• Een vakkundig brok in de keel

    Een vakkundig brok in de keel

    Vladimir Nabokov schrijft in Speak Memory dat de roman Misunderstood (1869) van Florence Montgomery het eerste Engelse boek was dat zijn moeder hem voorlas, en dat het lot van de hoofdpersoon hem een vakkundiger brok in de keel bezorgde dan wat dan ook van Dickens. De schrijver George du Maurier (bekend van de gothic novel Trilby) schreef in een brief aan Lewis Carroll: ‘Ik ben, net als jij, een zeer groot bewonderaar van Misunderstood, en heb er emmers vol tranen bij gehuild.’

    Incompreso, van regisseur Luigi Comencini (1916-2007), uit 1966, is de Italiaanse verfilming van dat boek. (Er zijn ook twee andere, te weten een Hongaarse, al uit 1920, en een Amerikaanse, uit 1984.)
    Het verhaal speelt zich af in een door weelderige tuinen omgeven kapitaal landhuis even buiten Florence, de residentie van de Engelse consul Eliot Duncombe. Alles ademt de sfeer van de oogverblindende melodrama’s van Douglas Sirk. Duncombes vrouw is net begraven als het verhaal begint. De kinderen, twee jongens van een jaar of tien en vier, Andrea en Milo, weten nog niet dat hun moeder is overleden.

    De afstandelijke Duncombe, mooi onderkoeld gespeeld door Sir Anthony Quayle, laat zich nog meer opslokken door zijn werk dan hij toch al deed en de zorg voor de kinderen laat hij over aan het personeel. In zijn verdriet richt hij volledig op zijn jongste zoontje. Voor Andrea, die volgens hem al oud genoeg is en dus sterk moet zijn, heeft hij geen oog. Maar in de gevoelige Andrea, de hoofdpersoon van het verhaal, huist de eenzaamheid van het onbegrepen en afgewezen kind dat zijn verdriet maskeert met boosheid en opstandig gedrag.

    Incompreso is een  magnifieke tearjerker die, gesteund door de prachtige klassieke muziek en het geweldige spel van de jonge hoofdrolspeler, me danig bij de strot greep. Maar het is ook een fijn psychologisch kijkje in de kinderziel en een bijzonder knappe film. Comencini is een van die Italiaanse meesters (zie ook Antonio Pietrangeli, Mario Monicelli, Alberto Lattuada, Dino Risi en vele anderen) die in de schaduw van Visconti en Fellini hun kunsten vertoonden. Met Incompreso laat hij zien dat hij niet voor hen onderdeed.
    Over het verhaal wil ik niets verklappen. Ga maar kijken. De film staat integraal op YouTube. (Zakdoekjes bij de hand.)

     

     


    Van Hans Heesen, filmhuisdirecteur, docent filmacademie Amsterdam, schrijver van Naar Zutphen en Een naderend begin van iets nieuws (Uitgeverij IJzer), verschijnt maandelijks op deze plek een filmcolumn.

  • Oogst week 51

    Verzamelde gedichten

    De laatste Oogst van dit jaar. Vladimir Nabokov en Lolita. Veel verder komen veel lezers niet als hen wordt gevraagd naar het werk van deze grote meester. De meesten weten ook nog wel dat de schrijver meer geschreven heeft dan die ene roman die zo wereldberoemd is geworden, maar lang niet iedereen weet dat Nabokov ook een groot aantal gedichten heeft geschreven.
    Bij uitgeverij Koppernik is onlangs een tweetalige uitgave verschenen met daarin al zijn gedichten: de poëzie die Nabokov zelf selecteerde voor de uitgave Poems and Problems (1970), met zowel door hem uit het Russisch vertaalde als rechtstreeks in het Engels geschreven gedichten, maar eveneens de poëzie die zijn zoon Dimitri uit het Russisch vertaalde.

    Nabokov ontvluchtte in 1917 zijn vaderland Rusland, ging in eerste instantie in Groot-Brittannië wonen, vervolgens in Duitsland en Frankrijk en vluchtte uiteindelijk – toen de Nazi’s half Europa innamen –naar de Verenigde Staten om ten slotte het einde van zijn leven door te brengen in Zwitserland. Nabokov was ook een groot vlinderliefhebber en -kenner.
    De gedichten vormen de weerslag van dat leven: lesgeven over Russische poëzie, vlinders, schaatsen, erotiek en liefde, de Russische Revolutie, ballingschap, eenzaamheid, een Amerikaanse ijskast. ‘Wie Nabokov wil leren kennen moet zijn poëzie lezen’, aldus de flaptekst.

    Vertaler van deze gedichten is dichter en prozaïst Huub Beurskens die de uitgave ook voorzag van een voorwoord en verhelderende aantekeningen.

     

    Verzamelde gedichten
    Auteur: Vladimir Nabokov
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik

    Metamorfosen

    Marietje d’Hane-Scheltema vertaalde al in 1993 de Metamorfosen van Ovidius.

    Na haar succesvolle samenwerking met tekenaar Floris Tilanus bij haar vertaling van de Fabels van La Fontaine, ontstond de wens om ook een dergelijke uitgave te maken van het beste uit de Metamorfosen.
    In deze eenmalige uitgave staan alle bekende mythen bij elkaar, over Narcissus en Echo, Jason en Medea, Daedalus en Icarus, Apollo en Daphne, Pyramus en Thisbe, Venus en Mars. En dat alles geïllustreerd door Floris Tilanus.

    Van Marietje d’Hane-Scheltema verscheen in 2013 het boek Alles altijd anders, Over Ovidius, hier op Literair Nederland besproken door Machiel Jansen.

    Metamorfosen
    Auteur: Ovidius
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Leonardo literair

    Komend jaar is het 500 jaar geleden dat Leonardo da Vinci overleed. Het zal geen toeval zijn dat nu in Teylers Museum in Haarlem de tentoonstelling ‘Leonardo da Vinci’ te zien is, en dat er bij uitgeverij Athenaeum Leonardo literair is verschenen.

    Een van de hoogtepunten van de tentoonstelling in Haarlem zijn de drie voorstudies van Het Laatste Avondmaal, waaronder het portret van Judas. Teylers Museum wijdt een speciale ruimte aan deze wereldberoemde wandschildering, die als replica op origineel formaat (4,6 x 8,8 meter) te zien is. Met daar recht tegenover een replica op ware grootte van de bijzondere versie van Het Laatste Avondmaal uit de abdij in Tongerlo.

    Niet zo bekend is dat Leonardo da Vinci (1452-1519) niet alleen een groot kunstenaar was, maar dat hij ook veel geschreven heeft. Hij heeft zelf nooit iets gepubliceerd maar na zijn dood heeft men duizenden vellen met losse invallen, annotaties, aanzetten van traktaten e.d. gevonden. Er zijn allegorieën en filosofische overwegingen, fabels en een bestiarium, voorspellingen en raadsels, grappige verhalen en fantastische evocaties, gedachten over de waarde van kennis en de betekenis van kunst. Aantekeningen vol persoonlijke herinneringen, brieven en boekenlijsten geven een bijzondere inkijk in zijn persoonlijk leven.

    De Belg Patrick Lateur, (o.a. Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Letteren in – Vertalingen 2013 en de Homerusprijs van het Nederlands Klassiek Verbond in 2017) staat garant voor de vertaling

    De tentoonstelling in Teylers Museum is nog t/m 6 januari a.s. te zien, kaarten zijn alleen online verkrijgbaar.

     

    De volgende editie van deze rubriek verschijnt weer in de tweede week van januari 2019. En vergeet niet: met elk boek dat u via Literair Nederland bestelt, steunt u ons.

    Leonardo literair
    Auteur: Leonardo da Vinci
    Uitgeverij: Athenaeum

    Grand Hotel Europa

    Tot slot aandacht voor een boek van veel recenter datum: de nieuwe roman van Ilja Leonard Pfeijffer.
    Massatoerisme, nostalgie, geschiedenis, vergane glorie, Europa in ‘beter’ tijden, de nieuwe tijdsgeest, migratie, liefdesverdriet en kunst.
    Deze nieuwe, omvangrijke roman van Pfeijffer bevat het allemaal. De uitgever noemt het op de flaptekst ‘zijn beste boek tot nu toe’:

    ‘De schrijver neemt zijn intrek in het illustere maar in verval geraakte Grand Hotel Europa om te overdenken waar het is misgegaan met Clio, op wie hij in Genua verliefd is geworden en met wie hij in Venetië is gaan wonen. Hij reconstrueert het meeslepende verhaal van liefde in tijden van massatoerisme, van hun reizen naar Malta, Palmaria, Portovenere en de Cinque Terre en hun spannende zoektocht naar het laatste schilderij van Caravaggio. Intussen vat hij een fascinatie op voor de mysteries van Grand Hotel Europa en raakt hij steeds meer betrokken bij het wedervaren van de memorabele personages die het bevolken en die uit een eleganter tijdperk lijken te stammen, terwijl de globalisering ook op die schijnbaar in de tijd gestolde plek om zich heen begint te grijpen.

