• Klein leed onder een vergrootglas

    Klein leed onder een vergrootglas

    De drie novelles in Winterverhalen van de Noorse Ingvild H. Rishøi (1978) hebben eenzelfde thematiek. Jonge volwassenen staan in een winterse wereld op straat, zonder geld, zonder toekomst en met de zorg voor kinderen. Schrijnend en ontroerend, maar hoopvol, want de hoofdpersonages worden steeds op het dieptepunt van hun situatie gered door een welwillende voorbijganger.

    Een prachtige en sterke thematiek, die mooi aansluit bij de kerstgedachte. In We kunnen niet iedereen helpen probeert een jonge moeder met haar dochtertje, Alexa, thuis te komen. Het is ijzig koud en het regent. Ze moeten lopend naar huis, want ze heeft net niet genoeg geld voor de bus. Wanneer haar vijfjarig dochtertje in haar broek plast, ontstaat een dilemma. Ze moet een droge onderbroek voor haar kopen, bovendien wil Alexa wat geven aan een dakloze man. ‘Hij heeft een hoody aan. Hij glimlacht. “Ik had nog wat kleingeld,” zeg ik. Ik pak mijn portemonnee en rits hem open. Achter ons begint een sirene te loeien, Alexa legt haar handen over haar oren. Dan stopt de sirene en Alexa laat haar handen zakken en ik laat de munt vallen. Dan zie ik wat voor munt het is. Maar het is te laat. Het is een munt van twintig kronen. Ik wilde er één van tien geven. Nu is het te laat.’

    Met de moed der wanhoop stapt de moeder even later met haar dochtertje een winkel binnen om van haar allerlaatste geld een onderbroek te kopen. In het pashokje, terwijl ze hannest met de onderbroek en haar dochter, trekt de wereld van haar leven in haar gedachten voorbij. De onverantwoordelijke vader van het kind, het moeizame opvoeden, en de troostrijke onbevangenheid van Alexa. In die gedachtestroom komt de hopeloosheid van haar situatie tot uiting en staat de redding van die dag achter het gordijn.

    Een vader voor zijn zoon

    De goede Thomas beschrijft de moeizame situatie van Thomas, die net vrij is uit de gevangenis. Hij wil een kussen kopen voor zijn zoontje, Leon, hoewel hij eigenlijk niet weet hoe hij dat moet doen. Toch probeert hij contact te maken met de verkoopster. Hij kent zijn zoontje nog niet, maar heeft gehoord dat hij slecht slaapt. Na zijn tijd in de gevangenis moet hij ook weer nader komen tot Live, de moeder van zijn kind. Als hij toevallig een oud schoolvriendinnetje ontmoet, raakt Live weer op de achtergrond. Hij doet en zegt steeds de verkeerde dingen en alles dreigt te ontsporen. Thomas is geen slechte jongen, alleen maakt hij de verkeerde keuzes. Hij wil zo graag, maar kan het niet.

    Flashbacks naar gesprekken met een psycholoog in de gevangenis, en herinneringen aan hoe hij Live ontmoette en hun onenightstand, geven wat achtergrondinformatie over zijn situatie. Live kende alleen zijn naam. Ze probeerde hem, de vader van haar kind, te vinden toen Leon geboren was. Helaas er zijn zoveel Thomassen. ‘En lang voor die tijd, toen ik de zevende was die Thomas heette en Live me opbelde om te vertellen dat ik vader zou worden, zei dat we moesten afspreken om te praten en het was alsof God de hele hemel opende en het allermooiste over me uitstortte.’ Die flinterdunne grens tussen wel of niet goed, beschrijft Rishøi weergaloos. Terwijl het oude schoolvriendinnetje interesse in hem toont, is Tomas op weg naar zijn zoontje, en komt te laat… Hij heeft weer de verkeerde keuze gemaakt. Dit keer echter is het lot aan zijn zijde.

    Hoopvol

    Ook Grote zus, de derde novelle in deze bundel gaat over de diepe behoefte van de hoofdpersoon om haar dierbaren te beschermen. De zeventienjarige Rebekka is met haar jongere broertje en zusje op de vlucht voor de sociale dienst. Ze hebben alle drie een andere vader en de zorg komt op Rebekka neer. Haar eigen vader is dood en de andere twee vaders zijn vaag, evenals de rol van de moeder. Rebekka doet haar best en blijft de kinderen aansporen en hoop geven. Na een lange moeizame tocht in een ijskoude nacht met rugzakken en vermoeidheid, besluit ze te gaan liften, op het gevaar af herkend te worden.
    ‘”We gaan met de auto,” zeg ik. “Echt?” vraagt Mikael. “Ja,” zeg ik. “Is dat niet fijn?” “Heel fijn,” zegt Michael. “Dan kun je nu even zitten om uit te rusten,” zeg ik. “Zoals Mia doet.” Mikael gaat zitten. Mia leunt met haar voorhoofd tegen haar knieën. Ik leg uit dat ze niets moeten zeggen in de auto. Niet hoe ze heten, niet waar ze heen gaan. “En Mia,” zeg ik. “Je moet de hele tijd je capuchon ophouden.” Mia zegt niets. “Als het iemand is die veel vragen stelt, dan stappen we weer uit,” zeg ik.’

    En dat doen ze ook, als een vrouw die voor hen stopte te veel interesse in hen toont. Het drietal ploegt opnieuw door de sneeuwnacht op weg naar een schuilhut waar Rebekka goede herinneringen aan heeft. Ze redden het niet, tot de vrouw die toch goede bedoelingen had terugkomt.

