• Scheefgroei

    Scheefgroei

    Soms overvalt me een vlaag van lezen, zoals in een vlaag van verstandsverbijstering. Dan zie ik alleen maar boeken. Lees vier/vijf/zes boeken door elkaar. Het bevreemd me, maar alla, ik moet lezen dus sta er niet te lang bij stil. Daardoor mis ik veel, telefoontjes, de trein, tv uitzendingen, zoals Showcolade. Een show die een flop werd, stond gisteren in de Volkskrant. Over vier pagina’s werd erover geschreven, met een ernst als werd een ramp gereconstrueerd, (denk Twin Towers). Ik had eigenlijk geen tijd, moest een boek dat me vanaf de eerste alinea fascineerde, uitlezen. Maar dit artikel, zo groot, moest iets te vertellen hebben. Er kon een falen van mijzelf in aangetoond worden, iets waarop ik de vinger kon leggen. Kijk Inge, je leeft teveel in een bubbel, je mist iets. Maar het was niets. Het wekte zelfs niet de behoefte het programma terug te kijken. Ik wilde niet zien hoe bekende Nederlanders uit verschillende voorwerpen een voorwerp aanwezen (dat was de grap) waarvan ze dachten dat het van chocola was. Dat ze erin hapten (schoen, theekopje, afstandsbediening, plantenspuit). De hele crew achter het programma was geïnterviewd, al wilde niet iedereen meewerken. Ik weet niet waarom dit artikel geschreven moest worden, waarom ik het las.

    Op het boek dat ik bijna uit heb staat een jonge vrouw met een klein meisje in een zomerjurkje aan de hand op een perron. Wachtend tot de trein het station binnenrijdt. Of vertrekt de trein, is het een afscheid? Dat zou de mistige dampen naast de trein verklaren, voor het opstarten wordt meer energie verbrand dan wanneer deze binnenloopt. Het is de trein waarmee de vader van Christine Angot haar leven binnenreed, en vertrok. Angot is een opmerkelijk schrijfster, kale taal, parlando, veel dialogen, niets omschrijvend. Een boek over haar ouders. Vader intellectueel, moeder joods arbeiderskind. ‘Mijn vader en moeder leerden elkaar kennen in Châteauroux, vlakbij de avenue de la Gare, in de kantine waar ze kwam, op haar zesentwintigtse werkte ze al verscheidene jaren bij de sociale zekerheid, op haar zeventiende was ze in een garage als typiste aan de slag gegaan, terwijl hij na een lange studie op zijn dertigste zijn eerste baan had gekregen.’ Vader is dwingend, bepalend, laat haar moeder zwanger achter, trouwt een vrouw uit zijn eigen milieu.

    Vanaf haar dertiende is er contact, logeert ze soms een weekje bij hem. Die weekjes zijn niet altijd leuk zegt ze tegen haar moeder.
    ‘Het was echt niet zo’n fijne week mama.’
    ‘Misschien was het te lang. Of niet?’
    ‘Ja het was te lang.’
    ‘En daarbij, het was niet leuk. En er is nog iets anders gebeurd.’
    ‘Wat?’
    ‘Nou…’
    ‘Zeg het maar.’
    ‘Nou… Oké. ’s Ochtends ging hij vroeg weg. Ik ontbeet nadat hij vertrokken was. En ’s middags keerde hij terug. Op een middag keerde hij terug, en ik had vergeten de melkfles in de ijskast terug te zetten, na mijn ontbijt. Je hebt geen idee mama hoe hij me heeft uitgescholden toen hij zag dat de melk nog op tafel stond!!!’

    Hier wordt iets belangrijks verteld, iets waar je de vinger op kunt leggen. De moeder ontwijkt het. Sommige dingen wil je niet weten. Christine Angot adoreerde haar moeder, totdat haar vader haar misbruikt. Daarna kan ze haar moeder, omdat ze er niet over kunnen praten, niet meer in haar buurt velen. In 1999 schreef ze in L’Inceste voor het eerst over haar traumatische jeugd. In al haar latere boeken bleef ze erover schrijven. In dit boek poogt ze dichter bij haar moeder te komen. Het is geen reconstructie, er wordt geen getuigenis afgelegd, wel toenadering gezocht. Angot toont dat een roman geen getuigenis is. ‘Wat literatuur over de samenleving zegt, is politiek.’ Schrijven om het leed te overstijgen, klasse verschillen bloot te leggen. Over hoog laag, man vrouw, hoe die een onherstelbare scheefgroei veroorzaken.

     

    Een onmogelijke liefde / Christine Angot / vertaald door Katelijne De Vuyst / uitgeverij Polis


    Inge Meijer is een pseudoniem, valt voor een goed verhaal, stijl, een woord (keukentafel), leest boeken helemaal uit.

     

     

  • Oogst week 46 – 2020

    Het Liegend Konijn jg. 18 nr. 2

    Het Liegend Konijn, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie verschijnt twee keer per jaar onder redactie van Jozef Deleu. Elk nummer brengt steeds weer een gevarieerd beeld van poëzie van onze huidige tijd. Dat is zeker de kracht van dit boekwerk, dat het iets overbrengt van de tijd waarin we leven, fris, met verse inkt geschreven. Zoals ‘Take a seat please’, van Anne Provoost waarin nieuwe omgangsvormen, eisen van deze tijd een plek vinden: ‘Hij leerde zittend plassen / Een nieuwe houding, die hem hielp / nadenken over / hoe de weg die hij was gegaan /(…) // Ik leerde staand met hem praten / altijd klaar voor vertrek / richting bij hem vandaan / omdat ergens op een facebookpagina / was gezegd dat je dood kon gaan / als je teveel zat’

    Wanneer je Het Liegend Konijn in handen hebt, kun je niet meer ophouden erin te bladeren, het verleidt je door poëtische gangen te gaan met ondoordringbare, openhartige, schokkende en opgewekte poëzie.

    Aan deze editie werkten zevenendertig dichters mee, samen goed voor meer dan tweehonderd gedichten, met onder meer Charles Ducal, Anne Broeksma, Mark Boog, Abdelkader Benali en Mieke van Zonneveld.

