• Matige smaakmaker

    Matige smaakmaker

    Henri van Booven (1877-1964) was een Haagse heer uit welgestelde familie. Hij maakte naam met het antikoloniale Tropenwee, schreef nostalgische romans over Den Haag in het fin-de-siècle, en leeft in voetnoten voort als de eerste biograaf van Louis Couperus. Hendrik de Vries (1896-1989) was een eigenzinnige Groninger, die van zijn zenuwzieke moeder geen kunstenaar mocht worden. Hij werd gemeentearchivaris en ontwikkelde zich tegen alle weerstand in tot een productieve expressionistische schilder, tekenaar, en vooral dichter. Hun briefwisseling maakt duidelijk hoe veel ze verschilden, en waar hun werelden elkaar toch nog raakten.

    Al doende bang geworden
    De correspondentie begint in 1951. Hendrik dankt Henri Van Booven uit de grond van zijn hart voor teksten van zijn hand die ‘een diepgaande invloed’ hadden op toen de 15-jarige De Vries. Het betreft de roman Tropenwee, een artikel over de jonggestorven ‘decadente’ tekenaar Carel de Nerée tot Babberich en Van Boovens inleiding bij Een tiental verhalen van Edgar Allen Poe. In zijn eerste brief vertelt De Vries dat hij Tropenwee tijdens zijn gedwongen ambtenarenbestaan ´onnoemelijk vaak´ op zak had, om er op onbewaakte momenten ´van te snoepen.´ Van Booven is gevleid, maar reageert achterdochtig. Hij peilt naar De Vries’ mening over Ter Braak, Vestdijk en Couperus – onder andere. En hij blijkt ook bij een bevriende geleerde en twee leraren klassieke talen te hebben nagevraagd wie die De Vries toch wel niet was. De omzichtigheid valt te verklaren uit zijn literaire voorgeschiedenis, waar de Inleiding meer over vertelt.

    Tropenwee (1904) was het hoogtepunt in Van Boovens werk. Het werd geïnspireerd door zijn korte koloniale carrière in de Kongo – waar de malaria hem verdreef. Het boek is thematisch verwant aan Joseph Conrad’s Heart of Darkness, A.M. Forster’s Passage to India en Couperus’ De stille kracht: er zijn werelden waar ´de blanke´ niets te zoeken heeft, zelfs of vooral als hij goede bedoelingen heeft. Wie daarheen gaat roept zijn eigen demonen op, en rampspoed en verderf liggen op de loer. Tropenwee werd goed ontvangen en haalde 18 drukken. Dat was echter een uitzondering. Zo schreef de gezaghebbende en zachtaardige criticus Johan de Meester over Van Boovens roman Een Haags avontuur: ‘’t Is soms, alsof hij… niet gedurfd heeft: veel van plan was, doch al doende bang is geworden.’ Van Booven publiceerde geen romans meer, maar werkte na de dood van zijn literaire idool en vriend Louis Couperus zeven jaar lang met uiterste toewijding aan een biografie. Heel sneu, maar juist in die tijd veranderde de literatuur ingrijpend. Niks geen decadentie, maar expressionisme, modernisme en Nieuwe Zakelijkheid sloeg de klok. De aanhangers van literaire tijdschriften als Het Getij (waar De Vries aan meewerkte) en Forum moesten niets hebben van kritiekloze persoonsverheerlijking en geromantiseerde levensbeschrijving. Menno Ter Braak en Simon Vestdijk maakten in klare taal gehakt van het Courperusboek: ‘oppervlakkige, brokkelige journalistiek’, ‘vele nietszeggende bladzijden’, ‘keukenmeidenschriftuur’, ‘zonder synthetische kracht’. En daarmee was Van Boovens literaire loopbaan ten einde. Hij meldt weliswaar herhaaldelijk dat hij werkt aan ‘een fin de siècle-romannetje 1899-1905’ (het zou Stille wateren gaan heten), maar dat verschijnt nooit. Van Booven richtte zich op andere zaken: hij werkte als journalist en sportverslaggever, schreef sportboeken en was gecommitteerde bij staatsexamens. Hij was ook nog cricketpionier (met Herman Gorter) en ontwikkelde zich tot bobo van de Nederlandse rugbybond. Hij trouwde met een Joodse jonkvrouw, woonde vanaf 1932 in Rome, flirtte met de Italiaanse fascisten (zeggen sommigen) en werd lid van de NSB. Genoeg ingrediënten dus voor een spannend jongensboek, en mogelijk zelfs een biografie over dit literaire one hit wonder.

