Je had keelpijn en geen stem, cancelde alle afspraken en bleef thuis. Sjaal om je hals en vrij om op te gaan in het vuistdikke fotoboek, Maria Austria – Fotobiografie. Je bekeek elke foto, verdween in al die levens, de verhalen van die levens. Een foto uit 1947, je denk de situatie te herkennen, in de houding van de jonge vrouw op de voorgrond. In de afwezigheid van aandacht voor de drie kinderen die opzij van haar staan. Ze is gefocust op iets in haar handen. Je denkt ‘smartphone’, maar dat kan niet. De foto werd in september 1947 gemaakt in Het Apeldoornse Bos, waar in dat jaar vijfhonderd Roemeense kinderen verbleven in afwachting van hun vertrek naar Israel.
De kinderen kijken alsof ze hen heeft buitengesloten. Je begrijpt dat je je soms moet afsluiten voor de gretigheid van kinderen. Je ziet afwezigheid. Vergelijkbaar met jonge moeders achter kinderwagens, mobiel in hun ene, met de andere hand de wagen duwend. Bij de vrouw op de foto is het of haar duimen een touchscreen aanraken, ze een bericht verzend. Je kijkt nog eens, ziet dan de bol wol onder haar linkerarm, een breinaald in haar hand, een stukje van een gebreide lap daaronder.
Wie de foto’s van Austria ziet, begrijpt meteen waarom biograaf Martien Frijns gefascineerd raakte door haar werk. Met haar foto’s legde ze belangrijke momenten in de geschiedenis vast. Een tijd waarin circussen nog rondtrokken, de watersnoodramp in Zeeland. Foto’s van het Nationaal ballet, Rudi Dantzig, een jonge Hans van Manen, van acteurs, schrijvers (prachtige foto van Leo Vroman met dochter Peggy uit 1969). En daarnaast de armoede in de jaren na de oorlog, beelden van het achterhuis met de vader van Anne Frank, Otto Frank. Het beeld dat je dacht te hebben van een situatie uit de geschiedenis, wordt met haar foto’s waarachtiger.
Meer dan achthonderd pagina’s aan foto’s, genomen over de jaren 1929 tot 1975. Ze geven je het gevoel dat er iets verloren is gegaan, de coherentie van het leven in die foto’s die is verdwenen. Het stemt weemoedig. Dat je enkel terugkijkend de geschiedenis kunt begrijpen, dat besef als je naar Austria’s foto’s kijkt. De Nederlandse fotograaf Vincent Mentzel was bij Austria in de leer. Hij maakte bij haar veel uren in de doka, ‘waar ik leerde wat een goede druk nu eigenlijk was.’ En hoeveel papier daarbij verloren ging, ‘Verdomd veel.’ Dat zegt wat over het werk, waaraan geschaafd, gepolijst werd. En dan de vele portretten die ze maakte. Van James Baldwin, Maria Calles, Reinbert de Leeuw, Ramses Shaffy, Chr. J. van Geel, Hans Dagelet. Een fotoreportage van Josephine Baker met haar twaalf pleegkinderen.
Tussen al die foto’s dit portret van een jongen, vermoedelijk tien jaar. Het is de zoon van een vriendin van Austria, genomen in 1947 op de luchthaven waar hij met zijn moeder op hun vlucht naar Amerika wachtte. De jongen straalt een vermoeide gelatenheid uit, tegen droefheid aan. De schouders afhangend, armen zwaar naar beneden. Berusting en een niet weten wat komen gaat tekenen het moment. Je vraagt je af wat er van de jongen in Amerika geworden is. Zal hij zich het wachten, dat moment van de foto, zich Maria Austria nog herinneren.
Wie was Maria Austria? Dat is een vraag die Frijns zich in de biografie stelt. Ze moet wel een hartelijke en toegenegen vrouw zijn geweest gezien de vele portretten die ze als een open boek met haar Rolleiflex vastlegde. Je vormt je een beeld van haar door haar foto’s. Altijd onderweg voor een opdracht, gegrepen door het moment waarop ze afklikte. Austria stierf onverwachts in 1975 door uitputting na een griep. Haar nicht Helly Oestreicher, die met haar twee zusjes voorkomt in 3lingnieuws, waarin haar vader Felix Oestreicher de ontwikkeling van zijn drie dochtertjes van 1937 tot 1943 vastlegde, zegt over Austria’s werk, ‘Haar foto’s zijn geen momentopnames, ze vangen het veelzeggende moment.’ Austria’s beelden treffen je als een ijkpunt in de geschiedenis. Vol en scherp.
Maria Austria – Fotobiografie / Martien Frijns / 818 blz. / Uitgeverij M10Boeken
Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft wekelijks over haar leven met boeken.
Met haar breed georiënteerde oeuvre bezet Rosita Steenbeek een eigen plaats in het Nederlandse literaire landschap. Haar rode draad is vergankelijkheid versus vitaliteit en bewust zijn van je oorsprong. Haar debuut De laatste vrouw, Schimmenrijk en haar non-fictieboeken over Rome spelen in Italië. Ze schreef in 2020 en 2021 columns in Trouw en ze schrijft over vluchtelingen. Ander licht speelt in Amersfoort en in Italië, het is het verhaal van Alida Withoos, de dochter van de beroemde schilder Matthias Withoos. Intensive Care is een heel persoonlijk verhaal en in Rose, haar voorlaatste roman, die in Duitsland en Nederland speelt, beschreef ze het leven van haar Joodse grootmoeder, mede dankzij het geweldige geheugen van haar moeder. Na er met vele onderbrekingen aan gewerkt te hebben heeft ze nu Julia aan haar oeuvre toegevoegd.
In deze historische roman brengt Rosita Steenbeek een belangrijk stuk Romeinse geschiedenis tot leven. Julia was de dochter van keizer Augustus en leefde tijdens de glorieperiode van het Romeinse rijk tweeduizend jaar geleden. Ik sprak met haar over Julia, haar boeken en over schrijven in het algemeen.
Julia was het enige kind van keizer Augustus en leefde van 39 voor Chr. tot 14 na Chr. Haar moeder Scribonia werd meteen na haar geboorte weggestuurd. Augustus huwde daarna Livia, een koele, mooie vrouw, die politiek gezien effectiever voor Augustus’ macht zou zijn, zij was echter de klassieke onaardige stiefmoeder. Julia snakte naar aandacht van haar vader, maar behoorde te gehoorzamen en moest trouwen met de mannen die hij voor haar koos, mannen die hij als zijn opvolger wenste. Het werden er uiteindelijk drie. De eerste, Marcello, stierf al snel, met de middelste, de 25 jaar oudere Agrippa, kreeg ze vijf kinderen. Oorspronkelijk was hij een jeugdvriend van Augustus, later werd hij zijn rechterhand. Agrippa staat te boek als groot generaal en vechtersbaas.
Julia verzette zich hevig tegen haar vaders dictatuur, maar ze had uiteindelijk geen keuze en schikte zich in haar lot, waarbij ze binnen de grenzen van haar mogelijkheden haar vrijheid zocht. Ze was ontwikkeld en nieuwsgierig, erudiet, ze las de Ilias van Homerus en had culturele vrienden, zoals Vergilius, Horatius, Ovidius en kunstbeschermer Maecenas.
‘Tijdens mijn onderzoek besefte ik dat Julia zoveel mensen die wij uit boeken kennen persoonlijk heeft ontmoet en meegemaakt. Ze groeide op met de kinderen van Cleopatra en logeerde aan het hof van koning Herodes in Jeruzalem en was bevriend met grote schrijvers.’
Zaten daar ook haar geliefden bij?
‘Vast, maar haar grote liefde was toch Iullus, hij was de zoon van Marcus Antonius, die door haar vader werd verslagen waarna hij zelfmoord pleegde. Iullus was een bekende dichter en politicus destijds.’
Julia deelde weinig met haar drie echtgenoten, maar met Agrippa, de vader van haar kinderen, maakte ze een indrukwekkende reis naar Griekenland, Anatolië, Syrië en Egypte. Het was een van de hoogtepunten in haar leven. Wat vond je voor aanwijzingen in je research materiaal over deze reis?
‘De historieschrijver Nicolaas van Damascus vertelt dat Julia in haar eentje naar Troje gaat, ongetwijfeld omdat ze de Ilias van Homerus had gelezen. Hij schrijft ook dat ze bij een nachtelijke oversteek bijna verdronk in de door Homerus genoemde rivier de Scamander.’
Hoewel er nauwelijks iets over haar karaktertrekken bekend is, wordt Julia als onbevreesd afgeschilderd, met hang naar avontuur. Heb je haar ook karaktertrekken van jezelf meegegeven?
‘Er wordt wel gesproken over Julia’s gevatheid, en die nachtelijke oversteek naar Troje wijst op avontuurlijkheid, maar er zit ook wel wat van mezelf in haar. Het avontuurlijke en onafhankelijke erfde ik van mijn vader, met hem voelde ik me erg verbonden. Ik bewonderde hem. Hij kon kleurrijk vertellen en schrijven. Hij doceerde renaissanceletterkunde aan de universiteit van Utrecht. We waren zielsverwanten, met onze liefde voor literatuur en het besef van vergankelijkheid. Ik heb ook veel met hem gevochten maar na de botsingen kwam het meteen weer goed. Misschien heb ik die aanvaringen gebruikt voor Julia in relatie tot haar vader. De band met Scribonia, haar moeder, moet heel goed zijn geweest. Daarvoor heb ik me wel laten inspireren door de innige en harmonieuze verstandhouding met mijn eigen moeder.’
En de andere personages hoe heb je die gereconstrueerd?
‘Julia’s beeltenissen zijn allemaal vernietigd, de munten met haar afbeelding omgesmolten. Er is nog een beschadigd kopje van haar over. Maar van de meeste andere personages zijn wel beelden bewaard gebleven, die staan in Rome. Ik ken ze allemaal en hoefde alleen maar het beeld te beschrijven voor hun uiterlijke kenmerken.’
Je hebt het verhaal heel breed getrokken, Julia in relatie tot haar ouders, haar echtgenoten, haar kinderen, haar geliefden en vrienden. Tegelijkertijd krijgen we ook een duidelijk beeld van het Romeinse hof, met de omgangsvormen, huwelijk, rouw, hypocrisie en wetten. Is die achtergrond ook deels fictie?
‘Die achtergrond berust op historische feiten.’
Waarom is Julia zo verguisd tot op de dag van vandaag?
‘Ze zou overspelig zijn geweest. Dat dat de reden van haar verbanning was, kon ik moeilijk geloven. Haar vader had veel affaires al bestond er natuurlijk een dubbele moraal. Bij mijn onderzoek stuitte ik op andere aanwijzingen. Ze zou hebben meegewerkt aan, of in ieder geval op de hoogte zijn geweest van plannen voor een staatsgreep, een aanslag op haar vader. Dat is een plausibeler reden voor haar verbanning naar Pandataria, het huidige Ventotene, een eilandje westelijk van Napels.’
Ik kan me voorstellen dat die staatsgreep in de doofpot was gestopt, kon je er wel iets over vinden? Het verraad, is dat ook letterlijk zo opgetekend destijds?
‘Bij antieke schrijvers zijn er een paar korte verwijzingen naar betrokkenheid van Iullus en Julia bij plannen voor een staatsgreep.’
Het enige lichtpuntje in haar leven was dat ze samen met haar moeder in ballingschap op het eiland zat. De onvoorwaardelijke liefde van Scribonia voor haar dochter beschrijf je heel mooi. Dat is fictie, of zijn er nog dagboeken of brieven van Julia bewaard gebleven?
‘Scribonia was al eerder in haar leven teruggekomen en hun zielsverwantschap wilde ik voelbaar laten zijn in het boek. Er staat geschreven dat Scribonia meeging met haar dochter naar het eiland. Dat zegt iets over hun band. Scribonia hield net als haar dochter veel van literatuur en bewoog ze zich in dezelfde literaire kringen. Ze beschermden elkaar, en dat Julia zich ook schuldig voelde dat haar moeder zich een volwaardig leven had ontzegd wegens haar, heb ik moeten invullen met hulp van mijn verbeelding.’
Wat bracht je op het idee om over Julia te schrijven?
‘Tijdens een bezoekje aan Ventotene tien jaar geleden zag ik concreet de ballingsplek van Julia, het huis, de zee waarin ze zwom, toen kreeg ik een beeld van haar en ging ik meer over haar lezen.’
Hoe kwam je tot deze vorm in het boek, jij bezoekt de plaatsen waar Julia is geweest en glijdt dan steeds terug in haar tijd.
‘Door in het heden over de plaatsen te schrijven waar Julia is geboren, waar ze woonde en liep, kon ik me nog beter in haar inleven. Het trof me dat er zoveel plekken uit haar leven tweeduizend jaar later nog te bezoeken zijn. Die locaties hielpen bij het reconstrueren van haar leven.’
Heb je alle plaatsen bezocht waar zij is geweest?
‘De plaatsen in Rome en Italië die verbonden zijn met haar leven heb ik allemaal bezocht. Toen ik haar geboortehuis bezocht, raakte ik ontroerd. Buiten Italië wilde ik haar niet voor de voeten lopen. Daar is het Julia die geraakt wordt door de historische locaties (in haar tijd), zoals Troje of de Acropolis in Athene. Daar wilde ik niet tussenkomen.’
Je hebt veel boeken geschreven die in Italië spelen. Voel je je Italiaanse of toch vooral Nederlandse?
‘Ik ben en blijf natuurlijk Nederlandse, maar voel me heel thuis in Italië en ben ook wel veritalianiseerd. Ik hou ervan vreemdeling te zijn. Dat houdt de blik scherp.’
Verzamel je eerst materiaal voor je aan een boek begint, of ga je meteen schrijven?
‘Onderzoek, lezen en schrijven gaan bij mij altijd samen op. Ik maak wel een concept maar daar wijk ik al schrijvend vanaf. Dat maakt het schrijfproces avontuurlijker. Het is als het maken van een reis. Ook daarbij wil ik van tevoren niet precies weten wat de tussenstops zijn, wat ik precies ga zien. Ik heb heel veel boeken gekocht en gelezen, digitaal is er het nodige te vinden en aan de hand van oude teksten en gedichten heb ik me een beeld gevormd. Soms kwam ik snippers over Julia tegen en zo kwam haar verhaal tot leven.’
Julia is een historische roman en een familiegeschiedenis, maar ook een verhaal van alle tijden. Er zijn veel parallellen met het heden te trekken.
‘Ja. Augustus veranderde de republiek in een dictatuur waarbij hij zich onder meer bediende van ‘fake news’ en propaganda. Daarnaast was Julia (wat mij betreft) een feministe avant la lettre. Ik wilde recht doen aan de verguisde dochter van de machtigste keizer van de geschiedenis rond het begin van onze jaartelling, die genoemd wordt in de Bijbel en zijn naam gaf aan een van onze maanden.’