• Radioman en schrijver

    Radioman en schrijver

    Wim Noordhoek maakte een een keuze van honderdvijftig logs uit zijn Avondlog voor het onlangs verschenen boek Wat bleef, uit het avondlog. Het stemgeluid van Noordhoek is al jaren van de radio verdwenen. Een groot gemis, want als weinig anderen slaagde hij er in om schrijvers, musici en beeldend kunstenaars aan de praat te krijgen over wat hen bezielde. Hij begon zijn loopbaan ruim een halve eeuw geleden als redacteur van het studentenblad Propria Cures, en was – met Frits Boer – actief als oprichter van de stichting Jeugdsentiment De Jaren Vijftig en mede-samensteller van het Het Groot Gedenkboek van de Jaren Vijftig. Ook toen al werkte hij voor de radio.

    Al snel slokte de VPRO-radio hem vrijwel geheel op. In het begin veel muziekprogramma’s, later vooral uitzendingen met schrijvers, zoals Music Hall. En natuurlijk sinds 1995 het programma De Avonden. Daarnaast bleef hij wel schrijven, zij het korte stukjes. Columns in de VPRO-gids onder de schuilnaam Alex Mol en vanaf 2006 dagelijks een Weblog-tekst op de boekenpagina van de VPRO. Toen die werd opgeheven zette hij dat voort op zijn website Avondlog. 

    Vijfduizend stukjes

    Ruim vijfduizend stukjes moet hij geschreven hebben in de vijftien jaar dat hij dagelijks dat Avondlog bijhield. Hij maakte de lezer attent op oude of nieuwe kunst, architectuur, literatuur, mens en dier en alles wat hem verder interessant leek en waar hij iets zinnigs over kon melden. De logs werden gretig gelezen. Hij stopte er in 2021 mee, de benen wilden niet meer en die waren nodig voor het vele reizen waarvan het Avondlog getuigde. Veel van die stukjes waren tijdgebonden (tentoonstellingen, voorstellingen, boekverschijningen, films) maar hij heeft nu een keuze gemaakt van honderdvijftig logs die bleven.

    Het zijn ook de meest persoonlijke en inderdaad, ze blijven je bij, hoe klein ze ook zijn: zelden meer dan driehonderd woorden. Ze laten zien dat zijn werk als radio-journalist hem gemaakt heeft tot kenner van  literatuur, muziek en beeldende kunst. Noordhoek vertelt er met smaak over en kan bewonderen zonder idolaat te worden. Mooie staaltjes van beknopte vertelkunst en onderkoelde humor zijn het vaak. Een prachtig voorbeeld is dit stukje over Gerard Reve:

    Bellen met Gerard Reve

    ‘Als Gerard in Frankrijk bouwde aan z’n geheime landgoed verveelde hij zich ’s avonds en ging bellen. Joop was er niet, die sprak geen Frans en bleef in Schiedam. Zo praatte ik lang en veel met Gerard over werkelijk van alles. Een verhaal boeide hem bijzonder. Dat ik vertelde naar aanleiding van de twee legertentjes uit de dump op het Waterlooplein die ik voor hem had gekocht en die daar een zomer op de berg hebben gestaan. Ik had er eerst eentje gekocht en belde. “Niet duur,” zei ik, “35 gulden maar. Met echte legerletters erop.”

    “Koop er dan meteen nog een,” riep Gerard.
    “Waarom?”
    “Omdat ze zo goedkoop zijn natuurlijk!”

    Dit is Reve-logica. Emo Verkerk bracht ze naar Frankrijk.

    Naar aanleiding hiervan vertelde ik hem het verhaal van m’n vader over de officierscapes in het Nederlandse leger in de jaren ’30.
    Wanneer ze op oefening waren met het regiment Wielrijders, vanuit de Bredase Kloosterkazerne, en de nacht viel, konden twee officieren van hun capes een tweepersoons tentje maken. Er zaten extra knopen in die capes, waarmee je ze aan mekaar kon vastmaken. Ze hadden daartoe ook een tentstok bij zich. Gerard kreeg geen genoeg van die twee officieren in hun tentje. “Vertel nog eens…”.’

