• Het land van de schone schijn

    Het land van de schone schijn

    De discussies over de EU-begroting voor 2021 in november 2020 werden niet zozeer getekend door financiële discussies als wel door kritiek van Hongarije en Polen op de opvatting dat landen die de rechtsstaat schenden minder geld uit Brussel moeten krijgen. De Hongaarse premier Orbán sprak van politieke chantage. Hij had het daarbij alleen over de verwijten van andere landen over het migratievraagstuk, maar Hongarije is op meer fronten bezig met de afbraak van de rechtstaat. In de onlangs verschenen bundel essays en verhalen Waar woont de haat? komen louter Hongaarse schrijvers aan het woord. Ze geven van binnenuit commentaar op wat er in hun land gebeurt. En dat is een zeer verhelderende aanvulling op wat via de westerse pers tot ons komt.

    De kont van Poetin

    Orbán wordt in de opgenomen stukken één keer genoemd. Dat is het geval in het bijtende Syrisch fragment van de classicus Gergely Péterfy uit 2015, die als journalist de Hongaarse politiek al jaren kritisch beschouwt. De titel van dit stuk verwijst naar een citaat van de Grieks-Syrische schrijver Lucianus van Samosata (2de eeuw na Chr.) die stelde dat de mensen verzot zijn op leugens; ze luisteren beter naarmate een verhaal van de onwaarheden aan elkaar hangt. Dat is precies wat Péterfy de Hongaren ziet doen. Hoe kon het, vraagt hij zich af, dat de West-Europese landen groeiden naar samenwerking en solidariteit nadat ze de monsters van oorlogen en nazisme hadden verslagen terwijl Hongarije (en andere postcommunistische staten) na de val van de Muur in 1989 ‘met ongekend succes juist die monsters weer nieuw leven inbliezen? (…) Ons land is gek geworden zoals een hond in een flatje op drie hoog, moederziel alleen achtergelaten toen zijn baasjes op vakantie gingen’.

    De grote meerderheid van de Hongaren is niet meer in staat om feiten van meningen te onderscheiden en het woord democratie lijkt niet méér te betekenen dan de vrijheid om allerlei onzin te spuien. De regering is in naam het verdedigingsschild van het Westen, maar haar leden verdedigen alleen ‘hun geld, de waanzin van hun achterban en de kont van Poetin’. Jegens vluchtelingen is er niet zozeer sprake van racisme als wel van jaloezie, gaat Péterfy verder. Waarom hebben zij wel smartphones en Adidas-schoenen en een mooi gebit? De Duitsers nemen de vluchtelingen op omdat het ze helpt bij de verwerking van hun historische schuldgevoel. Zo niet de Hongaren. Die hebben geen benul van schuldgevoel omdat het ontstaan van zo’n gevoel onmiddellijk in de kiem wordt gesmoord.

    In elkaar geflanste krotten

    Een fraai voorbeeld van wat Hongarije onder de rechtstaat verstaat lezen we in Het delict dakloosheid uit 2013 van de dichter Ákos Szilágyi. Orbán en de zijnen verdedigen zich met de bewering dat ze de fundamentele rechtsregel dat niemand strafbaar is zonder voorafgaande wettelijke bepaling wel degelijk toepassen zoals dat in elke rechtsstaat gebeurt. Maar in de praktijk gebeurt dat op een schandalige manier. Hongaren hebben recht op een menswaardig uitzicht op een mooie en schone omgeving, lijkt het uitgangspunt. Wég daarom met daklozen en armoedzaaiers in hun lompen en in elkaar geflanste krotten. Dus wordt een wet ingevoerd waarmee iedereen die zijn armoede tentoonspreidt strafbaar is. Dat is gewoon gelijkheid, redeneert men: we verbieden de arme sloeber net zomin als de rijke miljardair gewoon een huis te kopen of te huren. En zo gaat het voort in ‘het Hongarije van de schone schijn’, fulmineert Szilághyi. Na de armen zijn de vluchtelingen, de werklozen, de verslaafden, de zigeuners en de bejaarden aan de beurt om op die manier te worden aangepakt.

    Cynisme

    De bijdragen van Szilágyi en Péterfy zijn de meest venijnige, maar de bundel Waar woont de haat? is van een grote veelkleurigheid en diversiteit aan stemmen. De samenstellers hebben de verhalen en essays ondergebracht in drie thematische delen, het eerste over de identiteiten van Hongaren, het tweede over de haat en intolerantie jegens vreemdelingen en andersgeaarden en het derde over fysiek en geestelijk geweld tegenover kwetsbare groepen. Vooral in dat laatste deel zitten de venijnige en cynische stukken: de twee hiervoor genoemde, maar bijvoorbeeld ook Geluk van de dichteres Virág Erdös over grove mishandeling van vrouwen.
    Sommige zijn licht van toon en zelfs humoristisch, zoals Er was eens… van de schrijfster van sprookjesachtige boeken Aliz Mosonyi in het eerste deel. Van haar zijn acht grappige maar scherpe sprookjes ter lengte van één alinea opgenomen.

    Het niveau van de bundel is over het geheel genomen hoog. Toch springen er enkele verhalen uit, zoals het prachtige 1945 (Terugkeer) uit 2004 van schrijfster Gábor T. Szántó. Hierin wordt een klein dorp waaruit in de oorlog de joden zijn verdreven in 1945 bezocht door twee van hen die een groot aantal kisten uitladen uit een trein en ermee door het dorp rijden waar ze angstvallig worden begluurd door bewoners die hun bezittingen hebben geconfisqueerd en nu hun geweten voelen knagen. Het verhaal is zo beeldend beschreven en qua thematiek zo boeiend dat het niet helemaal verrassend in 2017 met groot succes door Ferenc Török werd verfilmd onder de titel Homecoming.
    Een tweede verhaal dat vooral raakt om zijn mededogen en zelfreflectie is het essay Arbeidsliederen (1990) van de ook in Nederland succesvolle Péter Nádas. Hij beschrijft daarin zijn persoonlijke ervaringen met een rechtse Hongaarse bouwvakker tijdens het bouwen van zijn huis.

    Waar woont de haat? (de titel van de bundel is gelijk aan één van de opgenomen stukken in het tweede deel) is een boeiende verzameling die veel duidelijk maakt over in Hongarije levende opvattingen, maar ook getuigt van een springlevende en geëngageerde literatuur. Het enige dat we er op zouden kunnen aanmerken is dat opvalt dat alle opgenomen auteurs (bijna) 50 jaar of ouder (György Konrád – 1933-2019 – is de oudste) zijn.
    Je zou na deze bundel zo graag willen weten hoe een nieuwe generatie naar haar land kijkt.

     

     

  • Oogst week 45 – 2020

    De jaren

    De Franse schrijfster Annie Ernaux is afkomstig uit een eenvoudig milieu van kleine middenstanders waar arbeiders met hun verhalen de voornaamste klanten waren. Ernaux leerde en studeerde, werd docente en schrijfster waardoor ze een stuk hoger op de sociale ladder terechtkwam. Haar boeken hebben alle een autobiografisch karakter, al streeft Ernaux naar een objectieve wijze van vertellen. In De jaren (2008) beschrijft ze ruim een halve eeuw – de periode 1941-2006 – aan maatschappelijke gebeurtenissen en ervaringen. Ze doet dat chronologisch en becommentarieerd aan de hand van voorwerpen, foto’s, haar dagboeken, kranten en tijdschriften, nieuwsfeiten en haar geheugen.

    Ernaux probeert het verleden te vangen, bespreekt politieke aangelegenheden, culturele gewoonten, gedrag van mensen, taalgebruik, liedjes, radio en tv, reclames, modeverschijnselen, de vooruitgang, en vermengt het persoonlijke met het algemene. Het is een mix van autobiografie, sociologie en geschiedenis geworden, een vorm die door haar is uitgevonden. In het leven van één vrouw wordt een stukje Franse historie weerspiegeld. Het boek, dat haar magnum opus wordt genoemd, won tientallen literaire prijzen.

     

    De jaren
    Auteur: Annie Ernaux
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Het licht is hier veel feller

    Een eens gevierde bestsellerschrijver is over alles de controle kwijt. Zijn vrouw is opgestapt, zijn kinderen ziet hij nauwelijks en zijn inspiratie is verdwenen, er komt geen boek meer uit zijn handen. Het enige wat Maximilian Wenger nog kan opbrengen is op de bank hangen in een appartement waar hij de verhuisdozen nog moet uitpakken, en bedenken hoe hij zichzelf te gronde richt. Maar dan ontdekt hij bij zijn post een brief die is geadresseerd aan de vorige bewoner: ‘Wenger heeft de leeftijd waarop een brief nog betekenis heeft, omdat het een echt geschrift is, met het weefsel van iemands woorden, dat dagen in plaats van seconden nodig heeft om aan te komen.’

    Hij opent en leest de brief, net als de volgende brieven die van dezelfde afzender komen, en raakt in de ban van de hartstochtelijk schrijvende vrouw. Wat hij niet weet is dat zijn dochter Zoey de brieven ook inziet. ‘Tot aan mijn tanden is mijn mond met woede gevuld.’ leest de zeventienjarige. De woorden van de onbekende helpen haar bij het nemen van een vergaand besluit wanneer ze geen hulp krijgt als ze in een MeToo-achtige situatie terechtkomt. Ook voor Wenger heeft het lezen van de brieven ingrijpende gevolgen.

    Het licht is hier veel feller
    Auteur: Mareike Fallwickl
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Waar woont de haat?

    Hongarije kent een lange literaire geschiedenis. Al eeuwenlang zien veelgeprezen gedichten en prozastukken van Hongaarse schrijvers het licht. Vandaag de dag denken we bij Hongarije al gauw aan kleingeestig nationalisme, verval van de democratie en de rechtstaat, vreemdelingenhaat en een neergaande lijn in de persvrijheid. In de beste literaire traditie laten 21 van hedendaagse Hongaarse schrijvers in de bundel Waar woont de haat? een ander geluid horen. Via verhalen en essays nemen ze hun land onder de loep, bekritiseren de intolerantie, het cultiveren van haat en de sociale ongelijkheid en pleiten ze voor mededogen en ruimdenkendheid.

    Ze onderzoeken de Hongaarse identiteit, nemen historische gebeurtenissen als de slachting onder Hongaars joden en Roma in 1944 door en behandelen de hedendaagse omgang met minderheden. Het boek houdt de Hongaren een spiegel voor waarin ook Nederlanders zich zouden kunnen herkennen.

    Waar woont de haat?
    Auteur: Samenstelling: Mari Alföldy & Viacheslav Sereda
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas