• Drie blinde muizen openen ons de ogen

    Drie blinde muizen openen ons de ogen

     

    Wie een verhaal wil analyseren, zal zich een aantal begrippen eigen moeten maken. Daarvoor bestaan handboeken, waarin uitgelegd wordt wat een leidmotief, een subplot of een innerlijke monoloog is. Eerlijk gezegd bewaar ik niet al te goede herinneringen aan die boeken. Ze hebben de liefde tot de literatuur niet bepaald aangewakkerd.
    Maar ik moest mij indertijd dan ook behelpen met een boek van Mieke Bal, domweg omdat toen het boek van Catherine Lewis er nog niet was. Dat boek is er nu wel; het heet Kop en staart en behandelt op een speelse manier de literaire theorie.

    Lewis gaat uit van een eenvoudig rijmpje: ‘Drie blinde muizen renden de boerin achterna. / Ze hakte hun de staart af met een vleesmes uit de la.’ Het rijmpje staat op de bladzijde ‘Verhaal’. Onder aan de bladzijde wordt steeds de term toegelicht. Bij ‘Verhaal’ lezen we: ‘Op het meest basale niveau is het een opeenvolging van gebeurtenissen.’ De volgende bladzijde behandelt de plot (wat gebeurt er en waarom): ‘Drie blinde muizen renden de boerin achterna. Ze hakte hun de staart af met een vleesmes uit de la, want ze was een sadist.’

    Zo gaat Lewis verder, stapje voor stapje. Ze schrijft bijzonder onderhoudend over de muizen en de boerin, maar ook heel nauwkeurig en daardoor verhelderend. Bij ‘Ironie’ bijvoorbeeld laat ze zien dat er heel wat subtielere vormen zijn dan alleen maar het tegenoverstelde zeggen van wat je bedoelt.

    Hoe verder je in het boek komt, hoe heerlijker het wordt. Waarschijnlijk omdat het op verhaalniveau zo monomaan is, zonder te vervelen. Kop en staart doet denken aan de Stijloefeningen van Raymond Queneau (vertaald door Rudy Kousbroek) waarin ook elke keer hetzelfde verhaal wordt verteld. Het boek wordt ook enkele keren genoemd door Lewis.

    Maar ook de frisheid en de originaliteit waarmee Lewis de techniek van het vertellen behandelt, maken Kop en staart tot een bijzonder boek. Het is niet alleen een boek dat je leest omdat je in het onderwerp geïnteresseerd bent. Je kunt het van begin tot eind lezen, je kunt erin bladeren – hoe je het ook leest, het blijft een aantrekkelijk boek, dat je breed doet glimlachen.

    In het hoofdstukje over ‘Dictie’ laat Lewis zien hoe een verhaal anders kan worden door je woordkeuze: ‘Yo, gasten. Die ieniemienies hadden net één keer te veel met die dame lopen fokken. Staart foetsie. Je weet toch. Hadden ze niks meer aan de kont hangen. Koud, man.’
    Dat komt inderdaad heel anders over dan: ‘Drie leden van de Muridae-familie stoven in de richting van een Homo sapiens van vrouwelijke kunne. Ze sneed hun caudae weg.’

    Aan het eind van het boek, gedrukt op zalmkeurig papier, is er een ‘Appendix’ opgenomen, waarin de termen nog wat uitgebreider behandeld worden. Dat is het gedeelte dat als naslagwerk gebruikt zal worden.

    Het boek is niet alleen goed geschreven en door Krijn Peter Hesselink ook goed vertaald, maar het is bovendien prachtig geïllustreerd, door Joost Swarte. Swarte is bekend door zijn tekeningen in de stijl die hij zelf de ‘klare lijn’ heeft genoemd. Hij heeft bij elk onderdeeltje een illustratie geleverd. Dat was nog lang niet makkelijk, want hoe maak je een tekening bij ‘Bildungsroman’, ‘Ontknoping’ of ‘Woordenschat en zinsbouw’? Verschillende tekeningen van Swarte zijn ware vondsten, die in beeld nog eens duidelijk maken wat Lewis in woorden vertelt. Ze bepalen mede de aantrekkelijkheid van het boek, dat er ook verder prachtig uitziet: gebonden, harde kaft.

    Of Kop en staart dezelfde status zal krijgen als de Stijloefeningen van Queneau, moeten we afwachten. Het maakt een goede kans. Dit boek, waarin een simpel gegeven over drie blinde muizen ons de ogen opent voor de mogelijkheden om een verhaal te vertellen, is in ieder geval een ontzettend leuk leerboek.

     

     

  • Voorwaarts, dandy!

    Voorwaarts, dandy!

    Het boek Zonder filter van Robert van Raffe ziet eruit als een groot uitgevallen pakje sigaretten. Je moet automatisch denken aan een pakje Gauloises, hoewel het boek een andere kleur heeft en er ook nog een andere afbeelding op staat, namelijk van een minotaurus.

    Achter in Zonder filter heeft Van Raffe een uitputtende lijst opgenomen van ontleningen, verwijzingen, (beeld)citaten en noten. Handig, maar misschien ook een beetje aanstellerig, door de overdadigheid. Zelfs het kleinste verwijzinkje wordt vermeld.

    Van Raffe neemt ons in Zonder filter mee door de hoofdstukken, die zich soms ook als korte verhalen laten lezen. De vormgeving verschilt per hoofdstuk. In het ene wordt wel kleur gebruikt, in het andere niet; in een hoofdstuk staan de tekeningen op lijntjespapier; een ander hoofdstuk lijkt op een dossiermap. Voor de inkleuring is vooral gebruik gemaakt van rood, blauw en geel, waarbij het geel neigt naar groen, wat vaak een wat snotterige kleur geeft. Dat is niet altijd even esthetisch, maar daar is het Van Raffe ook niet om te doen.

    De ik-figuur heeft besloten om als dandy door het leven te gaan. Je bent geneigd om dat als een autobiografisch gegeven te lezen: de website van de auteur heet Dandy Raffe. In Zonder filter komt dat dandyisme nogal eens terug, waarbij automatisch vragen bovenkomen als: kun je besluiten wie je wordt? Is er een onderscheid te maken tussen een pose en wie je bent?

    De gedachten van de hoofdpersoon, Raf, hebben vaak met hemzelf te maken. Niet voor niets heet een van de hoofdstukken ‘Narkissos’. Veel hoofdstukken hebben overigens titels die verwijzen naar de klassieken: Lemnos, Lotuseters, Dyonisus, Kirke.
    Dat gericht zijn op de ik-figuur geeft Zonder filter af en toe iets stroperigs. Er had dan ook wel wat meer verhaal in mogen zitten, iets meer ontwikkeling. Maar consequent is het wel.

    In de loop van het boek krijg je een indruk van waar Raffe mee bezig is: het cultiveren van zijn imago en het onderzoek daarnaar, zijn bezigheden in de kunst, zijn alcoholische periode. In die periode maakte hij naar eigen zeggen zijn beste werk en dat werk maakt weer deel uit van Zonder filter. Zo verkent de Van Raffe het leven van zijn hoofdfiguur, zonder dat er duidelijk richting in dat leven zit.
    Pas aan het eind, vlak voor de epiloog, roept de hoofdpersoon uit: Voorwaarts! Eindelijk gaat het allemaal beginnen, maar het boek is dan uit. Je vraagt je af wat er terecht zal komen van de voornemens van de hoofdpersoon.

    Er zijn genoeg redenen om je te ergeren aan Zonder filter, al was het maar de pedanterie, de aanstellerigheid die het van tijd tot tijd heeft. Toch zit die niet dwars. Zonder filter is een eigenwijs boek. Van Raffe wilde duidelijk dit verhaal vertellen en wel op deze manier. Dat levert melige gedeelten op en passages die tot nadenken stemmen. De ene keer roept de hoofdpersoon mededogen op en de andere keer haal je je schouders over hem op. Dat geeft niet. Soms moet je lachen om wat er gebeurt of wat er gezegd wordt, soms is een passage overdreven ernstig.

    Er zit in dit boek een soort gedrevenheid die bevalt. Zonder filter is zowel ernstig als speels en dat is een mooie combinatie. Het lijkt een boek dat voorstanders en tegenstanders gaat krijgen, mensen die het ophemelen en mensen die er niets aan vinden. Daartussen zal weinig zitten. Dat pleit voor het boek. Ik ben in ieder geval vóór.

     

  • Achter de schermen van De familie Doorzon

    Achter de schermen van De familie Doorzon

    Autobiografie is een vreemd genre. Aan de ene kant schrijft iemand over zichzelf en aan de andere kant zal hij, om het overzicht te krijgen, enige afstand van zichzelf moeten nemen, en zijn jongere ik als een personage moeten beschrijven. Op die manier ontstaat er een mengeling van afstand en betrokkenheid.

    De striptekenaar Gerrit de Jager kijkt terug op een deel van zijn leven. Sommigen zullen hem wellicht kennen van de strip over de wijsneus Zusje, of die over Roel en zijn beestenboel, maar hij werd toch vooral bekend met De familie Doorzon, een strip die dertig jaar lang verscheen in Nieuwe Revu.
    Op de beginperiode kijkt De Jager terug in Door zonder familie en dat doet hij natuurlijk in stripvorm. Het was een heftige periode: al snel loopt het huwelijk van De Jager op de klippen, als zijn vrouw liever met de buurman verder wil. Later houdt ook de samenwerking op met Wim Stevenhagen, met wie De Jager jarenlang strips getekend heeft.
    Uitgebreid gaat De Jager in op de problemen die de twee scheidingen opleveren. Daarbij heeft hij de bitterheid buiten de deur kunnen houden. We leren Stevenhagen kennen als een wat stroeve, maar niet onsympathieke man. Zelfs de uitgever Ger van Wulften, die in De Jagers boek Fer Gevelflut heet, houdt sympathieke trekjes, hoewel hij zich behoorlijk verrijkt heeft ten koste van De Jager en Stevenhagen. Uiteindelijk hadden ze bijna twee ton van hem tegoed, maar het contract was zo opgesteld dat ze dat geld niet los konden weken. Toen de strip overging naar een andere uitgever, was het nog een hele strijd om de oorspronkelijke tekeningen terug te krijgen.

    Veel meer dan een aardig autobiografisch verslag is Door zonder familie niet, maar de fans zullen het graag lezen. Ze komen zo bijvoorbeeld te weten dat verschillende passages in de strip De familie Doorzon hun oorsprong vinden in de doorzonwoning van Gerrit de Jager in Lelystad. Vader Doorzon slaat een keuken in elkaar, zoals Gerrit de Jager dat ook ooit deed.
    Verder geeft Door zonder familie een beeld van de jaren tachtig. De Jager snuift bijvoorbeeld wel eens een lijntje, gewoon omdat er nu eenmaal overal cocaïne is en dan doe je wel eens mee. Als hij met zijn dochtertje op Schiphol is, realiseert hij zich dat hij nog steeds een zakje in zijn broekzak heeft. Hij spoelt het door de wc en besluit nooit meer te gebruiken.
    Af en toe komen er wat bekende Nederlanders in beeld, zoals Theo van Gogh, die niet bepaald als sympathiek wordt neergezet. Maar ook hier blijft De Jager mild.

    Misschien komt dat door de afstand die de tekenaar bewaart. Zijn mildheid is aangenaam, maar emoties als verdriet of boosheid worden niet in hun diepte gepeild. Er wordt over verteld en je kunt het wel een beetje navoelen, maar tegelijkertijd wordt het nooit echt pijnlijk. Daarvoor blijft De Jager toch te veel aan de oppervlakte.
    Dat zou je hem aan kunnen rekenen, maar uit niets blijkt dat de auteur meer pretenties heeft dan ons een kijkje geven achter de schermen bij de familie Doorzon. Dat is hem gelukt, maar meer dan een aardig boek, in meerdere opzichten, heeft dat niet opgeleverd.

     

    Door zonder familie

    Auteur: Gerrit de Jager
    Verschenen bij: Uitgeverij Oog & Blik / De Bezige Bij (2013)
    Aantal pagina’s:  256
    Prijs: € 24,90