     

     

  • Lehmann een nieuwjaarsgeschenk

    Dit prille, frisse jaar werd op de vierde dag bezoedeld door bekentenissen van een falen. Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge, die de startdatum voor het vaccineren almaar uitstelde, bekende dat het in Nederland toch eerder had gekund. Het is ingewikkeld, sommige dingen wil je niet weten, het boetekleed, de pathetiek. Beter is het over de eigenzinnige Louis Lehmann te lezen, een dichter die niets van poëzie wilde weten. Een man die veel was, niets beloofde, de tango danste als geen ander en in de jaren tachtig altijd bereid was een leeg moment in een radioprogramma van de VPRO op te vullen. Zonder enige voorbereiding fietste hij dan naar de opnamestudio aan de Amstel, praatte daar over muziek en componisten. Ik herinner me die programma’s, de stem van Lehmann, hoe hij sprak, haperend. Je dacht, Wat is dit?, begon mee te stamelen, vroeg je af waar het heen ging. Lehmann klonk alsof hij niet wist waar hij heen ging. Hoorbaar zocht hij naar een vorm, doorzocht al pratende zijn geest als begaf hij zich in een ongeordende archief. In het zoeken begon hij soms gesneuvelde zinnen opnieuw, tot ze de zin werden die hij gebruiken kon.

    Een nieuwjaarsgeschenk, ik had in jaren er geen ontvangen, en hop, daar lag er eind december een in de brievenbus. Een prachtig ingenaaid boekje, kleurrijke omslag, onderwerp Louis Lehmann, waarvan dit voorjaar de biografie verschijnt. Een voorproefje, met teksten van Lehmanns weduwe Alida Beekhuis, radiomaker Wim Noordhoek, over Lehmanns relatie met de illustere uitgever Geert van Oorschot door Jaap van der Bent. Een heerlijk boekje waar je zo in verdwenen bent. Er staan gedichten van Lehmann in, tekeningen. Het voorwoord door de redactie is ondertekend met, ‘Rafimazo. Sozudagi!’ Wie zijn dat?, vraag je je af, is het een zelfverzonnen nieuwjaarsgroet? Nee, het zijn de vier lettergrepige woorden die uit Lehmans mond kwamen toen een psychiater hem naar zijn relatie met zijn ouders vroeg, woorden zonder betekenis.

    ‘Die woorden werden een tic.’, schrijft Wim Noordhoek. ‘Ze kwamen in allerlei gesprekken naar boven, vaak ongelegen. Tenslotte tikte hij ze uit, om er vanaf te komen. Vellen vol. Later las hij ze voor op de radio. Dat werd wat saai. Waarop hij zei: ‘Ik kan ze zingen ook.’ Hij zong ze op een melodie van Ellington. En inderdaad, er was er niet een bij die iets betekende. Ra-fi-ma-zo. So-zu-da-gi…’ Zoals gezegd, een heerlijk boekje. Voor wie niet wachten kan, een typisch Lehmann gedichtje: ‘Het is troosteloos / te kijken naar een waslijn / met een oneven aantal sokken // En soms, als het vochtig weer is / hangen ze er / dagenlang, dagenlang.’

    Ik kan me voorstellen dat Hugo de Jonge, die op het punt van kruisiging staat, een Louis Lehmann zou willen zijn. Een man met gevoel voor humor en gekke situaties, die dingen vergat, van zijn eigen gedichten zei: ‘Hee… heb ik dit geschreven. Merkwaardig.’ En dan doorging, improviserend. Misschien is dat voor De Jonge wel het beste, gewoon improviseren, pianospelen, de tango leren dansen.

     

     

    Het air van man, die niet begrepen is. Over dichter Louis Lehmann (1920-2012) / Nieuwjaarsgeschenk dec. 2020 / genummerde oplage van 600 exemplaren / AFdH uitgevers / Boekverzorging Martien Frijns / Redactie Jaap van der Bent & Paul Abels


    Inge Meijer is een pseudoniem, omhelst het monotone leven, wast haar mondkapjes.

     

     

  • Avond met Wim Noordhoek en Marcel van Eeden

    Avond met Wim Noordhoek en Marcel van Eeden

     

    Hagenaar ben je en blijf je. Ook al verlaat je de stad achter de duinen, hij laat je nooit helemaal los.

    Wim Noordhoek (1943) maakte deel uit van de generatie vernieuwende radiomakers, die in de jaren zestig en zeventig bij de VPRO experimenteerden met vorm en inhoud. Naast radiomaker is hij ook auteur; Muzenstraat en andere Haagse verhalen is zijn tiende publicatie.

