• Oogst week 29 – 2021

    Harlekijn

    Dit is de laatste oogst voor de vakantie, hierna gaan we freewheelend de zomervakantie door. Met een boekenpakket op de bagagedrager of in de rugzak, gelezen en gereisd zal er worden. In de zomerperiode zullen er nog enkele recensies geplaatst worden, en er is de zomerrubriek waarin medewerkers van Literair Nederland laten zien welke boeken ze deze zomer gaan lezen. Voor nu een fijne zomertijd en tot eind augustus!


    Harlekijn is het debuut van Robert Jan Heyning (1957). Heyning was verbonden aan het Noord Hollands Toneel en schreef verschillende toneelteksten. Het boek gaat over de zoektocht van een man naar zijn broer en de wereld waarin deze leefde.

    Na de zelfverkozen dood van zijn broer verkeert de ik-figuur in een staat van verdoving. Als de ik-figuur enkele maande na de dood van zijn broer aan het sterfbed van een oude vriend zit, vraagt hij zich af: Heb ik mijn broer gehoord en gezien? Heb ik hem liefgehad en heb ik hem mijn liefde laten voelen? Wat zat er achter zijn agressieve zelfdestructie?

    Het gevoel gefaald te hebben als broer, als mens, blijft op onvoorspelbare momenten vanuit het donker commentaar geven; snerend, sussend, geestig, liefdevol en cynisch. Gaandeweg begint het vermoeden te ontstaan dat de broer zijn hele leven zelf heeft bedacht, zich de werkelijkheid bedacht die hij zich wenste. En wat is de werkelijkheid?

     

     

    Harlekijn
    Auteur: Robert Jan Heyning
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    Een liefde

    Een liefde is de tweede roman van de Spaanse schrijfster Sara Mesa (1976) die in het Nederlands vertaald is door Nadia Ramer. Een liefde gaat over de jonge vertaalster Natalia die de stad ontvlucht en een huisje huurt op het platteland. Ze is niet bekend met de onderlinge omgang van het plattelandsleven. De huisbaas is een onbetrouwbare man die haar een zwerfhond brengt als gezelschap. ‘Vliegen strijken neer op zijn licht opgezette buik, die bedekt is met rauwe plekken.’

    Er is een zigeuner die haar van alles verkoopt, een hippie die haar zegt wat ze wel en niet moet doen, een gekke, oude buurvrouw, een Duitser, het meisje bij de supermarkt en dan die hond, die ondanks haar goede zorgen weigert om binnen te komen. In contact met deze individuen en de hond ontstaan er misverstanden, zijn er vooroordelen die niet altijd ontkracht kunnen worden. In Spanje werd Een liefde tot beste roman van 2020 uitgeroepen. En zeker een roman voor de zomer, bij de tent of in de tuin te lezen.

     

    Een liefde
    Auteur: Sara Mesa
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Centaur

    De in Suriname geboren Chris Polanen (1963), is naast schrijver, dierenarts in de Bijlmer. Hij kwam op twintig jarige leeftijd naar Nederland, begon te schrijven uit heimwee naar Suriname. Nu is hij een schrijvende dierenarts van verhalen en columns. Centaur, zijn tweede roman speelt in de jaren negentig in Suriname, tien jaar na de staatsgreep, na de december moorden. In een interview in Parool, als hem gevraagd wordt of het een ode aan Suriname is, laat hij weten dat het dan wel een harde ode is. Polanen studeerde in die jaren aan universiteit in Suriname toen deze dicht ging besloot hij naar Nederland te gaan.

    Centaur is een roman over identiteit, verlangen en volwassen worden in Paramaribo en opent aldus: ‘De hoeven van Norbert doen het zand hoog opstuiven. Het verspreidt zich in de lucht die boven de weg trilt. Ik laat de teugels vieren en veeg het zweet van mijn voorhoofd.
    Het heeft al weken niet geregend. Gras verdort en kreken vallen droog. het zand stuift over Paramaribo en neemt de stad over. Ik wrijf in mijn ogen en spuug zandkorrels uit. In mijn haar, oren en neus laat ik ze zitten. Als een dier probeer ik me aan te passen aan een omgeving die steeds vijandiger wordt.’

     

    Centaur
    Auteur: Chris Polanen
    Uitgeverij: Lebowski
  • Verhalen en een partituur van walvisgezang

    Verhalen en een partituur van walvisgezang

    De redactie van literair tijdschrift Terras struint onvermoeibaar door de wereldliteratuur op zoek naar verhalen van schrijvers die een ander geluid laten horen. Dat het tijdschrift neigt naar een boekwerk, beseffen ook de makers van het blad. ‘Terras-nummers neigen tot uitdijen, en houden vaak niet halt bij de grenzen van het voor de hand liggende.’ In deze editie ‘Naar water’ getiteld, kan een verhaal dat zich afspeelt in Napels niet ontbreken. Van journalist en schrijver Nicola Pugliese (1944-2012) is de roman Malacqua. Vier dagen regen in Napels in afwachting van een uitzonderlijke gebeurtenis dat in 1977 verscheen bij uitgeverij Einaudi. Toen het boek uitverkocht was, gaf de auteur geen toestemming voor een herdruk. Pas na zijn dood, in 2012 werd het opnieuw uitgegeven. Een deel daarvan, De derde regendagwerd vertaald door Annemart Pilon.