     

    Grand Hotel Europa
    Auteur: Ilja Leonard Pfeijffer
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Versplinterd leven

    Versplinterd leven

    Vergeleken worden met Vladimir Nabokov: dat klinkt in eerste instantie vooral als een groot compliment, maar het draagt tevens een gevaar in zich – want wat als de verwachtingen van de lezer daardoor zo hooggespannen zijn dat het alleen maar tegenvalt? Het is niet moeilijk een parallel te vinden tussen Aleksandar Hemon en Vladimir Nabokov: beiden groeien op in Oost-Europa en beiden verhuizen naar de Verenigde Staten. Beide ballingen maken zich de nieuwe taal eigen en gaan in het Engels schrijven. Gelukkig is dat niet de enige gelijkenis tussen beide auteurs – de intelligente, taalsensitieve en peinzende manier van schrijven komt ook overeen. De uitgever heeft zijn hand niet overspeeld: hier is een bijzonder getalenteerde schrijver aan het woord.

    Levens
    Hemon heeft in zijn leven genoeg meegemaakt om een aardige boekenplank mee te vullen. Hij wordt in 1964 geboren in Sarajevo, wat dan nog een kleine stad in de Balkan is. Zijn jeugd bestaat uit (veelal verloren) schaakpartijen met zijn vader, potjes voetbal met zijn raja, een groepje jongens aan wie hij de eerste jaren van zijn leven zijn identiteit ontleent, jaloezie ten opzichte van zijn jongere zusje en wachten tot zijn vader terugkeert van een van zijn buitenlandse reizen. Vervolgens, als jongere, gaat hij op zoek naar de grenzen van wat mogelijk is binnen een door de Staatsveiligheidsdienst gecontroleerde samenleving. Een verjaardagsfeest, waarbij iedereen onder het mom van ‘een performance’ als nazi verkleed komt, behoort niet tot de mogelijkheden. Je laven aan alles wat westers en kapitalistisch is – in de vorm van Amerikaanse poëzie, popmuziek en jeans – wél. Na de val van de Muur, in 1989, krijgt Hemon in 1992 de kans om naar de Verenigde Staten te gaan. Het is de bedoeling dat hij daar een paar weken blijft, maar intussen verslechtert de situatie thuis in Bosnië zo erg dat zijn ouders hem aanraden te blijven. Daarmee begint het immigrantenbestaan in Chicago, dat Hemon tot op de dag van vandaag leeft.

    Identiteit
    Over al die verschillende ‘levens’ schreef Hemon essays in The New Yorker. Achter elkaar gezet vormen ze de bijzondere autobiografie van Aleksandar Hemon. In elk hoofdstuk beschrijft hij een stukje van zichzelf alsof het om een personage gaat dat hij niet zelf is. Hemon is in staat zichzelf en zijn directe omgeving scherp te analyseren, juist door die afstand te nemen. Zien we hier een erfgenaam van de Russische literatuurtheoreticus Viktor Sjklovski, die ostranenie – letterlijk ‘vervreemding’ – als hoogste doel van de kunst, en daarmee dus de literatuur, zag? Sjklovski zag in leven op de automatische piloot het grootste kwaad: op den duur wordt zelfs iets veelomvattends als oorlog normaal en verblikt of verbloost men niet meer bij een zoveelste dode. Kunst is de oplossing, zegt hij. Nooit vergeten dat de groepen waartoe je denkt te behoren slechts abstracties en illusies zijn, zegt Hemon.

    Het boek van mijn levens is een grote zoektocht naar identiteit. Alleen door je af te zetten tegen een Ander kun je een Ik construeren. Dat begint met de al eerder genoemde raja, het groepje jongens waartoe Hemon behoorde en dat in staat van oorlog verkeerde met de andere raja’s van de buurt. Vervolgens is het, zij het voorzichtig, de linkse, op het westen georiënteerde jongere tegen de Staat. Het zijn de Bosniërs tegen de Serven. Maar het is ook de immigrant tegen de Amerikaan. Want het blijkt moeilijk je thuis te voelen aan de overkant van de oceaan: alles voelt vreemd, je hele identiteit staat op losse schroeven. Of zoals Hemon het uitdrukt:

    ‘Immigratie is niets anders dan een ontologische crisis omdat je als immigrant gedwongen wordt onder eeuwig veranderende existentiële omstandigheden te onderhandelen over de condities van je eigenheid.’

    Of: ‘In metafysiek opzicht was ik wankel, omdat ik nog niet wist hoe ik moest zijn in Chicago.’

    Nieuw leven
    Hemon zoekt naar een thuis en vindt dat in de andere immigranten. Samen wonen zij in een flat in een buitenwijk van Chicago en langzaamaan beginnen de straten als hun straten aan te voelen, beginnen de koffiehuizen hun koffiehuizen te worden en worden de gezichten alledaags. Aan de rand van de samenleving ontstaat een nieuwe enclave. Toch blijft Hemon zweven in een soort ‘niemandsland’: geen Bosniër meer, nog geen Amerikaan. Het blijkt moeilijk betrokken te blijven bij zijn vrienden die in Sarajevo zijn achtergebleven, omdat een oorlog op afstand niet te vergelijken is met er daadwerkelijk middenin zitten, maar ook om de eenvoudige reden van een platliggend telefoonnetwerk. Bovendien woont Hemon nu in een land dat de Bosnisch-Servische burgeroorlog probeert te reduceren tot een eenvoudig te begrijpen probleem – wat onmogelijk is. Toch maakt ook Hemon zich schuldig aan denken in stereotypen en goed en kwaad. Zo kan hij zijn oud-literatuurprofessor, die hij tijdens zijn studententijd in Sarajevo bewonderde om zijn eruditie en bevlogen manier van vertellen, niet meer recht in de ogen kijken wanneer hij openlijk sympathiseert met de SDP, de Servische Democratische Partij:

    ‘Ik ontlas boeken en gedichten waar ik vroeger van hield – van Emily Dickinson tot Danilo Kiš, van Frost tot Tolstoj -, ontleerde de manier waarop hij me geleerd had ze te lezen, want ik had het moeten weten, ik had er aandacht aan moeten besteden.’

    Zijn verleden is aan het veranderen onder invloed van het heden, zijn verleden ligt in gruzelementen – net als de stad Sarajevo. De leden van de raja, waar het allemaal mee begon, en de vrienden aan wie Hemon later zijn identiteit ontleende, ontvluchten Bosnië en zoeken hun heil elders. Gelukkig voor ons heeft de interne versplintering er bij Hemon toe geleid dat hij ging schrijven. Om te begrijpen wat er gebeurt, om in de meest uitzichtloze situatie de humor te ontdekken, om zichzelf houvast te geven. In de taal gaat hij wonen, zoals ook Nabokov dat deed.

    Kunst
    Het boek van mijn levens gaat over zingeving, maar ook over de liefde voor voetbal, je hond en de borsjt van je grootmoeder. Het is een eerbetoon aan Sarajevo, aan Chicago. Het is een boek dat inzicht geeft in een van de ingrijpendste conflicten in Europa van de afgelopen eeuw, een boek dat laat zien hoe onbuigzaam de mens soms is, en hoe veerkrachtig op andere momenten. Het laat zien hoe onontbeerlijk taal en literatuur zijn en hoeveel schrijven kan betekenen. Voor de auteur, maar ook voor de lezer. Het boek van mijn levens beneemt je de adem en stemt tot nadenken – van op de automatische piloot lezen is geen sprake, daarvoor struikel je te vaak over de mooie zinnen en rake gedachten.

    En dat is, om met Viktor Sjklovski te spreken, kunst.

     

     

     

  • Recensie: Ada – Vladimir Nabokov

    Recensie door: Rein Swart

    Weelderig proza als een struik met vele knoppen

    ‘Nirvana, Nevada, Vaniada. Tussen haakjes, ik moet er niet bij zetten, mijn Ada, dat onze mummie pas bij ons laatste onderhoud, na mijn premature, althans pre-maman-tuée, nachtmerrie over ’You can, sir ’ mijn petit nom bezigde, Wanja, Wanjoesja ? dat had ze nooit eerder gedaan, en het klonk zo raar, zo ted… (stem ebt weg. radiatorbelletjes tinkelen).’

    Aldus de eerste zin van het laatste hoofdstuk. Je komt bedrogen uit als je denkt dat je na zo’n zeshonderd bladzijden de springerigheid van Nabokov wel kent, zijn uitweidingen, zijn gebruik van allerlei talen door elkaar heen, zijn verwijzingen naar andere, veelal Russische, schrijvers. Mij was niet altijd alles duidelijk. Het boek schreeuwt om herlezing, om nog dieper in de rijkdom door te kunnen dringen.

