• De liefde tussen Eleanor Roosevelt en Lorena Hickok

    De liefde tussen Eleanor Roosevelt en Lorena Hickok

    ‘Lorena Alice Hickok, je bent de verrassing van mijn leven. Ik houd van je. Ik houd van je lef. Ik houd van je lach. Ik houd van je manier van schrijven. Ik houd van je prachtige ogen en van je prachtige huid en ik zal van je houden, tot de dag van mijn dood.’ Dat zegt First Lady Eleanor Roosevelt, als Hickok haar intrek neemt in het Witte Huis in een kamer naast de hare. Lorena antwoordt: ‘Anna Eleanor Roosevelt, jij verbazingwekkende, volmaakte, onvolmaakte vrouw, je hebt me overdonderd. Ik houd van je. Ik houd van je vriendelijkheid en je brille en je zachte gemoed. Ik houd van je manier van dansen en van je prachtige handen en ik zal van je houden tot de dag van mijn dood.’

    De sfeer is gezet – en  de lezer heeft, voor zover hij  haar werk (zoals Wij geluksvogels, 2015) nog niet kent, kennis gemaakt met de prachtige stijl van Amy Bloom.

    Levensverhaal

    De vijfde roman van Amy Bloom is gebaseerd op ruim drieduizend brieven die Lorena Hickok (1893-1968) en Eleanor Roosevelt (1884-1962) aan elkaar schreven en die worden bewaard in de Roosevelt Library.
    Tijdens een weekend vertelt Hickok Roosevelt haar levensverhaal. Ze komt uit een arm gezin in Zuid-Dakota, met een gewelddadige vader en een moeder die dit niet aankon en stierf toen Lorena dertien jaar was. Daarna trok ze als scholiere enige tijd in bij de familie van haar vriendin Lottie Miller, waar ze zich zoveel mogelijk dienstbaar probeerde te maken. Na deze periode kreeg ze in Milwaukee een baan als societyverslaggeefster, en werkte zich op als allround redactrice die als eerste vrouw het voorpagina-artikel in The New York Times schreef.

    Arm en rijk

    De uitgever schaart het boek onder het genre ‘historische fictie’. Dat wil zeggen dat de roman is gebaseerd op de liefdesrelatie tussen Hickok en Roosevelt, maar dat veel eromheen het product is van de verbeelding van de auteur. Het gaat erom, dat je als lezer mee kunt leven, je kunt inleven. Zonder dat dit gebeurt op de manier van negentiende-eeuwse historische fictie, zoals historische romans. Hierin wordt het hoofdpersonage immers uitvergroot, en worden minder goede karaktertrekken verdoezeld. Dat is hier niet het geval, want Lorena zegt bijvoorbeeld op een gegeven moment dat ze klinkt ‘als de boerenkinkel die ik ben en als de rookster die ik was en de drinkster die ik, zo verwacht ik, zal blijven’.

    Bloom past ook andere stijlelementen toe. Zo leest bijvoorbeeld het gedeelte over Lorena als kantoorbediende bij een kermis als een sprookje. Ze woont samen met twee misvormde meisjes in een wagen. Bloom beschrijft de misvormingen gedetailleerd, wat het hoofdstuk iets expressionistisch geeft. Wat weer past in de tijd waarin het boek speelt: de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Een periode die Bloom, getuige haar andere boeken, bij uitstek interesseert. Een periode ook waarin een grote tegenstelling bestond tussen arm en rijk, de basis van onbegrip tussen Eleanor Roosevelt en Lorena Hickok.

    Bloom is een scherp observator, in de dubbele betekenis van het woord: in psychologische zin en scherp, met een vileine pen. Een van de dochters van de Roosevelts, Anna – die terloops in het boek opduikt – beschrijft ze aldus: ‘Het enige dat er voor Anna toe deed was zich koesteren in de zon van de liefde van haar vader, en volgens mij was ze niet slechter af dan de rest. Als Stalin haar vader was geweest had ze vrolijk de dode joden geteld en de wodka koud gezet.’ Lorena dorst rechtstreeks tegen haar te zeggen dat ze liegt dat ze scheel ziet, want ze was – in tegenstelling tot Eleanor – gek op ruzie.

    Grote Dame en dienstmeisje

    Van Franklin Roosevelt was bekend dat hij buitenechtelijke affaire had met zijn secretaresse Lucy Page Mercer en dat dit ‘geen enkele verslaggever tegen de borst stuitte’. Die kans kreeg Lorena daarentegen niet eens, want ze werd van alle foto’s geknipt en kwam en ging langs een verborgen trap door de achterdeur.
    Ten diepste was ze uiteindelijk ongelukkig en ‘een ongelukkige vriendin was niet het soort vriendin dat Eleanor wilde’. Ze verklaren vriendinnen van elkaar te willen blijven maar niets meer dan dat. Na een romance die vier jaar duurde, was het vuur opgebrand. Een opmerking die in schril contrast staat tot de omschrijving over de romances van president Roosevelt: ‘Ik denk niet dat er één vrouw op aarde is die het niet leuk vindt als een grote, sterke man een beetje kleiner wordt. Hulpeloosheid is voor de meesten van ons een handje zout op het vuur’.

    In haar mooie en rake taalgebruik, zulke observaties, omschrijvingen en dwarsverbanden ligt de kracht van Bloom en haar roman.

     

    Naar aanleiding van het verschijnen van Witte huizen werd Amy Bloom voor Literair Nederland geinterviewd. Lees het interview hier.

     

  • In haar boeken zijn vrouwen de held en is geluk van ondergeschikt belang

    De Amerikaanse schrijfster Amy Bloom (1953) publiceerde sinds 1991 drie verhalenbundels en drie romans. Haar vierde roman Witte huizen, vertaald door Paul Syrier, verscheen afgelopen week. Amy Bloom was in Nederland en Literair Nederland sprak met haar over geluk, over de onbelichte kanten van een leven, over de mogelijkheden als schrijver en over vrouwen als middelpunt in de literatuur.

    Witte huizen gaat over de liefdesrelatie van de first lady van het Witte huis, Eleanor Roosevelt met de journalist Lorena Hickok eind jaren veertig. Een relatie die aan het licht kwam nadat de biograaf Blanche Wiesen Cook in 2016 met haar biografie van Eleanor Roosevelt kwam.

    Het is zaterdagmiddag 26 mei als we elkaar ontmoeten in het Ambassade Hotel aan de Herengracht in Amsterdam. Buiten is het tropisch warm en binnen staan de kannen water met schijfjes citroen klaar.

     

    De lezer zou kunnen verwachten dat Witte Huizen over Eleanor Roosevelt gaat maar het is het leven van journalist Lorena Hickok (1893-1968) dat centraal staat. Wat was zo bijzonder aan deze vrouw en deze relatie om er een roman over te schrijven?

    ‘Hun liefdesrelatie bood mij de kans over een liefdesrelatie te schrijven van twee vrouwen op middelbare leeftijd. Het was een gepassioneerde relatie. Ze ontmoeten elkaar op latere leeftijd en hebben elkaar eigenlijk nooit meer losgelaten. Dat is wat me raakte in deze geschiedenis. Ze hebben elkaar nooit echt laten gaan ook al zijn ze na vier jaar uit elkaar gegaan, ze bleven met elkaar in contact. Over Eleanor zijn zoveel boeken geschreven. Van Lorena Hickok wist niemand wie ze was, waar ze vandaan kwam.’

     

    Buiten het beschrijven van deze verborgen liefdesrelatie, komen er nogal uitzonderlijke figuren in de roman voor, zoals in de passage waar Lorena als dertienjarige, min of meer als wees in een circus wordt opgenomen.

    ‘In die tijd was een circus dat voor drie dagen in de stad kwam een groot evenement. De mensen wilden vermaakt en geschokt worden. Mensen met een afwijking, zoals het alligator meisje in het boek en Gerry die half man, half vrouw was, maakten hun afwijking groter dan die was om te shockeren. Ik heb dit erin geschreven als een soort spiegelbeeld voor de tijd die Lorena later beleeft in het Witte huis, wat ook een soort circus was waar het leven werd uitvergroot.’

     

    Uw vorige roman Wij geluksvogels is ook gesitueerd in de veertiger jaren. Wat is er zo belangrijk aan die jaren?

    ‘Ik schrijf over de twintiger jaren tot de late jaren veertig omdat het de decennia van de grote veranderingen zijn. Alles nam een vlucht. Terugkijkend zie je dat in die jaren de zaadjes gepland zijn voor grote culturele veranderingen. In de jaren na de oorlog, de jaren vijftig, is er een terugval en wordt alles weer onderdrukt. Daarna is er weer tijd voor culturele veranderingen. In Amerika geven we steeds opnieuw een zwaai aan de slinger waardoor de dingen naar de donkere kant draaien, er een zware crisis volgt, culturele terugval, tot de zon weer door de wolken breekt. Ik hoop dat dit  altijd zo zal blijven gaan en dat de zon binnenkort in Amerika weer door de wolken breekt.’

     

    In die roman is een meisje van elf jaar dat uit de bibliotheek biografieën verslindt van vrouwen als Jeanne D’Arc, Marie Curie, Carla Barton. Wat is uw fascinatie met deze vrouwen?

    ‘Ik ben ten eerste geïnteresseerd in mensen en daar schrijf ik over. Als klein meisje las ik veel, net als Eva in Wij geluksvogels. Ik las Tales of two Cities van Dickens maar begreep niet alles. Als kind leer je om de dingen, die je niet begrijp, heen te lezen. Nu als schrijfster, ben ik in de gelegenheid vrouwen tot het middelpunt van mijn verhaal te maken. Het was Dickens die zei: “Whether I shall turn out to be the hero of my own life, or whether that station will be held by anybody else, these pages must show.” Dat spreekt me erg aan en in mijn verhalen zijn vrouwen de helden.’

     

    Uw verhalen worden niet kant en klaar opgediend. De lezer moet actief het verhaal blijven construeren.

    ‘Dat klopt. Ik schrijf over de dingen zoals ze zich in het leven voordoen, ik wil het niet gladstrijken of overzichtelijk maken want zo is het echte leven ook niet.’

     

    In Wij geluksvogels en in Witte huizen krijgen de personages het nogal voor hun kiezen, mensen worden bruut behandeld, worden verlaten of lopen zelf weg. Is geluk iets waarnaar gestreefd moet worden?

    ‘Ik weet niet echt wat het betekent, gelukkig zijn. Iedereen streeft ernaar maar er is geen licht zonder het donker. Mooie en afschuwelijke dingen gebeuren nu eenmaal, zo is de wereld en zo zijn mensen. Als je heel veel van iemand houdt, zal dat ook mistroostigheid en teleurstelling met zich meebrengen. Ik schrijf niet over geluk. Ik zie mezelf als een schrijver die over het leven schrijft, de ups en downs, wat je op je pad tegenkomt en wat je daar van maakt, van dat leven. Daar schrijf ik over. Ik geloof dat het Robert Frost was die in een gedicht zei: “Happiness makes up in height for what it lacks in length”. Geluk duurt nooit lang.’

     

    En het geluk van Eleanor en Lorena?

    ‘Hun liefdesrelatie duurde vier jaar. Ze eindigen niet als twee oude dames samen op de veranda. Maar dat wil niet zeggen dat hun relatie een vergissing was. Of dat ze er spijt van hebben. Het was wat het was. Niet alles heeft een perfect einde.’

     

    In de roman is Eleanor vluchtig in haar contacten en heeft ze problemen met haar kinderen.

    ‘Ja, dat was zwaar voor haar. In haar positie zou ik het ook moeilijk hebben gevonden met die kinderen. Ze waren dol op hun vader en zij stond in de schaduw.
    Eleanor zocht buiten haar familieleven altijd naar iemand voor wie ze kon zorgen, dat was een behoefte van haar. Vaak een man, die man had dan een vrouw aan wie ze zich hechtte. Maar in haar verdere leven heeft ze nooit meer een liefdesrelatie gehad zoals met Lorena. Ik denk dat Lorena meer voorbereid was op een leven alleen dan Eleanor was. Lorena kon beter accepteren dat de relatie niet ging zoals ze beiden gehoopt hadden. Zij ging weer schrijven, ze publiceerde nog vijf boeken nadat hun relatie was beëindigd.’

     

    Aan het einde van het boek zegt Lorena: ‘Niemand heeft ooit een verhaal over Eleanor en mij geschreven.’ Is het de schrijver die daar spreekt of Lorena?

    ‘Ik begrijp wat je bedoelt. Lorena is natuurlijk een schrijver, een journalist. Op dat moment is het haar eigen observatie. Er heerste in die jaren in Amerika zo’n grote afkeer van homoseksuele relaties, dat het Eleanor en Lorena in feite beschermde. Niemand zou durven zeggen ‘de first lady is lesbisch en dit is haar geliefde’. Het ergste was dat er toespelingen gemaakt werden. Maar in die tijd wilde niemand de journalist zijn die deze vermoedens zou openbaren. Het Witte Huis zou hen dat niet in dank afnemen.
    Van Missy (Marguerite Alice LeHand, 1896-1944 Iv/dG) was bekend dat ze meer dan alleen de secretaresse van Roosevelt was. De pers schreef over haar als zijn ‘charmante secretaresse’. In die tijd waren de meeste journalisten mannen. Die rekenden het hem niet aan dat hij een intieme relatie onderhield met zijn secretaresse. Ze was geliefd bij de media. En Lorena zag dat en dacht, niemand zal ons zo zien, als geliefden. Dat was enerzijds pijnlijk, niet gezien te worden. Maar aan de andere kant, ze konden hun leven samen delen omdat ze niet gezien werden.’

    Dan herinnert Bloom zich iets: ‘Een van de mooiste dingen die me laatst overkwam toen ik een lezing gaf, was dat twee vrouwen, ver in de tachtig, naar me toe kwamen met een stapel exemplaren van White Houses en zeiden: ‘Wij willen graag dat u deze boeken signeert. Een voor elk van ons en een voor elk van onze dochters. Wij zijn al vijftig jaar samen.’ En toen zei de oudste van de twee: “Het is goed gezien te worden.” En dat maakte mijn dag.’

     

    In hoeverre zijn er feiten verwerkt in de roman? Als Missy een beroerte krijgt en verdwijnt uit het Witte huis bijvoorbeeld.

    ‘Ik wilde de geschiedenis niet interpreteren maar me aan de feiten houden. Missy werkte twintig jaar voor Roosevelt toen ze een aantal beroertes kreeg waarvoor ze eerst behandeld werd in het Witte Huis. Ze was verlamd, kon niet meer praten. De president bezocht haar één keer en zag haar daarna nooit meer. Hij is bezorgd over haar maar schuift haar verzorging af op Eleanor. En Eleanor geeft de zorg weer door aan Lorena. En dan geef ik Lorena de mogelijkheid om te zeggen, en dat is fictie: ‘Jij en ik zijn arbeidersmeisjes die zichzelf terugvinden in een paleis. Wij zijn niet zo verschillend.’

     

    Ik hoorde in een interview dat u volgende boek over Marie Curie zou gaan?

    Ze lacht: ‘Ik vind haar een buitengewoon indrukwekkende vrouw. Alleen al het feit dat er drie Nobelprijzen in haar familie zijn. Twee voor haar zelf en een voor haar dochter. Maar ik voel me ook aangetrokken tot een van de eerste vrouwelijke cowboys, Annie Oakly. Ik weet niet of ze hier bekend is. Ze was een groot scherpschutter en is een van de belangrijkste figuren van West-Amerika geworden. Dat is dus een innerlijke strijd tussen mijn Europese kant (Blooms voorouders komen uit Europa Iv/dG) en mijn Amerikaanse kant. Zeker is wel dat het een roman wordt met een vrouwelijk personage uit de geschiedenis. Maar eerst zal ik, als ik terug ben  in Amerika, aan de slag gaan met het schrijven van een script voor Witte huizen dat als miniserie in Amerika zal worden uitgebracht.’

    Bloom neemt de Nederlandse vertaling van haar boek van de salontafel. ‘Al mijn boeken zijn vertaald door Paul Syrier. Ik heb nog nooit met zo’n fijne vertaler gewerkt. Hij is de enige vertaler die mij belt als hij twijfelt over de juiste intentie van een zin, een gezegde. Hij legt het altijd aan me voor.’

    Bij het afscheid: ‘We zullen zien wie er in mijn volgende boek voorkomt, Annie Oakly of Marie Curie.’

     

     


    Foto auteur: Elena Seibert

     

    Witte huizen
    Amy Bloom
    Vertaler: Paul Syrier
    Nijgh & Van Ditmar
    € 20,99