    Onlangs presenteerde Wim Noordhoek dit boek over zijn Haagse jeugdjaren, geïllustreerd met tekeningen van beeldend kunstenaar Marcel van Eeden (1965) die evenals Noordhoek, opgroeide in Den Haag. Zowel in de verhalen als in de tekeningen spelen trams een grote rol. Hoewel Noordhoek nu in Amsterdam woont en Van Eeden in Zürich, laat dit boek zien wat hen voor altijd aan Den Haag bindt. Van Eeden met zijn levenslange project waarin hij de wereld van voor zijn geboorte tekent, met nadruk op trams, portiekwoningen, beton en de wederopbouw. Wim Noordhoek in zijn verhalen waarin de Haagse geschiedenis van voor en na de oorlog vorm krijgt. Van het zonnige vooroorlogse Kijkduin tot het naoorlogse Statenkwartier, de resten van de Atlantikwall en de wijk rond Meer en Bos. Allebei weten ze wat het is om op een grijze dag met je rug naar de wereld te staan en uit te kijken over zee.

    Journalist en radiopresentator, Jeroen van Kan gaat in gesprek met beiden.

    Er is een beperkt aantal plaatsen, dus reserveren is gewenst.

     

     

  • Oogst week 10

    Hun beloofde land

    De Engels-Nederlandse Ian Buruma, internationaal geroemd schrijver en essayist, heeft deze keer een zeer persoonlijk boek geschreven. In Hun beloofde land schetst hij het verhaal van zijn grootouders Bernard Schlesinger en Winifred Regensburg, beiden in Londen geboren kinderen van Duits-Joodse immigranten. Twee levens tijdens twee wereldoorlogen. In beide oorlogen waren zij jaren van elkaar gescheiden. Maar ze schreven elkaar, bijna dagelijks over hun leven, over kunst, muziek en hoop. Hun brieven zijn bewaard gebleven en vormen de basis van Buruma´s verhaal.

    Hun beloofde land is eerder in Engeland verschenen, de recensies zijn enthousiast. Philip Roth schrijft:

    ‘Dit is een zorgvuldig en mooi geschreven, uiterst leesbare sociale geschiedenis, op een elegante en intieme manier verteld, aan de hand van de correspondentie van de familie. Buruma beschrijft de in Groot-Brittannië geboren Joden uit de hoge middenklasse helder, met warmte en met sympathie – het zijn niet voor niets zijn grootouders – en hij maakt voelbaar hoe het was om Duits-Joodse emigranten te zijn tijdens het Engelse interbellum.’

    Op 20 maart a.s. spreekt Buruma in Spui25 over zijn nieuwe boek en gaat daarna in gesprek met Nelleke Noordervliet.

     

    Hun beloofde land
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Muzenstraat en andere Haagse verhalen

    Het duurt wel even voordat je als niet Hagenaar van die stad gaat houden. Maar fascineren doet Den Haag al snel en uiteindelijk ga je haar ook een beetje begrijpen. Hun gezamenlijke Haagse roots hebben Wim Noordhoek en Marcel van Eeden, beiden allang vertrokken uit Den Haag, aangezet tot het maken van een prachtig boekje over die stad. Dat de tram een aanzienlijke plek krijgt in deze bundel wordt direct duidelijk door het omslag en de vormgeving van de inhoudsopgave, afgedrukt als de route van de tram. Wim Noordhoek denkt met gemengde gevoelens aan Den Haag terug, maar ‘eens een Hagenaar, altijd een Hagenaar’. Hij schreef verhalen waarin de geschiedenis van Den Haag, en die van zijn familie, vorm krijgt. Over het zonnige vooroorlogse Kijkduin en het naoorlogse Statenkwartier, de resten van de Atlantikwall en de wijk rond Meer en Bos. Marcel van Eeden, die vooral tekent over de tijd van vòòr zijn geboorte in ’65, voorzag deze bundel van prachtige tekeningen.

    Wim Noordhoek (1943) is radiomaker, journalist en schrijver. Marcel van Eeden is kunstenaar.

     

     

     

    Muzenstraat en andere Haagse verhalen
    Auteur: Wim Noordhoek
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Gute Nacht, Freunde

    Duitsland is het thema in de komende boekenweek. Dat was voor uitgever, auteur en vertaler Christoph Buchwald aanleiding om een ‘geschiedenis van Duitsland in 25 boeken’ te maken. Buchwald geeft in Gute Nacht, Freunde een overzicht van de 25 Duitse boeken die volgens hem inzicht geven in het ‘dna’ van de Duitsland, haar cultuur, mentaliteit, wereldbeeld en geschiedenis. Dat overzicht beslaat ruim een eeuw: van het keizerrijk tot nu. Leesplezier voor de lezer, en de mate waarin een boek inzicht geeft in een tijdsbeeld waren voor hem belangrijke selectiecriteria.

