• Schokkend familiedrama

    Schokkend familiedrama

    In We moeten praten van Jan van Mersbergen lezen we het verhaal van de elfjarige Koen. Hij moet zoals alle leerlingen een spreekbeurt houden in groep zeven, hoewel hij al sinds zijn derde geen woord meer heeft gezegd. De juf is benieuwd waar hij mee komt. Koen is vastbesloten om alles te vertellen en doorbreekt zeven jaar zwijgen. Wat een mooi begin van dit boek is, je zit meteen in het verhaal. ‘Ik ga jullie alles vertellen en dus ook waarom ik zo lang mijn mond heb gehouden. (…) Mijn spreekbeurt is lang. We zullen misschien een paar keer een pauze moeten houden.’
    Koen zit in een klas met kinderen die Omar, Hasan en Amir en Sofia heten. ‘Ik weet heel goed dat jullie zeggen dat ik een sukkel ben of een moron of een freak, maar ik ben wel hier op school om iets te leren, al heb ik meer van opa geleerd. Sorry, juf.’

    Hij woont bij ‘opa’, die niet zijn biologische opa is, maar de buurman met een moestuin. Dat hij geen ouders heeft en dat de buurman zich over hem ontfermt, blijkt al snel. Opa met zijn Brabantse tongval is Koens referentiekader geworden. Van opa leert hij over sterrenstelsels, zoals Cygnus, het sterrenbeeld Zwaan. Koen voegt soms grappige zinsneden van opa aan zijn verhaal toe. Koens vader was fan van de Red Hot Chili Peppers. Hun teksten vertaalt opa naar een Brabantse variant. ‘M’n achterdeur is nie op slot umdakkum openloat, veur ooit.’

    Onvermogen

    We moeten praten is opgebouwd uit drie delen. Koens verhaal met zijn spreekbeurt heet Praten en beslaat bijna honderd bladzijden. Daarna komt Moeten, een monologue intérieur van de vader waarin een trieste man naar voren komt die zijn vrouw en zoon niet kan vertellen wat hem scheelt. ‘Het gras wordt gedroogd. De langste dag. Koen kan praten. Ik ga hem vertellen van zijn ontstaan, van jouw ontstaan en van mijn afstand tot hem. Sorry.’ Onvermogen om je te uiten is een thema dat Van Mersbergen vaker gebruikt in zijn boeken.

    In We komt opa aan het woord. Opa vindt het nodig om zijn verhaal aan de conciërge van de school te vertellen en dat maakt veel duidelijk. ‘Toen de spreekbeurtendag aangebroken was, zei hij tegen Koen dat hij in de buurt zou zijn. Zodat hij zich gesteund voelde, en veilig, of zoals de oude man het zelf noemde, als back-up. Ik ben er.’ Zijn verhaal leidt naar de onvermijdelijke en navrante plottwist toe en voor Koen is het goed dat hij de back-up is.

    Spreekbeurt en levenslessen

    Koens spreekbeurt had wel hele boek mogen beslaan omdat het een prachtig deel is. Hoewel het een kind-perspectief is, ontroert Koen en is hij grappig en wijs. Van zijn vader heeft hij alle moeilijke woorden geleerd, en ‘opa’ is de enige die hem echt begrijpt. De juf en de klasgenoten hangen aan zijn lippen, hij weet ze mooi bij zijn leven te betrekken. Hij heeft van ieder van hen iets kleins gepikt of weggenomen uit ergernis om hun pestgedrag. Dat geeft hij tijdens zijn spreekbeurt terug met een reden en een waarschuwing erbij. Als lezer denk je, dat kind komt er wel, ondanks zijn tegenslagen.

    Koen hangt zijn relaas op aan vier steekwoorden: ‘Mama – opa – zwaan – papa.’ Mama, Helena, is van Griekse komaf, ze verlaat het gezin als Koen drie jaar is en gaat terug naar huis. Haar laatste woorden ‘We moeten praten’, hoort Koen in de telefoon van zijn vader en op dat moment besluit hij nooit meer te praten.

    Zwaan

    Kort daarna zien Koen en zijn vader een aangereden zwaan dood langs de weg liggen. De volgende dagen zit een vrouwtjeszwaan treurend bij die plek. Hoewel Koen niet praat, maakt hij wel contact met de zwaan en lokt hij het dier mee naar huis. Hij krijgt zelfs een sterke band met de vogel, wat een mooie metafoor voor de Griekse moeder is en verwijst naar Leda en de zwaan uit de Griekse mythologie. Want, zo blijkt in het tweede deel, de vader heeft teelbalkanker en vergelijkt zichzelf met Zeus. Hij praat tegen zijn tumor, maar kan zijn vrouw en kind niet over zijn ziekte vertellen. Zijn onvermogen en eenzaamheid en het daaruit voortkomend schuldgevoel zijn de oorzaak van de breuk in het gezin.

    Koen blijft alleen achter. De buurman – opa – redt hem en bouwt aan de sloot een hok voor de zwaan. Goede daden van de buurman. Maar aan de conciërge vertelt hij ook dat hij de herinnering aan de vader al die zeven jaren voor Koen levend heeft willen houden. Wat dan volgt doet de lezer het boek enigszins ontgoocheld, maar ook met afgrijzen dichtslaan.

    We moeten praten is een familiedrama over stilte, eenzaamheid, onvermogen, vooroordelen en het nemen van de verkeerde beslissingen door volwassenen, zodanig dat het kind er de dupe van is. Van Mersbergen, die diverse prijzen won en in meerdere talen vertaald is, schrijft knap, toegankelijk en compact en weet aan het denken te zetten. Toch doet We moeten praten wat geforceerd en vergezocht aan.

