Bnin Kórnik 1923) won de Nobelprijs voor de Literatuur in 1996. Haar werk kenmerkt zich door een tedere kijk op alledaagse dingen. De gedichten van Szymborska worden vaak omschreven met termen als ‘speels’, ‘ironisch’ en ‘verrassend’. Voor haar bundel Dwukropek kreeg ze in 2006 de publieksversie van de Poolse Nike-literatuurprijs. Na de toekenning van de Nobelprijs werd ze door journalisten bestormd, deze kregen te horen dat de laureate niet graag antwoord geeft op vragen over haar leven. Bij verschillende gelegenheden zei ze: ‘Het in het openbaar spreken over zichzelf verarmt inwendig.’

    John Albert Jansen maakte een documentaire over Szymborska voor de uitzending van Het uur van de wolf van 14 juni 2011.

     

    Einde en begin. Verzamelde gedichten

    Wisława Szymborska
    Vertaling: Gerard Rasch
    Blz.: 368
    Prijs: 17,50
    Uitgeverij J.M. Meulenhoff