    Buchwald nam boeken op van bekende en minder bekende auteurs. Alle boeken in zijn overzicht zijn in het Nederlands verschenen.

     

    Gute Nacht, Freunde
    Auteur: Christoph Buchwald
    Uitgeverij: Cossee

    Bloemen van het kwaad

    In dit nieuwe jaar / bidden wij dat oost en west / en de hele wereld zullen samenleven / en samen voorspoed delen’ .

    De gedachte is mooi, maar krijgt een zwarte kleur als je weet dat deze regels in 1940 geschreven zijn door Hirohito.

    Hirohito is een van de dichters die schrijver en journalist Paul Damen opnam in een bloemlezing met gedichten die geschreven zijn door dictators. Mussolini, Hirohito, Mao, Osama Bin Laden, Fidel Castro, Ceaușescu en Salazar om er maar een paar te noemen. Zij zijn allemaal vertegenwoordigd in Bloemen van het kwaad. Gedichten van dictators.

    Het vraagstuk waarom zij allemaal dichtten en hoe die gedichten te rijmen zijn met hun daden lijkt interessanter dan hun brouwsels. Kan je een gedicht mooi vinden dat geschreven is door iemand van wie je weet dat die zovele doden op zijn geweten heeft?

    Paul Damen plaatst de door hem verzamelde gedichten in deze bloemlezing in een historisch kader. Dat is waarschijnlijk de meerwaarde van deze bundel.
    Met een nawoord van Menno Wigman.

     

    Bloemen van het kwaad
    Auteur: Paul Damen
    Uitgeverij: Koppernik
  • Literaire ontwikkelingen in een momentopname

    Literaire ontwikkelingen in een momentopname

    De Revisor heeft oog voor kwaliteit en oorspronkelijkheid. Daarbij wordt er meer gelet op de stijl dan op de inhoud van een verhaal. Een goede maatstaf, want waar het verhaal ook over gaan mag, als de stijl niets is, wordt het met dat verhaal ook niets. De Revisor zet dan ook, zo verkondigd hun website, stijl voor boodschap; kwaliteit voor vorm en marketing en wil daarmee het beste podium voor proza, poëzie en het literaire essay zijn. Wanneer je het halfjaarlijks verschijnend boekwerk doorneemt kan dan ook geconstateerd worden dat ze daar steeds weer in slagen. De eerste editie van dit jaar (de tweede is onlangs gepresenteerd) bevat veel, of beter, niets dan prachtige, boeiende en verrassende bijdragen van bekend en ongekend talent. Alles zonder begin of eind dus ook geen plot. Dat levert mooie literatuur op.

    Mischa Andriessens Waar het heen moet? gaat over zijn mislukte eerste roman en is het verslag van de strijd een plotloze roman te willen schrijven. Hij faalde met het schrijven van die roman omdat het verhaal hem ergens heen wilde leiden. Daarom werd het niks. Andriessen kiest voor vrije ontwikkelingen in de roman die dus niet vrijelijk kunnen ontstaan als er een bedachte lijn in zit. Betekenisvolle zin hieruit: ‘Later borg ik die roman op in de berging van een inmiddels onbruikbare computer.’

    Wytske Versteeg is zo’n schrijver die zonder plot werkt, dat bespeur je in haar verhaal Beesten, waarin je als lezer de draad van een ontwikkeling volgt tussen twee personen die elkaar toevallig treffen en nergens heen gaan.

    Wim Noordhoek schrijft in Alle trams rijden naar de hemel een van zijn herinneringen uit. En dat doet hij in korte, sprekende zinnen en begint met: ‘In slaap gevallen in de tram was ik.’ een beeld gevend van een voorbije tijd, wat herinneringen zijn natuurlijk, maar Noordhoek tracht de tijd te behouden en laat ons een blik werpen op achtergebleven stukken rails in slordig geasfalteerde wegen. ‘Hier reed vroeger een tram, maar nu niet meer.’