    Het zijn de kleine en hoopvolle overwinningen en onverwachte goedheid van vreemden die deze verhalen zo sympathiek en ontroerend maken. Alsof de auteur wil zeggen, ze zijn er heus wel hoor, de mensen die nog een hart hebben en bereid zijn een ander te helpen.

    Ingvild H. Rishøi is geboren en getogen in Oslo. Winterverhalen dateert uit 2014. In 2022 verscheen de roman Stargate, ook vertaald en uitgegeven door Koppernik. Het is een kerstvertelling en een klein meesterwerk vol realistische magie, in de traditie van H.C. Andersen. Rishøi wordt gezien als een van de belangrijkste schrijvers van Noorwegen en haar werk werd meermalen bekroond met prestigieuze prijzen.

     

     

  • Oogst week 47 – 2023

    Mannen in de zon

    De Palestijn Ghassan Kanafani is schrijver en politiek activist. Hij werd geboren in 1936 in Akko, in het noorden van Israël, en kwam in 1973 in Beiroet om door een autobom. In de drie jaar voor zijn dood – hij had toen al meer romans en verhalen gepubliceerd – was hij woordvoerder van het Volksfront voor de bevrijding van Palestina. Zijn debuutroman verscheen tien jaar vóór zijn dood: Mannen in de zon. De roman, nu vertaald in het Nederlands, is het gruwelijke vluchtverhaal van drie Palestijnse mannen uit drie generaties, die in de jaren 50 van de vorige eeuw vanuit Basra in Irak illegaal naar Koeweit willen om daar werk te vinden. Dat vluchtmotief blijkt ook andere achtergronden te hebben die geleidelijk in de roman duidelijk worden. De drie mannen, Abu Qais, de oudste van de drie, Assad, de middelste en de tiener Marwan hebben elk hun eigen redenen die overigens in alle drie gevallen ook te maken hebben met de gezinssituaties waaruit ze komen en de verantwoordelijkheid die ze daarvoor voelen. Daarnaast staan ze symbool voor verschillende politieke houdingen onder de Palestijnen, van behoudend tot activistisch. Hun reis wordt verzorgd door een smokkelaar, deels in een watertank (afgebeeld op de omslag van de roman), en kent een gruwelijk einde.

    Mannen in de zon
    Auteur: Ghassan Kanafani
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Winterverhalen

    Ingvild H. Rishøi (Oslo, 1978) begon als journaliste, maar ging vanaf 2007 als schrijver publiceren, eerst twee kinderboeken en daarna korte verhalen en novellen. Drie van die novellen zijn gebundeld in Winterverhalen.  In het Nederlands verscheen vorig jaar haar Stargate, een sprookjesachtige Kerstvertelling over twee meisjes die graag een kerstboom willen hebben, maar te maken hebben met een dronken vader (zie de recensie ).
    Winterverhalen dateert al uit 2014 en is nu eveneens in het Nederlands te lezen. De drie verhalen gaan over mensen die steeds weer de rug rechten als het leven tegenzit. Het langste gaat over Rebekka, een 17-jarig meisje dat na de vondst van een onheilspellende brief die gericht lijkt te zijn aan haar instabiele moeder samen met haar broers en zussen het gezin wil redden. De interactie tussen de kinderen speelt zich af tijdens een wandeling door de winterse kou naar een schuilplaats. Via flashbacks krijgt de lezer een beeld van hoe het in het gezin zo mis kon gaan.

    Winterverhalen
    Auteur: Ingvild H. Rishøi
    Uitgeverij: Koppernik

    Vanessa en Virginia

    Vanessa Bell en Virginia Woolf waren twee zussen uit een typisch Victoriaans gezin van ouders Leslie Stephen en Julia Sackson. Na de dood van hun ouders verhuisden ze beiden naar Bloomsbury waar ze deel werden van de groep intellectuelen, schrijvers en kunstenaars die bekend is geworden als de Bloomsburygroep. Ze trouwden in die tijd met respectievelijk Clive Bell en Leonard Woolf. Schilderes Vanessa en schrijfster Virginia namen een levensstijl aan die nogal verschilde van wat hen thuis was opgedrongen, niet in de laatste plaats met betrekking tot seksuele vrijheid. Hoe ze in die wereld terecht kwamen en vooral hoe hun onderlinge rivaliteit zich ontwikkelde wordt door Susan Sellers (een van de bezorgers van de uitgaven van Virginia’s boeken door Oxford University Press) verhaald in de nu verschenen roman Vanessa en Virginia. Het boek heeft de vorm van dagboekaantekeningen van Vanessa, die drie jaar ouder was dan Virginia. Ze beginnen met herinneringen aan hun kindertijd in het gezin Stephen (waarin de twee zusjes seksueel werden misbruikt door hun stiefbroers) en gaan over in hun ontwikkeling na de dood van de ouders en hun komst naar Bloomsbury. De jaloezie tussen de twee zussen richt zich wat Vanessa betreft op het succes dat haar zus had met boeken als Naar de vuurtoren en Mrs Dalloway. Omgekeerd is Virginia jaloers op Vanessa’s gezinsleven. Uiteraard worden ook de depressies waar ze beiden last van hadden beschreven.

    Vanessa en Virginia
    Auteur: Susan Sellers
    Uitgeverij: Orlando