• Gestolde vrouwenlevens

    Gestolde vrouwenlevens

    Debuteren schijnt een vak apart. De kans op afwijzing was altijd al groot, maar werd groter vanwege de toegenomen aanvoer van manuscripten in de coronatijd. Sommige uitgeverijen kondigden om die reden zelfs een manuscriptenstop af. Dat echt talent desalniettemin wel komt bovendrijven blijkt uit het overtuigende debuut De Geliefden van Willemijn Kranendonk (1994).

    De eerste helft van het boek gaat over Jacqueline. In de intrigerende proloog loopt ze in de vrieskou blootsvoets rond in de tuin van het huis dat ze van haar vader heeft geërfd en dat nu verkocht is. Ze begeeft zich bewust op het dunne ijs van de vijver, zakt erdoorheen, strekt zich languit uit in het ijskoude water en vraagt om vergeving. Het daaropvolgende eerste hoofdstuk begint met de eerste dag van het pensioen van Jacqueline. Alhoewel ze haar droombaan inclusief fraaie mantelpakjes en een dure Range Rover had, vond ze het werk hoofdzakelijk saai.

    Ze heeft geen idee hoe ze haar tijd moet gaan vullen. ‘Wat doet een alleenstaande vrouw van zesenzestig met haar tijd? In mijn hoofd maak ik een lijst. Ik kan koekjes bakken, lezen, puzzelen, naar buiten kijken, een wandeling maken. Ik kan lunchen met vriendinnen, een cursus landschapschilderen volgen, ik kan een cruise maken over de Nijl, een huis kopen aan de Costa Brava.’

    Onvriendelijk en onbeholpen

    Jacqueline is niet bepaald slank en maakt een wat onbeholpen en soms zelfs onvriendelijke indruk. Ze blijkt weinig sociale contacten te hebben. Julia, een jonge vrouw, helpt haar met het huishouden en met inpakken vanwege een aanstaande verhuizing. Vriendin Neeltje is vooral humeurig omdat Jacqueline haar voorname huis heeft verkocht en verder bij haar vandaan gaat wonen.

    Jacqueline denkt veel terug aan haar jeugd. Haar moeder is overleden toen ze nog jong was en ze heeft het gevoel dat haar vader haar daarvoor verantwoordelijk hield. Ze heeft zich door hem nooit geliefd gevoeld. Tijdens het opruimen van allerlei dozen vindt ze een stapeltje brieven van ene Rosa, maar wie dat is wordt niet direct duidelijk. Vanwege de proloog is het personage van Jacqueline heel interessant, omdat de vraag waar ze vergeving voor vroeg in je achterhoofd blijft zoemen.

    Na haar verhuizing kan ze haar draai niet meer vinden, ze blijft soms hele dagen in bed liggen. Julia en Neeltje maken zich zorgen om haar en daarom neemt ze contact op met ene Erik, die op een briefje bij Albert Heijn aanbiedt mensen te helpen om hun ziel en lichaam echt te leren kennen. Erik is een zelfbenoemde coach die alles behalve professioneel te werk gaat  en Jacqueline is zijn eerste en enige klant, maar desalniettemin helpt hij haar om het leven weer onder controle te krijgen, hetgeen grappige scènes oplevert. En dan, halverwege het boek, wordt Jacqueline gebeld door Rosa en pas dan worden de contouren duidelijk van waarom het boek De geliefden heet.

    Communes

    Rosa blijkt namelijk de jeugdvriendin en geliefde van Jacqueline te zijn geweest. Ze heeft jarenlang door Europa gezworven en in een soort zelfvoorzienende communes met holistische visie geleefd. Iedere keer ging het na een paar maanden mis omdat ze haar draai niet kon vinden en trok ze weer verder naar een volgend land. ‘Zodra ik de keuze maakte om te vertrekken, splitste ik mijzelf op. De ene Rosa bleef achter, de andere ging een nieuw leven tegemoet. Ik zou alle Rosa’s op willen zoeken, ze de hand schudden, een aai geven.’
    Rosa blijkt een minstens even eenzaam leven te hebben geleid als Jacqueline. Haar ouders en zussen in Nederland hebben altijd moeite gehad met haar geaardheid en ze heeft net als Jacqueline nooit een langdurige relatie met iemand opgebouwd.

    Juiste keuze

    Na het telefonische contact tussen Rosa en Jacqueline krijgen de twee vrouwen voorzichtig weer contact met elkaar. Ze ontdekken dat ze zich allebei hun hele leven hebben afgevraagd of ze indertijd wel de juiste keuze hebben gemaakt, Jacqueline om in Nederland te blijven en hard te werken en Rosa om te vertrekken en een zwervend en sober bestaan te leiden. Ze zijn altijd aan elkaar blijven denken. Over in hoeverre er na al die jaren nog voldoende basis is om hun relatie van vroeger alsnog te continueren blijft Willemijn Kranendonk gelukkig een beetje vaag, alhoewel er ruim voldoende aanwijzingen zijn die in een bepaalde richting wijzen.

    De geliefden is een mooi gecomponeerde roman. De zorgvuldige opbouw van het boek alsmede de vraag hoe de levens van de vrouwen anders zouden zijn geweest als ze andere keuzes hadden gemaakt zorgen ervoor dat de lezer tot het einde toe geboeid blijft. Beide vrouwen hebben in hun jeugd dingen meegemaakt die invloed op hun levens hebben gehad, maar Kranendonk heeft ervoor gekozen om maar in zeer beperkte mate te psychologiseren rondom die gebeurtenissen, hetgeen wel een beetje een gemiste kans is. De stijl waarin het boek is geschreven leest prettig, is doeltreffend en bij vlagen ook droog humoristisch, bijvoorbeeld wanneer Jacqueline commentaar levert op haar eigen uiterlijk en gedrag. Mooi zijn Kranendonks  omschrijvingen waarin het gaat over gestolde laagjes, van ijs, van slagroom, van sausjes – wanneer je erop let zie je ze steeds terugkomen – als verwijzingen naar de levens van de twee vrouwen die in elkaars afwezigheid in zekere zin ook gestold zijn. Hopelijk gaan we de komende jaren meer horen van deze veelbelovende schrijfster.

     

  • Een veelzijdig tijdschrift met rijk verbeeldende bijdragen – Kluger Hans #39

    Een veelzijdig tijdschrift met rijk verbeeldende bijdragen – Kluger Hans #39

    Het twee jaarlijkse literaire tijdschrift Kluger Hans, dat zichzelf omschrijft als literair boorplatform voor opkomend en onbekend talent, gaat met zijn vormgeving de interactie met de lezer aan. Een vormgeving die immer verrassend is. Er was al eens een editie doorboord met kleine ronde gaten door de bladzijden, en een editie waarvan de cover opengescheurd moest worden om toegang tot het blad te verkrijgen. Langs de geperforeerde lijnen weliswaar, toch leverde dat voor een enkele ongeduldige lezer een gescheurde cover op. Deze editie heeft als thema algoritmes, gevaren en mogelijkheden daarvan voor de literatuur en haar lezers, worden onderzocht.

    Algoritmes zijn ‘de reflectie van jouw handelen, de sporen die je op de wereld  achterlaat: rauw en ongebundeld.’, schrijft Leonieke Baerwaldt in het verhaal ‘Atlantis’. Over hoe de data die we achterlaten, over ons denkt. Hoe het water ons aan de lippen komt, er dijken van karton geprint worden en ‘het oeverloos gepraat over wat belangrijk is en wat niet’ ons een gevoel van belangrijkheid geeft, maar de nietszeggendheid zich opdringt. Mooie tekst over een wereld waarin ‘we verdrinken’. Ze beschrijft mensen die doen alsof er niets aan de hand is, die selfies maken met het Centraal station als achtergrond’ (waar veel data van is). Baerwaldt brengt het idee dat een stad kan spreken tot leven. Luister, stelt ze voor, ‘Als je je oren spitst in de richting van het Westen dan hoor je haar zachte stem:’ “De boeken die zijn achtergelaten dobberen door mijn biblio- / theken. Ik probeer ze uit: de woorden en de zinnen. laat ze in / mijn lege ruimte zingen. Ik zeg dingen als: ‘er was eens’ en /  ‘lang geleden.’ Het klinkt hol als in een zwembad.” Bij het verhaal staat een QR-Code, middels welke het verhaal online te beluisteren is. Alsof je vanuit de bladzijden de wereld van het verhaal betreedt, het werkt betoverend.

    Lees-algoritme stickeren

    Ook zit er een stickervel in waarmee de lezer zijn eigen lees-algoritme kan bepalen door na het lezen van een tekst de bijbehorende woorden van het vel te halen en die op de cover van het tijdschrift te plakken. Daar ontstaat dan een eigen leven in de tijdlijn van de lezer, het algoritme. Na de vormgeving onderzocht te hebben – teksten zijn afgedrukt alsof ze nog in een werkdocument staan – de uitdaging een papieren algoritme samen te stellen te hebben vervuld, zijn er de woorden. De geschreven bijdragen, een verhaal, gedachte, een gedicht, zoals de bijdrage van Willemijn Kranendonk. Waar je volledig door geobsedeerd kunt raken. Zij schreef een ‘Objectief wiskundig model’,  waarin de regel ‘[[Het enige wat wij doen is het voorspellen van voorspelbaar gedrag]]’, genoeg zegt.

    Het is een spiegel die men voorgehouden krijgt, zoals uit de bijdrage van Pieter van de Walle, Sara Eelen en Sarabot blijkt. Waarvan de laatste, Sarabot, algoritmes zijn die de menselijke dichtkunst overbodig zou kunnen maken. Sarabot dicht: ‘rekken we elk punt van een kom / vormden en log zich wel / moest je delen van dagenlang / in waarde worden gedrukt / in schril contrast / met veel/ (…)’

    Verbinding tussen woord en beeld

    Joost Vormeer schreef het verhaal ‘Führerstandsmitfahrt’, dat aldus begint: ‘Stel je voor: op een ochtend in de zomer van ’95 komt Mark Henderson thuis na een lange nacht hakken in de Energiehal.’ Dit stel je je voor ,en het verhaal ontrolt zich als een trein. En een ‘Führerstandsmitfahrt’ is een treinreis met in de cabine een camera die eindeloze treinreizen opneemt, die afgespeeld wordt in de lege uren op tv. Tijdens het kijken naar zo’n treinreis ziet Mark zichzelf op een perron van een klein station in een bosrijk omgeving staan. Hoewel hij nog nooit in Duitsland is geweest, een geweldig verhaal. Jezelf tegenkomen in een wereld die uit algoritmes bestaat.

    Elk nummer worden gelinkt aan een peter en een meter die het nummer ‘onder hun vleugels’ nemen, wat een bijzonder en vertrouwenswaardig gevoel geeft, een tijdschrift onder je hoede nemen, het koesteren, behoeden en vooruit helpen. Voor deze editie zijn dat de wiskundige en filosoof Jean Paul Van Bendegem en Spoken Word kunstenaar Hind Eljadid.
    Kluger Hans vraagt van de lezer een actieve inzet, een onderzoekende geest en een combinatie van beiden, om de verbinding te maken tussen woord en beeld, tussen voor- en achterkant. Als een online-magazine maar dan op papier, een blad waar je niet zomaar doorheen bent, en dat is een heerlijkheid.

    Verder bijdragen van Ella Bronder, Lotte Loncin, Leen Pil, Lieselot Mariën, Babeth Fonchie, Kate Dejonckheere, Andrea Koll, Levi Jacobs, Arno Boey, Esther De Someer en Ramy El-Dardiry. De kunstbijdragen zijn van Karel Koplimets en Sandrine Morgante, Yasmin Van ’tVeld schreef een begeleidend stuk over hun werk .

     

    Kijk voor een abonnement en meer info op Kluger Hans