• Over kindvluchtelingen en een uiteengedreven gezin

    Over kindvluchtelingen en een uiteengedreven gezin

    De Mexicaanse schrijver Valeria Luiselli heeft vanaf haar debuut veel indruk gemaakt als maatschappelijk geëngageerde schrijver. Al haar boeken werden lovend besproken en ze wist in korte tijd een grote schare fans op te bouwen. Ze kwam dan ook in 2017 op de lijst van ‘Bogota 39’ te staan, een lijst waarop de negenendertig meest veelbelovende Latijns Amerikaanse schrijvers van onder de veertig jaar staan vermeld. Een groot deel van haar bevlogenheid kon ze kwijt in haar essay Vertel me het einde (2017), waarin ze het vluchtelingenbeleid van de Amerikaanse regering aan de kaak stelde. Ze schreef over het lot van Centraal-Amerikaanse kinderen die aan de grens met Mexico waren opgepakt en in detentiecentra zaten in afwachting op hun uitzetting. Ze schreef dit boek op basis van haar ervaringen als medewerker van een rechtbank, waarbij ze kinderen van vluchtelingen moest interviewen.

    Elkaar kwijtgeraakt

    In Archief van verloren kinderen heeft ze dezelfde thematiek in romanvorm uitgewerkt. Een jong echtpaar besluit met hun kinderen New York te verlaten om een reis van een paar weken naar het zuidwesten van de Verenigde Staten te maken. Ze hebben elkaar vier jaar eerder leren kennen toen ze beiden betrokken raakten bij een soundscape project, waarbij alle geluiden van New York in kaart werden gebracht. Het echtpaar is daar echter zo intens mee bezig geweest dat ze van elkaar vervreemd zijn geraakt. Valeria Luiselli brengt deze vervreemding op een prachtige manier onder woorden: ‘We waren zo toegewijd aan het verzamelen van intieme momenten met vreemdelingen, we waren zo druk met het aandachtig luisteren naar hun stem dat we er niet bij stilstonden dat er tussen ons tweeën geleidelijk stilte zou ontstaan. We hadden nooit kunnen denken dat we elkaar ooit ergens in de menigte zouden kwijtraken.’

    De hele roman is van deze vervreemding en ontworteling doortrokken. Iedereen is op drift, niemand voelt zich thuis. Het jonge stel heeft tijdens de reis geen gezamenlijk doel voor ogen. De vrouw wil een reportage maken over de kindvluchtelingen die in kampen vlak aan de grens met Mexico zijn ondergebracht. Haar man is op zoek naar het verhaal van de Apachen die in de negentiende eeuw van hun oorspronkelijke gronden zijn weggejaagd en op transport zijn gezet naar een uithoek in Amerika om daar te sterven. Ondertussen drijven ze, ondanks dat ze in dezelfde auto reizen, steeds verder uit elkaar. 

    Fascinerende literaire mix

    Archief van verloren kinderen is een fascinerende literaire mix van roadnovel, ideeënroman en essayistiek. Een boek dat tegelijkertijd tot somberheid en nadenken stemt. De boosheid en verontwaardiging over het lot van de kindvluchtelingen zijn zeer duidelijk in dit boek aanwezig, daarmee toont Luiselli hier ook van haar kwetsbare kant. Op enig moment verzucht de vrouwelijke hoofdpersoon, die overigens veel op Luiselli lijkt: ‘Hoewel een bruikbaar archief van de verloren kinderen in essentie zou moeten bestaan uit een reeks getuigenissen of overleveringen, zodat het hun eigen stem is die hun verhaal vastlegt, heb ik moeite met het idee om die kinderen, hun leven, te gebruiken als materiaal. Waarom? Met welk doel? Zodat anderen hen horen en daar iets bij voelen – medelijden? Woede? En dan? Niemand zal besluiten om niet naar zijn werk te gaan en een hongerstaking in gang te zetten. Iedereen gaat door met het leven van alledag.’

    Toch ziet ze wel degelijk een steeds groter bewustzijn voor de vluchtelingenproblematiek. In een interview met de The Guardian verklaarde ze blij te zijn dat er eindelijk mensen vanuit hun comfortabele stoel aan het ontwaken zijn. Dat er een jonge generatie opstaat die het niet meer accepteert en hun onvrede duidelijk op social media bekend maakt. 

    Perspectiefwisseling

    Halverwege het boek verschuift het vertelperspectief van de moeder naar de zoon, waarmee ook de toon en het karakter van het verhaal verandert. Zolang de moeder aan het woord is, is er veel aandacht voor de manier waarop er verslag wordt gedaan over maatschappelijke misstanden. Er is veel ruimte voor verwijzingen naar literatuur, filosofie en de manier waarop ervaringen en herinneringen gearchiveerd worden. Als de zoon het verhaal overneemt en met zijn zusje wegloopt van de ouders wordt de toon lichtvoetiger en avontuurlijker, maar ook schrijnender. Pas dan blijkt hoeveel de kinderen, doordat alle aandacht van de ouders naar anderen ging, tekort zijn gekomen. 

    Alles komt samen

    Naast het verhaal van de moeder en de zoon zit er nog een boek in het boek, Treurzangen voor verloren kinderen, een verhaal dat eerst door de moeder en daarna door de zoon wordt gelezen. Het is een zowel gruwelijk als meeslepend verslag over kinderen die vanuit Mexico op vlucht zijn naar de Amerikaanse grens. Dit drama vervlecht zich op ingenieuze wijze steeds meer in het verhaal dat door de moeder en de zoon wordt verteld. Aan het eind komen alle lijntjes die Valeria Luiselli heeft uitgezet op een prachtige manier bij elkaar. 

    Archief van verloren kinderen is een belangrijke en actuele roman waarin niet alleen de vluchtelingenthematiek centraal staat, maar die ook een kritische blik werpt op de geschiedenis van de Verenigde Staten. Met prachtige beschrijving van de vele vervallen stadjes en verborgen armoede in grote delen van het land. Het is daarmee een mooie aanvulling op het reeds imposante oeuvre van Valeria Luiselli en een aanwinst voor elke boekenkast. 

     

     

  • Tanden als spiegels van de ziel

    Tanden als spiegels van de ziel

    De hoofdpersoon in het derde in het Nederlands vertaalde boek van de Mexicaanse schrijfster Valeria Luiselli (1983) is Gustavo Sánchez Sánchez, bijgenaamd Snelweg omdat hij veel reist. Hij volgt een cursus kunst van het veilen volgens de Yushimito-techniek. Deze komt voort ‘uit een combinatie van klassieke retorica en de mathematische excentriciteitstheorie’ – één van de vele, heerlijke onzinzinnen in dit boek. Hij ontwikkelt de zogenaamde allegorische veilingtechniek: ‘Snelweg zou de kunst van het veilen opnieuw vormgeven. Ik was geen verachtelijke verkoper van voorwerpen, maar vooral een liefhebber en verzamelaar van goede verhalen. Einde van de verklaring’.

    Dáár draait alles om in dit surrealistische boek: het verzamelen en veilen van tanden en het vertellen van verhalen over de geschiedenis ervan. Als Snelweg via een louche veiling aan het gebit van Marilyn Monroe komt, is zijn geluk compleet. Voor Snelweg zijn tanden het summum, de spiegels van de ziel, meer nog dan ogen. Snelweg veilt tien van zijn eigen tanden aan de bewoners van een bejaardenhospice. Hij dicht ze toe aan grote denkers en schrijvers als Plato, Augustinus en Borges, over wie in het boek anekdotes zijn opgenomen.

    Uiteindelijk vindt Snelweg, die zelf niet kan schrijven, Pedro Menard (Pepe) bereid om de geschiedenis van in eerste instantie zijn eigen tanden te boek te stellen. Als Pedro dit af heeft, wil Sánchez dat hij een catalogus samenstelt van zijn collectie verzamelobjecten, te beginnen met de nagels van zijn vader, de eerste collectie die Sánchez als kind al aanlegde, tot zijn paperclipsen.

    Het vijfde van de zeven delen waaruit het boek bestaat, wordt ingenomen door de biografie van Sánchez’ tanden, die Snelweg consequent autobiografie noemt. Gevolgd door deel zes, ‘een circulaire rondgang langs beroemde plekken uit Snelwegs leven’ in de vorm van negen foto’s. Deze verschillende vormen en stijlen maken het experimentele karakter van dit boek uit.

    Maar louter hieruit, of uit heerlijke onzin bestaat het boek niet. In de verzameling goede verhalen zitten diepere lagen en details verscholen. Snelweg lijkt bijvoorbeeld iets tussen aap en mens te zijn, geboren als hij is met vier premature tanden en van top tot teen bedekt met een dun laagje zwart haar, zoals terloops wordt opgemerkt.

    De vragen die Luiselli hiermee oproept, lijken te zijn: wat is echt en wat niet, wat blijft uiteindelijk, hoe slecht en echt kan een mens zijn, in leven en dood, en wat is de rol van kunst, marktwerking en geld bij dit alles? Zij doet dit in de vorm van fantasievol komisch drama dat in de ondertitel een roman in zeven afleveringen wordt genoemd. De stijl is surreëel en op z’n tijd essayistisch, gelardeerd met zwarte humor: ‘Papa heeft nu geen tanden meer. En ook geen nagels of een gezicht meer: we hebben hem twee jaar geleden gecremeerd’.

    Het is het soort vragen die de Nederlandse schrijfster Niña Weijers ook lijkt op te roepen, getuige niet alleen De consequenties, haar al even knappe en rijke roman vol verwijzingen als die van Luiselli, maar bijvoorbeeld ook in een column in De Groene Amsterdammer van 10 augustus jl. Hierin beschrijft Weijers een nauwelijks bekend schilderij van Frans Hals waarop een liggend naakt is afgebeeld. Op dat schilderij van Hals zijn de ‘borsten geschilderd alsof ze gezichtsuitdrukkingen bezitten, haar knieën geven net zo veel prijs over haar gemoed als haar kin’. Vervang borsten, knieën en kin door tanden, en je bent bij De geschiedenis van mijn tanden van de overigens door Weijers zeer bewonderde Luiselli, die zij in april van dit jaar interviewde voor De Morgen. En Weijers is inmiddels niet de enige, als we de flaptekst mogen geloven.


    De geschiedenis van mijn tanden

    Auteur: Valeria Luiselli
    Vertaald door: P. Menard
    Verschenen bij: Uitgeverij Karaat
    Aantal pagina’s: 208
    Prijs: € 19,50

  • Oogst van week 37

    Door Ingrid van der Graaf

    Van dichter Tsjead Bruinja (1973) verscheen de bundel Binnenwereld, buitenwijk waarin hij zich vele vragen stelt. De binnenwereld is het onuitputtelijke universum van onze wensen, dromen en twijfels, van obsessies en ons verlangen naar geluk. Maar hoe reageert dit universum, hart en ziel, verstand en onverstand, op de buitenwijk, de wereld om ons heen? Bruinja’s gedichten brengen op speelse wijze in beeld wat in het ik-tijdperk uit het zicht is geraakt: de complexe en gelaagde verhouding tussen binnen en buiten, tussen individu en maatschappij, of – zoals Bach het genoemd zou hebben – tussen wereld en mens. De buitenwereld schept altijd een binnenwijk; het zijn communicerende vaten. Denken, doen en dromen met de wereld erbij, nooit zonder. 64 blz., Uitgeverij Cossee, € 16,95.

     

    9200000030480711 De Franse filosoof Jacques Derrida (1930-2004) hield in 1984 de voordracht Sibbolet, waarin hij door filosofeert op enkele frases uit het werk van Paul Celan (1920-1970). Hij leest het werk van de Duitstalige joodse dichter Celan vanuit de verwondering over het woord dat steeds opnieuw terugkomt en niettemin altijd weer enkelvoudig is. En over de gebeurtenis van de Holocaust, het niet-aflatende thema van de poëzie van Celan. In zijn eerbiedige en aandachtige lezing vraagt Derrida Celans de moeilijk te doorgronden gedichten naar de betekenis van hun data, hun plaatsnamen, hun chiffres en codewoorden. Waarin bestaat iemands identiteit, die zich hecht aan een eenmalige handeling als de besnijdenis? Waarin bestaat een volk, dat opstaat vanuit de grimmigste poging tot genocide die de geschiedenis heeft gekend? Vertaald door Ger Groot, 128 blz., € 16,95.

     

    9200000040900125Na twee hedendaagse romans komt Arthur Japin met een historische roman over de pionier in de vliegkunst, Alberto Santos-Dumont. Santos-Dumont groeit op in de afgelegen binnenlanden van Brazilië. Hij droomt ervan te kunnen vliegen zoals de helden in de boeken van Jules Verne. Als hij ontdekt dat hun avonturen niet echt zijn, legt hij zich daar niet bij neer. Hij vertrekt naar Parijs, zet de werkelijkheid naar zijn hand, en wordt de eerste mens die door de wolken navigeert. De ware geschiedenis van deze vergeten pionier en zijn gestolen hart voert van Zuid-Amerika naar de Parijse belle époque. 320 blz., uitgeverij De Arbeiderspers, € 21,99.

     

    Valeria-Luiselli-Geschiedenis-tanden-voorplatMet een aanstekelijk vertelplezier neemt Valeria Luiselli ons mee op een eigenzinnige en hilarische reis over de creatie van kunstwerken, hun waarde en de manier waarop ze in de markt worden gezet. Gustavo Sánchez Sánchez, alias ‘Snelweg’, is niet alleen een paperclipverzamelaar en een charlatan, hij is ook een man met een missie: hij is van plan zijn afzichtelijke gebit tot de laatste kies te vervangen. Als zijn eigenaardige vaardigheden (hij is, na twee glazen rum, in staat om Janis Joplin te imiteren) hem daar niet voldoende bij kunnen helpen, zit er maar één ding op: hij moet en zal ’s werelds beste veilingmeester worden – hoewel misschien niet iedereen dat zal beseffen, want Snelweg is van nature nogal verlegen. 208 blz. Uitgeverij Karaat, vertaling P. Menard, € 19,50.

     

  • Spel van schrijvers & geschrevene

    Spel van schrijvers & geschrevene

    Fantasie en werkelijkheid. Spaans- Amerikaanse auteurs weten al sinds de jaren ’60 hun lezers te boeien en te vermoeien met hun literair spel tussen deze extremen. Dat ook de Mexicaanse Valeria Luiselli (1983) wel van een spelletje houdt, blijkt uit De gewichtlozen. In deze roman presenteert Luiselli haar lezers een Mexicaanse vrouw. Deze schrijft op haar beurt een roman over de Mexicaanse dichter Gilberto Owen. Haar obsessie voor hem begon toen ze nog werkte voor een uitgeverij in New York en erachter kwam dat hij in de jaren ’20 in het appartement vlak achter dat van haar had gewoond. Vanaf dat moment vervaagt de grens tussen fantasie en werkelijkheid.

    Als zij jaren later als moeder van twee kinderen thuis zit, probeert ze aan de dagelijkse sleur te ontsnappen door te schrijven. Ze zegt een nacht in zijn appartement te hebben doorgebracht. Vervolgens doet ze het voorkomen alsof ze de uitgever heeft voorgelogen en zelfs manuscripten heeft vervalst om Owens werk gepubliceerd te krijgen. Er lijkt geen weg meer terug als ze schrijft:

    ‘De vertelster ontdekt dat terwijl ze een verhaal in elkaar rijgt het weefsel van haar werkelijkheid versleten raakt en breekt. De vezel van de fictie begint aan de werkelijkheid te tornen en niet vice versa, zoals dat zou moeten.’ (p. 79.)

    Met nostalgie kijkt ze terug op haar eigen verleden dat ze, geïnspireerd door de kinderlijk-absurde gesprekken met haar zoontje, begint aan te vullen en te herschrijven. Tegelijkertijd werkt ze aan de roman over Owen en terwijl ze schrijft, gaan hun levens steeds meer op elkaar lijken tot het moment dat het leven van schrijfster en dichter één is.

    De gewichtlozen is een gecompliceerde raam-in-raamvertelling. Naast het verhaal van de hoofdpersoon en haar leven, dat al vrij lastig is om te volgen door de sprongen in de tijd, loopt het verhaal van de dichter Owen. De roman bestaat uit twee delen. In het eerste deel zijn de twee verhaallijnen nog duidelijk van elkaar te onderscheiden, maar het tweede deel vraagt volledige concentratie. Heden en verleden van zowel schrijfster als dichter lopen door elkaar, fantasie en werkelijkheid gaan hand in hand en ook de twee verhaallijnen vloeien in elkaar over. Op het eind leven beide personages in éénzelfde, fictieve, wereld. Al met al is de Gewichtlozen helemaal niet zulke lichte kost als de titel doet vermoeden.

     

  • Bijzondere boeken van 2012

    Door Carolien van Welij

    Valse papieren van Valeria Luiselli. Deze jonge Mexicaanse schrijfster slentert rond in steden, de literatuur en de filosofie. Het resultaat is een essay, reisverhaal en autobiografische roman in één. Lees hier de recensie.

    Stoner van John Williams. Vergeten meesterwerk uit 1965. In Amerika een paar jaar geleden herontdekt. In Nederland afgelopen najaar in de belangstelling dankzij de Nederlandse vertaling. Een klassieke roman waarop de uitspraak van Julian Barnes van toepassing is: ‘Fictie maakt personages die nooit hebben bestaan net zo echt als je vrienden en dode schrijvers net zo springlevend als een nieuwslezer op tv.’ (Uit het raam, p. 10).

    Spinder van Simon van der Geest. Het jeugdboek van 2012: een boek waarbij je kunt lachen, moet huilen en dat je niet weg kunt leggen voordat je het geheim van de broers hebt ontraadseld. Van der Geest won vorig jaar een Gouden Griffel voor zijn roman Dissus.

    De lengte van het leven van Seneca. Mooi uitgegeven geschrift van de Romeinse filosoof, waarin hij kritiek levert op de mensen die het leven te kort noemen: ‘Onze tijd is helemaal niet kort! Het leven is lang genoeg, we krijgen royaal de ruimte om de werkelijk grote dingen af te maken, als we al die tijd maar goed besteden.’ Weer uit de kast gehaald dankzij het boek Filosofie voor het leven en andere gevaarlijke situaties van Jules Evans.

    Brandnetels & verkeersborden. Verzameling zeer korte verhalen van A.L. Snijders. Twee zkv-en bestaan uit een interview met de schrijver. A.L. Snijders licht toe waarom het interview hier een plek heeft gekregen: ‘Een tijdje geleden ben ik geïnterviewd voor het optimistische, zingevende blad Happinez. Thema: Geloof, hoop, liefde. Gisteren hoorde ik dat het interview is geweigerd vanwege mijn ironie. Een goede reden. Beter dan belediging, ongeduld, afgunst, jaloezie.’

     

  • Overtuigend debuut

    Overtuigend debuut

    Valse papierenvan de Mexicaanse schrijfster (met ook Italiaanse roots) Valeria Luiselli (1983) is een intrigerende bundel essays. Na een wat aarzelend beginessay, bespiegelingen over haar tocht naar het graf van Joseph Brodsky in Venetië, vindt Luiselli een eigen geluid en worden haar teksten eigenzinniger. Het levert mooie formuleringen op. Zo lezen we het volgende over het uithollen van de schedelruimte tijdens een mensenleven: ‘We worden gevuld geboren – gevuld met grijze stof, met water, met onszelf -, en in elk van ons vindt continu het trage, alchemistische erosieproces plaats. Boven onze nek dragen we een functionerende groeve met ons mee, vol fragmenten die beetje bij beetje vergruizelen.’ (79) Of dit nu werkelijk is zo als het gaat, doet niet echt terzake. Het is een beschrijving die bijblijft.

    Het schrijfproces vergelijkt Luiselli met restaureren: ‘Restaureren: gaten opsmukken die de boormachine van de tijd in elk oppervlak achterlaat. Schrijven, daarentegen, is een omgekeerd restauratieproces. Een restaurateur vult gaten in een oppervlak waarvan al een min of meer af beeld bestaat; de schrijver werkt vanuit de scheurtjes en de gaten. In die zin lijken de architect en de schrijver op elkaar.’ (102) Zo zit deze bundel vol met treffende formuleringen.

    Luiselli slaat soms ook wel de plank wat mis. Zo schrijft ze over lege ruimtes: ‘Misschien is het slechts een ontische uitdrukking, zouden de Heidegerianen zeggen over een ontologische, wortelgeschoten voorwaarde die onmogelijk te veranderen is: horror vacui tot uitdrukking gebracht in het oculair amusement en het mentale tijdverdrijf van het vullen van ruimtes.’ (106) Zulke obscure taal heeft de schrijfster niet nodig. Nee, dan kan ze beter schrijven over haar uiterlijk: ‘Ik zie de vele gezichten waaruit ik ben samengesteld. De stamboom van mijn gelaatsuitdrukkingen, de familegeschiedenis van elk gebaar. Een lijn markeert de blijdschap van mijn moeder, zware oogwallen de vermoeidheid van mijn vader, het attent voorhoofd heb ik van beiden. Dan de kromming van de lip: de vergissing van een van mijn grootmoeders; een blik die herinnert aan de overzeese eenzaamheid van een van mijn grootvaders; een gebaar dat voorkomt uit de vroege dementie van mijn tante.’ (112)

    Thema in Valse papieren is onder meer het leven in de grote stad (Venetië, Mexicostad, New York) en de rol die taal speelt bij de duiding ervan. Luiselli gaat in haar tekst ook in op het fenomeen ‘flaneur.’ In het oeuvre van de filosoof Walter Benjamin, die haar inspireerde, staat dit begrip voor de opmerkzame, maar niet per se betrokken grootstedelijke observant uit de moderne tijd die het wandelen tot levensstijl heeft gemaakt en alles wat hij passeert in zich opneemt. Luiselli voegt hier het concept van de ‘fietsganger’ aan toe: ‘de flaneur die zich op twee wielen voortbeweegt zal de juiste afstand houden om in de stad zowel medeplichtige als getuige van de stad te worden.’ (53) De tijden van de wandelende flaneur zijn volgens Luiselli voorbij: ‘Behalve degenen die gewoon nog met hun hond uit wandelen gaan, de kinderen die van school terugkeren, de alleroudsten en de straatverkopers, heeft niemand in de hedendaagse stad het recht een slentertempo aan te nemen,’ (50) constateert ze met spijt.

    Interessant is wat Luiselli over de begrippen melancholie, nostalgie en (de Portugees-Braziliaanse term) saudade te berde brengt. Het begrip saudade omschrijft ze in een omtrekkende beweging, waarin ze in feite geen bruikbare definitie geeft, maar wel de sfeer die het woord overbrengt weet te treffen. Ze schrijft: ‘Saudade, waar de pijn te horen is in de samenklank van twee klinkers, doet denken aan die dingen die tegelijkertijd mooi en verdrietig zijn: zeeschepen, treurwilgen, wierook, hagedissen.’ (62) Saudade kan misschien het best worden omschreven als een zowel plezierige als verdrietige herinnering vol emotie en verlangen aan een al dan niet fictieve tijd die voorgoed voorbij is. Melancholie was volgens de schrijfster in de twintigste eeuw geen geestestoesand van de dichter meer, ‘maar een verachterlijke karaktertrek, een divanhysterica niet waardig.’ (63) Freud banaliseerde het verschijnsel. Nostalgie is dan weer ‘het bastaardkind van de melancholie.’ (61)

    Luiselli lijkt niet erg positief over nostalgie: ‘Er is een Paseo de los Melancólicos in Madrid en een Rua de Saudade in Lissabon. Maar er is nergens, – gelukkig maar, want dat zou van slechte smaak getuigen – een Laan der nostalgici.’ (70). Voor Luiselli (en velen met haar) is nostalgie iets waarvoor je je geneert. Dat het begrip in feite niet wezenlijk verschilt van saudade, lijkt haar te ontgaan. De negatieve connotatie die voor haar aan het begrip nostalgie kleeft, voorkomt mogelijk dit inzicht.

    Luiselli haalt er in haar tekst vele grootheden uit de de wereldliteratuur bij, maar ze doet dit functioneel zonder te veel te pronken met haar belezenheid. Ze neemt de lezer voor zich in als ze haar eerste kennismaking met Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust beschrijft: ‘Ik begreep bijna niets van het Frans en bleef uren hangen bij een paragraaf waarin ik me probeerde voor te stellen wat bougie, quatour en écailles betekenden.’(84) In de rest van de tekst is ze voldoende overtuigend, dat ze deze ontboezeming wel aandurft. Het persoonlijke aspect maakt deze essays bijzonder. Zo neemt de schrijfster ons mee naar haar kindertijd, waarin ze tunnels in de achtertuin groef en kostbaarheden in de gaten verborg, voor toekomstige kinderen. Met dergelijke mededelingen tilt Luiselli de speelse tekst ver uit boven gortdroge literair-filosofische essays die schrijven over thema´s als taal, vertalingen, identiteit en stedelijke omgeving ook had kunnen opleveren. Minpunt aan dit door Merijn Verhulst vertaalde boek, overigens ingeleid door Cees Nooteboom, is dat het wat dun is. Het is uitzien naar een uitgebreider essayboek van deze schrijfster.