    Ongekend verhaal

    Pugliese schrijft met het gestage ritme van de regen, als het stromen van water, kabbelend. ‘Met deze regen die naar beneden komt als regen die naar beneden komt.’ En waarin het water zelf tot protagonist verwordt. ‘Dus het was het zilte zeewater, dat van de ene naar de andere stoep overstak. Het kabbelde voort in zachte stroompjes, en er was continu een deel van het water dat voorop ging om de richting aan te geven’. En verderop, als het water door de straten en steegjes de huizen binnendringt. ‘Eigenlijk deed het water niets anders dan uit alle huizen nauwgezet en geduldig één voor één de haveloze jongens opduikelen die die ochtend niet naar de zee bij de Via Partenope, de Via Caracciolo en Mergellina hadden kunnen gaan, en de zee zag dat als een blijk van liefde, en dat was het ook echt.’ Een prachtig verhaal.

    Met een thema als water is ook droogte niet ver weg. Renée van Marissing schreef daarover het interessante essay, Over droogte en watergebrek in speculatieve fictie. Ze las vele boeken over de klimaatcrisis en zag films over een dystopische droogte-toekomst. Ze vraagt zich af waarom deze aanstaande werkelijkheid maar zo moeilijk tot ons doordringt. Dat we het niet kunnen bevatten dat er een klimaatcrisis gaande is. Ook Marissing zelf kan er maar moeilijk aan, ‘ik wil wakker geschud worden maar tegelijkertijd wil ik horen dat wat me verteld wordt slechts een nare droom is, niet de waarheid.’ 

    Walvisgezang

    In deze editie zijn een twaalftal grijze bladzijden waarop meerdere zwarte stippellijntjes staan. Het doet denken aan een rol met gecodeerde muziek zoals voor een draaiorgel. In dit geval gaat het om wetenschappelijke opnames van walvisgezang, onderdeel van het kunstwerk ‘Salvage’ van Vibeke Mascini, die de opnames heeft omgezet naar een partituur voor pianola. Klik hier om de installatie waarop de gecodeerde muziek wordt afgespeeld te bekijken en een fragment van deze gecodeerde walvisgezang te beluisteren.

    Nog zo’n verhaal dat er uitspringt is ‘Spraakklanken’ van de Afro-Amerikaanse sciencefictionschrijfster Octavia E. Butler (1946-2006). In 1984 won Butler met haar korte verhaal Speech Sounds de Hugo Award (prijs voor de beste sciencefiction- of fantasyverhalen). Han van der Vegt vertaalde het voor Terras. Over een ziekte die mensen de taal, het vermogen tot lezen en spreken ontneemt, zelfs het leesgeheugen wordt gewist. En wie er nog spreekt, zwijgt het liefst of wordt door jaloerse omstanders vernietigd. Butler beschrijft een samenleving waarin iedereen een kort lontje heeft, een vechtpartij nooit ver weg is. Een apocalyptisch verhaal dat nochtans een sprankje hoop geeft op het eind wanneer de jonge vrouw Rye, die het hele verhaal gezwegen heeft, twee kinderen vindt waarvan het spreken nog intact is.

    Ze tilt ze op, en neemt in elke arm een kind. Ze zijn zo licht dat ze zich afvraagt of ze wel genoeg te eten hebben gehad. Als de jongen zijn hand over haar mond legt, zegt ze, ‘“Je mag praten,” (…) “Zolang er niemand in de buurt is, is het goed.” Ze zette de jongen voorin de auto en hij schoof op zonder dat ze dat hoefde te zeggen, om plaatst te maken voor het meisje. Toen ze allebei in de auto zaten, leunde Rye tegen het raam, keek naar hen en zag dat ze nu minder bang waren, dat ze haar aankeken met minstens evenveel nieuwsgierigheid als angst. “Ik ben Valerie Rye,” zei ze, en ze genoot van de woorden. “Tegen mij kunnen jullie rustig praten.”’

    Schier oneindig

    Ook staat er een theorie van een zwembeweging in getiteld, ‘Zwemmen of de zwemkunst, thuis aangeleerd in minder dan één uur’ van Jean-Pierre Brisset, vertaald door Roku Hofstede. Geïllustreerd met voorbeeldfiguren. En een stuk van Miek Zwamborn, die woont op Isle of Mull in Schotland. In ‘Compressie’ ontmoet ze de Amerikaanse dichter Seth Crook die zich evenals Zwamborn, heeft teruggetrokken op Isle op Mull. De dichter duikt en zwemt, twee dingen die onlosmakelijk voor Crook met elkaar verbonden zijn. Zwamborn schrijft: “Als je Crooks gedichten naast elkaar legt, zie je de contouren verschijnen van een poëtisch natuurgetrouwe kaart van de zee rond Mull.’