    De allereerste zin begint met een verkeerde aanhaling van de uitspraak van Tolstoj dat alle gelukkige gezinnen op elkaar lijken, waarmee Nabokov volgens een noot van de vertaler (René Kurpershoek) verkeerde vertalingen van Russische klassieken op de hak neemt. De lezer wordt vaker op het verkeerde been gezet. Vooral in het nogal cryptisch begin. Als ik de noten raadpleegde stond mijn vraag naar de betekenis van bepaalde termen, zoals in het citaat waarmee ik opende, er nooit bij. Als ik het boek daarvoor echter opzij had gelegd, dan had ik een fascinerende romance en een adembenemend zinnelijke liefde gemist van de zelfbewuste jonge Iwan (in spreektaal: Van) met een groot libido voor het bloedmooie, karaktervolle meisje Ada.

    ‘Gloeiende gutsen zonlicht snelden over haar zebrastrepen en de rugzijde van haar blote armen, en leken hun reis te vervolgen door de tunnel van zijn eigen gestel.’

    Het boek opent met een stamboom. Het is dan ook een familiekroniek, zoals de verteller zelf in het vijfde en laatste deel schrijft, waarin hij op het eind de feiten nog eens samenvat.

    De liefdesgeschiedenis speelt zich af in een aristocratisch milieu. In het Amerikaanse landhuis Ardis gaat het er nogal decadent aan toe temidden van een hele rits butlers en gouvernantes, die zich ook niet onbetuigd laten. De zusjes Aqua en Marina Durmanow zijn in het huwelijk getreden met de neven Daniël en Demon Veen, maar Aqua heeft al snel het loodje gelegd. Hun nazaten Van (geb. 1870) en Ada (geb. 1872) beleven aan het eind van de negentiende eeuw incestueuze avonturen met elkaar, waarbij ook Ada’s zusje Lucette (geb. 1876) betrokken raakt.

    Nabokov beschrijft onverbloemd over hun erotische toenadering, maar ook heel bloemrijk, hetgeen een verademing is bij de plastische beschrijvingen, die je tegenwoordig vaak tegenkomt.

    Iwan (Van dus) schrijft zijn memoires als negentigjarige zowel in de ik-vorm als meer afstandelijk in de hij-vorm, bijgestaan door Violet Knox.

    ‘Hij was een zeer trage schrijver. Het kostte hem zes jaar om de eerste versie te schrijven en aan juffrouw Knox te dicteren, waarna hij het typoschrift herzag, het geheel opnieuw uitschreef (1963 ?1965) en het hele geval opnieuw aan de onvermoeibare Violet dicteerde, wier welgevormde vingers in 1967 de definitieve kopij uittikten.’

    In het vierde deel volgt nog een filosofische verhandeling over de aard van de tijd, vlak voordat hij als vijftiger Ada in Zwitserland ontmoet na de dood van haar man.

    De inmiddels stokoude Ada breekt af en toe in en ook de bezorger geeft commentaar waardoor er gelaagdheid ontstaat. Door alle toespelingen en woordspelingen (onder andere tijdens een partijtje scrabble tussen Ada en Van) hou je aan dit uitbundige proza een feestelijk gevoel over. Het verhaal schiet heen en weer in de tijd, wendbaar van het een naar het ander, als een filmcamera die heen en weer zwenkt. Het klatert en bedwelmt. De lyrische toon is net zo kleurrijk als die van de vogels die Ada met alle aandacht schildert. Een klassieker die, om het zo maar te noemen, na veertig jaar nog recht overeind staat.

    Ada is opgenomen in De Amerikaanse romans, een bundeling van drie romans uit de periode 1969-1974 van de Russisch-Amerikaanse schrijver Nabokov(1899-1977).
    Bevat: Ada, vertaald door:  René Kurpershoek, Doorzichtige dingen, vertaald door Sjaak Commandeur en Let op de harlekijns!, vertaald door. Anneke van Huisseling
    Verschenen bij: De Bezige Bij, (2009)
    Prijs: € 49,90

  • Historisch literair videomateriaal

    [youtube:http://nl.youtube.com/watch?v=Ldpj_5JNFoA;autoplay=0 300 250]

    Vladimir Nabokov discusseert over Lolita