    Stuntvliegen
    Als opwarmertje voor die mogelijke biografie is de briefwisseling slechts half geslaagd. Geen stilistisch vuurwerk, en ook geen opmerkelijke gedachten of treffende anekdoten. De brieven van De Vries zijn vooral vriendelijk en tegemoetkomend, terwijl Van Boovens schrijfsels gisten van het gezeur, het gemekker, het vissen naar opinies over de critici van zijn Couperusboek, en gekanker op schrijvers, uitgevers en de nieuwe vereenvoudigde spelling. Om maar wat te noemen. Ondanks zijn eigen decadente verleden (waar de biografie vast meer over zal melden), gaat Van Booven tekeer tegen het ‘vieze knaapje Van het Reve’, en Anna Blaman die ‘de euvele moed heeft een lesbische als man aan te kleden.´ Af en toe meldt hij iets over zijn leven in Rome – zo ontmoet hij daar minister Beyen, die hem ‘een zeer menschelijk persoon’ toeschijnt. En hij pakt wat langer uit over het Den Haag van vroeger en de teloorgang van zijn vriend De Nerée. Maar dat is het dan wel. Van Booven voelde zich miskend en onbegrepen, en begreep zelf zijn tijd niet meer.

    De Vries probeert regelmatig tegengas te geven zonder onvriendelijk te worden. Ter Braak en Vestdijk zijn helemaal niet zo eenzijdig rationalistisch, zegt hij bijvoorbeeld. En Van het Reve en Blaman stoten ook hem af, maar hij voelt een soort ‘ fatale noodzakelijkheid’ in hun schrijverschap. En de nieuwe spelling is niet goed, maar wel beter dan de oude. Uitgebreid gaat De Vries in op een vraag van Van Booven over zijn Spanje-ervaringen en hoe de cultuur daar hem beïnvloedde. Hij citeert een voorbeeld van een gedicht dat hij schreef op fandango/muziek en licht toe: ‘Het zwevende en tegelijk forse, penetrante van die ‘canto’, zijn bijzondere accentuering, heeft mij onder meer gediend tot vertolking der sensaties van het stuntvliegen (als passagier):

    Uit woeste vliegdroom verzonken
    In wervelstorm lucht en landen
    Springende horizonranden
    Rondzwaaiende wereldwade,
    Door tuimel van wolkenspelonken
    Weer steigrend met razend ronken
    Scheen mij die triomf geschonken (…).’

    Daar zullen ze in Spanje van opkijken. Met beleefde felicitatiebrieven bij de 60e verjaardag van de een en de 85e van de ander dooft de briefwisseling uit. Het lijkt het beste om Tropenwee te gaan herlezen.

     

    Henri van Booven en Hendrik de Vries, Briefwisseling

    Verzorgd en ingeleid door: Sander Bink
    Verschenen bij: Uitgeverij Tiem (Prominent-reeks)
    Aantal pagina’s: 231
    Prijs: € 14,95.

     

  • Een kleine aanvulling op de biografie van weleer

    Een kleine aanvulling op de biografie van weleer

    In 2000 verscheen bij uitgeverij De Prom, een biografie over A.Roland Holst (1888-1976) van Jan van der Vegt. Deze biografie werd door sommigen gezien als een ‘biographie scandaleuse’ over de ‘Prins der dichters.’
    Van der Vegt schetste een aantal erotische avonturen en doordat hij ze nu eens op een rij zette leek het alsof Holst weinig anders deed dan rokkenjagen. Aan de andere kant was de biografie zeer onderhoudend over veel andere zaken. Maar dat merkten de recensenten nauwelijks.

    In de Prominent-reeks van uitgeverij Tiem verschijnt nu een kleine aanvulling van dezelfde Jan van der Vegt op de biografie van weleer. Hij levert een kleine biografische schets af maar wat veel interessanter is:
    Dit maal zet hij Holsts gedachtegoed neer en dat is geen sinecure. Holst, die zich aanvankelijk opstelde als een dandy à la Oscar Wilde,  later zelfs als een mysticus op zoek naar verloren landen, waar de oude barden en skaldenzangers verwijlden om plotseling te landen in de 20e eeuw als een depressieve pessimist. Hij begeleidde Slauerhoff op het sterfbed, ook een reiziger in twee werelden.

    Blijft een mens aan zichzelf trouw? Wat zijn de dimensies van het bestaan en op welke scheidslijnen bevindt een persoon zich? Het waren levensvragen waar Holst zich mee bezig hield. En die hij probeerde te verwoorden in zijn gedichtencyclus Een winter aan zee. De zee, sowieso een bondgenoot in het werk van Holst, maar ook een fenomeen dat geeft en neemt. Dat, met andere woorden de vergankelijkheid symboliseert. Toen Holst optrad op 28 februari 1966 tijdens de memorabele manifestatie ‘Poëzie in Carré’ georganiseerd door Simon Vinkenoog, was hij eigenlijk al een buitenstaander. Met zijn 78 jaren was Holst de oudste dichter, die acte de présence gaf. Hij opende met te zeggen: ‘Ik ben niet alleen hopeloos ouderwets, maar ook nog eens hees!’ Om vervolgens het meesterwerk Eens voor te lezen:

    Eens

    Eens zullen allen die
    tussen ons kwamen,
    zijn weggevallen-wie
    weet nog hun namen…

    Eens zal de vete zijn
    bijgelegd
    en zal vergeten zijn
    ons bitter tweegevecht.

    Eens zal het weer regenen
    stil, zoals toen aan zee-
    Kom mij dan tegen
    en ga met me mee.

    Hiermee oogstte hij een daverend applaus. Hijzelf beschouwde zijn dichtwerk als ouderwets, maar de wereld, in het gewricht van de Vijftigers gedoopt, was hem niet vergeten. Een dichter op de scheidslijn. Van der Vegt schetst ook in beheerste woorden de depressies die Holst af en toe had. Toen de wildernis om zijn huisje in Bergen werd gekortwiekt raakte hij zelfs in paniek. Het licht in zijn huisje was niet meer hetzelfde! In het bejaardentehuis nam zijn gezondheid af. Hij flirtte nog met oude dames, die hij zijn ‘burinnen’ noemde, ontving jonge dames en er werd een school naar hem vernoemd. De drank werd zijn onafscheidelijke metgezel en een latere foto toonde hem met zijn rug naar de zee alsof hij ook van deze vriend en bondgenoot al afscheid had genomen. Bij Van Oorschot (door Holst: Voorschot, genoemd) zou de bundel Voorlopig verschijnen. Toen Geert van Oorschot vroeg waarom deze bundel zo zou moeten gaan heten antwoordde Holst: ‘Omdat het voorlopig mijn laatste bundel is.’ Op 2 augustus 1976 noteert hij op een envelop zijn laatste versregel: ‘Klaarwakker lag hij te wachten op de dood’. Vier dagen later is hij gestorven. Aan zijn graf werd het gedicht De kleine waterplek voorgelezen.

    De kleine waterplek

    Soms ga ik al vermoeden, dat de zee
    -omdat zij sterk verschijnt- wel mijn heel leven
    de onstuimige waarheid blijven zal, waarmee
    ik hier de wereld kan weerstreven
    bij tij en ontij, maar dat ik ten laatste
    het wezen van den grote dood ontdek
    bij de kleine waterplek,
    die zo stil de wilde avondval weerkaatste.
    Een mooi deel in de Prominent-reeks. Vaardig geschreven door Jan van der Vegt, fraai gecomplementeerd met veel gedichten. Van der Vegt  onderscheidde zich eerder al door fraai biografiewerk over Andreus, Hendrik de Vries en Jan G.Elburg. Bovendien bezorgde hij  de gedichten van Holst.

    Men leze!

     

    A.Roland Holst, een dichter aan zee

    Auteur: Jan van der Vegt
    Verschenen bij: uitgeverij Tiem
    Aantal pagina’s: 116
    Prijs: € 14,95

     

     

  • Een nieuwe lente, een nieuwe serie!