    Zoals gezegd, dit tijdschrift nadert de omvang van een aantrekkelijk boekwerk. Waarvan de meerwaarde is dat elke editie een ontdekkingstocht is. Met aansprekende en wakkere verhalen van auteurs (het literaire veld is wereldwijd schier oneindig) waarvan je absoluut meer wilt lezen.

     

     

  • Obsessie met schilder vanuit perspectief dementerende zus

    Obsessie met schilder vanuit perspectief dementerende zus

    De Noorse schrijver Jon Fosse (1959) wordt als een van de belangrijkste schrijvers van onze tijd gezien, hij ontving diverse prijzen in Noorwegen en Europa voor zijn krachtig, veeleisend en vernieuwend schrijven in alle literaire genres. In de jaren negentig van de vorige eeuw schreef hij ‘Melancholie I’ en ‘II’, een fictieve biografie over de Noorse schilder Lars Hertervig (1830-1902). In 2018 en 2020 zijn beide romans in het Nederlands vertaald en gepubliceerd door uitgeverij Oevers. In ‘Melancholia I’ probeerde Fosse de mentale staat van de schilder vast te leggen. Hertervig was schizofreen en straatarm, hij kwam uit een quakers gezin en schilderde wonderlijke, sprookjesachtige kustlandschappen. Fosse schrijft lange meanderende zinnen, vol herhalingen en monotone gedachten en zijn proza wordt wel vergeleken met minimalistische muziek.

    Verhaal van een dagdeel

    Fosse’s obsessie met de schilder vindt zijn vervolg in ‘Melancholie II’. Oline, de zuster van Lars, is de protagonist en we volgen haar kort na zijn dood in 1902. Net als in deel I beslaat het verhaal, dat eigenlijk niets om het lijf heeft, een dagdeel. Oline is oud en heeft zere voeten, ze strompelt langs de weg, met aan een snoer twee vissen die ze van visser Svein heeft gekregen, naar haar witte huisje met de rode voordeur bovenaan de heuvel. Halverwege ontmoet ze haar schoonzuster Signe die vraagt of ze even bij haar broer Sivert komt kijken. Sivert ligt op sterven. Oline wil eerst naar huis, ze kan toch niet met die vissen naar haar broer, bovendien moet ze naar het sekreet. Thuis aangekomen gaat ze meteen naar het hok waar zich de poepdoos bevindt en starend naar de dode vissenogen vervalt ze in een herinnering aan vroeger met haar broer Lars. Op de deur van het sekreet is een tekening geprikt, die ze ooit van Lars heeft gekregen.

    ‘Ze zijn zwart op dezelfde manier waarop Lars zwart is. De duisternis is dezelfde. Het is een duisternis die niet dood is, maar die straalt, een stralend duister, als het ware. 

    De tekeningen lijken op jou, zeg ik.
    Lars kijkt ineens naar mij.
    Hoezo dat? vraagt hij.
    Eh, ik weet niet.
    Maar ze lijken op jou, zeg ik.’

    Herhalende zinnen

    Het is inmiddels duidelijk dat Oline aan geheugenverlies lijdt. Sivert is vergeten, haar gedachten draaien om haar incontinentie, de vissen en Lars. Haar herinneringen zijn echter glashelder en ze beleeft de gebeurtenissen letterlijk alsof ze op haar netvlies staan. In de flashbacks denkt Oline vanuit de eerste persoon, maar soms verandert het perspectief binnen de zin weer terug naar het heden en wordt het personale perspectief gehanteerd. ‘Ik kijk naar moeder en ze kan toch niet hier op het sekreet blijven zitten, denkt Oline, ze kan hier toch niet zo op het sekreet blijven zitten denken aan vroeger en weer als een kind zijn, denkt Oline. Maar daar zat moeder te huilen. En de volgende ochtend stond de vloer helemaal blank. En Oline denkt dat ze nu overeind moet komen, ze kan hier niet op het sekreet blijven zitten, nu doen haar benen ook niet meer zeer, ze moet opstaan en naar de keuken lopen met de vis want het is koud, ze heeft het koud, ze kan hier toch niet op het sekreet blijven zitten, denkt Oline, maar is er iets gekomen?’

    Die zere voeten

    Door zijn simpele en herhalende zinnen kruipt de taal van Fosse je onder de huid. Hij bouwt het verhaal langzaam op en met de kleine stapjes die Oline zet, trekt hij de lezer in Oline’s hoofd en gedachtewereld en die is beklemmend. Niet zozeer om wat ze denkt, maar omdat ze zo ver van de realiteit afstaat, dat ze dementerend is en alleen woont. Als ze eindelijk in haar keukentje is en de vissen heeft schoongemaakt, mag ze gaan zitten. Maar het lot bepaalt anders. Ineens zijn de vissen weg en Oline moet opnieuw naar de zee, naar visser Svein voor eten en de hele wandeling herhaalt zich.

    (…)‘visser Svein wilde geen cent voor de vis hebben, misschien begreep hij dat ze niet veel geld had momenteel, maar heeft ze er iets over gezegd, nee geen woord heeft ze erover gezegd, geen woord heeft ze erover gezegd, denkt Oline. Nog een klein eindje, ja, dan mag ze even uitrusten, denkt Oline, maar ze moet nog even volhouden. En zodra ze blijft staan doen haar voeten minder zeer.’ 

    In tweede instantie gaat ze wel bij haar broer Sivert langs, wat een tamelijk hilarische scene oplevert. Haar schoonzuster Signe duwt haar nogal ruw de trap op en als Oline eindelijk naast Sivert zit, praat ze tegen hem en reikt hem zijn pijp aan zonder te zien dat hij al niet meer in leven is.
    De summiere terugblikken op Oline’s jeugd met Lars op het strand, het kinderrijke gezin, de vader die ook niet helemaal spoorde zijn de puzzelstukjes die een aardig beeld geven van de getormenteerde geest van de schilder, zijn jeugd en zijn leven in de natuur. Het zijn de terugblikken die zorgen voor een boeiende afwisseling met Oline’s beperkte heden in deze kleine roman, waarin de kracht bij het herhalende woord ligt en klein leed van het schrijnend dagelijks ongemak sterk uitvergroot.

     

     

  • Oogst week 50 – 2020

    Een man zijn

    Wat betekent het een vrouw te zijn, wat betekent het een man te zijn? Kunnen vrouwen zich beschermen tegen de slechte kant van mannen? Waarin schuilt de menselijke zwakte? Na vier romans laat de Amerikaanse schrijfster Nicole Krauss met de bundel Een man zijn zien hoe lastig het is licht op deze hachelijke vragen te werpen. Beeldende en soms vervreemdende verhalen spelen zich af in de huidige tijd en overal ter wereld. De mannen zijn verleiders, minnaars, vaders, kinderen en zelfs echtgenoot. Een oude professor neemt zijn pasgeboren kleinkind mee naar het dakterras van een appartementengebouw. Een jong meisje heeft van een zakenman een briefje van 500 franc gekregen waarop het nummer van zijn hotelkamer vermeld stond. Een danseres is zo verregaand gefascineerd door de acteur Homayoun Ershadi in zijn rol in de film Taste of cherry dat ze ervan overtuigd is hem te moeten behoeden voor de zelfmoord die hij in die film pleegt. Krauss plaatst haar personages overal, van Zwitserland tot Japan en  Zuid-Amerika. Alle leeftijden zijn paraat, evenals levenservaringen met macht, sex, zelfkennis, passie en ouder worden. Sommige van deze meeslepende verhalen verschenen eerder in tijdschriften als Esquire en The New Yorker.

    Een man zijn
    Auteur: Nicole Krauss
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Walging

    Jean Paul Sartres wereldberoemde Walging (La Nausée) verscheen voor het eerst in 1938 en is sindsdien vele malen herdrukt en heruitgegeven. De belangstelling voor filosoof Sartre en het existentialisme is nog altijd groot. Uitgeverij Atheneum heeft Walging nu opnieuw uitgegeven.
    De verteller, historicus Antoine Roquentin, heeft zich uit de wereld teruggetrokken om een studie te schrijven over een achttiende-eeuwse markies. Teruggeworpen op zichzelf ziet hij zich geconfronteerd met niet alleen zijn eigen existentie maar met het hele bestaan, de hele wereld. Alles roept walging bij hem op, een walging die Sartre zintuiglijk beschrijft. Illusies heeft Roquentin na een bewogen leven al lang verloren. In zijn isolement gaat hij twijfelen aan zijn eigen gewaarwordingen, aan het verschil tussen dingen en mensen en aan de betekenis van het menselijk bestaan. Zijn zelfherkenning is hij kwijt. Het verhaal over de markies verdwijnt naar de achtergrond en Roquentin geeft zich over aan observaties van anderen. Het trachten te duiden van alles en iedereen doet hem tot de conclusie komen dat de mens een overtollig wezen is. Sartre schreef het werk na bestudering van de fenomenologie.

    Walging
    Auteur: Jean-Paul Sartre
    Uitgeverij: Athenaeum

    Het lichtje in de verte

    Ook eenzaam en alleen in een totaal verlaten bergdorp leeft Antonio Moresco’s hoofdpersoon in Het lichtje in de verte (2013). De dakpannen van zijn onderkomen vallen van het dak, deuren in leegstaande woningen sluiten niet meer, luiken klapperen. In huis hoort de man vreemde geluiden, hij voelt de aarde bewegen. Hij is nietig tegenover het universum en heeft daar vrede mee. Zwervend door het bos voert hij een dialoog met bomen, luchtwortels, vogels, dassen, vuurvliegjes en alle andere levende wezens en vraagt hij zich af wat mens en dier bindt. Hij piekert over het bestaan. ‘Waar kan ik heen om die ravage niet langer te zien, die onherstelbare, blinde wringing die ze leven hebben genoemd?’ Maar iedere nacht ziet hij op hetzelfde tijdstip aan de andere kant van de vallei een lichtje branden. Het intrigeert hem en uiteindelijk gaat hij op onderzoek uit, om een jonge jongen, een kind nog, te vinden die alleen in een huis in het bos woont. Wie of wat is dit kind? Op ontroerende en bespiegelende wijze toont Moresco de pijn van de wereld, en het niets, het absolute en het mysterieuze. In 2018 werd het boek verfilmd. Antonio Moresco speelde zelf de hoofdrol.

    Het lichtje in de verte
    Auteur: Antonio Moresco
    Uitgeverij: uitgeverij Oevers
  • Oogst week 46 – 2020

    Het Liegend Konijn jg. 18 nr. 2

    Het Liegend Konijn, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie verschijnt twee keer per jaar onder redactie van Jozef Deleu. Elk nummer brengt steeds weer een gevarieerd beeld van poëzie van onze huidige tijd. Dat is zeker de kracht van dit boekwerk, dat het iets overbrengt van de tijd waarin we leven, fris, met verse inkt geschreven. Zoals ‘Take a seat please’, van Anne Provoost waarin nieuwe omgangsvormen, eisen van deze tijd een plek vinden: ‘Hij leerde zittend plassen / Een nieuwe houding, die hem hielp / nadenken over / hoe de weg die hij was gegaan /(…) // Ik leerde staand met hem praten / altijd klaar voor vertrek / richting bij hem vandaan / omdat ergens op een facebookpagina / was gezegd dat je dood kon gaan / als je teveel zat’

    Wanneer je Het Liegend Konijn in handen hebt, kun je niet meer ophouden erin te bladeren, het verleidt je door poëtische gangen te gaan met ondoordringbare, openhartige, schokkende en opgewekte poëzie.

    Aan deze editie werkten zevenendertig dichters mee, samen goed voor meer dan tweehonderd gedichten, met onder meer Charles Ducal, Anne Broeksma, Mark Boog, Abdelkader Benali en Mieke van Zonneveld.

     

     

    Het Liegend Konijn jg. 18 nr. 2
    Auteur: Jozef Deleu
    Uitgeverij: Polis

    Het lichtje in de verte

    Antonio Moresco (1947) wordt gezien als een van de grondleggers van een nieuwe richting in de Italiaanse literatuur die verder gaat dan de postmoderniteit. Hij wordt wel vergeleken met Don DeLillo en Thomas Pynchon. Het lichtje in de verte (La lucina) verscheen in 2013 en werd in 2018 verfilmd, met Moresco zelf in de hoofdrol. Dit jaar werd het boek bij uitgeverij Oevers uitgegeven.

    Het lichtje in de verte gaat over een man die in eenzaamheid in een verlaten bergdorp leeft. Elke nacht ziet hij een lichtje aan de andere kant van de vallei, hij vraagt zich af wat het is, waar het vandaan komt. Als hij op onderzoek uitgaat, vindt hij een jongen in een huis midden in het bos, ook alleen. Hij vraagt zich af wie dit kind is. Het antwoord is zowel geheimzinnig als ontroerend, volgens de uitgever. En meer nog, ‘het is een verhaal over wezens die het bos bevolken, luchtwortels, bomen, vuurvliegjes en over  over leven en dood, maar ook over wat mensen en dieren met elkaar verbindt’.

    In de Franse pers werd het boek aldus geprezen: ‘Betoverende tekst die de lezer onmiddellijk meeneemt op een wonderlijke literaire reis.’

     

    Het lichtje in de verte
    Auteur: Antonio Moresco
    Uitgeverij: Oevers

    Opwindende tijden

    De Ierse schrijver Naoise Dolan debuteerde met de roman Opwindende tijden, die zeer goed ontvangen werd. Ze komt uit Dublin, woonde in Hong Kong, Italië, Singapore en Engeland. Afgelopen zaterdag, 7 november was ze onderdeel van het online programma The Cronicles van Crossing Border

    Opwindende tijden is een liefdesroman over geld en de gevoelswereld van de drie jongeren Ava, Julian en Edith.

    De Dublinse Ava is in Hongkong komen wonen en vult haar dagen met Engelse les geven aan rijke kinderen. Julian is een bankier die graag geld uitgeeft aan Ava, met haar naar bed gaat maar waarvan ze niet zeker weet of hij van haar houdt.

    Als Julian voor maanden weg is, komt Edith in haar leven, zij neemt Ava mee naar het theater en koopt bloemen voor haar. Ava  is betoverd door Edith zijn, ze wil de hare zijn. Als Julian terugkomt naar Hongkong, staat Ava voor een probleem. Moet ze haar leventje met Julian weer oppakken, of liezen voor Edith?

    Hilary Mantel die de roman las, noemde het, ‘Kostelijk, scherpzinnig en onbevreesd. Een innemend debuut.’

     

    Opwindende tijden
    Auteur: Naoise Dolan
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 20 – 2020

    Autobiografie van een lijk en andere verhalen

    Het is meteen een intrigerende titel: Autobiografie van een lijk. Het is één van de zeven verhalen die zijn opgenomen in de bundel met dezelfde titel van Sigizmoend Krzizjanovski (1887-1950). De schrijver is een Rus van Poolse afkomst, die tevens librettist was onder andere van Prokofjevs Eugen Onegin. Van hem werden een paar jaar geleden al twee romans in het Nederlands vertaald. Zijn vertellingen zijn grotesk, absurdistisch, surrealistisch. Kauw maar eens op de volgende tekst: ‘Als één arbeider met één schop op één dag één kubieke meter graaft, dan zullen duizend arbeiders met die ene schop in dezelfde tijdspanne diezelfde kuub graven. Ergo: als we de belletristische bezetting reduceren, kan dat ene thema worden bediend door één pen van dienst. Geen honderd honoraria maar één, geen honderd oplagen van tienduizenden stuks, maar één oertotaaluitgave in miljoenvoud’.

    Autobiografie van een lijk en andere verhalen
    Auteur: Sigizmoend Krzizjanovski
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels

    Midzomer, stadsmoe

    Schrijver en dichter Bernard Wesseling (1978) won in 2007 de C. Buddingh’-prijs voor zijn poëziedebuut Focus. Drie jaar eerder verscheen zijn romandebuut De favoriet. Nu is er opnieuw een roman, zijn vierde: Midzomer, stadsmoe, over de fietskoerier Rochus Veldman die achtervolgd wordt door de vraag wat er met zijn vermiste vriend kan zijn gebeurd. Een vriendin trekt hem de wereld weer in. Samen vertrekken ze naar Lesbos.
    ‘- Op Lesbos zijn we nodig. Niet dat we de problemen daar kunnen oplossen, maar het leed verzachten misschien. Oké, je twijfelt, ik zie het. Ik ook.
    – Waarom Lesbos?
    – Mijn vader zei dat ook: Waarom Lesbos? Waarom help je geen bejaarden, die massaal vereenzamen? Waarom vluchtelingen?’

    Midzomer, stadsmoe
    Auteur: Bernard Wesseling
    Uitgeverij: Querido

    Melancholie II

    ‘Stavanger, vroeg in de herfst, 1902: Oline loopt van de zee de steile helling op, steunend op haar stok loopt ze stapje voor stapje omhoog, en haar voeten doen zo’n zeer dat ze nog maar net vooruitkomt, maar het gaat, stapje voor stapje loopt Oline omhoog, in aar ene hand de stok, in haar andere een snoer met vis en wat dooet het zeer, denkt Oline…’. Deze opening van Melancholie II van de Noor Jon Fosse (1959) tekent meteen zijn vertelstijl met repeterende zinnen die vaak beginnen met ‘en’. De roman is een vervolg op Melancholie I, over de Noorse landschapsschilder Las Hertervig (1830-1902). Melancholie II speelt zich af op de sterfdag van de schilder en vertelt het verhaal vanuit het perspectief van zijn zus Oline.

    Melancholie II
    Auteur: Jon Fosse
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
  • Hoe het verleden doorwerkt

    Hoe het verleden doorwerkt

    In een brief aan zijn jeugdvriend Oskar Pollak schrijft Franz Kafka: ‘Ein Buch muß die Axt sein für das gefrorene Meer in uns‘. Daarmee legt hij de lat voor een boek erg hoog, maar Herinneringen aan een verloren wereld van Alba Arikha zou weleens zo’n boek kunnen zijn. Alba Arikha, geboren in 1966, schrijft, zingt en componeert. Op haar website kun je haar zelfgeschreven Franse chansons beluisteren, fluistermuziek voor regenachtige dagen. Deze liedjes, verzameld op Dans les rues de Paris, werden in 2011 uitgegeven, hetzelfde jaar als haar derde boek Major/Minor. Pas vorig jaar verscheen bij de kleine uitgeverij Oevers de Nederlandse vertaling: Herinneringen aan een verloren wereld. Toegegeven: een meer pakkende titel. Al blijft de directe verwijzing in het boek naar de Engelse titel relevant.

    De piano is Alba’s grootste vriend, ze houdt van improviseren: ‘Ik zwem in majeur en mineur. (…) Ik beklim een crescendo, rust uit op een halve noot en drijf weg in de armen van een droevige halve noot. Ik creëer de perfecte harmonie met een A, C en E. Vernietig het met een lagere zwarte toets. Cis, bijvoorbeeld. Hoe gemakkelijk kan harmonie verzinken in onenigheid.’

    Herinneringen aan een verloren wereld is zo’n muziekstuk. Het is een mengeling van een familiekroniek en een coming of age-geschiedenis. Maar je zou het ook een vaderboek kunnen noemen. Arikha publiceerde het boek een jaar na haar vaders overlijden. Hij speelt een centrale rol in het verhaal al zou je dat in het begin niet meteen verwachten. Memoires zijn het, maar wel geschreven vanuit het perspectief van een puber. We volgen Arikha vanaf haar twaalfde tot haar zeventien jaar, het moment dat ze definitief uit huis gaat. Ze woont in de jaren tachtig van de vorige eeuw met haar ouders en zus Noga in Parijs. In de zomervakanties vertrekt het gezin naar Israël. Een kunstzinnig gezin, joods met wortels in Midden-Europa. De vader is een succesvol schilder, de moeder schrijft poëzie. Hun sociaal netwerk wordt gevormd door de internationale, culturele upper class. Samuel Beckett wordt bij naam genoemd en is huisvriend van de familie en Alba’s peetoom. Ze is dan ook vernoemd naar een gedicht van hem. Naast de lotgevallen van een dwarse, soms onuitstaanbare puber, want Alba spaart haar jongere zelf niet, is het boek bovenal een kroniek van een traumatische familiegeschiedenis.

    Daarin speelt haar vader dus een centrale rol. De puber bevraagt hem aandachtig over zijn lotgevallen tijdens de oorlog en treitert hem daarnaast als een echte puber ook weer het bloed onder zijn nagels vandaan. Sexy kleding en popmuziek zijn taboe voor hem. Zij móet met hem bekvechten om volwassen te worden.
    ‘Ik win de strijd. Dat doe ik altijd. Ik weet dat mijn vader mij nooit uitentreuren zal bestraffen. Hij stopt halverwege, net voordat hij zijn gelijk afdwingt.’ Een herkenbare vader-dochterdynamiek.

    Terwijl zij rebelleert, haar zus het brave kind in het gezin is, haar moeder reddert en zo nu en dan Samuel Beckett het gezin opzoekt, worden de sporen die de Europese geschiedenis in deze familie heeft getrokken zichtbaarder door het verhaal dat de vader vertelt. Het relaas van zijn vlucht in 1944 uit Europa naar Israël is een hoogtepunt in het boek. Samen met zijn zus komt hij op een lijst van weeskinderen die naar Palestina mogen vertrekken (een deal tussen de Roemeense nazipartij en het Rode Kruis). Omdat Pepi, hun moeder, nog leeft, krijgen zij de namen van overleden kinderen. Daarbij wordt een vergissing gemaakt, want één van de overleden kinderen blijkt toch te leven en mee te zijn op dit transport. Pepi zwaait haar kinderen uit en zou pas veertien jaar later weer met hen herenigd worden als ze uit het inmiddels communistische Roemenië naar  Israël mag vertrekken.

    Een boeiend moreel dilemma biedt de geschiedenis van Jagendorf. Jagendorf leidt een fabriek waar tussen 1941 en 1944, met toestemming van de autoriteiten, joden werken. Hij is het die Alba’s vader uit de Duitse vernietigingskampen redt en hem in 1944 op de emigratielijst zet van het Rode Kruis, maar later verkoopt hij wel diens kamptekeningen onder de naam van één van zijn eigen kinderen.

    De puber Alba zoekt lijn in haar identiteit, in haar relatie met vriendinnen en vrienden, met (verre) familie. Het lijkt op een boeiende sessie bij een contextueel psycholoog. Voor haar vader is het eenduidig: Joods zijn is een cultuur en een identiteit, geen nationaliteit. Voor Alba, opgegroeid tussen mensen voor wie in de jaren tachtig van de vorige eeuw de wereld al een global village was, ligt het ingewikkelder: ‘Mijn identiteit is verward als een dreadlock. Ik zou niet weten waar ik moet beginnen om het te ontrafelen.’ En: ‘Mijn gedachten worden niet ingegeven door mijn religie, maar door mijn cultuur. Mijn Franse cultuur, vermengd met wat Israëlische en Amerikaanse wortels. Of sympathieën.’ En dat in de slagschaduw van de Holocaust, een verleden dat de ene generatie doorgeeft aan de volgende.

    Arikha’s stijl is eenvoudig. Korte hoofdstukken. Korte zinnen. Er wordt gemakkelijk van decor en tijd gewisseld. Daardoor is haar stijl verraderlijk. Je kunt door het boek racen en het in een middag gelezen hebben. Het lijkt al improviserend tot stand gekomen, speels. Om de verschillende levensverhalen te ontvlechten heb je als lezer meer tijd nodig. Maar dan word je ook echt geraakt, dan breekt, Kafka indachtig, het ijs.

    Aan het slot is er sprake van verzoening. Er zijn mooie pagina’s gewijd aan hoe haar ouders elkaar ontmoetten en lief begonnen te hebben. De puberwoede verdampt, de verbinding wordt gevonden: ‘Verbeelding wordt steeds minder een ontsnapping, steeds meer een creatieve behoefte. Net als bij mijn vader. En mijn moeder.’ Alles heeft betekenis. Het boek draagt ze op aan haar vader en haar eigen kinderen. Zoals ze zelf haar naam dankt aan een gedicht van Samuel Beckett, vernoemt ze ook haar kinderen Arianna en Ascanio. Ascanio, ach ja: Ascanio in Alba, een opera van Mozart. Je moet toch even glimlachen, zie hier de rebelse puber opgegroeid in een artistiek, high brow gezin.

     

  • Oogst week 42 (2018)

    Een Bijlmerliedje

    Een mooie oogst deze week: een coming of age roman van Diana Tjin; de laatste – en naar gezegd wordt zijn beste – roman van Charles Dickens; een familiegeschiedenis door Bart Meuleman en de jeugdherinneringen van de Franse schrijfster Alba Arikha.

    Cartograaf en schrijfster Diana Tjin debuteerde in 2017 met de historische roman Het geheim van mevrouw Grünwald. Haar tweede boek Een Bijlmerliedje is een coming of age roman over het meisje Sheila dat opgroeit in de jaren zeventig in de Bijlmer, waar ze op tienerleeftijd met haar ouders en drie broers is komen wonen. Een verhaal over het belang van vriendschap, rivaliteit, het verlangen mee te tellen en het zoeken naar erkenning als meisje met een Surinaamse achtergrond. Een prettig leesbaar verhaal, dat ook een mooi beeld schets van het Amsterdam in die jaren, de eerste metro, de verlatenheid van die grote flatgebouwen in de Bijlmer.
    In fragmentarische hoofdstukken schetst Tjin de ontwikkeling van een jong meisje waarbij elke ervaring, levensles op speelse wijze gerelateerd worden aan een muzieknummer uit die tijd. Zoals onder andere: ‘Both Sides Now’ van Joni Mitchel, ‘Take Time to Now Here’ van Percy Sledge en ‘To Love Somebody’ van Nina Simone.

    Een Bijlmerliedje
    Auteur: Diana Tjin
    Uitgeverij: In de Knipscheer

    Onze wederzijdse vriend

    Een naar het buitenland geëmigreerde Engelse jongeman krijgt bericht dat zijn vader, die ook wel de Gouden vuilnisman genoemd wordt, is overleden. Hem komt een enorme erfenis toe, mits hij trouwt met een door hem onbekende, en door zijn vader uitgekozen bruid. De jongeman vertrekt per boot naar Londen en sluit tijdens de zeereis vriendschap met een bootsman. De jongeman neemt de bootsman in vertrouwen en vertelt hem van zijn erfenis en de daaraan verbonden voorwaarde.
    Na aankomst in Londen zoeken zij samen onderdak en spreken af om onopvallend op zoek te gaan naar de bruid, om haar te kunnen gadeslaan. Maar de bootsman heeft andere plannen en wil de erfgenaam vergiftigen om dan zijn plaats in te nemen.

    Dan ontwikkelt zich een verhaal met een keur aan personages zoals we die kennen in de verhalen van Dickens. Zoals een wees, een goedhartige arme vrouw, een sluwe arbeider, een geheimzinnig figuur, een gierigaard, het zit er allemaal in. En zoals gezegd, volgens velen overtreft dit werk alle voorgaande werken van Dickens.

    Onze wederzijdse vriend
    Auteur: Charles Dickens
    Uitgeverij: Athenaeum

    Hoe mijn vader werd verwekt

    Bart Meuleman (1965) is toneelschrijver, regisseur en dichter en schreef met Hoe mijn vader werd verwekt zijn tweede roman. Zijn vader werd als baby bij zijn moeder weggehaald omdat ze ongetrouwd zwanger werd. Naar aanleiding van een foto die hij vindt van een vrouw met zijn vader als kind op schoot: – ‘Het was een oude vrouw zoals er duizenden zijn, maar in haar kwade ogen en aan haar grauwe vel zag ik op slag al het slechte waartoe ze in staat was geweest. Ik zag het des te beter omdat op haar schoot, in een wollen truitje en met glimmende schoentjes met riempjes, mijn vader zat, met een blik, verschrikt, die mij vreemd was.‘ – besluit hij op onderzoek te gaan naar zijn grootmoeder.

    Als jong meisje werd zij na de Eerste Wereldoorlog vanuit de Kempen naar Brugge gestuurd om in een gegoede familie de huishouding te doen. Ze raakt zwanger en het kind wordt onder de hoede van een bejaarde engeltjesmaakster gesteld. Aan de hand van materiaal dat Bart Meuleman in de archieven vindt, vermengd met zijn verbeelding geeft hij deze jonge vrouw een stem.

    Hoe mijn vader werd verwekt
    Auteur: Bart Meuleman
    Uitgeverij: Querido

    Herinneringen aan een verloren wereld

    Alba Arikha studeerde vele jaren piano voordat ze zich tot het schrijven wendde. Ze heeft inmiddels vier boeken geschreven en is in vijf talen vertaald. Herinneringen aan een verloren wereld (2012) is haar derde boek en speelt zich af in de jaren tachtig in Parijs. Het appartement waar Alba Arikha en haar zus opgroeiden was het centrum van literaire en artistieke ontmoetingen. Samuel Beckett was haar peetoom, haar vader was de schilder Avigdor Arikha, haar moeder de dichter Anne Atik.

    Arikha’s eigen herinneringen spelen zich af tegen de geschiedenis van haar Joodse familie in oorlog en ballingschap en de altijd aanwezige nagalm van de holocaust. Ondertussen probeert ze zich als opgroeiende tiener halsstarrig te ontworstelen aan haar afkomst.

    Het boek werd in The New Yorker geselecteerd als een van de beste boeken van 2012.

    Herinneringen aan een verloren wereld
    Auteur: Alba Arikha
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers