• Longlist AKO Literatuurprijs 2014

    Wat schreef Literair Nederland over zes van de vijfentwintig titels die de longlist haalden?

    Onlangs werd de longlist van de AKO Literatuurprijs, waarop maximaal 25 titels, bekend gemaakt. Uit deze longlist worden zes boeken gekozen die op de shortlist terechtkomen. Die lijst wordt vrijdag 26 september bekend gemaakt. Wie uiteindelijk de winnaar wordt van de AKO Literatuurprijs moet wachten tot donderdag 13 november. Dan zal de prijs worden uitgereikt in Den Haag in een bijzondere samenwerking met het festival Crossing Border. Het wordt een speciale Crossing Border avond waarin de genomineerde auteurs geïnterviewd zullen worden door  Wim Brands. De avond zal worden afgesloten met de bekendmaking van de winnaar van de AKO Literatuurprijs 2014.

    Zes van de vijfentwintig titels zijn door Literair Nederland besproken.

    indexMachiel Jansen over Appels en peren van Maarten Asscher: 
    De creativiteit zit ‘m erin dat je nieuwsgierig wordt gemaakt naar wat Asscher nu zo belangrijk vindt in een goeie roman. Want behalve over Het fregatschip gaat dit essay (kort gezegd) over de opvatting dat goede romans ideeën behoren te bevatten.

     

    thumb.phpIngrid van der graaf over De nacht van Merijn de Boer:
    Het blijkt dat Marcel de gewoonte heeft  op een willekeurige plek van zijn stadsplattegrond een konijn te tekenen, als uitdaging om delen van de stad te doorkruisen. Langs niet gekende wegen, waarbij hij zich niet mag laten afleiden door zaken die zijn aandacht trekken, moet hij het traject lopen dat correspondeert met het op de kaart getekende konijn. En dat is exact wat De Boer met zijn roman doet: hij daagt zijn lezers uit door de complexe verhaallijnen het spoor van Marcel te blijven volgen. De andere personages zijn in wezen van geen enkel belang maar tegelijk zijn ze onmisbaar om Marcel te kunnen laten stralen in zijn rol van klunzige buitenstaander.

    thumb.phpMenno Hartman over Vis in bad van Tijs Goldschmidt:
    Vis in bad
    is een gevarieerde essaybundel van hoge kwaliteit die aanzet tot denken en lezen. En vergelijken: het register van Vis in bad is alleen maar wat minder streng opgesteld dan dat van de eerste twee bundels. Zodat je moet constateren dat Goldschmidt in dit boek wel over ‘zee’ en ‘actrice’ heeft geschreven, en in de vorige twee niet. Of toch?

     

    thumb.phpAstrid van Wijngaarden over Zeer helder licht Wessel te Gussinklo:
    Te Gussinklo dwingt je mee te spartelen in gepijnigde zielekrochten, megalomane opvlammingen, tedere droomgedachten, hysterische razernij, obsessief verlangen en uitvergrote schrikgezichten. Soms – hoe aangenaam – mogen we ook even deinen op het gladde oppervlak maar ja, je zou als schrijver geen Te Gussinklo heten als je uiteindelijk niet toch weer kopje onder gaat. Of erger nog, door koude golven genadeloos wordt uitgespuwd.

    thumb.phpHelle Kuipers over De laatste ontsnapping Jan van Mersbergen:
    Terwijl het verhaalheden gaat over een tripje van het viertal naar Zuid-Frankrijk, is De laatste ontsnapping voor een groot deel een kaleidoscopische terugblik op de kroegbelevenissen en de wording van Ivan als vader.

     

    thumb.phpMartin Lok over Voor jou van K. Schippers:
    Voor wie nu denkt dat Voor jou louter een melancholische blik is van een verdrietig man; dat is geenszins het geval. Voor jou is ondanks de alomtegenwoordige Dood vooral een ode aan het volle leven. Het is een parade van herinneringen aan jazz, film en kunst. Billy Eckstine, Balthus, Rudy Kousenbroek, John Cage, René Margritte, Johnny Mercer, Édouard Manet en Geer van Velde. Allemaal komen ze bij Schippers langs, steevast in gezelschap van zijn vrienden.

    I. v/d Graaf

     

  • Eindelijk verlost of voor eeuwig verdoemd?

    Eindelijk verlost of voor eeuwig verdoemd?

    Jaren was het stil rond hem, mààr hij is er weer, Te Gussinklo (1941) – onmiskenbaar – met Zeer helder licht, zijn derde roman.

    Een veelbelovende start van de nieuwe uitgeverij Koppernik! Met deze eigenzinnige, meervoudig bekroonde – maar ook bekritiseerde – auteur haalt ze niet de eerste de beste in huis. Zijn debuut De verboden tuin (1986), een roman die zich afspeelt op de drempel van de puberteit waarin de negenjarige Ewout het verlies verwerkt van zijn kinderlijke samenhang met de wereld, werd bekroond met de Anton Wachterprijs. Met het meesterwerk De opdracht (1995), waarin we dezelfde Ewout – inmiddels 14 jaar en volop puber – nauwlettend volgen op een zomerkamp in zijn vergeefse pogingen geliefd en populair te worden, sleepte hij de F. Bordewijk- en de Van der Hoogtprijs in de wacht én werd hij ook nog eens genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en De Gouden Uil. Naast genoemde romans verschenen de novelle Het engeltje (1996) en een aantal essaybundels, waarvan Te Gussinklo in Aangeraakt door Goden – een mengeling van autobiografie en essayistiek – op indrukwekkende wijze de zoektocht naar de wortels van zijn bewondering voor  Mulisch en Sartre verwoordt (inspiratiebronnen voor zijn schrijverschap).

    Met Zeer helder licht maken we een sprong vooruit in de tijd. Dit keer geen (pre-)puberale Ewout maar een jongeman, Wander genaamd, in de hoofdrol. Wederom een gevoelige, eenzelvige ziel – gemodelleerd naar de schrijver – met veel te hoge verwachtigen van zichzelf en het leven. Lijdend aan zijn eigen (vermeende) misluktheid in een wereld waarin hij zich allerminst thuis voelt. Een wereld die evenzeer wordt gevreesd als veracht.‘Mislukking, alles in mijn leven verwees daarnaar, wat ik ook aanvatte, wat ik ook probeerde, alles mislukte, brak af bij mijn handen.’

    Het zijn de zeventiger jaren. Wander- 31 jaar – gesjeesde student psychologie, probeert zich te herpakken om alsnog wat van zijn leven te maken. Drugs, drank en hoerenvertier heeft hij voor eens en altijd afgezworen. Schrijver wil hij zijn. Want dáár in het schrijverschap – zo luidt zijn stellige overtuiging – wacht hem de bevrijding, de geboorte van zijn ware zijn. Groots en scheppend zal Wander leven, in de gló-ó-ó-ria! ‘Literatuur is de grootste, de hoogste, de koningin van de kunsten, want die laat zien wie we zijn, die laat het gevecht zien om te bestaan, om te overleven in de afgewende, onherbergzame werkelijkheid die niet is zoals wijzelf, die wij bekleden, die wij stofferen met cultuur om haar herbergzaam te maken. En het gevecht om onszelf vorm te geven, onszelf te scheppen tussen al dat andere en al die anderen. Het gevecht om niet misvormd te raken, verpletterd, verwrongen.’ 

    Tja, groot zijn Wanders dromen, zoveel kleiner de daden: geen letter staat nog op papier.  Maar dan kruist Hanna zijn pad. De oogverblindende, 12 jaar jongere ‘lieve lieve Hanna’. Zijn muze, zijn ‘leeuwtje’. De godin van het licht die hem als geen ander begrijpt, de maagdelijke studente uit een keurig milieu. Zijn geluk kan niet op. Voor haar wil hij schrijven, meer dan ooit.  ‘Ik ben het boek […] Voor jou schrijf ik het, nu ik je eindelijk gevonden heb, voor jou. Jij bent mijn muze, pas dan zal ik echt degene zijn die jij liefhebt.’ Begint met Hanna dan eindelijk het lang gedroomde leven?

    Radeloos is Wander, als we op de openingspagina kennis met hem maken. De avond ervoor heeft hij voor het eerst Hanna weer gezien nadat hun relatie op de klippen is gelopen. Tegen de hevige tegenwerking van haar welgestelde ouders (lees: hysterische taart van een moeder, venijnige bulldog van een vader) die hem ver beneden de waardigheid van dochterlief achtten, bleek de relatie helaas niet bestand. Thuisgezeten, in zijn krakkemikkige huisje, vraagt hij zich af hoe zich van de ondergang te redden. Vluchten wil hij, maar ook weer niet, want ‘daar komt geen einde aan’. Bewegen lijkt een betere optie, want ‘het maakt de dingen kleiner omdat ze iets terloops krijgen, niet kunnen groeien door de kracht, het voedsel dat ze aandacht geeft.’ Oke, dus hup naar buiten. De afgrond bezweren. Maar in hemelsnaam waar moet hij heen?

    239 Pagina’s lang worden we hierna meegesleurd in het stuwmeer van Wanders gedachten, emoties, observaties en overwegingen. Werkelijk niets van de kolkende binnenwereld van deze afgewezen ziel blijft de lezer bespaard. Er is geen ontkomen aan. Te Gussinklo dwingt je mee te spartelen in gepijnigde zielekrochten, megalomane opvlammingen, tedere droomgedachten, hysterische razernij, obsessief verlangen en uitvergrote schrikgezichten. Soms – hoe aangenaam – mogen we ook even deinen op het gladde oppervlak maar ja, je zou als schrijver geen Te Gussinklo heten als je uiteindelijk niet toch weer kopje onder gaat. Of erger nog, door koude golven genadeloos wordt uitgespuwd.

    Toch is Zeer helder licht geenszins zware kost. Met zijn indirecte observerende schrijfstijl bezit Te Gussinklo het talent om in het heetst van de strijd onverwacht geestig uit de hoek te komen waardoor de meest bizarre taferelen ontstaan. Hilarisch is de scène waarin Hanna’s moeder zich in volle razernij vergrijpt aan het portier van Wanders Renaultje, en zwaar over de top die waarin ze hem met haar roze pomponnetjespantoffel probeert af te rossen. Zowel komisch als schrijnend is de op de zolderkamer van zijn vriend gearrangeerde bedscène vol onvermogen waarin Wander – uiterst voorzichtig als minnaar – het genot probeert te vergroten door haar een beetje te helpen ‘haar hand begeleidend als een onderwijzer die een achtergebleven leerling bij het schrijven helpt, samen de pen vasthoudend, letters vormend, woorden…’ waarop Hanna na onverrichte zaken afstandelijk verzucht ‘Oef, wat ben je zwaar.’ En hoe ijselijk kan een kennismakingsbezoekje aan toekomstige schoonouders wel niet zijn? ‘“Kom”, zei hij zijn armen op de leuning van zijn stoel leggend teneinde zich te verheffen. “U zult wellicht elders verplichtingen hebben.” ‘ Zo wordt oogappels vriendje nog eens keurig netjes afgeserveerd. Wanders noodlot lijkt hiermee voltrokken. 

    Te Gussinklo schrijft gedetailleerd, breed uitwaaierend en bezeten. Geen mooischrijverij, maar oh, wat gaat er allemaal wel niet om in dat hoofd. Kronkelende zinnen, vol second thougths en een kwistig gebruik van leestekens. Soms ontvouwt zich in een enkele zin een hele geschiedenis. ‘Hoewel, meer geld nu ik niet meer dronk, geen drugs gebruikte en de kleine erfenis – van mijn dode vader; omgekomen in de oorlog, en van mijn dode moeder; plotseling overleden aan een dubbele longontsteking – waarvan ik moest leven minder belastte.’

    In het verhaal gebeurt feitelijk niet zoveel. Het is dan ook niet de strakke verhaallijn of het boeiende plot dat maakt dat je zijn werk wil – nee moet! – lezen. Het zijn de minutieus uitgewerkte aaneengeregen reflecties op het denken en op het intermenselijk verkeer die de lezer vervoeren en iets pijnlijk moois, iets groots laten ervaren. Zo ook – zij het wel minder indrukwekkend dan in zijn eerdere romans – in Zeer helder licht.

     

  • Oogst van de Week 21

    Door Carolien Lohmeijer

    Het is goed nieuws dat er in deze tijd, tegen het tij in, nog mensen zijn die hun nek durven uitsteken en een uitgeverij oprichten! Een mooi voorbeeld daarvan is natuurlijk Uitgeverij Schokland die inmiddels met haar reeks Kritische Klassieken haar bestaansrecht meer dan heeft bewezen.

    En nu is daar ook uitgeverij Koppernik, die sinds half december 2013 bestaat. Op hun website is te lezen wat zij willen uitgeven: ‘de eigenzinnige boeken, de buitenbeentjes van de literatuur, boeken die gedurfd zijn en uitdagen, in ieder geval afwijken van de momenteel overheersende cultuur van het midden.’ Op dit moment gaat dat nog maar om één titel, Zeer helder licht. Maar dat is wel gelijk een boek van Wessel te Gussinklo, winnaar van o.a. de Anton Wachter- en F. Bordewijkprijs. En een boek dat je meteen het verhaal intrekt. Het boek begint als de iets aan lager wal geraakte 31-jarige Wander zijn nog geen 20 jarige vriendinnetje – een meisje uit een keurig, welgesteld gezin – thuisbrengt. Veel te laat echter naar de zin van haar moeder. Hoe keurig ook: mama, gekleed in roze kamerjas, stormt de straat op, begint te vloeken en te tieren, slaat en bespuugt Wander en molesteert zijn toch al krakkemikkige auto. Het is een begin waarna je dóór wilt lezen.
    Zeer helder licht, Wessel te Gussinklo, Uitgeverij Koppernik, € 17,50

    Verhalen uit Istanbul

     

    Wie met Turkeye en Istanbul kennis wil maken moet Verhalen uit Istanbul van Sait Faik Abasıyanık (1906-1954) lezen. Deze auteur geldt als een van de grondleggers van het korte verhaal in Turkije. Door zijn grote inlevingsvermogen en beeldende observaties zijn de verhalen van Sait Faik Abasıyanık verrassend tijdloos. Sait Faik Abasıyanık vertelt indringende verhalen over menselijke verlangens en frustraties. Zijn mooiste verhalen werden voor deze bundel vertaald door Hanneke van der Heijden.
    Verhalen uit Istanbul, Sait Faik Abasiyanik, Uitgeverij Podium, vertaling door Hanneke van der Heijden, € 19,50

    OnschuldVeel dichter bij huis, gewoon op het schoolplein in Alphen aan den Rijn leren Dennis Captein en Martine de Bruin elkaar kennen. Er onstaat een vriendschap. Na verloop van tijd komt Martine bij Dennis op bezoek met de vraag of hij een boek wil schrijven over haar. Martine blijkt het slachtoffer van incest, ze vertelt dat ze jarenlang door haar grootvader is misbruikt. Ze heeft tot dan gezwegen. Eerst uit angst, later uit schaamte. Onschuld is het resultaat van dit verzoek. Het is een roman geworden, gebaseerd op feiten, maar aangevuld met fictie.
    Dennis Captein studeerde Journalistiek en Rechten, is in het dagelijks leven uitgever en daarnaast actief als columnist voor het AD. Onschuld is zijn eerste roman.
    Onschuld, Dennis Captein, Uitgeverij Nobelman, 320 pagina’s, €19,90

    De zangbrekerTot slot is er een nieuwe roman van de van oorsprong Uruguaanse schrijfster Carolina Trujillo (40) (De terugkeer van Lupe García) verschenen. De schrijfster woont al zo’n 20 jaar in Nederland, schrijft ook in het Nederlands, maar daarmee is het Nederlandse er wel af en nemen Zuid-Amerikaanse taferelen het over.
    Trujillo is een rasverteller. In De zangbreker neemt zij de lezer mee naar haar geboortestad Montevideo voor een ‘onvergetelijke ontmoeting met onalledaagse personages.’
    De zangbreker,, 320 pagina’s, € 19,95