    Van Sandra Heerma van Voss een persoonlijk essay Van Blaman tot Brookner, schrijven over eenzaamheid. Lees hier over de kunst of kitsch van het werk van Anna Blaman, dat meeblèren met Queens’ ‘Somebody to Love’ net zo lekker kan voelen als het werk van Blaman lezen. En over meer gedesillusioneerde en boze vrouwelijke auteurs als Jean Rhys (1890-1979) en Dorothy Parker (1893-1967). Dit zijn wat je noemt handreikingen uit de belezenheid van anderen.

    Nog eentje dan. Een essay van Poetry International programmeur Jan Baeke. Over de poëzie in de wereld. Waarin hij zich onder andere afvraag of er iets in de poëzie is veranderd. In tijden van internet en sociale media. En waarin hij ingaat op de poëzietraditie in China, die ervoor zorgt dat poëzie van eeuwen geleden nog altijd als referentiekader geldt. Voor de gretige liefhebbers die er hun blik op poëzieland mee kunnen vernieuwen.

    Meer mooie verhalen van onder andere Gilles van der Loo, Erik Lindner (en gedichten), Bart Koubaa, (beginnend talent) Jori Stam, Jerry Hormone (werkt aan zijn debuut), Jan van Mersbergenn en gedichten van Ider de la Parra, Ruth Lasters en Kees ’t Hart.

    Een teveel aan informatie mag er wel van de kleine recensies gezegd worden die onder elke bijdrage over het werk van de auteur en/of het gepubliceerde stuk staan. Sommige literaire tijdschriften geven zeer summier of zelfs geen informatie over hun auteurs en hun werk. De werkbiografietjes in De Revisor zetten een stempel waar je zelf zou willen oordelen. Maar goed, een kniesoor. Opmerkelijk is dat het stuk voor stuk mooie bijdragen zijn die je allemaal wilt lezen. En sommigen wilt herlezen. En nog eens.

     

     

     

  • Water dat niet meer bewoog – Extaze 2011 – 0

    In een tijd dat het voortbestaan van literaire tijdschriften op losse schroeven staat verscheen in april het nieuwe literaire tijdschrift Extaze. Dat getuigt van lef, maar niet zonder reden. De inhoud is  van een gehalte waar je stil van wordt, en geniet. Hemelbestormers uit liefde en passie voor de literatuur, Haagsche literatuur wel te verstaan. Zelf vonden ze het ook een gotspe, om de literatuurgod van Nederland te tarten, want zo voelt het toch wel. Als ware Titaantjes willen zij de (Haagse) literatuur een kontje geven. Hup naar boven, bestorm die hemel.

    Vanuit de behoefte de literaire leemte van de stad Den Haag te vullen, is Extaze ontstaan. Of beter: Extaze moet Den Haag weer op de literaire kaart zetten. Deze is in eerste instantie weggelegd voor Haagse schrijvers en daarnaast staan ze open voor Nederlandstalige schrijvers van waar dan ook.

    Gesprek met filosofen

    Filosoof Tom Domisse schreef een essay over liefde en ironie. Hij  voert een gesprek  met Goethe en Schiller dat van commentaar wordt voorzien door Thomas Mann. Mann noemde Goethe de meest omvattende, alzijdige dilletant die ooit geleefd heeft. Dit alles omkaderd door Faust, opgevoerd in de Koninklijke Schouwburg door het Nationaal Toneel. Hoe de Faust, het theaterstuk en Faust als persoon nog steeds confronteert als de ultieme kunst van sterflijkheid. Een essay dat vervolgd wordt in het volgende nummer van Extaze, zo belooft Domisse.

    Kees Schuyt (auteur van J.B. Charles/W. H. Nagel, 1910-1983), schreef, De wind steekt op: het wonderlijke van het gewone. Een essay over de Haagse schilder-dichter Willem Hussem (1900-1974). Hussem was een meester in het poëtische miniatuur: ‘Mensen zijn wolken / waar zij komen / betrekt de lucht’.
    Schuyt beschrijft  met enthousiasme het dubbeltalent van Hussem. Waarbij het zeldzaam is dat in beide kunstvormen, schilderen en dichten, het hoogste niveau wordt bereik, zoals bij Hussem het geval was.

    Van radiomaker en schrijver Wim Noordhoek, een stuk over het kunstenaarschap van Van Eeden, Het Den Haag van Marcel van Eeden. Marcel van Eeden (1965) maakt beeldboeken en zijn werk siert deze Extaze. Het is van een wonderlijke realiteit die aan een verleden doet denken dat om de hoek ligt. Noordhoek zegt daarover: ‘Van Eeden fossiliseert het recent verleden.’ Zo is het, zijn tekeningen lijken versluierde, stenen beelden van een levendige werkelijkheid. Als ansichtkaarten die nooit verstuurd worden. Noordhoek is aanstekelijk beeldend in zijn taalgebruik om te duiden wat het werk van Van Eeden hem toont.

    Haagse roman

    Filosoof en journalist Jan-Hendrik Bakker, schreef een prettige analyse over het heden en verleden van de Haagse roman, Verstilling en ondergang (De erfenis van de Haagse roman). Bakker gelooft, in tegenstelling tot anderen, dat de Haagse roman niet dood is. Hij schrijft dat in de stereotype Haagse roman adel een belangrijke rol speelt. Evenals verveling, onbestemde verlangens, moord en andere misstappen. ‘In de Haagse roman gingen welgestelde families langzaam ten onder, kwijnden jonge dames weg en hield men er kleverige zondes op na.’ Hiermee ‘Eline Vere’ van Couperus in herinnering roepend. Hij eindigt met te zeggen dat Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje nooit in Den Haag geschreven had kunnen zijn. Want: te grappig en schaamteloos extravert. ‘Hier waart nog steeds de geest van Eline rond. Alles moet bedekt blijven, een beetje dubbel, met de gordijnen dicht. Wij lijden in stilte. Totdat ze ons vinden in ons boudoir en iemand daarover dan een verhaal vertelt …’

    Het verhaal van schrijfster Nicolette Smabers De hellehond. Een vrouw verliest haar tweeling broer op de dag dat ze elkaar zouden treffen aan het strand om de sterfdag van hun moeder te gedenken. Ze gaat alsnog naar hun afspraak, waarbij de  repeterende gesprekken en handelingen tussen haar broer en zichzelf in haar hoofd schrijnend zijn.

    Van Kees ’t Hart het vermakelijke stuk, Rondhangen. De schrijver opent met, ‘Verreweg het beste is rondhangen, maar dan ook echt rondhangen. Rondhangen zonder reddingsboeien. Bedacht rondhangen is het einde van rondhangen.’ Begint ’t Hart aldus, wat volgt kan gelezen worden als een handleiding om het ultieme rondhangen onder de knie te krijgen. Het beste is dat je daarbij je ogen open hebt. En dan bedenken dat je je ogen open hebt en ergens naar kijkt. ‘Voor de televisie kijken naar een programma dat je niet wilt zien en blijven rondhangen omdat je rond bent gaan hangen. A is B.’

    Indisch Den Haag

    Kees Ruys (biograaf van Aya Zikken) schreef een uitgebreide en boeiende inleiding over het leven en werk van F. van den Bosch (1922-2001). Het verhaal Goupil van F. van den Bosch leest als een biecht. Van den Bosch beschrijft zijn jeugdjaren in Nederlands Indie, het leven als kind op straat en zijn omgang met een Indische jongen waar hij een onbestemde angst voor heeft maar toch bevriend mee raakt. En wat er allemaal in het ongezegde leeft dat als voelbare bovennatuurlijke kracht uit het verhaal naar boven komt. Een persoonlijk verhaal is het. Van den Bosch is een schrijver die voornamelijk voor zichzelf schrijft om de heftigheid van- en de veelheid aan herinneringen te kunnen ordenen. Daarna kwam altijd de schaamte.

    Het korte verhaal De man, de vogel en de hond van Yolande de Kok leest als een choreografie voor een man, een hond en een vogel. Met een onverwacht dramatische afloop. Verder bijdragen van Gertrude Kunze, Peter J. van Dijk (kort verhaal), Paul Steenhauer, Gilles Boeuf en Didi de Parijs gedichten, Wim Willems en Cor Gout een inleiding op respectivelijk Twee brieven van Tjalie Robinson en Twee brieven van Willem Bijsterbosch en Rob H. Dekker schreef een opmerkelijk essay over de in 2010 overleden schilder-muzikant Captain Beefheart. Beslist een tijdschrift dat iets in beweging brengt, nieuwsgierig maakt naar een vervolg.

     

    Extaze 2011-0, Water dat niet meer bewoog
    Redactie: Cor Gout, Els Kort en Kees Ruys,
    Uitgeverij In de Knipscheer
    Prijs € 15,00