     

     

    Het Liegend Konijn jg. 18 nr. 2
    Auteur: Jozef Deleu
    Uitgeverij: Polis

    Het lichtje in de verte

    Antonio Moresco (1947) wordt gezien als een van de grondleggers van een nieuwe richting in de Italiaanse literatuur die verder gaat dan de postmoderniteit. Hij wordt wel vergeleken met Don DeLillo en Thomas Pynchon. Het lichtje in de verte (La lucina) verscheen in 2013 en werd in 2018 verfilmd, met Moresco zelf in de hoofdrol. Dit jaar werd het boek bij uitgeverij Oevers uitgegeven.

    Het lichtje in de verte gaat over een man die in eenzaamheid in een verlaten bergdorp leeft. Elke nacht ziet hij een lichtje aan de andere kant van de vallei, hij vraagt zich af wat het is, waar het vandaan komt. Als hij op onderzoek uitgaat, vindt hij een jongen in een huis midden in het bos, ook alleen. Hij vraagt zich af wie dit kind is. Het antwoord is zowel geheimzinnig als ontroerend, volgens de uitgever. En meer nog, ‘het is een verhaal over wezens die het bos bevolken, luchtwortels, bomen, vuurvliegjes en over  over leven en dood, maar ook over wat mensen en dieren met elkaar verbindt’.

    In de Franse pers werd het boek aldus geprezen: ‘Betoverende tekst die de lezer onmiddellijk meeneemt op een wonderlijke literaire reis.’

     

    Het lichtje in de verte
    Auteur: Antonio Moresco
    Uitgeverij: Oevers

    Opwindende tijden

    De Ierse schrijver Naoise Dolan debuteerde met de roman Opwindende tijden, die zeer goed ontvangen werd. Ze komt uit Dublin, woonde in Hong Kong, Italië, Singapore en Engeland. Afgelopen zaterdag, 7 november was ze onderdeel van het online programma The Cronicles van Crossing Border

    Opwindende tijden is een liefdesroman over geld en de gevoelswereld van de drie jongeren Ava, Julian en Edith.

    De Dublinse Ava is in Hongkong komen wonen en vult haar dagen met Engelse les geven aan rijke kinderen. Julian is een bankier die graag geld uitgeeft aan Ava, met haar naar bed gaat maar waarvan ze niet zeker weet of hij van haar houdt.

    Als Julian voor maanden weg is, komt Edith in haar leven, zij neemt Ava mee naar het theater en koopt bloemen voor haar. Ava  is betoverd door Edith zijn, ze wil de hare zijn. Als Julian terugkomt naar Hongkong, staat Ava voor een probleem. Moet ze haar leventje met Julian weer oppakken, of liezen voor Edith?

    Hilary Mantel die de roman las, noemde het, ‘Kostelijk, scherpzinnig en onbevreesd. Een innemend debuut.’

     

    Opwindende tijden
    Auteur: Naoise Dolan
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 42 – 2019

    Nacht en dag

    Deze week in de oogst twaalf verhalen van de Britse schrijver Cynan Jones in vertaling van Jona Hoek, gedichten uit het nest geroofd in Het Liegend Konijn onder redactie van Jozef Deleu en een nog niet eerder vertaald werk van Virginia Woolf door Barbara de Lange.

    De laatste roman die Barbara de Lange van Virginia Woolf (1882-1941) vertaalde was De jaren, die Woolfs omvangrijkste roman werd genoemd. Naar blijkt kan het nog omvangrijker. Nacht en dag,  verschenen in 1919 is de tweede roman van Woolf, en nog omvangrijker dan De jaren. Hoewel Woolf werd gezien als modernist was de kritiek op Night and Day dat niet vernieuwend was maar volledig in de Engels romantraditie stond. Een roman waarmme Woolf in de voetsproren trad van  door haar bewonderde Engelse schrijfster, met name Jan Austen. De openingszin is dan ook een Engelse klassieker: ‘Het was een zondagmiddag in oktober, en net als veel andere jonge dames uit haar kringen was Katherina Hilbery bezig thee te schenken.’ Na die eerste zin wil je verder, duik je onder in ontmoetingen tijdens theevisites en diners en loop je mee op de vele omzwervingen door de straten van Londen.

    Nacht en dag
    Auteur: Virginia Woolf
    Uitgeverij: Athenaeum

    Het Liegend Konijn 2019/2

    Twee edities per jaar verschijnen er van Het Liegend Konijn, een compact boekwerk waarin vele dichters geregeld nieuw werk presenteren. In de oktober uitgave zijn honderdvijfennegentig nieuwe gedichten, uit het nest van negenendertig dichter geroofd, waaronder vier gedichten van Anneke Brassinga, Demetercyclus in tien afdelingen van  Anna Enquist, Heidi Koren met twee gedichten, Delphine Lecompte met drie gedichten, Maarten Buser met vijf gedichten, Paul Demets met Plattelandgedichten in acht delen en Willem van Zadelhoff, enkel om alfabetische volgorde, sluit af met een reeks gedenkgedichten getiteld: Zonder aanzien des persoons, waarin onder meer Menno Wigman, Wim Brands en Jan elemans herdacht worden. Met een ware slotrede: ‘envoi’ waarvan hier het eerste couplet: aan het graf geen eenzame dichter / laat zijn hei elders zoeken /naar levenden om te wekken / met verzen en veerkracht’.

     

    Het Liegend Konijn 2019/2
    Auteur: Jozef Deleu
    Uitgeverij: Pelckmans

    De wetten van water

    Natuurelementen spelen een rol in het werk van de uit Wales afkomstige schrijver Cynan Jones (1975). In de novelle Inham vecht een man tegen de zee en wordt een man door de bliksem getroffen, bij De lange droogte is het een boer die de droogte van het land moet ondergaan. In De wetten van water, hebben de inwoners van een stad te maken met waterschaarste. De trein die de stad van water moet voorzien loopt het risico gesaboteerd te worden en mensen gaan de straat op om te demonstreren tegen het feit dat ze hun huizen moeten verlaten voor de bouw van een IJsdok. Een gebeurtenis waarbij veel emoties vrijkomen en raakt aan de tijd waarin we nu leven: die van de klimaatcrisis.

     

    De wetten van water
    Auteur: Cynan Jones
    Uitgeverij: Koppernik
  • Lanterfanten

    Lanterfanten

    Het liefst lanterfanter ik mijn dagen door. Beetje bramen en appels plukken, taart bakken, boek lezen aan de keukentafel, jampotjes vullen, pakketje aannemen bij deur, koffie zetten, later een wijntje. Dagen die ik graag afwissel met gewoon een dag in bed, beetje schrijven, boek lezen (dat blijft) en dan komen er gedachten los. Over het nut der schijnbare nutteloosheid deze keer. In het aprilnummer van Het Liegend Konijn wijst Jozef Deleu, de bezorger van, ja, ik kan niet anders zeggen, het meest onvolprezen poëzietijdschrift, ons op het nut van de nutteloze kunsten. Bezigheden die economisch gezien niets opleveren en derhalve nutteloos zijn. Deleu schrijft dat in een tijd waarin alles wordt afgewogen, kunst in de marge van de maatschappij wordt bedreven. Dat dichters (goddank!) er in blijven geloven ‘dat in de orde van de levende wezens de mens de nutteloze dingen, zoals het schrijven van gedichten en het maken van kunst, moet blijven doen.’

    Wie naar kunst kijkt, ziet vaak een vervorming van de werkelijkheid, maar juist die vervorming maakt dat we -bij herhaaldelijk kijken- vastgeroeste beelden loslaten. Wie een gedicht leest, ziet een wereld zoals die nog nooit getoond werd. Waarna je de grote, serieuze realiteit (verlorenheid der dingen, tweespalt tussen culturen, leven en dood) met zachte hand kunt benaderen. Een kunstenaar kent geen vaste contracten of werktijden. Geconditioneerde kunst is een kunstje. Stel je voor dat de kunstenaar een vaste baan aanneemt, in de pas gaat lopen van het rendementsdenken. Waar halen wij, lezers dan onze inspiratie vandaan? Ik ben blij dat Deleu zijn dichters opport tot het schrijven van poëzie (geloof maar dat elke dichter, gearriveerd of beginnend, ervan droomt dat Deleu ook hun nest met dichterlijke schrijfsels aandoet, daar een keuze uitmaakt en opneemt in Het liegend konijn. Voor de eeuwigheid gebundeld, een tijdsbeeld van poëzie.

    Dan, wat mij steeds weer treft, ongelooflijk grof en vernietigend, maar zo schoon beschreven, is dit. De wereld opgetrokken uit poëzie:
    ‘Ik vertrek uit ruïnes, met bloedende voeten zoek ik
    een weg door het puin. Het is even wat stiller, stof
    daalt neer, de scherpschutters zijn aan het bidden,
    daarna eten ze een broodje en duwen grappen en
    grollen brakend een tiener op haar knieen – de boog
    kan niet altijd gespannen blijven, het is nu pauze.’

    Wie bekommert zich om de dichter die weggestopt in een kamertje of bezemhok zijn strofen schrijft. Schrappen en herschrijven tot de dood erop volgt en het de wereld in kan (Pessoa). Wie betaalt de schrijver voor zijn dagelijkse brood, wie betaalt de moeder (ik denk aan Hagar Peeters nieuwe dichtbundel De schrijver is een alleenstaande moeder) die haar kind klaarstoomt voor de wereld? Dat zijn wij natuurlijk, lezers die het lanterfanten tot kunst verheffen en heilig geloven in een soort zelfvoorzienendheid van het leven. Poëzie, dat is opium voor de ziel. En het kost niet veel.

     

    Gedicht fragment van Hier en daar van Esther Jansma, opgenomen in: Het liegend konijn 2019/1.


    Inge Meijer is een pseudoniem, reist met korting en leest elke dag.

     

  • Oogst week 7 – 2019

    Hugo Claus

    De liefhebbers zullen blij zijn: bij de Vlaamse uitgeverij Polis is weer een boek over een van de grootste schrijvers van België verschenen. Het is Hugo Claus, Familiealbum dat gaat over de familie van Hugo Claus (1929-2008).

    Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste gaat over de jaren tussen 1929 en 1939, toen hij op kostschool zat en zijn familie eigenlijk nauwelijks kende. Het tweede deel gaat over de periode tussen 1939 tot 1944, zijn middelbare schooltijd die hij thuis doorbracht, en het laatste deel gaat over de tijd vanaf 1945 tot en met 1955 over zijn leven in Oostende, Parijs en Italië waarin hij optrok met kunstenaars en schrijvers en zelf acteur wilde worden.

    Volgens de uitgeverij wil het boek ‘meer licht werpen op de periode van en na de Tweede Wereldoorlog en op de turbulente jaren met zijn eerste vrouw Elly Overzier en de experimentele schilders en schrijvers in Parijs en Italië in de eerste helft van de jaren vijftig.’

    Hugo Claus, Familiealbum is geïllustreerd en voorzien van een bibliografie en register.

     

    Hugo Claus
    Auteur: Georges Wildemeersch
    Uitgeverij: Uitgeverij Polis (2018)

    Hugo Claus, de jonge jaren

    In het kader van het verschijnen van Hugo ClausFamiliealbum is het interessant ook stil te staan bij Hugo ClausDe jonge jaren dat al een aantal jaar geleden, in 2015, is verschenen bij Polis.

    In Hugo ClausDe jonge jaren, een biografie, worden de jeugdjaren van Hugo Claus tussen 1942 en 1949 beschreven. Het gaat vooral over dezelfde jaren als de autobiografisch geïnspireerde roman Het verdriet van België. Wat beiden, leven en werk, gemeen hebben, is de indrukwekkende ervaring die de Tweede Wereldoorlog voor de puber is geweest.

    Beide boeken zijn geschreven door Georges Wildemeersch (1947) die tot 2013 gewoon hoogleraar Nederlandstalige letterkunde aan de Universiteit Antwerpen was, in 1996 het Studie- en Documentatiecentrum Hugo Claus oprichtte en veel over Claus gepubliceerd heeft.

    Hugo Claus, de jonge jaren
    Auteur: Georges Wildemeersch
    Uitgeverij: Uitgeverij Polis (2015)

    De kracht van angst

    Deze week is bij Uitgeverij Pluim De kracht van angst: lessen van een oorlogscorrespondent voor het dagelijks leven van Hesna Al Ghaoui verschenen.
    Al Ghaoui (1978) is oorlogscorrespondent in het Midden-Oosten. Zij weet wat angst is. Want op de vraag: Hoe komt het dat je niet bang bent?’ antwoordt zij dat zij vaak doodsbang is. Maar dat ze ermee heeft leren omgaan en geleerd heeft om die emotie de baas te blijven. Dat is belangrijk want als je dat niet kan, verandert angst in paniek en bij paniek raak je de controle kwijt.
    Als je je angst geaccepteerd hebt en geleerd hebt om ermee om te gaan, kan je volgens Al Ghaoui de emotie sturen en er zelfs een positieve draai aangeven.

    Aan de hand van haar vele ervaringen, – ze betrekt ook haar ervaringen als moeder – laat Al Ghaoui de lezer via psychologische experimenten en gesprekken met psychologen zien hoe angst werkt en hoe je ook in het dagelijks leven je angsten onder controle kunt krijgen.

    Joris Luyendijk schreef het voorwoord en noemde het ‘een boek over angst waar je juist minder bang van wordt.’

    De kracht van angst
    Auteur: Hesna Al Ghaoui
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim (2019)
  • Oogst week 6

    Het heterogeen

    In de Oogst van deze week twee poëziebundels, een debuutvertaling van een roman uit het Engels en een boek dat niet geschreven zou zijn als Donald Trump in 2016 niet tot president gekozen was.

    Elly de Waard was jarenlang popjournalist voor de Volkskrant en Vrij Nederland, voor ze als dichteres naam maakte. Vanaf haar eerste bundel Afstand (1978) was ze spraakmakend omdat ze duidelijk stelling nam tegen de vijftigers die in die tijd nog bepaalden wat goede poëzie was. De liefde tussen vrouwen werd een van haar belangrijkste thema’s. Haar werk is daarom geliefd evenals om haar zorgzame omgang met taal. Het heterogeen is de negentiende dichtbundel van Elly de Waard.

    Het werk van Elly de Waard wordt al veertig jaar trouw uitgegeven bij De Harmonie. Dat mag wel eens gezegd worden in een tijd van dolende schrijvers.

    Het heterogeen
    Auteur: Elly de Waard
    Uitgeverij: De Harmonie

    Identiteit

    Francis Fukuyama is docent internationale economie aan de John Hopkins University en werd wereldwijd bekend met zijn boek Het einde van de geschiedenis en de laatste mens (1992).
    Met zijn nieuwe boek Identiteit laat hij zijn licht schijnen op het electorale succes van populisten. Een succes dat verklaard wordt vanuit economische motieven, maar in feite voortkomt uit een behoefte aan identiteit. In Het einde van de geschiedenis schreef Fukuyama al dat mensen hechten aan erkenning van hun waardigheid. In Identiteit verklaart hij dit begrip vanuit het huidige tijdsgewricht.

    ‘Ik heb de laatste decennia veel nagedacht over de ontwikkeling
    van moderne politieke instellingen: hoe de staat, de
    rechtsorde en democratische verantwoording zijn ontstaan,
    hoe ze zich ontwikkelden en op elkaar inwerkten, en ten
    slotte, hoe ze in verval hebben kunnen raken,’ schijft Fukuyama in zijn voorwoord.

    Identiteit
    Auteur: Francis Fukuyama
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Lief slecht ding

    Dichter en essayist Frank Keizer (1987) is redacteur bij nY en medeoprichter van het online tijdschrift Samplekanon. Zijn eerste bundel Onder normale omstandigheden werd genomineerd voor de Poëziedebuutprijs Aan Zee.

    Zijn nieuwe bundel Lief slecht ding is, zo de uitgever laat weten, ‘een zoektocht naar wat aantrekt en afstoot, naar wat beter maakt en wat zeer doet. Ikken en jijen (soms een jullie) verzamelen zich rondom vuren en keukentafels, liggen op beton of in een kapot bed. Ze begeven zich op een postmilitante weg naar iets wat toekomst heet. Ze wachten, bereiden zich voor. Ze praten over het wij dat nog moet worden aangeleerd of eerst afgeleerd.’ Want geluk zal collectief zijn, of niet.

    ‘Zijn poëzie is witty – geestig én intelligent – en bij vlagen messcherp en puntig’, oordeelde de Jury van de Poëziedebuutprijs Aan Zee over de poëtische kunsten van Frank Keijzer.

     

    Lief slecht ding
    Auteur: Frank Keizer
    Uitgeverij: Polis uitgevers

    Veenland

    De verhalenbundel Fen van Daisy Johnson (1990) werd vertaald als Veenland, door Callas Nijskens, die hiermee haar debuut als vertaalster maakte.

    Daisy Johnson (Oxford, 1990) schrijft over vrouwen die de grenzen van hun kracht opzoeken. Het speelt in de moerasgebieden van Engeland en gaat over een tienermeisje dat zichzelf uithongert tot ze zo dun is als een paling. Over een huis dat verliefd raakt op een meisje en een jongen die uit de dood herrijst als een vos. Het moerasgebied is een plek waar dieren en mensen in elkaar overgaan, waar vreemde metamorfosen plaatsvinden en waar mythe en donkere magie zich ophouden.

