• Momenten van wraak, woede en (voorbije) liefde

    Momenten van wraak, woede en (voorbije) liefde

    Joan-Marc Miró-Puig, hoofdpersoon in Echtscheiding in de lucht, is een wat zware veertigjarige man van goede komaf. Zijn tweede vrouw heeft hem onlangs verlaten, hij zit in een financiële crisis en heeft net van de dokter te horen gekregen dat hij zich moet onthouden van allerlei koolhydraat-rijke producten die zijn leven nog iets draaglijk maakten. Joan-Marc probeert zijn problemen te boven te komen door op Facebook op zoek te gaan naar oude klasgenoten om de goede oude tijd te kunnen herbeleven. Pedro Maria, de enige die hem wil helpen, blijkt echter net zo’n hopeloos geval te zijn als hijzelf is en Joan-Marc gaat op zoek naar een andere manier om uit zijn depressie te komen.

    In plaats van naar een psychiater te gaan besluit Joan-Marc zijn lief en leed op papier te delen met nota bene zijn tweede vrouw. Vanuit zijn kleine appartement in Barcelona bekijkt hij de situatie waarin hij verkeert, en vertelt vol zelfmedelijden over de erbarmelijke staat waarin zij hem heeft achtergelaten. Eigenlijk is het niet eens haar schuld dat zijn leven zo slecht is. Hij wijt zijn geestelijke, lichamelijke en financiële achteruitgang aan zijn eerste vrouw.

    Zijn eerste vrouw, Helen, was een Amerikaanse die met een sportbeurs naar Spanje was gekomen. Ze leerden elkaar kennen op een feestje en hij nam haar mee naar een hotel. De seks was goed, haar beurs liep af en hij vroeg haar ten huwelijk. Niet snel daarna komt hij achter de ware aard van haar karakter. Ze is veeleisend, onrustig en raakt snel verveeld. Bovendien laat ze zich inpalmen door zijn zus, waardoor zij hem dwingt een huis te zoeken in Barcelona. Haar zoektocht naar een baan loopt op niets uit en ze stort zich op de alcohol. Tot overmaat van ramp trekt ze haar zelfwaarde omlaag door herinneringen op te halen aan haar vader, die nooit van haar heeft gehouden. Haar neerslachtigheid maakt Joan-Marc radeloos en hij stuurt haar het huis uit. Met het ticket dat hij voor haar gekocht heeft gaat ze echter niet naar Amerika zoals hij gehoopt had. Op een feestje brengt een gemeenschappelijke vriend hen weer samen om het bij te leggen. Maar een opmerking van Joan Marc valt totaal verkeerd bij Helen en wanneer hij haar de rug toekeert, steekt zij hem met een mes. Tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis, komt Helen langs en vraagt hem om een laatste kans. In een staat van verwarring gaat hij in op haar aanbod om naar een kuuroord te gaan en het uit te praten. Daar aangekomen begaat Joan- Marc al snel een enorme fout, waardoor zijn eerste huwelijk definitief mislukt.

    Echtscheiding in de lucht bespreekt het eerste huwelijk van Joan-Marc van begin tot eind en geeft bovendien aan wat de impact op een leven kan zijn wanneer een huwelijk slecht afloopt. Het is vooral de bitterheid en de verwarring waar Joan- Marc mee achterblijft. Hij spuugt zijn donkere gedachtes, pijnlijke herinneringen en rauwe gevoelens uit. Een gedachte over een bepaalde episode in zijn leven doet hem terugdenken aan een ander moment en zo wordt zijn verhaal een aaneenschakeling van sprongen door heden en verleden. Een verhaal zonder adempauzes, zonder hoofdstukken. Ellenlange alinea’s zonder komma’s of punten, die het lastig maken dit werk te lezen, maar des te meer bijdragen aan het effect van verwarring, radeloosheid, pijn, verdriet en woede. Joan-Marc is zich wel degelijk bewust van dit hink-stap-sprong verhaal en legt uit: En dus is dit niet een verslag van het heden, het is alleen een geschiedenis: mijn geschiedenis met Helen, mijn geschiedenis zonder jou’.

    Niets en niemand laat hij heel, hij is extreem openhartig en kent schaamte noch schande wanneer hij praat over de mensen die deel uitmaakten van zijn leven. Over Helen doet hij graag een boekje open: ‘Dat hele met siliconen volgestopte lijf (betaald door wie?) dat de hysterische en paranoïde stem van Helen omhulde, en mijn landschap van pillen, aangevreten sokken, siësta’s, sjaals en onvaste scheerbeurten beheerste’. Maar ook zijn zus wordt door de mangel gehaald: ‘Onder een bepaald soort licht kon je haar verwarren met een mens, dat geef ik toe, maar dat was een optisch effect, een trompe-l’oeil’.

    Al lijkt Echtscheiding in de lucht vanwege de thematiek een bittere pil, de Catalaanse auteur Gonzalo Torné weet de huwelijksproblematiek een zekere luchtige toon te geven. De manier waarop Torné Joan-Marc neerzet is fantastisch. Joan-Marc is een prachtig, vol karakter die door zijn acties en gedachten als een pathetisch persoon overkomt. De schuld voor zijn mislukte huwelijken legt hij bij anderen en hij ziet zichzelf vol medelijden als onschuldig. Hij geeft spottend commentaar op alles en iedereen, zelfs degenen die hem proberen te helpen, zoals Pedro María. Hoewel Joan-Marc zijn jeugdvriend ziet als een mislukkeling, is hij zelf niet veel meer. Dit zal hij echter nooit erkennen, want daar is Joan-Marc simpelweg nog te zelfvoldaan en te egocentrisch voor.

    Betiteld in Spanje als één van de beste boeken in 2013 is Echtscheiding in de lucht een werk om eens goed voor te gaan zitten. Wanneer je gewend bent aan de stijl en de structuur kun je genieten van mooie, diepe psychologische observaties aangevuld met interessante beschrijvingen over de werking van het lichaam en heerlijke momenten van wraak, woede maar ook van liefde.

     

    Echtscheiding in de lucht

    Auteur: Gonzalo Torné
    Vertaald door: Arie van der Wal
    Verschenen bij: Uitgeverij Atlas/Contact
    Aantal pagina’s:  384 pagina’s
    Prijs: € 24,99

  • Het verhaal achter de erotische fantasie

    Het verhaal achter de erotische fantasie

    Je zou het de voorloper kunnen noemen van de Vijftig Tinten reeks. Leopold von Sacher-Masoch’s Venus in bont uit 1870 is een prikkelende roman vol slaafse liefde en erotische fantasieën. Het (sado)masochisme, een woord afgeleid van de naam van de schrijver, wordt in dit werk zelfs voor het eerst besproken. Door de prachtige uitwerking van het thema overstijgt deze klassieker het niveau van een oppervlakkige erotische roman.

    Severin logeert in een huis in de Karpaten waar ook de jonge weduwe Wanda een kamer heeft gehuurd. Hij heeft echter geen oog voor haar schoonheid, want hij is verliefd op het stenen beeld van Venus dat in de tuin staat. De koele blikken van Venus maken hem gek van verlangen en hij schrijft haar een liefdesbrief waarin hij zijn diepste fantasie uit de doeken doet. Niet lang daarna ziet hij, net als de beeldhouwer Pygmalion uit de Griekse mythologie, zijn geliefde stenen beeld tot leven komen. Maar het blijkt dat Wanda een grap met hem uithaalt. Zij heeft zijn liefdesbrief gelezen en representeert nu, als Venus gehuld in een bontmantel, zijn fantasie. Severin en Wanda gaan in gesprek en ze vertelt hem haar visie op liefde en verlangen. Hierdoor voelt hij zich zo tot haar aangetrokken dat hij op slag tot over zijn oren verliefd op haar wordt en er alles voor over heeft om door haar begeerd te worden. Ze waarschuwt hem: ze is niemands bezit en kan niet lang van iemand houden. Dan stelt hij voor haar bezit, haar slaaf te worden zodat zij als meesteres over hem kan heersen en alles met hem kan doen. Wanda houdt van hem en wil hem gelukkig maken door zijn fantasie te verwezenlijken. Zijn stoutste dromen doet zij uitkomen en hij is gelukkig. Totdat zij verliefd wordt op een andere man die met geweld een eind maakt aan Severins sprookje.

    Venus in bont is een uiteenzetting van de liefde als spel tussen hart en ratio. De literatuur toont vaak genoeg hoe wreed en oneerlijk dit spel kan zijn. Auteur Von Sacher-Masoch maakt hier gretig gebruik van en verwerkt enkele voorbeelden om zijn eigen ideeën kracht bij te zetten. De geschiedenis van Severin en Wanda wordt ingeleid met een droom. De vriend van Severin is hierin hevig in discussie met de Griekse liefdesgodin Venus, als vertegenwoordiger van het natuurlijk verlangen uit de Klassieke Oudheid/ het zuiden. Hij zelf representeert de moderne man uit het noorden, die waarde hecht aan de christelijke zeden, aan trouw en het intomen van het verlangen. Wanneer hij wakker wordt, gaat hij rechtstreeks naar Severin om zijn droom te vertellen. Severin geeft net zijn dienstmeisje een berisping en zet zijn woorden aan door met een zweep te dreigen. Als zijn vriend hem ter verantwoording roept, verklaart Severin:

    Nergens is Goethes “Je moet hamer of aambeeld zijn” meer van toepassing dan op de verhouding tussen man en vrouw, dat heeft mevrouw Venus je ook terloops in je droom onthuld. De macht van de vrouw ligt in de hartstocht van de man besloten, en zij weet maar al te goed hoe ze deze macht moet gebruiken, als de man niet uitkijkt. Hij moet kiezen of hij de tiran of de slaaf van de vrouw wil zijn. Nauwelijks geeft hij zich over, of hij heeft zijn schouders al onder het juk en krijgt met de zweep.’

    Vervolgens overhandigt Severin zijn vriend een manuscript. Het is een samenstelling van zijn dagboek, en vertelt de geschiedenis tussen hem en Wanda.

    Het bovenstaande citaat toont dat Venus in bont geen oppervlakkige erotische roman is. Het is eerder een psychologische verhandeling. De liefde maakt dat je dingen doet die je niet zou doen als je je logisch verstand gebruikt. Severin en Wanda spelen een spel met een sterke seksuele lading. Deze lading uit zich niet zozeer in de daadwerkelijke acties, maar meer in de prachtige beschrijving naar de climax. De seksuele spanning stijgt naarmate zij verdergaan in hun redeneringen over de inhoud van liefde, lust, bezit en verlangen en hun eigen conflict tussen hart en ratio heviger wordt. Wanda en Severin verkennen de grenzen van hun liefde en bespreken  in een eloquente, verheven stijl de mogelijkheden en de consequenties.

    Venus in bont is een indrukwekkende klassieker die bij de eerste druk in 1870 zijn tijd ver vooruit was en tot op de dag van vandaag uitnodigt tot een interessante discussie over liefde en seksuele onderwerping.

     

  • Opgesloten vogel

    Opgesloten vogel

    Via haar contactpersoon bij Vluchtelingenwerk komt de Iraanse hoofdpersoon in Postvogel in contact met de eigenaar van een architectenbureau. Hij biedt haar een stage aan en als ze die goed volbrengt, maakt ze kans op een vast contract. Als vluchtelinge is een vast contract de enige manier om een verblijfsvergunning te krijgen en ze probeert haar werk zo goed mogelijk te doen, maar dit is niet makkelijk.

    Het kost haar moeite om zich te concentreren op haar werk. Alles doet haar denken aan Iran. De herinnering aan haar kindertijd komt in flarden. Al die stukjes bij elkaar vormen een verhaal en tonen de reden waarom zij gevlucht is uit Iran. Haar herinneringen voeren terug naar haar vrouwelijke familieleden die in het verzet tegen de sjah zaten. Zij zelf had een bijzondere taak gekregen van haar tante, de vrouw naar wie ze het meeste opkeek. Als postvogel droeg ze in het diepste geheim berichten en afspraken over aan andere leden van de verzetsbeweging. Maar ze was nog jong en alles om haar heen beangstigde haar. Een oude winkelier gaf aan haar te willen helpen. Hij kon haar familie beschermen, maar in ruil hiervoor wilde hij alle informatie over de verzetsbeweging. Ze vertrouwde hem niet, maar kon er niets aan doen dat hij toch bepaalde dingen te weten kwam. Op een avond werd er bij haar thuis op de deur geklopt. Gewapende mannen op zoek naar haar tante drongen het huis binnen en verwoestten alles wat ze op hun weg vonden. Na de inval was niets meer hetzelfde.

    ‘Ik vluchtte weg van een leven dat zwarter was dan de dood. Het voelde alsof ik met mijn eigen handen mijn navelstreng doorknipte. Ik dacht aan een oplossing maar de navelstreng zat om mijn nek, er was geen verlossing. Ik dacht, als ik vlucht, ben ik vrij. Vrij van alles wat mij gevangen hield. Maar niets is minder waar. Ik voel me nog steeds een gevangene. Eerst dacht ik dat ik iets zocht, maar nu weet ik dat ik ben verdwaald.’

    Ze woont nu al enige tijd in Nederland als vluchtelinge, maar voelt zich hier niet veilig. Ze is continu op haar hoede en houdt zich gedeisd, bang om te worden teruggestuurd. Haar angst is terecht, op haar werk op het architectenbureau lijkt alles zich tegen haar te keren. Haar baas ontloopt haar en wil niet praten over de mogelijkheid van een vast contract. Haar stagebegeleider moet niets van buitenlanders hebben en hitst al haar collega’s tegen haar op. Hij intimideert haar en maakt racistische opmerkingen. Zij zegt er niets van, omdat hij haar stage moet beoordelen. Een negatieve beoordeling betekent dat ze geen vast contract krijgt. Jacob, een introverte, oude collega is de enige die haar lijkt te begrijpen. Hij voelt met haar mee en geeft aan dat hij samen met een bevriende advocaat andere asielzoekers heeft geholpen bij hun asielaanvraag. Hij belooft haar dat hij ook haar aanvraag zal tonen aan zijn vriend, zodat die kan bepalen of de pardonregeling op haar van toepassing is.
    Wanneer hij, kort voor het einde van haar stageperiode een hartaanval krijgt, is zij ten einde raad. Haar dossier ligt nog niet bij de advocaat en haar enige steun en toeverlaat ligt in coma in het ziekenhuis.

    De introductie over schrijfster Firoozeh Farjadnia op de achterflap van de roman maakt nieuwsgierig. Net als de hoofdpersoon in haar boek is zij een Iraanse vluchtelinge in Nederland en werkzaam bij een architectenbureau. Meteen vraag je je af of dit werk autobiografisch is. In een interview bij OBA live op 4 oktober jongstleden gaf de auteur te kennen dat Postvogel inderdaad autobiografische elementen bevat. Het relaas, zo meent ze, is echter niet alleen dat van haar, maar van vele generatiegenoten. Nergens in Postvogel wordt de hoofdpersoon bij naam genoemd. Deze anonimiteit versterkt het effect dat het verhaal niet slechts dat is van een enkel persoon, maar van vele anderen, vluchtelingen en generatiegenoten.

    Postvogel beslaat twee perioden uit het leven van een Iraanse vrouw. In afwisselende hoofdstukken vertelt de roman over de huidige situatie waarin de hoofdpersoon zich bevindt en over haar leven in Iran. De hoofdstukken uit het heden sluiten qua thema naadloos aan op een hoofdstuk uit het verleden. Nadat een persoon, object of situatie haar doet herinneren aan een gebeurtenis uit haar verleden, wordt het hoofdstuk over het heden afgesloten. Die herinnering uit haar Iraanse kindertijd wordt dan opgepakt en uitgewerkt in een volgend hoofdstuk.

    Deze roman geeft een indringend beeld van het leven in Iran en het leven als vluchtelinge in Nederland. Het is een zwaarmoedige roman die je bijblijft. Iedere pagina van Postvogel ademt een sfeer van wantrouwen. Ieder woord ondersteunt het gevoel van benauwdheid en bijna koortsachtig zoek je naar ruimte, een punt in het verhaal waar je even op adem kunt komen. Je leest verder en verder, net als de hoofdpersoon op zoek naar een sprankje hoop. De roman eindigt met een open einde, dat niet erg hoopvol lijkt en je blijft, net als de hoofdpersoon verslagen achter.