     

  • Oogst week 48 – 2023

    Oh the world Ah the world

    In 2021 overleed A.L. Snijders op de leeftijd van 83 jaar. Tijdens zijn leven werkte hij als leraar Nederlands en schreef columns in verschillende kranten. Hij bedacht het zkv, het Zeer Korte Verhaal, een ‘nieuw literair genre’. In 2006 verscheen de eerste zkv-bundel Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk. Er volgden nog vele zkv’s, die hij ook op de radio voorlas. Dan klonk zijn donkere, sonore stem, met de wat aarzelende, trage manier van spreken die hij zich had eigen gemaakt en hem net zo bekend maakte als het genre dat hij had bedacht. Wie hem eenmaal had horen praten herkende zijn karakteristieke stemgeluid onmiddellijk.

    Even kenmerkend is zijn handschrift, te zien in Oh the world, ah the world, dat zijn laatste zkv’s en een keuze uit zijn brieven bevat. Vrijwel dagelijks schreef hij een brief, in rode en zwarte inkt. Hij maakte er ook tekeningen bij en kalligrafeerde het motto. Een daarvan was Oh the world Ah the world. Snijders vond brieven schrijven leuker dan stukjes te schrijven, omdat ‘een brief zomaar aan mijn hand ontsnapt’.

    Een van de 54 zkv’s in het boek, grotendeels uit 2021: ‘Ik schrijf een verhandeling over de liefde. Een jonge man vraagt de hand van zijn meisje aan haar vader. De man ziet er niets in. Hij is niet onvriendelijk, het is geen ploert. Hij is integer, hij doet niet alsof. Hij vindt zijn dochter niet passen bij de jongen, hij veinst niet. Hij legt uit dat hij geen toestemming geeft, maar hij voegt er nonchalant aan toe dat hij het jonge paar niets in de weg zal leggen.’
    En de lezer zal nieuwsgierig verder lezen.

     

    Oh the world Ah the world
    Auteur: A.L. Snijders
    Uitgeverij: Afdh Uitgevers

    We moeten praten

    ‘Langzaam draait hij zich om. Hij zet zijn tas naast zich op de vloer. Hij heeft de hele tijd naar de vloer gekeken en nu kijkt hij naar zijn klasgenootjes en kort naar mij, en zegt: “Ik ga echt mijn spreekbeurt houden.” (…) Hij zegt iets! Hij kan wel praten! (…) “Ik ga jullie alles vertellen (…) wat bij mij hoort, wat van mezelf is, en van mijn opa, waar ik woon, de spullen in mijn kamer (…) de muziek waar mijn papa naar luisterde, het verhaal van ons gezin.”‘ De klas en verteller juf luisteren verbijsterd want Koen, zoals de jongen heet, praatte nooit eerder in We moeten praten van Jan van Mersbergen.

    Toen Koen drie jaar was speelde hij eens met de mobiele telefoon van zijn vader en hoort plotseling zijn moeder aan de telefoon die denkt dat haar man aan de lijn is en zegt: ‘We moeten praten’. Het blijkt het einde van het huwelijk, Koen blijft met zijn vader achter. ‘Als dit is wat er van praten komt, denkt Koen, dan houd ik voortaan mijn mond.’ En dat doet hij, totdat hij in klas 7 zijn spreekbeurt moet houden. Op het digitale bord zet hij een afbeelding van het schilderij De Bedreigde Zwaan van Jan Asselijn.

    Jan van Mersbergen schrijft onder meer romans, novellen, korte verhalen en thrillers (onder pseudoniem), Hij schreef over mannenzaken en vaderschap, over zijn vader. Prijzen bekroonden zijn werk dat in negen talen is vertaald. Hij publiceert ook beschouwingen en interviews in diverse dagbladen en geeft workshops.

     

    We moeten praten
    Auteur: Jan van Mersbergen
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Bedenktijd

    Meredith Greer (1988) zegt over haar debuut Bedenktijd in een interview: ‘Ik dacht: ik wil onthouden hoe het was en hoe het op dat moment was om mij te zijn.’ In coronatijd, tijdens de lockdown, onderging Greer een abortus, geheel alleen, zonder steun van een naaste. ‘Niemand kon mijn hand vasthouden in de wachtkamer.’ Daarna vroeg ze zich af wat verlies en verdriet doen met mensen als ze die het liefst willen vergeten en voor anderen verbergen. Maar dergelijke gevoelens laten zich niet verdringen. Greer geeft er schriftelijk aan toe. Zo schrijft ze over een wraakzuchtige fantasie over de man van wie ze zwanger raakte. ‘Het was heel bevredigend om zo’n wraakzuchtig spookverhaal op papier te zetten.’ In Bedenktijd haspelt ze verschillende genres door elkaar: proza, essayachtige stukken, poëzie en dagboekaantekeningen over haar gevoelens van rouw, verdriet en woede.

    Omdat ze geen boek over enkel een vrouwenonderwerp wilde schrijven bespiegelt ze ook andere rouw, bijvoorbeeld als mensen wegens de lockdown of omdat ze in de gevangenis zitten geen afscheid kunnen nemen van geliefden en niet bij de begrafenis kunnen zijn.

    Het boek is vormgegeven in zeer verschillende lettertypes ‘zodat het lezen ook een fysieke ervaring is’, zegt Greer. De schrijfster is een Amerikaans-Nederlandse journalist en schrijver. Ze werkte onder meer als eindredacteur voor de Volkskrant en als redacteur voor BNR-Nieuwsradio, en had een column in HP/De Tijd.

     

    Bedenktijd
    Auteur: Meredith Greer
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij