• Recensie: Heimwee heeft een kleur – Guus Bauer

    Recensie door: Rein Swart

    De heilstaat op de hak

    Het is belangrijk dat een schrijver de lezer meeneemt, hem de hand reikt. Een schrijver moet de lezer voor zich winnen, de lezer overhalen hem te volgen en hem overtuigen van het belang van het verhaal.
    In deze drie langere verhalen van Guus Bauer gebeurt dat te weinig. Hoewel het aardig kan zijn om de lezer op een dwaalspoor te brengen, moet dat niet te lang doorgezet worden. Bauer verklapt niets en bedenkt gaandeweg steeds nieuwe verwikkelingen. De lezer voelt zich hierdoor het bos in gestuurd.

    Het titelverhaal gaat over de dwangarbeider Roman Novela die te werk was gesteld in wapenfabriek nr 5, maar inmiddels in een cel zit en daar aantekeningen maakt op gedroogde aardappelschillen. De ingrediënten zijn verrassend, maar de lezer krijgt te weinig aanwijzingen welke kant het uitgaat. Met weemoed moest ik denken aan Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj. Ik voelde niets van de ontberingen. Het is misschien niet eerlijk om een vergelijking te maken met Solzjenitsyn, maar flets was het wel. We komen weinig te weten over de werkzaamheden van Roman in de fabriek, De Chef is alleen al wat zijn naam betreft een karikatuur in dit verhaal dat zich afspeelt in de tijd na Stalin en aan het begin van het Warschaupact. Pas aan het eind begrijpen we waarom Roman in de cel is beland.

    Ook in De koperslager en het grauw rammelt de constructie. Clemens Bramzoon is doodgraver in een dorp en trouwt met de dochter van de koperslager. Het is, zonder in detail te treden, behoorlijk warrig beschreven: een gedeelte speelt zich ondergronds af en het lijkt af en toe op een sprookje met een bovenaardse sfeer. Grappig zijn de roodgloeiende breipennen waarmee ‘tepelhuisjes’ vervaardigd worden, die eigenlijk bedoeld zijn als eierwarmers.

    Het derde verhaal Je bent zelden getuige begint begrijpelijker met een alternerende blik in een dag uit het leven van de vijftigjarige Altmann en patissier Novak. Het verhaal speelt in Berlijn op de dag van de val van de muur. Altmann werkte in een hotelkeuken, gaat daarna terug en verneemt dat de eigenaar dood is. Novak gaat naar zijn bakkerij, maar vindt die gesloten en bezoekt een tante en een oom die lid was van de partij. Het idee wordt helaas te lang volgehouden en eindigt flauw.

    Ik hoopte op een verbindende schakel tussen de verhalen, bijvoorbeeld in de figuur van Novak die in naam in twee verhalen voorkomt. In het laatste verhaal denken zowel Altmann als Novak aan een meringue, een omelet siberienne, maar een verdere verbinding tussen hen blijft uit en waarom ze beiden dezelfde beelden zien was mij dan ook een raadsel. Bauer speelt in het eerste verhaal een spel met een boek dat Roman Novela schrijft onder het pseudoniem Miroslav von Miraus, aan wie hij ook een motto heeft ontleend. Zo’n spel speelde Bauer ook rond zijn debuut De tuinman van niemandsland in 2005, toen hij fingeerde deze Tjechische schrijver ontdekt te hebben.

    De overeenkomst tussen de verhalen zit in het cynisme waarmee over de socialistische heilstaat geschreven wordt, zoals blijkt uit de tuinman uit het eerste verhaal, die zich heeft vermomd als agent van de machthebbers. Het absurdistische doet denken aan Kundera maar door een teveel aan gebeurtenissen wordt het een schertsvertoning met weinig humor. Bauer heeft in een lichtpaarse stofomslag een stel ingrediënten samengevoegd die niet meteen een smakelijk gerecht opleveren. Hij zou zich het motto van Georg Heym kunnen inprenten. ‘Phantasie zu haben, is leicht. Wie schwer aber, Ihre Bilder zu gestalten’. Als hij zijn wilde ideeën wat meer onder controle krijgt, wordt het wellicht nog wat. Fantasie heeft Bauer zeker.

    Heimwee heeft een kleur

    Auteur: Guus Bauer
    Verschenen bij: Uitgeverij Signatuur
    Prijs: € 18,95

  • De mooie dagen van mijn jeugd – Ana Novac

    Het enige dagboek dat Auschwitz overleefde. Een uniek document van onschatbare waarde: De mooie dagen van mijn jeugd van Ana Novac met een naschrift van Holocausthistoricus Robert Jan van Pelt.

    Tijdens haar leven in de kampen slaagde Ana Novac erin een dagboek bij te houden en raakte daarbij een taboe: een Joods meisje schrijft met inktzwarte humor over de horror van de Holocaust ? en weigert ferm een ‘Auschwitz-machine’ te zijn.
    In de macabere, verwrongen wereld waarin de jonge Ana lacht en huilt, honger lijdt en eet, moet ze bevatten wat het betekent om te sterven of te overleven. Het bezit van papier en een stompje potlood en uiteindelijk het schrijven zélf worden de inhoud van haar leven.
    Ze dankt het bestaan van haar dagboek aan de kampcommandant, die haar toestaat te schrijven onder één voorwaarde: dat hij positief wordt vermeld.

    Ana Novac, geboren in 1929 in Transsylvanië (Roemenië), werd in 1944 gedeporteerd naar Auschwitz. Daarna werd ze van kamp naar kamp getransporteerd en was ze getuige van de bevrijding in mei 1945. Ana Novac woont nu in Parijs.
    Haar boek is in 1966 in Hongarije gepubliceerd, vervolgens in andere landen, waaronder in 1970 in Nederland. Dit is een nieuwe editie, bewerkt door de auteur, opnieuw vertaald, en voorzien van een voorwoord van Novac zelf en een naschrift van Robert Jan van Pelt.
    Robert Jan van Pelt is publicist en hoogleraar aan de Universiteit van Waterloo (Canada), en toonaangevende deskundige op het gebied van Auschwitz en de Holocaust. Robert Jan van Pelt is beschikbaar voor interviews.

    De pers over Ana Novac:
    ‘Dit boek moet in één adem genoemd worden met Imre Kertész, Primo Levi, en Ruth Klüger.’ ? Werner Renz, historicus en Holocaustexpert

    ‘Met uiterst vitale, evocatieve en ook sarcastische beschrijvingen van het o-zo-lichamelijke leven van haarzelf en de gevangenen dwingt Novac de lezer om haar vooral als “levende” en niet alleen als “overlevende” te zien. Haar buitengewoon goed geschreven relaas brengt alle zintuigen tot leven. Ze raakt me.’ ? Robert Jan van Pelt, Holocausthistoricus.

    De mooie dagen van mijn jeugd
    Ana Novac
    Uitgeverij Signatuur
    Verschijnt in april 2010