     

    Recensie door Karel Wasch

    Uitgeverij Tiem uit Baarn, de uitgeverij van Cok de Zwart, komt met een nieuwe literaire serie, de Prominent-reeks. Van oorsprong geeft deze uitgeverij managementboeken en tijdschriften uit.
    De Prominent-reeks is een voortzetting van de reeks Prom Bibliofiel, die onder auspiciën van Wim Hazeu geruime tijd verscheen. Wim Hazeu schreef zelf bekende biografieën over Achterberg, Maarten Toonder en M.C.Escher, was ook televisieproducent en is onlangs toegetreden tot uitgeverij Tiem.

    Brieven, (ego)documenten, gedichten, memoires, essays, korte verhalen, polemieken, maar ook andere nagelaten werken zullen worden opgediept uit de schatkamer van de literatuur en gaan de Prominent-reeks vormen. Een tamelijk pretentieuze opzet dus. De eerste drie delen zijn nu verschenen en zullen hier kort worden besproken.

    S. Vestdijk (1898-1971); De duizendvoudige tong. Keuze uit 40 jaar Vestdijkkronieken door Wilbert van Walstijn
    Wilbert van Walstijn is hoofdredacteur van de Vestdijkkroniek en heeft dus inzage gehad in veel wat er bewaard is gebleven aan moois rond de roemruchte schrijver. En er is een Vestdijkkring met activiteiten en een blad.
    Vestdijk was jarenlang een erkend en vooral gevierd auteur, essayist, dichter en romancier. Zijn boeken stonden op alle boekenlijstjes van middelbare scholieren en sommigen werden ook verfilmd. Vestdijk werd genomineerd voor de Nobelprijs voor Literatuur, de Fransen hadden al op hem gestemd, maar hij redde het toch niet. Overigens heeft geen enkele Nederlandse auteur deze prestigieuze prijs ooit in de wacht gesleept.
    In de jaren ’80 trad het verval in en werden zijn werken slechts door zijn echtgenote in een wat rommelige editie herdrukt. De laatste tijd is er een soort revival en gaan zijn boeken (in geringe oplagen) weer over de toonbank. Dit werk sluit daar dus mooi bij aan. De titel van dit boek is ontleend aan een artikel uit 1948 van Max Nord ‘Vestdijk als dichter.’ De duizendvoudige tong verwijst naar de veelzijdigheid van het oeuvre van Vestdijk, bovendien gevarieerd onder woorden gebracht. Andere schrijvers deelden de mening van Nord overigens niet en deden Vestdijk vaak af als een ‘veelschrijver’ of zelf als de ‘Letterfabriek.’

    Walstijn heeft zes hoofdstukken gebruikt om ons bij te lichten in het conglomeraat van het Vestdijks uitgebreide oeuvre. Wie was Vestdijk? Hoe waren zijn gedichten, essays en kritieken? Wat had hij zelf te melden over zijn werk, de kluizenaar?
    En – niet onbelangrijk – heeft hij invloed gehad op andere schrijvers? Om met dat laatste te beginnen. Wam de Moor beschrijft hoe een aantal schrijvers thematisch of door stijl van schrijven beïnvloed zijn door Vestdijk. Hij denkt o.a. aan Maarten ’t Hart, Martin Hartkamp, Kees Verheul en Tom Pauka. Een zeer lezenswaardig artikel. Maar er is meer, veel meer, Adriaan van der Veen en Max Nord halen herinneringen op aan Vestdijk. En Hazeu vermeldt de briefwisseling tussen Henriëtte van Eijk en Vestdijk. Sappige passage is een brief over Lubberhuizen, destijds directeur-uitgever van de Bezige Bij: ‘Ik schreef Lubberhuizen dat ik erop reken dat Ivoren Wachters dit najaar nog uitkomt. Aangezien de heeren gewend zijn om zich in een geografisch stilzwijgen te hullen en een Atlantische afwezigheid betrachten, zou ik het erg prettig vinden, wanneer jij weer toezag of ze inderdaad met het boek bezig zijn.’
    Essays worden verklaard en de onderbelichte rol van Vestdijk als dichter. Een waardevol werk dus, in een luchtige stijl getoonzet.

    omslag_couperus_sepia.-w138-h138-p0-q100-F-----S1-c John Ricus Couperus (1816-1902); Herinneringen van een oude vader Vertaald uit het Frans en ingeleid door Frans van der Linden
    John Ricus Couperus was de vader van Louis Couperus en welhaast even veelzijdig als zijn zoon. Hij componeerde en schreef gedichten in het Frans. Niet zo verwonderlijk want het Frans was in die tijd hoofdzakelijk de voertaal onder diplomaten.
    In Indië maakte hij carrière in de rechterlijke macht. Hij raakte als voluntair bij het Openbaar Ministerie van Soerabaja buiten zijn schuld betrokken bij intriges tegen de regent en resident, zijn stiefvader kolonel Riesz. Zijn vader was een gevoelsarm mens en later compenseerde John Ricus dit manco aan affectie door zijn zonen uiterst liefdevol op te voeden. We kunnen daar veel over lezen in het werk van Louis Couperus. Waarom daar niet wat meer over geschreven in dit boekje? Nu bestaat het voor een groot gedeelte, maar liefst 40 bladzijden, uit het gedicht Bons Souvenirs d’un vieux Père. Terwijl de korte inleiding van Frans van der Linden, medewerker van het Louis Couperus Museum in Den Haag, interessant genoeg is om verder uit te pakken.

    voorkant_prom_spigt.-w138-h138-p0-q100-F-----S1-cP. Spigt (1919-1990); Notities van een lezer. Op de bonnefooi
    Spigt was een vooraanstaand vrijdenker, humanist, Multatulikenner. Dit boek bevat een selectie uit de honderden boekrecensies en schrijversportretten, die hij heeft geschreven.
    Het mag een wonder zijn dat Spigt niet veel bekender is geworden. Theodor Holman herinnert zich hem als oom Piet. Niet zo vreemd omdat een van de dochters van Spigt, Rina, redactrice is van het programma van Holman.
    Oom Piet schreef met grote regelmaat voor het blad van de humanisten, Rekenschap, waarvan hij ook redacteur was, en hij schreef voor De Florijn en incidenteel voor Tirade en Maatstaf of De Gids. Hij werkte zijn arbeidzame leven lang bij de Nederlandsche Bank. Zijn boeken gaan onder meer over Multatuli (Icoon van de vrijdenkers) over de filosoof Leo Polak en hij schreef een standaardwerk over de autobiografie: Het ontstaan van de autobiografie in Nederland. Spigt kwam uit een rood nest. Zijn vader was bekend uit de vakbeweging. Piet was een nuchtere jongen, hij polemiseert met Prof. Tenhaeff over diens onderzoekmethodes in de parapsychologie. Later zou hij toetreden tot het Humanistisch Verbond. Hij studeert, werkt en schrijft. Z’n gezondheid gaat achteruit vanaf de jaren ’70. Maar hij blijft schrijven.

    Cok de Zwart schreef een mooie inleiding voor het boek en we maken kennis met een keuze uit de recensies en beschouwingen die Spigt schreef. Spigt schreef over het werk van Hanlo tot Simenon en van Sartre tot Tsjechov.
    De  recensies zijn stuk voor stuk juweeltjes. Maar er zijn ook algemene beschouwingen over: De biografie, of over De invallen van de schrijver. Een terechte uitgave.

    De eerste drie uitgaven in de Prominent-reeks zijn zeer de moeite waard. De uitgever meldt dat er al weer delen in voorbereiding zijn. Dat belooft wat voor het najaarsboekenaanbod!

     

    S.Vestdijk (1898-1971); De duizendvoudige tong. Keuze uit 40 jaar Vestdijkkronieken

    Auteur: Wilbert van Walstijn
    Verschenen bij: Uitgeverij Tiem
    Aantal pagina’s: 214
    Prijs: € 19,95

     

    John Ricus Couperus (1816-1902); Herinneringen van een oude vader.

    Vertaald uit het Frans en ingeleid door: Frans van der Linden
    Verschenen bij: Uitgeverij Tiem
    Aantal pagina’s: 88
    Prijs: € 14,95

     

    P. Spigt (1919-1990); Notities van een lezer. Op de bonnefooi
    Verschenen bij: Uitgeverij Tiem
    Aantal pagina’s: 144
    Prijs: € 14,95