• Over de dichter die wel of niet bestaat

    Over de dichter die wel of niet bestaat

    Schrijfster Emmelien Kramer draagt haar roman op aan ‘alle slachtoffers van de martelingen tijdens Operación Garzón in de zomer van 1992, aan alle slachtoffers van de martelingen in Via Laietana 43, aan alle slachtoffers van alle martelingen.’ Zij doelt daarmee op de gruwelijkheden voorafgaand aan de Olympische Spelen in 1992, toen de Spaanse politie – officieel met als doel een aanslag op de Spelen te voorkomen – 45 Catalaanse nationalisten vastzette en martelde. Het adres dat ze noemt duidt dan weer op de plek waar in het Spanje onder Franco alle dissidenten werden vastgehouden.

    In Woestijnpassages beschrijft Kramer, die een tijd in Barcelona woonde, hoe Rodrigo Torres, een Latijns-Amerikaanse schrijver, in Barcelona op zoek gaat naar een mysterieuze dichter genaamd Àngel Or. We beginnen in medias res met een spannende scène in een bibliotheek waar Àngel wordt opgepakt. Hij verdwijnt: ‘Onvermijdelijk kwam het moment dat de laarzen een hoofd en twee handen werden, een Spanjaard, een jonge jongen nog, ogen met wijd open pupillen (…) hij trok Àngel Or met een ruk achter de boekenkast vandaan.’

    De tegenstelling is duidelijk: het is niet zomaar een agent of lid van de Guardia Civil, het is een Spanjaard die een Catalaan, die kennelijk als separatist wordt aangemerkt, uit de boeken vandaan trekt. Niet met de beste bedoelingen, dat is duidelijk, maar dat het zo erg zou worden, weet de lezer op dat moment natuurlijk nog niet. Rodrigo Torres, die er het ene moment van overtuigd is ‘dat hij hem in zijn geheel zou kunnen terugkrijgen en op het andere moment slechts in delen, in fragmenten’, nemen ze niet mee.

    Schaduw

    Het boek bestaat in eerste instantie uit fragmenten omdat Rodrigo Torres als een soort detective op zoek gaat naar de handel en wandel van Àngel Or; het is geen whodunit maar een whowasit. Wie is die mysterieuze man, en waarom is hij opgepakt in de bibliotheek waar zelfs de boeken hem niet konden beschermen?

    Die informatie is inderdaad gefragmenteerd: er komen zelfs anonieme telefoontjes aan te pas die Rodrigo Torres vertellen dat Àngel Or misschien wel helemaal niet bestaat: ‘Naar wie ze op zoek waren (…)? Dat weet ik niet, misschien maar een schaduw, een aantal dauwdruppels die bloem vormen. Wat is het waar de Spaanse overheid werkelijk naar op zoek is? (…) Àngel Or [is] de schaduw van het Catalaanse volk, hij gaat waar wij zijn, hij is onze inspiratie (…) Het maakt ook niet zoveel uit of hij echt bestaat, wat denk je zelf?’

    Waanbeeld

    Op die manier lijkt Kramer duidelijk te maken hoe twee partijen in zo’n onafhankelijkheidstrijd als die in Spanje in de wedstrijd zitten. Voor de ene partij is de onafhankelijkheid een ideaal, een inspiratiebron. Maar hoe weet je hoe het is om onafhankelijk te zijn als er in je leven altijd maar één Spanje is geweest? Toch is voor de Spaanse overheid de onafhankelijkheid evenmin concreet. Men weet dat iets bestreden moet worden maar wat precies is eigenlijk ook niet helemaal helder. Ze kiezen gewoon iemand uit om te arresteren om maar met wat concreets te komen. Een zondebok, die in dit geval luistert naar de naam Àngel Or.
    De Catalaanse onafhankelijkheid is in wezen voor alle partijen geheimzinnig; niemand weet hoe die er daadwerkelijk uit zou (moeten) zien. Ook de recent gerehabiliteerde Carles Puigdemont niet, vermoedelijk.

    Naarmate het boek vordert weet je als lezer nooit echt waar je aan toe bent: wie is die Àngel nu precies? En waarom brandt er eigenlijk een kaars zonder op te gaan in Rodrigo’s appartement? Waarom interesseert Rodrigo zich zo voor hem? De vragen dringen zich al lezend op. Daarop geeft Kramer lang geen duidelijk antwoord, tot vlak voor het einde, wat alle voorgaande bladzijden meteen in een ander, dreigender licht zet. Een beetje zoals de macht van de Spaanse, per definitie sterkere, overheid altijd dreigend boven Catalonië hangt wellicht? Al met al is dit boek daarmee een knappe prestatie: het is een prikkelende mengeling van een detective met een politieke geëngageerdheid, die de lezer verbouwereerd achterlaat.

     

     

  • Morbide schoonheid

    Morbide schoonheid

    Mijn mannen is een literaire interpretatie van een gruwelijk, waargebeurd verhaal. De
    Noorse schrijfster Victoria Kielland, een van de meest originele stemmen van haar generatie volgens uitgeverij Oevers, verplaatst zich in de psyche van Brynhild, oftewel Belle Gunness. Ze was een Noors dienstmeisje uit de tweede helft van de negentiende eeuw en begin vorige eeuw dat naar Amerika emigreerde en bekend werd als de eerste vrouwelijke seriemoordenaar.

    De jonge Brynhild heeft seks met de zoon van haar werkgever. Het is pure verkrachting, maar zij ervaart dit als het hoogste genot en echte liefde. Haar begeerte wordt aangewakkerd en verdwijnt ook nooit meer. ‘Brynhild had zich razendsnel uitgekleed, 17 jaar zo heerlijk en zo zacht, zo klaar voor deze wereld, ze was er al klaar voor geweest vanaf het moment dat ze hem zag, toen ze schrijlings op hem was gaan zitten: ”Ik weet dat je me wil.”’

    Seksverslaving in metaforen verpakt

    Brynhild is gevoelig, ze snakt naar aanraking en nabijheid en verlangt hevig naar seks, wat voelt als de nabijheid van God, of ze voelt zichzelf als God. Haar genotsgevoelens worden in een stream of consciousness uitgestald in beeldende, fysieke taal. ‘Zijn oneindig warme lijf. Iedere nacht werd ze met haar hoofd in het kussen gedrukt. Haar mond stond open tot het overstroomde en ze moest slikken. Spiertrekkingen joegen door haar heen als nachtzwarte bevingen door de ruimte.’ Haar liefde voor de man die haar verkracht en misbruikt en uiteindelijk een geestelijke afgrond induwt gaat ver. Als hij haar zowel lichamelijk als geestelijk diep kwetst, gloren de eerste wraakgevoelens in haar onderbewustzijn. Wanneer ze haar leven in Noorwegen niet meer overziet emigreert ze naar Noord-Amerika, waar haar zuster woont met man en kinderen. In Amerika laat ze zich eerst Bella en later Belle noemen.

    Er komen prachtige beelden met veel oog voor detail voor in dit boek, zoals: ‘… langs de horizon stond een zwak briesje, het licht gleed als een zwaar ooglid over de rand.’ Of ‘… ze hoorde geen enkel geluid, ze zag alleen het uitgestrekte, stille wateroppervlak in de verte. Het was mooier dan vroeger, dat stond vast, en ’s avonds kwamen de waterlelies tevoorschijn schommelend op het kabbelende water, ze dwaalden als stralende lantaarntjes door de avondschemer, gleden haar kant op, …’ De zinnen bevatten veel bijzinnen, er is veel herhaling, wat enerzijds zorgt voor een sterk ritme maar soms stoort, zoals haar namen Brynhild en Bella die in vrijwel iedere zin worden herhaald. Of haar diepe gelovigheid, verwijzingen naar God en haar zware innerlijke gevoelens maken het verhaal soms haast pathetisch.

    Bella

    ‘Brynhild was Bella geworden, ze was nu een andere persoon, maar alles wat haar gegeven was, kon haar ook weer worden afgenomen, en de romantiek en het mooie licht boven Lake Michigan waren verschrikkelijk, ze moest er bijna van kotsen. […] Dus hoe de lucht hing, roze boven het water, Michigan bespotte haar met zijn kleine stekende insectengeluiden. De dingen in de buitenwereld vonden geen enkele weerklank in haar, niet in haar lichaam niet in haar hersens en al helemaal niet in haar hart.’

    Via haar zus Nellie krijgt ze een baantje bij een naaiatelier en ze heeft de zorg voor Nellies kinderen, wat ze tamelijk achteloos doet. Ze probeert contact met ze te maken, wat vaker niet dan wel lukt. Ze laat dochtertje Olga alle bloemen uit de tuin plukken tot een groot boeket voor Nellie. Bella ziet het als een gebaar van liefde, maar Nellie begrijpt het niet, zij ziet alleen haar vertrapte tuin. Bella sluit steeds minder aan op haar omgeving, ze spreekt de taal niet, ze is eenzaam, voelt afstand en afwijzing en verdrinkt in haar liefde voor God. En zoals het citaat van Simone Weil aan het begin van het boek zegt: ‘De liefde streeft naar steeds verder. Maar er bestaat een grens. Wanneer die grens overschreden is, verandert liefde in haat. Om deze omkering te vermijden, moet de liefde anders worden.’

    Beter leven

    Dan komt Mad Sørensen in haar leven, ze trouwen en gaan naar Austin, Illinois. Hun huis brandt af en van het verzekeringsgeld kopen ze elders een nieuw huis. Ze willen een goed en Goddelijk leven leiden en besluiten kinderen te adopteren. ‘Dus Mads en Bella hadden hun armen geopend, ze ontvingen het en tilde het in het licht en kusten het, het pasgeborene dat huid en haar had en dat nog maar het begin van alles was, ouderloze kindjes die niemand wilde hebben. Dat was Gods glorie.’ Maar Mads gaat dood en Bella staat er weer alleen voor. Dat zijn dood niet natuurlijk was lezen we tussen de regels door en zo wordt de beklemming over wat komen gaat sterk opgebouwd en uiteindelijk bewaard voor de laatste paar bladzijden.

    Bella ruilt haar huis in Illinois met een boerderij in La Porte en vertrekt met de kinderen om daar een varkensboerderij te beginnen, met hulp van knecht Ray Lamphere. In 1893 gaat ze naar de wereldtentoonstelling in Chicago waar ze de getrouwde Noor Peder Gunness ontmoet. ‘Bella’s hart opende zich, beschadigd en eenzaam, in vrije val.’ Ze lijkt weer gelukkig, ze trouwen, ze laat zich voortaan Belle noemen en ze krijgt zelfs een zoon met hem. ‘Peder zag het bloedige landschap dat zich over haar polsen uitstrekte, de dunne blauwe riviertjes, haar gezicht sprak boekdelen, alles wat er door haar heen sloeg, in grote, zware golven.[…] Peder dreef het verlangen tot het uiterste en toen hij tenslotte bij haar kinderlijke mondje kwam wilde hij zich alleen nog maar in haar verdrinken, haar met zich meetrekken, haar zien loslaten, slikken en in de duisternis wegzakken.’ En ook Peder vindt de dood.

    Huwelijkskandidaten

    Weer alleen grijpt de eenzaamheid haar aan en begint ze iets duisters met de knecht. Vervolgens zet ze advertenties waarin ze op zoek gaat naar een huwelijkskandidaat die mede haar hypotheek wil aflossen. Er komen talloze argeloze mannen op af met medeneming van geld, paarden, bontmantels en horloges. ‘Belle sloeg haar handen voor haar gezicht, er schuurde weer iets helemaal open, een goudkleurig, glinsterend vlies, ze voelde het diep in haar ziel, het gretige grommen in haar borst.’ De ene na de andere man vindt de dood. Uiteindelijk brandt ook deze boerderij af en wordt er een opzienbarende vondst op het erf gedaan. Van Belle ontbreekt ieder spoor.

    Belle’s gevoeligheid, eenzaamheid, onvermogen, sociopathisch gedrag en niet aangesloten zijn op haar omgeving wordt pijnlijk goed beschreven vanuit haar perspectief. Dat we de andere personages alleen vanuit Belle’s perceptie zien, is als totaalbeeld wat kaal en eenzijdig en roept vragen op. Het zou bijvoorbeeld interessant zijn om te zien hoe de andere personages haar zien. Toch is Mijn mannen dankzij Kiellands taal een literair juweeltje.

     

     

  • Oogst week 16 – 2024

    Ochtend en avond

    Bij uitgeverij Oevers is onlangs in een nieuwe vertaling weer een boek verschenen van Jon Fosse (1959), de Nobelprijswinnaar uit 2023. Fosse is auteur van uiteenlopende genres, hij heeft romans, toneelstukken, gedichten, kinderboeken, verhalen en essays geschreven en wordt geprezen om zijn bijzondere stijl. Marjet Maks schrijft daarover in haar recensie over Melancholie II: ‘Door zijn simpele en herhalende zinnen kruipt de taal van Fosse je onder de huid.’
    Sommige lezers zullen even moeten wennen aan het repeterende taalgebruik van lange, meanderende zinnen. Anderen zullen meteen verkocht zijn.

    Marianne Molenaar heeft inmiddels veel van het werk van Fosse vertaald. Ochtend en avond dat in 2000 in Noorwegen voor het eerst verscheen, vertaalde zij al eens in 2005. Voor deze nieuwe uitgave heeft zij haar toenmalige vertaling geheel herzien. Molenaar is een veelgevraagde vertaalster van o.a. het werk van Knut Hamsun, Per Petterson en Karl Ove Knausgård.

    In Ochtend en avond wordt een weduwnaar wakker en voelt dat de wereld anders is geworden. Hij kan er de vinger niet echt op leggen, dus staat na enige aarzeling toch maar op en gaat zoals elke morgen naar de haven. Daar ontmoet hij zijn beste vriend Peter die al een tijdje dood is. Zij varen samen uit. Als hij vervolgens ook zijn vrouw bij terugkomst in de haven op hem ziet staan wachten, maakt hem dat heel gelukkig.

    Ochtend en avond is een kleine troostrijke novelle die uitnodigt om nader kennis te maken met het werk van Fosse.

    Ochtend en avond
    Auteur: Jon Fosse
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    Spullen brengen

    Zo’n driekwart jaar geleden, in juli 2023, verscheen er op de website van de NOS een bericht met als titel “Schrijvers helpen leger Oekraïne: ‘Poetin versla je niet met zang en dans”’.
    Het was een bericht over een initiatief van een aantal vrienden om hulpgoederen (o.a. auto’s, helmen, kogelwerende vesten en medische spullen) te verzamelen voor Oekraïne met de bedoeling ze vervolgens ook ter plekke af te leveren. Een aantal van die vrienden zijn de schrijvers Jaap Scholten, Jelle Brandt Corstius en Tommy Wieringa.

    Jelle Brandt Corstius maakte in die tijd al een tijdje de podcast over de oorlog in Oekraïne Voordat de bom valt, waarin hij beoogde ‘perspectief en context te geven bij deze oorlog’. (De laatste aflevering van deze podcast was op 19 maart 2024.)

    Toen hij gebeld werd door Jaap Scholten om hulpmateriaal naar Oekraïne te rijden was hij daarvoor dan ook zeer gemotiveerd. Zijn ervaringen schreef hij op en zijn nu verschenen in het boek Spullen brengen.

    Jelle Brandt Corstius (1978) kent Rusland goed, en was van dat land gaan houden. Hij heeft er jarenlang gewoond en gewerkt, als correspondent voor Trouw. Hij stond op het punt om naar Rusland af te reizen toen dat land Oekraïne binnenviel. Zijn liefde voor Rusland heeft enorme schade opgelopen uiteraard. Op dit moment is hij bezig met een zesdelige serie over Oekraïne voor de VPRO.

    Spullen brengen
    Auteur: Jelle Brandt Corstius
    Uitgeverij: Uitgeverij Das Mag

    Twintig keer Dee

    Met je debuut meteen de prijs voor het Beste Boek voor Jongeren winnen. Dat overkwam tot zijn eigen verbazing Oliver Reps in 2019 met zijn boek De dag die nooit komt waarover de vakjury schreef: ‘Je komt als lezer heel dichtbij, het verhaal heeft de kracht om intiem en klein te blijven, terwijl er ook vreselijk veel gebeurt.’

    Onlangs is Reps’ tweede boek verschenen, Twintig keer Dee. Daarin gaat het over een student die in een opwelling naar Berlijn reist, naar zijn vriendin. Wat hem daar te wachten staat weet hij niet, maar spannend vindt hij het wel.

    De jongen neemt het zekere voor het onzekere als hij vertrekt:
    ‘[…]
    Zachtjes trek ik de deur achter me dicht
    Neem twee trams eerder dan strikt noodzakelijk
    Misschien wel drie
    Uit voorzorg
    Want je weet maar nooit
    […]’

    Zo gaat het verder, in korte afgemeten zinnen met feiten en overdenkingen. Reps heeft het geschreven, als verse novel, als versroman.

    De jongen is op tijd:

    ‘[…]
    Ben hier veel te vroeg
    Amsterdam Centraal
    Struin maar wat rond
    Langs winkeltjes
    Koffietentjes
    Om de tijd te doden
    Mijn rugzak over mijn schouder
    Koffertje in mijn hand
    Nippend van mijn latte
    En word zowat omvergelopen
    Door de meute
    Omdat ik niet meebeweeg
    Met de stroom
    […]’

    Oliver Reps is kinderboekhandelaar. Twintig keer Dee is geschreven voor volwassenen, maar is ook geschikt voor jong volwassenen. In het boek zijn prachtige foto’s van Anne Reinke opgenomen.

    Twintig keer Dee
    Auteur: Oliver Reps
    Uitgeverij: Uitgeverij De Harmonie
  • Springend door een spiralende tijd

    Springend door een spiralende tijd

    De Deense schrijfster Solvej Balle (1962) werkt aan een zevendelige roman onder de titel Over de berekening van ruimte. Het eerste deel is recent in Nederlandse vertaling verschenen en doet sterk denken aan de iconische film Groundhog Day.
    Tara Selter zit vast in 18 november en is zich daarvan bewust, terwijl haar man Thomas Selter aan elke 18 november begint zonder zich de vorige te herinneren. Hij weet niet beter dan dat zijn vrouw op de 17e naar Parijs is gegaan om inkopen te doen voor hun handel in antiquarische boeken en dat ze op de 19e terug zal komen. In hun huis in het Noord-Franse Clairon-sous-Bois beweegt hij zich door de dag van 18 november. Hij ontbijt, gaat naar het toilet, pakt wat boeken in die hij naar het postkantoor brengt, laat zich nat regenen, trekt droge kleren aan, leest in Lucid Investigations van Jocelyn Miron en gaat naar bed.

    Zij is op de dag die de 19e had moeten worden in de 18e blijven steken en beleeft haar Parijse dag opnieuw. Weer ziet ze een stukje brood in de ontbijtzaal van haar hotel op de grond vallen, de krant is dezelfde als de dag daarvoor en als ze haar man belt, blijkt dat hij alles wat ze hem de vorige avond telefonisch had verteld, niet meer weet. Maar niet alles begint van voor af aan. Een brandwond die ze op de eerste 18e november opliep, is niet weggegaan en pas op haar honderdeenentwintigste 18 november is de wond overgegaan in een litteken. Haar lijf en leden worden dus ‘gewoon’ ouder, maar haar leven blijft zich herhalen in dezelfde 18 november.

    Ontsnappen aan de tijdlus

    Omdat Thomas haar in Parijs denkt, kan zij zich onopgemerkt in de logeerkamer van hun huis ophouden waar ze haar man uitsluitend beleeft in de geluiden die hij in het huis maakt. Dat heeft ze echter niet steeds gedaan. In het begin maakt ze hem deelgenoot van het vreemde lot dat haar heeft getroffen en ze kan hem ervan overtuigen dat ze de waarheid spreekt door dingen te voorspellen die op de 18e gebeuren. Dat moet ze steeds opnieuw doen, voor hem begint elke 18e november blanco. Samen starten ze ondanks deze handicap hun eigen ‘lucid investigations’. Als detectives hangen ze de woonkamer vol met aanwijzingen, tijdstippen, gebeurtenissen en proberen ze de samenhang te doorgronden, zodat ze aan hun eindeloze tijdlus kunnen ontsnappen.

    Als Tara daar na zesenzeventig dagen mee ophoudt omdat het niets uithaalt, verwijdert ze alle sporen van hun speurtocht en van haar aanwezigheid in huis. Thomas begint opnieuw monter aan zijn dag en zij trekt zich terug in de logeerkamer, waar ze voor zichzelf aantekeningen begint te maken. Die aantekeningen vormen het boek dat we lezen, fragmentarische overwegingen, afwisselend in de verleden en tegenwoordige tijd geschreven. Geen dialogen, slechts vormgegeven door de nummering van de zoveelste 18 november, in het begin chronologisch, daarna springend door een spiralende tijd.

    Vol symbolen en verwijzingen

    Dit boek is net zo fascinerend als Groundhog Day, waarin weerman Phil Connors eveneens steeds dezelfde dag beleeft. Hij is zich daarvan bewust, zoals Tara Selter weet dat ze 18 november telkens over moet doen. Als Phil begrijpt dat hij kan doen en laten wat hij wil omdat hij elke dag opnieuw begint, vergrijpt hij zich aan vrouwen, misdraagt hij zich tegen oude bekenden, pleegt hij bankovervallen, maar verkeert hij na duizenden herhalingen in depressies en merkt hij dat zelfs zelfmoord niets oplost. Uiteindelijk rest hem niets anders dan zich aan de herhaling over te geven. Als hij het niet meer verwacht en vrede heeft met zichzelf en de wereld, springt de wekker toch nog naar 3 februari en ontsnapt hij aan het eindeloze wiel van herhaling. Hij bereikt een vorm van verlichting.

    Het hoofdpersonage van Solvej Balle misdraagt zich, althans in dit eerste deel, niet of nauwelijks. Ze voelt zich al schuldig als ze Thomas stiekem achtervolgt op zijn wandeling door het bos of als ze hem door het raam observeert als hij in het postkantoor met de baliemedewerkster spreekt. Ondanks de verschillen, heeft het boek overeenkomsten met de film. Zo barst het net als bij Groundhog Day van de symbolen en verwijzingen in het boek. In die zin is Over de berekening van ruimte I óók voor de lezer een ‘lucid investigation’. Ondertitel van het door Thomas eindeloos gelezen boek luidt bijvoorbeeld ‘Rises and Falls of Enlightenment Projects’. En als Tara de nachtelijke hemel bestudeert, kijkt ze naar Castor en Pollux – het sterrenbeeld Tweelingen, waarvan volgens de mythologie soms de een en dan de ander onsterfelijk is.

    Grote roman

    Wie een grote roman wil schrijven, moet een groot thema kiezen. Auteurs als Nabokov (Lolita), Melville (Moby Dick) en Tolstoj (Oorlog en Vrede) begrepen dat. Ook Solvej Balle heeft een groot thema aangeboord, het aftappen daarvan leidt net als bij Proust (Op zoek naar de verloren tijd) of A.F.Th. van der Heijden (De tandeloze tijd) tot een meerdelige roman over tijdsbeleving.  

    Dit eerste deel is vertaald door Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders, door uitgeverij Oevers op de cover gezet. Het tweede deel verschijnt deze maand en in april 2024 verschijnt deel drie. Deze eerste drie delen zijn door de Noordse Raad bekroond met de Literatuurprijs 2022.

     

     

  • Oogst week 40 – 2023

    De nachtzijde van de rivier

    De Britse schrijfster Jeanette Winterson (1959) publiceerde in 1985 Oranges are not the only fruit, een autobiografische roman over een lesbisch meisje dat opgroeit in een streng christelijk milieu. Ze verwierf er internationale bekendheid mee en van het boek werd ook een tv-serie gemaakt. Winterson studeerde Engels en begon aan een schrijverscarrière met verhalen, kinderboeken en essays. Ideeën uit de natuurwetenschap, tijd en ruimte, metafysica, fictie versus werkelijkheid en genderidentiteit zijn de kwesties waarover zij zich buigt. Haar eerste jeugdroman De tijdhoeder (2005) is een science-fictionverhaal en de roman Frankusstein, om er maar een te noemen, handelt onder meer over kunstmatige intelligentie en robotica.

    De nachtzijde van de rivier bestaat uit huiveringwekkende korte verhalen over verleiding, angst en wraak, liefde en verdriet. Van de geesten en de doden wel te verstaan en tegen de achtergrond van onze digitale wereld. We staan voortdurend met elkaar in contact. We weten alles over anderen en over de ontwikkelingen in de wereld. Wat we niet kennen is de wereld van de geesten, de verhalen van de doden. Winterson op haar website: ‘Ik geloofde nooit in geesten, totdat ik met ze samen begon te leven.’ Wintersons geesten hebben nieuwe manieren gevonden om ons te bereiken, verstoren met technologie de grens tussen leven en dood en regelen ontmoetingen met het bovennatuurlijke.

    De nachtzijde van de rivier
    Auteur: Jeanette Winterson
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim 2023

    Tenminste voor een bepaalde tijd

    Met het schrijven van Tenminste voor een bepaalde tijd komt de ik-verteller een onuitgesproken belofte aan Frida na. Het is 1974. Frida is de tiener die zwanger is en, zo komt de ik te weten van haar broer Nico met wie hij vriendschap heeft aangeknoopt, daarom door haar ouders van school wordt gehouden. De vijftienjarige ik is hopeloos verliefd op haar. ‘Want door Frida trad het leven – en zeker ook mijn leven – voor even uit zijn verstikkende begrenzing.’

    Hij is in de ban van zijn verliefdheid, maar ook van het verdriet om zijn zus die door een verkeersongeluk om het leven is gekomen. Al die heftige gevoelens kwellen hem voortdurend. Om daaraan en aan de droevige sfeer thuis te ontsnappen zoekt hij een baantje. De boekwinkel waarin hij gaat werken wordt zijn houvast, evenals het voor een klant bijhouden van een archief van mysterieuze verdwijningen. In het boek is het overlijden van de zus van de auteur een autobiografisch gegeven.

    Het verhaal speelt zich af in Zutphen, waar ook Heesens debuutroman Een naderend begin van iets nieuws (2021) – met dezelfde ik-verteller maar dan een paar jaar ouder – en de verhalenbundel Naar Zutphen (2019) zijn gesitueerd.

    Tenminste voor een bepaalde tijd
    Auteur: Hans Heesen
    Uitgeverij: Uitgeverij IJzer 2023

    Over de berekening van ruimte I

    De Deense schrijfster Solvej Balle (1962) studeerde literatuur en filosofie. In 1984 verscheen haar eerste boek, de novelle Lyrefugl. Vele verhalen en gedichten verder brak ze in 1993 door met de roman Ifjølge Loven en er volgde internationaal erkenning. Voor haar fictie laat Balle zich inspireren door Kafka en Borges, liefde en existentiële eenzaamheid zijn haar thema’s.
    Voor de delen een t/m drie van Over de berekening van ruimte – een titel die in totaal zeven romans zal beslaan – ontving ze in 2022 de Literatuurprijs van de Noordse Raad.

    In deel 1 botsen twee tijdsbelevingen. Thomas, samen met zijn vrouw Tara handelend in 18e eeuwse boeken, wordt elke ochtend wakker op 18 november. Zijn geheugen is gewist, zijn geestelijke gevangenschap doet denken aan dementie. Voor Tara loopt de tijd gewoon door en iedere dag vertelt zij hem wat er is gebeurd. Alles wat Tara ziet en hoort schrijft ze op. In het begin van de roman is het voor de 121e keer 18 november. Tara wordt elke dag ouder en voor haar is het haast een obsessie om te proberen bij 19 november te komen, in een wereld waar de tijd normaal verstrijkt. Maar wat is normaal? Op het mysterie tijd hebben natuurkundigen, filosofen en geriaters nog altijd geen antwoord. Solvej Balle houdt de lezer vast met de vraag wat er in Thomas’ en Tara’s wereld aan de hand is.

     

    Over de berekening van ruimte I
    Auteur: Solvej Balle
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
  • Oogst week 27 – 2023

    Ideeën – Het boek Le Grand

    Welke passage over de liefde zou beroemder zijn: Korintiërs 1 vers 13 of ‘Es ist was es ist, sagt die Liebe’? De laatste zin komt van dichter Heinrich Heine, de geestelijk vader van onder andere Die Lorelei. Als vertegenwoordiger van de Romantiek vermengt hij in zijn oeuvre bittere ernst met zwartgallige humor, mislukking met triomf, liefde voor kunst met maatschappijkritiek. Hij waarschuwt zelfs voor regimes die boeken verbranden, want zulke regimes zullen hetzelfde met mensen doen. Dat hij tijdens het Derde Rijk logischerwijs zélf onder ‘entartete Kunst’ viel, heeft zijn status allerminst bezoedeld. Eén van zijn vroegste prozawerken uit 1827, Ideen – das Buch Le Grand, kent eindelijk een Nederlandse vertaling van Ria van Hengel. In dit boek toont Heine zich de humorist én criticus van wie Duitsland zo veel houdt.

    In Ideeën – het boek Le Grand vertelt Heine over zijn jeugd en eerste liefdes, zijn bewondering voor revolutionair Napoleon én een bijzondere trommelaar. Even beroemd als Oskar uit Die Blechtrommel van Günter Grass is deze monsieur Le Grand weliswaar niet, maar de drummende tamboer-majoor dicteert wel de cadans waarin Heine schrijft. Zo blijft de dichter Heine altijd aanwezig in de bij vlagen polemische, journalistieke teksten. Het verbaast overigens niet dat talloze schrijfsels van Heine postuum tot lied zijn omgetoverd. Uiteindelijk kiest de romanticus voor een leven (en levenseinde) in Parijs. De opmaat naar deze zelfgekozen emigratie klinkt al door in Ideeën – het boek Le Grand. Weggaan doet zeer, maar hoe zit dat met weten dat je ooit weg zult gaan?

    Ideeën - Het boek Le Grand
    Auteur: Heinrich Heine
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. van Oorschot

    Het volle leven

    De ultieme inspiratiebron van Charles Bukowski heet John Fante (1909 – 1983). Dat belooft wat. Deze zoon van een Italiaanse immigrant maakt in de jaren ’30 furore met de boeken Wait until spring, Bandini en Ask the Dust. Aangezien Fante uitwijkt van Colorado naar Los Angeles, wordt één aantrekkelijk scenario bewaarheid: hij mag filmscripts gaan schrijven. Maar waar zijn eerste twee romans zeer geschikt zijn voor het witte doek, zit dat anders met de biografische roman Het volle leven, origineel Full of Life (1952). Het blijkt een romcom, zonder dat er echt iets te lachen valt. Niettemin wordt het boek een gigantisch commercieel succes. Zonder gêne kiest Fante voor de Amerikaanse droom van financiële onafhankelijkheid: “My business in life is to save myself. (…) I shall not dirty my hands trying to save the masses.” Scoren dus.

    Deze lelijke waarheid, waarover Fante altijd eerlijk is geweest, verweeft hij in al zijn boeken. In het voorwoord van Het volle leven noemt Jaap Scholten John Fante de grootmeester van het verlangen. Inderdaad is verlangen de drijvende kracht achter de American Dream, waar Full of Life aan appelleert: nooit is het genoeg, altijd lonkt de belofte naar meer. Tegelijk laat Fantes carrière zien hoe gewoontjes en toevallig het leven van een schrijver in een stroomversnelling raakt. Pas als filmscenarist begint hij de successen te boeken die hem uit de armoede van zijn jeugd sleuren. Het volle leven is zo Amerikaans als wat: ene John krijgt vrouw en kind, maakt ruzie met zijn bemoeizuchtige Italiaanse ouders én worstelt zich omhoog in de arena van Los Angeles. Want net als nu, was het toen flink sappelen voor de broodschrijvers in Hollywood…

    Het volle leven
    Auteur: John Fante
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    De amuletten van de liefde en van de wapenen – een trilogie

    Kort na de Tweede Wereldoorlog verschijnen drie liefdesverhalen van Andreas Embirikos. Hij is Griekenlands beroemdste psychoanalyticus en surrealist. Argo of de Ballonvaart, Zemfyra of het Geheim van Pasiphaë en Beatrice of de Liefde van Buffalo Bill komen pas in 2012 als drieluik samen tot De amuletten van de liefde en van de wapenen. In deze trilogie verkent Embirikos de grens tussen lust en liefde en kiest hij voor een vrijzinnige ondertoon. Dit deed hij overigens al eerder in het erotische O Megas Anatolikos. Anders gezegd: niet voor niets kent het fenomeen ‘porneia’ zijn oorsprong in het oude Griekenland. Argo speelt zich af in Zuid-Amerika, Zemfyra in Parijs en Beatrice in de VS. De liefde komt voorbij in respectievelijk goede vs. slechte lust, relatietherapie en ware liefde.

    Vertaler Hero Hokwerda merkt op dat moderne Griekse literatuur allang niet meer hoofdzakelijk doordrenkt is met de mythologie uit de Klassieke Oudheid. Deze ontwikkeling dankt zij mede aan modernisten als Andreas Embirikos. Toch dringt de associatie met een zwaarwegende, eeuwenoude traditie zich op in De amuletten van de liefde en van de wapenen. Argo is de boot waarop Iason en de Argonauten koers zetten naar Het Gulden Vlies. Pasiphaë bevalt van de beroemde Minotaurus na gemeenschap met een witte stier. En Beatrice is de muze van niemand minder dan Dante Alighieri, de schrijver van De Goddelijke Komedie. Je zou haast denken dat er alleen over erotiek geschreven mag worden, zolang de grote namen een eervolle vermelding krijgen. Rode oortjes vallen niet op onder het schijnsel van een aureool.

     

    De amuletten van de liefde en van de wapenen - een trilogie
    Auteur: Andreas Embirikos
    Uitgeverij: Ta Grammata
  • Italiaanse vaders en zoons

    Italiaanse vaders en zoons

    Het eerste boek dat ik van John Fante las, was Wacht tot het voorjaar, Bandini, dat was in 1985 en begint zo: ‘Hij liep tegen de diepe sneeuw te schoppen. Alles stond hem tegen. Hij heette Svevo Bandini en hij woonde drie blokken verderop in de straat. Hij had het koud en er zaten gaten in zijn schoenen. Die ochtend had hij de gaten van binnen gedicht met stukken karton van een macaronidoos. De macaroni uit de doos was niet betaald. Daar had hij aan gedacht toen hij het karton in zijn schoenen legde.’ Een litanie over het leven van een Italiaanse metselaar uit een bergdorp in de Abruzzen, en zijn gezin in Colorado. Daar is veel sneeuw om tegen te schoppen, en als er sneeuw is, geen werk en veel dagen om in het café door te brengen, wachten op het voorjaar, tot er weer gebouwd kan worden. We volgen de metselaar en vader in de nacht door de sneeuw, op weg naar huis, waar we zijn zoon Arturo tegenkomen.

    ‘Vijfenzeventig kilo woog Svevo Bandini, en hij had een zoon, Arturo.’ Een bladzijde verder nadert hij het huis waarvan hij de hypotheek niet meer kan betalen. Hij denkt aan God, die hem in de steek liet, ‘Dio Cane, Dio cane’, God is een hond. Dan weer: ‘Hij had een zoon, Arturo, en Arturo was twaalf en had een slee.’ En verder gaat het, over de ontvangst van zijn vrouw Maria, ‘Haar naam was Maria Bandini, voorheen Maria Toscano.’ In al Fante’s boeken hebben zijn ouders een prominente rol, hun ‘Struggle for life’ is zijn ‘Struggle’. Zijn ritmische en energieke taal waarmee hij het leven van Italiaanse Amerikanen beschreef, werkt verslavend.

    Fante schreef vier boeken waarin zijn alter ego Arturo Bandini hoofdpersonage is. Hij schreef ze niet chronologisch. Nadat Wait Until Spring, Bandini en Ask the Dust in de jaren tachtig een herdruk beleefden omdat Charles Bukowski ermee wegliep, verscheen het derde deel, Dreams from Bunker Hill dat Fante dicteerde aan zijn vrouw. Zelf was hij door suikerziekte blind geworden en, nadat eerst zijn tenen, toen zijn voeten, zijn benen werden geamputeerd, was hij tot niets meer in staat. Zijn zoon, schrijver Dan Fante, publiceerde in 1998 de roman Klein geld, waarin hij zijn vader na jaren van verwijdering in het ziekenhuis opzoekt. De fictieve zoon Bruno, ging kamer 334 binnen. ‘De kamer van Jonathan Dante. (…) Mijn ogen kregen een blinde tors zonder benen te zien’. Hij zei tegen de man in coma, ‘Ik hou van jou’, in de hoop dat hij gaan zou. Daar kom ik behoorlijk dicht bij Arturo Bandini, bij John Fante, als hij op sterven ligt.

    Postuum verscheen The Road to Los Angeles, het eigenlijke tweede deel van de Bandini saga, geschreven in de jaren dertig maar nooit gepubliceerd. Vorige week verscheen Het volle leven, met een voorwoord van Jaap Scholten die ooit in Fante zijn leermeester vond. Het zou als het vijfde boek uit de Bandini sage gelezen kunnen worden, zij het niet dat toen geadviseerd werd de naam van Arturo Bandini in John Fante te veranderen, ‘om de aantrekkelijke non-fictiemarkt te bereiken’, weet Jaap Scholten. Fante schreef het nadat hij van zijn vrouw hoorde dat zij zwanger was van hun vierde kind. Hij was woedend, hij wilde niet nog een kind, en sloot zich op in zijn kamer waar hij Full of Live schreef. Het werd een boek over liefde voor zijn ouders, voor zijn vrouw. Uit woede komen de mooiste werken voort.

    In Het volle leven speelt zijn vader, opnieuw een grote rol. Hij komt bij zijn zoon logeren om diens houten keukenvloer, door termieten aangevreten, te vernieuwen. Hij haalt zijn vader, die met zijn moeder in Sacramento Valley van zijn pensioen geniet, van huis op. ‘Het was mijn eerste treinreis met papa en het bleek een nachtmerrie. Vanaf het moment dat we het station in gingen, waren er moeilijkheden. We hadden vijf stuks bagage: Papa’s gereedschapstas, zijn twee armoedige koffers, de met een touw dichtgebonden kartonnen doos vol gevulde weckflessen en mijn weekendtas. Die gereedschapstas alleen woog al vijfentwintig kilo, want die zat boordevol beitels, hamers en andere hompen staal die in zijn vak gebruikt werden.’  Zijn vader weigert een kruier in te schakelen, dat kost geld, ook al betaalt zijn zoon, hij wil het niet. Dit boek levert, evenals de Bandini boeken, heftige, hilarische en ontroerende scenes op waarin enige balans in het leven nooit bereikt lijkt te worden. John Fante was een ongelooflijk goed schrijver. Deze vertaling een cadeau voor de Fante liefhebber.

     

     

    Het volle leven / John Fante / vertaling Dirk-Jan Arensman / voorwoord Jaap Scholten/ 212 blz. / Uitgeverij Oevers


    Inge Meijer is een pseudoniem, leeft op bij een goed verhaal.

  • Tussen onschuld, misbruik en opportunisme

    Tussen onschuld, misbruik en opportunisme

    De man van het licht is een duister sprookje verteld in een opvallend bloemrijke taal. Dat wordt al in de openingszin duidelijk: ‘Buiten adem belde Jelena aan bij de toekomst, ze kon maar net bij de bel.’ Fraaie openingszin, in een debuut dat grossiert in mooie formuleringen, met name als het verhaal op stoom is gekomen.

    De man als moderne heks

    Hoofdpersoon is Jelena, een ogenschijnlijk onschuldig meisje, opgegroeid in een instelling en bij weinig liefdevolle gastgezinnen, maar met een grote ambitie iets van haar leven te maken: schrijver worden. Daarvoor meldt ze zich bij een oude professor, die we inderdaad alleen als professor leren kennen. De professor is zojuist gescheiden, is verre van lichamelijk aantrekkelijk (‘zijn buik was een kolossale pudding’) en ziet in Jelena niet alleen een talentvolle schrijfster in de dop, maar ook een liefdesgezel om zijn oude dag kleur te geven. Met alle middelen die hij tot zijn beschikking heeft, variërend van lieve woorden, dreigementen tot theatrale uitbarstingen, weet hij haar in zijn web te vangen. Zo lijkt De man van het licht bij eerste lezing vooral een Me-Too-achtig sprookje te zijn, met een slechte oude man als moderne heks, en een meisje dat, als in zovele sprookjes, een leven leidt in armoede en eenzaamheid en in het aanbod van de oude man een weg ziet om uit een kleurloos bestaan te kunnen ontsnappen. Toch vertelt Katrien Scheir (1978) in haar debuut uit 2021 ook een ander verhaal, dat minstens zo actueel is als we het hedendaagse debat volgen over klassenmigratie en het aantal vinkjes dat iemand heeft. Kun je je afkomst achter je laten en kun je van een dubbeltje een kwartje worden? Lees je met die bril, dan is De man van het licht niet alleen een sprookje, maar past het verhaal ook in de lange traditie van de realistische roman.

    Bevoorrechte klasse

    Hoofdpersoon is Jelena dus, ze leeft van de bijstand, klust wat bij in een café, en woont in een mansarde (zolderkamer), waar ze zo nu en dan haar vriendje Hans ontvangt. Deze jongen, met zwart haar en een kek staartje, houdt nauwgezet de uitgaven bij die hij spendeert aan zijn vriendin. Als de relatie strandt, wordt de rekening prompt gepresenteerd. De scène is een prelude op de rekening die Jelena uiteindelijk door haar levenskeuzes gepresenteerd krijgt. Naast Hans heeft zij nog twee vriendinnen, Hanna die linguïstiek studeert en Evi die een theateropleiding volgt. Net als Hans, komen de twee vriendinnen uit een andere, meer bevoorrechte klasse. Als Hanna en Evi Jelena de vraag stellen wat ze gaat studeren, volgt de volgende veelzeggende passage:
    “‘Eerst een job regelen,” zei ze na een poos.
    “Normaal studeer je eerst en dan regel je een job,” lachten ze.’

    Het is zelfs ingewikkelder, omdat Jelena een bijstandsuitkering heeft mag ze niet studeren. ‘Het was kennelijk niet de bedoeling dat instellingskinderen zich ontwikkelden.’ Daarom belt Jelena aan bij de professor, de grote man van het Nationaal Theater, in wie zij een mentor zoekt en die op zijn beurt en tot haar verrassing, haar schrijverstalent ondersteunt. Niet veel later trekt ze bij hem in, samen met haar zusje Nika. Dan begint de ellende pas goed. Ze heeft een eigen kamer, maar hoort in de belendende kamer, afgeschermd door haar keukenkast, de professor vaak genoeg moeizaam ademen, hij heeft, zo verwacht ze, niet lang meer te leven (‘Hij was al zo oud dat zijn adressenboekje een dodenakker moest zijn.’). Onder al dat benauwde ademen vraagt hij haar telkens bij hem in bed te komen. Of ze niet zijn dochter kon worden? De professor heeft andere plannen, een verloving, een huwelijk. Wat ze hem, zo nu en dan kan geven en met veel moeite, zijn seksuele handelingen, steeds meer seksuele handelingen, uiteindelijk ontaardend in wat, hoe kort beschreven ook, een sadomasochistische relatie genoemd kan worden, waarbij onderwerping plaatsvindt in het schemergebied van dwang en vrije keuze.

    Rimpelloze carrières

    Ondertussen volgen we in tussendoorzinnen de rimpelloze carrières van Hanna en Evi. Vooral Evi maakt gemakkelijk carrière met veel gossip-achtige berichten in de krant: ‘Naast een busongeval en het weerbericht stond Evi. Een ster met een felle schijn (…). Evi lachte extatisch in de camera (…). Evi had een facelift gekregen en een kind.’ Jelena’s commentaar op haar vriendinnen wordt naarmate zijzelf steeds meer in een uitzichtloze situatie terechtkomt cynischer, zoals het ook haar vriendinnen naar haar toe steeds meer ontbreekt aan hartelijkheid.

    Natuurlijk loopt het helemaal mis tussen de professor en Jelena. Dan blijkt dat ze, ondanks haar jeugd en talent, de onderliggende partij blijft. Pijnlijk hoe sociale afkomst, het ontbreken van een eigen netwerk, daarvoor leunde ze teveel op die van de professor, er voor zorgen dat Jelena er helemaal alleen voor komt te staan. Alleen dankzij de hulp van de eenvoudige man van het licht, die haar als een schaduw volgt, wordt een totale ondergang voorkomen.

    Dunne lijn

    Met De man van het licht bewijst Katrien Scheir haar dubbeltalent. Naast haar beeldend werk, zo is de omslagtekening van haar hand, blijkt zij een schrijver die krachtige scènes schrijft in beeldende taal. De soms overmatig aanwezige ‘als’-vergelijkingen (op de eerste twee bladzijdes zijn er zo’n vijf te tellen) zorgen voor een trage, wat moeizame start, maar naarmate het verhaal vordert, golven de zinnen ritmischer en verdwijnen de soms wat gezochte vergelijkingen. Je raakt meer betrokken in het verhaal: de zelfkwelling van Jelena, haar schuldgevoelens, onschuld en opportunisme tegelijk, én wensdromen zijn invoelbaar, zelfs haar keuze om haar leven aan de oude professor te geven. Uiteindelijk zijn de drijfveren van de professor op zijn beurt ook invoelbaar. Wat doe je als je eenzaam bent, als je kinderen nauwelijks naar je omkijken, als er op zo’n moment iemand op je pad komt die mooi, talentvol en toegewijd is? Er is een dunne lijn, voor beide karakters, tussen gebruik maken en misbruik maken van een situatie. Lezers ontsnappen niet aan de vraag of er wellicht in hen tegelijk een Jelena én een oude professor schuilgaat.

     

  • Oogst week 27 – 2022

    Alles echt gebeurd

    ‘Echt gebeurd is geen excuus’, beweerde Gerard Reve ooit. Het is ook de Nederlandse titel van een verzameling anekdotes van Heinrich von Kleist die onlangs verscheen. Er wringt iets tussen fictie en waarheid: blijkbaar is er behoefte aangetoond te zien dat het onwaarschijnlijke tóch waar is (vergelijk ook de titel van het laatste boek van Frank Westerman, Te waar om mooi te zijn). Omgekeerd zijn we vaak nieuwsgierig naar verbanden tussen de roman van een schrijver met zijn eigen leven. Jeroen Brouwers moest niets hebben van dat neuzen naar autobiografische verwijzingen in zijn romans. Amper een maand na zijn dood is nu toch Alles echt gebeurd verschenen. Het is een verzameling teksten waarin Brouwers het heeft over zijn eigen leven, verhelderende teksten die ‘niettemin alle gelogen zijn’:
    ‘Ik ben steeds een buitenbeen geweest, mijns ondanks een outsider, steeds ‘anders’ dan mijn omgeving. Waar ik was, sprak men een andere taal dan de taal die ik sprak, in letterlijke en in figuurlijke zin. Hoe gangbaar mijn lichaam, mijn geest en mijn karakter ook zijn, ik pas op een of andere manier niet in het bestaan dat voorbestemd was het mijne te worden. Waar ik kom, wek ik agressie op omdat ik er niet bij hoor. Ben ik hier, hoor ik eigenlijk daar. Ben ik daar, heb ik heimwee naar hier. Steeds heimwee, maar ik weet niet meer waarnaar. Steeds zwerven, al kom ik al jaren nog nauwelijks mijn tuintje uit. Hoewel in volle vrijheid, voel ik mij gevangen. Hoewel in het genot van alles wat het hartje begeert, toch met zo goed als niks tevreden of blij. Wil ik deelnemen aan ‘de revolutie’, ‘de revolutie’ is net voorbij. Zo is mijn leven’

    Alles echt gebeurd
    Auteur: Jeroen Brouwers
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Je krijgt van mij een wit paard cadeau

    Amalia de Tena werd geboren in Mérida, studeerde Spaanse taal en letterkunde in Barcelona, maar woont al lang in Nederland. Op haar 64ste komt ze met haar debuutroman:  Je krijgt van mij een wit paard cadeau voert de lezer naar haar geboorteland onder Franco.
    Ze kwam tot schrijven omdat ze maandenlang niet kon praten ten tijde van een behandeling wegens stembandkanker. Ze keerde op papier terug naar het meisje van acht dat ze eens was. In de roman is dat Ana, het zusje van María del Mar. Hun vader is bezeten van geld. Eens zal hij volgens hem de hoofdprijs winnen in de loterij: ‘Papa, María del Mar en ik zijn er dus zeker van dat wij dit jaar de hoofdprijs gaan winnen.
    Nadat hij de borden had weggeruimd, vroeg papa mij fluisterend wat ik als cadeau wilde krijgen. Dat had ik al lang geleden bedacht.
    ‘Ik wil een wit paard’, zei ik.
    ‘María del Mar heeft ook een wit paard gevraagd’, zei hij.
    We spraken af dat papa haar zou overhalen om een zwart paard te kiezen, zoals Furia van televisie. Dat van mij zou Terry heten, net als het paard dat in de bioscoop reclame maakte voor cognac’.
    Later, wanneer Ana volwassen is en haar familie financieel ten gronde is gegaan, zal ze de geschiedenis van haar vader moeten herschrijven.

    Je krijgt van mij een wit paard cadeau
    Auteur: Amalia de Tena
    Uitgeverij: Ambo/Anthos

    De kwestie van de grilligheid van de verloren tijd

    Ook in De kwestie van de grilligheid van de verloren tijd van Rune Christiansen wordt de lezer meegenomen in de beschouwingen van een jonge vrouw, Norma, dertig jaar, over haar eigen leven en dat van haar (gescheiden) ouders. En ook hier een paard dat haar gedachtestroom op gang brengt. Terwijl Norma op haar vader staat te wachten ziet ze in de verte een wazige verschijning van een ruiter op een paard. Wie is die ruiter? Wat is de betekenis van dit beeld? Vragen die Norma zich stelt, gevoelig als zij is voor tekenen die wijzen op geheimen.
    Opvallend is dat het de derde roman is van deze Noorse schrijver, een man, waarin hij zich verplaatst in het hoofd van een vrouw. In De eenzaamheid in het leven van Lydia Erneman was dat een vrouwelijke dierenarts en in Fanny en het mysterie in het treurende bos een dromerige pubervrouw.

    De kwestie van de grilligheid van de verloren tijd
    Auteur: Rune Christiansen
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
  • Oogst week 18 – 2022

    K.L. Reich

    Niets ten nadele van de ontwerper van het omslag, maar het wekt afkeer op. Dat komt omdat er gebruik is gemaakt van het beeldmerk dat op tal van zaken stond die afkomstig waren uit het nazikamp Mauthausen. De letters K.L. Reich staan voor Konzentrationslager Reich. Voor de auteur van K.L. Reich, de Catalaanse schrijver Joaquim Amat-Piniella (1913 – 1974) was het een afbeelding die hij dagelijks zag tijdens zijn gevangenschap in Mauthausen.

    In deze semi-autobiografische roman verhaalt Joaquim Amat-Piniella over zijn ervaringen als gevangene in bijna vijf jaar naziconcentratiekampen. Hij doet dat aan de hand van diverse personages, van wie een aantal gebaseerd is op zijn vrienden.

    Het alter ego van de schrijver overleeft door pornografische tekeningen te maken voor de SS. Door zijn ogen zien we hoe de kampen werken: het corrupte netwerk van de kapo’s, de statusverschillen onder de gevangenen, het uitroeiingssysteem van de nazi’s, de systematische ondervoeding.
    Ondanks deze mensonterende omstandigheden proberen de Spanjaarden in kamp Mauthausen zich te organiseren in een verzetsbeweging die als voornaamste doel heeft de gruwelen van het concentratiekamp te overleven en zich te wapenen tegen de ‘kampgeest’, het morele nulpunt van het naziconcentratiekampsysteem waarnaar de gevangenen voortdurend dreigen af te zakken.

    Voordat hij in juni 1940 door de Duitsers in Frankrijk gevangengenomen werd en naar Mauthausen werd gedeporteerd studeerde Joaquim Amat-Piniella rechten. Die studie brak hij bij het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog af om in dienst te treden van het leger van de Republiek. Hij vocht aan diverse fronten en stak aan het einde van de burgeroorlog met een heleboel andere Spanjaarden de Franse grens over. Met zijn arrestatie tot gevolg.

     

    K.L. Reich
    Auteur: Joaquim Amat-Piniella
    Uitgeverij: Uitgeverij Nobelman

    Honger

    Deze maand verscheen bij uitgeverij Oevers een nieuwe vertaling van de Noorse klassieker Honger van Nobelprijswinnaar Knut Hamsun. Honger staat op de lijst van de honderd belangrijkste boeken uit de wereldliteratuur. Dat is een lijst die in 2002 werd samengesteld op initiatief van de gezamenlijke Noorse boekenclubs op basis van de inzendingen van honderd schrijvers uit 54 landen. Het is overigens een wat gedateerde lijst, de meest recente boeken op die lijst komen uit 1995 (De stad der blinden van José Saramago) en 1985 (Liefde in tijden van cholera van Gabriel García Márquez).

    In deze autobiografische roman schrijft Hamsun over de bittere armoede, honger en wanhoop van een jonge schrijver die vanaf 1880 een aantal jaar in Kristiania (Oslo) woonde.
    Het is niet alleen de honger die de hoofdpersoon kwelt, maar ook de mentale pijn die hij ervaart bij zijn gevecht om een plaats in de maatschappij en in de liefde. Hamsun verwerkt in Honger zijn eigen ervaringen uit een aantal zeer koude winters.

    Honger verscheen in 1890. In Nederland verscheen het voor het eerst in 1905 in een vertaling door Jeanette Gorter-Keyser, daarna in 1976 in een vertaling door Cora Polet. Nu, in 2022 is een vertaling verschenen door Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders.

    Honger
    Auteur: Knut Hamsun
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    Wit op wit

    Op de website van uitgeverij Kievenaar is te lezen dat ze boeken uitgeven ‘van vreemde vogels van onvaste bodem, van dames- en herenschrijvers die eigen werelden hebben geschapen omdat die juist iets draaglijker zijn dan de al bestaande.’
    Dat belooft wat!

    Een van hun titels is het onlangs verschenen Wit op wit van de Turkse schrijfster Ayşegül Savaş. In 2020 verscheen van deze auteur Lopen op het plafond waarin een bijzondere vriendschap ontstaat tussen een jonge Turkse vrouw en een wat oudere Britse schrijver. Beiden zijn openhartig in de talrijke persoonlijke gesprekken die ze hebben.

    Ook in Wit op wit krijgen we een beeld van de hoofdpersonen door de gesprekken die zij samen voeren. Een jonge studente gaat in de grote stad wonen om er onderzoek te doen. Ze huurt een appartement bij Agnes die kunstschilder is en er vaak niet zou zijn. Dat pakt anders uit. Agnes is er heel vaak en beiden hebben uitvoerige gesprekken. Over haar achtergrond, haar familie, haar huwelijk en haar kunst. Het begint erop te lijken dat Agnes kwetsbaarder is dan ze zich voordoet en het wordt duidelijk dat stabiliteit in een leven heel betrekkelijk en teer is.

    Van is Ayşegül Savaş is eerder werk verschenen in The New Yorker, The Paris Review, Granta, The Guardian, The Dublin Review. Ze woont en werkt in Parijs. Momenteel werkt ze aan een bundel essays’s.

    Wit op wit
    Auteur: Ayşegül Savaş
    Uitgeverij: Uitgeverij Kievenaar
  • Heldere gedachten

    Heldere gedachten

    Het was een perfecte herfstochtend die ik, heldere gedachten in ‘t hoofd, doorbracht in mijn werkkamer toen de terreur der groenverzorgers inzette. Ik zag hoe beneden in de tuin de kat met drie poten de stam van de plataan omvatte, razendsnel naar boven klauwde, stilhield, oren plat op het kopje, om dan, in een zucht naar beneden te vallen. Die boom, de kat, het zachte licht, de perfecte landing in het gras, het gaf me een verrukkelijk ‘mij kan niets gebeuren’ gevoel. Toen knalde een hels kabaal los. Achter, voor, opzij van het huis ronkte en raasde het. Motorgebrul van heggensnoeiers, grasmaaiers, bladblazers. Ik sloot ramen en deuren om mijn gedachten te blijven horen. Maar die waren verdreven, weg, als een ijslolly die in de hete zon smelt, een plasje wordt op de grond.  

    Ik dacht aan Copsford, (wat een heerlijk boek, zinnig, kabbelend, als maak je een wandeling met de schrijver over de velden en wegen van Sussex), waar de schrijver ook met natuurbeknotters te maken kreeg, in 1920. Hij verzamelde kruiden, wist een plek waar het boerenwormkruid welig groeide. Ik liep met hem mee, maar helaas, iemand was hem voor geweest. ‘Nee, geen andere groene man, maar een wegwerker. Hij had de bermen gemaaid. Daar lag al mijn boerenwormkruid, zwart, droog en onbruikbaar na een week in de zon en de regen.’ Oh, dat onnodige ingrijpen, bedacht in een overleg ter ordening van natuur, opgeschoonde bermen. Ik voelde met deze jongeman mee.

    Walter J.C. Murray vluchtte als negentienjarige jongeman na een freelance carrière in de journalistiek in Londen, naar het platteland. Op zoek naar rust en innerlijke waarden. Hij trok in een vervallen huisje, vergeven van de ratten die ’s nacht zijn slaapkamer binnendringen. ‘Ik greep de kleine buks, en terwijl ik de hond luidkeels aanmoedigde en zelf een fandango danste op het bed, trok ik de trekker zo strak aan dat het wapen afging en een kogel zich dwars door het matras heen de vloer in boorde. De ratten raakten van slag, werden helemaal gek, wat zich uitte in een uitzinnige race van minstens tien rondes langs de blokkades, het dak en de vloeren. om uiteindelijk smadelijk hun nederlaag te erkennen en onder de grond te duiken.’ Waarna hij ging slapen.

    Er was geen stromend water, hij haalde het uit een poel verderop, bewaarde het in een kan. ‘Ik hoefde niemand een plezier te doen behalve mezelf. Als ik dagenlang op brood met boerenboter en koppen thee leefde, mopperde er niemand en werd er geen kostbaar water verspild aan de afwas.’ Ja, laten we elkaar minder plezieren, brood met boerenboter serveren. Murray werd een ‘groene man’. Bedacht een manier om kruiden te drogen, te verkopen. Van de opbrengst onderhield hij zichzelf, zijn hond.  Hij was er gelukkig, ‘toen geen angst of zorg me bezwaarde, toen me niets kwaads overkwam, toen ik met volle teugen van elk zorgeloos uur genoot,’ werd zijn blik zuiverder, zijn gedachten helderder. Heldere gedachten zoals ik ze zoek, die je op met inkt beschreven vellen te drogen legt. Murray wist honderd jaar geleden al dat we zuinig moeten zijn met onze grondstoffen. Hij schreef een pretentieloos boek, (waarvan er nu zoveel verschijnen) over terug naar de natuur. Dit is een van de besten die ik tot nu toe las.

     

     

    Copsford / Walter J.C Murray / vertaling Anne-Marie Vervelde / 253 p. / Uitgeverij Oevers


    Inge Meijer is een pseudoniem, valt voor een goed verhaal, een stijl, een woord (keukentafel, zolderkamer), een mening.

  • Oogst week nr 37 – 2021

    Het einde van het lied

    Het einde van het lied van Willem du Gardijn is een roman in drie liederen. In het eerste worden we meegenomen in het hoofd van Aimée wier partner, de docent klassieke talen Adriaan, haar huis na een ruzie heeft verlaten en naar Rome is vertrokken. Zij is vreemd gegaan en probeert de gevolgen te verwerken.

    In het tweede lied volgen we Adriaan die probeert exact te reconstrueren waar keizer Hadrianus is gestorven. Maar hoe kun je weten wat waarheid is? Hij neemt in het derde deel zijn toevlucht tot fictie en pakt de draad op waar Marguerite Yourcenar haar pen neerlegde toen ze haar Herinneringen van Hadrianus beëindigde. Hij schrijft er een vervolg op. ‘Een opmerkelijke tour de force over liefde, noodlot en aanvaarding’ noemt de uitgever deze derde roman van Du Gardijn. Op diens eigenwebsite valt de term ‘grote Italië-roman’

    Het einde van het lied
    Auteur: Willem du Gardijn
    Uitgeverij: Koppernik

    De gelukzalige jaren van tucht

    Fleur Jaeggy werd in 1940 geboren in Zürich, maar verhuisde naar Italië waar ze trouwde met Roberto Calasso, die op 28 juli van dit jaar overleed. Ze schrijft in het Italiaans. Uitgever Koppernik bracht in 2019 haar verhalenbundel Ik ben de broer van XX en de roman SS Proleterka uit en komt nu met de novelle De gelukzalige jaren van tucht, eerder in Nederland verschenen in 1990. Hij begint als de liefdesgeschiedenis van de 14-jarige Frédérique op een kostschool in Appenzell, ‘een Arcadië van ziekelijkheid’, waar de boosaardige Mevrouw Hofstetter, ‘haar glimlach verzonken in vet’, de scepter zwaait:

    ‘Een omgeving waar Robert Walser vaak had gewandeld toen hij in het gesticht verbleef, in Herisau, niet ver van ons internaat. Hij stierf in de sneeuw. Op foto’s zie je zijn voetsporen en zijn lichaam languit in de sneeuw. Wij kenden die schrijver niet. Zelfs onze lerares Duits kende hem niet. Soms denk ik dat het mooi moet zijn om zo te sterven, na een wandeling, om je in een natuurlijk graf te laten vallen in de sneeuw van Appenzell, na bijna dertig jaar gesticht in Herisau. Het is echt zonde dat wij niet van het bestaan van Walser afwisten, we zouden een bloem voor hem hebben geplukt’. Dat belooft geen vrolijk verhaal en dat is het ook niet.

    De gelukzalige jaren van tucht
    Auteur: Fleur Jaeggy
    Uitgeverij: Koppernik

    Omdat Venus op de dag dat ik werd geboren een alpenviooltje passeerde

    Met Omdat Venus op de dag dat ik werd geboren een alpenviooltje passeerde doet de Noorse Mona Høvring (1964) haar intrede in Nederland. De novelle werd in 2018 in haar eigen land bekroond met de Kritikerpreis. De hoofdpersonen zijn twee zussen van wie de ene, Ella van 22, vertelt over de zenuwinzinking die haar één jaar oudere zus Martha kreeg na een mislukte relatie. Plaats van handeling is een soort sanatorium waar de oudste probeert bij te komen. In een dromerige sfeer van liefde, conflicten en herinneringen aan hun beider verleden onderzoeken de zussen hun symbiotische relatie.

    Omdat Venus op de dag dat ik werd geboren een alpenviooltje passeerde
    Auteur: Mona Høvring
    Uitgeverij: Oevers