• Verplichte kost voor viruswappies

    Verplichte kost voor viruswappies

    De tijd waarin lockdowns en versoepelingen elkaar afwisselen lijkt voorbij, terwijl het coronavirus een ellendige gast blijkt te zijn die niet van plan is te vertrekken. In een samenleving die zich steeds meer verzet tegen de opgelegde regelgeving is het nauwkeurig balanceren tussen het gewenste en het noodzakelijke. Er ontstaat weerstand, wantrouwen en onverschilligheid als het gaat om ‘met z’n allen tegen corona’. De urgentie is verdwenen en zelfs nieuwe, onvoorspelbare virusmutaties worden met schouderophalen begroet. Het wordt steeds duidelijker dat het allemaal draait om de zorgsector: te weinig plek, te weinig ic-bedden, te weinig personeel. Een cruciale bottleneck in onze welvaartsmaatschappij. 

    Leo Hermens werkt aan het front van deze crisis. Hij is fysiotherapeut op de IC-afdeling van een ziekenhuis in het midden van het land. Daarnaast is hij schrijver en dichter met inmiddels drie dichtbundels op zijn naam. In het eerste coronajaar schrijft Hermens regelmatig op facebook over de toestand in het ziekenhuis en zijn ervaringen op de ic. Stukjes die de aandacht trekken door de openhartige toon en de bevlogen empathie. Teksten die voor veel lezers een onbekende wereld openen.

    Dat eerste coronajaar

    De reacties waren overweldigend. Er kwamen veel verzoeken om deze bijzondere woorden in een blijvende vorm te laten voortbestaan. Dat vond ook de kersverse uitgeverij Kwakman & Smet die er een kloeke, 176 pagina’s dikke bundel van maakte. In een flinke lettergrootte zijn Hermens teksten per maand geordend en krijgen we dat eerste, bizarre coronajaar in volle hevigheid weer voor onze kiezen. Het is de bijzondere pen en nuchtere blik van Leo Hermens die ons, met terugwerkende kracht, met de neus op de verwarrende en bedreigende feiten drukt. De eerste coronamaanden van 2020 beginnen met afstand houden en het aanleren van een nieuwe begroeting.

    ‘Hoe ingebakken is een handdruk. Symbool van goede bedoelingen en de afwezigheid van wapens. En hoe taboe. Mijn hand schiet al naar voren in een geconditioneerde reflex voordat ik hem terugtrek. Een hand met een eigen wil (…) 

    Ik ga een nieuwe gewoonte aanleren. Ik ga mij trainen in het namasté-gebaar. Altijd al mooi gevonden. Ik ga het niet zeggen, wel ga ik de handpalmen ter hoogte van mijn hart tegen elkaar houden met de vingers naar boven en dan een kleine buiging maken. Zonder oogcontact te verliezen.’

    Nieuwe looproutes, nieuwe instructies

    Vervolgens gaat Hermens dieper in op zijn dagelijkse werk in het ziekenhuis. Dat doet hij door telkens korte impressies te geven van de situaties waarin hij belandt op de verschillende afdelingen. Het ziekenhuis moet zich telkens aanpassen aan de omstandigheden: looproutes, nieuwe ingangen, waar mogelijk extra IC-bedden, een aparte corona-afdeling en doorlopend nieuwe instructies voor het personeel. Hij schrijft over zijn collega’s die, hoewel altijd professioneel, in een haast moedeloze depressie belanden die zo nu en dan in zuivere paniek uitmondt.

    ‘In de gang van de schone IC kom ik Ingrid tegen, verpleegkundige. Normaal is het hee
     en hoi en een grote glimlach. Nu staat haar gezicht strak.
     – Was je vanochtend beneden? vraag ik.
     Ze knikt.
     – En?
     – Ze gaan allemaal dood.
     Ik ga haar blik nooit vergeten.’

    De episodes over het ziekenhuis worden afgewisseld – soms ook vermengd – met stukjes uit de privésituatie van de schrijver. Het is een dramatische tweedeling, de wereld van de intensieve zorg tegenover die van het gezin, de supermarkt of gewoon op straat. Hermens laat zijn frustratie doorschemeren als de optimistische of argeloze buurman zijn caravan klaarmaakt voor de komende vakantie. Als hij op tv mensen hoort praten over het virus ‘dat niet meer dan een griepje is’ valt hij uit tegen het toestel.

    ‘Dat dringt nog niet door bij sommige mensen die op tv glunderend vertellen dat ze een goede gezondheid hebben en niet bang     zijn om ziek te worden. Dus ze zullen zich niet veel van de maatregelen aantrekken.
    Het gaat niet om jou, spreek ik hardop tegen. Jouw roekeloosheid heeft invloed op anderen, zoals ook jouw omzichtigheid.
    – Tegen wie heb je het? vraagt mijn dochter die de kamer binnenkomt.
    – Ach, zo een vent op tv.
    – Trouwens, als er een totale lockdown komt, ga ik bij mijn vriendje wonen, zegt ze.’

    Indrukwekkende registratie

    Het is de naadloze overgang tussen emotie en relativering, tussen opwinding en nuchterheid die de teksten van Hermens zo krachtig maakt. Dat is knap gedaan, omdat daarmee de ernst van het virus en de omstandigheden in de zorg op indringende manier duidelijk worden gemaakt. Zijn taal is helder en volledig ontdaan van overbodige franje. Zoals hij schrijft over de ‘draaiteams’, de verpleegkundigen die op zorgvuldige wijze de coronapatiënten-in-coma regelmatig moeten draaien, van buik op rug en omgekeerd.

    ‘Het is een groot, slap, verhit, bloot lichaam in al zijn weerloosheid. Bloter kan het niet, zo overgeleverd en onmachtig. Een organisme in buiklig dat stofwisselt. Chemie aan het werk, geholpen door de moleculen die er via slangen in gestopt en uit gehaald worden.’

    Maar de dood is het meest indrukwekkend in deze registratie van een periode vol onzekerheid, angst en tragiek. Het snelle overlijden van patiënten, van het ene op het andere uur, vaak zonder de nabijheid van familie, met alleen hardwerkende verpleegkundigen aan de bedrand. Dat maakt Vleermuis in het ziekenhuis tot een aangrijpend document dat, om het maar eufemistisch te zeggen, in zeer brede kring gelezen zou moeten worden. 

    ‘Familie is gebeld. Ze moeten snel komen want vader gaat overlijden. De intensivist en een verpleegkundige staan in hun beschermingspakken naast het bed van de man en doen het medisch noodzakelijke. Dat is niet veel meer. Ze waken vooral. Ze houden zijn hand vast en houden zijn rust in de gaten. De man overlijdt voordat de twee gezinsleden die mogen komen er zijn. De intensivist en verpleegkundige huilen achter hun duikbrillen. Nooit wordt er in het bijzijn van familie gehuild. Het is professioneel om controle te houden op de kamer. Tranen zijn voor thuis. Het is alsof de intensivist en verpleegkundige nu verdriet en rouw van de afwezige familie overnemen. Even zijn zij plaatsvervangers. Even verwanten. De verpleegkundige loopt de kamer uit en botst tegen de deurpost aan, struikelt en valt op de grond.

    Machteloze tranen, zei iemand.
    Ik geef de voorkeur aan machtige tranen. Machtig van medeleven.’

     

    Koop hier het boek.

  • Oogst week 42 – 2021

    Vier kippen leven genoeglijk in de achtertuin van de vrouwelijke verteller van Broed, de debuutroman van de Amerikaanse Jackie Polzin. Ze hebben namen, kakelen tevreden, leggen eieren en zijn zich niet bewust van de gevaren die hen bedreigen: de harde winter, de hete zomer, roofdieren, onzekerheid over hun bestaan. Tegen dat alles probeert de ik hen te beschermen, in het begin onwetend en onzeker.

    Dat dieren voor Polzin een thema zijn blijkt tevens uit het artikel dat ze schreef voor de StarTribune, een online nieuwskrant voor Minnesota. Ze vertelt hierin dat ze een rups in haar tuin vindt, die ze op een esdoorntak naar binnen haalt en verzorgt totdat de rups een cocon spint en uiteindelijk een vlinder wordt. Haar moeder, liefhebber van insecten, was haar voorbeeld met het jaar na jaar voeren en verzorgen van rupsen en cocons.

    In Broed is de moeder van de verteller een van de liefdevolle mensen in haar omgeving. Ook een vriendin probeert haar en haar ondoorgrondelijke echtgenoot bij te staan bij het verwerken van een miskraam. Is het houden van de kippen een manier om toch het moederinstinct te kunnen uitleven?

    Uitgeverij: Atlas contact

    ‘Alle dingen in de menselijke wereld zijn beelden die tot leven zijn ontwaakt,’ zei Franz Kafka, beroemd om zijn ongeëvenaarde verhalen. Maar in 2019 opende de Nationale Bibliotheek van Israël het Max Brod archief, waardoor de roem zich niet meer alleen tot zijn schrijverschap zal uitstrekken. In het archief werden tot dan toe onbekende tekeningen van de schrijver ontdekt. Hij maakte ze in de jaren 1901 – 1906. Tijdens zijn rechtenstudie aan de universiteit verveelde hij zich en krabbelde dan tekeningetjes op papier waarvan hij vond dat ze persoonlijk waren en niet mochten worden gedeeld met anderen. Aan zijn verloofde Felice Bauer schreef hij in 1913: ‘Ik was ooit een groot tekenaar, maar toen ben ik bij een slechte schilderes schoolse tekenlessen gaan nemen en heb ik mijn hele talent verknoeid.’

    Uitgeverij Athenaeum doet nu een luxe kunstuitgave het licht zien met meer dan 200 van Kafka’s tekeningen. 140 daarvan worden voor het eerst aan de openbaarheid prijsgegeven. De uitgave is samengesteld door Andreas Kilcher, Pavel Schmidt en Judith Butler. Zij voegden ook begeleidende essays en een verantwoording toe.

    Auteur: Redactie Andreas Kilcher
    Uitgeverij: Athenaeum

    Vleermuis in het ziekenhuis

    Soms toont de schrijver zich woedend in Vleermuis in het ziekenhuis, soms onthutst, maar altijd is hij tot in zijn vezels betrokken bij de gebeurtenissen in het ziekenhuis. Schrijver en dichter Leo Hermens is fysiotherapeut in een ziekenhuis waar hij onder meer werkt met mensen met een hersenbeschadiging. Tijdens de coronapandemie zag hij van dichtbij hoe zorgverleners tot het uiterste gingen om opgenomen covid-patiënten te redden en hoe zwaar genezende patiënten het hadden. Het publiek zag en hoorde via de media voornamelijk cijfers, interviews en verhalen van professionals over een dan nog streng afgeschermde wereld.

    Met de feuilleton van Leo Hermens op zijn facebookpagina kwamen er plotseling indringende en ontroerende verhalen rechtstreeks van de medische frontlinie beschikbaar. Op literaire en pakkende wijze deed Hermens verslag van de gebeurtenissen. De nieuwe uitgeverij Kwakman & Smet, gericht op specifieke projecten, gaf gehoor aan de oproep van vele facebooklezers om de verhalen en beschouwingen over het covid-jaar uit te geven.

    Vleermuis in het ziekenhuis
    Auteur: Leo Hermens
    Uitgeverij: Kwakman & Smet