• Leven zonder geheugen is geen leven

    Leven zonder geheugen is geen leven

    In de afgelopen jaren verschenen er tientallen boeken, romans en non-fictie, over dementie, de volksziekte die door artsen en de overheid voor de nabije toekomst wordt gezien als de belangrijkste doodsoorzaak. Statistisch gezien is de kans daarom groot dat je als lezer op de een of andere manier te maken hebt of krijgt met dementie. De literatuur biedt ons vensters op het leven en kan ons helpen om de werkelijkheid te ordenen. Dat is precies wat Wiebe Brouwer (1958) heeft gedaan in zijn debuut, het autobiografische Water scheppen met een lepeltje – Het laatste jaar met mijn demente moeder. Zijn boek is gelukkig meer dan het zoveelste verslag vanuit het perspectief van een mantelzorger.

    De moeder van Wiebe is vijfennegentig en al jarenlang weduwe. Wiebe en zijn zus Francien hebben ervoor gezorgd dat ze in haar eigen grote huis in Wassenaar kan blijven wonen; er is vierentwintig uur per dag een verzorgende van ‘Passie voor Zorg’ bij haar in huis. Zelf heeft moeder het niet meer in de gaten dat ze in haar eigen huis is. Ze heeft de indruk dat ze zich in een pension bevindt waarvan de leiding zich nooit laat zien en ze durft haar eigen keuken niet in omdat die volgens haar alleen voor het personeel is bedoeld.

    Zonder geheugen zijn wij niets

    Het boek is opgehangen aan een uitspraak van Luis Buñuel, de Spaans-Mexicaanse filmregisseur die surrealisme in zijn films liet doorwerken: ‘Eerst moet je je geheugen verliezen, al is het maar bij stukjes en beetjes, om te beseffen dat het geheugen ons leven bepaalt. Leven zonder geheugen is geen leven… Ons geheugen geeft ons verbanden, is onze rede, ons gevoel, zelfs ons handelen. Zonder geheugen zijn wij niets…’

    Wiebe vraagt zich voortdurend af wat zijn moeder zou willen, waarvoor ze zou kiezen indien ze nog bij haar volle verstand zou zijn. Wat blijft er van haar persoonlijkheid over nu haar herinneringen in hoog tempo verdwijnen? Hij kan zich moeilijk neerleggen bij wat de mensen van ‘Passie voor Zorg’ als ‘het beste’ voor zijn moeder beschouwen. Hij realiseert zich enerzijds dat zijn moeder een paar jaar geleden gezegd heeft dat ze niet meer wilde leven. Voor zus Francien is dat reden genoeg om vraagtekens te zetten bij zaken als het toedienen van antibiotica, maar Wiebe kan zich er anderzijds moeilijk bij neerleggen dat er schijnbaar zo gemakkelijk beslist wordt over het lot van bejaarden, in tegenstelling bijvoorbeeld tot dat van kinderen, die tot elke prijs gered worden. Hij besluit om zijn moeder theelepeltjes water te geven wanneer ze niet meer zelfstandig wil drinken en omdat ze vanwege haar dementie vergeet dat ze eerder ook al op die manier wat vocht binnen had gekregen, lukt het hem om zijn moeder uit een levensbedreigende impasse te halen. 

    Huichelaar

    Brouwer heeft zijn stilistisch fraai geschreven boek op een afwisselende manier vormgegeven: brieven aan zijn zus, berichten aan vriendinnen en e-mailwisselingen met de zorgverleners van ‘Passie voor Zorg’ worden afgewisseld met korte verhalen, (surrealistische) toneelstukjes en logboekfragmenten. Ondanks de zwaarte van het thema ademt het boek een bepaalde lichtheid en schuwt Brouwer humor niet. De positie waarin Wiebe zich bevindt wordt steeds duidelijker. Wanneer hij zich na een bezoekje aan zijn moeder afreageert op zijn vrouw, verwijt die hem dat hij meer van zijn moeder zou houden dan van haar, maar dat is niet zijn grootste dilemma. Steeds vaker vertelt een innerlijke stem dat hij een huichelaar is, omdat hij zijn moeder niet de waarheid vertelt over haar situatie. Wanneer zijn moeder hem bijvoorbeeld eens vraagt of ze soms in het buitenland is, omdat ze haar eigen woonomgeving niet herkent, kletst hij zich eruit met een geruststellend smoesje: ‘Het was verraad. Ik vertelde haar een handig verhaaltje omdat ik als enige van ons tweeën besefte dat zij niet goed snik is. Uit gemakzucht zette ik haar op de boot naar Fabeltjesland. Ik wees haar niet eens op een andere bestemming, maar stond welgemoed op de kade te wuiven. Is dat liefde? Tot dusverre vond ik van niet.’

    Hij brengt het evenmin altijd op om even begripvol te reageren op de situatie. Soms roept hij in zijn wanhoop ‘alles wat ze hem op een mantelzorgerscursus zouden verbieden’. De spagaat waarin Wiebe zich bevindt is ontroerend en herkenbaar beschreven. Maar er is meer. Het lijden van zijn moeder zorgt er eveneens voor dat Wiebe zich gaat afvragen wat een persoonlijkheid ten diepste definieert, zeker omdat die door een ziekte als dementie tegelijk met je laatste herinneringen zo gemakkelijk lijkt te kunnen verdampen. De machteloosheid van zijn moeder benadrukt voor Wiebe het mysterieuze van ons bestaan. Hij beschrijft haar aftakeling als overweldigend omdat ze deel uitmaakt van iets enorms, dat eerbied afdwingt; ‘God hangt in de lucht in Wassenaar’. Prachtig zijn de zinnen waarin Wiebe zichzelf beschrijft als een gelegenheidsgelovige. 

    Medicatie

    Zoals te verwachten is, gaat het alleen maar slechter met de moeder van Wiebe, ondanks voorgeschreven medicatie met welluidende namen als Schemerkoelte, Najaarsvrede en Wintermist. De laatste brief uit het boek is gericht aan de moeder zelf.

    Wiebe Brouwer heeft met Water scheppen met een lepeltje een fraai boek geschreven dat het verdient om gelezen te worden. De vragen waarmee hij worstelt zijn enorm herkenbaar. Bijzonder zijn de beschrijvingen waarin het gaat over wat de lijdensweg van zijn moeder hem persoonlijk openbaart. Ze geven een extra dimensie aan het plot dat anders wat vlak had kunnen zijn gebleven. De vorm waarin Brouwer zijn boek gegoten heeft is origineel en zorgt ervoor dat de lezer het aangrijpende relaas gedoseerd en vanuit verschillende invalshoeken kan volgen. Brouwer publiceerde eerder al essays en verhalen. Laten we hopen dat hij met dit boek de smaak van het schrijven nog meer te pakken heeft gekregen.

     

     

  • Oogst week 6 – 2022

    Water scheppen met een lepeltje

    Wiebe Brouwer publiceerde verhalen en essays in literaire tijdschriften als De Gids en Hollands Maandblad. Onlangs debuteerde hij bij Van Gennep met Water scheppen met een lepeltje, het verslag van de laatste levensmomenten van zijn demente moeder. Welke keuzes maak je, wat is goed als het erop aan komt keuzes te maken voor iemand die dat zelf niet meer kan? Het is schier onmogelijk, toch moeten het gedaan worden. Met de laatste dagen van zijn vader in gedachten, die met alzheimer op een gesloten afdeling van een verpleeghuis wegkwijnde, wil hij dit zijn moeder niet aandoen. Zij blijft thuis, met een heel team aan thuiszorgers zal zij tot het einde in haar vertrouwde omgeving blijven. Schrijnend is dan te ontdekken dat moeder haar eigen (vertrouwde) omgeving niet meer herkend. Ze heeft het idee dat ze in een pension zit, wil naar huis.

