• Een vrouw aan wie niets werd gevraagd

    Een vrouw aan wie niets werd gevraagd

    Een gelaten leven is een familieroman die goed past in de traditie van Engelse literaire familiegeschiedenissen zoals De Jaren (1937) van Virginia Woolf of De Forsyte Sage (1922) van John Galsworthy. Maar ook romans van Louis Couperus als De boeken der kleine zielen (1901) of Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan… (1906) spelen in op dit genre van melancholieke zelfbespiegeling.

    Een gelaten leven, in het Engels All passion spent, is de toepasselijke titel van de roman die Vita Sackville-West in 1931 schreef. De achtentachtigjarige Lady Slane is net weduwe geworden na een lang huwelijk met Henry Holland. De kist is nog niet onder de grond, maar haar zes kinderen, ook allemaal oud, bespreken het lot al van hun arme, wereldvreemde moeder. Hun vader was onderkoning van India in de 19e eeuw, diplomaat, prime minister en ambassadeur in vele landen. Lady Slane trouwde met hem omdat hij verliefd was op haar. Zij niet op hem, dacht ze. Ze had geen idee in welk leven ze zich begaf. Ze wilde liever kunstenares worden. Maar zij had hem te volgen, haar werd niets gevraagd en ze kreeg zes kinderen. Met de oudste vier had ze hoegenaamd niets. Die aardden eerder naar hun vader en werden sociale hypocrieten die met moeder in hun maag zitten nu vader dood is. De jongste twee, Kay en Edith, zijn milder, eigenzinniger, meer zoals hun moeder en accepteren haar zoals ze is. 

    Kinderen en kleinkinderen niet welkom

    ‘Een heel indrukwekkende familiebijeenkomst – een stel oude, zwarte raven, dacht Edith, de jongste, die altijd geïrriteerd was en altijd probeerde de dingen in de vorm van een frase te gieten, net alsof ze water in een kan schonk, maar altijd klotste er grote gutsen betekenis en bijgedachten over de rand, stroomden alle kanten op en gingen verloren.’

    Wanneer Lady Slane voor de tijd die haar nog rest geheel onverwacht haar recht in eigen hand neemt en alleen nog maar wenst te doen waar ze zelf zin in heeft, zijn haar kinderen geschokt. Ze huurt een huisje in Hampstead Heath, toen nog een dorpje aan de hei net buiten Londen, waar ze met Genoux, haar twee jaar jongere Franse kamenierster, gaat wonen. Genoux, die nog altijd Frans spreekt, kwam als jong meisje bij haar in dienst en verzorgt en bewaakt Milady, als een kind. 

    Lady Slane weigert haar kinderen en kleinkinderen te ontvangen, maar krijgt wel regelmatig bezoek van drie oude, zonderlinge heren: de eigenaar van het huis, Bucktrout, die alleen aan haar wilde verhuren; de klusjesman Gosheron, en de vrekkige maar steenrijke kunstverzamelaar Mr. FitzGeorge. Hij is ook bevriend met haar jongste zoon Kay en beweert Lady Slane vroeger in India ontmoet te hebben. Mr. FitzGeorge deelt herinneringen met haar die ze allang vergeten was. Herinneringen die als verbleekte foto’s terug op haar netvlies verschijnen en een beeld van zichzelf geven als jonge vrouw met verlangens en haar eigen gedachten.

    Inzichten

    Onder de perzik in haar tuintje mijmert Lady Slane over haar voorbij gegane leven en accepteert haar lot gelaten. Ze heeft geen spijtgevoelens over haar keuzes, die vooral door anderen voor haar werden gemaakt. Toch, als ze het zelf voor het zeggen had gehad, zou ze zich een ander leven hebben gewenst. Nu ze eindelijk de rust heeft om na te denken komt ze tot inzichten over haar kinderen, die meer in de rigide voetsporen van hun vader zijn getreden. Over haar beschermde en verwende leven, ze heeft nooit iets zelf hoeven te doen. En ze heeft een uitgebreide mening over het huwelijk waarin ze zelf verstrikt raakte. Ze hield van Henry, maar mist hem niet, evenmin mist ze het sociale leven van grandeur en buitenkant. 

    ‘O, wat een drukte, dacht ze, maken vrouwen toch over het huwelijk! Maar wie kan ze dat ook kwalijk nemen, was haar volgende gedachte, als je bedenkt dat het huwelijk – en de gevolgen ervan – het enige in hun leven is waarover vrouwen drukte kunnen maken? En ook als die opwinding een ander gold, was het een heerlijk verzetje. Zijn ze tenslotte niet enkel en alleen voor deze functie gevormd, gekleed, uitgedost, opgeleid – als je bij een dergelijke eenzijdige aangelegenheid ten minste van een opleiding mag spreken – beschermd, overal onkundig van gehouden, met toespelingen omgeven, apart gehouden, onderdrukt: alles met het doel dat zij op een gegeven ogenblik kunnen worden afgeleverd, of dat zij hun dochters afleveren, aan een Man die zij dan voortaan moeten Dienen?’

    De bezoekjes van de zonderlinge maar openhartige ‘oude mannetjes’ vermaken haar, zonder dat ze zich realiseert dat ze heimelijk verliefd op haar zijn. Voor het eerst heeft ze gesprekken en bespiegelingen met mensen die haar interesseren. Mensen die anders zijn, door gewoon zichzelf te zijn. Naast dat dit ontroerend is, is het ook luchtig en amusant. Ze realiseert zich dat ze nooit echt interesse heeft getoond in Genoux die haar zo trouw verzorgt en ze vindt zichzelf egoïstisch. Zo zijn er heel veel inzichten die Lady Slane aan het einde van haar leven heeft verworven en haar de gelaten wijsheid geven van een oude vrouw. Vita Sackville-West was zelf achter in de dertig toen ze dit boek schreef en heeft zich goed ingeleefd in iemand van vijftig jaar ouder.

    Werk als schrijver had voorrang

    Sackville-West is bekend van de bijzondere tuinen rondom Sissinghurst Castle in het Zuid-Engelse Kent, nu eigendom van The National Trust en nog altijd open voor publiek. Zij was getrouwd met de diplomaat Harold Nicholson en heeft samen met hem veel gereisd. Het boeiende huwelijk, waarin beide echtelieden (homoseksuele) relaties hadden, wordt heel goed beschreven door hun zoon, Nigel Nicholson in de biografie uit 1973, Portrait of a Marriage.

    In tegenstelling tot Lady Slane heeft Vita zich nooit onderworpen aan haar man en het huwelijk. ‘Door haar huwelijk wordt Lady Slane ‘een aanhangsel’ van haar man en schikt zich altijd naar zijn wensen, een manier van leven die Vita Sackville-West in haar eigen huwelijk afwees. In tegenstelling tot haar romanheldin hield Vita haar eigen achternaam, en hoewel ook zij getrouwd was met een diplomaat, Harold Nicholson, gaf ze haar werk als schrijver altijd voorrang.’ Aldus Joanna Lumley in het nawoord dat verder niet zoveel toevoegt.

    Een gelaten leven is bijna een eeuw geleden geschreven en verrassend actueel. Vita Sackville-West was haar tijd ver vooruit en naast de boeiende bespiegelingen is het verhaal ook ontroerend en amusant. 

     

     

  • Heraklion, een in de tijd gestolde stad

    Heraklion, een in de tijd gestolde stad

    Megálo Kástro
    in naam: een onneembare vesting

    Met deze zin begint een van de scènes in mijn monoloog Er zijn. Toen ik er geboren werd, had Megálo Kástro – Grote Vesting – de muren die in die naam besloten liggen niet meer nodig. Arabieren, Byzantijnen, Venetianen en Turken hielden er in de loop van de geschiedenis huis. Daarna volgde een korte periode van autonomie, maar in het jaar dat ik in de Odis Monis Kardiotissis ter wereld kwam, hoorden stad (Heraklion) en eiland (Kreta) al weer vijftig jaar bij Griekenland.

    Heraklion. Ik ben er geboren, maar kreeg niet de kans er op te groeien. Ik verliet Kreta toen ik een paar maanden oud was en keerde er pas 38 jaar later terug. Zogenaamd als toerist. Met mijn korte broek en bergschoenen hield ik iedereen op afstand.
    De stad duldde mijn omtrekkende bewegingen en voelde hoe ik mij tot haar probeerde te verhouden.
    Ik liep rond, stelde me voor hoe het geweest zou zijn ‘als’, en hoorde er zo toch een beetje bij.
    Na acht dagen verliet ik mijn geboortegrond. In het holst van de nacht kwam ik thuis en eenmaal in slaap droomde ik dat ik een gier was. Een lammergier. Ik had er daar één zien zweven toen ik op de binnenplaats van een klein klooster het eiland in me zat op te nemen.

    Acht dagen is niet genoeg om het stratenplan, de geschiedenis en Heraklion te doorgronden. Acht dagen is net genoeg voor een eerste indruk. Ondanks dat waande ik me onmiddellijk weer daar toen Nikos Kazantzakis – net als ik in Heraklion geboren – me alle hoeken van Grote Vesting liet zien in zijn roman Kapitein Michalis. Terwijl zijn roman in een ver verleden speelt, verbeeldde ik me dat ik precies wist achter welke deuren plannen gesmeed werden en waar de een of de ander zich zat te verbijten. Ik had genoeg gammele panden gezien die in aanmerking kwamen.
    Dat Vita Sackville-West mij in Challenge een imaginair Heraklion voorschotelt, had ik tijdens het lezen ook meteen in de gaten. Haar Heraklion is veel te mondain. Maar wat wil je, ze nam niet de moeite om ter plekke poolshoogte te nemen. Zij verkoos de Mediterranee boven de Levant.

    Dat zij ter hoogte van Heraklion eilanden voor de kust situeert die zich willen losmaken van Kreta, is geografisch gezien onzin, maar het streven naar onafhankelijkheid is een terugkerend thema in de Kretenzische geschiedenis.
    Daar weet Nikos Kazantzakis alles van. In Kapitein Michalis veegt hij een aantal Kretenzische opstanden op één hoop. Het gaat hem niet om de historische loop der dingen. In zijn roman laat hij zien dat Kreta en Grote Vesting in de loop der eeuwen hebben geleden onder de diverse overheersers en dat behoorlijk zat zijn.

    Iedereen heeft recht op haar of zijn beeld van een stad. Het Heraklion dat ik koester, is in de tijd gestold. Dat zij een verleden, heden en toekomst heeft, zegt mij niet zo veel. Die drie dimensies van tijd vloeien voor mij naadloos in elkaar over, en ik loop er hoe dan ook altijd achter de feiten aan.

     

    Voor de gelegenheid (her)las ik:

    Kapitein Michalis (Vrijheid of dood)
    – Nikos Kazantzakis (vertaling: Hero Hokwerda)
    Challenge – Vita Sackville-West

     

    CityTripS bracht mij ook naar Londen, Lissabon, Venetië, Oostende, Parijs , Rotterdam en Brussel.

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.