    Veenland
    Auteur: Daisy Johnson
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik
  • Boem! 100 jaar Pallieter

    Boem! 100 jaar Pallieter

    Aan het slot van de roman Pallieter trekt de hoofdpersoon, naar wie het boek is genoemd, de wijde wereld in. De wereld die hij achterlaat wordt dan als volgt beschreven:

    Wijd en ver strekte de wijde Nethevallei blauwig uit, onder de fijne, grijze lucht, die nu en dan een lek liet vallen. In die wereld-oneindigheid lagen mierig de huizen, plat de bosschen, en klein en miniem de dorpen en de molengehuchten. Nog kleiner waren de menschen daarin gestippeld, die het bedrijvig werk des zomers volbrachten; volle hooiwagens rolden over de wegen (…) een zwart treintje kroop met een weelderige, witte rookpluim achteraan, traag vooruit. Heel het land hief zijn geur als wierook in de lucht. En al ineens stootte de zon uit ’t Westen enorme, melkbleeke lichtbalken door de lucht en over de aarde, dorpen blonken, molentjes draaiden in helderheid, en over heel de heerlijke, feestende wereld spande alsdan, als een nooit geziene schoonheid, een klare, breede regenboog zich uit.

    Een boerenwereld waarin de mens één met het land is, het land ‘waar het leven goed is’ zoals dat in de Ster-reclame heet, en een leven dat doordrongen is van het geloof. Ora et labora. Een wereld waarin de mens zijn plaats kent en die ogenschijnlijk al eeuwen onveranderd is gebleven. Jacqueline Bel, in Bloed en rozen, noemt het boek een streekroman.
    Voeg daar Pallieters reputatie bij, die van een man die niets liever doet dan eten en drinken, Tijl Uilenspiegel-achtige streken uithaalt en dol is op blote-billenhumor. Boertige leut à la Brueghel.
    Wie wil zoiets lezen? Nog afgezien van het Vlaams, maar dat went, zoals uit de citaten in dit stuk moge blijken. Het nawoord meldt weliswaar dat er sinds 1916 meer dan één miljoen exemplaren van zijn verkocht en in vertaling nog eens honderduizenden exemplaren, maar zulke verkoopcijfers wekken soms juist argwaan. En was die Timmermans niet een Vlaamse nationalist?

    Maar het beeld klopt niet. Dat is de grote verrassing bij het lezen van dit boek. Het is helemaal geen streekroman. Ja, Pallieter woont op het platteland, maar hij is geen plattelander. Hij werkt niet. Toch heeft hij altijd ruimschoots geld. Hoe hij daar aan komt wordt niet verteld. Hij bewoont een boerderij en heeft een huishoudster. Hij is een ontwikkeld man, die Ruusbroec en Thomas à Kempis kent en zo nodig uit het hoofd citeert. Hij speelt vele muziekinstrumenten, van doedelzak tot hobo. Hij kent de muziek van Wagner, Beethoven en Palestrina. Zijn enige vriend is een kunstschilder, die in hetzelfde dorp woont. Hij is een soort Vlaams Titaantje, maar dan katholiek en met geld.

    ‘Melk de dag’
    Het verhaal van de roman is gauw verteld. Veertien maanden lang volgen we Pallieter in zijn plattelandsleven. Hij zaait niet, hij oogst niet, hij leeft van dag tot dag. Hij ontmoet Marieke, met wie hij tegen het eind van het boek trouwt. Ze krijgen een drieling en verlaten in een huifkar het ‘Netheland’ om de wereld in te trekken.
    De boerderij heet ‘Reinaert’, het paard ‘Beiaard’ en de kat ‘Tibaert’. Als Pallieter zingt, zijn het oude, Middelnederlandse liedjes. Onschuldige uitingen van Vlaamse trots.
    Het dorpsleven wordt bepaald door de eisen die gewas en vee stellen en door de katholieke kerk. Er zijn begijntjes, processies en dankdiensten. Er is de jaarlijkse kermis en er is een pastoor die Gezelle citeert en bijna net zo veel drinkt als Pallieter.

    Die heeft geen goed woord voor over voor de kerkelijke gebruiken en gaat niet ter kerke. Hij drijft de spot met zijn kwezelachtige huishoudster. Toch is hij de grootste gelovige in dit boek. Dag in dag uit wordt hij bestormd door heftige aandoeningen bij het aanschouwen van alles wat de natuur hem voorschotelt. Onder zijn katholieke jas is hij een heiden, een paganist. ‘De grote god Pan is niet dood’, roept hij. Een ‘goede wilde’ is hij niet, want hij kent zichzelf en draagt zijn levenshouding uit. Nadat hij op een houtveiling een oeroude beuk heeft gekocht om die te sparen voor de kap, kerft hij zijn motto in de bast: ‘Melk de dag!’ Zijn dieren laat hij niet slachten. Hij raakt slaags met harteloze paardendrijvers. Bloemen plukt hij niet zomaar. En als een tweede Sint Franciscus omarmt hij vol hartstocht een oude boom met de woorden ‘Bruur Boem, Bruur Boem!’

    Loflied 
    Dit mystieke aspect van het boek – en het is de hoofdzaak – is groots en op den duur wel wat vermoeiend. Want wát zich ook aan Pallieter voordoet: sneeuw, volle maan, oogst, uitbottende bomen, de geboorte van zijn kinderen, een tochtje in een vliegtuigje – alles brengt hem in grote vervoering en daar geeft hij luidkeels uiting aan. Telkens weer overspoelen hem de zintuigelijke indrukken, de verrukking daarover en de dankbaarheid jegens het bestaan. Hij lijkt soms wel niet goed snik:

    En ginder over de Nethe was de groote, tomaatroode zon als een lustige verrassing uit al die witheid opengebloeid.
    Pallieter was er van aangedaan en riep: ”t Weurdt fiest vandaag! ’t wordt fiest vandaag!’
    Versch-omploegde velden slurpten met groot geschitter de klaarte op hun vettige schellen, dat ze werden als spartelende waters (…).
    Pallieter riep: ‘Vader zon bevrucht Moeder aarde!’

    De natuurbeschrijvingen in dit boek zijn belangrijk vanwege de rol die landschap, weer en seizoenen in Pallieters leven spelen: een onuitputtelijke epifanie. Timmermans natuurschilderingen zijn uitstekend, goed geobserveerd (behalve dan die zingende nachtegalen in juli) en zeer rijk verwoord, uiterst zintuigelijk. Zijn woordkeus verwijst nogal eens naar eten en drinken. Jammer dat de erotische scènes niet met evenveel uitbundigheid en détail worden geschetst.

    Soms is de stem van de verteller gelijk aan die van Pallieter. Beider stemmen zingen hetzelfde loflied op de vitaliteit van de natuur en de duizend-en-één vormen waarin die zich manifesteert. Het is alles louter schoonheid. Een godsgeschenk.

    Verandering
    Dit leven en deze wereld lijken buiten de tijd te staan, maar schijn bedriegt. Aan de horizon laten zich treintjes zien en een eendekkertje maakt een noodlanding in het weiland. De nieuwe tijd, net wat u zegt. En dan, als het herfst is geworden, krijgt Pallieter het bericht ‘dat er een spoorweg ging komen over de Nethe, dat deze laatste zou gekanaliseerd worden, dat zijn hof er helemaal zou invallen, verder zou er nog een fort bijkomen en een nieuw kerkhof.’ Pallieter, die al eerder, bij het zien van een vlucht kraanvogels, overvallen was door het verlangen te reizen, weet het nu zeker: ‘Boem! ’t Is nor de maan! Adieu schoon land! Maar in zo’n land blijf ‘k nie wone!’

    Dat fort en dat kerkhof doen onwillekeurig denken aan de Eerste Wereldoorlog. Het boek verscheen in 1916. België was bezet en gedeeltelijk verwoest, met honderduizenden vluchtelingen in Nederland.

    De modernisering van het boerenbedrijf kwam in die tijd op gang. De aantasting van het boerenland speelt verder geen rol in dit boek, maar als lezer van honderd jaar later kun je niet anders dan die kanalisatie en die onteigening (de plattelanders houden Pallieter voor dat hij rijk gaat worden) zien als het begin van de verwoesting van natuur en platteland die in de twintigste eeuw zou plaatsvinden. Daardoor heeft dit boek honderd jaar na dato een aantrekkelijke meerwaarde gekregen: het toont ons de wereld waar Heimans, Thijsse en Nescio in rondwandelden, de wereld waar de eerste natuurbeschermers voor opkwamen.

    Lezers die iets met natuurmystiek hebben of die domweg gelukkig worden van een wandeling door bos en beemd: lees dit boek. Het is een juweel. Maar lees het niet in één ruk uit, want Pallieters extasen en erupties zijn wel erg veel van het goede. Gelukkig is Pallieter eigenlijk meer een reeks schetsen dan een roman. Het laat zich daardoor goed per hoofdstuk lezen.

    Chapeau tenslotte voor uitgeverij Polis. Een mooi verzorgde uitgave, met vignetten van Timmermans zelf en een boeiend nawoord van Kevin Absillis, die het boek in zijn tijd plaatst en onder meer wijst op ‘de verwantschap tussen Pallieter en de historische avant-garde’.

     

     

  • Verblind door schaamte

    Verblind door schaamte

    Uit onderzoek blijkt dat vijf procent van de meisjes beneden de zestien het slachtoffer wordt van een verkrachting door een familielid. Die bloedschande wordt vaak niet opgemerkt. Hoe kan dat? Kan een moeder vergeven worden, die niet merkt dat haar man haar dochter schendt? Is die liefde tussen moeder en dochter dan niet onmogelijk geworden?

    Het zijn vragen die opborrelen door het lezen van de roman Een onmogelijke liefde van Christine Angot. Deze succesvolle Franse schrijfster is geobsedeerd door het thema incest, zij was er zelf het slachtoffer van. Het ligt voor de hand dat iemand die incest aan den lijve heeft ondervonden de man als dader aan de schandpaal nagelt. Niet door Angot. Zij ziet alle figuren als slachtoffer. Zowel de moeder als de vader zijn slachtoffer van hun milieu en de dochter is daarvan de dupe.

    Moeder en dochter
    Christine Angot is in deze roman de dochter van ouders, die niet getrouwd zijn. Haar geboorte, na een tamelijk gelukkige liefdesrelatie, is voor de vader het sein om zijn geliefde te verlaten. De moeder accepteert het vertrek en voedt haar dochter zonder rancune in haar eentje op. Na verloop van tijd wil zij echter, dat Christine door haar vader, die inmiddels gehuwd is en kinderen heeft, erkend wordt. Zij wil dat haar dochter het beter krijgt dan zij en daarvoor is erkenning door de vader een voorwaarde. De vader stemt hier uiteindelijk mee in. Moeder en dochter gaan vlakbij de vader wonen en alles lijkt koek en ei. Lijkt, want in de loop van het verhaal komt aan het licht dat de vader zijn dochter misbruikt.

    Nadat de moeder op de hoogte is gebracht van de bloedschande, wordt de relatie tussen moeder en dochter moeizaam: ‘Er hing een loden gewicht boven ons hoofd, de hele tijd. De hoogte ervan varieerde. De aanwezigheid ervan belette ons adem te halen. Soms viel het op ons neer. We konden niet meer doen alsof.’ De dochter stuurt de moeder soms weg: ‘Wil je alsjeblieft weggaan mama? Het spijt me. Maar ik kan niet anders. Ik vind het vreselijk jammer. Maar ik kan het niet aan. Misschien komt het ooit wel in orde. Maar nu wil ik dat je weggaat. Alsjeblieft.’ De moeder blijft rustig onder deze afwijzing. Ze heeft begrip en behoudt een gevoel van ontferming voor haar dochter.

    Toenadering
    Na jaren komt er een toenadering tussen moeder en dochter tot stand. Een belangrijk moment daarin is dat de moeder een artikel van haar dochter leest in het dagblad Libération. Het artikel verschijnt in een serie van tien, getiteld Sentiments, waarin verschillende gevoelens aan de orde komen. In het door de moeder gelezen artikel komt het gevoel van schaamte, le honte, aan bod. In werkelijkheid heeft de schrijfster Christine Angot in maart 2014 zo’n artikel in Libération gepubliceerd. Werkelijkheid en romanwerkelijkheid vallen hier dus samen. De schrijfster Christine Angot schrijft een roman over een dochter die haar naam draagt en schrijfster is en die het slachtoffer is van bloedschande, waar de schijfster zelf ook het slachtoffer van is geworden. We hebben hier te maken met autofictie, de schijfster heeft van haar leven een roman gemaakt waarin ze zelf de hoofdrol speelt.

    Schaamte
    Als de moeder het artikel in Liberation leest raakt ze in de war. Ze raakt in de war van het feit dat haar dochter zich schaamt voor haar afkomst. In het artikel wordt de dochter rood als ze met een vriendin in een café zit en zegt dat ze in een achterstandswijk (zup) is opgegroeid. ‘Le temps avait passé, mais mon rougissement attestait que ma honte, elle, n’avait pas passé.’ De schaamte is nog niet voorbij. De moeder beseft mede ingefluisterd door haar dochter, dat ook in haar leven schaamte een bepalende en belemmerende rol heeft gespeeld. Schaamte over het feit dat ze een Jodin is en uit een armoedige familie komt, zonder opleiding. Zij heeft daardoor een sterk minderwaardigheidsgevoel ontwikkeld. Dat heeft haar verhinderd om te zien dat Christine door haar vader werd misbruikt. De dochter zegt: ‘Jullie behoorden tot twee verschillende werelden die compleet los stonden van elkaar, in elk geval, zo werden de zaken vanaf het begin gesteld. En jij hebt aanvaard dat het zo was. Omdat je alleen was, omdat je arm was, omdat je Joods was.’

    Aan het einde van de roman citeert de moeder Marcel Proust die zegt dat het verdriet vergeten wordt, maar de schoonheid niet. Door de verklaring van de dochter leert zij, evenals haar dochter, om te gaan met het verleden.

    Savoir feminin
    In een vraaggesprek naar aanleiding van de verschijning van deze roman in Le Monde zegt Christine Angot dat haar boeken doordrenkt zijn van wat zij noemt ‘le savoir feminin’. De hoofdpersonen van haar boeken trekken zich volgens haar niets aan van de wil van de man, zij gaan hun eigen gang en houden plezier in hun bestaan als vrouw, zij laten zich dit plezier niet afnemen. Dat lijkt na lezing van de roman een onbegrijpelijke opmerking. De man gaat in deze roman zijn eigen gang, de vrouwen worden in de steek gelaten en misbruikt. Is dat het resultaat van ‘le savoir feminin’? Het klinkt bijna masochistisch. Nergens wordt de vader ter verantwoording geroepen, nergens wordt de moeder of de dochter razend op deze uit een hogere klasse afkomstige en zeer ontwikkelde man, die zijn dochter verkracht.

    Tube
    Christine Angot is in Nederland een vrij onbekende schrijfster. De roman is in Frankrijk een tube, een kassucces. Haar verhaal, over een hopeloos lijkende relatie tussen moeder en dochter die toch tot een schuchtere bloei komt, spreekt er blijkbaar aan. De roman is de verbeelding van de gang van zaken in de werkelijkheid van Christine Angot. Als het verzonnen was, zou je het niet geloven.

     

     

  • Mannen en vrouwen van papier

    Mannen en vrouwen van papier

    Een boek over literaire karakters en de echte personen waar ze op zijn gebaseerd. Een aantrekkelijk verpakte parade van vijftig personages uit de wereldliteratuur, met onthullende inkijkjes in het privéleven van hun modellen en auteurs, en de lotgevallen van hun boeken. Het klinkt als een smulboek over literatuur, en het ziet er ook verrukkelijk uit. De inhoud stelt een tikkie teleur.

    Dirk Leyman schrijft over literatuur in het Vlaamse Dagblad De Morgen en runde tot 2011 een weblog die alles wat literair was volgde en vastlegde; `De papieren man’. Zijn boek Lezen een gebruiksaanwijzing is gewijd aan papieren mannen en vrouwen – literaire personages dus – en de echte personen die daar de inspiratie toe vormden. Madame Bovary van Flaubert was gebaseerd op Delphine Delamaire en Louise Pradler. Flaubert had een relatie met Delphine, maar zei ook `Madame Bovary, c´est moi’. Ga er maar aan staan. Lara uit Dokter Zjivago heette in werkelijkheid Olga Ivinskaja, was de minnares van de (o foei, gehuwde) schrijver Boris Pasternak, en doorstond KGB-verhoren en Siberische strafkampen zonder hem te verraden. Haar leven was aanzienlijk rauwer en tragischer dan haar deugdzame doch dramatische bestaan in het ooit felrealistische maar achteraf nogal zoetsappige Dr. Zjivago, waarvoor Pasternak de Nobelprijs kreeg. En zo komen we ook te weten dat Moby Dick (inderdaad, de witte walvis) in werkelijkheid Mocha Dick heette en tientallen walvisjagers met boot en al naar de duistere diepten van de oceaan zond. Aan dit albinomonster wijdde The Knickerbocker in 1839 een artikel. Dat kwam onder ogen van de schrijver-zeeman Herman Melville, die de levende legende omkatte tot de onwaarschijnlijke titelheld van de great American novel Moby Dick.

    Het ego van Coetzee
    Het is verleidelijk te gaan categoriseren en interpreteren. Zo heb je de subcategorie real life personen die model stonden voor Nabokov’s Pnin, Zola’s Nana, Ibsen’s Nora, Joyce’s Molly, Kerouac’s Dean Moriarty en Caroll’s Alice. Allen bekend bij de burgerlijke stand, zogezegd. Dan is er de categorie sleutelromans, waarbij niet alleen de persoon, maar de hele intrige en entourage uit het leven wordt gegrepen om tot fictie te worden omgestookt. Peter Schat treedt als Lucas Loos op in Connie Palmen’s Lucifer, Mickey Rourke banjert als Jack Bledsoe rond in Bukowski’s Hollywood, Charlotte Buff schopte het tot Lotte in Goethe’s Die leiden des Jungen Werthers en professor Robert Tamsma werd vast niet tot zijn genoegen vereeuwigd in W.F. Hermans’ Onder professoren. Bij nader inzien hoort Elsschot’s Tsjip (Jan Maniewski) wellicht ook tot deze categorie. Een derde segment wordt gevormd door de vermomde auteurs-ego’s, van Peter Terrins ‘T’ tot Louis Paul Boons Johan Janssens uit de Kappelekensbaan, met als special geval J.M. Coetzee, die samen met Mary Midgley karaktertrekken en biografische gegevens bijdroeg aan het personage Elizabeth Costello uit 4 van zijn romans, waarvan eentje Elisabeth Costello heette – om de verwarring compleet te maken.

    De zakdoek van Joyce
    De 50 lemmata bevatten steeds vier ingrediënten, waarvan 3 standaard: ‘Wie’ geeft de feiten over personage en persoon en ‘Fragment’ biedt een toepasselijk citaat. Voorts is er een fraaie illustratie van Brecht Evens, en tot slot het onderdeel waar iedere bespreking mee begint: een meanderende beschouwing van boek, auteur, personage en persoon. Soms wordt daarin serieus hout gesneden, zoals in het stuk over George Perec en zijn personage Gaspard Winckler (gebaseerd op Kaspar Hauser), dat een verhelderend licht werpt op de thema´s verweesdheid en verdwijning in zijn werk (waaronder Het leven een gebruiksaanwijzing). Dat de ouders van Perec in de Tweede Wereldoorlog verdwenen leidde in Perec´s taalspelige werk tot letterlijke verdwijningen, zoals in zijn roman La disparition (vertaald als ’t Manco) waarin de letter e geheel ontbreekt. Lang niet altijd slaagt Leyman er in zijn beschouwingen zo relevant te maken. Best leerzaam hoor, dat Nora Barnacle (Molly Bloom in Ulysses) de schrijver bij hun eerste uitje liet klaarkomen in zijn zakdoek, maar zoals iedereen kan beamen die Molly Bloom´s monoloog uit Ulysses heeft gelezen: het boek was beter. En nu we toch aan het zeuren slaan: de titel (een woordspel met Het leven een gebruiksaanwijzing van George Perec), wat heeft die met het boek te maken? Wie hoopt op een gebruiksaanwijzing voor het omgaan met literaire teksten komt bedrogen uit, maar Lezen, een gebruiksaanwijzing oogt fraai en leest lekker.

     

     

     

  • Oogst week 48

    Lezen, een gebruiksaanwijzing

    De wereldliteratuur in vijftig personages

    Lezen, een gebruiksaanwijzing is alleen al vanwege de prachtige illustraties van Brecht Evens de moeite waard. Maar vooral zal dit boek de nieuwsgierigheid bevredigen van menig literatuurliefhebber. Hoe gaan schrijvers te werk als ze hun personages scheppen? Hoe verhouden autobiografie en fictie zich in een roman? Dirk Leyman voert vijftig beroemde literaire personages uit de boeken van  o.a. Gabriel García Márquez, Oscar Wilde, Jeroen Brouwers, Gerard Reve, Virginia Woolf en Georges Perec ten tonele en legt uit hoe ze gebaseerd zijn op echte mensen en historische figuren.

     

     

    Lezen, een gebruiksaanwijzing
    Auteur: Dirk Leyman
    Uitgeverij: Polis

    Het jasje van David Bowie

    In het Groninger Museum is vanaf half december de tentoonstelling David Bowie is te zien. Volgens kenners een absolute ‘must’!
    Goed getimed verschijnt bij uitgeverij De Harmonie Het jasje van David Bowie dat veel meer biedt dan alleen dat verhaal over dat jasje dat auteur Elly de Waard indertijd gestolen zou hebben. Of die diefstal nog steeds kwaad bloed zet? Misschien. Zeker is wel dat dit boek niet verkocht mag worden in het Groninger Museum.
    Het jasje van David Bowie geeft een overzicht van de popmuziek in de jaren zeventig en tachtig en de ontwikkeling van muzikanten tot supersterren. Al hun concerten, nieuwe albums en ideeën over muziek en politiek komen aan bod, maar ook zaken als Woodstock, groupies, films en rockopera’s.

    Als popjournalist voor Vrij Nederland en de Volksrant sprak Elly de Waard ze allemaal, de supersterren van toen: David Bowie, The Rolling Stones, The Beatles, Roxy Music, Frank Zappa en The Velvet Underground en nog vele anderen.

    Het jasje van David Bowie
    Auteur: Elly de Waard
    Uitgeverij: De Harmonie

    Sterven in stijl

    De Grieken en Romeinen hadden uiteenlopende opvattingen over de dood. Anton van Hooff illustreert dit door middel van grafbeelden, grafreliëfs, literaire en filosofische teksten en vooral door talrijke grafschriften. In Sterven in stijl  laat hij zien hoe de mens in de oudheid omging met sterven, de dood en het geloof in wat daarna kwam. Daarmee biedt hij niet alleen een historisch interessant inzicht, maar ook een waardevolle aanvulling op de hedendaagse dialoog over de dood, euthanasie en zelfmoord.

    Anton van Hooff Anton van Hooff (1943) was tot 2008 hoofddocent klassieke geschiedenis aan de Universiteit Nijmegen. Hij schrijft voor diverse kranten en tijdschriften en geeft lezingen over onderwerpen uit de klassieke geschiedenis.

     

    Sterven in stijl
    Auteur: Anton van Hooff
    Uitgeverij: Ambo/Anthos

    Cécile en Elsa, strijdbare freules

    De jongste van de gezusters De Jong van Beek en Donk, Elsa (1868-1939) trouwde de Amsterdamse componist Alphons Diepenbrock. In zijn brieven en dagboekfragmenten las Elisabeth Leijnse over Elsa en raakte door haar gefascineerd. Elisabeth Leijnse noemt haar intelligent, gevoelig en gepassioneerd.

    Haar zuster Cécile (1866-1944) was in haar tijd de bekendste feministe van Nederland, en schrijfster van de bestseller over Hilda van Suylenburg. Zij trouwde de rijke Haagse projectontwikkelaar Adriaan Goekoop maar werd later door hem aan de kant gezet.

    Hoogleraar letterkunde Leijnse schreef een lijvige dubbelbiografie over deze fascinerende vrouwen.

     

     

     

     

     

    Cécile en Elsa, strijdbare freules
    Auteur: Elisabeth Leijnse
    Uitgeverij: De Geus