    Tot hoever moet er nog medische zorg verleend worden, antibiotica bij een longontsteking of niet? Het laatste jaar met zijn moeder wordt bijgehouden in een logboek door het team aan verzorgsters, briefwisselingen met de zus, een vriendin van vroeger, afgewisseld met telefoongesprekken tussen moeder en zoon vanuit haar huis gevoerd.

    ‘Ben jij dat? Hoor ik jouw stem? Wat een geluk dat je me trof. Zeg eens, hoe zijn je kinderen? En hoe is je vrouw? Ik kwam hier toevallig voor een bezoek aan je vader. Maar hij is er niet. Waarschijnlijk is hij vertrokken naar een ander adres omdat het hem hier niet beviel. (…) Ik trof hier een aardige mevrouw die gewoonlijk voor hem zorgt en die kookt nu vanavond voor mij.’

    Sterk en aangrijpend proza van een zoon die zijn moeder ziet verdwijnen.

    Water scheppen met een lepeltje
    Auteur: Wiebe Brouwer
    Uitgeverij: Van Gennep

    Wachten

    Wachten is een fotoreportage van vluchtelingen die wachten in azc’s verspreid door Nederland op de behandeling van hun asielaanvraag. Mona van den Berg documenteert al twintig jaar het onrecht dat zich in de azc’s afspeelt. Op haar vraag waarom mensen zolang moeten wachten op de behandeling van hun asielaanvraag, werd ze overspoelt met cijfers, percentages en bureaucratie. Dit fotoboek is een reactie daarop. Foto’s van mensen die in de azc’s van Emmen, Schalkhaar, Almere, Harderwijk, Amsterdam, Den Helder, Hardenberg, Utrecht, Delfzijl, Luttelgeest, Sint Annaparochie, Heemserveen, hun leven voorbij zien gaan. De vele steden waar vluchtelingen worden ondergebracht is op zich al schokkend.

    Naast de foto’s in Wachten, zijn er gedichten en treffende passages uit de romans van Rodaan Al Galidi in opgenomen.
    In een nawoord schrijft Van den Berg: ‘Tijdens mijn rit naar azc Harderwijk mijmer ik. Het is onbegrijpelijk voor mensen in azc’s. Velen hebben hun familie al jaren niet gezien. Dit zijn mensen wier dromen en ambities verloren zijn gegaan.’

    Mona van den Berg is freelance fotograaf voor The Guardian, Vrij Nederland en Het Parool en hoofdredacteur van een serie bijlagen voor Trouw en de Volkskrant.

    Wachten
    Auteur: Mona van den Berg
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Oeverloos

    Nisrine Mbarki is dichteres, columnist, Arabisch vertaler en programmamaker voor Winternachten. Poëzie, theaterteksten en korte verhalen, van haar hand verschijnene regelmatig in literair tijdschriften als De Gids, Poëziekrant, De Revisor, Tirade en Het Liegend Konijn.

    Onlangs verscheen haar debuutbundel Oeverloos, poëzie die zich afspeelt op de rand van verschillende talen, en de gelaagdheid van het leven aanspreekt. In haar gedichten pelt ze als een archeoloog laagje voor laagje van die gelaagdheid af waardoor het aardse en mystieke, stad en natuur, reizen en stilstaan zichtbaar worden. Het is alsof ze de wereldkaart opnieuw tekent, grenzen verkent van de vrouw in haar rollen van moeder, dochter, echtgenote en schrijfster.

    Haar taal werkt even verstikkend als bevrijdend. Een debuut waarin oude verhalen van generaties terug en nieuwe verhalen samenkomen. Poëzie met een autonoom geluid.

    Oeverloos
    Auteur: Nisrine Mbarki
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim